Lopende projecten

Paradox of panacee? Een kritische evaluatie van de efficiëntie en billijkheid van conditionele cash transfer programma's in Latijns-Amerika. 01/11/2020 - 31/10/2022

Abstract

Conditionele cash transfer (CCT) programma's, sociale programma's die transfers voorwaardelijk maken op investeringen in menselijk kapitaal, groeiden uit tot één van de voornaamste vormen van sociale bescherming in Latijns Amerika. Positieve evaluaties motiveerden de wereldwijde replicatie van de originele CCT programma's. Er is echter weinig onderzoek verricht naar hoe deze programma's optimaal ontworpen kunnen worden. Bovendien kan worden gesteld dat het feitelijke ontwerp van bestaande programma's inconsistent is met de theoretische argumenten voor het voorwaardelijk karakter van transfers, waardoor de status van CCT programma's als ontwikkelingspanacee in twijfel getrokken wordt. Dit project dicht deze hiaat in de literatuur door te onderzoeken hoe bepaalde onderscheidende kenmerken de billijkheid en efficiëntie van Latijns-Amerikaanse CCT programma's beïnvloeden. Het project bestaat uit vier onderzoeksfasen. Eerst wordt een kindgerichte welzijnsindicator ontwikkeld, die kan worden gebruikt voor evaluatiedoeleinden. Ten tweede worden alternatieve targetingmethoden onderzocht, om het huidige gebruik van het targeten van lage-inkomens huishoudens te kaderen. Ten derde analyseert het project of de conditionaliteit van de transfers leidt tot een lagere opname van sociale rechten bij kwetsbare huishoudens. Ten slotte wordt het netto effect van CCT programma's op de inkomensongelijkheid geschat, rekening houdend met de fiscale implicaties van grootschalige sociale programma's.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Well-BOA: Ontwikkeling en toepassing van een nieuw onderzoeksinstrument om welzijn van ouderen te meten. 01/01/2020 - 31/12/2023

Abstract

De vergrijzende samenleving brengt grote beleidsuitdagingen met zich mee. Om het ouderenbeleid te kunnen evalueren, hebben beleidsmakers en onderzoekers een operationeel meetinstrument van welzijn nodig. Vermits welzijn een multidimensionaal concept is, moeten de uitkomsten van de dimensies tegen elkaar afgewogen worden. Bestaande benaderingen maken hiervoor gebruik van gemeenschappelijke afruilwaarden voor alle individuen en negeren de mogelijke meningsverschillen van ouderen over wat belangrijk is in hun leven. Het eerste doel van dit project is om een multidimensionale welzijnsmaatstaf te ontwikkelen met respect voor individuele variatie in voorkeuren. Uiteraard vereist dergelijke methode informatie over wat "het goede leven" is. Het tweede objectief van dit project is om een survey instrument op te stellen, genaamd Well-BOA (Well-being at Old Age), dat ons toelaat om op een directe manier betrouwbare data te bekomen over de voorkeuren van ouderen. Het survey instrument zal getest worden in een serie van online survey experimenten en toegepast worden bij een representatieve steekproef van het LISS panel en de SHARE survey. Tot slot zullen we twee manieren verkennen waarop de resultaten kunnen helpen om het ouderenbeleid te verbeteren: ten eerste door het identificeren van de "worst-off" met respect voor de eigen visie van ouderen en, ten tweede, door een maatstaf te ontwikkelen die gevoelig is voor de ongelijkheid in de welzijnsverdeling van de oudere bevolkin

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Middenveld, sociaal overleg en ongelijkheid in rijke welvaartsstaten. 01/01/2020 - 31/12/2023

Abstract

Dit voorstel gaat over de rol van sociaal overleg en middenveld in relatie tot sociaaleconomische ongelijkheid in rijke welvaartsstaten. Er is de laatste jaren heel veel onderzoek gebeurd naar de oorzaken en gevolgen van ongelijkheid. Veel van dat onderzoek heeft zich toegelegd op structurele mechanismen zoals economische globalisering, deïndustrialisatie en technologische verandering. Al die factoren blijken een rol te spelen, hoewel niet in alle landen in dezelfde mate en op dezelfde wijze. Er is gewoon te veel internationale variatie in ongelijkheidspatronen over landen die niet kan verklaard worden door veranderingen waarmee alle geavanceerde economieën worden geconfronteerd. In toenemende mate wijst onderzoek in de richting van instituties en beleid, met name op vlak van lonen, sociale zekerheid en fiscaliteit. Maar wat ligt aan de basis van die institutionele en beleidsverschillen? Dit onderzoek kijkt specifiek naar de rol in deze van georganiseerde belangenvertegenwoordiging door vakbonden en andere middenveldorganisaties. Het onderzoek zal in belangrijke mate bouwen op internationaal vergelijkende analyse, deels op basis van institutionele data die we zelf zullen verzamelen. We beogen ook het theoretisch denken hierover te actualiseren en te innoveren.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

The PARADox of BElgian Inequality Studies: Belgium less unequal than others? (BE-PARADIS) 15/12/2019 - 15/03/2024

Abstract

Inequality and poverty are high on the agenda of researchers, politicians, and international institutions, and fuel the public discussion at large. The IMF has labelled inequality as the 'defining challenge' of our time because it signals a lack of income mobility and opportunity, and because it has important consequences for growth and macroeconomic stability, and carries a risk of concentrating decision making in the hands of a few. In the last fifteen years also the OECD has gathered 'a significant body of evidence on the increased inequalities of income and opportunities in many countries', and concludes that inequality is 'bad and getting worse' (OECD 2018). In this proposal we start from two observations. First, and curiously enough, most existing statistics for Belgium tell a different story. Based on survey data, Horemans et al. (2011) and Van Rie and Marx (2014) conclude that the Belgian income inequality remained fairly stable between 1985 and the late 2000s. Also the OECD‐report cited above, reports a minor change in the Gini from 0.257 in 1983 to 0.264 in 2011, and even a slight decline since 2004. Similarly, Decoster et al. (2017) could not find evidence that the top incomes in Belgium have benefitted disproportionally from the economic growth since the nineties. Furthermore, the Belgian at‐risk‐of‐poverty rate has remained stable during the last decades. These findings not only stand in sharp contrast with the conclusions for many other countries; they also seem to contradict the widespread perception that inequality, poverty, material deprivation, and insecurity are on the rise. Understanding this 'paradox' is one of the central objectives of our project (and explains the project acronym). Second, Belgium remains notoriously absent from a rapidly expanding track in empirical research, which describes and analyses distributional information in a standard which emulates the framework of national accounts. This new standard is known as DIstributional National Accounts (DINA), and is essentially an extension of the methods proposed by Kuznets, who combined, in a pioneering effort, national income series (macro‐data) with income tax data (micro‐data). Recently, the upgrade of national accounts to incorporate distributional information has been initiated by the late Tony Before completing, please read carefully the instructions in the information file Call 2019 BRAIN‐be 2.0 Call 2019 'National thematic Project': BE‐PARADIS 2 Atkinson, and further developed by a scholars such as Thomas Piketty and Emmanuel Saez. In early 2018, their team at the Paris School of Economics launched the World Wealth and Income Database, which gives access to data about inequality and other macroeconomic indicators for many countries. Unfortunately, Belgium is missing from this dataset. In this project we will investigate the paradox and bring Belgium to the frontier of international research on inequality by renewed, profound, and critical inquiry of existing and fresh data, concepts, and methods.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Antwerps Interdiscplinair Platform voor Ongelijkheidsonderzoek 03/07/2019 - 31/12/2025

Abstract

Deze aanvraag gaat over sociaaleconomische ongelijkheid. Het doel van dit consortium is de wetenschappelijke kennis over dit vraagstuk substantieel te verrijken. Om dat te realiseren bundelt de huidige Methusalem-houder, het Centrum voor Sociaal Beleid Herman Deleeck, de krachten met het Centrum voor Stadsgeschiedenis en het Instituut voor Ontwikkelingsbeleid en dit in het "Antwerp Interdisciplinary Platform for Research into Inequality" (AIPRIL). Dat platform versterkt de multidisciplinaire onderzoekscapaciteit die dit complex thema vereist en verruimt het historisch en geografisch bereik van het onderzoek naar ongelijkheid. AIPRIL brengt onderzoekers samen die elk afzonderlijk al sterke internationale reputaties hebben opgebouwd in sociaal beleid, economie, economische geschiedenis en ontwikkelingsstudies. De ambitie van dit onderzoeksprogramma is om op internationaal niveau discipline-overschrijdende wetenschappelijke vooruitgang te maken op methodologisch, theoretisch en empirisch vlak. Het onderzoeksprogramma bestaat uit vier strategisch gekozen onderzoekslijnen: 1) Nieuwe data en methoden voor de multi-dimensionale meting van ongelijkheid; 2) Hoe ongelijkheid verminderen; 3) Verstedelijking en ongelijkheid en 4) Schokken en ongelijkheid.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Vlaamse deelname aan de "Survey of Health, Ageing and Retirement in Europe" (SHARE). 01/01/2019 - 31/12/2022

Abstract

De vergrijzing blijft een bijzonder grote uitdaging voor onze maatschappij. Het ESFRI-project SHARE creëert en onderhoudt een dataset van hoge kwaliteit die onderzoekers en beleidsmakers de mogelijkheid biedt om de vergrijzing op een gedetailleerde en multidisciplinaire wijze te bestuderen. SHARE is uniek doordat het crossnationaal vergelijkbare, longitudinale microgegevens verzamelt over de gezondheid, sociaaleconomische status en sociale en familiale netwerken van meer dan 123.000 vijftigplussers, verspreid over 28 landen. De SHARE database is cruciaal voor empirisch academisch onderzoek naar vergrijzing en wordt door vele disciplines gebruikt, zoals economie, gezondheidsstudies, sociologie, en demografie. Ook voor belangrijke beleidsvraagstukken biedt SHARE een unieke bron van informatie, bijvoorbeeld met betrekking tot vervroegde uittreding uit de arbeidsmarkt, actief ouder worden, en langdurige zorg.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

BELMOD. 01/01/2019 - 31/12/2021

Abstract

Het doel van dit project is tweeledig: 1. het moderniseren van MIMOSIS, d.i. het huidige microsimulatie model van de Belgische sociale zekerheidsadministratie (FOD Sociale Zekerheid), om samenwerkingsmogelijkheden en kennisuitwisseling te bevorderen tussen de belangrijkste actoren op het vlak van statische microsimulatie binnen België en Europa door integratie in EUROMOD. 2. het verbeteren van toegankelijkheid van sociale bescherming in België. Het nieuwe microsimulatiemodel zal gebruikt worden om hervormingen uit te werken en te ondersteunen op het vlak van toekenning van sociale rechten.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Ontwikkeling voor de armen: evaluatie van de multidimensionale impact van ontwikkelingsinterventies met respect voor de voorkeuren van de armen. 01/01/2018 - 31/12/2021

Abstract

There is a growing consensus in the literature that well-being is a multidimensional concept. Yet, many development programmes still rely on monetary measures of well-being to target beneficiaries and evaluate outcomes. Such measures remain blind to the differences in nonmonetary dimensions of well-being between individuals. A multidimensional framework is required to take these differences into account. The aim of this project is to develop a richer framework for assessing well-being outcomes in development projects. A key feature of this multidimensional framework is that it respects the individual opinions of the poor on the importance of different dimensions of well-being. The framework will be implemented by addressing three specific and policy-relevant questions in three different developing countries. First, the question will be investigated whether the consideration of a richer framework will have implications for the targeting of social programs in Colombia. This question will be addressed using ex ante simulation techniques. Second, the new framework will be used to study the impact of an unconditional cash transfer programme in Kenya, using an ex post difference-in-difference estimator. Finally, we will study to what extent preferences of the poor in Ethiopia can be estimated with new stated preference techniques such as a discrete choice experiment. xx

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Individuele Welvaartsanalyse gebaseerd op Behavioural Economics (IWABE). 01/01/2018 - 31/12/2021

Abstract

Economen evalueren sociaal en economisch beleid op basis van hun impact op het individuele welzijn van de leden van de samenleving. Een dergelijke meting hangt grotendeels af van de aanname dat individuen zich gedragen volgens standaard (dat wil zeggen transitieve en volledige) voorkeuren. Gemotiveerd door het overweldigende empirische bewijs uit de psychologie en gedragseconomie dat individueel gedrag vaak inconsistent lijkt met standaard voorkeuren, ontwikkelen we methodologische hulpmiddelen voor het analyseren van individuele welvaart in de aanwezigheid van dergelijke inconsistenties in het gedrag van agenten. Hiervoor zullen we een tussenliggende benadering verkennen die ligt tussen de agnostische benadering (dat wil zeggen robuuste conclusies zonder specifieke verklaring voor de inconsistenties) en de modelbenadering (dat wil zeggen een analyse op basis van een specifiek model dat niet standaard voorkeuren uitlegt). Voor het empirische gedeelte zullen we uitgebreid gebruik maken van de nieuwe en grotendeels onontgonnen MEqIN-dataset die werd verzameld door de PI's van dit project. Met deze dataset kunnen verschillende methoden voor het meten van welzijn worden vergeleken en kan gedetailleerde informatie over alle volwassenen van de geselecteerde huishoudens worden weergegeven. In de toepassingen zullen we onze aandacht beperken tot vier belangrijke dimensies van welzijn: gezondheid, materieel welzijn, werkstatus en de gezinssituatie. In dit opzicht zullen we ook opnieuw contact opnemen met de onderzochte huishoudens om extra gegevens te verzamelen met betrekking tot onze onderzoeksvragen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Hoe succesvol vergrijzen de Europese ouderen? Een nieuw meetinstrumentarium en toepassingen met SHARE data. 01/10/2017 - 30/09/2021

Abstract

De vergrijzing brengt belangrijke beleidsuitdagingen met zich mee. Om de wenselijkheid en effectiviteit van beleidskeuzes over vergrijzing goed te kunnen beoordelen, is een operationeel meetinstrument om "succesvolle vergrijzing" te meten noodzakelijk. Dit project behandelt daarom de vraag hoe we succesvolle vergrijzing juist kunnen meten. In het bijzonder zal een nieuw meetinstrumentarium ontwikkeld worden om de mate van succesvolle vergrijzing op een precieze en nauwkeurige manier te meten. De nieuwe maatstaven zullen dan toegepast worden met nieuwe gegevens die verzameld zullen worden in de "Survey of Health, Ageing and Retirement in Europe" (SHARE). De maatstaven zijn vernieuwend omdat ze de voorkeuren van oudere personen respecteren en bovendien gevoelig zijn voor de verdeling in de maatschappij. Geen van de bestaande meetinstrumenten in de literatuur heeft deze aantrekkelijke eigenschappen. Het project bestaat uit vier onderzoekstromen. In de eerste onderzoekstroom zal een fijnmazige maatstaf van succesvolle vergrijzing op het individuele niveau ontwikkeld worden. Deze maatstaf is consistent met de voorkeuren van oudere personen over wat ze zelf belangrijk vinden in hun leven. In de tweede onderzoekstroom zal een nieuwe methode worden ontwikkeld om de voorkeuren van oudere personen in kaart te brengen. In deze methode worden aan oudere personen een reeks keuzes tussen zogenaamde vignetten voorgelegd. Dergelijke vragen zullen toegevoegd worden aan de 8e golf van de SHARE data verzameling in 2018-2019. Ten derde zal een maatstaf van succesvolle vergrijzing op het maatschappelijk vlak ontwikkeld worden. Deze maatstaf is gevoelig voor de verdeling en bouwt verder op de resultaten van de vorige twee onderzoekstromen en inzichten uit de welvaartseconomie. Ten vierde zullen de nieuwe maatstaven toegepast worden. Dit kan nieuw licht werpen op oude empirische vragen uit de literatuur zoals de zogenaamde "satisfactie paradox". Daarenboven zal de kracht van de maatstaf om mortaliteit en gezondheidsproblemen te voorspellen vergeleken worden met andere maatstaven. Ten slotte zullen de resultaten van de verdelingsgevoelige maatstaf vergeleken worden over verschillende Europese landen om "best practices" te identificeren en om de rol van beleidskeuzes op succesvolle vergrijzing in kaart te brengen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Geïntegreerde onderzoeksinfrastructuur voor Europese expertise met betrekking tot inclusieve groei: van data tot beleid (InGRID-2) 01/05/2017 - 30/04/2021

Abstract

In het InGRID-2 project coördineert het Centrum voor Sociaal Beleid - Herman Deleeck (CSB) de 'Special Interest Group' van het EU Reference Budgets Network; organiseert het EUROMOD cursussen en een Experten workshop over de kost en toegankelijkheid van publieke goederen en diensten. Daarnaast nemen we deel aan verschillende 'joint research activities' over (1) de verdelingsimpact van sociaal en fiscaal beleid, rekening houdend met vermogen; (2) het meten van de kostprijs en toegankelijkheid voor huishoudens van kinderopvang en onderwijs; (3) coverage en non-take up van uitkeringen. Daarnaast neemt het CSB deel aan het uitwisselingsprogramma voor onderzoekers.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Naar een betere arbeidsmarktpositie voor mensen met een migratieachtergrond (IMMIGBEL). 15/12/2016 - 30/06/2022

