Onderzoeksgroep

Centrum voor Computerlinguïstiek en Psycholinguïstiek (CLiPS)

Expertise

Verzorgen van lezingen over de ontwikkeling van geletterdheid en spellingproblemen.

De grenzen opzoeken van non-selectieve toegang tot het mentale lexicon: Hoe verwerken meertalingen cognaten en interlinguale homografen in hun niet-moedertalen in zinscontexten? 01/11/2020 - 31/10/2022

Abstract

Als een twee- of meertalige een woord in een taal leest, activeert hij/zij dan automatisch lexicale representaties in alle talen die hij/zij kent? Dit is wat de algemeen aanvaarde language nonselective hypothese stelt, maar de studies die deze hypothese ondersteunen, vertonen methodologische valkuilen. In een meertalige context als Vlaanderen is het al helemaal belangrijk om taalverwerking bij meertaligen op systematische en grondige wijze te bestuderen zodat we inzicht verwerven in hoe meertaligen in het dagelijks leven taal verwerken. Op die manier kunnen we een betrouwbaar antwoord vinden op de vraag of meertaligen hun mentale lexicon op niet-taalselectieve of op taalselectieve wijze raadplegen. De overweldigende meerderheid van studies die twee-/meertalige taalverwerking hebben bestudeerd, hebben cognaten (woorden met dezelfde betekenis in twee talen, bv. "water") of interlinguale homografen (IH's; woorden met twee verschillende betekenissen in twee talen, bv. "fee" is Engels voor "vergoeding") gebruikt die voorkomen in de moedertaal (L1). Nochtans is het juist de L1 die vermoedelijk kwalitatief verschilt van andere talen die een meertalige kent, waardoor het gebruik van woorden die in de L1 bestaan resultaten kan opleveren die niet representatief zijn voor lexicale verwerking in het algemeen. Bovendien tonen veel studies woorden in isolatie, wat afwijkt van hoe we normaal lezen. Dit onderzoeksvoorstel omzeilt deze problemen door L2-L3 cognaten in zinnen te presenteren.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Fouten buiten het lab: de interactie van psycholinguïstische en sociolinguïstische variabelen bij de productie van spelfouten tegen werkwoordsvormen in informele online communicatie. 01/01/2018 - 31/12/2021

Abstract

We onderzoeken hoe sociale en mentale processen interageren bij de productie van spelfouten in informele online communicatie. Vele studies over het online taalgedrag in informele interactie focussen op prototypische chatkenmerken. Binnen dit onderzoek bestuderen we echter 'ongewilde' spellingsafwijkingen bij homofone werkwoordsvormen, die beantwoorden aan twee spellingsvormen. Daarvoor maken we gebruik van een uitgebreid corpus van informele online communicatie geproduceerd door Vlaamse adolescenten. De correcte spelling van homofone werkwoordsvormen veronderstelt een 'tijdrovende' toepassing van grammaticaal gedetermineerde werkwoordsregels. Uit psycholinguïstisch onderzoek weten we dat de hoogfrequente homofone vorm intrusiefouten kan veroorzaken als het werkgeheugen te zwaar belast wordt. Onze hypotheses luiden als volgt: (1) Er zal een correlatie optreden tussen bepaalde sociale variabelen en de FREQUENTIE van spelfouten, maar (2) die sociale variabelen zullen geen impact hebben op het PATROON van de fouten. De eerste hypothese is gebaseerd op sociolinguïstische bevindingen m.b.t. gender- en leeftijdsverschillen voor wat betreft normgevoeligheid. Normgevoeligheid beïnvloedt het werkgeheugen (bewuste verwerking), en bijgevolg, enkel de foutfrequentie. Ook het opleidingsniveau van de jongeren zal als variabele verdisconteerd worden. Hypothese 2 is gerelateerd aan het online schrijfproces, waarin snelheid een belangrijke factor is. Om die reden onderzoeken we of de online context tot het type intrusiefouten leidt dat schrijvers moeilijk kunnen controleren bij tijdsdruk. Met deze interdisciplinaire aanpak hopen we vernieuwende bijdragen te kunnen leveren tot zowel de sociolinguïstiek als de psycholinguïstiek, evenals tot de studie van online communicatie.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

