Onderzoeksgroep

Instituut Joodse Studies

Expertise

Arvi Sepp is gespecialiseerd in de cultuurhistorische analyse van de relatie tussen literatuur en ideologie in de teksten van culturele en linguïstische minderheden en van artistieke subculturen. Zijn werk richt zich op de Duits-joodse literatuur van de 20ste eeuw in de context van de Holocaust en de receptie van joods gedachtegoed. Onderzoeksgebieden zijn verder politiek en ethisch engagement, transnationalisme en meertaligheid in literaire teksten geschreven migratie en ballingschap.

Stedelijke ervaring in het Derde Rijk: een topopoëtische analyse van Duits-Joodse autobiografische literatuur uit Breslau 01/10/2017 - 30/09/2019

Abstract

Dit onderzoeksproject tracht op een contextueel en tekstueel niveau te onderzoeken hoe de Duits-joodse stedelijke ervaring in autobiografische literatuur uit Breslau tijdens het Derde Rijk wordt weergegeven. In het Derde Rijk was de relatie tussen 'Arisch' en 'Joods' gestructureerd in en door ruimte. De stedelijke ruimte van Breslau zoals die gerepresenteerd wordt door het autobiografische ik is dus noch een negatieve beperking, noch een passieve achtergrond waartegen antisemitisme in de stad gewoon plaatsvindt. Zoals in dit onderzoeksproject aangetoond zal worden, waren ruimtelijke vormen en ruimtelijke strategieën een actief element van de raciale segregatie en destructie van de joodse gemeenschap. Stedelijke ruimtelijke moet daardoor gezien worden als méér dan een sociaal gegeven, het is, in de context van vervolging, een narratieve constructie in de Joods-Duitse literatuur dat imaginaire voorstellingen van alternatieve, tegendraadse ruimtes opwekt. Bijgevolg moet men er rekening mee houden dat mentale processen gevormd worden door ruimte, wat in geschreven en gesproken taal tot uiting komt. Hieruit volgt dat, steunend op inzichten vanuit de 'geokritiek' (Westphal), de literaire analyse van de weergave van Duits-Joodse heterotopieën nieuw licht zal werpen op de ervaring van raciale segregatie en de tekstuele specificiteit van Joodse autobiografische literatuur tijdens het nationaalsocialisme.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

'Des deutschen Dichters Sendung': De collectieve symboliek en retorische structuur van politieke religie in de lyriek van de Junge Mannschaft. (1933-1938). 01/10/2016 - 30/09/2019

Abstract

Dit project wil een bijdrage leveren aan het begrijpen van de collectieve symboliek en retorische structuur van politiek-religieus taalgebruik in de 'pro-nazi-poëzie' van de literaire groep Junge Mannschaft (1933-1945). Dit project combineert een historische en een op context gebaseerde benadering van nationaalsocialistische poëzie met een tekstanalytische benadering door middel van de Critical discourse analyse.

Onderzoeker(s)

  • Promotor: Sepp Arvi
  • Mandaathouder: Van Hertbruggen Anneleen

Onderzoeksgroep(en)

De Duits-joodse stedelijke ervaring in het Derde Rijk: Heterotopieën in autobiografische literatuur uit Breslau. 01/10/2016 - 30/09/2017

