Onderzoeksgroep

Instituties en Meerlagige Politiek (ACIM)

Expertise

De groep heeft een uitgebreide expertise op het gebied van de institutionele en organisatorische theorieën en is in staat om expertise en advies te leveren aan organisaties (belangenorganisaties, bureaucratische organisaties, politieke partijen) die tot doel hebben hun organisatorische strategieën te verbeteren in een multi-gelaagde omgeving. Op het gebied van het handelsbeleid heeft de groep uitgebreide expertise op het gebied van het EU-anti-dumping-beleid en de WTO-geschillenbeslechting.

De weg naar belangenbehartigingssucces: Een analyse van de mechanismen die beleidsspecifieke interacties tussen belangengroepen en beleidsmakers vormgeven. 01/10/2021 - 30/09/2024

Abstract

Belangengroepen spelen vaak een sleutelrol bij de beleidsvorming. De langdurige en complexe aard van veel beleidsprocessen zorgt er echter voor dat belangengroepen doorgaans verschillende hindernissen moeten overwinnen om invloed te verwerven. Naast agendasetting, moeten groepen successen boeken in verschillende besluitvormingslocaties. Dit project stelt een nieuw analytisch kader voor dat de belangengroep-literatuur verbindt met studies over sociale bewegingen om (1) tussentijds belangenbehartigingssuccessen te analyseren, zowel in termen van aandacht trekken voor thematische prioriteiten als het realiseren van beleidsposities; en (2) de modererende effecten van politisering en publieke opinie te beoordelen op hoe belangenbehartiging vormgeeft aan het verloop van beleidsprocessen. Het project stelt het beleidsproces voor als een opeenvolging van verschillende episodes gekenmerkt door hoe belangengroepen en beleidsmakers met elkaar interageren en daardoor het uiteindelijke beleidsresultaat beïnvloeden. Empirisch worden inhoudsanalyses van nieuwsmedia en beleid gecombineerd met elite-interviews om een tijdlijn te construeren van interacties tussen belangengroepen en beleidsmakers voor een medium-N van kwesties die de Belgische wetgevende periode van 2014-2024 bestrijken. Methodologisch zullen tijdreeksen en kwalitatieve vergelijkende analysemethoden worden gebruikt om interactieprocessen te ontleden en deze te koppelen aan belangenbehartigingssuccessen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Wie of wat vertegenwoordigen Europarlementariërs? Een verklarende analyse van de variatie in de focus van vertegenwoordiging in het wetgevend gedrag van Europarlementariërs. 01/01/2017 - 31/12/2020

Abstract

Het is regelmatig beargumenteerd dat de Europese Unie (EU) zou lijden aan een 'democratisch tekort' en dat de Europese representatieve democratie niet goed functioneert. In het algemeen wordt verwacht dat Europarlementariërs (MEPs) de stem van de Europese burger zouden moeten vertegenwoordigen (zie de website van het Europees Parlement). Echter, we weten heel weinig over het vertegenwoordigende gedrag van MEPs. Wie of wat vertegenwoordigen ze echt? En hoe kunnen we verschillen in hun 'foci van vertegenwoordiging' verklaren? Komen deze verschillen slechts voor tussen Europarlementariërs of vertegenwoordigt eenzelfde MEP iets anders in verschillende contexten? Dit zijn de vragen die het onderzoeksproject sturen. Empirisch zullen we de nadruk leggen op één van de hoofdtaken van een Europarlementariër: wetten maken. Of specifieker, we zullen de amendementen die MEPs introduceren om wetgevende voorstellen van de Europese Commissie (EC) aan te passen analyseren. Het project zal nagaan in hoeverre amendementen verwijzen naar, bijvoorbeeld, een specifiek bedrijf of bedrijfstak, een meer algemeen belang zoals de opwarming van de aarde, of naar het land of de kieskring van de Europarlementariër. De vernieuwende bijdrage is dat we starten vanuit de aanname dat een MEP zich niet zal beperken tot één focus van vertegenwoordiging, maar dat zij meerdere foci tegelijk kan hebben en zal wisselen tussen foci naar gelang de beleidskwestie of het moment in de electorale cyclus. Theoretisch is het streven om de variatie in de focus van vertegenwoordiging te verklaren aan de hand van een model dat factoren op het Europese niveau, het individuele niveau en het landsniveau combineert.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

PLATO - Legitimiteit in de Europese Unie na de crisis - Europees Training Netwerk 01/01/2017 - 31/12/2020

Abstract

Is er een crisis van legitimiteit van de Europese Unie? Deze onderzoeksvraag is vandaag geheel aan de orde. Deze vraag onderzoeken biedt ook een ideale manier om onderzoeksleiders van morgen te trainen in het overdenken van onze aannames over de studie van legitieme politieke orde. Hoewel de financiële crisis nieuwe vragen heeft doen rijzen over de legitimiteit van de Europese Unie, handelen bestaande theorieën over legitimiteitscrisissen enkel over politieke systemen in de vorm van staten. Nieuwe theorievorming is daarom nodig om te begrijpen wat als legitiem zou kunnen gelden in het geval van een politiek systeem dat zelf geen staat is, zoals de EU. Beginnende onderzoekers binnen PLATO zullen als team werken aan nieuwe theorievorming door middel van 15 onderzoeksprojecten naar de verschillende maatstaven waaraan de EU zou moeten voldoen en actoren waaraan zij verantwoording verschuldigd zouden moeten zijn. Deze beginnende onderzoekers zullen trachten vooruitgang te boeken in theorievorming over de legitimiteitscrisis van de EU via een uniek interdisciplinair begrip van hoe democratie, macht, recht, economie en maatschappij samen horen in instituties binnen en buiten de staat en zo de legitimiteit van de huidige politieke orde beïnvloeden. PLATO zal beginnende onderzoekers helpen om de conceptuele helderheid en analytische vaardigheden te ontwikkelen om dit thema op een nieuwe manier behandelbaar te maken. Zij zullen eveneens voorbereid worden op loopbanen buiten de academische sector. Hiertoe zal PLATO over universiteiten heen, over verschillende Europese landen heen, en over verschillende disciplines heen, begeleiding bieden door de capaciteiten van 9 onderzoeksuniversiteiten en 11 niet-academische partners samen in te brengen. https://www.plato.uio.no/

