On 24 November, Prof. Stefaan Walgrave was awarded the prestigious 2025 FWO Excellence Award in the domain of Behavioral and Social Sciences. These Excellence Awards—widely regarded as the Flemish equivalent of the Nobel Prize—are presented every five years by an international jury that honors leading scholars for their groundbreaking research.

Below you can find a written interview with Stefaan (in Dutch), prepared on the occasion of this award. The original brochure containing the  interview with Stefaan (and with the other laureates) can also be found via this link.

FWO Excellence Award 2025 Prof. Stefaan Walgrave

FWO Award Ceremony

"Wij kunnen als onderzoekers een tegengif bieden voor het wantrouwen in de politiek”

Politicoloog Stefaan Walgrave is hoogleraar in de politieke wetenschappen aan de UAntwerpen en wordt internationaal erkend als expert in onderzoek naar verkiezingen, stemgedrag en politieke besluitvorming. De jury van de Excellentieprijzen kent hem de Prijs Ernest-John Solvay 2025 in de Gedrags- en Maatschappijwetenschappen toe. Walgrave bouwde doorheen zijn 30-jarige academische carrière een vertrouwensrelatie uit met politici, die hem toelaat om zijn onderzoek vandaag toe te spitsen op hoe zij tot besluitvorming komen en welke rol de publieke opinie daarin speelt.

Wat omvat uw werk als politicoloog?

“Ik ben al dertig jaar aan de slag als onderzoeker, dus ik heb me al over heel diverse vragen gebogen. Sinds 2012 bestudeer ik samen met mijn team het gedrag en werk van individuele politici. We proberen eigenlijk na te gaan hoe democratie in de praktijk werkt door te kijken naar hoe politici de publieke opinie, en dus de bevolking, vertegenwoordigen. We vragen ons af in welke mate hun acties de publieke opinie weerspiegelen. Want democratie houdt in dat een politicus rekening houdt, niet enkel met zijn eigen ideologie, maar ook met wat de bevolking wil. En in die gedachtegang vormt de politiek zich een oordeel over wat ik zou omschrijven als “de kwaliteit” van de publieke opinie. En dat blijkt een subjectieve beoordeling te zijn - beïnvloed door de ideologie - die erg belangrijk is in de besluitvorming van een individuele politicus. Dus als zijn achterban iets wil, dan vindt hij of zij dat een belangrijk signaal van de bevolking. Maar als uit een peiling blijkt dat burgers iets willen waar een politicus het zelf niet mee eens is, dan zal hij of zij dat publieke opiniesignaal als minder kwalitatief beoordelen.”

Op welke manier probeert u dit in kaart te brengen?

“Ongeveer om de twee jaar houden we een ronde interviews met alle Vlaamse politici. Voor de editie 2025 zal ik samen met mijn medewerkers 230 volksvertegenwoordigers en ministers individueel spreken. We laten hen anoniem een digitale vragenlijst invullen en we voeren inhoudelijke, kwalitatieve gesprekken waarin we specifieke stellingen bespreken. In de huidige ronde van de interviews proberen we na te gaan in welke mate de evaluatie van de publieke opinie, hetzij positief, hetzij negatief, invloed heeft op wat politici later doen. Op basis van de eerste vaststellingen leren we al dat die evaluatie een hele grote rol speelt, en dat effectief de eigen ideologie sterk bepalend is voor de evaluatie van de publieke opinie.

Wat mij trouwens ook opgevallen is, sinds we jaren geleden met die interviews zijn gestart, is de openheid van onze Vlaamse politici. Ze zijn zeer bereikbaar, zeker in vergelijking met andere landen. En ze werken ook graag mee aan het onderzoek - ongeacht waar ze zich bevinden in het politieke spectrum, ze zijn geïnteresseerd in wat we doen en er is een groot vertrouwen. Ik kan met de belangrijkste politici in dit land bijzonder open discussiëren en de ‘parler vrai’, de kwetsbaarheid zelfs die ze in die gesprekken tonen, vind ik bijzonder verrijkend.”

Wat is de maatschappelijke relevantie van dergelijk onderzoek?

“Het is natuurlijk zo dat een politicoloog geen ziekte uit de wereld helpt of iets ontdekt wat plots tot allerlei materiële toepassingen zal leiden in de praktijk. Maar ik denk dat het mijn rol is als politicoloog om politici te doorgronden, om beter te begrijpen hoe democratie werkt, en om die inzichten ook te verspreiden naar het brede publiek. Je kunt stellen dat representatieve democratie een beetje in crisis is. Er is zeer veel wantrouwen tegenover de politiek, tegenover partijen en zelfs tegenover politici, zowel bij ons als in andere landen. Wij kunnen daar, via wetenschappelijk onderbouwde inzichten, een soort van tegengif voor bieden. We moeten uitleggen wat de job van een politicus precies inhoudt, wat hun motivatie en drijfveer is en ook hoe moeilijk de representatieve rol van politici is. Daarmee naar buiten komen lijkt mij zeker vandaag maatschappelijk erg relevant te zijn. We hopen dat het tot meer inzicht en begrip leidt.”

