Lopende projecten

De ontwikkeling van een emotiecoaching interventie voor ouders. 01/12/2020 - 30/11/2022

Abstract

Emotieregulatie is een transdiagnostisch mechanisme dat, wanneer deze maladaptief is, onderliggend kan zijn aan geestelijke gezondheidsproblemen (bijv. angst, depressie, gedragsproblemen). Kinderen met adaptieve emotieregulatie vaardigheden zijn beter in staat om hun gedrag te reguleren en hebben een betere geestelijke gezondheid. Emotieregulatie wordt daarom gezien als een belangrijke vaardigheid om bij kinderen te ontwikkelen om psychopathologie te voorkomen. Ouders spelen een belangrijke rol in de ontwikkeling van de emotieregulatie vaardigheden van hun kinderen. Eerst leren kinderen om hun emoties extern te reguleren door te rekenen op hun ouders om problemen op te lossen en emotionele steun te bieden in stressvolle situaties. Geleidelijk worden deze vaardigheden geïnternaliseerd en worden kinderen hierin zelfstandiger. Ze kunnen beter met stressoren omgaan, ook wanneer hun ouders niet in de buurt zijn. Ouders spelen dus een centrale rol in deze eerste fase van emotionele ontwikkeling. Adequate coaching van het emotionele gedrag van een kind kan een beschermende factor zijn voor geestelijke gezondheid. Om deze reden beoogt dit project een "evidence-based" emotiecoaching interventie te ontwikkelen, om ouders te helpen hun kinderen te coachen in het leren van emotieregulatie vaardigheden, met als ultieme doel een buffer te vormen tegen psychische stoornissen. We zullen ons hiertoe baseren op recente wetenschappelijke inzichten omtrent emotieregulatie door emotieregulatie vaardigheden te includeren die de grootste impact laten zien op geestelijke gezondheid. Verder zullen we samenwerken met ouders om tegemoet te komen aan hun noden bij het ontwerpen van de interventie.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Verbetering van behandelstrategieën voor bipolaire stoornis door ontdekking van nieuwe kandidaat-geneesmiddelen en discriminerende diagnostische biomarkers. 01/05/2020 - 30/04/2024

Abstract

De psychiatrische behandeling van patiënten met een bipolaire stoornis wordt gekenmerkt door zeer lage remissie- en herstelpercentages als gevolg van een hoge non-respons op alle psychofarmacologische medicatie (30-35%). Met dit project willen we behandelstrategieën voor bipolaire stoornis met of zonder psychotische symptomen optimaliseren door alternatieve toegangspunten te vinden voor de ontwikkeling van nieuwe stemmingsstabiliserende medicijnen. Om databases van relevante biomarkers en vermoedelijke targets voor toekomstige ontwikkeling van psychofarmacologische geneesmiddelen op te zetten, zullen we een prospectieve klinische studie uitvoeren waarin patiënten met een bipolaire stoornis met of zonder psychotische symptomen, elektroconvulsietherapie (ECT) ontvangen, de laatste behandelkeuze wanneer andere farmacotherapeutische strategieën hebben gefaald. Tegelijkertijd zullen post-mortem hersenweefsels van patiënten worden onderzocht. Stalen van beide onderzoeksarmen worden geanalyseerd met behulp van proteoom en metaboloom methoden, gebruik makende van geavanceerde Liquid Chromatography Mass Spectrometry (LCMS). Vergelijkende analyses van differentieel tot expressie gebrachte eiwitten, eiwitnetwerken en metabole routes zullen resulteren in het opzetten van databases met geneesmiddeldoelkandidaten (DTC) voor beide van de bovengenoemde aandoeningen. Deze databases zullen waarschijnlijk in vervolgtrajecten leiden tot de ontwikkeling van nieuwe geneesmiddelen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Nieuwe behandelstrategieën voor subtypes depressieve stoornissen. 01/01/2020 - 31/12/2022

Abstract

Ontdekking van potentiële moleculaire aangrijpingspunten voor de ontwikkeling van nieuwe medicatie en identificatie van discriminerende aandoeningspecifieke biomerkers voor de ontwikkeling van een diagnostisch toestel. De psychiatrische behandeling van depressieve stoornissen wordt gekenmerkt door een lage graad van remissie en herstel, onder andere door inefficiënte en onnauwkeurige diagnose en een hoge mate van nonresponsiviteit op alle psychofarmaca (in 30% tot zelfs 64% van de patiënten met psychotische depressie). Dit IOF-SBO project heeft als doel de behandelingsstrategieën te optimaliseren voor uni- en bipolaire depressie met of zonder psychotische kenmerken, door op zoek te gaan naar alternatieve aangrijpingspunten voor de ontwikkeling van nieuwe antidepressiva, en door perifere biomerkers op te sporen om accurate en objectieve differentiële diagnose mogelijk te maken. Hiervoor zullen we 2 types databanken genereren: 1 database met relevante onderling discriminerende biomerkers en 1 database voor elk onderzocht subtype met potentiële doelwitten voor ontwikkeling van psychofarmaca in de toekomst. Hiervoor zal een klinische trial worden opgezet met uni- en bipolaire patiënten, met of zonder psychotische symptomen, die elektroconvulsietherapie (ECT) zullen ondergaan. ECT is een solide behandeloptie voor (psychotische) depressie wanneer alle andere antidepressieve medicatie tekortschieten en is desgevolgend een interessant model om alternatieve medicatiedoelwitten te identificeren. In parallel zullen postmortem hersenstalen van patiënten worden onderzocht. Stalen van beide onderzoeksarmen zullen geanalyseerd worden aan de hand van proteomics en metabolomics technieken, met state-of-the-art liquid chromatography-mass spectrometry (LCMS). De uiteindelijke vergelijkende analyse van differentieel geëxpresseerde eiwitten, eiwitnetwerken en metabole pathways zal uitmonden in een databank met nieuwe medicatiedoelwitten voor elke vermelde depressieve stoornis, en een diagnostische databank met biomerkers om de 4 depressieve subtypes objectief te kunnen onderscheiden. Deze databanken kunnen in vervolgprojecten bijdragen aan de ontwikkeling van nieuwe antidepressiva enerzijds, en aan een biologische test voor ontwikkeling van een diagnostisch toestel anderzijds. In enkele voorbereidende gesprekken met potentiële industriële partners kwam de interesse in samenwerking met zowel farmaceutische als technologische investeerders duidelijk naar voor.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Hervalpreventie van succesvolle ECT voor depressie - een RCT over lithium als add-on bij gepersonaliseerde onderhouds -ECT. 15/01/2019 - 14/01/2023

