Luister naar de volledige podcast met Esther Van Zimmeren

Luister naar de podcast per hoofdstuk

  • Wie is Esther Van Zimmeren en welke link heeft zij met diversiteit en inclusie in het onderwijs? (0'-4'41")
  • Hoe breng je diversiteit en inclusie in je onderwijspraktijk ook al is het niet je 'core business'? Over werken met groepen, de leerstof bekijken vanuit andere invalshoeken en moeilijke thema's bespreekbaar maken (4'42-8'10")
  • Zijn er bepaalde didactische methoden die je hanteert om gevoelige thema's aan te brengen? Over diversiteit aanbrengen in het lesmateriaalgastcollegesperspectief verruimende opdrachten, ... (8'12"-12'20")
  • Hoe creëer je een ruimte waarin studenten kritisch leren reflecteren en waarin ze hun stem laten horen? Over safer en braver spaces (12'21"-14'35")
  • Hoe ga je om met je eigen positionaliteit binnen je rol als professor? Over multipele identiteiten en reflectie (14'35"-16'37")
  • Waarom zijn structurele machtsongelijkheden en dekolonisering belangrijke thema's en hoe kunnen we daarrond werken? (16'38"-20'18")
  • Is er nog een prangende boodschap over diversiteit en inclusie in het onderwijs die jij wil meegeven aan de docenten? Over de evidentie om met deze thema's bezig te zijn en gedeelde verantwoordelijkheden (20'20"-22'38")

Lees de Nederlandse transcriptie van de podcast met Esther Van Zimmeren

Team Diversiteit & Inclusie: Welkom bij de podcast van de UAntwerpen over diversiteit en inclusie in de onderwijspraktijk. Vandaag hebben we Esther Van Zimmeren, professor binnen de Faculteit Rechten, te gast. Zij komt vertellen hoe zij tot een diversiteitssensitieve onderwijspraktijk komt. We zullen het onder meer hebben over structurele machtsongelijkheden en hoe je je vak kan dekoloniseren.
Esther, jij bent coördinator binnen, en jij doceert ook binnen, de module Diversity & Law. Welke vakken zijn dat precies? In welke jaren worden die gegeven? En hoe zijn deze vakken inhoudelijk verweven met topics die gaan over diversiteit en inclusie?

Esther Van Zimmeren: Ja, heel bijzonder om hier te zijn. Misschien is het nuttig om, voordat ik antwoord geef op die vraag, nog even een stapje terug te doen en uit te leggen hoe ik hier een beetje in verzeild ben geraakt. Mijn corebusiness is eerder het intellectueel eigendomsrecht. Je zou kunnen denken: “Dat is misschien niet zo evident om je dan toe te leggen op diversiteit”, maar het is eerder toegespitst op een wat meer economische benadering.

Ik ben eigenlijk inherent heel geïnteresseerd in bredere thema’s, bredere maatschappelijke thema’s en maatschappelijke uitdagingen, zoals duurzaamheid, maar zeker ook diversiteit en inclusie vind ik heel belangrijk. Op het moment dat er binnen onze faculteit werd gevraagd naar een initiatief voor een Lerend Netwerk Duurzaamheid en Diversiteit, heb ik dan ook al heel snel gezegd: “Dat zou ik wel willen doen.” Niet omdat ik mezelf een expert vind in het domein, maar vooral omdat ik dat gewoon hele belangrijke thema’s vind en daar heel graag mee bezig ben.

Ik heb ook een heel internationaal team van onderzoekers, en een heel diverse groep studenten. Ik zit vooral op masterniveau, waarnaar je daarnet al verwees. Daar hebben we een gemengde groep Vlaamse studenten, Erasmusstudenten en ook een Engelstalige master met studenten van over de hele wereld. Dus je ziet de diversiteit in de klas. Je ziet natuurlijk in Antwerpen diversiteit om je heen, ook op de school van mijn kinderen. Voor mij is het een evidentie dat het belangrijk is om daarmee bezig te zijn.