De rol van de semantiek in het modelleren van het bilinguale mentale lexicon. 01/10/2018 - 18/06/2020

Abstract

Bilingualen, mensen die tegelijk twee of meer talen kennen en gebruiken, zijn een interessante bron van informatie voor het ontdekken van de interne structuur van het taalsysteem. De huidige modellen voor bilinguaal lezen van woorden verklaren de meeste empirische gegevens, maar tonen weinig aandacht voor de rol van betekenis. Ze modelleren woorden bovendien in isolatie. In dit project ontwikkelen we computermodellen van zinsverwerking waardoor betekenis een centrale rol speelt die het verdient en nieuwe verklaringen gegeven kunnen worden voor verschillende fenomenen in de bilinguale verwerking van woorden.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

De rol van de semantiek in het modelleren van het bilinguale mentale lexicon. 01/10/2016 - 30/09/2018

Abstract

Bilingualen, mensen die tegelijk twee of meer talen kennen en gebruiken, zijn een interessante bron van informatie voor het ontdekken van de interne structuur van het taalsysteem. De huidige modellen voor bilinguaal lezen van woorden verklaren de meeste empirische gegevens, maar tonen weinig aandacht voor de rol van betekenis. Ze modelleren woorden bovendien in isolatie. In dit project ontwikkelen we computermodellen van zinsverwerking waardoor betekenis een centrale rol speelt die het verdient en nieuwe verklaringen gegeven kunnen worden voor verschillende fenomenen in de bilinguale verwerking van woorden.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Cognitieve controle in de lexicale verwerking van interlinguale en intralinguale homografen. 01/01/2014 - 31/12/2017

Abstract

Dit project betreft fundamenteel kennisgrensverleggend onderzoek gefinancierd door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek-Vlaanderen. Het project werd betoelaagd na selectie door het bevoegde FWO-expertpanel.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Wat gemaskeerde woorden kunnen doen: preactiveren of retrospectief ophalen? 01/10/2013 - 30/09/2015

Abstract

Dit project betreft fundamenteel kennisgrensverleggend onderzoek gefinancierd door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek-Vlaanderen. Het project werd betoelaagd na selectie door het bevoegde FWO-expertpanel.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Abstracte regels of statistisch leren? De impact van lexicale en sublexicale homofonie tijdens het spellen en lezen van homofone werkwoordvormen. 01/01/2012 - 31/12/2015

Abstract

Dit project betreft fundamenteel kennisgrensverleggend onderzoek gefinancierd door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek-Vlaanderen. Het project werd betoelaagd na selectie door het bevoegde FWO-expertpanel.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Wat gemaskeerde woorden kunnen doen: preactiveren of retrospectief ophalen? 01/10/2011 - 30/09/2013

Abstract

Dit project betreft fundamenteel kennisgrensverleggend onderzoek gefinancierd door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek-Vlaanderen. Het project werd betoelaagd na selectie door het bevoegde FWO-expertpanel.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

De bron van gemaskeerde primingeffecten: het lexicaal of het episodisch geheugen? 01/01/2009 - 31/12/2012

