Lopende projecten

De rol van de (micro-) circulatie in complicaties na longtransplantatie. 01/10/2022 - 30/09/2026

Abstract

Long transplantatie is de laatste optie voor geselecteerde patiënten met een eind-stadium longziekte. Er zijn echter vele complexe problemen die het succes van long transplantatie limiteren. Veel van de mechanismen hiervan blijven hiervan onbekend.In dit project, is het de bedoeling om de rol van de bloedvaten te ontrafelen in deze belangrijke post-transplant problemen (met name ischemie-reperfusie schade, acute rejectie en chronische rejectie). Door gebruik te maken van een vernieuwend muismodel van long transplantatie en technieken zoals bulk transcriptoom, microCT en immuunkleuringen willen we de rol van de bloedvaten verder onderzoeken. Deze bevindingen worden dan ook verder onderzocht in patiënten door gebruik te maken van goed-gekarakteriseerde menselijke stalen. Als laatste wordt er ook een manier onderzocht om op deze bloedvat veranderingen in te grijpen door een medicatie toe te dienen aan de muizen voor en na de transplantatie. Deze bevindingen zullen cruciaal zijn om de vasculaire veranderingen in post-transplant complicaties beter te begrijpen en finaal deze ook beter te kunnen voorkomen of behandelen. Dit zal leiden naar een betere overleving van deze groep van kwetsbare patienten.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Project type(s)

  • Onderzoeksproject

Endovasculair selectieve perfusie van de arteria pulmonalis gecombineerd met bloedflow occlusie als een nieuwe behandeling voor longkanker. 01/10/2022 - 30/09/2024

Abstract

Longkanker patiënten met al een verder gevorderde vorm van kanker (vanaf stadium III). Deze patiënten hebben vaak last van zware neveneffecten in het lichaam als gevolg van de chemotherapie. Deze nevenwerkingen willen we tegengaan of verminderen door chemotherapie rechtstreeks toe te dienen in de long en niet via de ader van de arm. Het doel van dit project is om een innovatieve methode uit te werken om chemotherapie toe te dienen. Dit willen we onderzoeken door gebruik te maken van dierenproeven en experimenten op menselijk weefsel. Deze nieuwe manier zal toelaten om alleen de long met chemotherapie te behandelen. Dit leidt tot hogere concentraties van chemotherapie in de long maar tegelijkertijd ook voor minder blootstelling aan de chemotherapie in het lichaam. Deze techniek kan herhaald worden, wat toelaat om meerdere behandelingen uit te voeren bij eenzelfde patiënt. Doel van de therapie is ook om de tumor kleiner te maken, zodat chirurgisch verwijderen van de tumor terug mogelijk is, maar de therapie kan ook als een palliatieve behandeling gezien worden die de voortgang van de ziekte kan vertragen zonder de typische nevenwerkingen van chemotherapie zoals haarverlies, misselijkheid en braken, en invloed op het beenmerg. Dit kan in de toekomst dan een heel belangrijke behandelingsoptie worden voor patiënten in dergelijke situaties.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Project type(s)

  • Onderzoeksproject

Onderzoek naar de pijn uitlokkende en pijn potentiërende effecten van langdurige blootstelling aan endothelin-1 (EY-1). 01/01/2022 - 31/12/2024

Abstract

Endothelin-1 wordt steeds meer erkend als een belangrijke molecule in de ontwikkeling en progressie van kanker, maar ook in het tot stand kome van kanker pijn. Voorlopig werd alleen een acute toediening van ET-1 onderzocht. Dit is een opstelling die weinig gelijkenis vertoont met de klinische context. Wij stellen voor om de effecten te onderzoeken van chronische blootstelling aan ET-1 voor wat betreft spontane en uitgelokte pijn.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Project type(s)

  • Onderzoeksproject

3-D analyse en behandeling van distale radius fracturen. 01/10/2021 - 30/09/2025

Abstract

Een ideaal classificatie systeem voor fracturen van de distale radius moet voldoen aan reproduceerbare anatomische, diagnostische en prognostische parameters en zou een aangewezen behandeling moeten bevorderen. Daarnaast is het belangrijk om gebruik te maken van een systeem met een aanvaardbare intraobserver en interobserver variabiliteit. Een 3-D statistisch model voor distale radius fracturen, kan samen met een nieuw 3-D gebaseerde classificatie van distale radius fracturen, belangrijke fragmenten binnen het breukpatroon identificeren. Daarnaast kan het project een bijdrage leveren tot een verbeterd design van een "volar locking plate" en kan het in het algemeen bijdragen tot een verbeterde uitkomst bij de behandeling van distale radius fracturen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Project type(s)

  • Onderzoeksproject

Nieuwe inzichten in neuromodulatie. 01/09/2021 - 31/07/2024

Abstract

Sacrale neuromodulatie is een minimaal invasieve behandeling voor verscheidene disfuncties in het kleine bekken. De voorbije jaren heeft de onderzoeksgroep een methode ontwikkelt om neurofysiologische metingen te doen tijdens plaatsing van een electrode voor sacrale neuromodulatie als tijdens de duur van de behandeling. Hierdoor zijn een aantal prognostische factoren geïdentificeerd. Het nieuwe onderzoek heeft als doel deze prognostische factoren verder te bestuderen om uiteindelijk patentselectie en uitkomst van de behandeling te verbeteren.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Project type(s)

  • Onderzoeksproject

UZA-Levend geboorte na het extra spoelen van de eileiders met een op olie gebaseerd contrastmiddel: een gerandomiseerd multicentrisch pragmatisch onderzoek bij vrouwen met minsten 1 open eileider na Hysterosalpingo-foam sonografie (HYFOIL). 01/02/2021 - 01/03/2026