Abstract

Context België is een immigratieland. Eerste generatie migranten zijn verantwoordelijk voor meer dan 15 procent van de arbeidskrachten en voor meer dan 50 procent van de groei van de arbeidskrachten. Nergens in de EU15, echter, is de kloof tussen de migranten en autochtonen zo groot. De armoedecijfers van de eerste generatie migranten zijn van de ergste in de EU15. In geen andere EU-landen zijn de eerste generatie-migranten zo sterk oververtegenwoordigd in de minimum inkomensbescherming. Hoewel we weten dat de werkgelegenheid van mensen met een migratieachtergrond achterop hinkt, weten we minder over de oorzaken daarvan. Dit project beoogt longitudinale data te gebruiken, die tot 18 jaar bestrijken, om de arbeidsmarkttrajecten van immigranten op individueel, huishouden en bedrijfsniveau te onderzoeken. Algemene doelstellingen en onderliggende onderzoeksvragen Door rijke administratieve gegevens en enquêtes te koppelen, streven we naar een grondig inzicht in de complexe dynamiek van de sociaaleconomische trajecten van mensen met een migratieachtergrond. Met geavanceerde longitudinale analyses hopen we nieuwe inzichten te verwerven over de socio-economische positie van mensen met een migratieachtergrond. Individueel niveau Op het individuele niveau streven we naar een beter begrip van de werkgelegenheidstrajecten van mensen met een migratieachtergrond vanuit een individueel perspectief. De trajecten die de eerste generatie migranten volgen, weerspiegelen de wisselwerking tussen kansen en belemmeringen waar mensen met een migratieachtergrond mee te maken krijgen alsook hun eigen strategische reacties. Door administratieve gegevens en surveys te koppelen, kunnen we grootschalige data gebruiken om de arbeidsmarkttrajecten van mensen met een migratieachtergrond in kaart te brengen. Onze bijdrage ligt in het feit dat we gedetailleerd en voor een relatief lange periode de rol van determinanten zoals origine, migratiegeschiedenis, gender, leeftijd, huishoudkenmerken op de arbeidsmarkttrajecten van mensen met een migratieachtergrond analyseren. Het niveau van het huishouden Op het niveau van het huishouden bestuderen we de arbeidsmarkttrajecten in relatie tot gezinsvorming - met bijzondere aandacht voor het gebruik van werk-gezinsbeleid. We gebruiken longitudinale microdata van het Rijksregister en de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid om de trajecten van arbeidsmarktdeelname en de opname van werk-gezinsbeleid door migranten en autochtone ouders tussen 2000 en 2014 te documenteren. Daarnaast bestuderen we in welke mate verschillen tussen ouders met en zonder een migratieachtergrond kunnen worden verklaard door verschillen in werkgelegenheid en inkomensposities voor de geboorte van een kind. Naast de beschikbaarheid van unieke microdata, vormt België ook een interessante case aangezien het land enerzijds een voortrekkersrol vervult in de ontwikkeling van werk-gezinsbeleid zoals formele kinderopvang en gesubsidieerde uitbesteding van huishoudelijk werk, maar anderzijds ook de grootste arbeidsmarktverschillen tussen migranten en autochtonen kent. Het bedrijfsniveau Tenslotte analyseert ons project arbeidsmarktprestaties door de lens van de Belgische bedrijven waarin immigranten werken. Het doel van het werkpakket ULB / MONS is het longitudinale panel van Belgische firma's en hun werknemers te gebruiken om verschillende aspecten betreffende de aanwezigheid van migranten te verhelderen die tot nu toe niet bestudeerd werden, namelijk: 1) de rol van concurrentie van de productmarkt in loondiscriminatie tegen immigranten; 2) de incidentie en determinanten van over-opleiding onder immigranten; (3) de effecten van de mismatch van opleiding en vaardigheden op autochtone en werknemers met een migratieachtergrond; 4) de gevolgen van over-kwalificatie in termen van productiviteit, lonen en winsten naar de herkomst van werknemers; 5) de beleidsimplicaties van het verzamelde bewijsmateriaal op al deze kwesties.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Cycli van Zorg en Inkomensherverdeling in het leven van Europeanen (CIRCLE) 15/12/2016 - 31/10/2021

Abstract

Het doel van dit project is om nieuw internationaal vergelijkend empirisch materiaal te verstrekken over de impact van de interactie tussen economische en demografische veranderingen en het welvaartssysteem op de verdeling van middelen, rechten en verantwoordelijkheden tussen generaties. De analyses hebben betrekking op 1) een evaluatie van de intergenerationele herverdeling van middelen naar ouderen via de belangrijkste pay-as-you-go systemen in Europese welvaartsstaten; 2) een onderzoek naar de informele intra-huishoud-mechanismes inzake de verzekering tegen inkomens en zorgrisico's in Europese Ianden in het laatste decennium; 3) een studie van de percepties en kennis van individuen over de belangrijkste welvaartsvoorzieningen en hun belang voor intergenerationele verhoudingen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Ongelijkheid: kwantificering, bronnen en herverdeling. 01/10/2016 - 30/09/2021

Abstract

In dit onderzoeksproject staan drie onderzoeksvragen centraal. Ten eerste, de meting van ongelijkheid. Verder bouwend op mijn vroeger onderzoek naar multidimensionale ongelijkheidsmeting, bestudeer ik de meting van multidimensionale armoede en sociale mobiliteit over meerdere perioden. Ten tweede, ben ik geïnteresseerd in het onderzoeken van de oorzaken van ongelijkheid in België en de rest van de wereld. Het centrale idee is om counterfactual verdelingen te construeren die resulteren uit het veranderen van demografische of beleidsparameters. Een derde onderzoekslijn focust op de studie van optimale herverdelend beleid. In het bijzonder ben ik geïnteresseerd in de rol van de civiele maatschappij op de bereidheid tot betalen voor herverdeling en in het uitkristalliseren van de impliciete sociale preferenties in het huidig belastingsysteem.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Armoedebestrijding door het verbeteren van de opname van sociale maatregelen door huishoudens en bedrijven (TAKE). 15/12/2015 - 15/03/2022

Abstract

Het TAKE-project onderzoekt de non-take up (NTU) van Belgische overheidsvoorzieningen. Dit onderzoeksproject wil empirische evidentie aanleveren aangaande drie dimensies van NTU: hoe groot is het probleem van NTU, welke factoren liggen aan de grondslag ervan, en hoe kunnen we het beleid aanpassen om NTU tegen te gaan? Daarnaast zullen we de gevolgen van NTU in termen van publieke uitgaven, armoede en sociale ongelijkheid in kaart brengen, en gaan we op zoek naar voorbeeldpraktijken inzake het monitoren en opvolgen van NTU door overheidsadministraties. Een breed spectrum van overheidsvoorzieningen wordt onderzocht. Centraal in het TAKE project staan gezinnen met een laag inkomen. We onderzoeken de NTU van diverse publieke voorzieningen en diensten die tot doel hebben de levensstandaard van deze gezinnen te verbeteren: bijstandsuitkeringen (het leefloon en de inkomensgarantie voor ouderen), kostencompenserende maatregelen (bv. de verhoogde tegemoetkoming voor gezondheidskosten, de sociale tarieven voor gas en elektriciteit), sociale dienstverlening (bv. schuldbemiddeling of arbeidsmarktbegeleiding), en loonsubsidies voor werkgevers van laaggeschoolde arbeidskrachten. Op methodologisch vlak zal het TAKE project gebruik maken van verschillende databronnen en innovatieve onderzoeksmethoden. Ten eerste zal een specifieke bevraging georganiseerd worden bij een steekproef van lage inkomensgezinnen in België. Deze bevraging heeft tot doel de omvang, kenmerken, oorzaken én gevolgen van NTU van overheidsvoorzieningen in kaart te brengen, met name van voorzieningen die levenstandaard van lage inkomensgroepen willen verbeteren. De steekproef zal getrokken worden op basis van administratieve gegevens van de Kruispuntbank voor Sociale Zekerheid. Ten tweede, om de omvang NTU te meten is een microsimulatiemodel nodig dat op basis van surveygegevens nagaat wie recht heeft op welke voorzieningen. Daartoe zal het bestaande statische simulatiemodel MEFISTO uitgebreid en verfijnd worden. MEFISTO werd ontwikkeld in het kader van het IWT-SBO project 'FLEMOSI: a tool for ex ante evaluation of socio-economic policies in Flanders' (2010-2013) (http://www.flemosi.be/easycms/MEFISTO). De aangepaste versie van MEFISTO zal ons toelaten om NTU te identificeren en kwantificeren, om zo de kenmerken, determinanten en gevolgen van NTU in kaart te kunnen brengen. Vervolgens zal MEFISTO ingezet worden om de impact van beleidswijzigingen op NTU na te gaan (bv veranderingen in de toegankelijkheidsvoorwaarden). Ten derde, in het kader van het TAKE project zal een experiment opgezet worden om het effect van diverse impulsen en aanmoedigingen op NTU te meten, met name van de verhoogde tegemoetkoming in de ziektekostenverzekering (VT). Ten vierde, in het kader van het TAKE-project wordt een databestand ontwikkeld met gedetailleerde beschrijving van de toegankelijkheidsvoorwaarden van de onderzochte maatregelen en de wijze waarop ze geïmplementeerd (werktitel: TAKE-ISSOC). Het doel is een gebruiksvriendelijk bestand op te stellen waarin externe gebruikers gemakkelijk en op gestructureerde wijze informatie kunnen opzoeken. Ten vijfde, TAKE zal bestaande administratieve data gebruiken om de NTU van loonsubsidies voor werkgevers van laagopgeleide werknemers en andere kwetsbare groepen te onderzoeken gedurende de periode 2004-2013. Dit onderzoeksluik zal gebaseerd zijn op longitudinale administratieve gegevens van de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid (RSZ) en de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening (RVA). Ten zesde, de bestaande tweejaarlijkse enquête naar de administratieve lasten bij ondernemingen en zelfstandigen zal ingezet worden om de oorzaken van de NTU van loonsubsidies beter te begrijpen. In het kader van TAKE zal waardevolle informatie verzameld worden over de NTU van loonsubsidies door een specifiek luik met vragen over het gebruik van loonsubsidies op te nemen in deze enquête.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Proactieve controle in het kader van de verhoogde tegemoetkoming. 21/10/2015 - 31/12/2021

Abstract

In deze experimentele studie gaan we, in samenwerking met de Landsbond der Christelijke Mutualiteiten (LCM), na wat de impact is van de pro-actieve controle op de opname van de verhoogde tegemoetkoming in de ziekteverzekering.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Social Progress in Europe: putting new and old paradigms to the test. 01/01/2015 - 31/12/2021

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht toegekend door de Universiteit Antwerpen. De promotor levert de Universiteit Antwerpen de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd door de universiteit.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Afgelopen projecten

Technische ondersteuning ontwikkeling en update EUROMOD België jaar 2020 01/01/2020 - 31/12/2020

Abstract

Dit project betreft de update van de Belgische component in het model EUROMOD. Het gaat om de volgende taken: 1) update van de input database gebaseerd op EU-SILC; 2) bouwen van de beleidssystemen in EUROMOD; 3) validering en opname in EUROMOD; 4) Landenrapport.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Onderzoek naar de personele inzet in woonzorgcentra, aangepast aan de veranderende zorg- en ondersteuningsnoden van de bewoners. 01/01/2020 - 30/06/2020

Abstract

Het onderzoek beoogt noodzakelijke en praktische handvatten aan te reiken voor de bepaling van geactualiseerde en geïntegreerde personeelsnormen voor de Vlaamse woonzorgcentra, zowel voor zorgpersoneel als voor ondersteunend personeel.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

SHARE - België, golf 9 - jaar 1 (SHARE-W9-1). 01/12/2019 - 30/11/2020

Abstract

Dit project kadert in een ESFRI-onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds ESFRI. UA levert aan ESFRI de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Oorzaken van vermogensconcentratie en beleidsimplicaties 02/09/2019 - 01/10/2019

Abstract

Het doel van het project is om bij te dragen aan het OESO rapport "The drivers of wealth concentration and it policy implication", met name aan de secties over de gezamenlijke verdeling van inkomen en vermogen en het beleidshoofdstuk. Het rapport maakt deel uit van het gezamenlijke project van de OESO en Europese Commissie "Dimensions of Inequality".

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Wetenschappelijk onderzoek naar een uniform inkomensbegrip en gezinsbegrip in Vlaanderen. 15/06/2019 - 14/05/2020

Abstract

Vlaanderen kent een verscheidenheid aan sociale maatregelen die gericht zijn op het versterken van de inkomenssituatie van maatschappelijk kwetsbare groepen. Deze maatregelen zijn echter versnipperd over verschillende beleidsdomeinen en administraties heen, die elk hun eigen toegangscriteria en voorwaarden bepalen en toepassen.Echter, om ondergebruik tegen te gaan en vooruitgang te boeken op het vlak van armoedebestrijding, is er nood aan (1) duidelijke definities en omschrijvingen van de verschillende inkomens- en gezinsbegrippen die worden toegepast binnen de sociale maatregelen, en aan (2) wetenschappelijk onderbouwde voorstellen om deze inkomens- en gezinsbegrippen waar mogelijk en wenselijk te harmoniseren en een geïntegreerd beleid mogelijk te maken. Met dit onderzoeksvoorstel beogen we aan deze noden tegemoet te komen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

De effectiviteit van sociaal beleid gericht op gezinnen met een kind met een handicap in Vlaanderen: slaagt het bestaande pakket van sociaal beleidsmaatregelen erin het armoederisico van kinderen met een handicap te verminderen? 01/04/2019 - 30/03/2020

Abstract

Het hebben van een kind met een handicap gaat gepaard met zowel directe als indirecte kosten die waarschijnlijk een negatief effect hebben op het armoederisico van deze gezinnen. Ten eerste worden deze gezinnen geconfronteerd met hogere directe kosten als gevolg van de medische en zorgbehoeften van hun kind. Ten tweede worden zij geconfronteerd met hogere indirecte kosten omdat zij meer zorg moeten bieden die de arbeidsmarktparticipatie van de ouders bemoeilijkt. Bovendien hebben gezinnen met een kind met een handicap vaak een lagere sociaaleconomische status dan gezinnen zonder kinderen met een handicap, waardoor hun armoederisico toeneemt onafhankelijk van het hebben van een kind met een handicap. Veel westerse welvaartsstaten hebben daarom een aantal uitkeringen en diensten geïmplementeerd om deze directe en indirecte kosten voor gezinnen met een kind met een handicap te verminderen. Het ontbreekt ons echter aan inzicht in de daadwerkelijke effectiviteit van de sociaal beleidsmaatregelen om deze doelstelling te bereiken. Daarom wil dit onderzoeksproject nagaan in welke mate het bestaande pakket van sociale beleidsmaatregelen voor gezinnen met een kind met een handicap in Vlaanderen erin slaagt hun armoederisico te verminderen door het gezinsinkomen direct of indirect te verhogen. Concreet zullen we in dit project werken aan drie verwante onderzoekslijnen. Ten eerste zullen we het niet-gebruik van sociale steun voor kinderen met een handicap onderzoeken, omdat dit fenomeen de daadwerkelijke effectiviteit van sociaal beleid aanzienlijk kan belemmeren. Ten tweede zullen we kijken naar het directe armoedeverminderende effect van de bestaande uitkeringen voor gezinnen met een kind met een handicap, in het bijzonder de verhoogde kinderbijslag. Ten slotte zal de indirecte impact worden onderzocht via het causale effect van de aanwezigheid van een kind met een handicap op de tewerkstelling van de ouders. Het budget dat binnen dit BOF-KP-project wordt aangevraagd, zal worden gebruikt om een gegevensaanvraag te financieren bij de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid voor een uitbreiding van een bestaande administratieve dataset. Door longitudinale werkgelegenheidsinformatie, informatie van het Ministerie van Onderwijs en van de belastingadministratie te verkrijgen, zullen we de drie voorgestelde onderzoekslijnen verder uitdiepen. We zullen kwantitatieve methoden toepassen op deze unieke administratieve dataset.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Onderhoud EUROMOD tax-benefit model en voorbereiding transfer naar Europese Commissie 01/02/2019 - 31/12/2019

Abstract

Dit project betreft de update van de Belgische component in het model EUROMOD. Het gaat om de volgende taken: 1) update van de input database gebaseerd op EU-SILC; 2) bouwen van de beleidssystemen in EUROMOD; 3) validering en opname in EUROMOD; 4) Landenrapport.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Analyse financiële tax expenditures 30/01/2019 - 15/03/2019

Abstract

Het doel van dit project is om de reikwijdte van het EUROMOD model te verbreden om de analyse mogelijk te maken van tax expenditures voor 11 Europese landen. Tax expenditures kunnen verschillende vormen aannemen, bv. aftrekken, vrijstellingen, kredieten, aparte tarieven enz. Deze tax expenditures zijn toegenomen over de laatste decennia en doen vragen oproepen met betrekking tot hun nadelig effect op het overheidsbudget (OECD, 2010). Tax expenditures worden gebruikt in verschillende beleidsdomeinen; de focus ligt hier op die betrekking hebben op investeringsactiviteiten.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

SHARE - België, golf 8 - jaar 2. 01/12/2018 - 30/11/2019

Abstract

Dit project kadert in een ESFRI-onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds ESFRI. UA levert aan ESFRI de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

EF32 Proefkader voor de inzet van het persoonsvolgend budget voor personen met een handicap binnen de erkende capaciteit van een ouderenvoorziening. 01/07/2018 - 31/12/2018

Abstract

Met het proefkader willen we een voor alle betrokken actoren, en in het bijzonder de gebruikers en aanbieders, beveiligd kader creëren waarbinnen de mogelijkheden en beperkingen kunnen onderzocht worden inzake het inzetten van het persoonsvolgend budget nRTH VAPH binnen de erkende capaciteit van (semi-) residentiële ouderenzorg met eventuele tussenkomst in de zorgkost door het RIZIV, in het bijzonder WZC, CVK en DVC met bijzondere erkenning. Het werken met een proefkader biedt de sector en de betrokken administraties de nodige ruimte om de modaliteiten van de inzet in de praktijk uit te proberen en pas daarna verder regelgevend te verankeren. Cruciaal hierbij is het komen tot een sluitende financiële regeling die - voor de gebruiker eenvoudig en transparant is; - voor beide sectoren aanvaardbaar is; - voor beide administraties uitvoerbaar is. Het principe dat 'dubbele subsidiëring' vermeden dient te worden, staat hierbij voorop.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Onderhoud van EUROMOD microsimulatie model en voorbereiding van transfer naar de Europese Commissie 01/02/2018 - 31/01/2019

Abstract

Dit project betreft de update van de Belgische component in het model EUROMOD. Het gaat om de volgende taken: 1) update van de input database gebaseerd op EU-SILC 2) bouwen van de beleidssystemen in EUROMOD 3) validering en opname in EUROMOD 4) Landenrapport.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Tax shift binnen de Vlaamse woonfiscaliteit. 01/01/2018 - 30/04/2020

Abstract

De zesde staatshervorming heeft gezorgd voor een bijkomende bevoegdheidsoverdracht van delen van de personenbelasting naar Vlaanderen, en meer in het bijzonder met betrekking tot de woonfiscaliteit. Dit maakt het mogelijk voor Vlaanderen om een meer geïntegreerd beleid inzake woonfiscaliteit te voeren. Zo behoort een tax shift tussen de verschillende instrumenten van de woonfiscaliteit (registratierechten, onroerende voorheffing, woonbonus) tot de mogelijkheden. Het doel van dit onderzoek is om zowel de economische en budgettaire als de juridische aspecten van een dergelijke Vlaamse tax shift binnen de woonfiscaliteit in kaart te brengen. We vertrekken van een centraal scenario, waarvan ook verscheidene varianten gesimuleerd worden.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Vlaamse deelname aan het ESFRI-project SHARE. 01/12/2017 - 30/11/2018

Abstract

Dit project kadert in een ESFRI-onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds ESFRI. UA levert aan ESFRI de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Zorgt de middenklasse voor meer armoede? Een empirisch en vergelijkend onderzoek naar de middenklassevertekening in de sociale uitgaven en de gevolgen voor herverdeling in 20 landen, 1985-2013. 01/10/2017 - 30/09/2020