Abstract

Deze studie evalueert de effectiviteit van een combinatie van een aantal veelbelovende hervalpreventiestrategieën na succesvolle behandeling met ECT bij depressieve patiënten. Ingeval van gunstige bevindingen, zullen er voldoenden argumenten zijn voor clinici om de vervolg- en onderhoudsbehandeling te personaliseren bij deze vaak ernstig zieke patiënten, om het risico op terugval te verminderen. De resultaten verminderen de onzekerheid waarmee de clinicus wordt geconfronteerd bij het voorschrijven van een vervolgbehandeling na ECT. Daarnaast kan het ook de gevolgen van terugval verminderen, met minder ziekenhuisopnames en arbeidsongeschiktheid tot gevolg wat uiteindelijk de kosten van de gezondheidszorg zou kunnen verlagen wanneer het geïmplementeerd wordt in de algemene klinische praktijk. 1.2 Wetenschappelijk doel Het huidig project is ontworpen om enkele veelbelovende hervalpreventiestrategieën te bestuderen in een goed ontworpen maar uitdagende RCT. Dit zal het eerste project ter wereld zijn dat de effecten van een gepersonaliseerd ECT-behandelalgoritme bestudeert in een ECT-responsieve populatie van alle leeftijden. Het project is veelbelovend met het oog op terugdringen van de hervalpercentages na succesvolle ECT, met een mogelijke impact voor een erg kwetsbare groep patiënten met een vaak terugkerende vorm van depressie. De beperkt onderzochte rol van Lithium na succesvolle ECT is de tweede focus van het project. Om de implementatiemogelijkheden te verbeteren, wordt stemming niet enkel door een clinicus gescoord maar ook via self-rating. Om de effectiviteit van deze strategieën te onderzoeken, werd een multidisciplinair onderzoeksproject met partners van zowel UAntwerpen als PZ Duffel, KULeuven, AZ Sint-Jan in Brugge en onze Nederlandse partner UMC Rotterdam uitgewerkt. Met de expertise, vaardigheden en patiënten beschikbaar bij de deelnemers van het onderzoeksconsortium, zal het onderzoeksteam in staat zijn om de uitdagingen van het project aan te pakken op vlak planning en organisatie van de testings en ECT-behandelingen. Dit is een volledig klinisch onderzoek met de bedoeling de hervalpercentages na succesvolle ECT te verlagen. De concrete wetenschappelijke doelstellingen zullen de volgende zijn: 1. Het valideren van de de effectiviteit van een gepersonaliseerde, symptoomgestuurde benadering van onderhouds-ECT (gedurende 6 maanden) bij depressieve patiënten die goed hebben gereageerd op een acute ECT-behandeling. 2. Bepalen van het additief effect van lithium naast symptoomgestuurde onderhouds-ECT in het voorkomen van herval na succesvolle ECT. 3. Vergelijken van door clinicus gescoorde stemming met scores op self-rating schalen. 4. Het evalueren van de tolerabiliteit van de gecombineerde voortzetting van de behandeling in de twee behandelarmen door beoordeling van het cognitief functioneren.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Leerstoel 'Public Mental Health'. 01/01/2019 - 31/12/2021

Abstract

Objectieven van de leerstoel 'Public Mental Health' Ondanks de verander(en)de context dragen we als maatschappij de verantwoordelijkheid om mensen met een psychische of psychosociale nood de best mogelijke zorg te verschaffen op een kost-efficiënte manier (met aandacht voor de beleving van zowel zorggebruikers als zorgverleners; 'Quadruple aim'. Met de leerstoel 'Public Mental Health' willen we ondersteuning en guidance bieden aan deze maatschappelijke verantwoordelijkheid door middel van onderzoek, onderwijs en dienstverlening. Het onderzoeksluik van de leerstoel zal zich toespitsen op het verzamelen van informatie over de huidige zorgnoden en het actuele zorgaanbod. Vandaag zijn er immers weinig cijfers beschikbaar over het voorkomen van psychosociale en psychische klachten en stoornissen in Vlaanderen (of België), en hun ernst. Ook de informatie over de aanbodzijde is onvolledig; we hebben bijvoorbeeld weinig tot geen zicht op wat huisartsen, vrijgevestigde psychiaters en (eerstelijns)psychologen aan psychische en psychosociale zorg verstrekken. We zullen zorggebruikers en zorgverstrekkers bevragen over (niet-ingevulde) zorgnoden. Daarnaast zullen in dit licht bestaande (gekoppelde) databanken (van Antwerpse zorgverstrekkers en andere bronnen) doorlichten. De lokale bevindingen geven tegen de achtergrond van en in combinatie met de internationale literatuur input voor het onderwijsluik van de leerstoel. De kennis rond geestelijke gezondheid(szorg) in de algemene populatie is relatief beperkt ('mental health literacy'; Jorm (2000)), en het taboe rond mentale problemen en het stigma ten aanzien van mensen met psychische klachten is groot, zelfs bij (somatisch georiënteerde) hulpverleners, waardoor mensen met psychische klachten geen hulp zoeken of onvoldoende (somatische) hulp krijgen . Met opleiding en vorming, zowel voor studenten als voor een breder publiek, kan hieraan gesleuteld worden. Het onderzoeksluik geeft ten slotte heel wat input voor het dienstverleningsluik van de leerstoel. Met de verzamelde data hopen we een begin te kunnen maken van een datagestuurd zorgaanbod in de provincie Antwerpen, waarbij de coöperatie tussen de deelnemende ziekenhuizen onderling en met andere actoren in het veld wordt versterkt. Geestelijke gezondheid en mentaal welzijn winnen aan gewicht in de samenleving. De tijdsgeest is dan ook uitermate geschikt om deze leerstoel op te richten. We zijn ervan overtuigd dat de leerstoel als hefboom kan fungeren bij het verwerven van bijkomende fondsen

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Het ontrafelen van de pathofysiologie van psychotische depressie: Een zoektocht naar nieuwe biomarkers in het postmortale brein. 01/12/2018 - 30/11/2022

Abstract

Een depressieve stoornis is een psychiatrische stoornis gekenmerkt door een depressieve gemoedstoestand, negatieve gedachten, anhedonie en suïcidaliteit. Vaak hebben patiënten last van terugkerende psychotische episodes wat een enorme impact heeft op alle facetten van hun leven. Een subpopulatie van deze patiënten heeft bovenop de karakteristieke depressieve symptomen ook nog last van psychotische symptomen zoals waanbeelden en auditieve hallucinaties (Schatzberg, 2006). Huidige imaging onderzoeken en moleculaire studies wijzen op specifieke karakteristieken die differentiëren tussen psychotische depressie en non psychotische depressie, zoals verminderde functionele activiteit in de insula bij psychotische depressie (Farret et al., 2011), en naar gedeelde factoren tussen beide vormen zoals ontregeling van de HPA-as (review Dean and Keshavan, 2017). Hoewel er dus al wel enige kennis bestaat omstreeks de onderliggende neurobiologie van psychotische depressie, is de karakterisatie verre van compleet, wat geïllustreerd wordt door de geringe diagnostisering en onderbehandeling van deze ernstige stoornis. Dit is problematisch aangezien deze patiënten een aanzienlijke 14-20 procent van de patiënten betreft (Ohayon & Schatzberg, 2002) en dat deze subpopulatie een ander ziekteverloop en een verschillende reactie op behandeling vertoont (Buoli et al., 2013, Van Diermen et al., 2018). Nieuwe technieken zoals proteomics en transcriptomics kunnen hier soelaas bieden. Deze technieken geven de mogelijkheid om op grote schaal en vanuit een atheoretisch perspectief beide ziektebeelden in kaart te brengen. Zo werden er al interessante bevindingen gedaan in post-mortem breinen van patiënten met verscheidene ziektebeelden zoals schizofrenie, bipolaire stoornis en depressieve stoornis (review Saia-Cerada, 2017). Wat betreft psychotische depressie, is er tot nog toe enkel nog maar een kleinschalig onderzoek ondernomen door Martin-De Souza et al (2012) waarbij er kwantitatieve verschillen gevonden werden tussen proteïneconcentraties gerelateerd aan energiemetabolisme en werking van de synaps. Verder werden er ook verschillen gevonden in de expressie van proteïnen die eerder al gelinkt waren aan schizofrenie, zoals men zou verwachten gezien de eerder genoemde overlap in genetische risicofactoren. Hoewel deze interessante eerste bevindingen aantonen dat deze vorm van onderzoek een waardevolle bijdrage kan leveren aan de kennis omtrent psychotische depressie op het vlak van neurobiologie, zijn er grotere studies nodig die idealiter gebruik maken van predictieve statistische methodes zoals sensitiviteit, specificiteit en reclassificatie tabellen (Pencina, 2008) om zo potentiële biomerkers te destilleren voor psychotische depressie. Verder kan kennis van het onderliggende interactienetwerk interessante drug targets opleveren (Hopkins, 2008). Deze twee doelen zijn dan ook centraal voor dit doctoraat. Om dit te kunnen bewerkstelligen zullen hersenen uit de Corselliscollectie onderzocht worden met verschillende moleculaire technieken. In de eerste fase zullen medische dossiers gelezen en geïnventariseerd worden in een elektronische database samen met informatie over het beschikbare weefsel. In een tweede fase zullen uit deze database 4 types cases geselecteerd worden, namelijk gezonde controles, patiënten met een depressieve stoornis zonder psychotische kenmerken, patiënten met een psychotische depressieve stoornis en patiënten met een psychotische stoornis zonder affectieve kenmerken. Deze stalen zullen vervolgens geanalyseerd worden door middel van proteomics en transcriptomics.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Het ontrafelen van de pathofysiologie van psychotische depressie: De zoektocht naar perifere en endofenotypische biomarkers. 01/12/2018 - 30/11/2022