Eigenlijk ben ik daarmee bezig op verschillende niveaus. Het Lerend Netwerk zou je een soort macroniveau kunnen noemen, waarbij we binnen de faculteit kijken hoe we duurzaamheid en diversiteit een plaats kunnen geven in onderwijs, onderzoek en de werking van de faculteit. We organiseren trainingen, soms ook samen met jullie. Daarnaast ben ik coördinator van de module Diversiteit en Recht. Dat is voor mij een soort mesoniveau, waarbij ik samen met andere docenten vormgeef aan vier vakken. Ik ben slechts verantwoordelijk voor één van die vakken.

Er zijn vakken zoals een grondige studie over gender, sexuality and law. Alleen al uit de naam blijkt dat dat zeker over diversiteit gaat. Dat wordt gegeven door collega Elise Goossens. Dan is er een grondige studie over Inclusive and Sustainable Cities and the Law, waarvoor ik medeverantwoordelijk ben, samen met twee andere collega’s. Daarnaast is er nog een vak migratierecht en asielrecht, en een vak arbeidsrecht. Aan de namen van die vakken hoor je al dat diversiteit een heel belangrijk thema is.

Boven die vakken hebben we ook nog een overkoepelende moduleopdracht. Ook daarin proberen we veel aandacht aan diversiteit te schenken. Zo organiseren we bijvoorbeeld een workshop over interculturele communicatie, die niet echt een apart vak is, maar wel ingebed wordt. We proberen ook linken te leggen tussen die vakken.

In Inclusive and Sustainable Cities and the Law besteden we aandacht aan dekolonisatie en mensenrechten, een van de thema’s van mijn collega Koen De Feyter. Maar ik geef ook vakken zoals intellectueel eigendomsrecht, harmonisatie van privaatrecht en economische integratie en interne markt, en eigenlijk probeer ik in al die vakken op verschillende manieren bezig te zijn met diversiteit. Zoals ik eerder zei, voor mij is dat een evidentie. Om dat op te nemen, om daarover na te denken, om daarover te leren, trainingen te volgen. En ik doe dat heel graag, want ik zie dat het impact heeft.

Team Diversiteit & Inclusie: Zeker, Esther. En als ik het goed begrijp, is dit dus niet jouw corebusiness, maar neem je het wel overal mee. Hoe pak je dat aan?

Esther Van Zimmeren: Als ik een concreet voorbeeld kan geven: in verschillende van die vakken zitten groepsopdrachten. Je kunt studenten zelf hun groepen laten maken, maar ik neem daar toch een beetje de controle over. Ik probeer al vanaf de eerste introductieles echt kennis te maken met de studenten. Ik stel vragen over wat hen interesseert, waarom ze voor een vak kiezen als het een keuzevak is, wat hun achtergrond is. Als er vervolgens een groepsopdracht is, probeer ik de groepen te mengen zodat studenten min of meer gedwongen worden om uit hun comfortzone te komen. Zo leren ze andere medestudenten kennen.

Zoals ik al zei, probeer ik ook het element van interculturele communicatie bespreekbaar te maken. Studenten zien dat ik de groepen samenstel, dat ze dat niet zelf mogen doen. Dus ik leg uit waarom ik doe wat ik doe. Ik oefen er ook mee, en help wanneer het niet zo soepel loopt. Als iemand niet begrijpt waarom een groepsgenoot iets op een bepaalde manier doet, zeg ik: vraag het, maak het bespreekbaar. En ze kunnen altijd naar mij toe komen, niet alleen voor inhoudelijke vragen, het gaat breder: ik ben er om hen te ondersteunen.

Groepsopdrachten zijn heel belangrijk, ook voor hun latere carrière. Interdisciplinair samenwerken zou helemaal mooi zijn, maar dat is niet gemakkelijk. Het is belangrijk dat we dat aan studenten meegeven, dat we beschikbaar zijn om mee vorm te geven aan die groepsdynamiek en te helpen welke vragen ze elkaar kunnen stellen, ook wanneer het niet goed gaat.