Abstract

Welvaartsstaten die effectief zijn in het terugdringen van armoede hebben hoge niveaus van sociale uitgaven. Toch kunnen veranderingen in sociale uitgaven de veranderingen in de uitkomsten van armoede niet verklaren. De ongelijkheden namen bijna overal toe en dat gold ook voor de sociale uitgaven, maar in veel landen werden de sociale uitgaven minder effectief om de armoede op afstand te houden. Waarom zijn de sociale uitgaven in sommige landen minder pro-arm geworden, maar niet in andere? De centrale hypothese van dit onderzoeksproject is dat veranderingen in armoedesultaten in OESO-landen te verklaren zijn door veranderingen in de middenklasse-bias in sociale uitgaven. Verwacht wordt dat landen waar een groter deel van de sociale uitgaven ten goede komt aan de middenklasse, een afname zagen in de herverdeling van verzorgingsstaten. Hoewel de invloed van de middenklasse op herverdeling centraal staat in de welvaartstheorie, wordt deze dimensie steevast genegeerd in recente pogingen om de uitkomsten van armoede te verklaren. Daarom zal ik (1) empirisch veranderingen in de middenklasse-vooroordelen in sociale uitgaven in verschillende landen en in de loop van de tijd beoordelen; (2) schatten in hoeverre dit verband houdt met uiteenlopende trends in herverdeling van de welvaartsstaat en armoedecijfers; en (3) drie potentiële mechanismen testen waarmee de invloed van de middenklasse op sociale uitgaven wordt uitgeoefend, afgeleid van de belangrijkste theorieën over de herverdeling van verzorgingsstaten. Het resultaat zal naar verwachting ons begrip van de mechanismen die ten grondslag liggen aan de herverdeling van de verzorgingsstaat verder bevorderen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Is een tewerkstellingsbeleid voor het verminderen van kinderarmoede bij kinderen met een handicap de juiste strategie? Empirische verkenningen van kinderarmoede, handicap tijdens de kinderjaren en de werk-zorg balans in Vlaanderen. 01/10/2017 - 30/09/2019

Abstract

Beleidsantwoorden om kinderarmoede te bestrijden verwijzen vaak naar het sociale investeringsparadigma. De belangrijkste pijler van dit paradigma is het investeren in menselijk kapitaal, dat mensen de nodige vaardigheden geeft om kansen op de arbeidsmarkt zelf te grijpen in plaats van afhankelijk te zijn van passieve uitkeringen die hen beschermen tegen armoede. Meer specifiek zijn beleid en strategieën om kinderarmoede te verhelpen gericht op de arbeidsintegratie van de ouders om zo het gezinsinkomen te verhogen terwijl tegelijkertijd geïnvesteerd wordt in het toekomstig potentieel van de jonge kinderen om lange termijn verliezen in menselijk en economisch kapitaal te voorkomen. We focussen in dit onderzoeksproject op de gehandicapte kinderen, een groep van kinderen voor wie armoedebestrijding via de arbeidsparticipatie van ouders op het eerste gezicht problematisch is. De belangrijkste doelstelling van het onderzoeksproject is om (1) het verband tussen handicap tijdens de kinderjaren, kinderarmoede en werkintensiteit van het huishouden te onderzoeken; en (2) de wijzen waarop de instrumenten van het sociale beleid een impact hebben op de werk-zorg strategieën van ouders met gehandicapte kinderen te identificeren.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

De welvaartstaat tot uw dienst? Naar een beter begrip van de impact van publieke goederen en diensten op armoede in Europa. 01/10/2017 - 30/09/2019

Abstract

Ongeveer de helft van de sociale uitgaven in Europese welvaartsstaten wordt besteed aan de inrichting van publieke goederen en diensten. Ontegensprekelijk leveren deze goederen en diensten een belangrijke bijdrage aan de levensstandaard van huishoudens. Toch slagen de huidige armoedemaatstaven er niet in om deze bijdrage van publieke goederen en diensten op een accurate manier in rekening te brengen. Dit onderzoeksproject wil een bijdrage leveren aan de kennis en meting van armoede in welvaartsstaten door een nieuwe methode te ontwikkelen die een beeld geeft van de impact van publieke goederen en diensten op armoede. Dit gebeurt in vier onderzoeksfasen. In de eerste fase zal er een overzicht worden geschetst van de betaalbaarheid en toegankelijkheid van publieke diensten in Europese lidstaten. In de tweede fase, wordt het effect van publieke goederen en diensten en kosten compenserende maatregelen op de noodzakelijke uitgaven van huishoudens geschat. Dit wordt gedaan aan de hand van de referentiebudgetten methode die op een cross-nationaal vergelijkbare manier tracht te berekenen wat gezinnen minimaal nodig hebben voor volwaardige sociale participatie. Op deze manier zullen er voor zes Europese landen nieuwe armoedegrenzen worden berekend die rekening houden met de noden en kosten van specifieke gezinstypes. In de derde fase wordt de informatie uit de normatieve referentiebudgetten gecombineerd met informatie over de reële uitgaven van gezinnen aan de hand van huishoudbudget data. Zo kunnen de nieuwe armoededrempels veralgemeend worden naar de hele bevolking. In de laatste fase wordt aan de hand van een representatieve inkomenssurvey armoede op een alternatieve manier in kaart gebracht, gebruik makend van de armoede grenzen ontwikkeld in de vorige fase.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Continentale convergentie in het sociale trilemma? Een empirisch onderzoek naar het evenwicht tussen werkgelegenheid, adequate inkomensvoorziening en fiscale terughoudendheid in de 50 Verenigde Staten en de uitgebreide Europese Unie 01/10/2017 - 14/04/2019

Abstract

Structurele veranderingen in de wereldeconomie en verschuivende politiek-institutionele omstandigheden hebben het vermogen van Amerikaanse en Europese welvaartsstaten om een ​​evenwicht te vinden tussen de afweging van voldoende inkomen voor iedereen, een hoog werkgelegenheidsniveau en budgettaire beperkingen steeds meer in de weg gestaan. Hoewel vergelijkende verzorgingsstaatliteratuur historisch drie verschillende benaderingen (Noords, Continentaal Europees en Liberaal / 'Werkvoorwaardelijk') heeft geïdentificeerd om deze drieledige afweging of 'sociaal trilemma' in evenwicht te brengen, daagt dit onderzoeksproject de blijvende legitimiteit van deze typologische uitdagingen uit. onderscheidingen. Gezien de achteruitgang van de sociale verdieping, de toenemende wending naar activering, en institutionele goedkeuring van de 'sociale investeringsstrategie' onder de 28 EU-lidstaten, evenals de recente verschillen op staatsniveau tussen sociaal en arbeidsmarktbeleid van de 50 Verenigde Staten , deze studie veronderstelt dat het conceptuele onderscheid tussen Amerikaanse en Europese benaderingen van het sociale trilemma vervaagd is. Dit project gebruikt beleidsindicatoren om de structuur en de nettowaarde van inkomensbescherming in de EU en de Amerikaanse staten te beoordelen vanaf het midden van de jaren negentig tot heden, en ook de economische en politiek-institutionele drijfveren voor veranderingen in de aanpak van staten van het sociale drieluik uiteen te halen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

"To take or not to take?" Naar een beter begrip van de institutionele en persoonlijke hindernissen bij het aanvragen van uitkeringen. 01/10/2017 - 30/09/2018

Abstract

Social benefits targeted at the poor are an important part of modern welfare states. However, recent evidence shows that in many European countries only a fraction of those that are supposed to benefit, take up their social rights. Yet, we have relatively little insight into what drives nontake- up and how policy design can be improved so as to increase take-up. Furthermore, research on this topic, especially in Belgium, is rather scarce. This is unfortunate, because non-take-up undermines the effectiveness of public policies, and a better understanding of non-take-up could make a significant contribution to further insights into economic behaviour of households and their interaction with the welfare state. Therefore, the main objective of this research proposal is to investigate non-take-up of Belgian social assistance schemes and to make progress on three dimensions on which we lack evidence: 1) the size (how big is the problem?), 2) the causes (how can it be explained?) and 3) the solutions (what can be done?). To do so, I will build on the latest theoretical insights, collect and analyse new and existing administrative and survey data, and make use of both microsimulation techniques and field experiments. The results will allow us to a) generate new insights into the economic behaviour of households in general, and the non-take up of social benefits in particular; and b) inform policy makers on how to make existing policy measures more effective for reducing poverty.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Update en uitbreiding van ontwikkeling model EUROMOD Vermogensbelasting. 28/07/2017 - 27/07/2018

Abstract

Vermogensbelasting wordt naar voren geschoven als een manier om de inkomensongelijkheid te verminderen, die de afgelopen decennia in veel landen is toegenomen. Nieuwe huishoudenquêtes, zoals het Eurosysteem Household Finance and Consumption Survey (HFCS), ontwikkeld door de Europese Centrale Bank Eurosystem vormen een mijlpaal voor dit soort onderzoek. De HFCS data bevatten echter enkel bruto inkomensgegevens, terwijl voor de analyses van de verdeling van inkomen en vermogen informatie nodig is over het beschikbaar netto inkomen. Als men de gevolgen van een vermogensbelasting en (budget neutrale) hervormingen op dit domein wil simuleren heeft men een microsimulatiemodel nodig is. Om verschillende landen te kunnen onderzoeken iopn een vergelijkbare wijze is een microsimulatiemodel als EUROMOD het meest geschikt. EUROMOD is een statisch model dat de maatregelen van de directe belastingen, sociale premies, uitkeringen en inkomens markt berekent in een vergelijkbare manier in alle EU-landen. Het doel van dit project is om het EUROMOD model up te daten en uit te breiden voor een selectie van EU-landen met beleidsregels om vermogensbelasting te simuleren op basis van de HFCS gegevens. Dit maakt het mogelijk om de beleidsdomeinen in EUROMOD uit te breiden met dimensies zoals vermogensbelasting, die recent veel aandacht krijgen, zowel onder academici als in het publieke debat.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Implementatie van de betaalbaarheidstoets voor de integrale waterfactuur. 07/07/2017 - 30/09/2018

Abstract

Het doel van dit project is om, vertrekkend van de resultaten van het verkennend onderzoek, een onderbouwde, toepasbare methode uit te werken die de VMM/WaterRegulator toelaat om: - de betaalbaarheid van de integrale waterfactuur in Vlaanderen voldoende gedetailleerd én objectief in kaart te brengen; - de evolutie van de betaalbaarheid in de toekomst op te kunnen volgen; - en impactsimulaties van mogelijke wijzigingen aan de structuur en tarieven te kunnen uitvoeren.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

ESS ERIC CST Sampling and Weighting Expert Panel 01/06/2017 - 31/05/2019

Abstract

Voor de duur van het contract zal Tim Goedemé als expert member bijdragen aan de activiteiten van het ESS ERIC CST Sampling and Weighting Expert Panel. Dit panel ziet toe op de steekproeftrekking en weging van de European Social Survey (ESS) en werkt een toekomststrategie uit. Meer informatie is beschikbaar op de website van de ESS: http://www.europeansocialsurvey.org/methodology/ess_methodology/sampling.html.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

EUROMOD jaar 8 subcontract - Onderhoud van EUROMOD microsimulatie model en voorbereiding van transfer naar de Europese Commissie 01/02/2017 - 31/01/2018

Abstract

Dit project betreft de update van de Belgische component in het model EUROMOD. Het gaat om de volgende taken: 1) update van de input database gebaseerd op EU-SILC 2) bouwen van de beleidssystemen in EUROMOD 3) validering en opname in EUROMOD 4) Landenrapport.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Een sociaal vangnet dat werkt. Institutionele determinanten voor een effectieve armoedebestrijding. 01/01/2017 - 31/12/2020

Abstract

Bijstandsstelsels vormen een essentieel vangnet tegen extreme armoede in Europa. Desalniettemin is het empirische verband tussen de hoogte van de gewaarborgde bijstand en armoede-uitkomsten niet erg sterk. In dit project gaan we dieper in op de oorzaken van dit zwakke verband en onderzoeken we hoe de performantie van bijstandsstelsels kan worden verbeterd met het oog op het verminderen van armoede in Europa.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Strategisch advies voor het European Minimum Income Network (EMIN2 Project) 01/01/2017 - 23/12/2018

Abstract

In dit project ondersteunt de Universiteit Antwerpen het tweede European Minimum Income Network (EMIN 2). Dit is een netwerk gecoördineerd door het European Anti-Poverty Network (EAPN). De Universiteit Antwerpen zal vooral zorgen voor een goede samenwerking tussen EMIN 2 en het EU Reference Budgets Network, en advies verlenen in het bijzonder met betrekking tot de rol die referentiebudgetten kunnen spelen in het debat over de adequaatheid van minimum inkomens.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Feit en fictie rondom het basisinkomen. 01/01/2017 - 30/09/2017

Abstract

Er wordt heel wat gezegd en geschreven over het basisinkomen, in Nederland en elders in de wereld. Zowel in academische kringen als in diverse maatschappelijke fora woedt het debat. Dat gaat deels over principes. Tegelijkertijd en misschien wel vooral wordt het geanimeerd door de feitelijke claims die zowel voor- als tegenstanders van het basisinkomen maken. Die staan vaak diametraal tegenover elkaar. Volgens de enen zou een basisinkomen een katalysator zijn voor economische groei. Het zou de ondernemingszin vergroten. Mensen zullen innovatief en creatief zijn omdat ze basisinkomenszekerheid hebben. Tegenstanders vrezen dan weer sterk negatieve effecten. Wie zou nog gaan werken? Wie zou nog de minder leuke baantjes willen doen? Je zou ook de meest getalenteerde, de meest hardwerkende mensen hoog moeten belasten om een behoorlijk basisinkomen te kunnen financieren. Dit rapport brengt de wetenschappelijke evidentie samen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Mobile integrated social services increasing employment outcomes for people in need (MISSION) 01/12/2016 - 30/11/2019

Abstract

Het fenomeen van het niet-opnemen van sociale rechten, lokale diensten en uitkeringen/toelages waar mensen een recht op hebben, is een falen van onze welvaartstaat: we slagen er niet in iedereen op te nemen die recht op heeft een sociaal vangnet, zeker in het licht van de armoedecijfers die hoog blijven in Westerse samenlevingen. In dit project wordt een sociaalwerk interventie op het opnemen van rechten op het lokaal niveau getest door middel van een gerandomiseerd gecontrolleerd experiment in de stad Kortrijk. Bijkomend wordt onderzocht welke determinanten een verklaringen kunnen bieden voor het niet-opnemen van lokale diensten (met een focus op lokale diensten voor arbeidsvoorziening) en uitkeringen/toelages en wordt bestudeerd welke maatregelen dit fenomeen kunnen verhelpen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

SHARE - België, Golf 7 - jaar 2. 01/12/2016 - 30/11/2017

Abstract

Dit project kadert in een ESFRI-onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds ESFRI. UA levert aan ESFRI de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Preferentie-gevoelig multidimensionale ongelijkheidsmeting. 01/10/2016 - 31/12/2018

Abstract

In empirisch werk is het gebruikelijk om ongelijkheid te bestuderen door te kijken naar de inkomensverdeling. Deze benadering heeft als nadeel dat het blind blijft voor niet-inkomensverschillen tussen personen zoals hun gezondheid, tewerkstelling en onderwijsuitkomsten. Een multidimensionaal kader is noodzakelijk om deze verschillen in rekening te brengen. Echter, in een multidimensionaal kader is het mogelijk dat verschillende mensen verschillende voorkeuren hebben over hun multidimensionale uitkomsten. Het is een open theoretische vraag hoe een ongelijkheidsmaat kan opgebouwd worden die deze verschillen in voorkeuren in rekening brengt. Het huidige project onderzoekt daarom hoe de bestaande tool box van ongelijkheidsmaatstaven kan uitgebreid worden naar een multidimensionaal kader terwijl de voorkeuren van de betrokken personen gerespecteerd worden. Twee vragen zullen in detail bekeken worden. Ten eerste zal een klasse van preferentie-gevoelige ongelijkheidsmaatstaven met aantrekkelijke eigenschappen bestudeerd worden met een axiomatische methode. Om dat te doen moet een nieuw multidimensionaal transfer principe voorgesteld worden dat compatibel is met het Pareto principe. Ten tweede zullen we een survey instrument ontwikkelen gebaseerd op inzichten van de "stated preference" benadering. Dit instrument zal ons toelaten om voorkeuren van de betrokken personen te schatten over niet-inkomens dimensies. Door de twee antwoorden te combineren bekomen we een operationele preferentie-gevoelige multidimensionale ongelijkheidsmaatstaf die gebruikt kan worden om sociaal beleid te ontwikkelen en te evalueren.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Studie over het toekomstig model van de kinderbijslagen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. 06/09/2016 - 05/08/2017

Abstract

Een studie van algemeen nut met als doel pistes ter vereenvoudiging en verbetering van het model van de kinderbijslag te onderzoeken. De kinderbijslag dient als ondersteuning voor het ouderschap, in het bijzonder voor kansarme gezinnen. De modellering moet rekening houden met het sociaaleconomisch profiel van de Brusselse bevolking.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Het fijnstellen van een gedeeltelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering door middel van standaardsimulaties. 01/05/2016 - 31/10/2016

Abstract

Arbeidsongeschikten die in België terugkeren naar de arbeidsmarkt worden vaak geconfronteerd met een inactiviteitsval, dit wil zeggen dat het netto inkomen uit werk niet of nauwelijks hoger ligt dan het netto inkomen bij inactiviteit. Het doel van dit project is alternatieve systemen voor de re-integratie van arbeidsongeschikten op de arbeidsmarkt te formuleren waarbij een inactiviteitsval vermeden wordt. Aan de hand van standaardsimulaties zullen verschillende scenario's voor een gedeeltelijk behoud van de arbeidsongeschiktheidsuitkering gesimuleerd worden. Voor deze simulaties maken we gebruik van MOTYFF (http://www.flemosi.be/easycms/MOTYFF).