Abstract

Levende geboorte na extra spoelen van de eileiders met een op olie gebaseerd contrastmedium versus niet extra spoelen: een gerandomiseerde, multicentrische, pragmatische studie met parallelle groepen van verminderd vruchtbare vrouwen met ten minste één doorgankelijke eileider bij hysterosalpingo-schuim echografie (Hyfosy). Tien tot 15 procent van de koppels in de reproductieve fase krijgt te maken met vruchtbaarheidsproblemen. Deze worden door de Wereldgezondheidsorganisatie gedefinieerd als de afwezigheid van zwangerschap na minimaal 12 maanden onbeschermde geslachtsgemeenschap. De drie meest voorkomende oorzaken hiervan zijn: spermaproblemen, ovulatiestoornissen en eileiderpathologie. Om een pathologie aan de eileiders te kunnen uitsluiten wordt de doorgankelijkheid van de eileiders getest onder echografische begeleiding met schuim (hysterosalpingo-schuim(foam) echografie (Hyfosy)). Deze studie zal onderzoeken of het extra doorspoelen van de eileiders met een op olie gebaseerd contrastmedium de kans op een spontane zwangerschap kan vergroten. Dit gebeurt na het testen van de doorgankelijkheid van de eileiders onder echografische begeleiding met Hyfosy en wordt vergeleken met het niet extra doorspoelen. Dit zal worden onderzocht bij een populatie van verminderd vruchtbare vrouwen tussen 18 en 40 jaar zonder zwangerschap na 12 maanden onbeschermde geslachtsgemeenschap, of waarbij geen zwangerschap is opgetreden na 3 cyclussen van donorinseminatie of 3 cyclussen van ovulatie inductie. Deze studie gebeurt in 12 verschillende centra in België. Het is gerandomiseerd (het lot beslist of u het product krijgt toegediend of niet) en ze vergelijkt 2 armen die 1: 1 gerandomiseerd zullen worden: - Interventiegroep: doorspoelen van de eileiders met 5-10 ml in op olie gebaseerd contrastmiddel (Lipiodol Ultra Fluide®, Guerbet, Frankrijk) onmiddellijk na Hyfosy - Controlegroep: geen aanvullende interventie na Hyfosy Deze studie bestaat uit een screeningsperiode van maximum 8 weken (w-8 to d1), een randomisatie (w-8 to d1), een start studievisite waarbij de Hyfosy uitgevoerd zal worden (d1) en een vruchtbaarheidsbehandeling periode van 6 maanden (d1-w26). Als er 6 maanden na Hyfosy geen zwangerschap is, duurt de follow-up tot 12 maanden (w52). Indien de deelneemster zwanger is op 6 maanden na de Hyfosy, duurt de follow-up tot maximaal 4 maanden na de geboorte of een eventuele miskraam. Het primaire eindpunt is het optreden van een levende geboorte, waarbij de eerste dag van de laatste menstruele cyclus waarin de patiënt bevrucht werd binnen de 6 maanden na Hyfosy valt. De secundaire eindpunten bestaan uit reproductieve uitkomsten, zwangerschapsduur bij bevalling, geboortegewicht, neonatale mortaliteit, grote aangeboren afwijkingen, neonatale uitkomst en schildklierfunctie, zwangerschapscomplicaties, aantal complicaties tijdens of onmiddellijk na de interventie en de spoeling, pijnscore van Hyfosy, schildklierfunctie van de moeder en algemene en fertiliteitsgerelateerde levenskwaliteit.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Project type(s)

  • Onderzoeksproject

Meniscaal gefunctionaliseerd kunstkraakbeenvlies om het ontstaan ​​van knieartrose na meniscectomie (MEFISTO) te voorkomen. 01/04/2019 - 30/11/2023

Abstract

MEFISTO zal twee nieuwe oplossingen ontwikkelen om het verlies van de meniscus te behandelen als een strategie om het begin van een epidemie van post-meniscectomie knieartrose in Europa te voorkomen. Morfologische 'profileing' zal de populatie van patiënten identificeren die na meniscusresectie een hoger risico lopen op vroege degeneratie van het compartiment, wat een gepersonaliseerde benadering voor de patiënt oplevert. De twee verschillende reconstructieve strategieën zijn: i) een gecontroleerde gevasculariseerde bioactieve resorbeerbare meniscale steiger die de natieve meniscus zal regenereren. Deze strategie zal gericht zijn op jongere patiënten met vroege osteoartritische veranderingen. ii) een bioactieve niet-resorbeerbare meniscusprothese die zal werken als een mechanisch losapparaat en een geneesmiddelafgiftesysteem, met het vermogen om de ontstekingsomgeving te moduleren. Deze strategie zal worden gericht aan patiënten met geavanceerde artrose. Een sociaal-economische analyse van de effectiviteit van bestaande meniscusvervangers zal het project voltooien. Deze analyse is van vitaal belang voor het Europese gezondheidszorgsysteem: het zal een duidelijk inzicht verschaffen in de kosten en baten van de huidige klinische praktijk en de ontwikkeling van een aanpak met beste praktijken mogelijk maken. De technologische innovatie ligt in de ontwikkeling van biologisch actieve gefunctionaliseerde nanobiomaterialen die kunnen interageren met de omliggende gewrichtsweefsels. In het bijzonder zal een innovatieve meniscale steiger revascularisatie in de perifere zone bevorderen, terwijl de binnenste avasculaire verlaten, zoals gebeurt in het natuurlijke meniscusweefsel. Dit concept ontbreekt in de huidige therapeutische benaderingen. De verwachte potentiële impact is enorm, omdat zoveel patiënten meniscectomieën hebben ondergaan en zullen ondergaan. De interventies ontwikkeld in MEFISTO zullen voorkomen dat deze patiënten gezamenlijke opofferingsprocedures zoals metalen prothesen ontvangen en de sociale last, bijbehorende kosten en hoge morbiditeit als gevolg van artrose verminderen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Project type(s)

