Abstract
Hoewel adequate en betaalbare huisvesting een grondrecht is, wordt dit door kwantitatieve en kwalitatieve schaarste niet gegarandeerd voor de lage-inkomensquintielen. Dit onderzoek richt zich op de 'noodkopers' en 'noodeigenaars' op de Vlaamse woonmarkt, die in vroeger en huidig woonbeleid van eigenaarschap een speerpunt heeft gemaakt. Minstens 4% of 119.000 huishoudens worden, ondanks hun eigenaarschap, echter geconfronteerd met een ontoereikende woningkwaliteit en grote renovatienood en hebben weinig of geen mogelijkheden om grondig iets aan hun woonsituatie te veranderen. Doe-het-zelf renovaties vormen voor hen vaak de enige optie, maar de omvang, aanpak en impact blijven onder de radar in bestaand kwantitatief onderzoek en datasets. Het project beoogt daarom kwalitatieve onderzoeksmethoden toe te passen via een case study op de Rupelstreek om de renovatie inspanningen van de noodeigenaars bloot te leggen. Gezien de institutionele context waarin deze informele renovatiepraktijken plaatsvinden, zal de frictie in kaart worden gebracht met bestaande werkingen en beleidsinitiatieven en wederzijdse drempels onderzocht. Tot slot wordt onderzocht hoe specifiek de architect een ondersteunende rol kan spelen, om zo beleidsaanbevelingen te formuleren die bijdragen aan een inclusiever woonbeleid.
Onderzoeker(s)
Onderzoeksgroep(en)
Project type(s)