Abstract

Majeur depressieve stoornis (MDD) is een ernstige psychiatrische aandoening met een grote impact op de kwaliteit van leven. Sommige MDD-patiënten ervaren psychotische symptomen (zoals hallucinaties of wanen) en worden daarom geclassificeerd als psychotische majeure depressie (PMD). Omdat deze aandoening gepaard gaat met een hoog sterfterisico, moet het zo snel mogelijk worden geïdentificeerd. PMD blijft echter ondergediagnosticeerd en dus onderbehandeld, hoewel tot 20% van de MDD-patiënten psychotisch zijn. Bovendien is er weinig bekend over de biologische mechanismen die ten grondslag liggen aan deze twee verschillende vormen van depressie. De aanbevolen eerstelijnsbehandeling voor PMD bestaat uit het combineren van een antidepressivum met een antipsychoticum of elektroconvulsietherapie (ECT). Farmacotherapie heeft echter verschillende nadelen, zoals een vertraagde start van de behandelingseffecten en een lagere responsiviteit bij PMD-patiënten, terwijl ECT snellere effecten biedt en effectiever lijkt in PMD dan niet-PMD. Hoewel ECT een waardevolle therapeutische optie lijkt te zijn, zijn de biologische mechanismen die ten grondslag liggen aan de effecten ervan nog onduidelijk. Dit project heeft tot doel biomarkers vast te stellen die gekoppeld zijn aan ECT respons bij patiënten met psychotische depressies. We zullen veranderingen in verschillende perifere biomarkers met betrekking tot ECT-respons in PMD onderzoeken. We zullen de effecten op interessante moleculen (immuunmarkers, oxidatieve stressmarkers, groeifactoren) onderzoeken, maar zullen ook nieuwe potentiële biomarkers verkennen met behulp van genomica, transcriptomics en proteomics. Bovendien zal MRI met structurele en rusttoestand informatie verschaffen over specifieke hersenregio- en / of netwerkveranderingen om psychotisch te onderscheiden van niet-psychotische zware depressies. In totaal worden 100 onderwerpen toegewezen aan leeftijds- en geslachtsafhankelijke groepen: 1) PMDpatiënten (n = 40), 2) niet-PMD-patiënten (n = 40) en 3) gezonde controles (n = 20). PMD- en niet-PMD-patiënten zullen ECT ondergaan en zullen daarom vóór en na voltooiing van het ECT-behandelingsschema worden geëvalueerd.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Optimalisatie van self-management bij bipolaire stoornis door het correleren van stemming en gedragspatronen met behulp van mHealth technologie. 16/10/2018 - 15/10/2022

Abstract

Dit onderzoek is gericht op de promotie en optimalisatie van blended zelfmanagement training in bipolaire stoornis (BD) via prospectieve monitoring van mobiele gezondheid (mHealth). Een nieuw prototype van een dergelijke mobiele applicatie voor zelfbeheer is onlangs ontworpen in de onderzoeksgroep en zal in het project worden gebruikt. Een database met (inter-) episodische zelfmanagementparameters, zoals triggers, prodromes en zelfmanagementstrategieën van de patiënten, zal worden samengesteld.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Hervalpreventie na succesvolle ECT voor depressie - een RCT over lithium als add-on bij gepersonaliseerde onderhouds-ECT. 01/10/2018 - 30/09/2022

Abstract

Deze studie evalueert de effectiviteit van een combinatie van een aantal veelbelovende hervalpreventiestrategieën na succesvolle behandeling met ECT bij depressieve patiënten. Ingeval van gunstige bevindingen, zullen er voldoenden argumenten zijn voor clinici om de vervolg- en onderhoudsbehandeling te personaliseren bij deze vaak ernstig zieke patiënten, om het risico op terugval te verminderen. De resultaten verminderen de onzekerheid waarmee de clinicus wordt geconfronteerd bij het voorschrijven van een vervolgbehandeling na ECT. Daarnaast kan het ook de gevolgen van terugval verminderen, met minder ziekenhuisopnames en arbeidsongeschiktheid tot gevolg wat uiteindelijk de kosten van de gezondheidszorg zou kunnen verlagen wanneer het geïmplementeerd wordt in de algemene klinische praktijk. Wetenschappelijk doel: Het huidig project is ontworpen om enkele veelbelovende hervalpreventiestrategieën te bestuderen in een goed ontworpen maar uitdagende RCT. Dit zal het eerste project ter wereld zijn dat de effecten van een gepersonaliseerd ECT-behandelalgoritme bestudeert in een ECT-responsieve populatie van alle leeftijden. Het project is veelbelovend met het oog op terugdringen van de hervalpercentages na succesvolle ECT, met een mogelijke impact voor een erg kwetsbare groep patiënten met een vaak terugkerende vorm van depressie. De beperkt onderzochte rol van Lithium na succesvolle ECT is de tweede focus van het project. Om de implementatiemogelijkheden te verbeteren, wordt stemming niet enkel door een clinicus gescoord maar ook via self-rating. Om de effectiviteit van deze strategieën te onderzoeken, werd een multidisciplinair onderzoeksproject met partners van zowel UAntwerpen als PZ Duffel, KULeuven, AZ Sint-Jan in Brugge en onze Nederlandse partner UMC Rotterdam uitgewerkt. Met de expertise, vaardigheden en patiënten beschikbaar bij de deelnemers van het onderzoeksconsortium, zal het onderzoeksteam in staat zijn om de uitdagingen van het project aan te pakken op vlak planning en organisatie van de testings en ECT-behandelingen. Dit is een volledig klinisch onderzoek met de bedoeling de hervalpercentages na succesvolle ECT te verlagen. De concrete wetenschappelijke doelstellingen zullen de volgende zijn: 1. Het valideren van de de effectiviteit van een gepersonaliseerde, symptoomgestuurde benadering van onderhouds-ECT (gedurende 6 maanden) bij depressieve patiënten die goed hebben gereageerd op een acute ECT-behandeling. 2. Bepalen van het additief effect van lithium naast symptoomgestuurde onderhouds-ECT in het voorkomen van herval na succesvolle ECT. 3. Vergelijken van door clinicus gescoorde stemming met scores op self-rating schalen. 4. Het evalueren van de tolerabiliteit van de gecombineerde voortzetting van de behandeling in de twee behandelarmen door beoordeling van het cognitief functioneren.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Afgelopen projecten

Psychische zorg in perspectief. 01/12/2018 - 30/04/2020

Abstract

Psychiatrische stoornissen en psychosociale klachten zijn erg prevalent en hebben een grote persoonlijke en maatschappelijke impact. Het veld van de geestelijke gezondheidszorg kende de afgelopen jaren drastische transities. De vraag stelt zich hoe we binnen dit verander(en)de zorglandschap mensen met een psychische nood de best mogelijke zorg kunnen verschaffen. Dit project behelst de ontwikkeling van een gevalideerde methodologie om de psychische / psychosociale zorgnoden te inventariseren. We willen bijkomend komen tot een verbeterd inzicht in de hulp verleend door eerstelijnsprofessionals op het vlak van de geestelijke gezondheidszorg en tot aanbevelingen inzake de optimalisatie van de verhouding tussen de zorgnoden enerzijds en het zorgaanbod anderzijds.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Project website

Psychotische depressie bij ouderen (60+) als prodroom/risicofactor voor cognitieve deterioratie/dementie. 01/09/2018 - 30/08/2019