  • Onderzoeksproject

Afgelopen projecten

Nieuwe inzichten in neuromodulatie 01/10/2019 - 30/09/2021

Abstract

Sacrale neuromodulatie is een minimaal invasieve behandeling voor verscheidene disfuncties in het kleine bekken. het werkingsmechanisme van deze behandeling is grotendeels onbekend. Dit project heeft als doel meer inzicht te krijgen in het werkingsmechanisme om uiteindelijk patentselectie en uitkomst van de behandeling te verbeteren.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Project type(s)

  • Onderzoeksproject

Onderzoek naar de vrijwillige controle van beweging bij performers. 01/02/2018 - 30/04/2018

Abstract

De trainingsmethode, zoals die door Jan Fabre wordt ontwikkeld en toegepast, berust op jarenlange studie, observatie en interpretatie van de mogelijkheden van het menselijke lichaam. Ze is het resultaat van een pure 'practice based' onderzoeksmethode die sterk intuïtief en subjectief aangestuurd wordt door de regisseur zelf. Met 'Laboratorium' worden deze 'performancerichtlijnen' nu op een meer wetenschappelijke manier in kaart gebracht en onderbouwt via analyse van de beweging van beginnende en getrainde performers in het ganganalyselabo.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Project type(s)

  • Onderzoeksproject

UZA- Een digitale preconceptionele levensstjl assistent bij fertliteitsbehandelingen - een betrouwbaar werkinstrument. De PRE-LIFE studie. 01/10/2017 - 30/09/2021

Abstract

Fertiliteitsproblemen komen voor bij 9% van de Vlaamse bevolking en veroorzaken aanzienlijke emotionele en economische last. Het verbeteren van succes en het verminderen van de stress en stopzetten van fertiliteitsbehandelingen is een van de belangrijkste prioriteiten bij vruchtbaarheidsbehandelingen. Er is meer en meer evidentie dat levensstijlfactoren ( zoals mentaal welzijn, fysische activiteit en dieet) modificeerbare factoren zijn die bijdragen aan het succes en het management van de last van vruchtbaarheidsbehandelingen. Er is echter geen pre-conceptionele levensstijl ondersteunende interventie aanwezig in de fertiliteitsomgeving. Mobiele gezondheid is een veelbelovende methode omdat ze effectief is om een verandering in gezondheid te promoten, beantwoordt aan de vragen van jonge koppels en tevens breed verspreid kan worden. Daarom is het doel van dit project om te evalueren of het toevoegen van een pre-conceptionele levensstijl interventie de 'PRE-LIFE app' aan de standaard zorg voor koppels die medisch geassisteerde voortplantingsbehandelingen (ART) ondergaan of het de cumulatieve kans op zwangerschap verhoogt en de kans om te stoppen met fertiliteitsbehandeling behandeling verlaagt. Daarnaast gaan we nakijken of de 'PRE-LIFE app' levensstijlgedrag beïnvloedt. De 'PRE-LIFE app' zal advies op maat, monitoring, interactie en feedback over mentaal welzijn, fysieke activiteit en dieet geven. Het zal een mobiele applicatie worden in combinatie met een a 'just in time' coach. De 'PRE-LIFE app' is gebaseerd op voorgaand onderzoek maar zal aangepast worden aan de noden, perceptie en voorkeuren van het doelpubliek door het gebruik van concepten uit de User Experience Research. De doeltreffendheid van de 'PRE-LIFE app' zal geëvalueerd worden in een multicentrisch gerandomiseerd gecontroleerd onderzoek in koppels die ART ondergaan. Onze hypothese is dat de interventie gedragsveranderingen zal te weeg brengen, de kans op onderbreken van een ART behandeling zal verlagen en daardoor de kans op een gezonde zwangerschap en levend geboorte zal verhogen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Project type(s)

  • Onderzoeksproject

Een nieuw classificatie schema van Traumatic Axonal Injury op basis van Klinische en verbeterde MR imaging biomerkers (TAI-MRI) 01/09/2017 - 31/08/2019

Abstract

Traumatisch axonaal letsel (TAI) wordt nu beschouwd als een frequente en belangrijke verwonding in alle ernst van traumatisch hersenletsel (TBI). Het algemene doel van TAI-MRI is om een ​​nieuwe classificatie voor TAI te ontwikkelen met behulp van gegevens uit multimodale MRI en om de klinische waarde te bepalen voor de karakterisering van letselernst en voorspelling van de uitkomst. Bij dit project, waarbij 4 partners zijn betrokken, worden MRI-gegevensreeksen gebruikt die zijn verkregen vlak na de verwonding (inclusief klinische en geavanceerde MRI) van twee lokale onderzoeken (de Trondheim en Cambridge TBI-studies: ~ 580 patiënten) en de door de EU gefinancierde multicenter CENTER-TBI-studie (~ 800 patiënten). TAI-MRI zal dus het grootste MRI-onderzoek ter wereld zijn. Deze datasets omvatten een uitgebreide verzameling van acute fasevariabelen die de ernst van de verwonding weerspiegelen met de mogelijkheid om zich aan te passen voor verstorende variabelen en uitkomstmaten op meerdere tijdstippen gedurende het eerste jaar. Verschillende trainingsets zullen worden gebruikt voor modelselectie. Geautomatiseerde methoden met deep learning technieken zullen worden ontwikkeld en gebruikt voor het in kaart brengen van laesies in combinatie met handmatige beoordelingen. Methoden voor computerondersteunde diagnose (CAD) zullen worden verfijnd en gevalideerd, en analyses zullen bepalen welke aspecten van CAD-gebaseerde evaluatie de deskundige klinische evaluatie door radiologen kunnen vervangen. Ten slotte zal dit nieuwe MRI-classificatiesysteem gevalideerd worden in de grote CENTER-TBI-dataset. Een verbeterd op MRI gebaseerd classificatiesysteem van TAI zal zowel een betere beoordeling van de ernst van de verwonding in de acute fase als een betere voorspelling van het resultaat opleveren. Recente vooruitgang in CAD biedt een unieke kans om een ​​classificatie te ontwikkelen met een grote klinische toepasbaarheid. Daarom zullen we op het juiste moment een nieuwe tool bieden voor neuroradiologen, clinici en onderzoekers om de diagnose van TBI te vergemakkelijken, en zo de behandeling en revalidatie van TBI-patiënten te verbeteren. Tot slot zal TAI-MRI het veld vooruit helpen door ons begrip van de pathofysiologie van TBI te vergroten, en hoe verminderd bewustzijn kan worden gekoppeld aan het type en locatie en uitkomst van de verwonding.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Project type(s)