Abstract

Gemaskeerde priming is een techniek waarbij een woord zo kort wordt aangeboden dat het niet bewust kan worden waargenomen, terwijl het toch een effect kan hebben op de verwerkingssnelheid van een onmiddellijk daarop volgend woord. Deze techniek wordt daarom vaak gebruikt in de psycholinguïstiek om de geheugenstructuren en -processen achter woordherkenning te onderzoeken. Recent is echter discussie ontstaan over de lexicale aard van deze zgn. gemaskeerde primingeffecten (zie Bodner & Masson, 2003, 2004, 2006): vertellen ze werkelijk iets over de structuur van het mentale lexicon of reflecteren ze residuele activatie in het episodische geheugen, waar mensen persoonlijke ervaringen opslaan? Een reeks experimenten moet antwoord geven op de vraag of een lexicale interpretatie van het effect verdedigbaar is. Gegeven de populariteit van de techniek, kunnen de uitkomsten van dit onderzoek verstrekkende gevolgen hebben voor de theorievorming m.b.t. het mentale lexicon.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Project website

Wat werkwoorden willen: een exemplaargebaseerd model van menselijke zinsverwerking. 01/10/2007 - 30/09/2009

Abstract

Dit project onderzoekt de mogelijkheid om een exemplaargebaseerd model van menselijke zinsverwerking te ontwikkelen, dat in staat is om de relaties tussen de verschillende woorden van een zin op een psychologisch adequate manier te identificeren. Om dit model te evalueren wordt nagegaan of de voorspellingen van het model correleren met experimentele gegevens over de verwerking van structureel niet-ambigue en tijdelijk structureel ambigue zinnen. Voor de toetsing van het model beperken we ons tot de relatie tussen het werkwoord en zijn argumenten. Op die manier kunnen een aantal cruciale problemen van menselijke zinsverwerking worden onderzocht.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Conceptuele perspectieven: elementen van een cognitieve verklaring van Engelse werkwoordstijden. 01/10/2006 - 31/03/2008

Abstract

De belangrijkste doelstelling van dit project betreft de ontwikkeling van een abstracte en omvattende verklaring van het Engelse tempus-systeem, op basis van cognitieve mechanismen die onafhankelijk gemotiveerd zijn. Het voorgaande onderzoek naar uidrukkingen van tempus, aspect en modaliteit in het Engels zal de empirische fundering bieden voor deze verklaring, die uiteindelijk moet toelaten om systemen van werkwoordelijke tijden in (een) natuurlijke taal op expliciete wijze te modelleren.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Literacy development in bilingual children: Evidence from French-English and French-Dutch Immersion programs. 01/06/2006 - 31/05/2008

Abstract

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Het verband tussen impliciete segmentatiepatronen en de ontwikkeling van expliciete segmentatie, lees- en spelvaardigheden. 01/10/2004 - 20/11/2007

Abstract

Deze longitudinale studie bestudeert hoe jonge niet-lezers spraak segmenteren op een onbewust (impliciet) en intentioneel (expliciet) niveau en onderzoekt of individuele verschillen in het impliciete segmentatieproces weerspiegeld worden in de latere ontwikkeling van expliciete segmentatie, lezen en spellen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Situationele factoren bij de productie van geflecteerde woordvormen: een psycholinguïstische en computationele benadering. 01/01/2004 - 31/12/2007

Abstract

De productie van geïnflecteerde woordvormen zoals het meervoud of de verleden tijd wordt traditioneel beschouwd als een proces dat vooral steunt op morfologische, fonologische en syntactische karakteristieken van de basisvorm. Hoewel descriptieve grammatica's in deze context ook metalinguïstische informatie vermelden, wordt daar in recente invloedrijke modellen van taalproductie, zoals Steven Pinkers Words and Rules theorie uit 1999, geen aandacht aan besteed. In een recent experiment toonden wij echter aan dat sprekers van het Nederlands metalinguïstische informatie gebruiken als hen gevraagd wordt meervouden te genereren voor pseudowoorden. Deze resultaten ondermijnen niet enkel Minkers assumptie dat het Nederlands twee default meervouden heeft die enkel op basis van fonologische informatie toegekend worden, maar ze werpen ook de fundamentele vraag op of modellen met een regelgebaseerde component überhaupt in staat zijn om metalinguïstische informatie te incorporeren.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Tijd en subjectiviteit: een cognitief en vergelijkend onderzoek naar het conceptuele statuut van aspectuele en tempus-categorieën in de grammatica 01/10/2003 - 30/09/2006