Abstract

Psychotische depressie bij oudere volwassenen is een ernstige invaliderende aandoening. De helft van de oudere volwassenen met depressieve symptomen vertonen ook psychotische symptomen. Psychotische symptomen omvatten meestal wanen over financiële, somatische of nihilistische thema's. De depressieve symptomen zijn vooral erger bij psychotische depressie dan bij niet-psychotische depressie, wat ook het geval is vergeleken met psychotische depressie bij jongere volwassenen. Bovendien vertonen (depressieve) oudere volwassenen problemen in verschillende cognitieve domeinen zoals uitvoerende functies, aandacht en geheugen. Bij jongere depressieve patiënten verbeteren de cognitieve problemen wanneer ze in remissie zijn, maar remissie van depressie bij oudere patiënten betekent vaak niet de oplossing van hun cognitieve problemen. Hoewel vroeger onderzoek inconsistent aantoonde dat depressie op latere leeftijd een voorbode of risicofactor voor cognitieve achteruitgang en dementie was , is er weinig geweten van de relatie tussen psychotische ouderdomsdepressie en incident cognitieve achteruitgang. In deze studie worden patiënten met een beginnende psychotische depressieve episode regelmatig gecontroleerd wat betreft hun cognitief functioneren gedurende een periode van 18 maanden, en vergeleken met een controle groep van oudere volwassenen met niet-psychotische depressie. Zowel globaal als cognitief functioneren (uitvoerende functies, (werk)geheugen, en aandacht) worden geëvalueerd.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Naar een definitie van Multipele en Complexe Noden bij adolescenten in de jeugd(gezondheids)hulpverlening en exploratie van hulpverleningsnoden in deze populatie. 01/09/2017 - 09/12/2018

Abstract

Vlaamse expertconsensus met betrekking tot multipele en complexe noden in de jeugdhulpverlening: een Delphi-onderzoek Achtergrond Toenemende complexiteit in casuïstiek wordt doorheen gezondheids- en sociale sectoren in de jeugdhulpverlening ervaren. De meest complexe casussen komen in aanraking met een veelheid aan hulpverleners doorheen sectoren. Er bestaat echter geen algemeen aanvaarde definitie van multipele complexe noden bij kinderen en adolescenten en er is slechts schaarse informatie beschikbaar met betrekking tot het concept complexiteit in deze setting. Ook zijn geen overkoepelende aandachtspunten ter beschikking wat betreft de identificatie en aanpak van deze problematiek. Doel Doel van dit onderzoek is te komen tot een consensusdefinitie van MCN bij kinderen en adolescenten en inzicht ter verwerven in het concept complexiteit binnen deze setting. Ook wordt gepeild naar aanbevelingen wat betreft identificatie en aanpak van deze problematiek doorheen de sectoren van jeugdhulpverlening. Methode Er wordt gebruik gemaakt van een gemodificeerde Delphi-procedure. Een panel van ten minste 35 experts op vlak van complexe problematiek bij kinderen en jongeren wordt bevraagd. Een literatuuronderzoek evenals interviews met jongeren met MCN en ouders en focusgroepen met hulpverleners worden gebruikt om te komen tot de vraagstelling in ronde 1 (open vragen en Likert-statements). Er wordt gebruik gemaakt van een online instrument (Qualtrics) voor de verdeling van de vragenlijsten en het verzamelen van de resultaten. Resultaten en conclusie De verwachte output van dit Delphi-onderzoek is een gedragen definitie van MCN bij kinderen en adolescenten. Ook hopen wij bij te dragen aan cross-sectorale inzichten wat betreft identificatie en aanpak van deze problematiek.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Methylatie van het glucocorticoïdreceptorgen NR3C1-1F en de impact op de functie van de HPA-as bij niet-pulsatiele tinnitus met en zonder paniekaanvallen. 01/04/2017 - 31/03/2018

Abstract

Tinnitus is een prevalent en potentieel erg invaliderend symptoom, gekenmerkt door het waarnemen van geluid in afwezigheid van een externe geluidsbron. Zoals bij andere chronische gezondheidsproblemen, kan tinnitus beschouwd worden als een chronische stressor, die aanleiding geeft tot een ontregeling van de hypothalamo-hypofysaire-bijnier (hypothalamo-hypopituitary-adrenal: HPA) -as. Meer bepaald wordt een hypersuppressie van cortisol gezien bij tinnituspatiënten na toediening van een lage dosis dexamethasone, suggestief voor een toegenomen gevoeligheid van het negatieve feedbacksysteem van de HPA-as. Het is nog onduidelijk welk mechanisme verantwoordelijk is voor deze toegenomen negatieve feedback, maar mogelijk liggen epigenetische fenomenen, zoals de hypomethylatie van het 1F exon van het glucocorticoïd receptor gen (NR3C1), een belangrijke component van het feedbacksysteem van de HPA-as, aan de basis hiervan. Het doel van deze studie is het onderzoeken van de methylatiepercentages van het NR3C1-1F exon en het effect hiervan op het feedbacksysteem van de HPA-as in tinnituspatiënten, vergeleken met gezonde controles. In tinnituspatiënten worden lagere NR3C1-1F methylatiepercentages verwacht, met een geassocieerde hypersuppressie van de cortisolsecretie volgend op een 0.5mg dexamethasone challenge. Gezien de frequente comorbiditeit van en de symptoomoverlap tussen tinnitus en de paniekstoornis, gekenmerkt door herhaaldelijke onverwachte paniekaanvallen, zal tevens het effect van paniekaanvallen op de NR3C1-1F methylatie en de impact hiervan op de negatieve feedback naar de HPA-as in tinnituspatiënten onderzocht worden. Verwacht wordt, dat de NR3C1-1F methylatiepercentages hoger zullen zijn binnen de groep met paniekaanvallen en geassocieerd met een hogere cortisolsecretie na de dexamethasone suppressietest, gezien de normale tot lage cortisolsuppressieratio's die gerapporteerd worden bij de paniekstoornis. 60 patiënten met tinnitus waarvoor onvoldoende medische oorzaak gevonden werd, zullen gerecruteerd worden binnen de dienst Otorhinolaryngologie van het Universitair Ziekenhuis Antwerpen, waarvan 30 patiënten met en 30 zonder paniekaanvallen. Patiënten met een huidige diagnose van een majeur depressieve stoornis of een post-traumatische stressstoornis, actief middelenmisbruik of een lifetime diagnose van een bipolaire of psychotische stoornis worden geëxcludeerd voor deelname aan de studie, alsook vrouwen die zwanger zijn of borstvoeding geven en individuen die behandeld worden met hormoonvervangende therapie (met uitzondering van orale contraceptiva) of corticosteroïden. Er zullen 30 gezonde controles gerecruteerd worden die qua leeftijd en geslacht overeenstemmen met de patiëntenpopulatie. DNA zal geïsoleerd worden uit perifeer bloed voor de bepaling van methylatiepercentages van het NR3C1-1F exon met behulp van quantitatieve pyrosequencing. mRNA-expressieratio's zullen worden bepaald door middel van Two-Step real-time PCR op geïsoleerd mRNA uit perifeer bloed. DNA-methylatiepercentages en mRNA-expressieratio's zullen vervolgens gecorreleerd worden met functionele uitkomstmaten van de functie van de HPA-as, meer bepaald de ontwakingsrespons van cortisol en de cortisolsuppressieratio's na toediening van 0.5mg dexamethasone, dewelke gemeten werden in dezelfde studiepersonen binnen een ander studieprotocol.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Het gebruik van een moleculair signalisatie profiel in witte bloedcellen gemeten door hoog-sensitieve mass spectrometry (MS)-based proteomics in de differentiaal diagnose tussen majeure depressie en bipolaire stoornis. 01/04/2017 - 31/03/2018

