Onderzoeksgroep

Expertise

Mijn onderzoek richt zich vooral op morfosyntactische variatie en verandering in het Nederlands, en de invloed daarvan op de werking van het taalsysteem. Om dat te bestuderen maak ik gebruik van kwantitatief corpusonderzoek en agentgebaseerde computersimulaties.

Constructionele contaminatie in voornaamwoordelijke variatie 01/07/2026 - 30/06/2028

Abstract

Constructionele contaminatie treedt op wanneer een morfosyntactische alternantie lexicaal scheefgetrokken raakt onder invloed van een andere constructie. Een voorbeeld is de Nederlandse partitieve genitief, waar een onbepaald voornaamwoord gevolgd wordt door een attributief adjectief dat al dan niet een -s kan krijgen, zoals 'iets verkeerd(s)' (Pijpops & Van de Velde 2016). Sommige adjectieven komen vaak voor in oppervlakkig vergelijkbare maar structureel verschillende contexten, zoals 'iets verkeerd interpreteren', waar 'verkeerd' een bijwoord is en dus nooit een -s krijgt. Hoe vaker een adjectief in zulke niet partitieve contexten voorkomt, hoe vaker sprekers geneigd zijn de -s weg te laten in echte partitieve genitieven. Dit effect is aangetoond in meerdere constructies in het Nederlands en Engels (Pijpops, De Smet & Van de Velde 2018; Van de Velde & Pijpops 2018; Hilpert & Flach 2022; Bouso 2022; Delaby & Colleman 2026). Constructionele contaminatie staat haaks op het principe van ambiguïteitsvermijding. Als sprekers ambiguïteit wilden vermijden, zouden ze juist vaker de -s gebruiken bij adjectieven zoals verkeerd, waar verwarring met een adverbiale lezing voor de hand ligt. In plaats daarvan lijken sprekers bereid extra ambiguïteit te tolereren om vertrouwde lexicale combinaties uit het geheugen te kunnen hergebruiken. Tot nu toe richtte het onderzoek zich op gevallen waarin ambiguïteit relatief onschadelijk is. In zinnen als 'Ze zijn bang dat om iets verkeerd te doen' veroorzaakt een adverbiale misinterpretatie van verkeerd geen ernstige communicatieve hinder. Ambiguïteit wordt echter problematischer in domeinen zoals argumentstructuur, waar het cruciaal is om te onderscheiden wie wie iets aandoet. Wasow (2015) toont aan dat argumentstructuur een van de weinige gebieden is waarin talen consequent ambiguïteit vermijden. Dit project onderzoekt daarom of constructionele contaminatie ook variatie in argumentstructuur beïnvloedt, met een focus op persoonlijke voornaamwoorden in het Nederlands en Engels. In beide talen verschijnen traditionele objectvormen soms als subject. Voorbeelden zijn het Nederlandse hun-subject, hem-subject en het Engelse them-subject. Als constructionele contaminatie een rol speelt, zouden voormalige objectvormen vaker als subject moeten opduiken bij werkwoorden die hen frequent als object nemen, zoals zien. Veelvoorkomende combinaties zoals zag hem kunnen in het geheugen verankerd raken, waardoor hem vaker als subject gebruikt wordt dan bij andere werkwoorden. Ambiguïteitsvermijding voorspelt het tegenovergestelde: werkwoorden die vaak hem als object nemen, zouden het gebruik van deze vormen als subject moeten ontmoedigen, omdat daar de ambiguïteit het grootst is.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Financiering

  • BOF

Project type(s)

  • Onderzoeksproject

Premoderne Antwerpse Spellingtradities: Taalkundige Analyse (PASTA). Een diachrone grafematische analyse van Antwerpse schepenbrieven (13de-16de eeuw). 01/04/2026 - 31/03/2030