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Net-SILC3 - Derde Netwerk voor de Analyse van EU-SILC 01/04/2016 - 31/03/2020

Abstract

In dit project, gefinancierd door Eurostat en gecoördineerd door LISER, zijn we verantwoordelijk voor een werkpakket over de vergelijkbaarheid van de inkomensvariabelen in EU-SILC en de organisatie van een Best Practice Workshop over de validiteit en vergelijkbaarheid van de EU-SILC inkomens, gezondheids- en huisvestingsvariabelen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

De Vlaamse Welzijnsmeter: een pilootstudie 01/04/2016 - 31/03/2017

Abstract

Welzijnsvergelijkingen vormen een essentieel onderdeel van het ontwerp en de evaluatie van sociaal - en herverdelend beleid. Recente bijdragen in de literatuur argumenteren dat welzijn een multidimensionaal concept is, en dat inkomen niet noodzakelijk een goede benadering vormt. Om welzijn goed te meten hebben we daarom een rijker multidimensionaal instrumentarium nodig dat bijkomende informatie bevat over niet-monetaire dimensies zoals gezondheid, onderwijs, en arbeidsmarktstatus. De bestaande multidimensionale welzijnsmaten gebruiken meestal arbitraire gewichten om de verschillende dimensies samen te brengen in één getal. Helaas verwaarloost deze benadering de voorkeuren van de betrokkenen over het relatieve belang van de verschillende dimensies. Deze paternalistische benadering ligt daarom onder vuur in de academische literatuur. Om welzijn te meten op een niet-paternalistische wijze hebben we allereerst een instrumentarium nodig om de voorkeuren van de betrokken te achterhalen. Helaas bestaat er op dit moment geen flexibel en toepasbaar instrument dat voldoende fijnmazig is om op betrouwbare wijze deze voorkeuren te schatten. Het huidige project stelt daarom een nieuw online instrument voor, de welzijnsmeter, om deze lacune te dichten. Het centrale en meest innovatieve deel van de welzijnsmeter bevat een methode om voorkeuren te bevragen. Dit deel zal gebruik maken van een sequentie van bisectionele dichotome keuzes. Kort gesteld, presenteren we aan de respondent een sequentie van dichotome keuzes tussen levenssituaties. De antwoorden van de respondent geven ons dan informatie over (een smal interval rond) de indifferentiecurves zonder dat we parametrische veronderstellingen hoeven te maken. De projectfinanciering laat ons allereerst toe om een jobstudent aan te werven om de vragenlijst te implementeren in QUALTRICS (een geavanceerd web platform voor online vragenlijsten). Bovendien zal de financiering ons in staat stellen om een pilootstudie te implementeren op een steekproef van ongeveer 800 Vlaamse respondenten. De resultaten van dit onderzoek zijn belangrijk vanuit wetenschappelijk oogpunt omdat ze ons - als allereerste onderzoekers - zullen toelaten om niet-parametrische welzijnsvergelijkingen te maken. Bovendien kan de welzijnsmeter een belangrijke maatschappelijke bijdrage leveren door beleidsmakers te informeren over wat Vlamingen belangrijk vinden in hun leven. Hierdoor kunnen beleidsmakers hun prioriteiten voor een breed en multidimensionaal sociaal beleid beter stellen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

EUROMODupdate3Year1 subcontract - Microsimulation tool 01/02/2016 - 31/01/2017

Abstract

Dit project betreft de update van de Belgische component in het model EUROMOD. Het gaat om de volgende taken: 1) update van de input database gebaseerd op EU-SILC 2) bouwen van de beleidssystemen in EUROMOD 3) validering en opname in EUROMOD 4) Landenrapport

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Hoeveel inkomen is minimaal nodig? Referentiebudgetten voor maatschappelijke participatie. 18/01/2016 - 15/03/2016

Abstract

Met deze financiering verzorgen we een voorpublicatie van het boek 'Wat heeft een gezin nodig om rond te komen? Referentiebudgetten voor adequate maatschappelijke participatie in Vlaanderen en Brussel' voor Staatssecretaris voor Armoedebestrijding, Elke Sleurs. Het boek vat de meest recente inzichten samen in welk inkomen men minimaal nodig heeft om adequaat aan de samenleving te participeren.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Kunnen we vertrouwen stellen in voorkeuren geschat met data over geluk? Ontwarren van de Gordiaanse knoop van geluk, voorkeuren en schaling. 01/01/2016 - 31/12/2019

Abstract

Moderne welvaartseconomie starts van de premisse dat de evaluatie van individueel welzijn de voorkeuren van de personen moet respecteren over wat een goed leven juist inhoudt. Het schatten van deze voorkeuren is een belangrijke uitdaging voor elke toegepaste welvaarts - en beleidsanalyse, in het bijzonder wanneer er niet-markt goederen betrokken zijn. Een nieuwe methode om voorkeuren te schatten is gebaseerd op geluksdata. Deze methode heeft duidelijk voordelen: ze is makkelijk om te implementeren en robust voor strategische antwoorden. Echter, het is mogelijk dat verschillende mensen de antwoordschalen verschillend interpreteren. Geluksscores kunnen daarom niet eenvoudig vergeleken worden. Het huidige project onderzoekt hoe destructief deze niet-vergelijkbaarheid juist is. In het project vergelijken we geluksscores over twee hypothetische situaties (vignettes) in twee online surveys.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Vlaamse deelname aan het ESFRI-project SHARE. 01/01/2016 - 31/12/2018

Abstract

Dit project kadert in een ESFRI-onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds ESFRI. UA levert aan ESFRI de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Werkende armen en veranderingen in werk, inkomen, en de gezinssamenstelling (IPSWICH). 15/12/2015 - 15/03/2018

Abstract

Het IPSWICH-project tracht te begrijpen hoe institutionele en beleidsfactoren, in relatie tot onderliggende arbeidsmarkt- en huishouddynamieken, armoede onder werkenden genereren in België. Het houdt rekening met de relatie tussen armoede bij werkenden enerzijds en werklozen anderzijds, en onderzoekt welke beleidshervormingen kunnen bijdragen aan het verminderen van de huidige armoede en het voorkomen van verdere stijgingen. Sleutelfactoren in de analyses zijn lonen, werktijden en contracten, werkintensiteit van huishoudens, sociale bescherming, productiviteit, discriminatie en loononderhandelingsmacht.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Werkende armen en veranderingen in werk, inkomen, en de gezinssamenstelling (IPSWICH). 15/12/2015 - 15/03/2018

Abstract

Het IPSWICH-project tracht te begrijpen hoe institutionele en beleidsfactoren, in relatie tot onderliggende arbeidsmarkt- en huishouddynamieken, armoede onder werkenden genereren in België. Het houdt rekening met de relatie tussen armoede bij werkenden enerzijds en werklozen anderzijds, en onderzoekt welke beleidshervormingen kunnen bijdragen aan het verminderen van de huidige armoede en het voorkomen van verdere stijgingen. Sleutelfactoren in de analyses zijn lonen, werktijden en contracten, werkintensiteit van huishoudens, sociale bescherming, productiviteit, discriminatie en loononderhandelingsmacht.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

SHARE - België, Golf 7 - jaar 1. 01/12/2015 - 30/11/2016

Abstract

Dit project kadert in een ESFRI-onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds ESFRI. UA levert aan ESFRI de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Het Mattheuseffect opnieuw bekeken. 17/11/2015 - 31/12/2016

Abstract

Het Mattheuseffect is door socioloog Robert K. Merton genoemd naar een passus uit het evangelie van Mattheus (13,12): "Want aan ieder die heeft, zal gegeven worden en wel overvloedig. Maar aan degene die niet heeft, zal zelfs nog ontnomen worden wat hij heeft." Samengevat: de rijken worden rijker, terwijl de armen arm blijven. Het Mattheuseffect is alomtegenwoordig in het publieke debat, maar werd in de voorbije decennia niet meer empirisch bestudeerd in de wetenschappelijke literatuur. In mijn onderzoek heb ik beargumenteerd en empirisch aangetoond dat het Mattheuseffect ook vandaag nog een relevant analytisch kader is om de effectiviteit van het sociaal beleid te bestuderen. Hoe het Mattheuseffect geremedieerd en het sociaal beleid effectief kan zijn in de strijd tegen armoede, zal het voorwerp zijn van mijn onderzoeksagenda in de komende jaren.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Verkennend onderzoek naar een betaalbaarheidstoets voor de integrale waterfactuur. 07/10/2015 - 15/12/2015

Abstract

Met dit project beogen we te achterhalen hoe de 'betaalbaarheid' van de integrale waterfactuur en het aandeel van de drinkwatercomponent hierin kan worden gemeten op een aanvaardbare manier en hoe deze resultaten kunnen worden vertaald naar een Vlaamse betaalbaarheidstoets. Het onderzoek zal in eerste instantie betrekking hebben op de betaalbaarheid voor huishoudelijke abonnees van de watermaatschappijen. Er zal tevens een beperkte verkennende screening worden opgezet voor niet-huishoudelijke abonnees.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Is een tewerkstellingsbeleid voor het verminderen van kinderarmoede bij kinderen met een handicap de juiste strategie? Empirische verkenningen van kinderarmoede, handicap tijdens de kinderjaren en de werk-zorg balans in Vlaanderen. 01/10/2015 - 30/09/2017

Abstract

Beleidsantwoorden om kinderarmoede te bestrijden verwijzen vaak naar het sociale investeringsparadigma. De belangrijkste pijler van dit paradigma is het investeren in menselijk kapitaal, dat mensen de nodige vaardigheden geeft om kansen op de arbeidsmarkt zelf te grijpen in plaats van afhankelijk te zijn van passieve uitkeringen die hen beschermen tegen armoede. Meer specifiek zijn beleid en strategieën om kinderarmoede te verhelpen gericht op de arbeidsintegratie van de ouders om zo het gezinsinkomen te verhogen terwijl tegelijkertijd geïnvesteerd wordt in het toekomstig potentieel van de jonge kinderen om lange termijn verliezen in menselijk en economisch kapitaal te voorkomen. We focussen in dit onderzoeksproject op de gehandicapte kinderen, een groep van kinderen voor wie armoedebestrijding via de arbeidsparticipatie van ouders op het eerste gezicht problematisch is. De belangrijkste doelstelling van het onderzoeksproject is om (1) het verband tussen handicap tijdens de kinderjaren, kinderarmoede en werkintensiteit van het huishouden te onderzoeken; en (2) de wijzen waarop de instrumenten van het sociale beleid een impact hebben op de werk-zorg strategieën van ouders met gehandicapte kinderen te identificeren.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

De welvaartsstaat tot uw dienst? Naar een beter begrip van de impact van publieke goederen en diensten op armoede in Europa. 01/10/2015 - 30/09/2017

Abstract

Ongeveer de helft van de sociale uitgaven in Europese welvaartsstaten wordt besteed aan de inrichting van publieke goederen en diensten. Ontegensprekelijk leveren deze goederen en diensten een belangrijke bijdrage aan de levensstandaard van huishoudens. Toch slagen de huidige armoedemaatstaven er niet in om deze bijdrage van publieke goederen en diensten op een accurate manier in rekening te brengen. Dit onderzoeksproject wil een bijdrage leveren aan de kennis en meting van armoede in welvaartsstaten door een nieuwe methode te ontwikkelen die een beeld geeft van de impact van publieke goederen en diensten op armoede. Dit gebeurt in vier onderzoeksfasen. In de eerste fase zal er een overzicht worden geschetst van de betaalbaarheid en toegankelijkheid van publieke diensten in Europese lidstaten. In de tweede fase, wordt het effect van publieke goederen en diensten en kosten compenserende maatregelen op de noodzakelijke uitgaven van huishoudens geschat. Dit wordt gedaan aan de hand van de referentiebudgetten methode die op een cross-nationaal vergelijkbare manier tracht te berekenen wat gezinnen minimaal nodig hebben voor volwaardige sociale participatie. Op deze manier zullen er voor zes Europese landen nieuwe armoedegrenzen worden berekend die rekening houden met de noden en kosten van specifieke gezinstypes. In de derde fase wordt de informatie uit de normatieve referentiebudgetten gecombineerd met informatie over de reële uitgaven van gezinnen aan de hand van huishoudbudget data. Zo kunnen de nieuwe armoededrempels veralgemeend worden naar de hele bevolking. In de laatste fase wordt aan de hand van een representatieve inkomenssurvey armoede op een alternatieve manier in kaart gebracht, gebruik makend van de armoede grenzen ontwikkeld in de vorige fase.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Harmonisatie en integratie van data in het EUROMOD model voor onderzoek naar vermogensbelasting. 16/07/2015 - 15/07/2016

Abstract

Vermogensbelasting wordt naar voren geschoven als een manier om de inkomensongelijkheid te verminderen, die de afgelopen decennia in veel landen is toegenomen. Nieuwe huishoudenquêtes, zoals het Eurosysteem Household Finance and Consumption Survey (HFCS), ontwikkeld door de Europese Centrale Bank Eurosystem vormen een mijlpaal voor dit soort onderzoek. De HFCS data bevatten echter enkel bruto inkomensgegevens, terwijl voor de analyses van de verdeling van inkomen en vermogen informatie nodig is over het beschikbaar netto inkomen. Als men de gevolgen van een vermogensbelasting en (budget neutrale) hervormingen op dit domein wil simuleren heeft men een microsimulatiemodel nodig is. Om verschillende landen te kunnen onderzoeken iopn een vergelijkbare wijze is een microsimulatiemodel als EUROMOD het meest geschikt. EUROMOD is een statisch model dat de maatregelen van de directe belastingen, sociale premies, uitkeringen en inkomens markt berekent in een vergelijkbare manier in alle EU-landen. Het doel van dit project is om het EUROMOD model uit te breiden voor een selectie van EU-landen met beleidsregels om vermogensbelasting te simuleren op een op maat gemaakte databank. Dit maakt het mogelijk om de beleidsdomeinen in EUROMOD uit te breiden met dimensies zoals vermogensbelasting, die recent veel aandacht krijgen, zowel onder academici als in het publieke debat.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

De evaluatie van en beleidsaanbevelingen inzake het stelsel van de socioprofessionele integratie vrijstelling voor gerechtigden op het leefloon. 01/06/2015 - 30/11/2015

Abstract

In dit onderzoek werd het systeem van de socio-professionele integratie (SPI)- vrijstelling voor RMI begunstigden geëvalueerd en werden beleidsoplossingen aangereikt voor de voornaamste knelpunten. De evaluatie was gebaseerd op cijfers van de POD MI over de recente evolutie van het aantal RMI-gerechtigden met SPI-vrijstelling, op diepte-interviews met maatschappelijk werkers en op resultaten van voorgaand onderzoek. Uit de cijfers van de POD MI blijkt dat het aantal SPI-vrijstellingen relatief beperkt blijft, ondanks een sterke groei van het aantal SPI-vrijstellingen tijdens de periode 2005-2010 en 2014-2015. In 2014 ging het om 7 054 personen, dit is 4,5% van het totaal aantal RMI-gerechtigden. Diepte-interviews met maatschappelijk werkers geven inzicht in de redenen voor het lage aantal SPI-gerechtigden. Een veelgehoorde verklaring is dat – ondanks de recente verlenging van de termijnen – de beperking in duur van de SPI-vrijstelling maatschappelijk werkers er nog steeds van weerhoudt om de SPI-vrijstelling telkens toe te passen indien mogelijk. Er wordt eerst een inschatting gemaakt van de duurzaamheid van de socio-professionele integratie. Andere maatschappelijk werkers wijzen op de grote afstand van vele RMI-gerechtigden tot de arbeidsmarkt. Er bestaat een kortsluiting tussen de arbeidsmarktkwalificaties van de RMI-populatie en de beschikbare jobs. Maatschappelijk werkers wijzen ook op een aantal knelpunten in de werking van de SPI-vrijstelling, ondermeer de complexiteit van de regelgeving en de administratieve last die toepassing ervan met zich meebrengt. Voorgaand onderzoek bracht al aan het licht dat de SPI-regeling aanleiding geeft tot inactiviteitsvallen: meer werken kan in sommige gevallen betekenen dat leefloongerechtigden hun inkomen zien dalen in plaats van stijgen. In het onderzoeksrapport worden 8 beleidsvoorstellen geformuleerd die een antwoord moeten bieden op deze knelpunten.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Diepgaande analyse van de effecten van armoede op de leef- en werkomstandigheden van vrouwen en op hun kinderen. 01/03/2015 - 31/03/2015

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds de opdrachtgever. UA levert aan de opdrachtgever de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Kinderarmoede, kinderen met een handicap en de combinatie van arbeid en zorg: Dataverzameling en eerste empirische verkenningen van de effectiviteit van het sociaal beleid in Vlaanderen 01/02/2015 - 31/12/2015

Abstract

Met deze KP-BOF aanvraag wordt een nieuw onderzoeksproject geïnitieerd waarin de problematiek van kinderarmoede wordt benaderd vanuit het perspectief van kinderen met een handicap. Op basis van nooit eerder gebruikte administratieve data wordt het armoederisico van Belgische kinderen met een handicap voor het eerst in kaart gebracht, en worden op basis daarvan nieuwe hypothesen geformuleerd over de impact van het sociaal beleid.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Verzoening van de ecologische en sociale doelen in de transitie naar een koolstofarme maatschappij (SUSPENS). 01/01/2015 - 31/03/2019

Abstract

Zowel op Belgisch als op Europees niveau wordt de overgang naar een koolstofarme samenleving beschouwd als een belangrijk beleidsvraagstuk. In dit project situeren we ons in het kader van duurzame ontwikkeling om bij te dragen aan het debat over de wijze waarop de overgang naar een koolstofarme samenleving kan worden bereikt samen met de verzoening van ecologische en sociale doelstellingen. Zoals blijkt uit studies voor andere landen, creëren de traditionele beleidsinstrumenten vaak trade-offs tussen de verschillende doelen van duurzame ontwikkeling. De aanpak van deze trade-offs - evenals hun vertaling in de ongelijkheid tussen sociaal-economische groepen - vereist een grondige kennis van het verband tussen inkomen, consumptie en uitstoot van broeikasgassen op het niveau van de huishoudens. Daarom onderzoeken we in dit project de onderlinge verbanden en ongelijkheden die werken op huishoudniveau. We onderzoeken hoe het beleid sociale en ecologische doelstellingen kan verzoenen in de transitie naar een koolstofarme samenleving.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Een empirisch onderzoek naar de betaalbaarheid en wenselijkheid van hervormingen in de toekomstige Vlaamse kinderbijslag: uitwerken en simuleren van mogelijke en haalbare scenario's. 01/12/2014 - 31/12/2015

Abstract

De doelstelling van het onderzoeksproject is tweeledig: 1) het uitwerken, valideren en evalueren van hervormingsvoorstellen van de kinderbijslag op Vlaams niveau; en 2) het in kaart brengen van de uitkomsten en knelpunten van het implementeren van een inkomenstoets (gerelateerd aan de gezinsgrootte) in de kinderbijslag op Vlaams niveau.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

De paradox van de herverdeling, niet langer een paradox? Een empirisch onderzoek naar de rol van het beleidsontwerp in het reduceren van armoede in ontwikkelde welvaartsstaten. 01/10/2014 - 30/09/2017

Abstract

In dit werk worden de uitkomsten van het hedendaagse gezinsbeleid in Europese landen onderzocht in het kader van de sociale investeringsstaat. Twee vragen staan centraal: 1) Wie wordt beter van overheidsinvesteringen in het gezinsbeleid?; en 2) wat zijn hiervan de implicaties voor de doelstellingen van de overheidsinvesteringen in het gezinsbeleid? Daarbij ligt de focus op drie beleidsinstrumenten: kinderopvang, ouderschapsverlof en kinderbijslagen. De resultaten tonen dat er een Mattheuseffect schuilt in het gebruik van kinderopvang en ouderschapsverlof, maar niet noodzakelijk in de kinderbijslag.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Wanneer leidt een exogene schok tot institutionele verandering: minimuminkomenbescherming in tijden van crisis. 01/10/2014 - 30/09/2016