Abstract

Dit onderzoeksproject onderzoekt uit literatuurwetenschappelijk perspectief de tekstuele weergave van nationaalsocialistische stedelijke ruimte en dagdagelijkse stedelijke ervaring in de Duits-joodse autobiografische literatuur. Dagelijks leven is altijd gebonden aan een lokale context en zodoende verbonden met specifieke plaatsen. Breslau, de thuis van de derde grootste joodse gemeenschap in het Duitse Rijk, werd het Poolse Wroclaw na 1945. Ondanks de vele prominente Duits-joodse intellectuelen zoals Fritz Stern, Walter Laqueur of Ignatz Bubis die uit de hoofdstad van Silezië stammen, wekte de geschiedenis van Breslau onder het nationaalsocialisme gedurende vele decennia slechts weinig wetenschappelijke interesse. Het ruimtelijke perspectief op antisemitisme in deze stad zal verbonden worden met de ruimtelijke zelforiëntatie van de dagboekauteurs. De tekstuele representatie van stedelijke ruimte in het nationaalsocialisme is geen passieve oppervlakte waarop antisemitisme in de stad gewoon plaatsvindt. Integendeel, joodse autobiografische literatuur houdt zich bezig met de verschillende plaatsen in Breslau die worden verbonden met herinneringen van de publieke en private geschiedenis. Na 1933 veroorzaakte de inperking van de joodse leefwereld – als gevolg van de productie van een specifieke nationaalsocialistische ruimte – een reeks joodse tactieken waarbij herhaaldelijk geprobeerd werd hun geleefde ruimte heruit te vinden. Deze tactieken zijn rechtstreeks gelinkt aan de loci van joodse uitsluiting. Het autobiografische corpus is doorspekt met lange beschrijvingen van wandelingen, gedetailleerde portretten van het stadsleven in Breslau en met herinneringen hieraan van voor 1933 alsook toenemende beschrijvingen van steeds enger wordende ruimtes. Deze paper stelt dat – opdat de nationaalsocialisten Breslau in een waardige Oost-Duitse stad konden veranderen en de "joodsheid" konden elimineren – de joodse bevolking niet enkel fysiek verwijderd moest worden, maar ook de publieke en private ruimte in de stad moest worden gewijzigd/herzien. Om een theoretisch kader voor te stellen om de spanning tussen ruimtelijke ondergeschiktheid en tactische wederopeising van verloren ruimte in Breslau te onderzoeken, zal gebruik gemaakt worden van Michel Foucaults heterotopie-concept, als een microcosmos die een diepe en ambivalente relatie met de wereld in het algemeen en de sfeer van de utopie vestigt. Joodse heterotopieën zoals de 'bibliotheek', de 'begraafplaats', de 'synagoge' tussen 1933 en 1943 – het laatste transport naar Auschwitz vertrok in Breslau op 5 maart 1943 – keren de centrum-periferie-logica om en worden gebruikt om restanten/overblijfselen van een burgerlijke habitus te bewaren en om verder persoonlijkheid uit te drukken. Door een "close reading" van de tekstuele voorstelling van de heterotopie zal de metaforische deixis van de joodse stedelijke ervaring en het nationaalsocialistische Breslau geschetst worden. Terugkerende verschijningen en metaforen zoals "trap", "raam", "muur", "façade", "spiegel", "doolhof" zijn informatief voor de mentale waarnemingsmodaliteiten (Wahrnehmungspositive) en de zelforiëntatie van de Duits-joodse auteurs. Op deze manier benadrukken we zowel ruimtelijk-politieke grenzen en controle in de stad – barrières, palen, borden – als de niet-aangeduide grenzen die de joodse en Duitse inwoners van Breslau scheiden om te tonen hoe uitsluiting tekstueel gezien wordt weergegeven door verschillende knooppunten van verschil die hun marginaliteit vermengen en compliceren.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Subsidie publicatie Duitstalige monografie "Topographie des Alltags. Eine kulturwissenschaftliche Lektüre von Victor Klemperers Tagebüchern 1933-1945" uitgegeven door Wilhelm Fink Verlag, Paderborn, Duitsland. 01/02/2016 - 31/12/2016

