In het onderstaande wordt de algemene methodiek van een retrogressieve landschapsanalyse uitgelegd en vervolgens toegepast op de concrete case Herentals en de Kleine Nete. De resultaten worden weergegeven in de online viewer!

Methode retrogressieve landschapsreconstructie

Voor de reconstructie van het vroegere landschap rond de Kleine Nete werd gesteund op de techniek van de zogenaamde 'Retrogressieve Landschapsanalyse'. Het basisprincipe hierachter is vrij eenvoudig: bij de analyse vertrekt men van de huidige, meest nauwkeurig, gekende situatie om vanaf daar verder terug in de tijd te reconstrueren. Landschapselementen die niet veranderen worden qua afbakening telkens doorgetrokken van een meer recente naar de eerstvolgende oudere toestand. Veranderende elementen worden telkens zo goed mogelijk ingetekend op basis van gegeorefereerd kaartmateriaal.

Als uitgangspunt werd dan ook de huidige CadGIS-data gebruikt. Het product ‘Kadastraal percelenplan Vlaanderen, fiscale toestand 01/01/2020’ bevat CadGIS-data van Vlaanderen, voor de fiscale situatie, geldig op 1 januari 2020.CadGIS is de nieuwe vorm waarin het Kadastraal percelenplan door de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie (AAPD) wordt aangeboden. De jaarlijkse bijwerking van het kadastraal percelenplan naar de juridische toestand van 1 januari wordt ter beschikking gesteld als CadGIS fiscaal en is in die zin de opvolger van CADMAP. Het kadastrale percelenplan is de grafische voorstelling en de verzameling op een plan van alle kadastrale planpercelen van het grondgebied. Het is één van de datasets van het geografische informatiesysteem van de patrimoniumdocumentatie. De dataset bestaat uit de volgende lagen: erfdienstbaarheden en voetwegen, toponiemlijnen, kadastrale percelenblokken, kadastrale gebouwen, kadastrale planpercelen, materiaal en outillage, gebouwen (beheerd door het gewest), wateroppervlakken, kadastrale perceelnummers, eigendomsgrenspalen, toponiempunten. Informatie Vlaanderen heeft de rechten verworven om CadGIS van Vlaanderen ter beschikking te stellen van de deelnemers aan GDI-Vlaanderen en aan netbeheerders van fysieke leidingnetten zoals bedoeld in het het GRB-decreet. (Bron: GEOPUNT). Hierin zijn dus onder andere alle percelen nauwkeurig in shapefile-formaat opgenomen. 

Voor een eerste landschapsreconstructie (1969) werden de meest nauwkeurige kaarten van het Nationaal Geografisch Instituut (NGI) in gegeorefereerde vorm vergeleken met deze CadGIS-percelen. Aangezien de uitgevoerde analyse focust op landgebruik (in plaats van landbezit) werden percelen met een gelijk landgebruik samengenomen in shapefiles. Waar de toestand van 1969 (vrijwel) overlapte met de huidige toestand werden de grenzen exact bewaard. Voor veranderde landgebruiksgrenzen werden de polygonen aangepast. Tevens werden lijnelementen voor 1969 toegevoegd. Dit resulteert in diverse shapefiles in die in overlay geraadpleegd kunnen worden om zo een volledig landschapsbeeld te vormen.

De volledige set 1969-gegevens werd gekopieerd om zo de basis te vormen voor de eerstvolgende reconstructie (1904). Opnieuw werden de landgebruiksgrenzen waar mogelijk bewaard, anders werden deze aangepast. Ook de lijnelementen werden indien mogelijk continu gehouden, en desgewenst aangepast.

Deze werkwijze werd vervolgens toegepast op 1852 en ca. 1770. Hierbij werd de interpretatie van de onderzoeker telkens belangrijker, door de lagere geometrische nauwkeurigheid van het kaartmateriaal dient telkens een afweging gemaakt te worden tussen wat wél en niet continu is.

Alhoewel hier specifiek toegepast op de Kleine Nete, is deze methode universeel bruikbaar. In functie van de beschikbare historische kaartlagen kunnen de peildata uiteraard verschillen. Voor het Belgische grondgebied zijn de hier gebruikte kaartseries voor handen.

Voorbeeld retrogressieve reconstructie 1830 - 1800 - 1698 (let op: de loop van continue perceelsgrenzen is gebaseerd op de meest recente situatie zoals links weergegeven)

Kaarten voor landschapsreconstructie Herentals en de Kleine Nete

Aan de retrogressieve landschapsanalyse die voor het gebied Herentals-Kleine Nete werd uitgevoerd liggen de volgende kaarten of kaartseries ten grondslag:

  • Ca 1969: NGI (1:25.000)
  • Ca. 1904: MCI (1:20.000)
  • 1852: Gereduceerd Kadaster (aangevuld met 1873, MCI (1:20.000))
  • Ca. 1770: Ferraris. Klik hier voor een overzichtsplan van deze 275 bladen en links naar de online kaartviewer.


Fragment kaart NGI 1969

Fragment kaart MCI 1904

Fragment kaart MCI 1873

Fragment Gereduceerd Kadaster 1852

Fragment Ferraris 1770 (KBR)


Als uitgangspunt voor huidige situatie werden de huidige CadGIS-lagen gebruikt.


Opbouw legende

Bij de opbouw van de legende werd een kruistabel opgesteld naar aanleiding van de categorieën landgebruik dit op de diverse kaarten te vinden waren. Er werd gestreefd een uniforme set categorieën aan te houden over de opeenvolgende reconstructies.

