Sinds de tijd van Erasmus duidt het begrip 'Republiek der Letteren' de virtuele gemeenschap van geletterden of geleerden aan, die in principe voor iedereen openstond en waarin nationale en levensbeschouwelijke grenzen overstegen moesten worden. Deze 'republiek' kende tot het midden van de achttiende eeuw een groot aantal afzonderlijke culturele centra die met elkaar in verbinding stonden. Ze boden geleerden de mogelijkheid om met elkaar in contact te treden: via persoonlijke ontmoetingen, via correspondenties en dankzij boek- en tijdschriftpublicaties. Zo vormde zich een wijdvertakt en intrigerend netwerk van onderlinge betrekkingen, dat aan de basis staat van de hele Europese academische cultuur.
Hans Bots (1940) was van 1976 tot 2005 hoogleraar cultuur- en intellectuele geschiedenis aan de Radboud universiteit te Nijmegen. Tevens vervulde hij gedurende twee maal vier jaar de functie van decaan van de letterenfaculteit.
Als kenner van de Republiek der Letteren ging zijn aandacht vooral uit naar de wijze waarop geletterden in de zeventiende en achttiende eeuw met elkaar communiceerden: correspondenties, het boek en het geleerdentijdschrift. Hij doceerde ook twee jaar aan de Parijse Sorbonne (Paris 4), was gasthoogleraar in Wenen en gaf een aantal lessen aan het Collège de France in 2005 en 2006. Hij leidde daar het onderzoeksproject : de correspondentie van Madame de Maintenon.