Abstract

Depressieve stoornis (MDD) en bipolaire spectrum stoornis (BD) zijn ernstige, invaliderende psychiatrische stoornissen die beiden gekenmerkt worden door depressieve symptomatologie. In de klinische praktijk presenteren patiënten met een unipolaire of bipolaire depressie zich veelal met identieke symptomen, waardoor er vaak op basis van het klinische beeld op onvoldoende betrouwbare en objectieve wijze een onderscheid kan gemaakt worden tussen beide aandoeningen. Gezien de behandeling tussen deze aandoeningen wel degelijk verschillend is blijft daarom de daaropvolgende correcte behandeling soms uit. Talrijke pogingen zijn gedaan om één specifieke biomarker te vinden die MDD en BD objectief kan onderscheiden, tot dusver zonder succes. Daarom werd onlangs voorgesteld om grootschalige biomedische data, zoals kwantitatieve proteomics, te gebruiken als biomarker sets die deze diagnostiek kunnen ondersteunen. In het huidige project, zullen we onderzoeken of proteomics analyse van perifere mononucleaire bloedcellen (PBMC) als een zeer specifieke diagnostische tool kunnen gebruikt worden om patiënten met MDD te onderscheiden patiënten met een bipolaire depressieve stoornis. Het project zal een samenwerking zijn tussen het Collaborative Antwerp Psychiatric Research Institute (CAPRI, faculteit geneeskunde, Universiteit Antwerpen) en het VIB Departement voor Moleculaire Genetica (VIB DMG, Universiteit Antwerpen). CAPRI zal de klinische studie arm verzorgen door het includeren en het klinisch fenotyperen van de psychiatrische proefpersonen. Zij zullen ook het bloedstaal afnemen, terwijl het proteoom analyse zal worden uitgevoerd op VIB DMG. Momenteel is het ThermoScientific Tribrid Fusion Orbitrap MS-systeem het meest optimale Mass Spectrometrie platform voor diepgaande kwantitatieve proteomics (in termen van nauwkeurigheid en betrouwbaarheid van de proteïne-identificatie). Het laboratorium van Prof. Maudsley (VIB DMG) beschikt over de enige Tribrid Fusion MS in België tot nu toe.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Onderzoek in het vakgebied van de psychiatrie en in dat van de medische psychologie. 01/01/2017 - 30/06/2017

Abstract

Graag wil ik in de beoogde periode onderzoekswerk verrichten in twee domeinen: het eerste in het vakgebied van de psychiatrie, het tweede in dat van de medische psychologie. Het betreft de volgende onderzoeksprojecten: 1) Antwerp ROM Data inzake patiënten lijdend aan therapieresistente depressie (TRD). Doel van het onderzoek is om met behulp van de analyses van de eerste 200 patiënten van dit unieke databestand een onderzoeksstrategie voor de volgende jaren uit te tekenen. Te verwachten output: A1 publicaties over de data-analyses; definitief onderzoeksplan met opzet van meerdere doctoraatsprojecten binnen de lijn "depressieve stoornissen" van de vakgroep CAPRI (Collaborative Antwerp Psychiatric Research Institute: www.uantwerpen.be/nl/onderzoeksgroep/capri) 2) Medisch psychologische literatuurstudie naar de opvattingen over lichaam, lichaamsbeleving en lichaamsbeeld in de grote Westerse filosofische stromingen. Te verwachten output: cursustekst plus boek

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Subtypes binnen de Borderline Persoonlijkheidsstoornis, hun validatie en therapieverloop. 01/09/2016 - 31/08/2018

Abstract

Ondanks de mogelijkheid om de Borderline Personality Disorder (BPD) te diagnosticeren, gedefinieerd als een duurzaam patroon van instabiele interpersoonlijke relaties, zelfbeeld en emoties, en een sterke impulsiviteit, nog steeds aanzienlijke heterogeniteit werd waargenomen in de BPD bevolking, welke diagnose en behandeling van deze patiënt moeilijk maakt. De indeling van BPD in subtypen op basis van temperament en emotieregulatie heeft theoretische en klinische implicaties. Bijvoorbeeld, op basis van temperament profielen of BPD kan de patiënt persoonsgebonden behandeling ontwikkelen. Daarom is het eerste doel van dit project te onderzoeken of we subtypes van BPS patiënt op basis van temperamentvolle functies kunnen definiëren en te onderzoeken of deze subtypes respectievelijk verschillen met betrekking tot de psychopathologie en het omgaan (bijv., Psychiatrische symptomen, emotieregulatie). Het tweede doel van dit project is te onderzoeken of de verschillende subtypes van BPS anders zullen reageren op de behandeling dat zij zullen ondergaan. Tijdens de laatste twee jaar hebben we de verzamelde gegevens van150 patiënten met een Borderline-stoornis in twee psychiatrische afdelingen, die gespecialiseerd zijn in de behandeling van BPD, op basis van de dialectiek gedragstherapie. De deelnemers werden beoordeeld door zowel direct (interviews en vragenlijsten) en indirecte maatregelen (op prestaties gebaseerde taken) of temperamentvolle kenmerken, coping-stijlen (bijvoorbeeld dissociatie) en psychopathologie (bv niet-suïcidale zelfverwonding, depressie, alexithymie) en worden gevolgd tijdens de behandeling.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Ontwikkeling, implementatie en effect onderzoek naar meerwaarde van het toevoegen van een online aangeboden Cognitieve Gedragstherapie bovenop online impliciete cognitieve training voor behandeling van mensen met een verslaving aan geld-en kansspelen 01/12/2015 - 30/11/2016

Abstract

De focus en het vernieuwend van het huidige project is dat we willen nagaan of het toevoegen van een online aangeboden cognitieve gedragstherapeutische module (MB en CGT), waarbinnen (online) direct patiëntencontact, enerzijds de effectiviteit van de online CBM module vergroot en anderzijds de behandeltrouw (meer mensen die het programma starten doorlopen het volledig) kan vergroten. Aansluitend exploreren we of de intensiteit van het aangeboden CGT een rol speelt. Dit is, ook vanuit gezondheid economisch oogpunt belangrijk gezien een kortdurende interventie beduidend goedkoper is dan een langer durende, wekelijks aangeboden, interventie. Tot slot willen we nagaan welk van de CBM trainingen modules (aandacht training of actietendenstraining) het meest profiteert van een bijkomende CGT module. 1. We focussen ons op drie veelvoorkomende domeinen van gokproblemen, waarvoor reeds stimuli geïntegreerd werden in het huidig lopende CBM online programma, www.impliciet.eu (gokken) programma. Het betreft zowel real-world als online aangeboden kansspelen, met een hoog risicoprofiel: a. Roulette en dobbelspelen (Craps) b. Kaartspelen (Poker, Black Jack, Punto Banco) c. Slots/Fruitautomaten d. Sportweddenschappen e. Bingo-toestel. 2. We ontwikkelen hiertoe een online behandelplatform waarbinnen twee vormen van CGT kunnen worden aangeboden. Een kortdurende op motivatie bevordering gerichte interventie (MB) en een meer uitgebreide CGT protocol (12 weken, wekelijks contact). 3. De studie wordt gepland als een gerandomiseerd 2 (MB versus CGT) x 2 (6 sessies of Approach-bias re-training + 6 sessions of attentional bias re-training versus placebo) design. 4. De effecten zullen onderzocht worden wat betreft gokgedrag na 12 weken behandeling en na drie maanden follow-up 5. De trainingen zullen in België en buitenland bekendgemaakt worden via wetenschappelijke communicaties en binnen België kenbaar gemaakt worden aan de brede sector van (gok) hulpverlening.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Project website

Het ontwikkelen van multidisciplinaire samenwerkingsafspraken voor de aanpak en opvolging van patiënten met majeure depressie. 01/02/2015 - 31/12/2015

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds de Vlaamse overheid. UA levert aan de Vlaamse overheid de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Ontwikkeling van translationele modellen voor de evaluatie van behandelingen met antidepressiva. 01/01/2015 - 31/12/2018