Ik maak ook fouten. Het is niet altijd gemakkelijk om over thema’s zoals dekolonisatie te spreken. Maar het feit dat iets niet gemakkelijk is, betekent niet dat je het niet moet doen. Soms merk ik dat wanneer je dingen bespreekbaar maakt, je op andere manieren impact kan hebben. Je kunt impact maken met kennisoverdracht, met analytische vaardigheden die belangrijk zijn voor juristen, maar ook met maatschappelijke vaardigheden, naar elkaar luisteren, vragen stellen.

In mijn vak intellectueel eigendomsrecht kun je alles heel procedureel of economisch aanpakken, maar je kunt ook kijken naar machtsrelaties. Bij patenten bijvoorbeeld zit er veel achter. Je kunt kijken naar de Wereldhandelsorganisatie, spanningen bespreken. Daar is het juridische met het politieke verweven. Dat leert studenten kritischer kijken, niet alleen naar de materie maar ook naar zichzelf en het recht. Dat is een belangrijk onderdeel van de impact.

Team Diversiteit & Inclusie: En concreet in je vakdidactiek: hoe breng je deze gevoelige thema's aan bij de studenten?

Esther Van Zimmeren: Je kunt daarbij verschillende fases van de opbouw van het vak onderscheiden. Het gemakkelijkste onderdeel is het kiezen van lesmateriaal: welke artikelen of handboeken gebruik je? Je moet ervoor zorgen dat daar diversiteit in zit, dat er ruimte is voor kritische stemmen. Studenten moeten eerst een basis krijgen, maar daarna moeten er kritische artikelen zijn, met diverse perspectieven.

Dat kan via literatuur, maar ook via gastcolleges. Na Covid hebben we veel ervaring met hybride colleges en meer geëxperimenteerd met gastdocenten. Dat heb ik nog sterker ingebed in mijn vakken. Soms gaat het maar om een klein onderdeel. Maar bijvoorbeeld in het vak Europese economische integratie en interne markt:

Je zou dat heel economisch kunnen aanpakken. Maar ik nodig ook professoren en docenten uit Afrika uit. We hebben een heel goede collega uit Nigeria, die het Afrikaanse perspectief op economische integratie brengt. Daarnaast heb ik een gastdocent uit Azië en een uit Rusland. Die Russische invalshoek is nu, in de context van de oorlog in Oekraïne, ook gevoelig, maar op een andere manier dan waar we misschien eerst aan denken. Het is belangrijk om studenten te leren hoe ze vragen kunnen stellen aan zo'n gastdocent.

Het is interessant om die verschillende visies te horen. Vervolgens geef ik de studenten een opdracht waarbij ze niet moeten aangeven wat andere jurisdicties van de EU kunnen leren, maar het omgekeerde: wat de EU kan leren van andere jurisdicties. Dat is lastig voor studenten, want meestal wordt de EU gezien als vooruitstrevend. Maar die omkering is heel leerrijk.

Aan het eind van het vak is er geen examen, maar een feedbackmoment. Heel veel studenten zeggen dan dat het eye-opening was om er zo naar te kijken. Ze komen met interessante elementen, ook al hebben ze nog weinig basis aan het begin. Ze worden meteen uitgenodigd om kritisch te denken. De beoordeling gaat dus niet over diepe inhoud, maar over hun vermogen om zich te verdiepen, argumenten te geven, te luisteren, verschillen te begrijpen en te zoeken naar waarom die verschillen bestaan.

Recht functioneert niet in een vacuüm. Het bestaat in een politieke, maatschappelijke, economische, sociale context. Als je enkel naar wetgeving kijkt, zie je maar een klein deel van het verhaal. Als je dat al van bij het begin meegeeft, kunnen studenten veel meer dan docenten soms denken. Dat vind ik leuk: studenten uitdagen en meenemen op een weg waarop ze aangemoedigd worden kritisch te zijn.

Team Diversiteit & Inclusie: Heel interessant. Je praat ook over het feit dat je een ruimte creëert waarin studenten kritisch kunnen reflecteren en hun stem kunnen laten horen. Hoe stimuleer je dat precies?

