Onderzoeksgroep

Evolutionaire ecologie (EVECO)

Expertise

- Evaluatie van landschapsconnectiviteit. - Onderzoek naar leefbaarheid van natuurlijke populaties en genetische analyse van (natuurlijke) populaties

Negatieve effecten van kunstmatig nachtelijk licht op de grote glimworm (Lampyris noctiluca): mechanismen en evolutionaire gevolgen. 01/11/2021 - 31/10/2023

Abstract

Kunstmatig nachtelijk licht wordt steeds vaker erkend als een ernstige bedreiging voor de nachtelijke biodiversiteit. Vuurvliegen en glimwormen zijn kwetsbaar voor interferentie door kunstlicht gezien hun op licht gebaseerde seksueel communicatiesysteem. Uit recente studies blijkt dat nachtelijk licht een negatief effect heeft op de voortplanting van de grote glimworm (Lampyris noctiluca), wat mogelijkheid biedt voor selectie op eigenschappen om met lichtpollutie om te gaan. Deze soort is hiervoor een geschikt model door zijn relatief algemeen voorkomen en gemak om ze te vangen, en het eenvoudig op licht gebaseerd communicatiesysteem waarbij immobiele lichtgevende vrouwtjes mannetjes aantrekken. Ik zal de effecten van lichtpollutie bestuderen door de respons te meten van mannetjes op verschillende kleuren van kunstmatig licht via gedragsexperimenten en elektrofysiologische metingen. Ik zal onderzoeken of glimwormpopulaties evolueren om met licht als selectiedruk om te gaan, door glimwormpopulaties uit licht vervuilde en donkere streken te vergelijken zowel bij wildvang als in common-garden gekweekte dieren. Ik zal zowel gedragsmatige responsen als visuele sensitiviteit meten als relevante kandidaat eigenschappen m.b.t. lichtadaptatie. Ik zal evalueren of verschillen tussen populaties het resultaat zijn van fenotypische plasticiteit of genetische aanpassingen. Tenslotte zal ik nagaan of deze effecten van licht zouden kunnen gegeneraliseerd worden naar verwante soorten.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Kennisoverdracht met betrekking tot teken en teek-overdraagbare ziekten in functie van het beheer van groendomeinen van de Provincie Antwerpen. 21/05/2021 - 31/08/2023

Abstract

Dit project bestaat uit drie luiken: ten eerste, het bundelen van bestaande wetenschappelijke kennis en feiten over tekenabundantie en besmettingsgraden met het oog op praktisch beheer van groendomeinen. Dit zal uitgewerkt worden tot een leidraad voor beheer. Ten tweede wordt in alle provinciale domeinen via veldbezoeken een inschatting gemaakt van het risico op besmetting door tekenziekten. Hiervoor worden op zowel risicoplaatsen (paden, speelzones...) als referentielocaties (bos) teken verzameld en de besmettingsgraad met pathogenen (ziekte van Lyme) moleculair vastgesteld. Ten derde wordt een vormingstraject uitgewerkt om deze kennis te delen met beheerders en in de praktijk te vertalen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Genomische en ecologische redenen voor de snelle verandering in een functioneel belangrijke eigenschap: de evolutie van osteodermen in een gordelstaarthagedis. 01/01/2021 - 31/12/2024

Abstract

Osteodermen zijn beenachtige elementen die tot expressie gebracht worden bij enkele uiteen liggende groepen Tetrapoda (bij krokodillen, schildpadden, gordeldieren, enkele soorten hagedissen en kikkers), maar ontbreken bij andere taxa. Bij de mens duiken osteodermen op als complicatie bij verwondingen, en bij enkele zeldzame overerfbare aandoeningen. Osteodermen zijn interessant omdat ze ecologisch relevant zijn (functioneren als bepantsering, in de temperatuur- en waterhuishouding, als opslagplaats voor mineralen) en tegelijkertijd een nagenoeg discontinue verdeling kennen (ze worden tot expressie gebracht, of niet). Dit tweede element faciliteert in belangrijke mate het zoeken naar de genomische achtergrond van het kenmerk. In één soort hagedis, Hemicordylus capensis, treedt intraspecifieke variatie op in osteoderm-expressie: het kenmerk is er blijkbaar herhaaldelijk geëvolueerd en komt dus voor in sommige populaties, maar ontbreekt in andere. De soort vormt dus een unieke gelegenheid om te achterhalen hoe, waarom en wanneer dit merkwaardige kenmerk opduikt. In dit project beogen we hiervan een grondig, geïntegreerd beeld te krijgen, door het toepassen van state-of-the-art genomische, functioneel-morfologische en ecologische methoden. We zullen ook nagaan of we de implicaties van onze bevindingen kunnen extrapoleren naar andere taxa met (occasionele) osteodermen, inclusief de mens. Het project zal toelaten een zeldzaam volledig beeld te schetsen van de evolutie van een ecologisch relevant fenotypisch kenmerk met een merkwaardig discontinue variatie en een ongebruikelijk- disparate taxonomische verspreiding.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Teekoverdraagbare ziektes in het Noordzee Gebied: een One Health perspectief (NORTHTICK) 01/09/2019 - 28/02/2023

Abstract

Infecties overgedragen via tekenbeten zijn een toenemend probleem in het Noordzeegebied. De algemene doelstelling van dit multidisciplinaire en transnationale project is om substantiële progressie te maken in deze domeinen: (i) risico-analyse van tekenbeten, (ii) efficiënte preventieve maatregelen, (iii) optimalisatie van diagnostiek, (iv) aanbevelingen voor de beste behandeling van patiënten.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Project website

Next generation animal tracking: op zoek naar ecologische signalen. 01/01/2019 - 31/12/2023

Abstract

De voorbije jaren spelen GPS trackers een steeds belangrijkere rol binnen ecologisch onderzoek. Een snelle technologische ontwikkeling heeft er enerzijds toe geleid dat trackers steeds kleiner zijn, en dus voor meer diersoorten gebruik kunnen worden, maar ook dat deze met bijkomende sensoren kunnen worden uitgerust. GPS trackers worden dan ook steeds vaker gebruikt om het gedrag en bewegingspatronen van dieren vanop afstand te volgen. De methodes om de grote hoeveelheid data die deze trackers quasi continu kunnen generen te analyseren staan echter nog enorm achter waardoor er momenteel onvoldoende gebruik kan gemaakt worden van de spatio-temporele informatie die in deze data vervat zit. Om deze methodes verder te ontwikkelen werd een multidisciplinair consortium samengesteld met partners die toonaangevend zijn in domeinen zoals gedragsecologie, statistische ecologie, ICT, GIS-technologie en visuele analyse. De integratie van inzichten uit de verschillende disciplines is essentieel om op korte termijn de impuls te genereren die nodig is om de methodes te onwikkelen die toelaten om Big Movement Data ten volle te benutten.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Project website

Identificatie van prioritaire zones voor natuur- en bosbeheer omtrent de bestrijding van Lyme borreliose op basis van nieuwe inzichten on de ecologie van teken. 01/01/2019 - 31/12/2022

Abstract

De ziekte van Lyme wordt overgedragen door de teek Ixodes ricinus en is in recente jaren toegenomen. Om efficiënt aan preventie te doen is het belangrijk om te weten op welke door mensen bezochte plaatsen de abundantie aan geïnfecteerde teken het hoogst is. Eerder onderzoek heeft relaties aangetoond tussen bostypes en aantal teken, maar het is nog onduidelijk welke factoren de ruimtelijke spreiding van teken binnen een gebied bepalen. In dit doctoraatsproject zal ik de spreiding van teken in bossen nagaan in relatie tot het gebruik van sites door recreanten. Verder zal ik nagaan waarom teken op deze specifieke locaties voorkomen. Een aspect dat hierbij belangrijk kan zijn is de plaats waar teken afvallen van de vorige gastheer waarop ze gevoed hebben, zoals reeën of kleinere dieren. Ik zal onderzoeken op welke locaties gastheren het meeste tijd doorbrengen en waar teken preferentieel van de gastheer afvallen. Daarnaast zal ik onderzoeken welke omgevingsfactoren gekoppeld zijn aan sterfte van teken. In dergelijke condities zal er minder nood aan bestrijding zijn. De resultaten van dit onderzoek zullen samengevat en vertaald worden voor bosbeheerders en beleidsverantwoordelijken, zodat zij het bosbeheer beter kunnen afstemmen op tekenrisico's en meer efficient tekenaantallen reduceren. Dit zal leiden tot besparing van tijd en middelen en gezondheidsrisico's voor recreanten beperken.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Functioneren van Ecosystemen en hun Interacties met Klimaatverandering. 01/06/2016 - 31/12/2022

Abstract

Ecosystemen leveren veel diensten aan de maatschappij. Het begrijpen van hun functioneren is dan ook cruciaal om accurate projecties te kunnen maken van toekomstig klimaat en voedselproductie, alsook om een duurzaam beleid te kunnen ontwikkelen. Dit voorstel heeft daarom tot doel wetenschappelijke doorbraken te realiseren die kunnen bijdragen tot een beter inzicht in de processen die bepalend zijn voor ecosysteemdiensten en -functioneren. Het overkoepelende lange-termijn doel is dan ook om ecosysteem-functioneren voldoende te begrijpen zodat we, samen met modelleergroepen, betere projecties van toekomstige ecosysteemdiensten en klimaat kunnen maken. Prioriteit wordt gegeven aan de volgende vier onderzoekspijlers: 1) Kwantitatief inzicht in de allocatie van plantenkoolstof naar groei, ademhaling en nutriëntenopname; 2) Beter inzicht in- en betere metingen van biomassaproductie; 3) Beter inzicht in bodemkoolstofprocessen en koolstofsequestratie; 4) Beter inzicht in de spatiale en temporele variatie van broeikasgasbalansen. De focus van dit project ligt op de invloed van 'Global Change', inclusief klimaatverandering en veranderende chemische samenstelling van de atmosfeer, op ecosysteemprocessen en -functioneren. De Methusalemhouder aan de Universiteit Hasselt zal waar mogelijk en waar relevant betrokken worden bij het ontwikkelen van gemeenschappelijke onderzoekslijnen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

De link tussen persoonlijkheid en infectierisico in natuurlijke populaties van het Afrikaanse knaagdiersoort Mastomys natalensis met het Morogoro arenavirus. 01/10/2018 - 30/09/2021

Abstract

Dierlijke persoonlijkheid is het fenomeen dat gedrag consistent is in de tijd, wat betekent dat bijvoorbeeld sommige mensen altijd agressiever zijn dan anderen. Elk gedrag kan worden gedefinieerd als een persoonlijkheidskenmerk, zolang het maar herhaalbaar is in de tijd, maar persoonlijkheidstrekken zijn over het algemeen verdeeld in vijf categorieën: vrijmoedigheid, onderzoek, activiteit, agressiviteit en gezelligheid. Mensen met een sterke verkenning kunnen een grotere kans hebben om een ​​partner te ontmoeten en hebben dus bijvoorbeeld een hoog reproductief succes, maar ze kunnen ook een verhoogd risico lopen op parasieten, ziekteverwekkers en roofdieren. Deze fitness-kosten van de persoonlijkheid zijn weinig onderzocht, maar kunnen belangrijke implicaties hebben voor de ziektedynamiek. Met behulp van de natal multimammate mouse (Mastomys natalensis) - Morogoro arenavirus study system, zal ik de mogelijke verbanden tussen persoonlijkheidskenmerken, immuunsysteem en infectierisico onderzoeken. Specifiek zal ik 1) vaststellen of M. natalensis bewijs van consistente persoonlijkheidskenmerken vertoont en als enige kenmerken gecorreleerd zijn, 2) onderzoeken of gastheerspersoonlijkheidskenmerken geassocieerd zijn met virale infecties in vrijlevende populaties, 3) bepalen of er een relatie is tussen sommige persoonlijkheidskenmerken en immuunsysteemfunctie, 4) experimenteel testen of infectie de expressie van persoonlijkheidskenmerken verandert, en 5) epidemiologische modellen gebruiken om de potentiële effecten van persoonlijkheid op de dynamiek van virusoverdracht in vrijlevende populaties te onderzoeken.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