Welke impact heeft uw werk als politicoloog al teweeggebracht?

“Omwille van mijn dertigjarige carrière heb ik een track record van allerlei soorten onderzoeksvragen. Mijn onderzoek dat over kiezers gaat, heeft, denk ik, impact gehad op het maatschappelijk debat: de manier waarop over politiek gesproken wordt en de manier waarop partijen zich positioneren. De woorden en de theorieën die we daar in politieke wetenschappen voor gebruiken, zijn doorgesijpeld in hoe journalisten en hoe politici daarover spreken. Dus bijvoorbeeld het feit dat je verschillende dimensies links en rechts hebt, zoals cultureel links-rechts, sociaal-economisch links-rechts. Politici praten daarover. Ook hoe er wordt gesproken over marktaandelen, over het feit dat bepaalde thema's aan partijen kleven, … dat is gemeengoed geworden. Journalisten  en politici gebruiken eigenlijk voor een stukje ons wetenschappelijk, analytisch jargon. En ik denk dat een impact is die ik en samen met mijn collega's heb gehad door voortdurend die woorden te gebruiken.”

Waarom heeft u destijds gekozen voor een carrière als wetenschapper? 

“Ik ben op dat vlak misschien wel bevoorrecht. Ik kom uit een academische familie: mijn vader was professor criminologie in Leuven, mijn ooms en tantes waren allemaal universitairen. Voor mij was het een heel natuurlijke stap. Ik was een student met goeie punten en mijn promotor vroeg me om een doctoraat te maken. En zo ben ik erin gerold… en ik had vrij snel de smaak te pakken. De microbe wordt overigens verder doorgegeven want twee van mijn drie dochters zijn ook wetenschappelijk onderzoeker geworden. Dus ik denk dat het een beetje in de genen zit.”

Waar bent u het meeste trots op?

“Veel meer dan op de uitkomsten van mijn wetenschappelijk onderzoek, ben ik trots op de onderzoeksgroep Media, Middenveld en Politiek, die ik samen met collega's heb kunnen uitbouwen aan de UAntwerpen. Toen ik mijn carrière begon, was die er niet. En die groep telt nu bijna veertig onderzoekers, vele postdocs en jonge doctoraatsstudenten, die de wetenschappelijke en onderzoeksmicrobe meekrijgen. Ik heb een 25-tal doctorandi begeleid en ik denk dat ik op hen een langdurige invloed heb gehad. Ik ben er zeker van dat je als onderzoeker zo een belangrijk verschil kunt maken.”

Uw carrière wordt beloond met een Excellentieprijs 2025. Wat betekent dat voor u?

“Uiteraard is dat voor mezelf heel bijzonder, het is een blijk van respect en herkenning die heel veel plezier doet. Maar het is vooral voor het onderzoeksdomein belangrijk. Politicologen zijn niet alleen mensen die commentaar geven op de politieke actualiteit in de media. Wij zijn volleerde wetenschappers die onderzoek doen, die proberen het politieke bedrijf op een wetenschappelijke manier te bestuderen. Ik heb de lijst met vorige laureaten van de prijs in de sociale wetenschappen bekeken, en ik denk dat ik de eerste politicoloog ben in de geschiedenis die hem krijgt. Ik hoop dat deze prijs ertoe bijdraagt om politicologie te zien als een wetenschappelijke discipline die ernstig genomen moet worden.”

Hoe ziet u uw onderzoek verder evolueren?

“Het onderzoek dat wij kunnen voeren bij politici is inhoudelijk een goudader, onder meer door de toegankelijkheid van onze gezagsdragers. We hopen dat onderzoek verder te kunnen consolideren met nieuwe vragenrondes.  Op dit moment werken we met vragenlijsten en interviews. We doen wel experimenten waarbij we sommige politici een bepaald stukje informatie geven en andere politici andere informatie en dan vergelijken hoe ze daarop reageren. Maar we zijn verplicht om af te gaan op wat politici ons vertellen. De volgende stap is om verder te gaan in de verwetenschappelijking. We zouden graag ook meten hoe politici meteen, zonder erover na te denken, op bepaalde dingen reageren. Dus onze droom is dat we de volgende keer, over twee tot drie jaar, een aantal politici zover kunnen krijgen dat ze bereid zijn om een apparaatje te dragen rond hun pols, waarbij we onmiddellijk hun psychologische en hun lichamelijke reactie op bepaalde informatie kunnen meten. Dat lijkt ons de weg vooruit te zijn.”