Abstract

Het onderzoek gaat de impact van de crisis na op bijstandsgerechtigden in de Europese lidstaten. Hiervoor wordt gekeken naar i) de institutionele veranderingen die relevant zijn voor deze groep (i.e. hoe het wetgevend kader beïnvloed werd door crisismaatregels en hervormingen) en ii) de impact van deze veranderingen op de levensstandaard van bijstandsgerechtigden.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

(Sociale verschillen in) arbeidsmarktpositie en arbeidsmarkttrajecten van (ex-) kankerpatiënten in België: een grootschalige, longitudinale analyse gebaseerd op administratieve databestanden. 01/09/2014 - 31/05/2019

Abstract

Dit onderzoeksproject heeft twee doelstellingen. Ten eerste beschrijven we de arbeidsmarktpositie van kankerpatiënten in België bij de diagnose, de arbeidsmarkttrajecten na de diagnose, en het gebruik van maatregelen om de arbeidsreïntegratie te bevorderen. We besteden speciale aandacht aan eventuele verschillen volgens de sociale status (beroep, inkomen, opleiding) van de (ex-) patiënten. Ten tweede ontwikkelen we een verklarend model voor werkhervatting na kanker: we gaan op zoek naar factoren die de kans op (her-) tewerkstelling na kanker beïnvloeden, met bijzondere aandacht voor mogelijke verschillen naargelang de sociale status van de patiënt.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Pilootstudie "Welzijn en preferenties: een discreet keuze experiment" 01/02/2014 - 31/12/2014

Abstract

Het huidige projectvoorstel beoogt om een pilootstudie bij studenten in België, Bangladesh en Colombia op te zetten om door middel van een "discrete keuze experiment" informatie te verzamelen over de geprefereerde gewichten van de dimensies van het goede leven. Deze nieuwe methode laat toe om multidimensionale welzijnsmaten te ontwikkelen die rekening houden met de opinies van de respondenten en aldus niet paternalistisch zijn.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Discretionaire vrijheid en werkvereisten in de bijstandspraktijk in Europa. 01/01/2014 - 31/12/2017

Abstract

Dit project betreft fundamenteel kennisgrensverleggend onderzoek gefinancierd door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek-Vlaanderen. Het project werd betoelaagd na selectie door het bevoegde FWO-expertpanel.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

SHARE België, Golf 6 (SHARE-W6). 01/12/2013 - 30/11/2015

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds de federale overheid. UA levert aan de federale overheid de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Tool-inactiviteitsvallen. 01/11/2013 - 31/05/2014

Abstract

Dit project beoogde in de eerste plaats het uitwerken van een instrument voor de ex ante inschatting van de financiële effecten in een particuliere situatie van een transitie van uitkeringsafhankelijkheid naar een werksituatie. Daarvoor werd verder gebouwd op het verrichte werk in het kader van het IWT-project FLEMOSI (FLEmish MOdels of SImulation). Naast dit eerder technisch doel had dit project een veeleer inhoudelijk doel: een inventaris maken van vaststellingen inzake inactiviteitsvallen voor arbeidsongeschikten op basis van de cases die tijdens de ontwikkeling van de tool worden uitgetest, om op basis daarvan voorstellen te kunnen ontwikkelen omtrent aanpassingen aan reglementeringen. Een eerste belangrijke vaststelling is dat de financiële opbrengst van een transitie van een zuivere uitkeringssituatie naar werk in de periode januari 2009 en juni 2012 in de meeste gesimuleerde gevallen is afgenomen; het risico op een inkomensval is met andere woorden toegenomen. In de beschouwde periode werden een aantal maatregelen genomen die tot doel hadden inactiviteitsvallen te bestrijden – zoals de introductie van de fiscale werkbonus voor werknemers met een laag loon, of, meer specifiek voor personen met een ZIV-uitkering, de aanpassing van de inkomensschijven en percentages voor de vrijstelling van beroepsinkomens in het kader van toegelaten arbeid – maar hun effect werd in vele gevallen teniet gedaan door de verhoging van de uitkeringsbedragen. Zowel de sociale zekerheidsuitkeringen voor primaire arbeidsongeschiktheid en invaliditeit als de inkomensvervangende tegemoetkomingen voor personen met een handicap zijn in reële termen beduidend toegenomen tussen 2009 en 2012, en dit dankzij het systeem van welvaartsaanpassingen voor sociale uitkeringen dat sinds 2005 van kracht is. Uitzonderingen op het algemene beeld van stijgende inkomensvallen zijn situaties waarbij personen met een ZIV-uitkering de overstap maken van inactiviteit naar een kleine deeltijdse job, met gedeeltelijk behoud van uitkering en personen met een integratietegemoetkoming die een voltijdse of deeltijdse job opnemen. Een tweede belangrijke vaststelling is echter dat, niettegenstaande de vastgestelde verschuivingen, de belangrijkste conclusies uit een eerder CSB-rapport over de inactiviteitsvallen overeind blijven (zie Bogaerts et al, 2009). In de meeste van de gesimuleerde situaties blijft de financiële meeropbrengst van werken substantieel. In vele gevallen zorgt de transitie van niet-werk naar werk ervoor dat het gezinsinkomen van onder de armoederisicodrempel tot boven deze drempel wordt getild (alhoewel niet altijd). Niettemin blijft de relatieve meeropbrengst van werken in een aantal situaties bijzonder laag. Dit geldt – net zoals in 2009 – met name voor alleenstaanden en tweeverdieners met kinderen die een ZIV-uitkering ontvangen en opnieuw de arbeidsmarkt willen betreden. Daarnaast zijn er twee specifieke situaties die gepaard gaan met een inkomensval. Ten eerste hebben de simulaties aangetoond dat personen die vanuit een relatief goed betaalde job in de ziekte- of invaliditeitsverzekering belanden, maar daarna tegen een laag loon opnieuw aan de slag gaan, geconfronteerd kunnen worden met een duidelijk inkomensverlies. Hetzelfde geldt voor personen die een deeltijdse job in het kader van toegelaten arbeid, dus met gedeeltelijk behoud van een ZIV-uitkering, willen inruilen voor een voltijdse betrekking, waarbij meestal geen cumulatie tussen uitkering en arbeidsinkomen mogelijk is.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Het meten en mobiliseren van vermogen voor een samenhangende, inclusieve en eerlijke samenleving (CRESUS). 01/10/2013 - 31/12/2019

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds de federale overheid. UA levert aan de federale overheid de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Het meten van equivalente inkomens: de uitvoering van maatregelen voor individueel welzijn op basis van Belgische data (MEQIN) . 01/10/2013 - 31/12/2017

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds de federale overheid. UA levert aan de federale overheid de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

De toegang van migranten tot de Sociale Zekerheid, inclusief de gezondheidszorg: beleid en praktijk. 01/10/2013 - 31/12/2013

Abstract

Dit project zal een grondige juridische analyse maken van de sociale zekerheidswetgeving betreffende de criteria die recht geven op sociale zekerheid in alle aspecten. De link met de migratiewetgeving zal worden gemaakt. Er zal ook een beleidsanalyse van de recente ontwikkelingen op het gebied van sociale zekerheid voor immigranten worden gemaakt.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Microsimulatiemodel voor de analyse van eigendomsbelasting in de EU. 08/07/2013 - 07/07/2014

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds EU. UA levert aan EU de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Een structurele aanpak van de verarming: de eenoudergezinnen. 03/05/2013 - 30/03/2014

Abstract

De context en het doel van het onderzoek worden door de Koning Boudewijn Stichting (KBS) uitvoerig toegelicht in de projectbeschrijving. In de projectbeschrijving worden ook 6 operationele doelstellingen onderscheiden: 1. Het opstellen van een socio-economisch profiel van de eenoudergezinnen in België en de gewesten 2. Het beschrijven van de hulpverleningssituatie van deze gezinnen op basis van individuele gesprekken, focusgroepen, getuigengroepen en literatuurstudie 3. Het analyseren van de inkomenssituatie van deze gezinnen 4. Het analyseren van beleidsalternatieven 5. Het opstellen van beleidsaanbevelingen 6. De organisatie van een ronde-tafel conferentie

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Gemeenschappelijke patronen van inkomen en ongelijkheid in rijkdom, oorzaken en gevolgen. 26/04/2013 - 30/06/2014

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds NBB. UA levert aan NBB de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Gegevens evaluatie schattingen Eurostat inzake EU2020 target en aanbevelingen inzake methodologie en data voor inschatting variatieschattingen gebruikers. 19/04/2013 - 30/06/2013

Abstract

De opdrachtgever vraagt om de door Eurostat gehanteerde methodologie te evalueren en om het effect op de variantieschattingen na te gaan van het gebruik van additionele gegevens inzake steekproefdesign aangeleverd door de FOD Economie.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

EUROMODupdate2 - Microsimulatie tool 28/02/2013 - 27/02/2014

Abstract

Dit project betreft de update van de Belgische component in het model EUROMOD. Het gaat om de volgende taken: 1) update van de input database gebaseerd op EU-SILC 2) bouwen van de beleidssystemen in EUROMOD 3) validering en opname in EUROMOD 4) Landenrapport

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Inclusieve groei onderzoeksinfrastructuurdiffusie (InGRID). 01/02/2013 - 31/01/2017

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds EU. UA levert aan EU de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Wie zijn het slechtst af in een niet-paternalistische multidimensionele analyse van welzijn? Theorie, schatting en een toepassing op armoede bij Europese ouderen. 01/01/2013 - 31/12/2016

Abstract

Dit project betreft fundamenteel kennisgrensverleggend onderzoek gefinancierd door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek-Vlaanderen. Het project werd betoelaagd na selectie door het bevoegde FWO-expertpanel.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Hoe komen we tot een beter huwelijk tussen de toename van werkgelegenheid en armoedebestrijding. 01/01/2013 - 30/06/2013

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds EU. UA levert aan EU de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Het arbeidsmarktonderzoek als instrument en basis bij toekomstig arbeidsmigratiebeleid en EU vrijhandelsakkoorden. 20/12/2012 - 30/11/2013

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds de Vlaamse overheid. UA levert aan de Vlaamse overheid de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Kansen op de arbeidsmarkt van tweede-generatie immigranten in België. 01/10/2012 - 31/12/2014

Abstract

In dit project onderzoeken we de arbeidsmarktpositie van tweede generatie migrant aan de hand van survey en administratieve data. We willen ook de determinanten identificeren van deze uitkomsten, en aldus nuttige inzichten verschaffen aan beleidsmakers. Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds NBB.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Wanneer leidt een exogene schok tot institutionele verandering: minimuminkomenbescherming in tijden van crisis. 01/10/2012 - 30/09/2014

Abstract

Het onderzoek gaat de impact van de crisis na op bijstandsgerechtigden in de Europese lidstaten. Hiervoor wordt gekeken naar i) de institutionele veranderingen die relevant zijn voor deze groep (i.e. hoe het wetgevend kader beïnvloed werd door crisismaatregels en hervormingen) en ii) de impact van deze veranderingen op de levensstandaard van bijstandsgerechtigden.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

EUROMODupdate2 - Microsimulatie tool. 16/03/2012 - 22/11/2018

Abstract

Dit project betreft de update van de Belgische component in het model EUROMOD. Het gaat om de volgende taken: 1) update van de input database gebaseerd op EU-SILC 2) bouwen van de beleidssystemen in EUROMOD 3) validering en opname in EUROMOD 4) Landenrapport

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Armoedebestrijding in Europa: het sociaal beleid en innovatie (IMPROVE). 01/03/2012 - 30/04/2016

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds EU. UA levert aan EU de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Werkgelegenheid en armoede in een veranderende samenleving (EMPOV). 15/02/2012 - 30/09/2016

Abstract

Dit onderzoeksproject analyseert de relatie tussen demografische ontwikkelingen, de arbeidsmarkt en resultaten van sociale inclusie. Het onderzoek focust op de demografische groepen die moeilijk werk vinden, en dus geconfronteerd worden met een verhoogd risico op armoede.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Vlaamse deelname aan het ESFRI-project SHARE. 01/01/2012 - 31/12/2015

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds de Herculesstichting. UA levert aan de Herculesstichting de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Steunpunt VLAS (2012-2015). 01/01/2012 - 31/12/2015

Abstract

Vlaams Armoedesteunpunt (VLAS). Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds de Vlaamse overheid. UA levert aan de Vlaamse overheid de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Uitvoering van actieve-inclusiestrategieën: overzicht per land. 15/10/2011 - 25/10/2011

Abstract

Dit project kadert in een dienstverleningsopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds EC. UA levert aan EC de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Ongelijkheid: kwantificering, bronnen en herverdeling 01/10/2011 - 30/09/2016

Abstract

In dit onderzoeksproject staan drie onderzoeksvragen centraal. Ten eerste, de meting van ongelijkheid. Verder bouwend op mijn vroeger onderzoek naar multidimensionale ongelijkheidsmeting, bestudeer ik de meting van multidimensionale armoede en sociale mobiliteit over meerdere perioden. Ten tweede, ben ik geïnteresseerd in het onderzoeken van de oorzaken van ongelijkheid in België en de rest van de wereld. Het centrale idee is om counterfactual verdelingen te construeren die resulteren uit het veranderen van demografische of beleidsparameters. Een derde onderzoekslijn focust op de studie van optimale herverdelend beleid. In het bijzonder ben ik geïnteresseerd in de rol van de civiele maatschappij op de bereidheid tot betalen voor herverdeling en in het uitkristalliseren van de impliciete sociale preferenties in het huidig belastingsysteem.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Is er een trade-off tussen adequate inkomensbescherming en het bevorderen van zelfstandigheid in bijstandsstelsels? Over de optimale combinatie van empowerment, voorwaardelijkheid en sancties. 01/10/2011 - 30/09/2012

Abstract

Het onderzoeksproject sluit aan bij een uitgebreide literatuur rond de evolutie van welvaartstaten. De focus van het project ligt op ontwikkelingen binnen bijstandstelsels, in een Europees comparatief perspectief. Enerzijds wordt ingegaan op de implementatie van de activeringsrationale in bijstandstelsels. Hoe is dit in de verschillende Europese landen uitgevoerd? Hoe heeft dit de situatie van bijstandsgerechtigden beïnvloed? Welke gevolgen heeft dit gehad naar de generositeit van de welvaartstaat, en naar uitkomsten? Hierbij zal ook aandacht gaan naar nieuwe manieren om activering en uitkomsten van activering te meten. Anderzijds wordt gekeken naar de invloed van de financiële crisis en de daaropvolgende schuldencrisis op de Europese bijstandstelsels en welvaartstaten. Welke mechanismen spelen hier, welke factoren zijn relevant bij het bepalen van de invloed van een onverwachte economische schok op de bodem van de welvaartstaat? Er wordt onder andere gekeken naar ernst van de crisis, publieke opinie, framing van de welvaartstaat en eerdere evoluties binnen bijstandstelsels.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Wetenschappelijke input armoedetoets. 21/09/2011 - 31/12/2011

Abstract

Opmaak van een wetenschappelijke bijdrage als insteek voor het proefproject armoedetoets op het decreet sociale bescherming - luik kindpremie, overeenkomstig de afspraken gemaakt met de kabinetten van ministers Lieten en Vandeurzen en de bevoegde administratie.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Tweede netwerk voor de analyse van EU-SILC (NET-SILC2). 01/06/2011 - 31/05/2015

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds CEPS/INSTEAD. UA levert aan CEPS/INSTEAD de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Het leefloon en alternatieven voor SPI-vrijstelling van bestaansmiddelen: vervolgproject. 20/04/2011 - 31/12/2011

Abstract

Het project bouwt voort op eerder onderzoek naar knelpunten in de huidige SPI-vrijstelling van bestaansmiddelen voor leefloongerechtigden. Uitgaande van de vaststellingen uit vorig onderzoek zal in dit project verder op zoek gegaan worden naar knelpunten in de SPI-vrijstelling en naar zinvolle alternatieven.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Is decentralisatie van activering in de bijstand doelmatig? 01/01/2011 - 31/12/2014

Abstract

Dit project betreft fundamenteel kennisgrensverleggend onderzoek gefinancierd door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek-Vlaanderen. Het project werd betoelaagd na selectie door het bevoegde FWO-expertpanel.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

De herverdelende werking van de innovatieve welvaartsstaat: een vergelijkende studie van Zweden, Nederland en België. 01/01/2011 - 31/12/2014

Abstract

Dit project betreft fundamenteel kennisgrensverleggend onderzoek gefinancierd door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek-Vlaanderen. Het project werd betoelaagd na selectie door het bevoegde FWO-expertpanel.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Organisatie en coördinatie van een netwerk voor de Europese coördinatie van de socialezekerheidsstelsels binnen de Europese Unie. 18/12/2010 - 17/12/2011

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds UGent. UA levert aan UGent de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Wat verklaart socio-economische ongelijkheden in gezondheidsgedrag? Vaccinatie van kinderen. 01/10/2010 - 30/09/2013

Abstract

Dit project gaat op zoek naar verklaringen voor socio-economische ongelijkheden in gezondheidsgedrag, meerbepaald in het vaccinatiegedrag van ouders met betrekking tot hun kinderen. Ter illustratie: in 2005 kreeg in kansarme gezinnen in Vlaanderen 1 kind op 5 minstens 1 van de aanbevolen dosissen van het gecombineerd zuigelingenvaccin1 niet binnen de aanbevolen leeftijdsrange toegediend. In niet-kansarme gezinnen ging het om 1 kind op 10 (Testelmans et al., 2006). Gelijkaardige ongelijkheden worden ook stelselmatig voor ander gezondheidsgedrag vastgesteld (Bury, 2005), maar de onderliggende mechanismen zijn onduidelijk. We combineren empirische (administratieve en enquête-) gegevens met gerandomiseerde experimenten om het relatief belang van de door ons naar voren geschoven mechanismen te meten en te kwantificeren.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

SHARE-België, Golf 4. 01/10/2010 - 30/09/2012

Abstract

Het huidige project behelst de uitbreiding van de SHARE database, i.e. de creatie van de SHARE golf 4 database. Binnen dit project wordt de longitudinale steekproef opnieuw bevraagd om de veranderingen sinds de laatste golf te registreren.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Lakmoestest voor de social investeringsstaat. De impact van het Nederlands en Belgisch beleid op armoede en sociale ongelijkheid. 01/10/2010 - 30/09/2012