Abstract

Wereldwijd onderzoekt men nieuwe manieren om depressies te behandelen die steunen op de snelle antidepressieve werking van lage dosissen van het anesteticum ketamine. Spijtig genoeg wordt de snelle actie algemeen ook verbonden aan de relatief kortdurende werking. Om de bruikbaarheid van dergelijke benaderingen te verbeteren, is het belangrijk om te onderzoeken waarom en hoe de herhaling van symptomen ontwikkelt en of behandelingen dergelijke terugval kunnen beletten. In dit project wil men experimentele therapeutische modellen ontwikkelen voor de evaluatie van medicijnen die het herhalen van symptomen kunnen beletten bij depressies.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Translationeel onderzoeksplatform voor getrapte zorg bij therapieresistente depressie. 13/11/2014 - 31/12/2018

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds de Vlaamse overheid. UA levert aan de Vlaamse overheid de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Sociale cognitie bij zedendelinquenten. 01/09/2014 - 31/08/2018

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds de UZA. UA levert aan de UZA de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Psychologische en gedragsmatige trek-kwetsbaarheden in de etiopathogenese van ernstige majeure depressie. 01/09/2014 - 31/08/2015

Abstract

Dit project betreft fundamenteel kennisgrensverleggend onderzoek gefinancierd door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek-Vlaanderen. Het project werd betoelaagd na selectie door het bevoegde FWO-expertpanel.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Elektroconvulsie Therapie (ECT) bij de Majeur Depressieve Stoornis : verder onderzoek naar de impact van ECT op psychomotorische en cognitieve symptomen en naar optimalisatie van onderhoudsbehandelingsschema's. 01/08/2014 - 15/11/2018

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds Emmaus. UA levert aan Emmaus de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

De cognitieve factoren van functionele uitkomst in bipolaire en psychotische stoornis. 01/08/2014 - 31/07/2018

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds Emmaus. UA levert aan Emmaus de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Multimodale studie van een neuroinflammatoir model bij bipolaire stoornis. 01/02/2014 - 31/01/2015

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds Emmaus. UA levert aan Emmaus de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Onderzoek in het domein van de volwassenenpsychiatrie. 01/01/2014 - 30/04/2015

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds PZ Duffel. UA levert aan PZ Duffel de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Ontwikkeling, implementatie en effectenonderzoek van een online impliciete cognitieve training voor de behandeling (zelfhulp en actieve behandeling) van mensen met een verslaving aan geld- en kansspelen. 01/01/2014 - 31/12/2014

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds de Nationale Loterij. UA levert aan de Nationale Loterij de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Het Kynurenine Traject van Tryptofaan Katabolisme. 13/11/2013 - 31/10/2015

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht toegekend door de Universiteit Antwerpen. De promotor levert de Universiteit Antwerpen de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd door de universiteit.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Herwerking van het instrument ter bepaling van de intensiteit van zorg voor kinderen en adolescenten (IZIKA - CASII) en van het instrument voor infants en kleuters (IZIIK - ESCII) voor gebruik in functie van de Intersectorale Toegangspoort. 11/07/2013 - 28/02/2014

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds de Vlaamse overheid. UA levert aan de Vlaamse overheid de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Protocollering van de vraagverheldering door de meldpunten crisisjeugdhulp. 04/02/2013 - 30/11/2013

Abstract

In crisisjeugdhulp dient er snel en doelmatig gereageerd te worden op een cliëntsysteem dat uit balans geraakt is. Snel en doelmatig werken vraagt om een gemeenschappelijke taal die samenwerking over de verschillende sectoren heen kan bevorderen en een eenduidigheid die toeleiding kan faciliteren. Om te komen tot een helder en bruikbaar instrument stelt het onderzoeksteam een stappenplan voor dat uit vier duidelijk onderscheiden stappen bestaat: de inventarisatiefase, de toetsingsfase, de consolidatiefase en de rapporteringsfase.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Multimodaal onderzoek van een neuroinflammatoir model bij schizofrenie. 01/01/2013 - 31/12/2016

Abstract

Doel van dit project is de rol van deze processen in de pathogenese van schizofrenie op te helderen, door middel van een exploratieve studie bij een groep jonge en acuut psychotische schizofrene patiënten, bij wie op verschillende momenten in het verloop van de ziekte metingen zullen gebeuren van biologische parameters die allen gelinkt zijn aan de neuro-inflammatoire hypothese: (i) microglia-activiteit in het centraal zenuwstelsel zal rechtstreeks worden bepaald via een nucleaire merker bij PET-scan, (ii) cytokinewaarden wijzend op inflammatie zullen worden gemeten in perifeer bloed met flowcytometrie en (iii) aanwezigheid van relevante metabolieten uit de tryptofaan-pathway zullen worden vastgesteld in bloedstalen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Verstrekken van expertise op het vlak van ethisch verantwoord sporten, met inbegrip van de problematiek aangaande integriteit, seksueel misbruik en geweld. 01/06/2012 - 31/05/2014

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds de Vlaamse overheid. UA levert aan de Vlaamse overheid de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Sociale cognitie van pool tot pool: een onderzoek naar sociale cognitie in de affectieve fases van bipolaire stoornis. 01/01/2012 - 31/12/2015

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds IWT. UA levert aan IWT de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

454 sequencing-gebaseerde identificatie van causale varianten voor schizofrenie en bipolaire stoornis in multigenerationele families. 01/01/2012 - 31/12/2013

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds IWT. UA levert aan IWT de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Consumptie van alcohol, illegale drugs, hypnotica en tranquillizers bij de Belgische bevolking. Preventie en behandeling door huisartsen en gezondheidstoezicht op de werkvloer door arbeidsgeneesheren; kennis, noden en voorraad (UP TO DATE). 01/12/2011 - 01/12/2014

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds de federale overheid. UA levert aan de federale overheid de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Intensieve behandeling voor patiënten met een dubbele diagnose. 21/11/2011 - 28/02/2013

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds PZ St.-Norbertus. UA levert aan PZ St.-Norbertus de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

To do or not to do? Effort based besluitvorming in schizofrenie. 01/01/2011 - 31/12/2014

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds IWT. UA levert aan IWT de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Sociaal gedrag in schizofrenie: een neurocognitieve benadering. 01/01/2011 - 31/12/2014

Abstract

Door de herkenning van sociale cognitie als een belangrijke beperking bij schizofreniepatiënten is er meer onderzoek verricht naar deze aspecten. Echter zijn dat altijd onderzoeken geweest met passieve taken die de realiteit nauwelijks benaderden. Hier tegenover staan wel heel wat actievere onderzoeken naar sociale cognitie bij gezonde vrijwilligers. Nu blijkt dat de hersengebieden die betrokken zijn bij sociale cognitie bij gezonde mensen, veel overlap vertonen met de specifieke hersengebieden die verstoord zijn bij schizofreniepatiënten in niet-sociale taken. Daarom willen wij de lacunes van het huidige onderzoek naar sociale cognitie bij schizofreniepatiënten overbruggen met behulp van (1) paradigma's die zich richten op 'daadwerkelijk' gedrag in verschillende sociale contexten, (2) reële sociale interactieve situaties waarin de taken zijn verdeeld onder de deelnemers, (3) beeldvorming door middel van EEG en fMRI.