Abstract

Het onderzoek behandelt de relatie tussen categorieën van tempus (en vormen van grammaticaal aspect) enerzijds, en gradaties van 'subjectivering' in hun semantisch profiel anderzijds. Bovenop hun grammaticale status als grounding predication. Dit type vult initiële instanties van grammaticalisering aan en gaat dus verder dan de transformatie van een lexicale in een grammaticale uitdrukking. Het geeft aanleiding tot de ontwikkeling van niet-referentiële, evaluatieve betekenissen voor items die in prototypische gebruiken nog elementen van temporele verwijzing inhouden. Het onderzoek spitst zich daarom toe op gebruikstypes die zich verwijderen van de beschrijving van objectieve relaties in de tijd, in de richting van subjectieve bekommernissen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Is de onset-rime structuur van belang in het impliciete en expliciete klankbewustzijn van jonge kinderen? Een cross-linguïstische studie bij Engelstalige en Nederlandstalige kleuters en beginnende lezers. 01/03/2003 - 31/12/2005

Abstract

Deze studie onderzoekt of onsets en rimes eenheden zijn in het klankbewustzijn van jonge kinderen. De onset-rime hypothese is algemeen aanvaard maar bijna exclusief gebaseerd op Engelstalig onderzoek. Recente experimenten in het Nederlands vonden geen evidentie voor deze hypothese. Om na te gaan of taalverschillen verantwoordelijk zijn voor deze dissociatie wordt een cross-linguïstische vergelijking gemaakt met Engelstalige en Nederlandstalige kleuters en beginnende lezers. Taken die het impliciete en expliciete klankbewustzijn meten worden gebruikt (b.v. geheugentaak versus segmentatietaak).

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Zijn morfologische representaties in het mentale lexicon modaliteitsspecifiek of amodaal? Een benadering via gemaskerde cross-modale priming. 01/01/2003 - 31/12/2006

Abstract

Het doel van dit projectvoorstel is door te bouwen op de bestaande kennis omtrent cross-modaliteitseffecten in geschreven en gesproken woordherkenning enerzijds en de priming literatuur anderzijds. Er kan een stap voorwaarts gezet worden als we de tekortkomingen van intra-modale priming kunnen wegnemen. Inderdaad, in het geval van visuele-visuele priming kunnen we niet de kwestie van integratie over modaliteiten adresseren (cross-modale integratie) omdat de fonologische informatie geactiveerd wordt door de visueel gepresenteerde stumulus en niet aangeboden wordt aan de deelnemer in de vorm van een auditieve stimulus. Het gebruik van een andere techniek zou ons beter in staat stellen om de vraag te beantwoorden i.v.m. de integratie van informatie die origineel met verschillende modaliteiten geassocieerd is (met name: bij stimulusinput).

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

De interactie tussen fonologie en orthografie bij het proces van visuele woordherkenning: afhankelijkheid leidt tot eenheid? 01/01/2002 - 31/12/2005

Abstract

In de meeste talen met een alfabetisch schrijfsysteem is de uitspraak van een woord vaak niet de som van de utspraak van elk individueel letterteken in dat woord. Er zijn diverse gevallen waar de ene letter de uitspraak van de andere bepaalt. Vergelijk bij voorbeeld de Nederlandse woorden MOOT-MOET-MORT, waar de uitspraak van de letter O door de volgende letter bepaald wordt. Talen verschillen echter in de mate waarin letters in hun uitspraak van elkaar afhangen. Het onderzoek richt zich specifiek op de vraag hoe dergelijke afhankelijkheidsrelaties tussen letters (dwz relaties die een effect hebben op het vlak van uitspraak) de verwerking van het woord beïnvloeden.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Incrementele semantische verwerking van zinnen: hoe komen we tot specifieke interpretaties? 01/10/2001 - 30/09/2004