Abstract

Verschillende Europese welvaartstaten hebben zich gedurende de laatste twee decennia 'heruitgevonden' als 'sociale investeringsstaten' (Giddens, 1998): waar vroeger de meeste aandacht ging naar 'passieve' inkomensbescherming, ligt voortaan de nadruk op participatie in de arbeidsmarkt en investeringen in menselijk talent. Dit onderzoek poogt de relatie te onderzoeken tussen de sociale investeringsstaat en armoede/inkomensongelijkheid. Ondanks het feit dat vele beleidsdocumenten een 'natuurlijke symbiose' veronderstellingen tussen werkgelegenheidsgroei en armoede, suggereren sommige onderzoeken dat deze relatie in realiteit veel complexer is. Om de centrale onderzoeksvraag te beantwoorden, zullen de effecten van het Nederlands en Belgisch sociaal beleid worden onderzocht. Nederland en België kunnen beschouwd worden als 'most similar cases': beide landen zijn vergelijkbare open transiteconomieën, maar verschillen op het vlak van hun brede beleidsoriëntatie. Terwijl Nederland het nieuwe beleidsparadigma grotendeels omarmde, worden de beleidsevoluties in België eerder aanzien als 'incrementeel'. Het project bestaat concreet uit drie delen. Allereerst zal de evolutie van de inkomensarmoede en inkomensongelijkheid in kaart gebracht worden voor beide landen en dat voor een relatief lange periode. Vervolgens zal een nauwkeurige studie gemaakt worden van de voornaamste beleidsevoluties in beide landen. Finaal zal er gepoogd worden om beide bevindingen aan elkaar te koppelen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Om de balans in de nieuwe welvaartstaat: een dynamische stelselvergelijking in vijf landen uit de kopgroep in Europa en hun prestaties op het vlak van oude en nieuwe sociale risico's. 01/09/2010 - 31/12/2015

Abstract

Het doel van dit onderzoeksproject is tweeledig. Ten eerste moet het meer inzicht bieden in de relatie tussen de omslag naar de investeringsstaat enerzijds en de evolutie van armoede en ongelijkheden anderzijds. Een tweede doel van dit project bestaat erin te achterhalen of en waarom het ene land op het vlak van uitkomsten (in termen van armoede en sociale ongelijkheid) mogelijk succesvoller is geweest dan het andere.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Welvaart, inkomensverdeling en armoede in Vlaanderen in internationaal perspectief. 19/08/2010 - 30/06/2011

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds de Vlaamse overheid. UA levert aan de Vlaamse overheid de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Groeiende effecten van ongelijkheid (GINI). 01/02/2010 - 31/07/2013

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds EU. UA levert aan EU de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

FLEMOSI: Een instrument voor ex ante evaluatie van sociaal-economisch beleid in Vlaanderen. 01/01/2010 - 31/12/2013

Abstract

In het FLEMOSI ("FLEmish MOdels of SImulation") project werken vijf internationale partners nauw samen om geavanceerde simulatiemodellen te bouwen. We starten vanuit het Europese EUROMOD-model en breiden dit model uit met specifieke Vlaamse competenties. Deze modellen worden gebruikt om de effecten van beleidswijzigingen in kaart te brengen, voordat ze omgezet worden in de praktijk.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

De arbeidsmarktpositie en -mobiliteit van migranten, en de baat van de welvaartsstaat. 01/01/2010 - 31/12/2013

Abstract

Dit onderzoeksproject situeert zich op dit snijpunt met de volgende tweeledige vraagstelling. 1) Wat zijn de determinanten van de kloof tussen immigranten en autochtonen inzake arbeidsmarktpositie en ¿mobiliteit? 2) In welke mate kan immigratie een bijdrage leveren tot het financiële draagvlak voor de sociale zekerheid in het algemeen en voor België in het bijzonder, gegeven de arbeidsmarktpositie en ¿transities van immigranten?

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Ontwikkeling van een wetenschappelijk onderbouwd planningsinstrument voor de kinderopvang. 04/12/2009 - 03/12/2010

Abstract

Voor de concrete invulling van het projectie-instrument is er inzicht nodig in de determinanten van de behoeften en hun waarschijnlijke evolutie in de toekomst. Met dit onderzoeksproject willen we vanuit het wetenschappelijk onderzoek aangeven welke determinanten van belang kunnen zijn, hoe ze zich tot elkaar verhouden en hoe ze de economische en sociale doelstellingen van kinderopvang weerspiegelen. In een tweede fase zullen we in nauwe samenwerking met de afdeling Kinderopvang van Kind en Gezin een projectie-instrument ontwikkelen dat deze determinanten vertaalt in concrete indicatoren die behoefte-projecties tot op lokaal niveau toelaten.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

CONVERGE - Convergeren Europese welvaartstaten naar een uniform Europees sociaal model? 01/11/2009 - 31/12/2012

Abstract

De algemene doelstelling van dit project is de analyse van zowel latente als intentionele convergentie- en coördinatiemechanismen op vlak van sociaal beleid in de Europese sfeer, meer bepaald zoals deze het Belgische sociale beleid beïnvloeden.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Microsimulatiemodel voor de modellering van de impact van beleidsmaatregelen (EUROMOD). 01/02/2009 - 29/02/2012

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds EU. UA levert aan EU de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Arbeidsongeschiktheid en vervroegde uittrede in Vlaanderen. 01/01/2009 - 31/12/2012

Abstract

Het onderzoek wil nagaan op welke manier arbeidsongeschiktheid past binnen de vervroegde uittredestelsels in Vlaanderen en hoe deze situatie zich verhoudt ten opzichte van andere welvaartsregimes. We gaan in het onderzoek op zoek naar substitutie-effecten tussen stelsels van vervroegde uittrede en willen verklaringen bieden voor vervroegde uittrede mechanismen in Vlaanderen. We zullen hiervoor factoren als gezondheid, demografische evolutie en werkgeverskenmerken analyseren.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Vademecum van gemeenschappelijke EU-indicatoren in het kader van de open coördinatiemethode voor sociale bescherming en sociale integratie. 01/01/2009 - 31/12/2009

Abstract

Dit project draagt bij tot de activiteiten van de Sub-Group Indicatoren (ISG) van het Directoraat Generaal Werkgelegenheid, Sociale Zaken en Gelijke Kansen van de Europese Commissie. In het kader van dit project wordt een vademecum ontwikkeld dat de werkzaamheden van de ISG samenvat, zowel met betrekking tot methodologische vraagstukken als in haar politieke dimensie. Het eindrapport omvat vooreerst; een aantal horizontale hoofdstukken met betrekking tot de ontwikkeling en het gebruik van sociale indicatoren in het kader van de Open Coordinatiemethode voor Sociale Bescherming en Sociale Insluiting; ten tweede fiches voor elke indicator waarover een akkoord werd bereikt of die wordt besproken; ten derde een webapplicatie die deze fiches omvat.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Oost-Europese welvaartsregimes in Sociaal Europa. Een vergelijking van de architectuur en sociale adequaatheid van de inkomensbescherming voor ouderen in drie Oost-Europese landen. 01/10/2008 - 30/09/2011

Abstract

Dit project handelt over de ontwikkeling en de sociale doelmatigheid van de Oost-Europese welvaartsregimes in het kader van 'Sociaal Europa'. Meer in het bijzonder wordt op de inkomenspositie van ouderen gefocust. Aan de hand van verschillende kwantitatieve technieken wordt de impact geschat van verschillen tussen landen en verschillen binnen landen doorheen de tijd met betrekking tot sociaal beleid op de inter-en intragenerationele inkomensongelijkheid. In het bijzonder wordt het belang onderzocht van verschillen in 'inkomenspakketten' (publieke en private pensioenen, compensatie van de uitgaven voor gezondheid en huisvesting, inkomen uit arbeid) voor de adequaatheid van de inkomens. Op deze manier draagt dit project bij tot een beter begrip van de impact van het sociaal beleid op ongelijkheid en armoede en wordt er een bijdrage geleverd aan de literatuur over de evolutie van welvaartsregimes.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Wat verklaart socio-economische ongelijkheden in gezondheidsgedrag? Vaccinatie van kinderen. 01/10/2008 - 30/09/2010

Abstract

Dit project gaat op zoek naar verklaringen voor socio-economische ongelijkheden in gezondheidsgedrag, meerbepaald in het vaccinatiegedrag van ouders met betrekking tot hun kinderen. Ter illustratie: in 2005 kreeg in kansarme gezinnen in Vlaanderen 1 kind op 5 minstens 1 van de aanbevolen dosissen van het gecombineerd zuigelingenvaccin1 niet binnen de aanbevolen leeftijdsrange toegediend. In niet-kansarme gezinnen ging het om 1 kind op 10 (Testelmans et al., 2006). Gelijkaardige ongelijkheden worden ook stelselmatig voor ander gezondheidsgedrag vastgesteld (Bury, 2005), maar de onderliggende mechanismen zijn onduidelijk. We combineren empirische (administratieve en enquête-) gegevens met gerandomiseerde experimenten om het relatief belang van de door ons naar voren geschoven mechanismen te meten en te kwantificeren.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Kinderopvang in model: huishoudens en de overheid in welvaartseconomisch perspectief. 01/07/2008 - 31/12/2012

Abstract

Dit project beoogt een maatschappelijk oordeel van verschillende beleidsalternatieven in verband met kinderopvang. Daartoe integreert het kinderen als actoren in het collectieve economisch model van huishoudens en vergelijkt het beleidsinspanningen voor kinderopvang in Vlaanderen, Finland, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk op hun verdelingseffecten (binnen en tussen huishoudens).

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

De crisis en de heroriëntatie van de Europese welvaartstaten sedert de jaren '70: welke gevolgen voor inkomensverdeling, financiële behoeftigheid en sociale uitsluiting. 01/01/2008 - 31/12/2014

Abstract

In het onderzoek wordt vooral aandacht besteed aan de uitdagingen waarmee de welvaartsstaat geconfronteerd wordt met name door de volgende ontwikkelingen: de vergrijzing en het toenemend belang van Europa en globalisering meer algemeen. Het onderzoek is gestructureerd rond 8 inhoudelijke en 2 methodologische domeinen : 1. armoede en inkomensverdeling 2. beleid inzake sociale zekerheid en fiscaliteit 3. Europees sociaal beleid 4. vergrijzing 5. gezin 6. arbeid 7. gezondheid 8. onderwijs 9. simulatiemodellen om beleid te evalueren 10. data en indicatoren

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Het Europees sociaal model: componenten, duurzaamheid en instrumenten ter bestrijding van sociale uitsluiting in Europa. 01/10/2007 - 30/09/2010

Abstract

Het onderzoek valt uiteen in twee centrale delen. In het eerste deel wordt gezocht naar de mogelijke kenmerken van een Europees sociaal model. Bestaat er een set van gemeenschappelijke kenmerken, en zo ja, hoe verhoudt die zich ten opzichte van de verschilpunten? Daarvoor wordt de structuur, de werking en resultaten in termen van doelmatigheid van de Europese sociale markteconomieën vergeleken met sociale markteconomieën elders in de wereld. De analyse wordt gebaseerd op sociaaleconomische data op micro- en macroniveau (LIS, ECHP (EU-SILC), ESSPROS en OECD data), aangevuld met een studie van de zeer omvangrijke literatuur ter zake. De empirische data zullen worden geanalyseerd vanuit een multidisciplinair kader in de traditie van de sociale beleidswetenschap: de samenhang en diversiteit van sociale arrangementen (input) worden beschreven, en in verband gebracht met beleidsvoering (throughput) en met de uitkomsten van het beleid in termen van sociale doelmatigheid (output). Het tweede deel van het onderzoek gaat na of een Europees sociaal model moet worden versterkt, en, zo ja, hoe dat moet gebeuren. Hiervoor wordt, ten eerste, gekeken naar het gemeenschappelijk instrument van de structuurfondsen. De analyse richt zich op de geldstromen, hun opzet, omvang en doelmatigheid. Vervolgens wordt de minimuminko- mensgarantie van de verschillende lidstaten onder de loep genomen, meer bepaald vanuit de vraag over welke mogelijkheden, zowel in principe als in politieke en economische realiteit, Europa beschikt om de nationale systemen van minimuminkomensbescherming te verbeteren. Ten slotte, wordt op basis van simulaties de impact van verschillende toekomstscenario's vergeleken. Dit gebeurt vanuit dezelfde interdisciplinaire invalshoek als in het eerste deel.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Armoede en inkomensongelijkheid bij ouderen, en armoede en arbeidsmarktparticipatie bij ouders en kinderen. 01/10/2007 - 30/09/2010

Abstract

Het onderzoeksplan heeft als thema "Pensioenen en inkomenspositie van ouderen, in België en de EU, nu en in de toekomst." De maatschappelijke context van de vergrijzing van de bevolking, mobiliteit en migratie (van buiten de EU), enz. vormt een uitdaging om het wettelijk pensioenstelsel betaalbaar én legitiem te houden, zonder stijging van de armoede onder ouderen. De wetenschappelijke uitdaging betreft een beter begrip van het effect van de welvaartsstaat op het feitelijke inkomen en welvaart, met bijzondere aandacht voor ongelijkheden in de inkomensverdeling. Het project spitst zich toe op de onderwerpen: 1) armoede en ongelijkheid bij ouderen, met als doelstelling een beter begrip van welke pensioensystemen met welke kenmerken onder welke sociaal-economische omstandigheden effectief bescherming bieden aan ouderen tegen armoede en laag inkomen; 2) armoede en arbeidsmarktparticipatie bij ouders en kinderen, met als doelstelling een beter begrip (via een structureel model) van de relaties tussen sociaal beleid, gezinsvorming, arbeidsmarktgedrag, beschikbaar inkomen en het risico op armoede bij gezinnen met kinderen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Microsimulatiemodel Sociale Zekerheid MIMOSIS & Euromod: MIMOD. 01/09/2007 - 31/08/2008

Abstract

In het kader van twee AGORA-projecten (AG/01/086 "Microsimulatiemodel Sociale Zekerheid" en AG/01/116 "Valorisatie van de microsimulatie van de Sociale Bescherming") werd een rekenmodel (MIMOSIS) ontwikkeld waarmee de verdelings- en budgettaire implicaties van hervormingen in de sociale zekerheid berekend kunnen worden op basis van administratieve gegevens. De essentie van het model bestaat in een gedetailleerde codering van de regelgeving in de sociale zekerheid en het toepassen ervan op een representatief staal van de Belgische bevolking. Het MIMOSIS-model werd geïntegreerd in de werking van de FOD Sociale Zekerheid en gebruikt voor de ondersteuning van de beleidsmakers bij het formuleren van beleidswijzigingen. Om het gebruik van het MIMOSIS-model te optimaliseren dient te worden nagegaan in welke mate het model zou kunnen gebruikt worden voor internationaal-vergelijkende simulaties. Het 'European Tax/benefit Model' (EUROMOD) verschaft hiervoor een belangrijk vergelijkingspunt.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Het effect van schuldafbetalingen op de armoedesituatie. 01/09/2007 - 31/01/2008

Abstract

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Peer Review "Implementatie van de nieuwe uitkering voor werkzoekenden in Duitsland". 01/04/2007 - 30/04/2007

Abstract

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Economisch en sociaal profiel van personen in onwettig verblijf, voor en na de regularisatieoperatie ingesteld door de wet van 22 december 1999. 01/03/2007 - 30/11/2007

Abstract

Hoofdobject van het onderzoeksproject is een zicht te krijgen op maatschappelijke en sociaal-economische positie van geregulariseerde migranten, op het traject dat mensen sedert hun migratie hebben doorlopen - inclusief gedurende de periode van illegaliteit. Tegelijkertijd zal er gepeild worden naar de impact van initiatieven om de bestaanszekerheid en integratie van deze groepen te bewerkstelligen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Sociale cohesie-indicatoren voor de Vlaamse regio. De ontwikkeling van uitgebreide sociale cohesie indicatoren op lokaal niveau in Vlaanderen. 01/01/2007 - 31/12/2011

Abstract

Het strategische doel van dit project is de ontwikkeling van beleidsinstrumenten, in het bijzonder de ontwikkeling van sociale indicatoren voor Vlaanderen. De grote hoeveelheid Vlaams statistisch materiaal op het gebied van criminaliteit, onveiligheidsgevoelens, inkomen, sociale participatie e.d. is niet eerder samengebracht in een coherente dataset, die ter beschikking staat van een brede groep sociale actoren. In dit project wordt een dergelijke dataset samengesteld door een team van Vlaamse experten; elk met een uitgebreide ervaring in hun vakgebied (criminaliteit, sociale zekerheid, sociale participatie en lokale uitgaven) In de tweede fase van dit project wordt additionele data verzameld door middel va neen survey onder de Vlaamse bevolking, waarbij theoretisch relevante subgroepen oververtegenwoordigd worden. De keuze van deze subgroepen gebeurt op basis van de resultaten van het eerste projectdeel.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

De determinanten van zorgstrategieën bij laaggeschoolde vrouwen: een kwestie van geld of preferenties ? 01/01/2007 - 31/12/2009

Abstract

Eén van de meest opvallende tendensen van de afgelopen decennia is ongetwijfeld de massale intrede van vrouwen op de arbeidsmarkt en de daaraan gekoppelde verschuiving van het kostwinnersgezin naar het tweeverdienergezin. Anderzijds lijkt de de overgang naar een tweeverdienerssamenleving aan laaggeschoolde vrouwen te zijn voorbijgegaan: zij blijven massaal in de inactiviteit of belanden in de werkloosheid. Dit heeft belangrijke socio-economische implicaties: niet alleen hebben eenverdienergezinnen een sterk verhoogd armoede ¿ risico, dit effect wordt nog versterkt doordat laaggeschoolde vrouwen vaak samenleven met een laaggeschoolde partner met een laag verdienpotentieel. Bovendien is precies de tewerkstelling van laaggeschoolde vrouwen erg belangrijk in het kader van de Europese werkgelegenheidsstrategie: in een vergrijzende samenleving is een verhoging van de tewerkstellingsgraad noodzakelijk om de sociale zekerheid betaalbaar te houden. Het voorgestelde onderzoek wil nagaan waarom het Belgische combinatiebeleid niet gewerkt heeft voor laaggeschoolde vrouwen. Verschillende hypothesen zullen getoetst worden. Zo lijkt het aannemelijk dat financiële beperkingen het zwaarst doorwegen bij vrouwen met geringe kwalificaties. Anderzijds is het niet uitgesloten dat lager opgeleide vrouwen andere voorkeuren ontwikkeld hebben ten aanzien van de combinatie arbeid en gezin. Een derde hypothese luidt dat deze vrouwen een zwaardere gezinslast hebben: niet alleen numeriek , maar ook door een cumulatie van problemen op gezinsniveau. Het is mogelijk dat deze gezinnen naast problemen van lage scholing en een laag inkomen, verhoudingswijs vaker te maken krijgen met 'kwetsbare' kinderen met diverse problemen zoals leermoeilijkheden, gedrags-en emotionele problemen, mentale en fysieke handicaps.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Antwerk! Het Antwerps plan om de jeugdwerkloosheid aan te pakken. 01/01/2007 - 31/12/2007

Abstract

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Oost-Europese welvaartsregimes in Sociaal Europa. Een vergelijking van de architectuur en sociale adequaatheid van de inkomensbescherming voor ouderen in drie Oost-Europese landen. 01/10/2006 - 31/12/2008

Abstract

Dit project zal handelen over het uitzicht, het ontstaan, de ontwikkeling en de sociale doelmatigheid van de Oost-Europese welvaartsregimes in het kader van 'Sociaal Europa'. Op basis van de typologie van Deacon en een analyse van de sociale indicatoren, zullen drie Oost-Europese landen worden geselecteerd die significant van elkaar verschillen. Omdat het niet mogelijk is om in een tijdsbestek van 4 jaar de gehele samenhang tussen markt, gezin en sociale bescherming (d.i. het welvaartsregime) te bestuderen, zal het onderzoek gefocust worden op de inkomensbescherming van ouderen in ruime zin, met als belangrijkste elementen: de sociaal-economische architectuur van de inkomstenbronnen van ouderen (publieke, private, semi-collectieve en collectieve pensioenen, de compensatie van uitgaven voor gezondheid en huisvesting; inkomen uit arbeid) en het resultaat (de outcomes) hiervan in termen van enerzijds inter- en intragenerationele inkomensongelijkheid en anderzijds armoede bij ouderen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Estimates about the distribution of household income and poverty in Belgium for the year 1995. 17/07/2006 - 07/03/2007

Abstract

De OESO stelt om de vijf jaar een internationale vergelijking op inzake armoede en inkomensverdeling in de OESO-landen. De noodzakelijke cijfers voor België werden berekend door het CSB op basis van ECHP (1995 en 2000) en EU-SILC (2005).