  • Onderzoeksproject

Standaardisatie van sacrale neuromodulatie. 15/08/2017 - 14/08/2019

Abstract

Sacrale neuromodulatie is een minimaal invasieve behandeling voor verscheidene disfuncties van organen in het kleine bekken. De huidige resultaten zijn ontgoochelend en variëren tussen 50-60%. Suboptimale patient selectie of suboptimale plaatsing van de electrodes kunnen mogelijk een deel hiervan verklaren. Dit onderzoek heeft als doel factoren bij lead plaatsing te differentiëren die de uitkomst kunnen verbeteren.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Project type(s)

  • Onderzoeksproject

Quantitatieve diffusie tensor beeldvorming van de postoperatieve voorste kruisband van de knie. 01/10/2016 - 30/09/2021

Abstract

Tranen van het voorste kruisbandweefsel (ACL) van de knie zijn een frequent letsel met toenemende incidentie. Chirurgische behandeling van ACL-letsels is superieur aan conservatieve behandeling voor de meerderheid van de patiënten om een ​​terugkeer naar de gewenste dagelijkse activiteiten, waaronder sport, mogelijk te maken. Hoewel ACL-reconstructie met autograftweefsel de gouden standaard blijft voor de behandeling van VKB-letsels, is er een huidige chirurgische trend naar primaire reparatie van de ACL. Een succesvolle operatie vereist dat het ACL-transplantaat of het reparatieweefsel wordt omgezet in ACL-achtig weefsel. Een veelvoorkomende uitdaging bij ACL-chirurgie en revalidatie is het ontbreken van een niet-invasieve, gevoelige uitkomstmaat om de effectiviteit van een chirurgische behandeling te evalueren. Met de recente ontwikkelingen in MR-technologie zijn er nu verschillende geavanceerde beeldvormingstechnieken beschikbaar voor gebruik op klinische 3T-scanners. In dit project zullen we ons concentreren op het gebruik van kwantitatieve diffusie tensor imaging (DTI) om de normale, de gewonde en postoperatieve ACL te beoordelen. We zullen een grootschalige studie uitvoeren om het vermogen van DTI om ACL-genezing te controleren, zowel bij patiënten met ACL-reconstructie als primaire reparatie van de ACL, te onderzoeken. Het is ons doel om temporele veranderingen binnen de patiënt vast te leggen met behulp van de DTI-techniek en om DTI-metrieken te correleren met ACL-structurele eigenschappen. Dit zal helpen bij het begrijpen van het ACL-genezingsproces en uiteindelijk bij het bepalen van de juiste timing voor patiënten om terug te keren naar sport.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Project type(s)

  • Onderzoeksproject

UZA- Hoe kan de detectie van DNA schade in sperma de kansen van de patient om zwanger te worden beïnvloeden? 01/10/2016 - 30/09/2020