Abstract

PASTA (Premoderne Antwerpse Spellingtradities: Taalkundige Analyse) onderzoekt hoe laatmiddeleeuwse en vroegmoderne Antwerpse scribenten hun taal in spelling vastlegden, welke fonetische en andere principes aan de basis van die spellingsystemen liggen, en hoe de verhoudingen tussen die principes evolueren over meerdere eeuwen. Spelling is een systeem dat wordt gestuurd door samenwerkende principes: uitspraak, gelijkvormigheid, analogie, etymologie en grafotaxis. Voor het Nederlands ontbreekt nog steeds een grootschalige diachrone studie op tokenniveau van één stedelijk schrijfcentrum, waarin zowel deze principes als de hiërarchie van fonetische kenmerken in de spelling worden geanalyseerd. PASTA vult deze leemte met een vier eeuwen omspannend corpus van Antwerpse schepenbrieven (13de–16de eeuw), dat bestaande corpora combineert met circa 200 nieuw getranscribeerde akten uit het Felixarchief, allemaal uniform verrijkt met lemma- en woordsoortinformatie. Een speciaal ontwikkelde laag met grafeem-foneemcorrespondenties, geïmplementeerd in een open-source Pythonmodule, ondersteunt kwantitatieve en kwalitatieve analyses van consistentie door de tijd. Zo reconstrueert het project een "alternatieve geschiedenis" van de Nederlandse spelling.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Financiering

  • BOF

Project type(s)

  • Onderzoeksproject

Hoe onze eigen lexicale voorkeuren bepaald worden door sprekers van andere taalvariëteiten. Exemplaar-gedreven vs. index-gedreven lectale contaminatie. 01/01/2026 - 31/12/2029

Abstract

Mechanismen van taalverandering en -variatie vertrekken vaak van lexicale voorkeuren in grammaticale variatie, d.i. van de vaststelling dat bepaalde woorden ervoor zorgen dat sprekers meer geneigd zijn de ene constructie te gebruiken dan de andere. Een hoogfrequent woord dat een voorkeur heeft voor een constructie kan bijvoorbeeld de betekenis van die constructie beïnvloeden. Wat echter onduidelijk is, is hoe zulke lexicale voorkeuren kunnen ontstaan. Dit project introduceert twee mechanismen die daarvoor kunnen zorgen, nl. exemplaar-gedreven en index-gedreven lectale contaminatie. Beide mechanismen vertrekken van taalcontact tussen twee variëteiten van dezelfde taal, maar verschillen in hoe zulk contact tot lexicale voorkeuren binnen elke variëteit leidt. Volgens exemplaar-gedreven contaminatie gebeurt dit via de cognitieve opslag van exemplaren, terwijl index-gedreven contaminatie aanneemt dat woorden en constructies fungeren als sociale indices. Een pilootstudie naar nominale morfologische variatie gaf al een positief resultaat. Dit project voert drie bijkomende corpusstudies uit om het effect van beide mechanismen te testen bij verschillende types variatie. Vervolgens worden agent-gebaseerde simulaties van beide mechanismen gebouwd om ze in-silico te valideren en om een aantal exacte theoretische voorstellingen af te leiden. Die voorspellingen worden vervolgens getest met corpusonderzoek en een forced-choice en receptief experiment.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Financiering

  • FWO

Project type(s)

  • Onderzoeksproject

Directe of indirecte objecten? Het optionele gebruik van het voorzetsel 'aan' bij tweeplaatsige werkwoorden. 01/05/2024 - 30/04/2028

Abstract

Het Nederlands kent zowel tweeplaatsige werkwoorden met een direct object als met een indirect object waarbij het gebruik van het voorzetsel aan optioneel is, bv. respectievelijk 'ik bouw (aan) een konijnenverblijf' en 'het contract ontglipte (aan) ons bedrijf'. Er bestaan een aantal werkwoorden waar de aard van het object onduidelijk is, bv. 'hij gehoorzaamt (aan) de heilige wet'. Dit project zoekt uit (i) wanneer en waarom taalgebruikers het voorzetsel aan gebruiken of weglaten bij deze werkwoorden, en (ii) welke objecten zich eerder gedragen als directe of indirecte objecten. Hierbij geeft het antwoord op de eerste vraag ook een indicatie voor de tweede: bij welke werkwoorden gedraagt de alternantie zich eerder als de datiefalternantie (bv. 'Sophia geeft (aan) hem een dikke knuffel') of eerder als de transitief-prepositioneelalternantie (bv. 'Frederik zoekt (naar) zijn vrachtwagen')? Deze vragen worden aangepakt met diepgravend corpusonderzoek en experimenten.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Financiering

  • BOF

Project type(s)

  • Onderzoeksproject