BOF Sabbatsverlof 2018-2019 Prof. Erik Matthysen. 01/10/2018 - 30/09/2019

Abstract

Deze wetenschappelijke opdracht heeft als algemeen doel om het onderzoek naar respons van dieren op klimaatverandering verder uit te bouwen en daarbij nieuwe onderzoeksmogelijkheden en samenwerkingen te verkennen. Het modelsysteem is de seizoenale timing (fenologie) van insectivore vogels in relatie tot fenologie van bossen, waarvoor wij over meerdere lange-termijn datasets beschikken. Meer specifiek zal ik mij focusen op het belang van de timing in individuele bomen, een aspect dat tot dusver sterk onderbelicht is gebleven. Een eerste concrete doelstelling is de analyse van een unieke en recent verworven dataset met fenologie van 1600 bomen in een lang-termijn studiepopulatie. Een nevendoelstelling daarbij is het updaten van mijn onderzoeksvaardigheden in het gebruik van analytische software. Een tweede doelstelling is het verkennen van de mogelijkheden in remote sensing methodologieën om grootschalig de timing van individuele bomen te karakteriseren, met als doel om nieuwe samenwerkingen op te zetten en projectaanvragen voor te bereiden. Ten derde zal ik de visibiliteit van onze groep in internationale samenwerkingen versterken door deelname aan expert workshops en co-publicatie van longitudinale data-analyses. Een laatste doelstelling is het uitwisselen van kennis met experten in fenologie van bomen in relatie tot klimaatsopwarming, met name de groep PLECO in UAntwerpen die in deze materie een internationaal leidende positie heeft, met als concrete uitkomsten het schrijven van een perspective paper en de ontwikkeling van nieuwe projectvoorstellen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Voorkomen van teken in de Antwerpse stadsrand. Beleidsaanbevelingen voor planning van ecologische corridors en m.b.t. groen en gezondheid. 01/03/2018 - 31/12/2018

Abstract

In dit project worden reeds eerder verzamelde velddata van het voorkomen van teken geanalyseerd, met inbegrip van de prevalenties van belangrijke pathogenen. De teken werden verzameld in een twintigtal parken en bossen in en rond Antwerpen. Op basis van de data-analyse worden voorstellen uitgewerkt om meer rekening te houden met mogelijke gezondheidsrisico's door teken in urbaan gebied.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Identificatie van Lyme borreliose risico zones voor bos- en natuurbeheer op basis van nieuwe inzichten in de ecologie van teken. 01/01/2018 - 31/12/2018

Abstract

Dit project beoogt bij te dragen aan de optimalisatie van natuurbeheer in functie van het minimaliseren van risico's op infectie met teekoverdraagbare ziekten, in het bijzonder Lyme borreliose overgedragen door de schapenteek Ixodes ricinus. Meer bepaald zal dit project de ruimtelijke verspreiding van teken onderzoeken op fijnschalig niveau en processen onderzoeken die hiertoe bijdragen, in het bijzonder de verspreiding van gastheren, het loslaten van de gastheer (detachment), verplaatsing na detachment, en mortaliteit van teken. Door deze processen te relateren aan vegetatiebeheer zullen we in staat zijn gericht advies te geven voor een meer efficiënt beheer en zonering van activiteiten in bos- en natuurgebieden.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Individuele variatie en evolutionair potentieel van parasietkenmerken in een vogel-teek systeem: directe en indirecte genetische effecten 01/01/2017 - 31/12/2020

Abstract

De interactie tussen gastheren en parasieten is een van de belangrijkste drijvende krachten in de evolutie. Evolutie is enkel mogelijk indien individuele kenmerken tenminste gedeeltelijk overerfbaar zijn, en onderhevig aan natuurlijke selectie. Om de evolutie van parasietkenmerken te bestuderen, is het dus noodzakelijk om het succes van individuele parasieten te volgen doorheen hun levenscyclus. Dit is moeilijk tot onmogelijk bij vele soorten parasieten tenzij in zeer artificiele labo-omgevingen. In dit project onderzoeken we de variatie en erfbaarheid van parasietkenmerken in op vogels gespecializeerde teken. De teken worden in het labo gekweekt en voeden zich een keer per stadium (larve, nymf of adult) op koolmezen uit een wilde populatie. Dit geeft ons informatie over genetische verwantschap van zowel de teken als de individuele vogels in de studie. Zo kunnen we onderzoeken in hoeverre variatie in parasietsucces (voedingssucces, overleving, aantal eieren) gerelateerd is aan genetische variatie in de parasiet, in de gastheer, of een combinatie van beide. We onderzoeken ook of teken die succesvol zijn op koolmezen het minder goed doen op andere vogelsoorten, en vice versa. Analoog gaan we na of koolmezen die meer resistent zijn - of tolerant voor - een vogelspecifieke teek, minder goed bestand zijn tegen andere minder gespecialiseerde teken.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Project website

De link tussen persoonlijkheid en infectierisico in natuurlijke populaties van het Afrikaanse knaagdiersoort Mastomys natalensis met het Morogoro arenavirus. 01/10/2016 - 30/09/2018

Abstract

Dierlijke persoonlijkheid is het fenomeen dat gedrag consistent is in de tijd, wat betekent dat bijvoorbeeld sommige mensen altijd agressiever zijn dan anderen. Elk gedrag kan worden gedefinieerd als een persoonlijkheidskenmerk, zolang het maar herhaalbaar is in de tijd, maar persoonlijkheidstrekken zijn over het algemeen verdeeld in vijf categorieën: vrijmoedigheid, onderzoek, activiteit, agressiviteit en gezelligheid. Mensen met een sterke verkenning kunnen een grotere kans hebben om een ​​partner te ontmoeten en hebben dus bijvoorbeeld een hoog reproductief succes, maar ze kunnen ook een verhoogd risico lopen op parasieten, ziekteverwekkers en roofdieren. Deze fitness-kosten van de persoonlijkheid zijn weinig onderzocht, maar kunnen belangrijke implicaties hebben voor de ziektedynamiek. Met behulp van de natal multimammate mouse (Mastomys natalensis) - Morogoro arenavirus study system, zal ik de mogelijke verbanden tussen persoonlijkheidskenmerken, immuunsysteem en infectierisico onderzoeken. Specifiek zal ik 1) vaststellen of M. natalensis bewijs van consistente persoonlijkheidskenmerken vertoont en als enige kenmerken gecorreleerd zijn, 2) onderzoeken of gastheerspersoonlijkheidskenmerken geassocieerd zijn met virale infecties in vrijlevende populaties, 3) bepalen of er een relatie is tussen sommige persoonlijkheidskenmerken en immuunsysteemfunctie, 4) experimenteel testen of infectie de expressie van persoonlijkheidskenmerken verandert, en 5) epidemiologische modellen gebruiken om de potentiële effecten van persoonlijkheid op de dynamiek van virusoverdracht in vrijlevende populaties te onderzoeken.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Een eco-evolutionair netwerk van biotische interacties. 01/01/2016 - 31/12/2020

Abstract

De mate waarin biodiversiteit en de hieraan gekoppelde ecosysteemfuncties veranderen in functie van globale door de mens veroorzaakte veranderingen in de leefomgeving worden momenteel vooral ingeschat op basis van statistische technieken. Onzekerheden in de uitkomsten van deze predictieve modellen zijn groot. Omdat de onderliggend ecologische en evolutionaire dynamieken van individuen, populaties en soorten en hun interacties genegeerd worden kunnen de biologische oorzaken van deze onzekerheden niet geduid worden. Het opschalen van individuele- en soortafhankelijke mechanismen naar hogere schalen van biologische organisatie kan enkel gebeuren indien we in staat zijn om de variatie in deze mechanismen te begrijpen en te generaliseren. Meer specifiek is er nood aan het in rekening brengen van biotische interacties. De partners van de voorgestelde onderzoeksgemeenschap zijn toonaangevende onderzoekseenheden in het domein van de evolutionaire ecologie. Onder impuls van initiatieven gefinancierd binnen vroegere onderzoeksgemeenschappen breidden de diverse betrokken onderzoekseenheden hun onderzoek recent uit naar de context van interagerende soorten. Omwille van de complexiteit van biologische interacties in ecologische netwerken, zowel qua oorzaak als gevolg, is er meer dan ooit een hoge nood om onderzoeksagenda's op elkaar af te stemmen, nieuwe methodieken te integreren, inzichten uit te wisselen en samen te werken binnen een inter- en multidisciplinaire context. De beoogde integratie van diverse modelsystemen en disciplines zal de vooruitgang van het eco-evolutionair onderzoek in Vlaanderen zonder twijfel stimuleren. Op zijn beurt is deze vooruitgang essentieel voor de ontwikkelingen binnen verwante domeinen zoals epidemiologie en kankeronderzoek.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Project website

Systematische behoud planning in de hoge Andes van Bolivia: toepassing van modellen voor integratieve beheer van natuurgebieden. 01/10/2015 - 30/09/2017

Abstract

Dit project handelt over het beheer en behoud van Polylepis bossen in de hoge Andes, één van de meest bedreigde ecosystemen ter wereld. Het project focust op de zuidhelling van het Tunari Nationaal Park (Bolivië) waar lokale gemeenschappen leven te midden van kleine restantanten Polylepis bos. Deze thesis stelt zich tot doel om de noden van lokale gemeenschappen en van de bewoners Cochabamba (een grote stad vlakbij het park) te verzoenen met de bescherming en het behoud van de Polylepis bossen en de daarmee geassocieerde (bedreigde) biodiversiteit. Daartoe ga ik gebruik maken van 'conservation planning software' (zoals Marxan en Zonation) om een beslissingssysteem te bouwen dat door Boliviaanse beleidsmakers kan worden gebruikt.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

GCE - Globale klimaatverandering-ecologie. 01/01/2015 - 31/12/2019

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht toegekend door de Universiteit Antwerpen. De promotor levert de Universiteit Antwerpen de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd door de universiteit.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Landschap als drijvende kracht voor evolutieve divergentie bij twee knaagdier-gebonden RNA-virussen. 01/01/2015 - 31/12/2018

Abstract

Dit project betreft fundamenteel kennisgrensverleggend onderzoek gefinancierd door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek-Vlaanderen. Het project werd betoelaagd na selectie door het bevoegde FWO-expertpanel.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Transmissie dynamiek van teek-overdraagbare Borrelia en rickettsiale bacteriën in een tekengemeenschap bij zangvogels. 01/10/2014 - 30/09/2017

Abstract

Dit project betreft fundamenteel kennisgrensverleggend onderzoek gefinancierd door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek-Vlaanderen. Het project werd betoelaagd na selectie door het bevoegde FWO-expertpanel.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Onderzoek in het domein van de ornithologie. 01/01/2014 - 31/12/2019

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds de opdrachtgever. UA levert aan de opdrachtgever de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Systematische behoud planning in de hoge Andes van Bolivie: toepassing van modellen voor integratieve beheer van natuurgebieden. 01/10/2013 - 30/09/2015

Abstract

Dit project handelt over het beheer en behoud van Polylepis bossen in de hoge Andes, één van de meest bedreigde ecosystemen ter wereld. Het project focust op de zuidhelling van het Tunari Nationaal Park (Bolivië) waar lokale gemeenschappen leven te midden van kleine restantanten Polylepis bos. Deze thesis stelt zich tot doel om de noden van lokale gemeenschappen en van de bewoners Cochabamba (een grote stad vlakbij het park) te verzoenen met de bescherming en het behoud van de Polylepis bossen en de daarmee geassocieerde (bedreigde) biodiversiteit. Daartoe ga ik gebruik maken van 'conservation planning software' (zoals Marxan en Zonation) om een beslissingssysteem te bouwen dat door Boliviaanse beleidsmakers kan worden gebruikt.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Effecten van versnippering van Afrotropisch regenwoud op life-history strategieën in een coöperatief broedende vogelsoort. 01/01/2013 - 31/12/2016

Abstract

Dit project betreft fundamenteel kennisgrensverleggend onderzoek gefinancierd door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek-Vlaanderen. Het project werd betoelaagd na selectie door het bevoegde FWO-expertpanel.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Realtime lokalisatie systeem voor populatie-onderzoek van kleine vogels. 01/01/2013 - 31/12/2014