Abstract

De diagnose van mannelijke subfertiliteit wordt gehinderd door de beperkte prognostische waarde van de klassieke semenanalyse en de suboptimale behandelmogelijkheden. Het hoofddoel van dit project bestaat erin om een nieuwe sperma functie test (DNA fragmentatie) te ontwikkelen en te gebruiken voor de diagnose van mannelijke subfertiliteit en toe te passen bij medisch geassisteerde voortplanting (MAR). Om de realiteit van sperma functie testen dichter bij de implementatie te brengen in klinische zorgpaden moeten de analyses robust, kosteffectief, gemakkelijk om te gebruiken en klinisch nuttig zijn en gebruik maken van gestandardiseerde procedures. Daarnaast moeten deze robuste analyses ingepast worden in het zorgpad van de patiënt om klinische beslissingen te maken of te wijzigen. Ten laatste is het belangrijk dat de test effectief is bij het verhogen van de kans op zwangerschap door het kiezen van de juiste behandeling. Verminderen van de 'time to pregnancy' zou moeten leiden tot een positief economisch en psychologisch voordeel voor de patiënt wat dan op zijn beurt leidt tot een positief medisch impact. Om deze objectieven te bereiken gaan we in 3 stappen te werk. In werkpakket 1 zullen we DNA fragmentatie in subfertiele mannen analyseren en correleren met semen parameters. Als controle groep zullen DNA fragmentatie percentages bepaald worden in sperma van donoren, fertiele mannen en in koppels waar een natuurlijke conceptie ontstaat na cyclus monitoring maar zonder interventie van een semenstaal om tot een zwangerschap te komen. In werkpakket 2 zullen we de cut-off waarden die bekomen worden in de gezonde populatie (werkpakket 1) toegepast worden in een welomschreven groep van patiënten die met intra-uteriene inseminatie (IUI) starten (eerstelijns behandeling). DNA fragmentatie zal getest worden voor de start van de behandeling en tijdens elke IUI cyclus waardoor we de validatie van een sperma functie test in het klinische zorgpad van de patiënt kunnen evalueren en zo de geschikte patiëntenpopulatie voor IUI treatment kunnen selecteren. In werkpakket 3 is het de bedoeling om patiënten na 4 gefaalde IUI cycli (werkpakket 2) te laten verder gaan naar het IVF programma (tweedelijns behandeling) om de hypothese te testen dat patiënten met een 'slechte prognose om zwanger te worden met IUI' beter af zouden zijn om IUI over te slaan en direct naar IVF te gaan, zelfs als de standaard WHO sperma analyse parameters dit niet zouden suggereren om direct naar IVF te gaan en bij deze patiënten de criteria om IUI als eerste te doen aanwezig zijn. De belangrijkste uitkomsten van deze doelstellingen is om deze hindernissen te overwinnen en een spermafunctie testprotocol op te stellen (met informatie van zowel voor als na de sperma preparatie) en een gepersonaliseerde klinische aanpak (IUI/IVF) aan te bieden met een positieve medische impact (kortere 'time to pregnancy'). De resultaten van dit project zullen onmiddellijk vertaald kunnen worden in de klinische context en daardoor belangrijke voordelen bieden patiënten en clinici. Gebaseerd op de ontwikkeling van een robuste sperma DNA fragmentatie test, plannen we om de diagnose van mannelijke subfertiliteit en de geschikte behandeling voor deze groep van patiënten uit te breiden. Analyse van conventionele semen parameters gecombineerd met sperma functie testing zal ons helpen om de onderliggende oorzaken van verhoogde DNA schade te leren kennen. Samen met de andrologen (gynecologen, urologen en endocrinologen) kunnen dan stappen ondernomen worden om correcties door te voeren waar mogelijk. Analyse na sperma preparatie zal ons helpen om de meest gezonde sperma populatie te gebruiken voor behandeling. Deze aspecten gecombineerd met de meest geschikte behandelwijze (IUI/IVF) zal helpen om het ultieme doel te bereiken nl meer gezonde levendgeboren kinderen voor onze patiënten.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Project type(s)

  • Onderzoeksproject

De Belgische prenatale microarray databank (BEMAPRE): realisatie van de databank, determinatie van genotype-fenotype correlaties en postnatale opvolging. 01/10/2016 - 30/09/2018

Abstract

Inleiding Sinds 2013 worden monsters voor genetische prenatale diagnose in België via chromosomale microarrayanalyse (CMA) onderzocht.Interpretatie van copy number variants (CNV),waarvan beperkte klinisch/fenotypische informatie bestaat,stelt majeure problemen.CNV worden geklasseerd in 3 groepen: pathogeen(P),benigne en unclassified variants (UV).Voor ambigue situaties bestaat een Ad Hoc Comité waar consensus bereikt wordt over onduidelijke resultaten gebaseerd op literatuur en/of ervaring met vergelijkbare varianten. Doel Een specifieke databank (BElgian MicroArray PREnatal (BEMAPRE)),die prenatale genetische en echografische bevindingen koppelt met postnatale gegevens is van cruciaal belang.Gezien ontdekte CNV populatiegebonden zijn,is een nationale databank noodzakelijk.Deze databank faciliteert de studie van correlaties tussen CNV-grootte/geninhoud en klinische outcome.Fenotypische studies van kinderen postpartum draagt bij tot kennis over CNV en gidst het beleid en de counseling in de prenatale periode. Methode Het framework wordt ontwikkeld met de 8 Centra voor Medische Genetica waarna genotypische en klinische data worden verzameld van P-CNV of UV.We registreren proband data onmiddellijk na de geboorte en op 2-3 jarige leeftijd,dan is het mogelijk de ontwikkeling en noden bij het kind na te gaan.Data-analyse betreft correlatie tussen ouderlijke data (e.g.paternale leeftijd) en CNV 'load', ernst van een fenotype ten gevolge van een 'primaire' P-CNV en aanwezigheid van bijkomende CNV,genomic imprinting (erven CNV van imprinted regio's in een parent-of-origin specifieke manier over), identificatie van labo- en populatiespecifieke CNV , de implicatie van CNV met en zonder echografische anomalie.We vernauwen de prenatale geno-fenotype correlatie van frequent gevonden P-CNV ens tellen additionele echografische richtlijnen op.Aanvullend wordt onderzocht: verschil in fenotypische ernst van CNV wanneer deze overgeërfd werd versus de novo;diagnostische yield van CMA in functie van indicatie voor invasieve prenatale diagnose;afbakenen van geografische risicozone's in België voor foetale afwijkingen en aanwezigheid van P-CNV. De databank zal gerapporteerde P-CNV, niet-gerapporteerde susceptibility CNV en UV zal bevatten en zal blijven groeien ook na het onderzoek . Conclusie De BEMAPRE databank laat detectie en publicatie toe van onbekende geno-fenotype correlaties wat van wetenschapppelijk,klinisch en maatschappelijk belang is.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Project type(s)

  • Onderzoeksproject

Therapeutische modulatie van neuroimmune processen ter hoogte van de permeabele gastrointestinale wand tijdens sepsis: een translationele studie 01/08/2016 - 31/07/2018

