Abstract
Genezing is een vaag concept. De moderne geneeskunde heeft geen duidelijke definitie of consensus over genezing, die verschillende fenomenen kan omvatten zoals fysieke functionaliteit of de afwezigheid van pijn. Ook in de vroegmoderne periode was er geen consensus over het concept. Veel gebruikelijker was het categorisch onderscheiden van geneselijke en ongeneeslijke ziekten, en van levenslange handicaps en kortdurende ziektes. Meer nog, het vroegmoderne benaderen van 'genezing' verbond aspecten van het leven die we vandaag als gescheiden beschouwen: geneeskunde (academisch en empirisch), magie en religie. Uiteindelijk was het God die genezing kon schenken of voorkomen. De vraag is: hoe kunnen we genezing begrijpen in een periode waar er noch een eenduidige benadering van bestaat, noch een samenhangend begrip?
Dit project onderzoekt vroegmoderne concepten en praktijken van genezing door de vraag te stellen hoe genezing begrepen werd door mensen met een handicap in de vroegmoderne periode. Het project wil zo bijdragen tot disability history, zonder de problematische veronderstelling dat handicaps genezing behoeven of veronderstellen. De actor-gerichte analyse richt zich op kruispunten van handicap/handicap, geslacht, sociale status, religie en geneeskunde.
Onderzoeker(s)
Onderzoeksgroep(en)
Project type(s)