Onderzoeksgroep

Expertise

Mijn onderzoeksexpertise ligt op het snijvlak van evolutionaire ecologie, biodiversiteitsmonitoring en One Health, met focus op Afrikaanse vleermuizen en tropische bosecosystemen. Ik bestudeer hoe variatie in functionele kenmerken van vleermuizen, zoals vlieggedrag, akoestische signalen, dispersie en genetische diversiteit, de integriteit van ecosystemen weerspiegelt, de reacties van soorten op milieuveranderingen beïnvloedt en de prevalentie van door vleermuizen overgedragen pathogenen bepaalt. Vergelijking van kenmerken tussen soorten en habitats legt de link tussen biodiversiteitspatronen en de dynamiek van wilde pathogenen en onthult de ecologische processen die virussen in de natuur in stand houden. Inzicht hierin genereert voorspellende kennis over zoönotische overspringing en ondersteunt preventiestrategieën voor opkomende infectieziekten. Ik combineer uitgebreid veldonderzoek, zoals bioakoestiek van vleermuizen en zoogdieren, mistnetten, harpvallen, cameravallen en milieu-DNA-monsters, met laboratorium- en computationele benaderingen, waaronder fylogenetica, virale genomica, bio-informatica en remote sensing. Deze integratie legt fijnmazige kenmerken van soortenassemblages vast naast grootschalige patronen van gemeenschapsstructuur en milieuvariabiliteit. Ik pas integratieve taxonomie toe en neem deel aan eco-epidemiologische raamwerken om te begrijpen hoe habitatverstoring, soortinteracties en gemeenschapsstructuur de circulatie van pathogenen sturen. Filovirus-blootstelling laat multihost-netwerken zien, gevormd door complexe interacties en landschapsconfiguraties, waarbij ecologische factoren de virale persistentie versterken of beperken. Ik draag bij aan de ontwikkeling van snelle, laagdrempelige en kostenefficiënte strategieën voor biodiversiteitsbeoordeling in tropische en gematigde biomen. Gestandaardiseerde bemonstering, functionele biodiversiteitsindices en vergelijkende analyses over restauratie- en landgebruiksgradiënten leveren bruikbare indicatoren voor ecosysteemresilience, vertebratendiversiteit en viroombiomecomplexiteit. Deze instrumenten ondersteunen natuurbehoudsplanning, ecosysteemherstel, risicobeoordeling van ziekten en evidence-based besluitvorming en bieden schaalbare en overdraagbare oplossingen voor diverse regio’s. Naast vleermuizen draag ik bij aan bredere initiatieven voor wilde dierenbehoud en One Health in tropische landschappen. Ik bestudeer primaten, waaronder bedreigde rode colobus en chimpanseepopulaties, analyseer darmmicrobiota, experimenteer met zaadkieming via ontlasting in gecontroleerde omstandigheden ter ondersteuning van lokaal natuuronderwijs, en integreer lokale ecologische kennis om menselijke–wilde diereninteracties en natuurbehoudspercepties te begrijpen. Daarnaast draag ik bij aan het vergroten van kennis over vectoren van onchocerciasis (rivierblindheid), een endemische ziekte in Sub-Sahara Afrika, inclusief de Democratische Republiek Congo. Mijn onderzoek benadrukt integratieve en schaalbare benaderingen die ecologische theorie koppelen aan praktische natuurbehouds- en gezondheidsuitkomsten. Door evolutionaire ecologie, biodiversiteitsmonitoring en virologie te verbinden, toon ik hoe functionele diversiteit en gemeenschapsdynamiek pathogeenverspreiding en ecosysteemresilience sturen. Dit werk versterkt voorspellende kaders voor zoönotisch risico, bevordert natuurbehouds- en herstelstrategieën en positioneert ecologisch onderzoek als een centraal instrument voor proactieve ziektebewaking, duurzaam ecosysteembeheer en beleidsrelevante oplossingen. Overdraagbare methoden, indicatoren en monitoringsystemen verhogen de mondiale capaciteit om risico’s van opkomende infectieziekten te beperken, terwijl biodiversiteit en ecosysteemfunctie behouden blijven.