Abstract

Sepsis wordt gedefinieerd als een aandoening waarbij er een systemische inflammatoire respons van het lichaam tegen een infectie optreedt. Hoewel sepsis kan ontstaan in elk orgaan of weefseltype, lijkt het gastro-intestinale stelsel een centrale rol te spelen bij de pathofysiologie van sepsis. Tijdens sepsis kan systeeminflammatie zorgen voor de vrijstelling van pro- en anti-inflammatoire mediatoren, dewelke op hun beurt aanleiding kunnen geven tot gastro-intestinale inflammatie. Deze gastro-intestinale inflammatie kan dan weer, in combinatie met hypoperfusie en ischemie-reperfusie, zorgen voor het falen van de gastro-intestinale barrière, waardoor de permeabiliteit van het epitheel voor pathogene moleculen en microbiota gaat toenemen. Anderzijds kan het gastro-intestinale stelsel ook de aanleiding zijn voor het ontstaan van sepsis. Aangezien de gastro-intestinale barrière een centrale rol lijkt te spelen in de pathofysiologie van sepsis, redeneren we dat de lekke gastro-intestinale barrière dan ook aan aangrijpingspunt kan zijn voor toekomstige therapieën voor sepsis. Intestinaal alkalisch fosfatase en intestinale proteaseactiviteit werden hiervoor als mogelijke doelen geselecteerd. Dit project beoogt dan ook om de rol van de gastro-intestinale barrière functie, intestinaal alkalisch fosfatase (IAP) en de inhibitie van de protease activiteit in een translationeel model voor sepsis te bestuderen. Aangezien vele experimenten verlopen in een experimentele, goed-gecontroleerde opstelling, beogen we deze te valideren met humane stalen, verzameld bij patiënten met sepsis. Om deze doelstellingen te bereiken wordt het project opgedeeld in 2 fasen. Gedurende het eerste deel van het onderzoek wordt het effect van intestinaal alkalisch fosfatase in een experimenteel model voor sepsis nagegaan. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van een dierproefmodel. In een OF-1 muis wordt sepsis opgewekt door het uitvoeren van een caecale ligatie en punctie procedure (CLP). Bij deze procedure wordt het caecum op 50% lengte afgebonden en vervolgens gepuncteerd met een 21 gauge naald. Hierdoor ontstaat er een reproduceerbare, polymicrobiële sepsis van abdominale oorsprong. IAP wordt vervolgens toegediend tweedagelijks gedurende 2 opeenvolgende dagen en muizen worden klinisch opgevolgd. Twee dagen na deze procedure wordt het abdomen opnieuw geopend, het distale ileum wordt geligeerd en 4kDa FITC-Dextraan wordt rechtstreeks in het lumen geïnjecteerd. Muizen worden vervolgens gedurende 1 uur gesedeerd gehouden, waarna ze worden opgeofferd en bloed en abdominale weefselstalen worden verzameld. In het bloed wordt de concentratie aan 4kDa-FITC fluoro-spectrofotometrisch bepaald en dit als een maat voor de intestinale permeabiliteit. Weefselstalen worden verzameld voor het bepalen van de genexpressie van cytokines en tight junction eiwitten. Tevens wordt op deze weefselstalen microscopie en een bepaling van de expressie op eiwitniveau uitgevoerd. In samenwerking met de dienst Medische Microbiologie zal bacteriële translocatie ten gevolge van de geïnduceerde sepsis onderzocht worden. Hiervoor worden bloedstalen en mesenteriale lymfenodi in cultuur gebracht, waar ze na verrijking geïdentificeerd worden door middel van MALDI-TOF. Identiek aan bovenvermelde methodiek zal het effect van protease inhibitoren (Nafamostat Mesylaat en SPIx) in dit CLP moddel bestudeerd worden. In het tweede stadium van dit project zullen humane stalen van patiënten met een intra-abdominale sepsis verzameld worden. Deze stalen zullen gebruikt worden voor het bepalen van de expressie van cytokines en tight junctions in gezond en door sepsis aangedane gastro-intestinale weefsel. Resultaten afkomstig uit ons experimenteel diermodel zullen op dit ogenblik ook vergeleken worden met de profielen die we aantreffen in onze patiëntenpopulatie en zullen verder gevalideerd worden. Resultaten zullen statistisch geanalyseerd worden door middel van t-testing, ANOVA en lineaire regressiemodellen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Project type(s)

  • Onderzoeksproject

Standaardisatie van MR binnen het multinationaal CENTER-TBI (Comparative European NeuroTrauma Effectiveness Research)-project. 01/03/2015 - 20/09/2016

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds de opdrachtgever. UA levert aan de opdrachtgever de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Project type(s)

  • Onderzoeksproject

Pathogenetische rol van endotheliaal stikstofoxide synthase-ontkoppeling bij ischemie- en reperfusieschade van de long. 01/10/2014 - 30/09/2016

Abstract

Dit onderzoek focuseert zich op de rol van endotheliaal NO synthase (eNOS) bij ischemie-en reperfusieschade in de long. Tijdens de ischemieperiode ondergaat het eiwit eNOS een conformatieverandering waarbij vrije radicalen gegenereerd worden. Tijdens de hierop volgende reperfusiefase reageren de nieuw aangevoerde zuurstofmoleculen met deze radicalen, wat tot een kettingreactie leidt en uiteindelijk tot schade aan de longarchitectuur. Het doel van dit onderzoek is eerst dierexperimenteel, en later klinisch, aan te tonen dat deze ontkoppeling effectief plaatsvindt tijdens IR-schade van de long.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Project type(s)

  • Onderzoeksproject

BFM B4 alarm interventiestudie. 01/02/2014 - 31/12/2014

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds de UZA. UA levert aan de UZA de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Project type(s)

  • Onderzoeksproject

Pathogenetische rol van endotheliaal stikstofoxide synthase-ontkoppeling bij ischemie- en reperfusieschade van de long. 01/10/2012 - 30/09/2014

Abstract

Dit onderzoek focuseert zich op de rol van endotheliaal NO synthase (eNOS) bij ischemie-en reperfusieschade in de long. Tijdens de ischemieperiode ondergaat het eiwit eNOS een conformatieverandering waarbij vrije radicalen gegenereerd worden. Tijdens de hierop volgende reperfusiefase reageren de nieuw aangevoerde zuurstofmoleculen met deze radicalen, wat tot een kettingreactie leidt en uiteindelijk tot schade aan de longarchitectuur. Het doel van dit onderzoek is eerst dierexperimenteel, en later klinisch, aan te tonen dat deze ontkoppeling effectief plaatsvindt tijdens IR-schade van de long.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Project type(s)