Abstract

In dit project wordt een nieuw real-time plaatsbepalingssysteem ontwikkeld voor het grootschalig monitoren van bewegingen van kleine vrijlevende vogels. De uiteindelijke doelstelling is om goedkope geminiaturiseerde tags te ontwikkelen (max 1g gewicht) die spatiale informatie via ontvangsmodules op het terrein doorzenden naar een centraal ontvangstsysteem. De hoofddoelstelling van dit project is om de limieten en mogelijkheden van dit systeem duidelijk te kunnen bepalen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Ruimte en omgeving als bepalende factoren voor eco-evolutionaire dynamieken: anthropogene omgevingen als model (SPEEDY). 01/10/2012 - 31/12/2017

Abstract

De globale doelstelling van SPEEDY is om geïntegreerde inzichten te bekomen in de respons van populaties en gemeenschappen op urbanizatie. Het geïntegreerd karakter van dit onderzoeksprogramma blijkt uit het feit dat we verschillende biologische organisatieniveau's bekijken (gemeenschappen en populaties) en dat we ons specifiek richten op interacties tussen ecologische en evolutionaire responsen (eco-evolutionaire dynamiek). Het project beoogt eveneens mechanistische verklaringen te vinden door te focusen op kenmerken van organismen, verschillende mogelijke stressoren die gepaard gaan met urbanizatie. In het project wordt op een geconcerteerde manier onderzoek verricht op verschillende groepen van organismen, en op verschillende ruimtelijke schalen. Het onderzoek zal ons toelaten om de respons van natuurlijke gemeenschappen op urbanizatie beter te kunnen voorspellen dankzij het integreren van evolutionaire responsen.genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

De rol van exploratie en ervaring in de ontwikkeling van ruimtelijk gedrag: leefgebieden en dispersie bij de koolmees. 01/01/2012 - 31/12/2015

Abstract

Mobiliteit is een van de meest essentiële karakteristieken van levende wezens, en is direct gekoppeld aan het verwerven en gebruik van ruimtelijke informatie. We testen twee algemene hypothesen aan de hand van veldobservaties en gedragsexperimenten op zangvogels: (a) individuen bouwen ruimtelijke informatie op in de loop van hun leven, die ze gebruiken bij volgende verplaatsingen, en dit leidt tot carry-over effecten tussen levensstadia; (b) individuen verschillen consistent in hun gebruik van ruimtelijke informatie, wat een deel van de binnen-populatie variatie in mobiliteit verklaart.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Gastheer-parasiet interacties tussen residente zangvogels, teken (Ixodidae) en Borrelia spirochetes. 01/10/2011 - 30/09/2014

Abstract

Dit project betreft fundamenteel kennisgrensverleggend onderzoek gefinancierd door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek-Vlaanderen. Het project werd betoelaagd na selectie door het bevoegde FWO-expertpanel.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

FWO Visiting Postdoctoral Fellowship (Peter KORSTEN, Nederland) 01/11/2010 - 31/10/2011

Abstract

Dit project betreft fundamenteel kennisgrensverleggend onderzoek gefinancierd door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek-Vlaanderen. Het project werd betoelaagd na selectie door het bevoegde FWO-expertpanel.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Studie naar de genetische en ontwikkelingsbasis van ontwikkelingsbuffering. 01/10/2010 - 30/09/2014

Abstract

Dit project betreft fundamenteel kennisgrensverleggend onderzoek gefinancierd door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek-Vlaanderen. Het project werd betoelaagd na selectie door het bevoegde FWO-expertpanel.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Evolutie van Oude Wereld arenavirussen en hun knaagdiergastheren in Afrika. 01/10/2010 - 30/09/2014

Abstract

Dit project betreft fundamenteel kennisgrensverleggend onderzoek gefinancierd door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek-Vlaanderen. Het project werd betoelaagd na selectie door het bevoegde FWO-expertpanel.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

De rol van niche conservatisme, genetische variatie en facilitatieve interacties in het verklaren van het invasiesucces van niet-inheemse soorten. 01/10/2010 - 30/09/2013

Abstract

De kans dat door de mens geïntroduceerde, niet-inheemse soorten zich in een bepaald gebied kunnen vestigen valt moeilijk in te schatten. Vaak wordt er van uit gegaan dat de (potentiële) verspreiding van een soort kan ingeschat worden aan de hand van zijn niche in het oorspronkelijk verspreidingsgebied. In dit project wordt er gebruik gemaakt van de invasie van Europa door verschillende exotische vogelsoorten om deze veronderstelling na te gaan. Een verandering in niche (een 'niche shift') tijdens het invasieproces zou immers kunnen verklaren waarom soorten in hun nieuw verspreidingsgebied soms andere habitats innemen dan diegene waarin ze in hun oorspronkelijk areaal voorkomen. Ook zal er, aan de hand van de invasie van de halsbandparkiet (Psittacula krameri) in meerdere Europese landen, nagegaan worden op welke manier dat intraspecifieke variatie in de niche van een soort voorspellingen over vestigingskansen kan beïnvloeden. Geografische variatie in de niche van een soort kan leiden tot geografische verschillen in de soort-habitat relaties, wat tot zowel een over- als een onderschatting van de invasiekans kan leiden. In verschillende Europese steden komen meerdere uitheemse parkietsoorten voor, wat toelaat om te onderzoeken of interspecifieke interacties tussen deze soorten een (positieve of negatieve) invloed hebben op de vestigingskans van deze soorten.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Populatiestructuur, transmissie en gastheerspecificiteit in een nestgebonden ectoparasiet, de teek Ixodes arboricola.(FWO Vis.Fel., Joël WHITE, Frankrijk) 01/05/2010 - 30/04/2011

Abstract

Dit project betreft fundamenteel kennisgrensverleggend onderzoek gefinancierd door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek-Vlaanderen. Het project werd betoelaagd na selectie door het bevoegde FWO-expertpanel.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Eco-evolutionaire dynamieken in natuurlijke en anthropogene gemeenschappen. 01/01/2010 - 31/12/2014

Abstract

Dit project betreft fundamenteel kennisgrensverleggend onderzoek gefinancierd door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek-Vlaanderen. Het project werd betoelaagd na selectie door het bevoegde FWO-expertpanel.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Populatiestructuur, transmissie en gastheerspecificiteit in een nestgebonden ectoparasiet, de teek Ixodes arboricola. 01/01/2010 - 31/12/2013

Abstract

De doelstelling van dit project is om gastheerspecialisatie en genetische populatiestructuur te onderzoeken bij een ecologisch sterk gespecialiseerde teek nl. I. arboricola. Dit project zal belangrijke nieuwe inzichten leveren in de evolutie van gastheerspecialisatie bij teken en bij parasieten in het algemeen, en de mechanismen die hierbij een rol spelen. Daarnaast zal het project meer inzicht geven in gastheerkeuze, transmissie en dispersie in een groep van ectoparasieten met hoge maatschappelijke relevantie.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Selectie op dispersie-gerelateerde kenmerken in hoogdynamische milieus: de rugstreeppad (Bufo calamita) als modelsoort. 01/10/2009 - 30/09/2011

Abstract

Deze studie test de hypothese dat dispersie-gerelateerde kenmerken onderhevig zijn aan verschillende selectiedrukken in functie van de isolatie en levensduur van populaties. De rugstreeppad wordt hiervoor als modelsoort gebruikt. Padden worden verzameld in enerzijds kleine geïsoleerde populaties, en anderzijds in grotere netwerkpopulaties, en opgekweekt in een "common environment". Op deze dieren worden een aantal kenmerken onderzocht die mogelijk gekoppeld zijn aan dispersie (verbreiding) zoals ontwikkeling, morfologie, locomotie, exploratiegedrag en habitatvoorkeur. We onderzoeken in hoeverre deze kenmerken verschillen tussen populaties, of deze kenmerken onderling gekoppeld zijn, en in hoeverre de populaties verschillen in neutrale (moleculaire) kenmerken.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Dispersie, ouderzorg en persoonlijkheidskenmerken bij de koolmees. 01/10/2009 - 30/09/2011

Abstract

De algemene doelstelling van dit project is om te onderzoeken hoe individuele gedragsvariatie, bij nakomelingen zowel als ouders, kan leiden tot variatie in dispersie in natuuurlijke populaties. We gebruiken de koolmees als modelsoort waarbij we dispersiedata betrekken uit een lopende populatiestudie in een gebied met verschillende kleine bosfragmenten. Voor het persoonlijkheidsonderzoek baseren we ons op voorgaand onderzoek waarbij een standaard exploratiescore informatie blijkt te geven over aangeboren gedragsvariatie. We gaan na in hoeverre verschillende aspecten van ruimtelijk gedrag (dispersie, home-ranges, familieverplaatsingen tijdens de ouderzorg) gecorreleerd zijn met elkaar en met persoonlijkheidsvariatie. We onderzoeken ook de respons in ruimtelijk gedrag op experimentele veranderingen in voedselaanbod. Deze gedragsvariatie wordt ook gekoppeld aan beschikbare informatie over fitness (overleving en voortplanting).

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Keuze & patronen van adaptieve variatie bij de Europese zwarte gier (Aegypius monachus). 01/09/2009 - 31/08/2013

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds de KMDA. UA levert aan de KMDA de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Opmaak en uitwerking van een ecologisch landschapsmodel als modelmatig beheersinstrument voor de ecologische infrastructuur in de Antwerpse haven. 15/12/2008 - 15/07/2011

Abstract

In dit project wordt een landschapsecologisch model uitgewerkt dat kwantitatieve uitspraken toelaat over het effect van geplande of gerealiseerde ingrepen in het Havengebied op de verbindingsmogelijkheden tussen natuurlijke dierenpopulaties. Het model is gebaseerd op de analyse van minimale-kostpaden in functie van landschappelijke weerstand. Het model wordt afgestemd op een aantal doelsoorten waaronder rugstreeppad, vleermuizen en enkele nog te bepalen soorten. Het project zal een bruikbaar instrument leveren om het functioneren van de Ecologische Infrastructuur in de haven te kunnen monitoren.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Dispersie, connectiviteit en leefbaarheid van vogelpopulaties in een versnipperd afrotropisch regenwoud. 01/10/2008 - 30/09/2012

Abstract

Dit project beoogt het modelleren van de leefbaarheid van bedreigde vogelpopulaties in een sterk versnipperde biodiversiteitshotspot in Kenya op basis van demografische data, gedragsobservaties en analyses van landschapsconnectiviteit. De resultaten worden geïntegreerd in een multidisciplinair onderzoek naar prioriteiten voor herbebossingsprojecten in het studiegebied.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Levensvatbaarheid van populaties in versnipperd regenwoud: integratie van individu-gebaseerde modellen met landschapsdynamiek en connectiviteit. 01/01/2008 - 31/12/2011

Abstract

In dit project worden factoren bestudeerd die de lange-termijn overleving van vier Afrotropische vogelsoorten beïnvloeden die gevoelig zijn aan habitatverstoring en isolatie, en dit op verschillende schaalniveaus. Hiertoe verzamelen we nieuwe data over habitatvereisten en demografie van vogels en biotische en abiotische groeicondities van bomen, en combineren deze met reeds beschikbare gegevens en een gedetailleerde landgebruikskaart.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Wetenschappelijke opdracht voor het verder onderzoek op het domein van de dierenecologie. 01/01/2008 - 31/07/2008

Abstract

De algemene doelstelling van deze wetenschappelijke opdracht is een aantal onderzoeksvragen te beantwoorden via een state-of-the-art statistische analyse van de meer complexe data zoals overlevingspatronen, populatiestructuur en erfelijke variatie. Met name meer open vraagstellingen op langere termijn, zoals veranderingen in life-history kenmerken door klimaatsverandering en de rol van genetische variatie hierbij zullen onderzocht worden.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Selectie op dispersie-gerelateerde kenmerken in hoogdynamische milieus: de rugstreeppad (Bufo calamita) als modelsoort. 01/10/2007 - 30/09/2009

Abstract

Deze studie test de hypothese dat dispersie-gerelateerde kenmerken onderhevig zijn aan verschillende selectiedrukken in functie van de isolatie en levensduur van populaties. De rugstreeppad wordt hiervoor als modelsoort gebruikt. Padden worden verzameld in enerzijds kleine geïsoleerde populaties, en anderzijds in grotere netwerkpopulaties, en opgekweekt in een "common environment". Op deze dieren worden een aantal kenmerken onderzocht die mogelijk gekoppeld zijn aan dispersie (verbreiding) zoals ontwikkeling, morfologie, locomotie, exploratiegedrag en habitatvoorkeur. We onderzoeken in hoeverre deze kenmerken verschillen tussen populaties, of deze kenmerken onderling gekoppeld zijn, en in hoeverre de populaties verschillen in neutrale (moleculaire) kenmerken.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Dispersie, ouderzorg en persoonlijkheidskenmerken bij de koolmees. 01/10/2007 - 30/09/2009

Abstract

De algemene doelstelling van dit project is om te onderzoeken hoe individuele gedragsvariatie, bij nakomelingen zowel als ouders, kan leiden tot variatie in dispersie in natuuurlijke populaties. We gebruiken de koolmees als modelsoort waarbij we dispersiedata betrekken uit een lopende populatiestudie in een gebied met verschillende kleine bosfragmenten. Voor het persoonlijkheidsonderzoek baseren we ons op voorgaand onderzoek waarbij een standaard exploratiescore informatie blijkt te geven over aangeboren gedragsvariatie. We gaan na in hoeverre verschillende aspecten van ruimtelijk gedrag (dispersie, home-ranges, familieverplaatsingen tijdens de ouderzorg) gecorreleerd zijn met elkaar en met persoonlijkheidsvariatie. We onderzoeken ook de respons in ruimtelijk gedrag op experimentele veranderingen in voedselaanbod. Deze gedragsvariatie wordt ook gekoppeld aan beschikbare informatie over fitness (overleving en voortplanting).