Esther Van Zimmeren: Allereerst door er al in het introductiecollege over te spreken. Er zijn websites die uitleggen hoe je een safe space kunt creëren. Ik heb daar zelf veel over nagedacht binnen het Lerend Netwerk, en veel uitgewisseld met andere docenten over hoe zij dat doen. Maar het gaat ook om een gevoel dat je moet creëren: het gevoel dat er ruimte is om je comfortabel te voelen bij moeilijke thema’s.

Als iemand een woord kiest waar iemand anders zich ongemakkelijk bij voelt, moet er ruimte zijn om dat te bespreken. Dat de ander kan zeggen: “Je gebruikt dat woord, maar ik voel me daar niet zo goed bij. Misschien kunnen we samen zoeken naar een andere manier om daarover te spreken.”

Ik ga daar in het introductiecollege geen twee uur over praten, want ik ben ook geen expert. Het is deels ervaringsdeskundigheid, deels experimenteren met wat goed voelt in verschillende groepen. En dat is niet in elke groep hetzelfde. Net zoals in een groep medewerkers.

Je moet dat aanvoelen. Het is learning by doing. En in debatten over gevoelige thema’s doe ik nooit meteen het debat in de grote groep. We beginnen altijd in kleinere groepjes. Ik zeg ook tegen studenten dat ze delen wat ze willen delen. Als ze willen dat een docent of assistent even meedenkt, kan dat. Maar ik blijf niet de hele tijd bij hen zitten, want studenten moeten zich vrij voelen om dingen te zeggen die ze misschien niet in de grote groep of tegen mij willen zeggen. Op die manier worden thema’s toch bespreekbaar.

Team Diversiteit & Inclusie: Heel interessant, Esther. Je benoemt heel interessante zaken. Ik wil graag op twee punten inzoomen. Daarnet had je het over verschillen tussen culturen, je eigen identiteit als Nederlandse vrouw, en over hoe jij jezelf kwetsbaar opstelt. Mijn vraag is dan of je als docent ook duidelijk je eigen positionaliteit aanduidt als hoogopgeleide, witte Nederlandse vrouw in je onderwijspraktijk.

Esther Van Zimmeren: Ja. Ik sprak net over TED-talks die ik gebruik. Er is veel materiaal over implicit bias. In dat kader laat ik studenten iets lezen en vervolgens werken we daarmee in de workshop. Dat is geen lange workshop, dus we moeten kijken wat haalbaar is, maar ik laat studenten eerst zelf nadenken of iets opschrijven als ze dat willen.

Ik geef ook aan dat ik daar vroeger zelf nooit zo erg over nadacht. En je hebt gelijk: ik ben Nederlands en hoogopgeleid, maar ik ben natuurlijk meer dan dat. Ik ben ook moeder. En ik was de eerste in mijn familie die naar de universiteit ging. Dat is niet altijd evident in een academische context. Daar zie je ook diversiteit.

Mijn ervaring heeft dus meer dimensies. Dat benadruk ik ook. Niet de nadruk op culturen of specifieke aspecten van een persoon, maar op multidimensionaliteit. Ik weet niet of dat het correcte woord is, maar je begrijpt wat ik bedoel: het gaat om de persoon en niet om de cultuur. Dat grotere verhaal is belangrijk. Ook in dialoog is dat belangrijk.

Team Diversiteit & Inclusie: Tijdens dit gesprek heb je een paar keer structurele machtsongelijkheden genoemd. Ook dekolonisering kwam al aan bod. Ik zou daar graag op inzoomen. Waarom is dat voor jou van belang? En hoe zou je dat definiëren?

Esther Van ZimmerenIk vind het moeilijk om echt te spreken in termen van definities. Ik ben zelf nog aan het leren wat de verschillende manieren zijn om ons curriculum te dekoloniseren, of de universiteit of de faculteit te dekoloniseren. Binnen ons Lerend Netwerk hebben we bijvoorbeeld een brainstormsessie gehouden over wat dat betekent en hoe we dat kunnen aanpakken.