Onderzoeker(s)

  • Promotor: Sabbe Bernard
  • Mandaathouder: de la Asuncion Elvira Javier

Onderzoeksgroep(en)

Neuropsychologie en de elektrofysiologie van cognitieve stoornissen bij schizofrenie. 01/07/2010 - 30/06/2011

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds een privé-instelling. UA levert aan de privé-instelling de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

454 sequencing-gebaseerde identificatie van causale varianten voor schizofrenie en bipolaire stoornis in multigenerationele families. 01/01/2010 - 31/12/2011

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds IWT. UA levert aan IWT de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Analyse van en rapporteren over de data aangebracht door de Stobbe in het kader van het project Gezinsdiagnostiek. 01/01/2010 - 30/06/2011

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds een privé-instelling. UA levert aan de privé-instelling de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

  • Promotor: Deboutte Dirk

Onderzoeksgroep(en)

Polygebruik en mentale gezondheid bij druggebruikers die een vraag naar behandeling stellen (POLYMEH). 01/12/2009 - 30/06/2011

Abstract

De onderzoeksdoelstellingen van deze studie zijn drieledig: Vooreerst willen we de prevalentie van polydruggebruik en de kenmerken van polydruggebruikers in kaart brengen, dit binnen de ambulante en residentiele verslavingszorg in Belgie; . Vevolgens willen we nagaan in welke mate personen in behandeling voor middelengerelateerde problemen ook kampen met bijkomende psychiatrische stoornissen en willen we de prevalentie en het type van DSM 'As l'- en 'As II'-stoornissen in deze populatie bepalen; Tot slot willen we de kenmerken en het psychiatrisch profiel van polydruggebruikers vergelijken met die van personen die slechts één middel misbruiken.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Diagnose van het psychomotorische syndroom bij schizofrenie. 01/08/2009 - 30/01/2012

Abstract

Het project zal data geven over het voorkomen en de ernst van psychomotorsymptomen in een grote groep van schizofienie-patiënten en wil een nieuwe diagnostische methode op punt stellen waarmee de arts in alle stadia van de ziekte (klinisch en subklinisch) gemakkelijk de psychomotorische functionering kan meten. Dit zal resulteren in een meer precieze diagnostische evaluatie op het klinische en cognitieve neuropsychologisch vlak en zal de voorspelling van de sociale en functionele uitkomst ondersteunen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Leerstoel "Advanced research and development in addiction medicine & psychiatry". 01/01/2009 - 31/12/2014

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds een privé-instelling. UA levert aan de privé-instelling de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Psychomotore symptomen bij depressie. 01/10/2008 - 30/09/2009

Abstract

De drie doelstellingen van dit onderzoek zijn: 1/ het onderlinge verband tussen de drie genoemde psychomotorische deeldomeinen bij depressieve patiënten te onderzoeken om zo tot een betere definiëring en classificatie van 'psychomotorische vertraging' te kunnen komen. 2/ de relatie nagaan tussen psychomotorische vertraging op het moment van de start van de behandeling en de uitkomst inzake depressieve symptomen en algemeen, sociaal en professioneel functioneren. 3/ de gelijkenissen en/of verschillen in het patroon van psychomotorische afwijkingen tussen MDS en MP gedetailleerd in kaart te brengen en dit voor alle bovenvermelde psychomotorische deeldomeinen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Onderzoek naar de effecten van langetermijnbehandeling met Modalfinil op de terugval en op de impulscontrole bij alcoholafhankelijke patiënten. 14/07/2008 - 13/07/2012

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds PC B. Alexianen. UA levert aan PC B. Alexianen de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Project Gezinsdiagnostiek-ouderschapsbekwaamheid en gezinsbehandeling 01/10/2007 - 30/09/2009

Abstract

Doelstellingen: 1.Evaluatie gezinsfunctioneren en uitwerking zorgadvies. Ontwikkeling en evaluatie van een evidence based protocol van probleemanalyse en diagnostiek. Het betreft een sterkte/zwakte analyse van het ouderlijk functioneren en een inventarisatie van de noden van betrokken kinderen. Zorgvuldige probleeminventarisatie en diagnostiek dient te leiden tot een geïntegreerd interventieadvies. 2. Interventieprogramma. Ontwikkeling en evaluatie van een evidence based interventieprogramma ter verbetering van ouderschapsbekwaamheid en ondersteuning in het dagelijks leven.

Onderzoeker(s)

  • Promotor: Deboutte Dirk

Onderzoeksgroep(en)

Netwerking complexe casussen. 01/03/2007 - 30/06/2011

Abstract

Met dit onderzoeksproject wil men: - aanzetten geven tot en experimenteren met de opbouw van een regionale dynamiek van verschillende voorzieningen en sectoren om samenwerkingsverbanden uit te werken in functie van cliëntsystemen met een complexere problematiek, zodat in het opbouwde netwerk van partners het gezamenlijke engagement en de collectieve gedragenheid geconcretiseerd wordt. - het profiel van deze doelgroep en zijn context duidelijk definiëren en zichtbaar maken.

Onderzoeker(s)

  • Promotor: Deboutte Dirk

Onderzoeksgroep(en)

Bijkomend onderzoek naar de effectiviteit en efficiëntie van behandelingsprogramma's, specifiek voor patiënten met een dubbele diagnose. 15/04/2006 - 28/02/2009

Abstract

Het doel van deze opdracht is voldoende patiënten in de controlegroep te testen, en dit op een voldoende lange periode om op een valide wijze te kunnen testen of de behandeling in de pilootprojecten effectiever en efficiënter is dan de behandeling in de residentiële standdardbehandelingen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Academisering Psychopathologie Riagg, Teaching and Clinical Training Geestkracht Project Vlaanderen. 01/10/2005 - 30/09/2007

Abstract

Onderzoeker(s)

  • Promotor: Deboutte Dirk

Onderzoeksgroep(en)

Kennis en toepassing van evidence-based richtlijnen in de verslavingszorg. 01/10/2005 - 31/12/2006

Abstract

Het doel van dit onderzoek is om richtlijnen te ontwikkelen voor de behandeling van middelengerelateerde stoornissen (legaal en illegaal).

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Moleculair genetische studies van de HPA-as als neurobiologische risicofactor voor stemmingsstoornissen. 01/01/2005 - 31/12/2008

Abstract

Doelstellingen 1) Verzamelen van populaties van patienten met uitgebreide informatie over het klinische beeld en over de functie van de HP A-as 2) Opstellen van SNP kaarten van kandidaatgenen betrokken in de HP A axis functie 3) Statistisch genetisch onderzoek van de rol van deze kandidaatgenen bij het ontstaan van HP A as dysfunctie en majeure depressie in populaties van patienten en controles.

Onderzoeker(s)

  • Promotor: Claes Stephan

Onderzoeksgroep(en)

Depressie en action monitoring. 01/01/2005 - 31/12/2008

Abstract

De specifieke verwachtingen in dit onderzoek zijn: - De amplitudo van de Ne/ERN is kleiner bij depressieve patienten dan bij controlepersonen (in de rnedicatie-vrije periode voorafgaande aan de therapie). - De amplitudo van de Ne/ERN zal negatief correleren met de mate van cagnitieve stoornissen en de ernst van de cagnitieve en motorische vertraging. - De Ne/ERN-reductie zal verminderen na een behandeling (van 6 weken met een SSRI). Het blijft nag een open vraag in hoeverre de NelERN reductie na behandeling volledig zal verdwijnen (zodat het als 'state marker' moet worden aangemerkt). - Het verminderen van de Ne/ERN-reductie na behandeling zal (positief) correleren met de mate van herstel van de cognitieve stoornissen en de emst van de cagnitieve en motorische vertraging na behandeling.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Effectiviteit en efficiëntie van medicamenten gebruikt voor substitutie. (SUBST-OP) 01/01/2005 - 31/12/2005

Abstract

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Onderzoek naar het cognitief functioneren van patiënten met een middelengebonden stoornis. 01/11/2004 - 31/10/2006

Abstract

Prominente onderzoekers onderkennen het verband tussen impulsiviteit en middelengebonden stoornissen. Daar deze persoonlijkheidstrek verschillende gedragingen waaronder 'novelty seeking', een gebrekkige gedragscontrole en disinhibitie omvat, is het essentieel uit te zoeken of elke gedragscomponenten even belangrijk is. Het onderhavige onderzoeksteam onderzoekt de functie van de disinhibitiecomponent bij abstinente alcoholici. Het team maakt hierbij gebruik van vragenlijsten, go no go paradigma's en goktaken.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Onderzoek naar de effectiviteit van behandelingsprogramma's, specifiek voor patiënten met een dubbele diagnose. 01/11/2004 - 31/10/2006

Abstract

Het onderzoek kadert binnen de beleidsnota voor geestelijke gezondheidszorg (Aelvoet & Vandenbroucke, 2001) en de beleidsnota van de federale regering in verband met de drugsproblematiek (2001). In de eerste nota wordt gesteld dat er nood is aan specifieke aandacht voor de crisisopvang en behandeling van dubbele diagnose patiënten. In de tweede nota wordt gesteld dat de experimenten rond dubbele diagnose patiënten ondersteund en geëvalueerd dienen te worden. Het onderzoek spitst zich zowel toe op patiënten met een dubbele diagnose als op het personeel dat met deze patiënten werkt. Het eerste deel betreft de patiënten met een dubbele diagnose. In dit onderzoek zijn dubbele diagnose patiënten, patiënten die tezelfdertijd lijden aan een ernstige persisterende stoornis van psychotische aard en aan een middelengebonden stoornis. Er wordt getracht een antwoord te formuleren op volgende vragen: 1.Worden dubbele diagnose patiënten effectief behandeld indien zij een residentieel geïntegreerde behandeling volgen? 2.Is er een verschil in effectiviteit tussen residentieel geïntegreerde behandelingen en residentiële standaardbehandelingen?