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Opmaak actieplan voor de waterrietzanger (Acrocephalus Paludicola) in Vlaanderen. 01/04/2007 - 31/10/2007

Abstract

Als onderdeel van een internationaal beschermingsprogramma voor de Waterrietzanger wordt het voorkomen en habitatgebruik van deze soort in Vlaanderen tijdens de doortrek geanalyseerd. Naast een literatuurstudie van de ecologie en migratie, worden waarnemingen en ringvangsten in detail geanalyseerd. Er wordt een biotoopbeschrijving opgemaakt van de gebruikte habitats en aanbevelingen gemaakt voor het beschermen en uitbreiden van habitat voor deze soort, alsook voor het verder monitoren van de doortrekkende populatie.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

    Volgen organismen de weg van de minste weerstand? Een test van minimale-kost connectiviteitsmodellen aan de hand van empirische data en individu-gebaseerde simulatiemodellen. 01/01/2007 - 31/12/2008

    Abstract

    Minimale-kost modellen worden in toenemende mate gebruikt als eenvoudig GIS instrument om connectiviteit tussen habitatplekken te kwantificeren. Ondanks de eenvoudige toepasbaarheid van deze methode zijn er weinig gegevens beschikbaar om te valideren of de gemodelleerde dispersiepaden overeen stemmen met de realiteit. We gebruiken een combinatie van empirische data en gedragsmodellen om dit te toetsen.

    Onderzoeker(s)

    Onderzoeksgroep(en)

    Onderzoek naar factoren die de persistentie en uitbreiding bepalen van populaties Aziatische grondeekhoorns. 01/01/2007 - 31/12/2007

    Abstract

    Dit project beoogt een inleidende studie van de verspreiding van een potentieel invasieve exoot, en de factoren die bepalen of de soort zich al dan niet kan uitbreiden.

    Onderzoeker(s)

    Onderzoeksgroep(en)

      Dispersie, ouderzorg en persoonlijkheidskenmerken bij de koolmees. 01/10/2006 - 30/09/2007

      Abstract

      De algemene doelstelling van dit project is om te onderzoeken hoe individuele gedragsvariatie, bij nakomelingen zowel als ouders, kan leiden tot variatie in dispersie in natuuurlijke populaties. We gebruiken de koolmees als modelsoort waarbij we dispersiedata betrekken uit een lopende populatiestudie in een gebied met verschillende kleine bosfragmenten. Voor het persoonlijkheidsonderzoek baseren we ons op voorgaand onderzoek waarbij een standaard exploratiescore informatie blijkt te geven over aangeboren gedragsvariatie. We gaan na in hoeverre verschillende aspecten van ruimtelijk gedrag (dispersie, home-ranges, familieverplaatsingen tijdens de ouderzorg) gecorreleerd zijn met elkaar en met persoonlijkheidsvariatie. We onderzoeken ook de respons in ruimtelijk gedrag op experimentele veranderingen in voedselaanbod. Deze gedragsvariatie wordt ook gekoppeld aan beschikbare informatie over fitness (overleving en voortplanting).

      Onderzoeker(s)

      Onderzoeksgroep(en)

        Impact van invasieve vogelsoorten. 01/02/2006 - 28/02/2007

        Abstract

        Dit project beoogt een inschatting van de toekomstige verspreiding en ecologisch impact van de geintroduceerde Halsbandparkiet Psittacula krameri. Aan de hand van punttellingen worden de habitatvereisten in kaart gebracht, en op basis hiervan een potentiele habitatkaart opgesteld voor Vlaanderen. Data van verschillende Europese populaties en gedragsobservaties worden gecombineerd om scenario's op te stellen van de verwachte areaaluitbreiding in de toekomst. Tenslotte wordt een voorspelling gemaakt van het impact op inheemse holenbroeders door concurrentie voor nestholen.

        Onderzoeker(s)

        Onderzoeksgroep(en)

          Persoonlijkheidskenmerken, dispersie en verschillen in vestigingsgedrag bij de koolmees (Parus major). 01/01/2006 - 31/12/2007

          Abstract

          Onderzoeker(s)

          Onderzoeksgroep(en)

            BOF/IWT research fellowship. 01/01/2006 - 31/12/2006

            Abstract

            Onderzoeker(s)

            Onderzoeksgroep(en)

              Dispersie, ouderzorg en persoonlijkheidskenmerken bij de koolmees. 01/05/2005 - 30/04/2009

              Abstract

              We onderzoeken de gedragsmechanismen die aan de oorsprong liggen van variatie in dispersie, d.i. de verplaatsing tussen geboorte-en broedplaats, bij vogels. Meer specifiek onderzoeken we (1) de relatie met erfbare persoonlijkheidskenmerken die bepalen hoe dieren reageren op onbekende situaties en/of soortgenoten (zgn. "shy-bold" continuum), en (2) de invloed van ouderlijk gedrag op dispersie van nakomelingen, in het bijzonder de verplaatsingen in familieverband voorafgaand aan dispersie.

              Onderzoeker(s)

              Onderzoeksgroep(en)

              Mogelijkheden van NTMB binnen de uitbouw van de ecologische infrastructuur in de Antwerpse haven. 01/04/2005 - 30/11/2006

              Abstract

              Onderzoeker(s)

              Onderzoeksgroep(en)

              Studie van de verspreiding van invasieve Halsbandparkieten in Vlaanderen en inschatting van de impact op inheemse soorten. 01/01/2005 - 31/12/2005

              Abstract

              In onze geglobaliseerde wereld worden steeds meer organismen over de wereld getransporteerd en bijgevolg kunnen steeds meer organismen zich vestigen buiten hun oorspronkelijk verspreidingsgebied. Het is algemeen bekend dat sommige van die exoten een enorme ecologische en economische impact kunnen hebben, maar meestal ontbreekt de kennis om een uitspraak te kunnen doen over de potentiële uitbreiding en impact van een gevestigde exoot. Dit project beoogt dan ook om een wetenschappelijk onderbouwde evaluatie te maken van de potentiële verspreiding en ecologische impact van een explosief toenemende exoot. Als studiesoort hiervoor wordt de Halsbandparkiet genomen, een uit India en Afrika afkomstige holenbroeder die zich in verschillende West-Europese steden gevestigd heeft. Door het linken van verschillende Halsbandparkieten-datasets aan habitatopnames en geografische data zal het `ecologisch profiel' van de HBP bepaald worden. Aan de hand hiervan zal een potentiële habitatkaart opgemaakt worden en zal ingeschat worden hoe snel de Halsbandparkiet het geschikte habitat zal kunnen opvullen. Door een analyse van het waargenomen aantal holenbroeders, Halsbandparkieten en habitatvariabelen zal een impactrelatie opgesteld worden. Door deze impactrelatie toe te passen op de voorspelde parkietuitbreiding zal het effect op de inheemse holenbroederpopulaties ingeschat worden.

              Onderzoeker(s)

              Onderzoeksgroep(en)

                Estimating population parameters in endangered afrotropical birds using temporal genetic samples. (BIRDGENOTEMP) 01/10/2004 - 30/09/2006

                Abstract

                Onderzoeker(s)

                Onderzoeksgroep(en)

                  FWO Visiting Postdoctoral Fellowship FWO. (G. MEASEY) 01/10/2004 - 30/09/2005

                  Abstract

                  Onderzoeker(s)

                  Onderzoeksgroep(en)

                    Uitbreiding veldparelmoervlinder op het militair domein in Zutendaal. 15/06/2004 - 30/09/2004

                    Abstract

                    Onderzoeker(s)

                    Onderzoeksgroep(en)

                      Connectiviteit van bermen voor enkele vlindersoorten in de provincie Antwerpen. 15/06/2004 - 30/09/2004

                      Abstract

                      Onderzoeker(s)

                      Onderzoeksgroep(en)

                        Connectiviteit van bermen voor het klaverblauwtje in de provincie Limburg. 04/05/2004 - 30/09/2004

                        Abstract

                        Onderzoeker(s)

                        Onderzoeksgroep(en)

                          IWT-opvangmandaat Geert Beckers. 01/02/2004 - 30/09/2004

                          Abstract

                          Onderzoeker(s)

                          Onderzoeksgroep(en)

                            Sociale organisatie en dispersie bij een tropische zangvogel in een versnipperd habitat. 01/01/2004 - 31/12/2007

                            Abstract

                            Onderzoeker(s)

                            Onderzoeksgroep(en)

                              Leefbaarheidsanalyse van bedreigde afrotropische vogelpopulaties : integratie van demografische en genetische benaderingen. 01/10/2003 - 30/09/2004

                              Abstract

                              Onderzoeker(s)

                              Onderzoeksgroep(en)

                                Overdraagbaarheid van soortspecifieke habitatkwaliteitmetingen tussen reservaten : een toets met bedreigde dagvlinders. 01/09/2003 - 31/08/2004

                                Abstract

                                Onderzoeker(s)

                                Onderzoeksgroep(en)

                                  Ontwikkelingsstabiliteit als maat voor individuele kwaliteit bij de Koolmees (Parus major) : een challenge experiment. 01/01/2003 - 31/12/2006

                                  Abstract

                                  Dit project beoogt een bijdrage te leveren tot de kennis over de relatie tussen ontwikkelingsstabiliteit en individuele kwaliteit. Dit gebeurt a.h.v. een experimentele studie naar de stressgevoeligheid van verschillende kenmerken en ontwikkelingsstadia. Hiertoe worden individuele Koolmezen onderworpen aan een milde stressbehandeling (zogenaamd `challenge experiment'), welk erop gericht is het bufferend vermogen tijdens de ontogenie te verlagen (wat zich manifesteert in een verhoogde mate van fluctuerende asymmetrie) evenwel zonder rechtstreeks op fitness in te werken. Dit laat ons toe om de mate van asymmetrie van verschillende kenmerken te vergelijken bij vergelijkbare omgevingsstress, en om asymmetrische ontwikkeling (als maat voor ontwikkelingsstabiliteit) te relateren aan individuele fitness. Veronderstelde stresseffecten worden gevalideerd aan de hand van een onafhankelijke biologische dataset (fysiologische respons variabelen).