  • Onderzoeksproject

Performance van de performer. 01/08/2012 - 01/07/2014

Abstract

De methode van het 'Fysiologisch acteren' bestaat uit een afgeleijnde set oefeningen die wordt gebruikt om de performers te trainen. Onder de noemer 'De performance van de performer' willen de opdrachtgever en de onderzoekers nu inzetten op wetenschappelijk onderzoek naar deze methode en bijbehorende gedragslijn. Er zal gepoogd worden inzicht te krijgen in de functionaliteit, of doelmatigheid, van de oefeningen en de inhoud van de beweging.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Project type(s)

  • Onderzoeksproject

Wetenschappelijk werk voor vakgroep ASTARC, Antwerp Surgical Training and Research Center, discipline thorax- en vaatheelkunde. 03/10/2011 - 02/10/2014

Abstract

Dit project kadert in een dienstverleningsopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds UZA. UA levert aan UZA de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Project type(s)

  • Onderzoeksproject

Reproduceerbaarheid en sensitiviteitsanalyse van DTI en resting state fMRI. 01/08/2011 - 31/07/2015

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds de UZA. UA levert aan de UZA de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Project type(s)

  • Onderzoeksproject

Invloed van progenitorcellen op de leverregeneratie na majeure resectie in pathologische levercondities. 01/01/2011 - 31/12/2012

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds IWT. UA levert aan IWT de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Project type(s)

  • Onderzoeksproject

Potentieel van geavanceerde MRI metingen om in de toekomst als bio-marker gebruikt te kunnen worden. 01/09/2010 - 31/05/2011

Abstract

Dit project kadert in een multi-disciplinaire studie van de structuur en functie van het hersennetwerk in patiënten met verschillende vormen van dementie. Recente studies suggereren dat structurele en functionele onderbrekingen in de relatie tussen anatomisch afzonderlijke gebieden voorkomen in patiënten met dementie. Geavanceerde MRI datasets van de hersenen zullen worden verkregen in een grote groep patiënten met verschillende vormen van dementie met als ultieme doel van het project te onderzoeken hoe groot het potentieel van deze metingen is om in de toekomst als bio-marker te kunnen worden gebruikt om verschillende types van dementie te onderscheiden.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Project type(s)

  • Onderzoeksproject

AKT/mTOR/p70S6K1 signaaltransductieroute in humaan epitheliaal ovariumcarcinoom. 01/09/2010 - 28/02/2011

Abstract

De AKTjmTORjp70S6Kl signaaltransductieroute in humaan epitheliaal ovariumcarcinoom. Het ovariumcarcinoom is onder de gynaecologische maligniteiten degene met het hoogste mortaliteitsratio. Vaak omdat patienten worden gediagnosticeerd in een laattijdig stadium. De AKT/mTOR/p70S6Kl signaal transductieroute is in een meerderheid van ovariumtumoren hyperactief en een mogelijk doelwit voor gerichte therapie. Met translationeel onderzoek probeert dit project preklinische aanwijzingen te verzamelen om aan te tonen dat mTOR inhibitie werkzaam zou zijn bij (bepaalde) patienten met ovariumcarcinoom. Met immunohistochemische kleuringen, western blot, RT PCR en cellijnexpimenten wordt de AKT/mTOR/p70S6Kl signaal transductieroute nagekeken. Een bijzonder aandachtspunt is de relatie van deze signaaltransuctieroute met VEGF-A aangedreven processen aangezien van VEGF-A reeds werd aangetoond dat het een belangrijke factor speelt bij het ovariumcarcinoom.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Project type(s)

  • Onderzoeksproject

Onderzoek naar de pijn uitlokkende en pijn potentiërende effecten van langdurige blootstelling aan endothelin-1 (ET-1). 01/04/2010 - 31/12/2020

Abstract

Endothelin-1 wordt steeds meer erkend als een belangrijke molecule in de ontwikkeling en progressie van kanker, maar ook in het tot stand kome van kanker pijn. Voorlopig werd alleen een acute toediening van ET-1 onderzocht. Dit is een opstelling die weinig gelijkenis vertoont met de klinische context. Wij stellen voor om de effecten te onderzoeken van chronische blootstelling aan ET-1 voor wat betreft spontane en uitgelokte pijn.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Project type(s)

  • Onderzoeksproject

De rol van purinerge signalisatie bij chronische ontstekingsziekten van de bovenste luchtwegen bij de mens. 01/01/2010 - 31/12/2013

Abstract

In dit project zullen wij de betrokkenheid van het purinerge systeem in de regulatie van de inflammatoire responsen betrokken bij de verschillende pathologische condities van de bovenste luchtwegen (chronische rhinosinusitis al dan niet in combinatie met nasale poliepen, astma en/of allergieën) onderzoeken op weefselniveau. Hiervoor zal o.a. gebruik gemaakt worden van een uniek in-huis op puntgestelde humaan "sinonasaal weefsel-fragment" assay waarbij de invloed van P2-receptor activering op de gehaltes van vrijgestelde ziekte-specifieke inflammatoire mediatoren bij luchtwegaandoeningen zal worden geëvalueerd.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Project type(s)

  • Onderzoeksproject

Ondervoeding ROB-RVT. 01/12/2009 - 30/11/2010

Abstract

Het project betreft onderzoek naar de prevalentie van ondervoeding in rustoorden voor bejaarden en rust-en verzorgingstehuizen, de factoren die er verband mee houden en de haalbaarheid van een screening en een meer systematische evaluatie. De rol die zou kunnen worden vervuld door de coördinerende raadgevende artsen, de tandartsen of andere beroepsbeoefenaars zou eveneens moeten nagegaan worden. Evenals de organisatorische kenmerken die de zorg inzake voeding positief of negatief beïnvloeden.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Project type(s)