Grondgebruik:

FINALE CLASSIFICATIE
1770
1852
1904
1969
Bos - bomengroep
Loofbos
Bos
Hoogstammen
Hoogstammige loofbomen

Naaldbos

Sparren
Naaldbomen

Gemengd bos

Hoogstammen op kreupelhout
Hoogstamming loofhout en kreupelhout




Populierenbeplanting

Kreupelhout

Kreupelhout
Kreupelhout



Struikgewas


Boomgaard
Boomgaard
Boomgaarden
Boomgaarden



Boomkwekerij en Rijsbossen
Boomkwekerijen - Rijsbossen
Akkerland
Akkerland / bouwland
Bouwland
Bouwland
Bebouwd land / Zand
Weide (algemeen)
Weiland
Weide
Weiland
Weiden
Weide droog


Blijvende weiden
Grasland
Weide nat


Drassige weiden

Tuin
Groente tuin
Hagen en tuinen
Tuinen


Siertuin

Siertuinen

Heide (algemeen)
Heide
Heide
Heiden
Heide
Heide droog
Droge heide



Heide nat
Natte heide



Veen-turf-veenput
Veen / turfland

Veenen




Veenput
Veenput
Overige
Wijngaard

Wijngaarden


Park



Waterlopen:

FINALE CLASSIFICATIE
1770
1852
1904
1969
Kanaal
Kanaal
Water
Kanaal
Kanaal



Groot kanaal





Brugkanaal
Rivier
Rivier

Rivier
Stroom / Rivier

Ondergrondse rivier



Beek
Beek

Beek
Beek
Bron - Fontein - put


Bron
Bron - Fontein - put



Fontein - drinkplaats

Meer
Meer




Creek


Vijver





Moeras
Moeras
Moeras
Moeras
Moeras - veenput

Onpasseerbaar moeras




Moddervlakte



Sloot



Waterinfrastructuur:

FINALE CLASSIFICATIE
1770
1852
1904
1969
Siphon



Siphon
Valdeur / duiker



Valdeur / grondduiker
Waterval



Waterval
Stuw
Stuw


Stuw
Sluis
Sluis

Sluis of stuwdam
Sluis
Doorwaadbare plaats
Doorwaadbare plaats

Doorwaadbare plaats voor voetgangers en paarden
Doorwaadbaar voetgangers



Doorwaadbare voertuigen
Doorwaadbaar voertuigen
Pont
Pont

Veerpont
Veerpont



Schuitje
Schuitje
Viaduct



Viaduct
Vaste brug


Vaste (ijzeren of stenen) brug
Vaste brug
Brug op pijlers



Vaste brug op pijlers
Stenen brug
Stenen brug

Stenen brug

Houten brig
Houten brug

Houten brug

Beweegbare brug


Beweegbare brug
Beweegbare brug
Spuigat of (loop)bruggetje


Loopbrug
Loopbrug
Steiger
Steiger



Watertoren



Watertoren
Waterleiding



Zichtbare waterleiding
Watermolen


Watermolen - zagerij
Watermolen

Wegen:

FINALE CLASSIFICATIE
1770
1852
1904
1969
Hoofdweg - steenweg
Steenweg
Weg
Staatsbaan
Autosnelweg
Secundaire weg - steenweg


Provinciale baan
1e rangsweg



Niet onderhouden baan
2e rangsweg
Buurtweg - zandweg


Buurtweg met kassei
3e rangsweg

Zandweg

Buurtweg van aarde
Aardeweg



Land exploitatie weg
Exploitatieweg

Pad

Pad
Pad



Overblijfsel Romeinse baan




Niet onderhouden kasseiweg
3e rangsweg slecht onderhouden

Verzonken weg



Dijk / Talud
Dijk
Dijk
Groot dijk - dijk
Dijk en aarden wal
Spoorweg

Spoorweg
Dubbel spoorweg
Meerdere sporen electrisch




Meerdere sporen niet electrisch



Enkel spoorweg
Enkel spoor electrisch




Enkel spoort niet electrisch



Industrieel spoor




Buurtspoorweg op baan
Buurtspoorweg



Buurtspoortweg op weg




Buurtspoortweg op eigen baan





Kabelspoor

Bebouwing:

FINALE CLASSIFICATIE
1770
1852
1904
1969
Gebouw
Agglomeratie
Gebouwen
Gebouwen
Volledig bebouwde wijk
Bebouwd perceel
Gebouwen
Huizen met tuin
Huis met tuin
Huizen en tuinen

Lessons learned

Het werken met drie aparte GIS-lagen per tijdsdoorsnede betekende dat na afloop het op elkaar passen van de lagen niet altijd meer feilloos plaatsvond. Temeer omdat verschillende onderzoekers aan verschillende lagen werkten. Zo kon bijvoorbeeld een rivier ineens wat uit zijn bedding lopen. Echter, als je de retrogressieve methode goed wilt toepassen ben je genoodzaakt steeds van de voorgaande tijdslaag uit te gaan. Dit betekent dat als dezelfde onderzoeker steeds alle drie de lagen zou maken, de andere steeds moet wachten en het parallel werken ernstig wordt bemoeilijkt. 

Een tweede bevinding is dat naar mate men ‘terug in de tijd reist’ de verschillen tussen kaarten toenemen, uiteraard inhoudelijk, maar ook qua precisie. Voor dit project zijn we uitgegaan van al digitaal beschikbare kaarten die online in onze GIS-programmatuur konden worden ingelezen. Vooral bij Ferraris (1770 laag) waren er aanzienlijke georeferentieafwijkingen die uiterst moeilijk te corrigeren zijn tijdens het digitaliseren. Het verdient dus sterk te aanbeveling om meer tijd te steken in een zo goed mogelijke georeferentie van de bronkaarten. Dit heeft een grote impact op de kwaliteit van het digitalisatiewerk en doet een minder groot beroep op de ‘kwalitatieve interpretatievaardigheden’ van de onderzoeker.