                                  Onderzoeker(s)

                                  Onderzoeksgroep(en)

                                    Chemische ecologie en bronpopulatieonderzoek in functie van een wetenschappelijk onderbouwd herintroductieproject van het Gentiaanblauwtje in Vlaanderen. 01/01/2003 - 31/03/2003

                                    Abstract

                                    Onderzoeker(s)

                                    Onderzoeksgroep(en)

                                      Evolutionaire veranderingen in morfologie en gedrag van een bosvlinder ten gevolge van habitatfragmentatie. 01/10/2002 - 30/09/2004

                                      Abstract

                                      De doelstelling van dit doctoraatsproject is te onderzoeken of habitatfragmentatie leidt tot micro-evolutionaire veranderingen in morfologische en gedragskenmerken (partnerzoekgedrag) die samenhangen met mobiliteit bij dagvlinders. De studiesoort is Pararge aegeria. We gaan o.a. na in hoeverre er variatie bestaat in individuele mobiliteitskenmerken tussen dagvlinderpopulaties gekenmerkt door een verschillend type habitatfragmentatie, a.h.v. morfologisch relevante kenmerken en dispersieschattingen.

                                      Onderzoeker(s)

                                      • Promotor: Matthysen Erik
                                      • Co-promotor: Van Dyck Hans
                                      • Mandaathouder: Merckx Thomas

                                      Onderzoeksgroep(en)

                                        Analyse van dispersiepatronen in functie van populatiemodellering : exploratie en valorisatie van grote datasets. 01/05/2002 - 30/04/2004

                                        Abstract

                                        Dit project beoogt het toepassen en uittesten van recente statistische methodes voor het schatten van dispersie tussen habitatplekken, gebruik makend van grote datasets uit verschillende veldstudies. De resultaten kunnen toegepast worden in ruimtelijke modellen voor populatiebehoud en -beheer. In dit project wordt een lacune opgevuld in de expertise van de onderzoeksgroep, worden mogelijkheden gecreeerd voor exploitatie van bestaande datasets, en contacten gelegd en/of versterkt in functie van deelname aan onderzoeksnetwerken in het 6de Kaderprogramma.

                                        Onderzoeker(s)

                                        Onderzoeksgroep(en)

                                          Onderzoek naar de mogelijkheden tot duurzame kweek van de vink (Fringilla coelebs). 01/03/2002 - 28/02/2004

                                          Abstract

                                          Onder impuls van de Europese Vogelrichtlijn (79/409/EEG) wordt bevoorrading met vinken (Fringilla coelebs) uit de natuur ten behoeve van de vinkensport in Vlaanderen sinds 1990 streng gereglementeerd. Door de Overheid wordt vinkenkweek financieel aangemoedigd, wat heeft geleid tot een sterke stijging van het aantal gekweekte vinken. Dit project berekent op basis van genetische parameters de kans op inteelt wanneer er uitsluitend met in gevangenschap gehouden vinken wordt voortgekweekt. De genetische variabiliteit (geschat a.h.v. micro-satelliet DNA merkers) van gekweekte vinken wordt daartoe vergeleken met een representatief staal van uit de natuur afkomstige individuen. Daarnaast wordt via computer simulatie het verwachte verlies aan genetische variabiliteit berekend onder verschillende scenarios van uitwisseling tussen kwekers en bevoorrading met uit de natuur gevangen vinken.

                                          Onderzoeker(s)

                                          Onderzoeksgroep(en)

                                            Een geïntegreerde studie van de variatie in het vliegvermogen bij het bont zandoogje (pararge aegeria L.) : prestatie, morfologie en kwantitatieve genetica. 01/01/2002 - 31/12/2003

                                            Abstract

                                            In dit project wordt de variatie bestudeerd in prestatie alsok morfologische en genetische variatie met het Bont zandoogje (Pararge aegeria L.) als modelsoort. Meerbepaald wordt nagegaan in hoeverre het vliegapparaat van deze dagvlinder aangepast is aan de functies die het moet vervullen rekening houdend met omgevingsvariatie en mogelijke constraints. Daarnaast wordt de mate waarin morfologische en prestatiekenmerken erfbaar en genetisch met elkaar gerelateerd zijn, bestudeerd. Tenslotte wordt onderzocht of deze relaties consistent zijn in een verschillende omgeving.

                                            Onderzoeker(s)

                                            Onderzoeksgroep(en)

                                              Kenmerk- en verstoringsspecificiteit van fenotypische expressie bij Tribolium. 01/01/2002 - 30/11/2003

                                              Abstract

                                              Onderzoeker(s)

                                              Onderzoeksgroep(en)

                                                Temporele en ruimtelijke variatie in relaties tussen gedragscomponenten en morfologisch 'design' bij dagvlinders. 01/10/2001 - 31/08/2004

                                                Abstract

                                                Voor vliegende insecten zoals dagvlinders is de thermische omgeving waarin ze actief zijn een erg belangrijke component die zowel in de tijd als de ruimte kan variëren. Dit project beoogt om de seizoenale veranderingen in het gedrag, de morfologie en vooral de relaties tussen beide componenten bij dagvlinders met meerdere generaties per jaar te begrijpen. Studiesoorten zijn oa. het Bont zandoogje (Pararge aegeria), Klein geaderd witje (Pieris napi) en het Landkaartje (Araschnia levana). Bij de centrale studiesoort, het Bont zandoogje, worden de complexe interacties tussen `design' en gedrag (partner-zoek-gedrag en dispersie) doorheen het seizoen geanalyseerd. Bovendien wordt in dit systeem ook explicitiet naar de seizoenale verschillen tussen verschillende habitats (bv. dennenbos vs. loofbos) en fragmentatiegraden (bv. houtkant vs. groot bos) gekeken. Voor de witjes en het Landkaartje wordt een vergelijkende analyse van de morfologie tussen de seizoenen opgezet. Hierbij staan aspecten van vliegcapaciteit en thermoregulatie centraal. Dit project combineert onderzoek naar fenotypische plasticiteit met gedragsecologisch en functioneel morfologisch onderzoek.

                                                Onderzoeker(s)

                                                Onderzoeksgroep(en)

                                                  Relaties tussen individuele gedragscomponenten en dispersie bij dagvlinders in een versnipperd landschap. 01/10/2001 - 31/08/2003

                                                  Abstract

                                                  Het identificeren van landschapselementen of -configuraties die verplaatsingen of dispersie van organismen bevorderen, geniet een groeiende wetenschappelijke aandacht. De mate van uitwisseling wordt reeds geruime tijd onderzocht, maar het is pas recent dat dispersie als process ' incluis het bijhorend gedrag en het belang van morfologie ' onderzocht wordt. Dit project wil binnen een kader van metapopulatie-onderzoek bij dagvlinders dispersie onderzoeken en beter begrijpen vanuit een gedragsecologisch en evolutionair oogpunt. Studiesoorten zijn specialisten van heidebiotopen zoals de Heivlinder (Hipparchia semele) en het Heideblauwtje (Plebeius argus). Het project omvat oa. het vergelijken van het gedragsrepertoire en de morfologie van disperserende en residente individuen, Oberservationeel en experimenteel onderzoek van het gedrag aan enerzijds habitatgrenzen en anderzijds in niet-habitat, detailanalyse van de uitwisseling tussen habitatplekken in relatie tot kenmerken van de tussenliggende landschappelijke matrix met inbegrip van ruimtelijk expliciete modellering. Het onderzoek combineert populatie-ecologie, functionele morfologie en gedragsecologie binnen een natuurbehoudscontext.

                                                  Onderzoeker(s)

                                                  Onderzoeksgroep(en)

                                                    Inventarisatie en monitoring van de eekhoorn in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. 01/04/2001 - 30/09/2001

                                                    Abstract

                                                    Onderzoeker(s)

                                                    Onderzoeksgroep(en)

                                                      Gene flow en effectieve populatiegrootte in niet-evenwichtssituaties. 01/01/2001 - 31/12/2004

                                                      Abstract

                                                      Het behoud van genetische variatie is een cruciale doelstelling in het lange-termijnbeheer van vrijlevende populaties. Schattingen van effectieve populatiegrootte en gene flow zijn vaak gebaseerd op assumpties over evenwicht tussen mutatie, gene flow en drift, en niet toepasbaar op sterk fluctuerende of afnemende populaties. In dit project worden tijdreeksen van genetische stalen van vogels en zoogdieren gebruikt om methodes uit te testen die genetische parameters berekenen in niet-evenwichtscondities.

                                                      Onderzoeker(s)

                                                      Onderzoeksgroep(en)

                                                        Omgevingsinvloed op fenotypische expressie. 01/01/2001 - 30/09/2001

                                                        Abstract

                                                        Dit onderzoeksproject is één van de eerste studies die de interrelatie zal bestuderen tussen fenotypische plasticiteit, ontwikkelingsinstabiliteit en canalisatie binnen en tussen omgevingen. Als modelorganisme hebben we gekozen voor het Bont zandoogje Pararge aegeria wegens zijn opvallend vleugelpatroon en het feit dat het variatie in kenmerken vertoont onder verschillende omgevingen (Van Dyck en Wiklund in press.). Als omgevingsvariatie hebben we gekozen voor 1) voedingsstress als externe stress, 2) inteelt als interne stress en 3) seizoenale variatie (wisselende fotoperiode) als een voorspelbare, regelmatig voorkomende omgevingsvariatie. Deze verschillende vormen van omgevingsvariatie worden toegediend onder zowel laboratorium- als veldomstandigheden. Fenotypische plasticiteit, ontwikkelingsinstabiliteit en canalisatie worden bestudeerd op lineaire kenmerken (zoals vleugel- en tibia lengte), oppervlakte maten (zoals oogvlek oppervlaktes) en vorm (als een configuratie van referentiepunten). Verschillende types van kenmerken worden vergeleken, en verschillen in fenotypische expressie zullen bediscussieerd worden in het kader van hun functionele betekenis (bv. vleugeloppervlakte) en hun relatie met fitness (bv. lichaamsgrootte).

                                                        Onderzoeker(s)

                                                        Onderzoeksgroep(en)

                                                          Integratie van dispersie, connectiviteit en landschapstructuur ten behoeve van richtlijnen voor habitatevaluatie en -restoratie. 01/12/2000 - 28/02/2005

                                                          Abstract

                                                          Onderzoeker(s)

                                                          Onderzoeksgroep(en)

                                                            Dagvlinderpopulaties binnen de op te richten grote eenheid Natuur "De Mechelse Heide". 16/10/2000 - 30/09/2002

                                                            Abstract

                                                            De studieopdracht heeft tot doel om voor een grote landschappelijke eenheid, genoemd naar het centraal gelegen gebied de Mechelse Heide (Provincie Limburg) concrete beheers- en inrichtingsvoorstellen te formuleren voor een reeks van zeldzame en bedreigde dagvlindersoorten. Voor volgende soorten worden op binnen het studiegebied regionale beschermingsplannen opgesteld: Heideblauwtje, Heivlinder, Kommavlinder, Groentje, Bruine eikepage, Veldparelmoervlinder en Klaverblauwtje. Daartoe wordt een gedetailleerde inventarisatie van de populaties en van (poteniële) habitats (inclusief een prospectie van de landschapsmatrix rond en tussen de habitatplekken) uitgevoerd. Naast het synthetiseren van de beschikbare ecologische kennis uit de literatuur, wordt er in beperkte mate bijkomend autecologisch onderzoek uitgevoerd. Naast de soortbeschermingsplannen, worden binnen deze studie de kansen voor herintroductie van drie lokaal uitgestorven vlinders (Gentiaanblauwtje, Veenhooibeestje, Vals Heideblauwtje) onderzocht, en wordt de aanwezigheid van enkele andere soorten (Bont dikkopje, Kleine ijsvogelvlinder, Grote weerschijnvlinder, Grote vos) beter in kaart gebracht.

                                                            Onderzoeker(s)

                                                            Onderzoeksgroep(en)

                                                              Evolutionaire veranderingen in morfologie en gedrag van een bosvlinder ten gevolge van habitatfragmentatie. 01/10/2000 - 30/09/2002

                                                              Abstract

                                                              De doelstelling van dit doctoraatsproject is te onderzoeken of habitatfragmentatie leidt tot micro-evolutionaire veranderingen in morfologische en gedragskenmerken (partnerzoekgedrag) die samenhangen met mobiliteit bij dagvlinders. De studiesoort is Pararge aegeria. We gaan o.a. na in hoeverre er variatie bestaat in individuele mobiliteitskenmerken tussen dagvlinderpopulaties gekenmerkt door een verschillend type habitatfragmentatie, a.h.v. morfologisch relevante kenmerken en dispersieschattingen.

