Hieronder vind je een overzicht van de meest voorkomende vragen van deelnemende of geïnteresseerde leerkrachten. Vind je het antwoord op je vraag niet, neem dan zeker contact op met ons via mail!
Waarom Ferme Scholen?
Met Ferme scholen introduceren we groentenfermentaties als een veilige, eenvoudige en leuke manier om microbiologie experimenten te doen in het klaslokaal. Met echt wetenschappelijk onderzoek hopen we de onderzoeksvaardigheden van de leerlingen te stimuleren en microbiologische/wetenschappelijke geletterdheid te verhogen.
Ferme Scholen heeft 2 grote doelen:
- Echte fermentatiestalen verzamelen voor onderzoek naar de bacteriële diversiteit in spontane groentenfermentaties op verschillende momenten en op verschillende locaties.
- Leerkrachten helpen om een veilige en prikkelende microbiologieleeromgeving uit te bouwen waar leerlingen microbiologische technieken kunnen inoefenen en het verband tussen bacteriën, microbiële ecologie, voeding en gezondheid kunnen onderzoeken.
Ik heb een eerste letter gekregen voor mijn school. Wat doe ik hiermee?
Geef elke pot een unieke naam. Tijdens de vorige editie van Ferme Scholen bleek dat voornamen het minste verwarring opleveren. Ook bij een slordig gekrabbeld etiket is een voornaam nog wel te ontcijferen, een code is minder eenvoudig te reconstrueren. Noem je potten dus niet FS_26PP‐WK‐01 en FS_26PP‐WK‐02 maar gewoon Wendy en Wilfried. Iedere school krijgt hiervoor een eerste letter zodat we niet allemaal dezelfde namen krijgen.
Welke klassen kunnen meedoen met Ferme Scholen?
In principe kan iedereen meedoen met Ferme scholen. Onze visie is dat het project bruikbaar kan zijn voor alle graden en richtingen. In de eerste edities focussen we vooral op jaren 4, 5 en 6 van het secundair onderwijs. Dit doen we zodat we in eerste instantie de achtergrondinformatie en communicatie kunnen stroomlijnen op de kennis van de leerlingen. We hebben deelnemende klassen van zowel doorstroom als dubbele finaliteit richtingen. Doe jij graag mee met een klas van andere jaren, laat ons zeker iets weten en we denken graag mee over hoe je de experimenten kan incorporeren in jouw vak.
Voor klassen uit het basis onderwijs hebben we momenteel nog geen project voorzien, maar dit kan misschien in de toekomst. Blijf ons zeker in de gaten houden!
Welk materiaal heb ik nodig in mijn klaslokaal om mee te kunnen doen?
Om groenten te fermenteren volstaat een schoon werkvlak en wat keukengerei. Enkele praktische tips voor een geslaagde fermentatie:
Kies de juiste potten:
• De beste fermentatiepotten zijn potten met een klemdeksel en een rubber dichting. De rubber dichting laat overdruk tijdig af zonder de pot te moeten openen.
• Kies potten die niet veel te groot zijn. Een volle pot loopt misschien wat over: dat is niet erg als je de pot in een opvangbakje zet. Een pot die niet vol genoeg is, beschimmelt sneller.
• Zorg dat de groenten goed onder vloeistof staan. Een grote brok groente (stompje wortel, koolsteel,…) of een klein glazen potje bovenaan helpen om de groenten onder te dompelen.
Microbiologie
Wie dieper in de microbiologie wil duiken, heeft extra uitrusting nodig:
• Autoclaaf: voor het bereiden van media, het steriliseren van gebruiksvoorwerpen en het inactiveren van biologisch afval.
• Bunsenbranders: voor het creëren van een aseptische werkomgeving. Reken 1 bunsenbrander per persoon.
• Microscoop met 10x oculair en objectief 100x: voor het bestuderen van individuele bacteriecellen. Deze setup is niet zo goedkoop en vraagt best wat onderhoud en ervaring. We helpen je graag troubleshooten.
• Autoclaveerbare flessen met brede hals of 500 mL erlenmeyers om agarmedia te bereiden.
• Afvalbeheer: Eens biologisch afval geautoclaveerd is, is het biologisch risico geneutraliseerd. Laat geautoclaveerde media echter niet te lang in de vuilbak zitten – dan groeien er gewoon nieuwe culturen op.
• Micropipetten: wie kleine volumes wil pipetteren, heeft automatische micropipetten en bijhorende pipettips nodig.
Hoe doe ik de experimenten op een veilige manier?
Een labo microbiologie is niet zomaar een chemielabo dat moet groeien. Micro‐organismen leven en planten zich voort. 2 celletjes Staphylococcus zitten erg onschuldig onder je vingernagel maar op het juiste medium worden dat er binnen een dag enkele miljoenen: genoeg om flink ziek van te worden. Of om mee naar huis te nemen en domweg het avondeten mee te besmetten. De tips hieronder zijn in onze ervaring voldoende om de voorgestelde proeven veilig uit te voeren met bacteriën uit groentenfermentaties. Onder materiaal vind je een meer uitgebreide handreiking.
Enkele eerste tips:
• Zorg voor een schoon werkvlak: bij vervuiling eerst decontamineren met water en zeep, daarna desinfecteren met 70% ethanol.
• Was je handen voor en na het practicum met water en zeep. Extra desinfectie is niet nodig.
• Voor het overenten van bacteriën op een vers medium is een aseptische werkomgeving nodig: werk in een bioveiligheidskast (erg duur en groot) of aan een bunsenvlam (open vuur).
Wat doe ik met het biologische afval nadien?
Wat doe ik met het biologisch materiaal na het project?
Tijdens dit project zullen jullie werken met (micro)biologisch materiaal. Biologisch afval houdt een mogelijk besmettingsrisico in voor de omgeving. Alle afval van een experiment met biologisch materiaal moet apart worden afgevoerd. Ook organismen die geen enkel gevaar inhouden voor de volksgezondheid moeten worden gedood voor het afval verder verwerkt kan worden.
Hebben jullie een aparte afvalbak voor biologisch materiaal, top!
Eens biologisch afval geautoclaveerd is, is het biologisch risico geneutraliseerd. Laat geautoclaveerde media echter niet te lang in de vuilbak zitten – dan groeien er gewoon nieuwe culturen op.
Breng je gegroeide platen bij ons binnen wanneer je je stalen binnen brengt.
De groente fermentaties mogen in je compost!
Indien jij of de preventieadviseur van je school nog vragen heeft, helpen we jullie graag verder.