Call for papers
Conferentie: Andere talen in burgerlijke procedures
Het taalgebruik binnen gerechtelijke procedures vormt een fundamenteel onderdeel van een goede rechtsbedeling. De problematiek van het taalgebruik in gerechtszaken is vandaag springlevend, zij het dat de insteek veranderd is. Het beginsel “streektaal is gerechtstaal” wordt in België als dusdanig niet meer in vraag gesteld, maar niettemin is de strikte eentaligheid van de procedure in een diverse en geglobaliseerde samenleving niet langer vanzelfsprekend. In andere landen, zoals Nederland, duiken vragen op over het gebruik van andere talen, onder meer in het licht van internationale commerciële rechtbanken (international commercial courts) waar procedures in het Engels mogelijk zijn. ‘Andere talen’ verwijst in deze context naar andere talen dan de taal (of talen) van het taalgebied.
Ook in Zuid-Afrika is het taalgebruik in gerechtszaken voorwerp van discussie. De discussie heeft daar echter betrekking op (een inperking van het gebruik van) andere (officiële) talen dan het Engels. Hoewel het Zuid-Afrikaanse taalmodel traditioneel aanleunde bij het personaliteitsbeginsel (in tegenstelling tot het territorialiteitsbeginsel met verschillende taalgebieden), besliste een voormalige Chief Justice enkele jaren geleden dat enkel het Engels nog de language of record is. Dit leidt tot vragen naar de status van andere officiële talen in Zuid-Afrika.
Tegen deze uiteenlopende achtergrond kan het gebruik van “andere talen in burgerlijke procedures” verschillende vormen aannemen en meerdere doeleinden dienen. Een eerste vorm zijn de procedures die in een andere taal dan de taal van het gebied verlopen. Dit gebeurt bijvoorbeeld met het gebruik van het Engels in grote commerciële geschillen en bij internationale commerciële rechtbanken. Een tweede vorm verwijst naar gebruik van andere talen enkel voor bepaalde elementen in de procedure. Dit zijn bijvoorbeeld anderstalige rechtsbronnen, overtuigingsstukken, getuigen- en partijverklaringen en deskundigenverslagen, terwijl de procedure in de taal van het gebied verloopt. Deze twee vormen kunnen ook gevolgen hebben voor de taalkennisvereisten opgelegd aan rechters. In Zuid-Afrika komen deze twee vormen ook naar voren, zij het in een andere context, gelet op de inperking van het gebruik van andere talen dan het Engels.
Het overkoepelende thema – het gebruik van andere talen dan de taal (of talen) van het taalgebied of de opgelegde taal (of talen) in burgerlijke procedures – vormt het voorwerp van een internationaal wetenschappelijk colloquium op 26 en 27 november 2026 aan de Faculteit Rechten van de Universiteit Antwerpen. Het colloquium zal bestaan uit drie delen. Het eerste deel voorziet een inleiding op het thema vanuit supranationaal perspectief, met aandacht voor het EVRM, minderheidsverdragen en Europese Unierecht. Tijdens het tweede deel verwelkomen we rechtsvergelijkende presentaties uit Nederland, Suriname, Zuid-Afrika en België. Bijkomend ontvangen we in het derde deel graag bijdragen uit andere landen waar dit thema actueel is.
Het doel van dit rechtsvergelijkend colloquium is theorievorming inzake verschillende modellen alsook een grondwettelijk en mensenrechtelijk toetsingskader voor het gebruik van andere talen in burgerlijke procedures met bijzondere aandacht voor internationale commerciële rechtbanken. Tijdens het colloquium wordt onder meer de benadering per land besproken, met aandacht voor de vereiste taalkennis voor rechters, de bescherming van zwakkere partijen, de vereiste (soort van) vertalingen, het recht op een openbaar proces, en het succes of de invloed van (inperkingen van) beide vormen.
Sprekers kunnen zich kandidaat stellen voor een presentatie tijdens het eerste, tweede of derde deel door indiening van een korte biografie (maximaal 100 woorden) en een abstract (maximaal 300 woorden) via jonathan.bernaerts@uantwerpen.be voor 1 juli 2026. Kandidaten worden op 30 juli 2026 op de hoogte gebracht van de beslissing over hun kandidatuur. Ze ontvangen daarbij enkele richtinggevende vragen voor hun bijdrage. Bijdragen aan de conferentie kunnen worden opgenomen in een gezamenlijke publicatie. Eventuele vragen kunnen worden gericht aan jonathan.bernaerts@uantwerpen.be.
Wetenschappelijk comité: Jonathan Bernaerts, Beatrix Vanlerberghe, Frank Judo, Jean Sonnekus en Bastiaan Van der Velden
- Datum conferentie: 26 en 27 november 2026
- Locatie: Antwerpen, Stadscampus
- Deadline abstract & korte biografie: 1 juli 2026
- Beslissing kandidatuur: 30 juli 2026
- Indiening & contactpersoon: Jonathan Bernaerts (jonathan.bernaerts@uantwerpen.be)