                                                              Onderzoeker(s)

                                                              Onderzoeksgroep(en)

                                                                Sociale aspecten van dispersiestrategieën bij de koolmees (Parus major). 01/10/2000 - 09/09/2002

                                                                Abstract

                                                                Dispersie tussen geboorte- en broedplaats is een sleutelproces in de populatiedynamiek enerzijds, en de sociale organisatie anderzijds. In dit project wordt de relatie onderzocht tussen dispersiestrategieën en sociale status van individueel gemerkte Koolmezen (dominantie, territoriumvestiging, paarvorming). Hierbij wordt ook aandacht besteed aan individuele kwaliteitskenmerken (conditie, signaalkenmerken) en de effecten van dispersie op reproductief succes en overleving.

                                                                Onderzoeker(s)

                                                                Onderzoeksgroep(en)

                                                                  Onderzoek naar de effecten van omgevingsstress op het evolutionaire potentieel van ontwikkelingsstabiliteit. 01/10/2000 - 28/02/2002

                                                                  Abstract

                                                                  Ontwikkelingsstabiliteit (OS) kan gedefinieerd worden als de eigenschap die individuen toelaat om hun morfologische ontwikkeling te bufferen tegen random fouten die optreden tijdens de groei van kenmerken (we spreken hier van random ruis). Fluctuerende asymmetrie (FA, i.e. kleine random afwijkingen van perfecte symmetrie van bilateraal symmetrische kenmerken) is de meest gebruikte maat voor OS. De mate van FA wordt beschouwd als het resultaat van 2 processen: random ruis verhoogt de asymmetrie terwijl individuele OS deze afwijkingen zal tegenwerken. Omgevings- en genetische stress verhogen FA. Het is echter onduidelijk of dit een gevolg is van een lagere OS dan wel een hogere graad van ruis op de ontwikkeling van kenmerken. Opdat een kenmerk zou kunnen evolueren onder bepaalde selektiedrukken moet het een genetische basis hebben en moeten genotypes verschillen in fitness. Hoewel een aantal studies aantonen dat OS gemeten via FA, een genetische basis heeft en gecorreleerd is met fitness blijken deze effecten niet universeel voor te komen. Er is weinig geweten over de onderliggende oorzaken van deze heterogeniteit zodat eveneens weinig geweten is over het evolutionaire potentieel van OS. Deze topic is dan ook zeer controversieel in de recente literatuur. Dit project beoogt een bijdrage te leveren tot het verklaren van de geobserveerde heterogeniteit in de literatuur. Aangezien OS gezien wordt als universele maat voor fitness en stress op het niveau van zowel het individu als van de populatie, heeft OS tal van toepassingsmogelijkheden. In het bijzonder is het gebruik van OS als biomonitoring systeem voor bedreigde populaties een 'hot topic' van onderzoek. In welke mate OS kan evolueren en wat de invloeden zijn van stress vormen dan ook onontbeerlijke kennis om de bruikbaarheid van OS in deze context te toetsen. Dit vormt het centrale thema van dit project.

                                                                  Onderzoeker(s)

                                                                  Onderzoeksgroep(en)

                                                                    Leefbaarheid van metapopulaties van vogels. (METABIRD) 01/07/2000 - 30/06/2003

                                                                    Abstract

                                                                    De basis van dit project is het integreren van data uit verschillende lange-termijn demografische studies van ruimtelijk gestructureerde vogelpopulaties in Europa. Deze integratie zal een empirische ondersteuning geven aan de ontwikkeling van realistische populatiedynamische modellen voor ruimtelijk gestructureerde populaties, die toelaten om de gevolgen van habitatveranderingen te evalueren en algemene richtlijnen te formuleren voor het behoud van bedreigde vogelsoorten. Bijkomende veldexperimenten zullen worden uitgevoerd (met bijzondere aandacht voor dichtheidsafhankelijke responsen en dispersie) om kritische assumpties van deze modellen te testen.

                                                                    Onderzoeker(s)

                                                                    Onderzoeksgroep(en)

                                                                      Dispersiestrategieën in relatie tot omgevingskwaliteit, individuele kwaliteit en sociale structuur bij de Koolmees (parus major). 01/01/2000 - 31/12/2003

                                                                      Abstract

                                                                      Natuurlijke populaties hebben een ruimtelijke structuur die wordt bepaald door de mate waarin individuen of sociale groepen, die verschillende delen van het habitat innemen, met elkaar interageren. De meest bepalende factor voor deze ruimtelijke structurering is de dispersie van individuele dieren, gedefinieerd als de verplaatsing tussen geboorteplaats en broedplaats. Het doel van dit project is meer inzicht te krijgen in de rol van omgevingsvariatie en sociale structuur in het dispersieproces bij een modelsoort, de Koolmees. Essentieel hierbij is het kwantificeren van parameters van individuele kwaliteit en conditie

                                                                      Onderzoeker(s)

                                                                      Onderzoeksgroep(en)

                                                                        Studie naar veranderingen in de genetische structuur van populaties via een vergelijkend onderzoek van recent en historisch DNA. 01/01/2000 - 31/12/2001

                                                                        Abstract

                                                                        De toenemende versnippering van natuurlijke habitaten beïnvloedt de leefbaarheid en genetische structuur van dier- en plantenpopulaties. Om het effect van 'genetische erosie' te kunnen inschatten, worden recent gefragmenteerde populaties vergeleken met DNA uit museumstalen daterend voor de versnippering. In dit project wordt een piloot-dataset uitgewerkt van vogels in tropisch Kenyaans nevelwoud, in samenwerking met het Centre for Tropical Biodiversity in Kopenhagen. Onze doelstelling is om een meer uitgebreide projectaanvraag voor te bereiden in het kader van het 5de Kaderprogramma (EU), om deze methodologie verder uit te werken en toe te passen.

                                                                        Onderzoeker(s)

                                                                        Onderzoeksgroep(en)

                                                                          Een geïntegreerde studie van de variatie in het vliegvermogen bij het bont zandoogje (pararge aegeria L.) : prestatie, morfologie en kwantitatieve genetica. 01/01/2000 - 31/12/2001

                                                                          Abstract

                                                                          In dit project wordt de variatie bestudeerd in prestatie alsok morfologische en genetische variatie met het Bont zandoogje (Pararge aegeria L.) als modelsoort. Meerbepaald wordt nagegaan in hoeverre het vliegapparaat van deze dagvlinder aangepast is aan de functies die het moet vervullen rekening houdend met omgevingsvariatie en mogelijke constraints. Daarnaast wordt de mate waarin morfologische en prestatiekenmerken erfbaar en genetisch met elkaar gerelateerd zijn, bestudeerd. Tenslotte wordt onderzocht of deze relaties consistent zijn in een verschillende omgeving.

                                                                          Onderzoeker(s)

                                                                          Onderzoeksgroep(en)

                                                                            Bouwstenen monitoring : ontwikkeling van concepten, methoden en technieken voor natuurkwaliteitszorg in Vlaanderen aan de hand van een multi-soortenbenadering. 01/12/1999 - 30/11/2001

                                                                            Abstract

                                                                            De studieopdracht heeft drie doelstellingen. Ten eerste wordt er een kritische synthese gemaakt van de veelheid aan concepten en termen uit de internationale wetenschappelijke vakliteratuur voor het gebruik van soorten bij de diverse onderdelen van het natuurbehoud en -beleid (bv. indicatorsoort, paraplusoort, aandachtssoort, enz.), voor zover relevant binnen de Vlaamse context. Dit omvat eveneens een kritische analyse van de sets van criteria om doel- en indicatorsoorten te selecteren. Een multi-soortenbenadering (of beter multi-taxa benadering) staat hierbij centraal. Ten tweede, wordt een screening van de indicatorfunctie(s) van diverse soortengroepen uitgevoerd. Ten derde wordt een praktijkvoorbeeld uitgewerkt (soorten en beheer van natte heidebiotopen) om de ideeën te toetsen.

                                                                            Onderzoeker(s)

                                                                            Onderzoeksgroep(en)

                                                                              Invloed van de landschapsstructuur op het dispersiegedrag, de morfologie en de genetische uitwisseling van een reeks tropische bosvogels van de Taita Hills, Zuid-Oost Kenia. 01/10/1999 - 30/09/2002

                                                                              Abstract

                                                                              Doelstelling is het linken - in een landschapsecologische context - van dispersie, morfometrische differentiatie en life-history parameters aan de populatie (genetische) structuur en dynamiek van een reeks afrotropische bosvogels.

                                                                              Onderzoeker(s)

                                                                              Onderzoeksgroep(en)

                                                                                Evolutionaire veranderingen in morfologie en gedrag van vlinders ten gevolge van habitatfragmentatie. 01/10/1999 - 30/09/2000

                                                                                Abstract

                                                                                De doelstelling van dit doctoraatsproject is te onderzoeken of habitatfragmentatie leidt tot micro-evolutionaire veranderingen, meer bepaald in morfologische en / of gedragskenmerken die samenhangen met mobiliteit bij dagvlinders. Als studiesoort wordt gekozen voor Pararge aegeria (Bont zandoogje). Bij deze soort werd reeds een relatie vastgesteld tussen enkele morfologische kenmerken en mobiliteit op beperkte schaal, nl. het partnerzoekgedrag. Dit werd geïnterpreteerd vanuit hypothesen over selectiedrukken op vliegcapaciteiten. Daarom wordt in dit project ook onderzocht in hoeverre partnerzoekgedrag op zich, of de relatie met morfologie, beïnvloed wordt door habitatversnippering. Specifieke doestellingen: i) Nagaan in hoeverre er variatie bestaat in individuele mobiliteitskenmerken tussen dagvlinderpopulaties gekenmerkt door een verschillende graad van habitatfragmentatie, aan de hand van morfologisch relevante kenmerken enerzijds en dispersieschattingen anderzijds. Hierbij aansluitend nagaan of die variatie seizoensafhankelijk is (voorjaars- / zomergeneratie). ii) De hypothese testen of die mobiliteitsverschillen te verklaren zijn als een evolutionaire respons. Hiervoor bepalen we enerzijds de genetische basis ('heritability') van de gevonden variatie in morfologische en gedragskenmerken met behulp van een 'common garden' experiment. Anderzijds onderzoeken we in hoeverre er 'gene-flow' bestaat tussen populaties. iii) Vermits partnerzoekgedrag mogelijk kan interageren met andere aspecten van mobiliteit (bv. dispersie), testen we of er hier ook veranderingen optreden.

                                                                                Onderzoeker(s)

                                                                                Onderzoeksgroep(en)

                                                                                  Inventarisatie Siberische grondeekhoorn in en rond het Staatsnatuurreservaat De Westhoek te De Panne. 01/10/1999 - 30/11/1999

                                                                                  Abstract

                                                                                  De Siberische grondeekhoorn is sinds enkele tientallen jaren gevestigd in enkele bossen in Vlaanderen en breidt zijn areaal langzaam uit. Met het oog op eventuele maatregelen om de verbreiding van deze exoot te beperken of zelfs terug te dringen, werd in opdracht van AMINAL (Afd. Natuur) een inventarisatie uitgevoerd van de kleine populatie in De Panne met behulp van tellingen en een beperkt merk/hervangst-programma.

                                                                                  Onderzoeker(s)

                                                                                  Onderzoeksgroep(en)

                                                                                    Een geïntegreerde studie van het adaptatieproces : locomotie als modelfunctie. 01/01/1999 - 31/12/2002

                                                                                    Abstract

                                                                                    Onderzoeker(s)

                                                                                    Onderzoeksgroep(en)

                                                                                      De adaptieve waarde van luminiscent gedrag bij glimwormen. 01/01/1999 - 31/12/2000

                                                                                      Abstract

                                                                                      Adulte glimwormen gebruiken lichtsignalen om partners aan te lokken. Deze studie wil echter de functie nagaan van luminiscent gedrag bij andere stadia (vooral larven) en bij volwassenen van (zeldzame) dagaktieve soorten. Via experimenten en veldwaarnemingen op drie inheemse maar sterk verschillende soorten worden de hypothesen getest dat lichtsignalen predatoren afschrikken, onsmakelijkheid signaleren, of een rol spelen in intraspecifieke communicatie.