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Open grenzen voor een leefbare welvaartsstaat? Een onderzoek naar de interactie-effecten tussen migratie en de welvaartsstaat. 01/07/2006 - 31/12/2010

Abstract

De centrale vraag van ons onderzoek is: in welke mate kunnen migranten een bijdrage leveren tot het financieel draagvlak voor de sociale zekerheid en het economisch draagvlak voor de welvaartsstaat in het algemeen, met name dan in België? In welke mate kan migratie bijgevolg een oplossing vormen voor de economische en budgettaire knelpunten die zullen ontstaan door de vergrijzing? We bestuderen deze vraag met behulp van intergenerationele berekeningen, door het opstellen van een sociaal-economisch profiel van migranten, en door een raming van hun afhankelijkheid van welvaartsuitkeringen en van hun bijdragen aan de sociale zekerheid.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Impact of government services on income distribution. 15/05/2006 - 25/08/2006

Abstract

Dit project bestaat uit het finaliseren van een rapport over de impact van overheidsdiensten op de inkomensverdeling, voortbouwend op een bestaande draft-versie en in samenwerking met OECD-medewerkers. Dit betekent dat alternatieve methodes worden gehanteerd om de kosten van deze diensten toe te wijzen aan individuen met verschillende kenmerken. Analyses gebeuren op micro-gegevens van ECHP (European Community Household Panel) en eventueel andere databanken van niet-Europese landen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

De welvaartsevolutie van de bodembescherming in België en de ons omringende landen. 01/05/2006 - 30/04/2007

Abstract

De minimumuitkeringen in de Belgische sociale zekerheid zijn vandaag via de gezondheidsindex automatisch gekoppeld aan de evolutie van de prijzen. Begin 2004 besliste de Belgische regering om vanaf 2007 deze uitkeringen elke twee jaar ook aan te passen aan de welvaartsevolutie. In dit onderzoek gaan we na in hoeverre de sociale minima in de ons omringende landen de welvaartsgroei volgen, en welke mechanismen hiervoor ingezet worden. Wat kan het beleid in deze landen ons leren inzake welvaartsvaste sociale uitkeringen? Welke regelingen zijn mogelijk, en wat zijn hun voor- en nadelen? Het onderzoek valt uiteen in drie luiken. We starten met een actualisatie van de evolutie van de Belgische sociale minima. We gaan na in hoeverre het Belgische beleid koopkracht- en welvaartsvaste minima garandeert. Daarna vergelijken we deze evolutie met de koopkracht- en welvaartsontwikkelingen van de sociale minima in de ons omringende landen. In een Iaatste luik onderzoeken we het recente beleid dat deze landen voeren ten aanzien van de sociale uitkeringen, en met name de mechanismen die ze hanteren om de minima op regelmatige tijdstippen aan te passen aan de koopkracht- of de welvaartsevolutie.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Toolbox for Improving the Comparability of Cross-National Survey Data with Applications to SHARE. (COMPARE) 01/03/2006 - 30/09/2008

Abstract

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Accurate Income Measurement for the Assessment of Public Policies (AIM-AP). 01/02/2006 - 31/01/2009

Abstract

Dit Europees onderzoeksprogramma is gericht op de verbetering van de vergelijkbaarheid en de toepassingsmogelijkheden van instrumenten, methoden en data voor inkomensmeting en voor de analyse van beleidseffecten op armoede en inkomensverdeling. Het CSB is betrokken bij het eerste deel van programma, dat gericht is op een een analyse van de verdeling van non-cash inkomens en de toepassing van een ruimere inkomensdefinitie. Het gaat om voordelen in natura die mensen halen uit publieke voorzieningen voor onderwijs en gezonheidszorg, als ook om voordelen die voortvloeien uit het bezit van een eigen woning. De resultaten van dit project worden gebruikt om het Europese tax-benefit model EUROMOD verder uit te breiden. Dit model wordt momenteel gebruikt voor analyse en evaluatie van beleid inzake uitkeringen en belastingen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Algemeen : Het begrijpen van de relatie tussen financiële diensten en armoede. Case study : Take-up en impact van de basisbankdienst in België. 01/01/2006 - 31/12/2009

Abstract

Op 1 september 2003 werd in Belgie de wet op de basisbankdienst* van kracht, een primeur in Europa. Deze wet verplicht aile bankinstellingen een basisbankdienst aan te bieden tegen hoogstens 12 euro per jaar, en beoogt aldus bankuitsluiting in het bijzonder, en sociaal-economische uitsluiting in bredere zin doeltreffend aan te pakken. Maar in hoeverre slaagt de introductie van een wettelijk 'recht op een basisbankdienst' effectief erin de toegang tot (en gebruik van) een zichtrekening te democratiseren, en financiele exclusie en armoede te bestrijden? Hoe kunnen we effectief de totstandkoming van deze wet verklaren en haar betekenis duiden binnen het spanningsveld tussen enerzijds, toenemende liberalisering (deregularisatie) en scherpe competitie, en anderzijds kwalitatieve en betaalbare dienstverlening voar iedereen? Welke bijkomende beleidsstappen -ge'ldentificeerd en getest via goed uitgekiende experimenten- zijn het meest prangend om de potentiele impact van de wet op de basisbankdienst daadwerkelijk te realiseren? Welke concrete suggesties genereert deze unieke case voor inspanningen elders (in het bijzonder, de EU, Verenigde Staten, en Zuid Afrika) om armen met financiele diensten te voorzien? En meer algemeen, welke zijn de implicaties van onze onderzoeksstrategie en -resultaten voor het verder ontwerp en uitvoering van doordacht sociaal beleid zowel specifiek in Belgie, alsook in het buitenland meer algemeen?Om effectief de bredere impact van de basisbankdienst en, meer algemeen, het gebruik van financiele producten en diensten, te evalueren dient bijzondere inspanningen worden ge'lnvesteerd in de ontwikkeling van innovatieve data. Bestaande gegevensbanken (met name, het Sociaal-Economische Panel en de Panel Studie van Belgische Huishoudens) zijn ontoereikend om ondermeer goed te begrijpen hoe individuen de beslissing over nieuwe financiele producten conceptualiseren, in welke mate individuen in feite gebruik maken van bestaande diensten, en of het gebruik van deze diensten weldegelijk een impact heeft op individueel en huishoudelijk welzijn. De armen of huishoudens met lage inkomens, de centrale doelgroep van ons project, zijn bovendien ook vaak ondeNertegenwoordigd (omwille van selectie en studie-uitval tendenzen) in deze typische gegevensbanken (De Keulenaar, 2002; Adriaansens, 2003). De aanpak die wij vandaar wensen te promoten combineert willekeurig verdeelde experimenten ("Randomized Trials/Experiments") met sUNey gegevens met aselecte steekproeven. Onze aanpak tracht niet enkel de kennis over de sociaIe situatie rond armoede te verbeteren, maar ook bij te dragen tot het ontwerp van betere programmas om armoede te bestrijden. Bijvoorbeeld, het ontrafelen van hoe bepaalde socio­economische groepen dagdagelijkse consumptiemogelijkheden analyseren en ondernemen zal beleidsmakers en professionelen toelaten deze groepen effectiever te bereiken en bij te staan. Ook, feedback van onze willekeurig aanmoedigingsexperimenten zal ondermeer beleidsmakers toelaten de basisbankdienst zelf verder te perfectioneren en eventueel een effectieve marketingstrategie (communicatiestrategie) te ontwerpen om deze dienst te lanceren naar een breder publiek toe.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Survey of Health, Ageing and Retirement in Europe: Integrating Activities to Access the Time Dimension and to Enlarge the Cross-national Dimension. (SHARE-I3) 01/01/2006 - 31/08/2008

Abstract

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Onderzoeksexcellentiecentrum SOCIO. 01/01/2006 - 31/12/2007

Abstract

In het onderzoek wordt vooral aandacht besteed aan de uitdagingen waarmee de welvaartsstaat geconfronteerd wordt met name door de volgende ontwikkelingen: de vergrijzing en het toenemend belang van Europa en globalisering meer algemeen. Het onderzoek is gestructureerd rond 8 inhoudelijke en 2 methodologische domeinen : 1. armoede en inkomensverdeling 2. beleid inzake sociale zekerheid en fiscaliteit 3. Europees sociaal beleid 4. vergrijzing 5. gezin 6. arbeid 7. gezondheid 8. onderwijs 9. simulatiemodellen om beleid te evalueren 10. data en indicatoren

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Microcensus 2006. 01/01/2006 - 30/09/2006

Abstract

Het geïntegreerd project MICROCENSUS 2006 heeft als objectief het organiseren van een proefcensus (20% steekproef) op basis van bestaande administratieve databanken, naar analogie met de klassieke tienjaarlijkse Belgische volkstellingen in survey-vorm. De grote socio-economische thema's uit deze volkstellingen worden door het project gedekt (demografie, onderwijs, socio-economische positie, huisvesting). De doelstellingen zijn enerzijds het opbouwen van technische expertise en logistiek rond de overgang naar een administratieve bevragingswijze; anderzijds wordt erop gemikt een eerste ronde van bruibare socio-economische gegevens van administratieve oorsprong te genereren en te exploiteren.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Valide indicatoren van problematische schuldsituaties. Een verkennend onderzoek. 15/11/2005 - 15/05/2006

Abstract

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Studie van tijdreeksen m.b.t. tewerkstelling, inkomensverdeling, socio-demografische compositie, uitgave, transfer en financieringsstructuren voor een representatieve verzameling EU-landen. 27/10/2005 - 31/12/2005

Abstract

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Het Europees sociaal model: componenten, duurzaamheid en instrumenten ter bestrijding van sociale uitsluiting in Europa. 01/10/2005 - 30/09/2007

Abstract

Het onderzoek valt uiteen in twee centrale delen. In het eerste deel wordt gezocht naar de mogelijke kenmerken van een Europees sociaal model. Bestaat er een set van gemeenschappelijke kenmerken, en zo ja, hoe verhoudt die zich ten opzichte van de verschilpunten? Daarvoor wordt de analyse gericht op de structuur, werking en resultaten in termen van doelmatigheid v8rl de Europese sociale markteconomieën vergeleken met sociale markteconomieën elders in de wereld. De analyse wordt gebaseerd op sociaaleconomische data op micro- en macroniveau (LIS, ECHP (EU-SILC), ESSPROS en OECD data), aangevuld met een studie van de zeer omvangrijke literatuur ter zake. De empirische data zullen worden geanalyseerd vanuit een multidisciplinair kader in de traditie van de sociale beleidswetenschap: de samenhang en diversiteit van sociale arrangementen (input) worden beschreven, en in verband gebracht met beleidsvoering (throughput) en met de uitkomsten van het beleid in termen van sociale doelmatigheid (output). Het tweede deel van het onderzoek gaat na of een Europees sociaal model moet worden versterkt, en, zo ja, hoe dat moet gebeuren. Hiervoor wordt, ten eerste, gekeken naar het gemeenschappelijk instrument van de structuurfondsen. De analyse richt zich op de geldstromen, hun opzet, omvang en doelmatigheid. Vervolgens wordt de minimuminko- mensgarantie van de verschillende lidstaten onder de loep genomen, meer bepaald vanuit de vraag over welke mogelijkheden, zowel in principe als in politieke en economische realiteit, Europa beschikt om de nationale systemen van minimuminkomensbescherming te verbeteren. Ten slotte, wordt op basis van simulaties de impact van verschil- lende toekomstscenario's vergeleken. Dit gebeurt vanuit dezelfde interdisciplinaire invalshoek als in het eerste deel.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Wetenschappelijke ondersteuning verdelingseffecten van een alternatieve financiering van de sociale zekerheid. 15/09/2005 - 15/09/2006

Abstract

Het Planbureau heeft reeds grondige analyses doorgevoerd van de alternatieve financiering van de sociale zekerheid. Daarbij ligt de klemtoon op de effecten op tewerkstelling en output aan de hand van het model HERMES. De aard van de gebruikte methodologie laat daarbij niet toe ook de verdelingsimpact van de bijdrageverminderingen van de sociale zekerheid en de alternatieve financieringsvoorstellen in te schatten. Met de simulatiemodellen ASTER, MISISM, en de prototype-versie van MIMOSIS is dit -althans gedeeltelijk -wel mogelijk, aangezien men de effecten kan berekenen voor elk individu en/of gezin van een representatief staal van de Belgische bevolking. Het lijkt dan ook opportuun, in aanvulling van de vermelde simulaties van het planbureau, in dit project simulaties te laten uitvoeren in verband met de verdelingseffecten van alternatieve scenario's voor de financiering van de sociale zekerheid: 1. Een verlaging van de sociale zekerheidsbijdragen voor werkgevers en werknemers, gesimuleerd via MISIM; 2. Een compenserende verhoging van de indirecte belastingen volgens drie scenario's. Daartoe moet ASTER geactualiseerd worden tot de indirecte belastingwetgeving van 2005, en liefst ook lopen op een recentere budgetenquête. Mits toelating van het NIS is dat mogelijk voor de enquête van 2001, misschien zelfs voor deze van 2002. Dit is een arbeidsintensief werk dat later zal renderen wanneer we een koppeling maken tussen ASTER en MIMOSIS; 3. Een koppeling van de verdelingseffecten van deze twee maatregelen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Economische verandering, levenskwaliteit en sociale cohesie (EQUALSOC). 01/09/2005 - 31/12/2010

Abstract

Equalsoc is een netwerk gefinancierd door de Europese Commissie onder het 6de Kaderprogramma. Het netwerk bestaat uit 13 Europese onderzoekscentra waarvan de Commissie heeft geoordeeld heeft dat ze bijzonder niveau van academische expertise op vlak van sociale ongelijkheid en cohesie hebben opgebouwd. Het netwerk wil vergelijkend onderzoek stimuleren op vlakken zoals tewerkstelling en arbeidsmarkt, inkomensverdeling en mobiliteit, onderwijs en sociale mobiliteit, gezin en sociale netwerken, culturele differentiatie en sociaal kapitaal.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Valorisatie van de microsimulatie van de sociale bescherming. 01/09/2005 - 31/08/2007

Abstract

In het project AG/01/086 werd in opdracht van FOD Sociale Zekerheid door drie universitaire equipes een microsimulatiemodel ontwikkeld waarmee beleidshervormingen in de sfeer van de sociale zekerheid gesimuleerd kunnen worden op geanonimiseerde maar individuele gegevens. Dit model laat in principe toe een zeer gedetailleerd beeld te schetsen van de verdelingsimpact van maatregelen in 6 beleidsdomeinen: de sociale zekerheidsbijdragen, de werkloosheidsvergoedingen, de ziekte en invaliditeitsuitkeringen, de gezinsbijslagen, de pensioenen en de personenbelasting. Het vernieuwende (voor Belgie) en distinctieve karakter van dit model Iigt in het onderliggende databestand dat opgebouwd werd uit administratieve gegevens. De levering van de aangevraagde administratieve gegevens gebeurde in verschillende fazen. [-lierdoor was het onmogelijk om binnen de looptijd van bet project AG/01/086 alle modules met hetzelfde niveau van detail uit te werken. Vooral de module rond pensioenen bleef hierdoor onderontwikkeld. Doelstelling 1 van bet nieuwe project bestaat er in bet model up te daten, uit te breiden en te verfijnen met bijkomende gegevens, Na deze uitbreiding kan bet model gebruikt worden om de verwachtingen met betrekking tot de financiele houdbaarheid van bet sociaal zekerheidssysteem te toetsen. Bij de verdere uitbouw van bet microsimulatiemodel zal bijzondere aandacht besteed worden aan de mogelijkheid beleidsondersteunende informatie te verschaffen met betrekking tot de maatregelen opgenomen in bet wetsontwerp van 13 juli 2005 'houdende een structureel aanpassingsmecbanisme aan de welvaart van plafonds en inkomensdrempels alsook de sociale uitkeringen. (KvV Doc5l 1948/001). Doelstelling 2 van bet nieuwe project bestaat er in om bet model te situeren in een Europees/internationaal perspectief. Meer bepaald zal een overzicht gemaakt worden van andere microsimulatiemodellen met betrekking tot sociale bescberming in de Europese Unie en zal aangegeven worden hoe bet model kan gebruikt worden om bet l3elgische Nationale Actie Plan ter bevordering van de Sociale Insluiting (NAP/SI) te beoordelen en aldus bij te dragen tot bet Sociale lnsluitingsProces binnen de EU. Doelstelling 3 van bet project bestaat uit bet modelleren van gedragsreacties. Er zal aandacht besteed worden aan bet modelleren van de pensioneringsbeslissing en van beslissingen om al dan niet te participeren in de arbeidsmarkt. Bij bet modelleren van de pensioneringsbeslissing zal getracht worden om de verschillende mogelijke uitstapregelingen, die resulteren in een uitstap uit de arbeidsmarkt voorafgaand aan de opruststelling, zoals werkloosheid, tijdskrediet, invalid iteit, te onderscheiden. Doelstelling 4 van bet project bestaat uit bet beschrijven van een procedure die moet toegepast worden bij een update van bet model, wanneer meer recente administratieve gegevens beschikbaar worden. Doelstelling 5 van bet project, tenslotte, bestaat er in om onderricht te verstrekken aan de potentiele gebruikers van bet model.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Hersamengestelde gezinnen: voorbeelden van een nieuwe arbeidsorganisatie? 01/05/2005 - 31/12/2006

Abstract

Dit project analyseert de arbeidsverdeling binnen Vlaamse hersamengestelde gezinnen. Het gaat na of de ervaring van een echtscheiding leidt tot een verandering in de tijdsbesteding van de betrokken partners. Enkele centrale onderzoeksvragen zijn: Stijgt de arbeidsparticipatie? Brengt co-ouderschap een betere gender-balans en meer vrije tijd? Groeit de rol van derden in de zorg voor de kinderen (formele en informele zorgvoorzieningen)?

