Wat is een incunabel?
Het woord 'incunabel' komt van het Latijnse in + cuna, wat letterlijk 'in de wieg' betekent. Een incunabel wordt dan ook vaak een wiegendruk genoemd, omdat het boeken zijn die in de kinderjaren van de boekdrukkunst in de Lage Landen werden gedrukt. Concreet noemen we elk gedrukt boek dat vóór 1 januari 1501 gedrukt werd een incunabel. Dit soort drukken werd volop in de handschriftelijk periode vervaardigd, voor de boekdrukkunst het praktisch overnam. De bladspiegel en het schrifttype van incunabelen lijken dan ook heel vaak op die van handschriften.
De omvangrijke collectie incunabelen van het Ruusbroecgenootschap bevat een honderdtal incunabelen en meer dan 50 postincunabel. een postincunabel is dan weer een vroege druk die in de "tienerjaren" van de boekdrukkunst werd gedrukt. Daar zetten we de grens doorgaans op het jaar 1520. Alles wat daarna verschijnt, noemen we een oude druk. In de catalogus vind je de incunabelen terug met het signatuur RG OLV 88 en daarna het planknummer. 'RG' staat duidelijk voor 'Ruusbroecgenootschap'. Voor de bibliotheek zich in de Grote Kauwenberg bevond, huisde die in het Onze-Lieve-Vrouwecollege op de Frankrijklei, waar de incunabelen in kast 88 stonden. Bij het overbrengen van de collecties werd de signatuur behouden.
Een heel speciale incunabel ...
Een van de (vele) parels van het Ruusbroecgenootschap is ook door de Vlaamse Overheid als topstuk erkend. Het gaat om het werk Speculum Conversionis Peccatorum, of de Spiegel van de bekering der zondaars uit 1473. Dit is het allereerste boek dat in de Zuidelijke Nederlanden van de persen kwam: Dirk Martens drukte de Speculum in samenwerking met de Duitser Jan van Westfalen. Het werk is van de hand van de Limburgse kartuizer en veelschrijver Dionysius van Rijckel (1402/03-1471).
Het is een bescheiden boekje van amper 28 bladzijden en zonder titelpagina: de gegevens over de plaats en het jaar van uitgave staan achteraan in de colofon. Het boekje maakt deel uit van een verzamelband met vijf zeer vroege drukwerkjes, waaronder nog drie uitgaven van Dirk Martens in Aalst uit 1473-1474. De vijf werden al vroeg samengebonden en worden voorafgegaan door een handgeschreven inhoudsopgave. Dankzij een annotatie op die pagina weten we dat de band zich oorspronkelijk in de bibliotheek van de priorij Rooklooster in Oudergem bij Brussel bevond. Vandaag is dit stukje geschiedenis te vinden onder de signatuur RG-OLV 88 E 18.