                                                                                      Onderzoeker(s)

                                                                                      Onderzoeksgroep(en)

                                                                                        Soortbeschermingsplan voor het Gentiaanblauwtje. 01/12/1998 - 30/11/2000

                                                                                        Abstract

                                                                                        Het project beoogt het opstellen van een wetenschappelijk onderbouwd beschermingsplan voor de wettelijk beschermde en bedreigde dagvlinder het Gentiaanblauwtje (Maculinea alcon) en zijn habitats in Vlaanderen, in opdracht van de Vlaamse Gemeenschap ' AMINAL Afdeling Natuur. In alle Vlaamse (rest)populaties van deze vlinder en in alle potentieel geschikte natte heide- en veengebieden, wordt de nodige informatie verzameld in verband met aanwezigheid van de vlinder, de waardplant (Klokjesgentiaan), de soorten en densiteit van de waardmieren, vegetatiestructuur en het gevoerde beheer. Voor alle gebieden worden uitspraken gedaan m.b.t. het beheer, mogelijkheden voor natuurinrichting en translocatie en andere beleidsgerichte maatregelen.

                                                                                        Onderzoeker(s)

                                                                                        Onderzoeksgroep(en)

                                                                                          Adaptieve relaties tussen morfologische variatie en gedragsmatige variatie bij dagvlinders. 01/10/1998 - 30/09/2001

                                                                                          Abstract

                                                                                          Functionele relaties tussen morfologische ("design") en gedragsmatige variatie worden onderzocht binnen een evolutionair kader bij heliotherme insecten, in casu dagvlinders, met Bont zandoogje (Pararge aegeria L.) als belangrijkste modelsoort. Er wordt o.a. gekeken naar verschillen tussen morfotypes in ecologisch relevante vliegprestaties, sexuele verschillen en de rol van sexuele selectie, oorzaken van fenotypische variatie (bv. overerfbaarheid), en belang van deze relaties voor verplaatsingen op een landschappelijke schaal (dispersie).

                                                                                          Onderzoeker(s)

                                                                                          Onderzoeksgroep(en)

                                                                                            Inventarisatie Siberische grondeekhoorn in en rond het Staatsnatuurreservaat De Westhoek te De Panne. 01/10/1998 - 30/11/1998

                                                                                            Abstract

                                                                                            De Siberische grondeekhoorn is sinds enkele tientallen jaren gevestigd in enkele bossen in Vlaanderen en breidt zijn areaal langzaam uit. Met het oog op eventuele maatregelen om de verbreiding van deze exoot te beperken of zelfs terug te dringen, werd in opdracht van AMINAL (Afd. Natuur) een inventarisatie uitgevoerd van de kleine populatie in De Panne met behulp van tellingen en een beperkt merk/hervangst-programma.

                                                                                            Onderzoeker(s)

                                                                                            Onderzoeksgroep(en)

                                                                                              Kwantitatieve evaluatie van de verbindingsfunctie van landschappelijke elementen aan de hand van connectiviteitsmodellen. 01/01/1998 - 31/12/2000

                                                                                              Abstract

                                                                                              De mate van uitwisseling tussen geïsoleerde populaties wordt bestudeerd bij vijf diersoorten van bosgebieden en in twee studiegebieden. Deze patronen worden getoetst aan ruimtelijke connectiviteitsmodellen die de bereikbaarheid van bosfragmenten vanuit andere plaatsen in het landschap voorspellen. De resulterende modellen verschaffen een instrument om de landschappelijke verbindingsfunctie van landinrichtingsplannen te evalueren.

                                                                                              Onderzoeker(s)

                                                                                              Onderzoeksgroep(en)

                                                                                                Het gebruik van selectieve toegang tot broedplaatsen als experimenteel systeem in populatie-ecologisch onderzoek. 01/01/1998 - 31/12/1999

                                                                                                Abstract

                                                                                                Competitie tussen individuele mezen wordt experimenteel gemanipuleerd door nestkasten electronisch toegankelijk te maken tot welbepaalde individuen. In een eerste fase wordt getest of dit competitief voordeel zich uit in een hogere dominantiepositie en een grotere vestigingskans voor de geselecteerde dieren. Op termijn kan dit pilootsysteem toelaten de populatiedynamiek en -genetica van vrijlevende populaties te manipuleren.

                                                                                                Onderzoeker(s)

                                                                                                Onderzoeksgroep(en)

                                                                                                  Studie van genetische variatie en gevolgen van inteelt in geïsoleerde vertebratenpopulaties met behulp van microsatelliet DNA merkers. 01/01/1998 - 31/12/1998

                                                                                                  Abstract

                                                                                                  Deze aanpassing van het project laat ons toe meer specifieke primersets te ontwikkelen voor een aantal doelsoorten, met gebruik van nieuwe technieken, teneinde van merkers met een optimale graad van polymorfie te verkrijgen voor populatiegenetische toepassingen.

                                                                                                  Onderzoeker(s)

                                                                                                  Onderzoeksgroep(en)

                                                                                                    Opstellen van een digitaal geografisch model voor de studie van ruimtelijke landschapspatronen en hun effect op populatieprocessen in de Taita Hills, Kenia. 01/11/1997 - 30/10/1999

                                                                                                    Abstract

                                                                                                    Dit project is een aanvulling van lopend onderzoek naar endemische vogelpopulaties in geïsoleerde bosfragmenten in de Taita Hills, Kenya. Voorlopige resultaten suggereren belangrijke verschillen in populatieparameters tussen bosfragmenten. Om de effecten van isolatie beter in te schatten zullen de complexe topografische en landgebruiks-variatie ingevoerd worden in een GIS model van het gehele studiegebied.

                                                                                                    Onderzoeker(s)

                                                                                                    Onderzoeksgroep(en)

                                                                                                      Studie van de gedragsecologie en de effecten van habitat versnippering op de populatiestructuur en inteeltdepressie bij de kleine wintervlinder Operophtera brumata L. 01/10/1997 - 30/09/2000

                                                                                                      Abstract

                                                                                                      Met behulp van vangst-hervangst methoden en poly-aerylamide gel electrophorese zal nagegaan worden wat het effect is van habitatfragmentatie op dispersie-, kolonizatiemogelijkheden en lokale adaptatie van de kleine wintervlinder.

                                                                                                      Onderzoeker(s)

                                                                                                      Onderzoeksgroep(en)

                                                                                                        Reproductieve strategieen bij Lestes soorten (Odonata : Zygoptera). 01/10/1997 - 30/09/1999

                                                                                                        Abstract

                                                                                                        Het doel van dit project is de studie van sexuele selectie bij twee soorten waterjuffers van het genus Lestes: L.sponsa en L. viridis. Hierbij zal gekeken worden naar intra- en interspecifieke variatie in reproductieve strategieen. Specifiek zullen de onder liggende mechanismen hiervan gedecteerd worden aan de hand van een gedetailleerde studie van de gedrags- en populatie-ecologie van beide soorten.

                                                                                                        Onderzoeker(s)

                                                                                                        Onderzoeksgroep(en)

                                                                                                          Gemengde strategieen en populatiestructuren: temporele en ruimtelijke aspecten van de life history strategie in de basterdzandloopkever Cicindela hybrida. 01/10/1997 - 30/09/1999

                                                                                                          Abstract

                                                                                                          Dit project is er op gericht uit te maken hoe variatie in het verloop van de levenscyclus uitwisseling veroorzaakt tussen temporele populaties, en of er verbanden zijn tussen temporele eigenschappen van de levenscyclus en dispersie, met de basterdzandloopkever Cicindela hybrida als model. Parallel met dit empirisch luik gebeurt theoretische werk dat nagaat hoe selectieprocessen het voorkomen beinvloeden van strategieën, die uitwisseling tussen populaties in zo'n systeem bevorderen of verhinderen.

                                                                                                          Onderzoeker(s)

                                                                                                          Onderzoeksgroep(en)

                                                                                                            De adaptieve waarde van natale dispersie bij de koolmees. 01/10/1997 - 30/09/1999

                                                                                                            Abstract

                                                                                                            De bedoeling van dit doctoraatsproject is een bijdrage te leveren tot het vinden van een functionele verklaring voor natale dispersie. Eveneens zal nagegaan worden welke selectiedrukken resulteren in de sex-vertekening van natale dispersie, die bij veel diersoorten geobserveerd wordt, en in welke mate ouders de dispersie van hun jongen beinvloeden. Daartoe zullen gegevens verzameld worden in ongemanipuleerde omstandigheden en zullen experimenten verricht worden. De studiesoort is de koolmees en het studiegebied bestaat uit een aantal kleine bosgebieden ten zuidoosten van de stad Antwerpen.

                                                                                                            Onderzoeker(s)

                                                                                                            Onderzoeksgroep(en)

                                                                                                              Thermodynamica en de economische-ecologische waarde van biodiversiteit. 01/10/1997 - 31/01/1999

                                                                                                              Abstract

                                                                                                              Door gebruik te maken van bestaande en nog te ontwikkelen methodes wordt het effect van menselijke ingrepen en biologische invasies op een studiegebied nagegaan. De economische implicaties van deze processen worden verder geanalyseerd.

                                                                                                              Onderzoeker(s)

                                                                                                              Onderzoeksgroep(en)

                                                                                                                Gedragsanalyse van verplaatsingen binnen en tussen habitatplekken bij de zandloopkever aan de hand van automatische registratie en computersimulaties. 01/10/1997 - 31/12/1998

                                                                                                                Abstract

                                                                                                                De doelstelling van dit project is inzicht te krijgen in de gedragsregels van dieren die zich verplaatsen binnen en tussen discrete habitatplekken die onderling verbonden zijn door "corridors". Via automatische registratie worden alle verplaatsingen gefilmd. De resultaten worden getoetst aan computersimulaties die verplaatsingspatronen genereren vanuit bepaalde hypothetische uitgangspunten.

                                                                                                                Onderzoeker(s)

                                                                                                                Onderzoeksgroep(en)

                                                                                                                  Ecologische genetica. Genetische variatie in natuurlijke populaties. 01/01/1997 - 31/12/2006

                                                                                                                  Abstract

                                                                                                                  Genetische variatie binnen een soort omvat genetische variatie binnen natuurlijke populaties en de genetische differentiatie tussen populaties. De combinatie van genmigratie, natuurlijke selectie en genetische drift liggen aan de basis van de intraspecifieke genetische variatie. In welke mate genetische differentiatie tussen natuurlijke populaties vooral bepaald wordt door toevalsprocessen dan wel door natuurlijke selectie is controversieel. Het is juist in dit onderzoeksgebied dat de onderzoeksgemeenschap zich profileert.

                                                                                                                  Onderzoeker(s)

                                                                                                                  Onderzoeksgroep(en)

                                                                                                                    Studie van genetische variatie en gevolgen van inteelt in geïsoleerde vertebraten populaties mbv. microsateliet DNA-merkers. 01/01/1997 - 31/12/2000

                                                                                                                    Abstract

                                                                                                                    In een aantal populaties van vogels, kleine zoogdieren en een amfibie wordt enerzijds nagegaan hoe de mate van uitwisseling tussen populaties (o.a. via merk/hervangstmethoden, telemetrie) in verband kan gebracht worden met de hoeveelheid genetische variatie en de genetische differentiatie tussen populaties (via microsatelliet DNA). Anderzijds wordt nagegaan in hoeverre verlies aan genetische variatie een negatief effect heeft op reproductief succes.

                                                                                                                    Onderzoeker(s)

                                                                                                                    Onderzoeksgroep(en)

                                                                                                                      De adaptieve waarde van luminiscent gedrag bij glimwormen. 01/01/1997 - 31/12/1998

                                                                                                                      Abstract

                                                                                                                      Adulte glimwormen gebruiken lichtsignalen om partners aan te lokken. Deze studie wil echter de functie nagaan van luminiscent gedrag bij andere stadia (vooral larven) en bij volwassenen van (zeldzame) dagaktieve soorten. Via experimenten en veldwaarnemingen op drie inheemse maar sterk verschillende soorten worden de hypothesen getest dat lichtsignalen predatoren afschrikken, onsmakelijkheid signaleren, of een rol spelen in intraspecifieke communicatie.