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Uitvoering van een aantal simulaties m.b.t. de zogenaamde "werkloosheids- en inactiviteitsvallen" in het kader van de werkzaamheden van de Hoge Raad voor de Werkgelegenheid. 14/04/2005 - 31/05/2005

Abstract

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Vergrijzing in Vlaanderen. 01/04/2005 - 31/12/2009

Abstract

Een van de belangrijkste sociale uitdagingen voor Vlaanderen en Europa is aankomende veroudering van de bevolking. In dit kader stellen zich drie grote beleidsproblemen: I) de manier waarop de lasten van de vergrijzing verdeeld worden tussen generaties en binnen generaties onderling; ii) de uitbouw van een betaalbare en hoogstaande zorgvoorziening die voor iedereen toegankelijk is; iii) het optimaliseren van de deelname van ouderen aan het economische, sociale, politieke en culturele leven zodat de kennis, ervaring en vaardigheden van de ouderen nuttig ingezet kunnen worden. Bij al deze uitdagingen is het Vlaamse beleidsniveau betrokken. Vlaanderen kan met een planmatige aanpak op het gebied van ouderzorg, arbeidsbeleid, belastingen, huisvesting, onderwijs en socio-cultureelbeleid een belangrijke en noodzakelijke bijdrage leveren aan de uitdagingen waarvoor de vergrijzingsproblematiek ons stelt. Voor het ontwikkelen van een dergelijke strategie zijn goede beleidsinstrumenten onontbeerlijk. Dit project staat in voor de ontwikkeling van dit beleidsinstrument dat uit de volgende delen bestaat: -Het ontwikkelen van een longitudinaal databestand voor Vlaanderen met gegevens over inkomen, levensomstandigheden, gezondheid en zorgbehoeften van de ganse bevolking in het algemeen en de ouderen in het bijzonder. -Het ontwikkelen van een dynamisch micro-simulatiemodel voor Vlaanderen dat meting van beleidshervormingen toestaat. -Het meten van trends in intra- en intergenerationele verdeling van inkomen en rijkdom in Vlaanderen. -Het maken van een projectie van de gezonde levensverwachting. -Het meten van economische gevolgen van de vergrijzing in Vlaanderen. -In kaart brengen van trends in formele en informele zorgnetwerken. -Parameters van Vlaams zorgbeleid in Europees vergelijkend perspectief plaatsen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Studie naar de stand van zaken in het onderzoek naar veroudering in België. 31/03/2005 - 19/04/2005

Abstract

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Sociaal federalisme in België en in Europa. 01/01/2005 - 31/12/2007

Abstract

Het onderzoek zal handelen over de vraag naar het meest optimale territoriale niveau waarop sociale herverdeling via sociale zekerheid en fiscaliteit moet georganiseerd worden, in België, in andere federale staten en in Europa. Deze vraagstelling zal op empirische wijze worden benaderd middels een internationaal en intertemporeel vergelijkend onderzoek naar de werking, de determinanten en de uitkomsten (in termen van sociale doelmatigheid) van verschillende territoriale omschrijvingen van sociale herverdeling. Er zal gebruik gemaakt worden van sociaal-economische survey gegevens en ambtelijke statistieken.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Hoe komen gezinnen rond? Een piloot-actieonderzoek naar de bestaansmiddelen en overlevingsstrategieën van gezinnen met lage inkomens. 01/01/2005 - 31/12/2006

Abstract

In dit piloot aktie onderzoek worden ongeveer 50 gezinnen een half jaar gevolgd door studenten, om aldus een grondig beeld te krijgen van hun bestaansmiddelen en overlevingsstrategieën. Hiermee legt dit onderzoek een verbinding tussen grootschalig kwantitatief en kleinschalig kwalitatief onderzoek op dit terrein. Tevens wordt nagegaan in hoeverre er sprake is van non-take-up van sociale uitkeringen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Levenslang leren en de terugkeer van volwassenen naar het hoger onderwijs. 15/12/2004 - 15/08/2006

Abstract

De moderne arbeidsmarkt vraagt een grote flexibiliteit. Werknemers dienen hun kennis en vaardigheden permanent te ontwikkelen. Een belangrijke beleidspiste is het faciliteren van deelname aan het hoger onderwijs van volwassenen. Dit VIONA-onderzoek wil met een explorerende studie bijdragen tot betere inzichten en kennis op dit domein, toegespitst op Vlaanderen. In eerste instantie wordt de participatie van volwassenen aan het hoger onderwijs op basis van de administratieve Databank Tertiair Onderwijs onderzocht. In een explorerende survey peilen we vervolgens naar het profiel, de motivaties, de barrières en de ervaringen van de volwassenen in het hoger onderwijs en de gevolgen voor hun beroepsloopbaan. Tevens worden een aantal instellingen van het hoger onderwijs bevraagd over de geleverde inspanningen op het vlak van levenslang leren, de moeilijkheden die ze hierbij ondervinden, de middelen die worden ingezet, enz. Tenslotte brengen we de instrumenten in kaart die de intrede of terugkeer van volwassenen naar het hoger onderwijs in Vlaanderen ondersteunen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

RVA Panel : Het samenstellen van een paneldatabestand voor longitudinaal onderzoek in de schoot van de RVA. 01/12/2004 - 31/05/2010

Abstract

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

De Nationale Actieplannen voor sociale insluiting 2001-2003 en 2003-2005. Een inhoudelijke interpretatie van de resultaten van de indicatoren in functie van de vooropgezette doelstellingen en acties. 01/12/2004 - 01/10/2005

Abstract

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Zorg als nieuw sociaal risico. 22/11/2004 - 30/09/2005

Abstract

In dit project willen wij empirisch onderzoeken hoe - vertrekkende van een hoge afhankelijkheidsgraad (en derhalve kost) van de sociale zekerheid, lage arbeidsparticipatiegraden (vooral onder laaggeschoolden) en een relatief hoog niveau van (netto) minimumlonen - de publieke en private markt van zorgverlening (voor kinderen) kan uitgebreid worden, binnen de budgettaire beperkingen en mits handhaving (en verbetering) van de minimuminkomens uit arbeid en sociale zekerheid.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Survey on Health, Aging and Retirement (SHARE). 01/10/2004 - 31/07/2006

Abstract

Ouderen vormen één van de snelst groeiende bevolkingsgroepen in Europa. Ook zijn er de laatste decennia grote veranderingen opgetreden in de levensstijl en behoeften van ouderen. Doel van dit project is te onderzoeken hoe factoren als gezondheid, economische welvaart, en sociale contacten met familieleden en anderen van invloed zijn op het welzijn van ouderen. SHARE is uniek, daar het het eerste internationale enquête-onderzoek is, waarin informatie verzameld wordt op al deze terreinen: gezondheid en gezondheidszorg, economische positie en sociale contacten en sociaal netwerk. Dit project behelst de dataverzameling en 'validering voor Belgie en Vlaanderen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Solidariteit en subsidiariteit in Europa : over minimumbescherming en sociale rechtvaardigheid. 01/10/2004 - 30/09/2005

Abstract

In dit project zal de aandacht uitgaan naar één belangrijk aspect van de sociale politiek, namelijk de waarborging aan alle burgers van een adequate minimuminkomensbescherming. Het instrumentarium dat de lidstaten daarvoor ter beschikking hebben, omvat de minimumlonen, de minima in de sociale verzekeringen en de sociale minima in de sociale bijstand. Eerst zal een sociaalfilosofisch kader over interstatelijke solidariteit worden opgebouwd. Dit theoretische kader moet een scherp inzicht geven in het debat over sociale rechtvaardigheid, de welvaartsstaat en solidariteit tussen volkeren. Vervolgens wordt het theoretische kader toegepast op de Europese situatie. Hier zal de spanning tussen `sociale rechtvaardigheid als theorie' en `sociale rechtvaardigheid als praxis' centraal staan. In een tweede deel wordt de politiek in de verschillende lidstaten m.b.t. de minimuminkomensbescherming geïnventariseerd en beoordeeld. De beoordeling zal gebeuren aan de hand van de doelmatigheidsvraag, namelijk de mate waarin de verschillende beleidsinstrumenten erin slagen om de omvang van de financiële armoede terug te dringen. Het is bekend dat de armoederisico's erg ongelijk verdeeld zijn over de lidstaten, zoals blijkt uit het niveau van relatieve armoede in Portugal en Griekenland (21%) tegenover dat van Zweden (9%) (EC, 2003). Vraag is in hoeverre deze verschillen verklaard kunnen worden vanuit onderscheiden systemen van minimuminkomenswaarborging. In een derde deel komt de vraag aan bod of het opstellen van gemeenschappelijke Europese minimumstandaarden ter ondersteuning van de actuele convergentiestrategie d.m.v. de OMC, ten eerste, mogelijk, nodig en wenselijk is en, ten tweede, een grotere interstatelijke solidariteit zou vereisen. Deze vragen naar haalbaarheid en wenselijkheid zullen empirisch benaderd worden d.m.v. simulatieoefeningen. Daarbij zullen de gevolgen van verschillende scenario's van gemeenschappelijke afspraken inzake minimuminkomensgarantie worden berekend op het vlak van betaalbaarheid en op het vlak van sociale doelmatigheid, in de onderscheiden lidstaten en naar Europa als geheel. Deze simulaties zullen uitgevoerd worden op basis van de SILC-gegevensbestanden, die thans door EUROSTAT voor alle lidstaten worden aangemaakt. Deze vraagstelling sluit aan bij het debat uit de jaren `90 dat toen leidde tot een Europese aanbeveling voor een minimuminkomensgarantie in alle lidstaten (CCE, 1993; cf. Deleeck, 1991: 119-154).

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

De onzekere vooruitzichten van de laaggeschoolden in de kennismaatschappij (LoWER3). 01/07/2004 - 30/04/2008

Abstract

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Student in de 21ste eeuw. Wegen naar alternatieve studiefinanciering voor het hoger onderwijs. 01/05/2004 - 31/07/2005

Abstract

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

The link between policy inputs and well-being outcomes. 01/01/2004 - 31/12/2006

Abstract

The general objective of this study is to gain insight into the relationship between social policy packages and social inclusion. This objective will be achieved by the development of synthetic input indicators and by linking those indicators with outcome indicators of social inclusion. These synthetic input indicators will be about social policy packages and not just about particular welfare state arrangements.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Zorgdragen voor kinderen. 01/01/2004 - 31/12/2005

Abstract

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Pilootenquête in Vlaanderen voor de survey on Health, Age and Retirement in Europe (SHARE). 01/10/2003 - 31/12/2005

Abstract

Dit project behelst een `pilot' enquête bij 60 huishoudens van ouderen (50+) in Vlaanderen, ter voorbereiding van deelname aan het SHARE-project in 2004. SHARE (Survey on Health, Age and Retirement in Europe) is een Europees multi-disciplinair samenwerkingsverband, met het doel een panel data set te creëren over personen van 50 jaar en ouder, met gegevens over onder meer inkomen, gezondheid, sociaal netwerk.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Deelname aan het decoderingscomité in verband met de detectie van nieuwe vormen van sociale onrechtvaardigheid. 01/09/2003 - 31/12/2003

Abstract

Het gaat om een opdracht voor de Koning Boudewijnstichting. De verantwoordelijke werd gevraagd om 4 keer per jaar de verhalen van bevoorrechte getuigen te lezen en samen met anderen te analyseren, om er interessante actiepistes voor de stichting uit te halen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Assistentie bij de imputatie van de European Union Statistics on Income and Living Conditions (EU-SILC-enquête)-voorbereidende fase. 01/09/2003 - 31/12/2003

Abstract

Het is de bedoeling om, in samenwerking met de betrokken personen binnen de Algemene Directie Statistiek en Economische informatie, de op het CSB ontwikkelde modellen aan te passen aan SILC 2003 en bij de genoemde directie de nodige methodes te introduceren voor de imputatie van non-response op inkomensvragen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Wetenschappelijk rapport over "instrumenten van sociaal beleid: Europa versus de Verenigde Staten". 15/07/2003 - 30/11/2003

Abstract

Het gaat om een opdracht tot het redigeren van een rapport waarin de vergelijking wordt gemaakt tussen het Europees en Amerikaans sociaal beleid van het voorbije decennium. Het is de bedoeling de belangrijkste verschillen en overeenkomsten in kaart te brengen, zowel algemeen als op specifieke domeinen, waarbij de aandacht vooral uitgaat naar het beleid inzake armoede en sociale uitsluiting, maar ook naar pensioenen en gezondheidszorg. Er zal ook worden onderzocht hoe de Europese ervaring (open coördinatie) kan worden toegepast in de Amerikaanse context, en omgekeerd.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Opwaartse en neerwaartse mobiliteit in loopbanen van werkenden en werklozen 01/03/2003 - 31/12/2005

Abstract

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Zorg als nieuw sociaal risico: een onderzoek naar de mogelijkheden om het kostwinnersmodel om te buigen naar een zorgondersteunend beleid voor gezinnen met kinderen. 01/01/2003 - 31/12/2006

Abstract

In dit project willen wij empirisch onderzoeken hoe - vertrekkende van een hoge afhankelijkheidsgraad (en derhalve kost) van de sociale zekerheid, lage arbeidsparticipatiegraden (vooral onder laaggeschoolden) en een relatief hoog niveau van (netto) minimumlonen - de publieke en private markt van zorgverlening (voor kinderen) kan uitgebreid worden, binnen de budgettaire beperkingen en mits handhaving (en verbetering) van de minimuminkomens uit arbeid en sociale zekerheid

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Microsimulatiemodel Sociale Zekerheid. 01/01/2003 - 31/12/2005

Abstract

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Inkomensongelijkheid en sociale segmentatie. 01/01/2003 - 31/12/2005

Abstract

Het voorgestelde onderzoek wil het problematisch karakter van inkomensongelijkheid in de huidige, postindustriële samenleving nagaan. De kernvraag daarbij is hoe de absolute en relatieve inkomenspositie zich vandaag verhoudt met sociale sigmentatie. Meer specifiek willen we achterhalen in welke mate inkomen en inkomensongelijkheid de algemene sociale ongelijkheid in de postindustriële samenleving bepaalt. De gevolgen van inkomen en inkomensverdeling voor een aantal maatschappelijke domeinen lijken vandaag immers minder éénduidig dan in het verleden. Enerzijds zijn er aanwijzingen dat het eens zo determinerend karakter van de inkomensvariabele is afgenomen terwijl er anderzijds indicaties zijn dat de relatieve inkomenspositie (dus ongelijkheid) nog steeds een cruciale factor is in het verklaren van sociale ongelijkheden op breed maatschappelijk vlak.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Databank Statistische Informatie inzake Sociale Inclusie. 01/01/2003 - 30/06/2005

Abstract

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Opbouw en actualisatie van de databank "diploma's en opleidingsniveau van de Belgische bevolking". 07/12/2002 - 06/12/2005

Abstract

De Federale regering besliste dat de Sociaal Economische enquête van 2001 de laatste census zou zijn die in België uitgevoerd werd. Dit project gaat na in welke mate de onderwijsgegevens uit de census van 2001 geactualiseerd kunnen worden met behulp van de onderwijsgegevens van de Vlaamse overheid.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Managing Social Risks through Transitional Labour Markets. (TLM.NET) 01/12/2002 - 28/02/2006

Abstract

Het betreft hier een netwerk van onderzoekers erkend binnen het 5de EU-kaderprogramma (onderdeel::Improving Human Potential Programme) waarvan het CSB lid is. Onderzoek over arbeidsmarktverschuivingenen transities in andere sectoren van de samenleving wordt via seminaries en workshops uitgewisseld en vergeleken met het oog op een bijdrage tot het Europees sociaal model.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Vervoersgebruik en sociaal beleid. 01/04/2002 - 31/03/2004

Abstract

In dit project wordt de relatie onderzocht tussen vervoersgebruik en sociaal-economische ongelijkheid. De bestaande databanken (o.m. PSBH, Volkstelling) worden doorgelicht om een sociaal-economisch profiel van het mobiliteitsgebruik op te stellen. Met behulp van het microsimulatiemodel MISIM willen wij de gevolgend meten van beleidsmaatregelen op inkomensverdeling en armoede. De aandacht wordt toegespitst op effecten van beleidsalternatieven om openbaar vervoer aan te moedigen en om autogebruik te ontmoedigen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Doctoraatsopleiding in sociaal beleid en armoede-onderzoek in het kader van de actie Marie Curie (EU). 01/01/2002 - 31/12/2007

Abstract

Het onderzoek van het centrum voor Sociaal Beleid richt zich op vraagstukken van armoede, inkomensverdeling en de welvaartsstaat. Alnaargelang de interesse van de doctoraatsstudent kunnen onder mee volgende domeinen voorwerp zijn van onderzoek: 1. Studie van armoede en sociale zekerheid in in een internationale context om aldus een beter inzicht te verwerven in de mechanismen die de doelmatigheid van de sociale zekerheid, de tewerkstellingsprogramma's enz. bepalen. 2. Studie van de diplomatiek van armoede en bestaansonzekerheid via grootschalige socio-economische 'panel surveys'. 3. Ontwikkeling, validering en gebruik van alternatieve armoede-metingen. 4. Constructie, evaluatie en validering van vergelijkbare kwantitatieve sociale indicatoren; ontwikkeling van ijkpunten voor welzijn op basis van vergelijkende analyse. 5. Evaluatie van de effecten van voorstellen van belastingshervorming op de sociale zekerheid.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

European Thematic Network on Indicators of Social Quality. (ENIQ) 01/10/2001 - 30/09/2004

Abstract

Het betreft hier een Europees netwerk gecoördineerd door de stichting European Centre for Social Quality (Amsterdam). Het wetenschappelijk doel bestaat erin om op basis van het wetenschappelijk werk van de participerende teams en andere Europese projecten die daarmee in verband staan, een index rond sociale kwaliteit op te bouwen die in alle lidstaten van de EU kan worden toegepast. Het netwerk omvat wetenschappelijke vertegenwoordigers uit nagenoeg alle Europese lidstaten.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Kan het stimuleren van laaggeschoolde dienstenarbeid bijdragen tot Europese jobgroei ? 01/10/2000 - 01/04/2004

Abstract

Het hoofddoel van het netwerk is het stimuleren van co-operatief onderzoek naar de wijze waarop tewerkstelling van laaggeschoolden kan worden bevorderd, daarbij de valkuil van werkende armen vermijdend.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)