Abstract

De opzet van het voorgestelde project is om inzichten uit mijn eigen psycholinguïstisch onderzoek naar semantische verwerking te verbinden met de meest recente theorieën in de hedendaagse generatieve semantiek. Door middel van oogbewegingsonderzoek zullen linguïstische principes, die beschrijven hoe er gekomen wordt tot semantisch verrijkte interpretaties, getest worden. Het Underspecification Model dat ik voorgesteld heb voor de on-line verwerking van figuurlijk taalgebruik kan hierdoor uitgebreid en verfijnd worden. De bedoeling is om uiteindelijk te komen tot een algemeen model van de on-line, incrementele semantische verwerking van geschreven taal.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Deskundigheidsbevordering voor NT2-leerkrachten in het volwassenenonderwijs. 01/04/2001 - 31/12/2002

Abstract

Dit praktijkproject implementeert de resultaten van het onderzoek "Het volwassenenonderwijs Nederlands voor Anderstaligen in de provincie Antwerpen" (maart 1999-maart 2001). Het biedt een oplossing voor de problematiek van het ontbreken van deskundigheidsbevordering voor NT-2-leerkachten in het volwassenenonderwijs.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

    Psycholinguïstiek: verwerkings- en verwervingsprocessen van lezen en spellen. 01/01/2001 - 31/12/2005

    Abstract

    De doelstelling van deze wetenschappelijke onderzoeksgemeenschap is de integratie van Vlaamse, Nederlandse en internationale expertise omtrent de studie van (i) de verwerving van lezen en spellen en (ii) de verwerkingsprocessen bij ervaren lezers en spellers. Centraal staat de studie van het lezen en spellen van woorden (herkenning en productie van geschreven woorden), meer bepaald de rol die de fonologie en de morfologie daarbij spelen en het belang van de manier waarop de spelling van de taal deze linguïstische dimensies representeert. Concrete doelen zijn: uitvoering van gezamenlijk empirisch onderzoek door diverse sub-teams van de WOG (experimenten, corpusanalyses, simulaties), meer bepaald in een cross-linguïstisch perspectief, uitwisseling van expertise in de vorm van personeel en middelen, organisatie van workshops en één internationaal congres.

    Onderzoeker(s)

    Onderzoeksgroep(en)

    Psycholinguïstische processen bij het reproduceren van geschreven taal: werkwoordfouten als venster op het mentale lexicon en processen van syntactische verwerking, 01/01/2001 - 31/12/2002

    Abstract

    Onderzoeker(s)

    Onderzoeksgroep(en)

      Grounding: de epistemische grondslag van deixis en referentie 01/10/2000 - 30/09/2003

      Abstract

      Het project zet twee onderzoekslijnen uit. De eerste lijn richt zich op het epistemistische karakter van grounding relaties. Een epistemisch perspectief bestudeert de interpretatieve eigenschappen die worden erkend in de referentiële functies van nominale constituenten en vervoegde werkwoordsvormen. Een analyse wordt uitgewerkt waarin dergelijke functies volgen uit algemene bepalingen die door grounding predications worden toegekend aan referenten. Het tweede luik omvat en empirisch programma dat zich toespitst op een methodologische beweging die de studie van prototypische grounding-functies opschort ten voordele van de analyse van perifere betekenissen. Voor individuele grounding predications wordt aangeduid hoe de gebruikstypes die deze constructies vertonen in modale, discursieve en affectieve contexten essentieel zijn voor een bedrip van hun deiktische oriëntering. Het apparaat voor dit onderzoek berust op concepten uit de cognitieve grammatica.