Abstract

Dit onderzoek stelt zich tot doel de dagboeken van Victor Klemperer uit de jaren 1933-1945 vanuit een cultuurwetenschappelijk perspectief te contextualiseren: De persoonlijke instellingen en ervaringen van Victor Klemperer worden met de politieke en sociaal-historische context van het Derde Rijk in verband gebracht. In deze studie wordt in het eerste deel een theorie van het genre dagboek opgesteld, die onder andere de psychologische betekenis van het joodse dagboekschrijven in een periode van antisemitische discriminatie, vervolging en deportatie onderzoekt alsook de betekenis van de autobiografische tekstsoort dagboek voor de historiografie van de Holocaust en het Derde Rijk nagegaan. Daarna wordt het dagboek uit drie verschillende perspectieven belicht: als metatekst, als schriftmedium en als interdiscours. Het dagboek als metatekst toont de functies van het dagboekschrijven in het Derde Rijk: als getuigenis van de Holocaust, als wil om een spoor van zichzelf na de dood achter te laten en ten slotte als psychologische troost en hulp bij het overleven van de vervolging. In het hoofddeel van dit onderzoek worden Klemperers dagboeken als specifiek reflectiemedium belicht dat het de schrijver toelaat de Nazi-realiteit en de daarmee verbonden problemen systematisch te analyseren. Ten eerste is de discussie van de betekenis van de Duitse en joodse identiteit een belangrijk thema in de dagboeken. Ten tweede wordt in de studie onderzocht op welke wijze Klemperer de houding van de Duitse bevolking tegenover het Nationaalsocialisme, het antisemitisme en de Holocaust behandelt. Ten derde zijn Klemperers notities te begrijpen als studies van het 'alledaagse' in het Derde Rijk. Het volgende perspectief waaruit de dagboeken geanalyseerd worden is het dagboek als interdiscours: In deze optiek worden het filosofische en het literaire discours in de dagboeken onder de loep genomen. In het laatste deel van het onderzoek wordt dan de receptie van de dagboeken in het huidige Duitsland onderzocht. Hieruit blijkt dat de dagboeken – waarin Klemperer de Nazis quasi continu als 'onduits' bestempelt en zichzelf ondanks de discriminatie als overtuigd Duits burger bleef beschouwen – uit neoconservatieve hoek als bronnen opgenomen werden om een nieuwe fase in de identiteitspolitiek van het Duitsland na de Wende in te luiden: een fase waarin het Nationaalsocialisme en de Shoah als 'onduitse' fenomenen beschouwd worden die zogezegd door een kleine minderheid veroorzaakt werden en waarvan de Duitse bevolking zelf het 'slachtoffer' was. Deze doctoraatsstudie is als cultuurhistorisch werk te begrijpen dat verder gaat dan enkel een analyse van de dagboeken van Victor Klemperer. Ze stelt een cultuurgeschiedenis op van het dagboek in het Derde Rijk, van de biografie van Duits-joodse intellectuelen en van de 'alledaagse' aspecten van de jodenvervolging in het Derde Rijk.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

'Des deutschen Dichters Sendung': de collectieve symboliek en retorische structuur van politieke religie in de lyriek van de Junge Mannschaft. 01/10/2014 - 30/09/2016

Abstract

Dit project wil een bijdrage leveren aan het begrijpen van de collectieve symboliek en retorische structuur van politiek-religieus taalgebruik in de 'pro-nazi-poëzie' van de literaire groep Junge Mannschaft (1933-1945). Dit project combineert een historische en een op context gebaseerde benadering van nationaalsocialistische poëzie met een tekstanalytische benadering door middel van de Critical discourse analyse.

Onderzoeker(s)

  • Promotor: Sepp Arvi
  • Mandaathouder: Van Hertbruggen Anneleen

Onderzoeksgroep(en)

'Des deutschen Dichters Sendung': De collectieve symboliek en retorische structuur van politieke religie in de lyriek van de Junge Mannschaft. 01/10/2013 - 30/09/2014

Abstract

Dit project wil een bijdrage leveren aan het begrijpen van de collectieve symboliek en retorische structuur van politiek-religieus taalgebruik in de 'pro-nazi-poëzie' van de literaire groep Junge Mannschaft (1933-1945). Dit project combineert een historische en een op context gebaseerde benadering van nationaalsocialistische poëzie met een tekstanalytische benadering door middel van de Critical discourse analyse.

Onderzoeker(s)

  • Promotor: Sepp Arvi
  • Mandaathouder: Van Hertbruggen Anneleen

Onderzoeksgroep(en)