                                                                                                                      Onderzoeker(s)

                                                                                                                      Onderzoeksgroep(en)

                                                                                                                        De adaptieve waarde van luminiscent gedrag bij glimwormen (Lampyridae, Coleoptera). 01/01/1997 - 31/12/1998

                                                                                                                        Abstract

                                                                                                                        Adulte glimwormen gebruiken lichtsignalen om partners aan te lokken. Deze studie wil echter de functie nagaan van luminiscent gedrag bij andere stadia (vooral larven) en bij volwassenen van (zeldzame) dagaktieve soorten. Via experimenten en veldwaarnemingen op drie inheemse maar sterk verschillende soorten worden de hypothesen getest dat lichtsignalen predatoren afschrikken, onsmakelijkheid signaleren, of een rol spelen in intraspecifieke communicatie.

                                                                                                                        Onderzoeker(s)

                                                                                                                        Onderzoeksgroep(en)

                                                                                                                          Factoren die de sociale organisatie en het dispersiegedrag van tropische bosvogels in een gefragmenteerd habitaat beïnvloeden. 01/10/1996 - 30/09/1999

                                                                                                                          Abstract

                                                                                                                          Deze studie beoogt inzicht te verwerven in effecten van recente fragmentatie van tropisch regenwoud op diverse fitness parameters, populatie dynamiek, dispersie gedrag en genetische uitwisseling bij Turdus helleri, Apalis thoracica fascigularis en Zosterops poliogastra silvanus. Deze drie endemische bosvogelsoorten uit Kenya verschillen in mate van mobiliteit en habitaat specialisatie. Resultaten van dit onderzoek, verricht in Kenya, worden vergeleken met bevindingen van soortgelijke onderzoeksprojecten uitgevoerd in gematigde streken.

                                                                                                                          Onderzoeker(s)

                                                                                                                          Onderzoeksgroep(en)

                                                                                                                            Studie van de verschillende functies en consequenties van luminescent gedrag bij drie soorten glimwormen. 01/10/1996 - 31/12/1996

                                                                                                                            Abstract

                                                                                                                            Adulte glimwormen gebruiken lichtsignalen om partners aan te lokken. Deze studie wil echter de functie nagaan van luminiscent gedrag bij andere stadia (vooral larven) en bij volwassenen van (zeldzame) dagaktieve soorten. Via experimenten en veldwaarnemingen op drie inheemse maar sterk verschillende soorten worden de hypothesen getest dat lichtsignalen predatoren afschrikken, onsmakelijkheid signaleren, of een rol spelen in intraspecifieke communicatie.

                                                                                                                            Onderzoeker(s)

                                                                                                                            Onderzoeksgroep(en)

                                                                                                                              De studie van gedrag : een evolutionaire, interdisciplinaire benadering. 01/01/1996 - 31/12/2000

                                                                                                                              Abstract

                                                                                                                              In het kader van deze wetenschappelijke onderzoeksgemeenschap zullen wetenschappers van verschillende disciplines samenwerken om interdisciplinair gedragsonderzoek te organiseren en te stimuleren om zo een beter inzicht te verwerven in evolutionaire mechanismen die plaatsgrijpen in natuurlijke populaties. Er zal in eerste instantie samengewerkt worden rond drie specifieke onderzoeksthema's: (1) evolutionaire studie van het 'zang systeem' bij zang vogels; (2) studie van sexuele selectie, en (3) studie van proximate en ultimate factoren die de timing van reproductie bepalen.

                                                                                                                              Onderzoeker(s)

                                                                                                                              Onderzoeksgroep(en)

                                                                                                                                Herstelmogelijkheden voor de patrijs in het Vlaamse Gewest. 01/10/1995 - 30/09/1998

                                                                                                                                Abstract

                                                                                                                                In deze studie worden lopende beheersprojecten met als doelstelling het terugdringen van de achteruitgang van de Patrijzenstand, wetenschappelijk geëvalueerd. Dit gebeurt door middel van populatie-onderzoek, studie van predatoren, en evaluatie van biotoopverbeteringen zowel in functie van de Patrijs als voor andere fauna- en flora-elementen.

                                                                                                                                Onderzoeker(s)

                                                                                                                                Onderzoeksgroep(en)

                                                                                                                                  Temporele en ruimtelijke aspecten van de life history strategie van de basterd zandloopkever. 01/10/1995 - 30/09/1997

                                                                                                                                  Abstract

                                                                                                                                  Dit project is er op gericht uit te maken hoe variatie in het verloop van de levenscyclus uitwisseling veroorzaakt tussen temporele populaties, en of er verbanden zijn tussen temporele eigenschappen van de levenscyclus en dispersie, met de basterdzandloopkever Cicindela hybrida als model. Parallel met dit empirisch luik gebeurt theoretische werk dat nagaat hoe selectieprocessen het voorkomen beinvloeden van strategieën, die uitwisseling tussen populaties in zo'n systeem bevorderen of verhinderen.

                                                                                                                                  Onderzoeker(s)

                                                                                                                                  Onderzoeksgroep(en)

                                                                                                                                    Reproductieve strategieën bij Lestes soorten. 01/10/1995 - 30/09/1997

                                                                                                                                    Abstract

                                                                                                                                    Het doel van dit project is de studie van sexuele selectie bij twee soorten waterjuffers van het genus Lestes: L.sponsa en L. viridis. Hierbij zal gekeken worden naar intra- en interspecifieke variatie in reproductieve strategieen. Specifiek zullen de onder liggende mechanismen hiervan gedecteerd worden aan de hand van een gedetailleerde studie van de gedrags- en populatie-ecologie van beide soorten.

                                                                                                                                    Onderzoeker(s)

                                                                                                                                    Onderzoeksgroep(en)

                                                                                                                                      De adaptieve waarde van natale dispersie bij de koolmees. 01/10/1995 - 30/09/1997

                                                                                                                                      Abstract

                                                                                                                                      De bedoeling van dit doctoraatsproject is een bijdrage te leveren tot het vinden van een functionele verklaring voor natale dispersie. Eveneens zal nagegaan worden welke selectiedrukken resulteren in de sex-vertekening van natale dispersie, die bij veel diersoorten geobserveerd wordt, en in welke mate ouders de dispersie van hun jongen beinvloeden. Daartoe zullen gegevens verzameld worden in ongemanipuleerde omstandigheden en zullen experimenten verricht worden. De studiesoort is de koolmees en het studiegebied bestaat uit een aantal kleine bosgebieden ten zuidoosten van de stad Antwerpen.

                                                                                                                                      Onderzoeker(s)

                                                                                                                                      Onderzoeksgroep(en)

                                                                                                                                        Moleculaire verwantschapsanalyse van natuurlijke familiegroepen van de vlinder Araschnia levana. 01/01/1995 - 31/12/1996

                                                                                                                                        Abstract

                                                                                                                                        De evolutionaire betekenis van plasticiteit (door de omgeving geïnduceerde variatie) is groot, omdat alle organismen in tenminste sommige kenmerken plastisch zijn. Buiten het lab is echter bijna niets bekend over de overerving van plastisch kenmerken. Dit onderzoek maakt gebruik van natuurlijke groepen rupsen om de overerving van het vleugelpatroon in het veld te onderzoeken.

                                                                                                                                        Onderzoeker(s)

                                                                                                                                        Onderzoeksgroep(en)

                                                                                                                                          Dispersie en populatiestructuur van dieren in een versnipperd landschap. 01/10/1994 - 30/09/1998

                                                                                                                                          Abstract

                                                                                                                                          Het project onderzoekt hoe verplaatsingen van individuele dieren en de daaruit resulterende uitwisseling tussen (sub)populaties, beinvloed worden door veranderingen in het milieu en in het bijzonder de landschapsstructuur, op zowel ecologische als evolutionaire tijdsschalen.

                                                                                                                                          Onderzoeker(s)

                                                                                                                                          Onderzoeksgroep(en)

                                                                                                                                            Mobiliteit, dispersie en fenotypische variatie bij bont zandoogje Pararge aegeria L. (Lepidoptera, Satyridae). 01/10/1994 - 30/09/1996

                                                                                                                                            Abstract

                                                                                                                                            Dit project concentreert zich op fenotypische, thermoregulatorische en gedragsvariatie bij twee Europese Satyridae (Lepidoptera). Er wordt gezocht naar verklaringen voor de relaties tussen deze componenten, en de implicaties voor dispersie in een gefragmenteerd habitaat worden bestudeerd.

                                                                                                                                            Onderzoeker(s)

                                                                                                                                            Onderzoeksgroep(en)

                                                                                                                                              Temporele en ruimtelijke populatiestructuur van de basterdzandloopkever Cicendela hybrida. 01/10/1994 - 30/09/1995

                                                                                                                                              Abstract

                                                                                                                                              Dit project is er op gericht uit te maken hoe variatie in het verloop van de levenscyclus uitwisseling veroorzaakt tussen temporele populaties, en of er verbanden zijn tussen temporele eigenschappen van de levenscyclus en dispersie, met de basterdzandloopkever Cicindela hybrida als model. Parallel met dit empirisch luik gebeurt theoretische werk dat nagaat hoe selectieprocessen het voorkomen beinvloeden van strategieën, die uitwisseling tussen populaties in zo'n systeem bevorderen of verhinderen.

                                                                                                                                              Onderzoeker(s)

                                                                                                                                              Onderzoeksgroep(en)

                                                                                                                                                Beschermingsplan voor het reewild. Criteria voor een biologisch verantwoord afschotplan voor reewild in Vlaanderen. 01/10/1994 - 31/03/1995

                                                                                                                                                Abstract

                                                                                                                                                Aangezien het ree in Vlaanderen nog steeds in aantal toeneemt en steeds meer jagers met reejacht geconfronteerd worden, stelt zich de noodzaak het (verplichte) afschotplan te baseren op biologische criteria. Vandaar dat een wetenschappelijk (en adviserend) rapport werd opgesteld over de conditie, het beheer en de aantalsevolutie van het ree in Vlaanderen, die moet resulteren in het formuleren van objectieve normen voor een biologisch verantwoord reebeheer.

                                                                                                                                                Onderzoeker(s)

                                                                                                                                                Onderzoeksgroep(en)

                                                                                                                                                  Dispersie van juveniele Boomklevers Sitta europaea in een versnipperd landschap : een telemetrische studie 01/01/1992 - 31/12/1992

                                                                                                                                                  Abstract

                                                                                                                                                  Juveniele boomklevers worden met zenders uitgerust om het dispersiegedrag in detail te volgen tijdens de belangrijkste periode van verplaatsingen, kort na het uitvliegen. De bedoeling is meer inzicht te krijgen in het gedrag zelf, de factoren die dispersie beïnvloeden, en de wijze waarop landschapselementen gebruikt worden, ten einde effecten van habitatversnipperingen beter te begrijpen.

                                                                                                                                                  Onderzoeker(s)

                                                                                                                                                  Onderzoeksgroep(en)

                                                                                                                                                    Effecten van habitatfragmentatie op de populatiedynamiek en genetische structuur van kleine holenbroedende zangvogels 01/10/1991 - 30/09/1993

                                                                                                                                                    Abstract

                                                                                                                                                    Habitatversnippering heeft effecten op 1) habitatkwaliteit en 2) dispersie van habitat-specifieke soorten. Het eerste wordt onderzocht via mortaliteit, predatie, reproductie en voedselaanbod in bosfragmenten van verschillende grootte en isolatiegraad, het tweede via verplaatsingen van gemerkte individuen in een 300 km2 gebied. Studiesoorten zijn Boomklever Sitta europaea en mezen Parus spp.

                                                                                                                                                    Onderzoeker(s)

                                                                                                                                                    Onderzoeksgroep(en)

                                                                                                                                                      De adaptieve waarde van sociale organisatiepatronen bij vogels buiten het broedseizoen : test van een aantal hypothesen. 01/10/1989 - 30/09/1991

                                                                                                                                                      Abstract

                                                                                                                                                      Onderzoeker(s)

                                                                                                                                                      Onderzoeksgroep(en)