      Onderzoeker(s)

      Onderzoeksgroep(en)

        Evaluatie van het aanbod inzake volwassenenonderwijs Nederlands voor Anderstaligen. 01/01/1999 - 31/12/2000

        Abstract

        Het project wil het aanbod NvA voor volwassenen in de provincie Antwerpen zee uitgebreid in kaart brengen. In eerste instantie willen we een inventaris maken van officiële en niet-officiële / vrijwillige aanbodsverstrekkers. Er worden een aantal algemene gegevesn (coördinaten, omschrijving van het anbod, lesplaatsen,') opgevraagd en we trachten cijfermateriaal (deelnemersaantalle, georganiseerde niveaus, intensiteit,') voor de periode 95-98 te verzamelen. Na de inventarisatie trachten we op een wetenschappelijk onderbouwde manier het pedagogisch project en de organisatorische context van de officiële aanbodsverstrekkers te beschrijven en dit voor de hele provincie Antwerpen. Tne slotte onderzoeken we in welke mate het aanbod NvA beantwoordt aan de behoeften. Bij deze laatste onderzoeksvraag beperken we ons tot het geven van een aanzet.

        Onderzoeker(s)

        Onderzoeksgroep(en)

          De status van fonologische en orthografische eenheden bij beginnende lezertjes: een studie van taal- en taakafhankelijke factoren' 01/10/1998 - 30/09/2002

          Abstract

          Onderzoeker(s)

          Onderzoeksgroep(en)

            Computationele psycholinguistiek : natuurlijke en artificiele taalverwerving en -verwerking. 01/01/1998 - 31/12/2003

            Abstract

            Zijn taalverwerving en (volwassen) taalgebruik mogelijk zonder aanname van abstracte linguïstische representaties? Deze vraag wordt bestudeerd aan de hand van een nieuwe methodologie: technieken uit drie verschillende disciplines worden gebruikt, nl. het taalverwervingsonderzoek, de psycholingu'stiek en de Artificiële intelligentie. De eerste twee disciplines bestuderen de reële taalleerder/-gebruiker, terwijl de laatste de Artificiële taalleerder/-gebruiker bestudeert. In het verleden werden Artificiële leermodellen gebruikt om effecten te simuleren die in het reÙle taalgebruik werden geobserveerd. Hoewel simulaties de computationele kracht van het leersysteem demonstreren en interessante hypothesen suggereren omtrent de eigenlijke taalgebruiker, werden ze nooit gebruikt om hypothesen te falsifiÙren uit (ontwikkelings)psycholinguïstische studies. In het voorgestelde project willen we Artificiële taalleerders/-gebruikers niet enkel inzetten om het reÙle taalgebruik te simuleren maar tevens om factoren te isoleren die het gedrag van het model beïnvloeden en vervolgens de effecten van diezelfde factoren te bestuderen in psycholinguïstische experimenten en in taalverwervingsonderzoek. Als de effecten bij de Artificiële leerder/gebruiker verschillen van die bij de reÙle leerder/gebruiker, kan het leermodel worden aangepast om uiteindelijk zijn gedrag in overeenstemming te brengen met dat van de taalgebruiker. Deze methode waarbij de resultaten omtrent taalverwerving en psycholingu'stiek worden gerelateerd aan computationeel werk en omgekeerd is dus een heuristiek om eigenschappen te ontdekken van de representatie van taal in de reÙle taalleerder/-gebruiker.

            Onderzoeker(s)

            Onderzoeksgroep(en)

            Welke maat is vol? Een experimenteel onderzoek naar de werking van figuurlijk taalgebruik. 01/01/1997 - 31/12/2000

            Abstract

            Het onderzoek gaat na welke rol de zgn. letterlijke betekenis speelt tijdens de verwerking van figuurlijk taalgebruik in het leesproces. De klassieke opvatting stelt dat de letterlijke betekenis moet verwerkt en verworpen worden voor de figuurlijke betekenis kan bepaald worden. Ons onderzoek stelt dat model in vraag via psycholinguïstische experimenten waar proefpersonen eenvoudige taaltaken verrichten onder tijdsdruk.

