Onderzoeksgroep
Een belasting die zichzelf in de staart bijt? Een evaluatie van de ruimtelijke en economische gevolgen van ontwikkelingsheffingen
Abstract
Lokale overheden staan voor hoge infrastructuurnoden, maar worden beperkt door voortdurende budgettaire beperkingen. Overheden richten zich daarom steeds meer op alternatieve financieringsmethoden. Een instrument dat daarbij terrein wint, is de ontwikkelingsheffing: een bijdrage die nieuwe vastgoedprojecten betalen om de infrastructuur te financieren die hun ontwikkeling vereist. Ondanks de groeiende inzet van deze heffingen bestaat er weinig empirisch bewijs over hun effecten. Onzekerheid blijft bestaan over hun invloed op woningprijzen en de ruimtelijke spreiding van ontwikkeling. Dit leidt tot een centrale onderzoeksvraag: hoe beïnvloeden ontwikkelingsbijdragen ontwikkelingspatronen en vastgoedprijzen? Het project benut een zeldzaam natuurlijk experiment dat ontstaat door het Instrumentendecreet van 2023 in Vlaanderen, dat alle 285 gemeenten verplicht om informele praktijken te vervangen door formele verordeningen binnen eenzelfde juridisch kader. Hoewel de hervorming de institutionele context uniform maakt, behouden gemeenten ruimte om hun heffingsstructuur vorm te geven. Met een differences-in-differences opzet worden de effecten voor en na de hervorming vergeleken tussen gemeenten met uiteenlopende configuraties. Zo biedt het project een van de eerste systematische evaluaties van ontwikkelingsheffingen in de praktijk en levert het nieuwe inzichten op voor huidige, belangrijke debatten over infrastructuurfinanciering en ruimtelijke planning.Onderzoeker(s)
- Promotor: Coppens Tom
- Co-promotor: Damen Sven
- Mandaathouder: den Heijer Chris
Onderzoeksgroep(en)
Financiering
- FWO
Project type(s)
- Onderzoeksproject
Het afromen van de onverdiende waardestijging: stadsplanning, land value capture en financialisering
Abstract
Infrastructuurvernieuwing prijkt hoog op de agenda in de hedendaagse stad, maar vaak staat een tekort aan publieke middelen de realisatie ervan in de weg. Recent tonen daarom zowel beleidsmakers als onderzoekers interesse in land value capture (LVC) instrumenten om deze 'infrastructuurkloof' te overbruggen. LVC stelt tot doel inkomsten te vergaren door toenames in landwaarden af te romen wanneer zij het gevolg zijn van publieke acties. Hoewel LVC verwacht wordt vruchten af te werpen, draagt het evenzeer een risico met zich mee. Zo kan LVC bijdragen aan de negatieve effecten die de financialisering van de stad met zich meebrengt, zoals al veelvuldig bestudeerd. In dit onderzoek stel ik tot doel de literatuur over financialisering en LVC met elkaar te verbinden door te onderzoeken en te vergelijken wat de effecten zijn van LVC op planningsprocessen en ruimtelijke uitkomsten in vier internationale cases. Gebaseerd op institutionele theorie, wend ik het Institutional Analysis and Development framework aan om te begrijpen hoe governance netwerken rond LVC instrumenten werken en hoe financialisering daarin een rol speelt. Hiertoe maak ik gebruik van documentenanalyse en diepte-interviews om data te vergaren. Na de case studies vergelijk ik de resultaten via kwalitatieve comparatieve analyse. In de conclusie licht ik toe wat de voornaamste voor- en nadelen zijn van LVC en hoe financialisering hierin van belang is.Onderzoeker(s)
- Promotor: Coppens Tom
- Co-promotor: Van Dooren Wouter
- Mandaathouder: den Heijer Chris
Onderzoeksgroep(en)
Financiering
- FWO
- FWO
Project type(s)
- Onderzoeksproject