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Protectieve risicofactoren in de ontwikkeling van gedragsregularisatie, cognitief en sociaal functioneren en psychopathologie bij prematuur geboren kinderen. 01/10/2004 - 30/09/2006

Abstract

Het project is onderdeel van een interdisciplinair prospectief follow-up onderzoek waarin, naast het Universitair Centrum Kinder- en Jeugdpsychiatrie, ook de universitaire diensten neonatologie, gynecologie, het Centrum voor aangeboren metabole aandoeningen (CEMA) en het Centrum voor ontwikkelingsstoornissen (COS) paticiperen. In dit onderzoek wordt samengewerkt onder andere met het Child Study Center Yale University ( dr .Linda Mays) en de Universiteit Utrecht (dr. C. de Weerth) met betrekking tot de ontwikkeling en het functioneren van de HPA -as bij infants en the Lausanne University Hospital (dr. B. Pierrehumbert) met betrekking tot ouderlijke stress en de invloed ervan op ontwikkeling en functioneren. Onderzoeksvragen: -Hoe is de ontwikkeling van gedragsregulatie, slaap, stressresponssysteem en relatievorming van een groep kinderen met prematuriteit en een laag geboortegewicht in vergelijking met kinderen met een normaal geboortegewicht en zwangerschapsduur? -Wat is de invloed van matemele stress -psychologisch. fysiologisch, hormonaal -in de perinatale periode op ontwikkeling en functioneren van kinderen met prematuriteit en een laag geboortegewicht? In welke mate is er bij kinderen met prematuriteit en laag geboortegewicht sprake van ontwikkelingsstoornissen of psychiatrische problematiek of stoornissen op de leeftijd van één jaar.

Onderzoeker(s)

  • Promotor: Deboutte Dirk

Onderzoeksgroep(en)

Cognitieve en motorische stoornissen bij patiënten met depressie. 15/02/2004 - 31/03/2008

Abstract

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Meta-analyse van het onderzoek naar de doeltreffendheid en de doelmatigheid van het medicinaal gebruik van cannabis. 01/11/2003 - 31/12/2004

Abstract

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Onderzoek naar ouderschapsbekwaamheid. 01/10/2003 - 01/10/2007

Abstract

Onderzoeker(s)

  • Promotor: Deboutte Dirk

Onderzoeksgroep(en)

Seksueel risicogedrag en psychopathologie. 01/10/2003 - 30/09/2004

Abstract

Onderzoeker(s)

  • Promotor: Deboutte Dirk

Onderzoeksgroep(en)

Protectieve en risicofactoren in de ontwikkeling van gedragsregulatie, cognitief en sociaal functioneren en psychopathologie bij prematuur geboren kinderen. 01/10/2003 - 30/09/2004

Abstract

Onderzoeker(s)

  • Promotor: Deboutte Dirk

Onderzoeksgroep(en)

Onderzoek naar de effectiviteit van behandelingsprogramma's, specifiek voor patiënten met een dubbele diagnose (DD). 01/08/2003 - 31/12/2004

Abstract

Het onderzoek kadert binnen de beleidsnota voor geestelijke gezondheidszorg (Aelvoet & Vandenbroucke, 2001) en de beleidsnota van de federale regering in verband met de drugsproblematiek (2001). In de eerste nota wordt gesteld dat er nood is aan specifieke aandacht voor de crisisopvang en behandeling van dubbele diagnose patiënten. In de tweede nota wordt gesteld dat de experimenten rond dubbele diagnose patiënten ondersteund en geëvalueerd dienen te worden. Het onderzoek spitst zich zowel toe op patiënten met een dubbele diagnose als op het personeel dat met deze patiënten werkt. Het eerste deel betreft de patiënten met een dubbele diagnose. In dit onderzoek zijn dubbele diagnose patiënten, patiënten die tezelfdertijd lijden aan een ernstige persisterende stoornis van psychotische aard en aan een middelengebonden stoornis. Er wordt getracht een antwoord te formuleren op volgende vragen: 1.Worden dubbele diagnose patiënten effectief behandeld indien zij een residentieel geïntegreerde behandeling volgen? 2.Is er een verschil in effectiviteit tussen residentieel geïntegreerde behandelingen en residentiële standaardbehandelingen?

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Onderzoek in het kader van de samenwerking tussen het PC-Sint-Norbertus en het Collaborative Antwerp Psychiatric Research Institute (CAPRI - Medische Psychologie en Psychiatrie). 01/07/2003 - 31/12/2004

Abstract

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

HPA-as disfunctie als neurobiologische risicofactor voor stemmingsstoornissen : onderzoek naar de genetische achtergrond. 01/01/2002 - 31/12/2003

Abstract

Bij een groot deel van de patienten met stem mingsstoornissen wordt disfunctie van de hypothalamisch-hypofysaire-bijnierschors-as (HPA-as) teruggevonden. Deze disfunctie is in bepaalde gevallen genetisch bepaald. Dit project omvat het opsporen van single-nucleotide-polymorfismen (SNPs) in HPA-as gerelateerde genen. Vervolgens wordt onderzocht of deze SNPs bijdragen tot HPA-as disfunctie en tot aanleg voor stem mingsstoornissen.

Onderzoeker(s)

  • Promotor: Claes Stephan

Onderzoeksgroep(en)

De HPA als feedback disfunctie bij patiënten met een vitaal depressief toestandsbeeld : biologische en genetische aspecten. 01/01/2001 - 31/12/2003

Abstract

Uit tal van studies blijkt dat een groot deel van de patiënten met een vitaal depressief toestandsbeeld een disfunctie vertonen in de hypothalamisch-hypofysaire-bijnierschors-as (HPA-as), meer bepaald een stoornis in de negatieve feedback van dit systeem via cortisol. Deze disfunctie is deels eigen aan het depressieve toestandsbeeld, maar blijft bij een aantal patiënten ook bestaan na het verbeteren van hun depressie, wat een belangrijke risicofactor is voor herval. Het eerste deel van deze studie richt zich op het nauwkeurig bestuderen van de HPA-as functie via een gecombineerde dexamethasone-CRH-test bij 75 patiënten met majeure depressies en aangepaste controlepersonen. Het tweede deel van het onderzoek bestaat uit een moleculair- genetische studie van DNA sequentie variaties in genen die een rol spelen in de in de HPA-as functie (receptoren voor C RH, ACTH, gluco- en mineralocorticoidreceptoren). Eerst zal worden nagegaan of er DNA sequentie variaties in deze genen voorkomen in de bevolking, vervolgens of deze variaties significant meer voorkomen in de hoger vermelde populatie van majeur depressieve patiënten. Er kan dan ook een correlatie gemaakt worden tussen deze variaties en de resultaten van de dexamethasone-CRH test in deze groep.

Onderzoeker(s)

  • Promotor: Claes Stephan

Onderzoeksgroep(en)