  • Onderzoeksproject

Aanwezigheid, isolatie en kweek van leverprogenitorcellen na leverresectie in een model van voorafbestaande chronische leverschade bij de rat. 01/07/2009 - 31/12/2013

Abstract

De studie onderzoekt welke hepatische progenitor cellen betrokken zijn in leverregeneratie na voorafbeschadigde levers door chemo & non-alcholische steatohepatitis in de muis. De recruitering naar en de eventuele bijdrage van CD133 stamcellen naar de beschadigde lever zal nagekeken worden, en of deze CD133 cellen de leverregeneratie gunstig beïnvloeden. Deze studie zal meer inzicht verschaffen bij leverregeneratie van beschadigde levers bij patienten.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Project type(s)

  • Onderzoeksproject

Optimalisatie van datacollectie-instrumenten. 01/07/2009 - 30/06/2010

Abstract

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Project type(s)

  • Onderzoeksproject

Repetitive Strain Injuries bij musici: 1ste fase: Evaluatie van de kinematische/kinetische ketens van de strijk- en vioolondersteunende armen en de cervicothoracale regio bij violisten. 01/01/2009 - 31/12/2010

Abstract

Dit project rond RSI bij musici heeft twee einddoelen: 1. de oprichting van een expertisecentrum rond musculoskeletale klachten bij musici en 2. gerelateerd, klinisch en biomechanisch (kinematisch en kinetisch) onderzoek van coördinatie, vermoeidheid en artrokinematica van de motorische uitvoeringscontrole van muziekpartituren en het ontstaan van RSI bij musici. In een eerste fase zal het onderzoek zich verder richten op violisten, onderzoek welk verleden jaar is aangevat bij altviolisten van het Koninklijk Conservatorium Antwerpen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Project type(s)

  • Onderzoeksproject

Invloed van progenitorcellen op de leverregeneratie na majeure resectie in pathologische levercondities. 01/01/2009 - 31/12/2010

Abstract

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Project type(s)

  • Onderzoeksproject

Phase II Study of isolated lung perfusion combined with pulmonary metastasectomy for the treatment of patients with operable lung metastases from colorectal carcinoma, osteosarcoma or soft tissue sarcoma. 01/08/2008 - 31/07/2010

Abstract

Als gevolg van zijn unieke filtreercapaciteiten voor de ganse circulatie is de long een frequente plaats voor uitzaaiing van kwaadaardige tumoren. Autopsie studies hebben uitgewezen dat 20 tot 30 % van de mensen met metastische ziekte uitzaaiing hebben naar de longen. De slechte overleving na heelkunde van longmetastasen, momenteel nog de enig mogelijke curatieve behandeling, van carcinomen en sarcomen zijn het gevolg van drugresistentie en de onmogelijkheid een voldoende werkzame concentratie te verkrijgen binnen de tumor. Dit maakt geïsoleerde longperfusie tot een zeer beloftvolle techniek voor behandeling van tumoren ongevoelig voor conventionele chemotherapie. Deze techniek brengt het produkt selectief ter plaatse en zorgt voor een goede afvoer. Hierdoor kan het produkt in een grotere concentratie toegediend worden zonder het optreden van systematische neveneffecten.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Project type(s)

  • Onderzoeksproject

Karakterisering van enterische neuronen tijdens de ontwikkeling van de zebravis, Danio rerio. 01/01/2008 - 31/12/2009

Abstract

De morfologische, neurochemische en elektrofysiologische karakteriseringen van enterische neuronen tijdens de ontwikkeling van de gastro-intestinale tractus van de zebravis worden bestudeerd om neurontypen in het enterisch zenuwstelsel te definiëren. Kennis die noodzakelijk is voor de analyse van functionele veranderingen in het enterisch zenuwstelsel van zebravismutanten gebruikt in het onderzoek van gastro-intestinale ziektebeelden.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Project type(s)

  • Onderzoeksproject

Purinoceptoren in het enterisch zenuwstelsel, en hun functie in de pathogenese van het darmlijden bij inflammatie. 01/05/2005 - 31/12/2006

Abstract

Met behulp van morfologische (multipele immunofluorescentie, confocale microscopie,¿) en moleculair biologische technieken (in situ hybridisatie, Real-Time PCR,...), bestuderen we de distributie van P2 purinoceptoren, welke mechanosensorische signalen transduceren, in het darmkanaal van de muis tijdens normale omstandigheden en tijdens inflammatie (i.e. intestinale schistosomiase).

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Project type(s)

  • Onderzoeksproject

3D artrokinematische evaluatie van radiuskopprotheses: in vitro onderzoek pilootstudie naar de ontwikkeling van een 'floating' radiuskopprothese. 01/01/2005 - 31/12/2006

Abstract

In vitro onderzoek naar de impact van een radiuskopprothese op het 3D artrokinematisch gedrag van de elleboog door middel van elektromagnetische trackers en anatomische digitizing. Evaluatie van de variabelen lengte van de prothese en diameter van de radiuskop. Inbreng van de 'minimal constraint' resultaten met de eindige schroevingsparameters tot redesign van een 'floating' radiuskopprothese.

Onderzoeker(s)

    Onderzoeksgroep(en)

    Project type(s)

    • Onderzoeksproject

    Studie van de innervatie van het hart bij het varken tijdens de embryonale ontwikkeling. 01/05/2002 - 30/04/2004

    Abstract

    Onderzoeker(s)

    Onderzoeksgroep(en)

    Project type(s)

    • Onderzoeksproject