Ik denk dat je dat het best stap voor stap doet, juist omdat we allemaal nog aan het leren zijn. Er verschijnen steeds meer boeken over dekoloniseren van de universiteit of onderwijssystemen, en ook specifiek binnen de context van de rechtsfaculteit. Er zijn boeken over dekoloniseren en legal knowledge. Ik zit zelf nog in dat leerproces. Binnen het Lerend Netwerk hebben we ook een leesgroep over dekolonisatie en recht.

Team Diversiteit & Inclusie: Als ik het goed begrijp, probeer je je vak als het ware te dekoloniseren. Waarom is dat belangrijk voor jou en voor het onderwijs?

Esther Van Zimmeren: Zoals ik al zei vind ik het moeilijk om dekolonisatie te definiëren. De waarom-vraag vind ik eigenlijk ook lastig, omdat het voor mij een evidentie is. Ik vind dat de universiteit hiermee bezig moet zijn om relevant te blijven in de 21e eeuw.

Het is lastig om die vraag te beantwoorden wanneer het voor jou vanzelfsprekend is. Overal in de maatschappij is dit een belangrijk thema. Op de lagere school van mijn kinderen is het bespreekbaar. Het lijkt me dan een evidentie dat we dat zeker op universitair niveau doen, dat we daar ruimte voor maken.

We moeten dit bespreken, kritisch durven kijken naar onze geschiedenis en naar wat er is gebeurd. Zeker als België en Nederland hebben we daar een verantwoordelijkheid. Als ik terugkijk naar wat ik op school en aan de universiteit leerde, werd dit nauwelijks behandeld. Ik vind het heel belangrijk dat we daar verandering in brengen. Dat is een cultuuromslag en een leerproces, maar noodzakelijk.

Het zal ook een impact hebben op de kwaliteit van het onderwijs. Dat is mooi meegenomen. Maar mijn vertrekpunt is dat het een evidentie is dat we dit moeten doen: het bespreekbaar maken, ruimte voor debat, kennis meegeven via boeken en artikelen, het inbedden in onze vakken. Het is geen apart vak. Je laat het instromen, stap voor stap, in bachelor en master. Niet eenvoudig, maar we komen er samen.

Team Diversiteit & Inclusie: En hiermee zijn we op het einde gekomen van een zeer boeiend gesprek met professor Esther Van Zimmeren. Is er nog een belangrijke boodschap die je graag aan docenten wil meegeven over diversiteit en inclusie in de onderwijspraktijk?

Esther Van Zimmeren: Wat ik heel belangrijk vind, is om daar positief mee om te gaan. Sommige mensen benadrukken dat het weer iets extra’s is dat we moeten doen. Maar we moeten studenten sowieso kritische vaardigheden aanleren. Voor mij maakt dit daar onderdeel van uit. Dus laten we het niet zien als een extra last, maar als onderdeel van onze verantwoordelijkheid.

Die verantwoordelijkheid ligt niet alleen bij de individuele docent, maar ook bij coördinatoren van vakken, de faculteit, de universiteit. We hebben allemaal een rol te spelen. Met een Lerend Netwerk over Duurzaamheid en Diversiteit kunnen we samen leren en nadenken. Dat toont dat dit niets is wat één docent alleen moet oplossen.

Andere faculteiten kunnen ook zulke netwerken opzetten. Of we kunnen meer samenwerken en uitwisselen. Voor ons levert het veel op: inspiratie, reflectiemomenten, ideeën voor onderzoek, onderwijs en de werking van de faculteit.

Dat betekent niet dat we nooit moeilijke gesprekken of discussies hebben. Natuurlijk wel. We hebben veel verschillende mensen, gelukkig maar. Dat hoort bij het proces. Laten we het positief aanpakken. Ik ben een hoopvol persoon en ik zie vooral veel mogelijkheden en mogelijkheden tot een positieve impact op studenten.

Team Diversiteit & Inclusie: Samenwerken en uitwisselen is heel waardevol. Super bedankt, Esther, voor dit boeiende en leerrijke gesprek. 

Aan de luisteraars: indien deze podcast smaakt naar meer, houd dan zeker de campagne in het oog. Super bedankt!