            Onderzoeker(s)

            Onderzoeksgroep(en)

              Cognitieve linguïstiek. 01/01/1996 - 31/12/2000

              Abstract

              Het doel van de Wetenschappelijke Onderzoeksgemeenschap "Cognitieve Linguïstiek" is de stimulering, de consolidatie, en de internationale verankering van het cognitief-linguïstische onderzoek dat gebeurt aan de Vlaamse universiteiten (m.n. Leuven, Antwerpen UFSIA, Antwerpen UIA, Gent). Praktisch wordt deze doelstelling vertaald in de organisatie van een aantal (jaarlijks te organiseren) workshops waarop internationale experts zullen worden uitgenodigd om hun werk te confronteren met onderzoek dat in Vlaanderen gebeurt. De onderwerpen van de workshops zullen zo gekozen worden dat ze aansluiten bij de onderzoeksthemata die tot de specifieke competentie behoren van de betrokken Vlaamse onderzoeksgroepen.

              Onderzoeker(s)

              Onderzoeksgroep(en)

                De rol van polysemie bij lexicale verwerving en lexicale opslag. 01/01/1996 - 31/12/1997

                Abstract

                Hoofddoelstelling van het project is na te gaan of de netwerken die in de cognitieve linguïstiek worden voorgesteld ook opgebouwd worden door mensen die een taal leren. Het feit dat er in de woordenschat van een taal een structuur aanwezig is, impliceert niet automatisch dat die structuur aangewend wordt tijdens het proces van lexicale verwerving of bij de geheugenopslag. Het is mogelijk dat de taalstructuur alleen een beschrijving biedt van het proces van lexicale uitbreiding (=taalproduktie), nl. suggereert dat taalgebruikers polysemie nastreven. De centrale vraag in het onderzoek is of de drang naar polysemie ook bij het proces van taalverwerving (=taalreceptie) en in de aangemaakte geheugenrepresentatie een rol speelt.

                Onderzoeker(s)

                Onderzoeksgroep(en)

                  Ontwikkeling van een registratiedocument voor inspecteurs van het basisonderwijs 01/11/1994 - 31/12/1994

                  Abstract

                  Het ontwikkelde document biedt een stramien - in de vorm van een gestandaardiseerde vragenlijst - voor inspecteurs van het basisonderwijs om scholen op een efficiënte manier door te lichten. De bedoeling van de aanmaak van het document is te zorgen voor een instrument voor informatieverzameling dat het schrijven van standaardrapporten voor de Dienst Onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap vergemakkelijkt en uniformiseert.

                  Onderzoeker(s)

                  Onderzoeksgroep(en)

                    Hoe cognitief is de cognitieve linguïstiek? Een experimentele psycho- en neurolinguïstische benadering van lexico-semantische analyses 01/10/1993 - 30/09/1997

                    Abstract

                    In het onderzoek wordt nagegaan hoe de betekenis van polyseme en ambigue woorden door taalgebruikers verwerkt en opgeslagen wordt (in het mentaal lexicon). Daarbij worden de onderzoeksgebieden van de cognitieve linguïstiek en de psycholinguïstiek op elkaar betrokken. Aan de hand van diverse experimentele technieken ( I.h.b. oogfixatieonderzoek en reactietijdparadigma's) wordt onderzocht of polysemie en ambiguïteit volgens dezelfde representatieprincipes mentaal worden opgeslagen.

                    Onderzoeker(s)

                    Onderzoeksgroep(en)

                      Studie van het leesproces, in het bijzonder de toegang tot de woordrepresentaties vanuit het schriftbeeld. 01/02/1992 - 31/12/1994

                      Abstract

                      Aan de hand van experimenteel onderzoek zal worden nagegaan of de fonologie (de 'verklanking') en de morfologie (de interne structuur) van woorden een rol spelen tijdens het leesproces. De essentiele vraag is of fonologische en morfologische informatie nodig zijn om toegang te verkrijgen tot het mentale lexicon.

                      Onderzoeker(s)

                      Onderzoeksgroep(en)