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Project website

Lobbyen voor de publieke zaak: Belangengroepen en publieke druk in de EU. 01/10/2016 - 15/08/2019

Abstract

Dit project bestudeert de relatie tussen publieke opinie en belangengroepen in de wetgevingsprocessen van de Europese Unie (EU). Het tracht diepere theoretische inzichten te ontwikkelen en tot generaliseerbare empirische bevindingen te komen omtrent de rol van belangengroepen in het faciliteren of verstoren van de relatie tussen publieke opinie en beleid in de EU.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Jean Monnet Centre of Excellence ACTORE (Consortium voor de Organisatie van Regelgeving en Multilevel Governance in de EU) 01/09/2016 - 31/08/2019

Abstract

Het onderzoek van ACTORE focust op multi-level governance in de EU. ACTORE onderzoekt hoe multi-level governance een impact heeft op beleidsvorming, en meer bepaald op regelgeving en implementatie op het Europese en het nationale niveau. Het onderzoeksprogramma is georganiseerd in drie onderling verbonden onderzoekslijnen: het complexe multilevel systeem van de EU, de veranderende binnenlandse en Europese beslutivormingsmechanismen en de legitimiteit van het Europese multilevel politieke systeem. Multilevel governance in de EU heeft de organisationele en institutionele opzet van overheid en beleidsvorming onderling afhankelijk en complex gemaakt. Hierdoor is ook de wijze van belangenverdediging gewijzigd, met betrekking tot hoe belangengroepen hun belangen verdedigen en de overheid van input voorzien. Deze Europese processen interneren bovendien met de binnenlandse evoluties. Dit alles heeft repercussies op de legitimiteit van het meerlagige Europese systeem.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Francqui onderzoekshoogleraar "Multi-level governance". 01/09/2015 - 30/09/2019

Abstract

Zie Engelstalige samenvatting hieronder. Omdat het project volledig in het Engels wordt uitgevoerd (projectaanvraag en papers) is er enkel een Engelstalige versie. This project addresses an unsettled political science problem, namely how does the shifting of policymaking competencies to higher levels of government affect the opportunities of societal interests to seek representation. On this issue two completely different theoretical expectations exist. One the one hand, the Madisonian view entails that shifting competencies upwards is a healthy antidote to the powers of specific interests that may dominate smaller polities. Multi-levelness may also provide political opportunities as it enables actors to make strategic venue shifts when they are unable to attract the necessary attention at one venue. On the other hand, shifting policymaking upwards may seriously restrict the opportunities for diffuse interests, undermine encompassing forms of interest representation, and increase the barriers for local groups to gain attention. Instead of creating opportunities for all, multi-layered systems may decrease opportunities and reproduce or reinforce representational bias. One of the reasons why the implications of multi-layeredness are so poorly understood is the fact that political science has not developed a proper understanding of what representational bias means; some scholars see bias in terms of mobilization, while the others conceive it in terms of the strategic interactions between organized interests and policymakers. This project will integrate theoretically, methodologically and empirically these different aspects of group politics, by taking explicitly into account the nature of multi-layered systems. The innovative character of the project lies in the theoretical combination of mapping interest group community dynamics, with a more nuanced characterization of organizational form and an in-depth investigation of bias in terms of strategies.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Complexiteit en fragmentatie in global governance. 01/01/2015 - 31/12/2019

Abstract

Dit project betreft fundamenteel kennisgrensverleggend onderzoek gefinancierd door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek-Vlaanderen. Het project werd betoelaagd na selectie door het bevoegde FWO-expertpanel.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

EUROCORES netwerkactiviteiten. 01/12/2014 - 01/02/2015

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds de opdrachtgever. UA levert aan de opdrachtgever de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Inzicht in de hedendaagse politiek van belangenorganisaties: mobilisatie en strategieën in multi-gelaagde systemen (Ibias) . 01/09/2014 - 28/02/2021

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds EU. UA levert aan EU de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

De organisatieontwikkeling van nationale belangengroepen in een Europees vergelijkend perspectief. 01/01/2014 - 31/12/2017

Abstract

Dit project betreft fundamenteel kennisgrensverleggend onderzoek gefinancierd door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek-Vlaanderen. Het project werd betoelaagd na selectie door het bevoegde FWO-expertpanel.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Onderzoek in het domein van de politieke wetenschappen meer bepaald in het gebied van multilevel governance, Europeanisering en belangenbehartiging. 01/10/2013 - 30/09/2014

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht toegekend door de Universiteit Antwerpen. De promotor levert de Universiteit Antwerpen de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd door de universiteit.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Het Grondwettelijk Hof gekneld tussen zijn rol als hoeder van consensusdemocratie en deliberatieve verwachtingen. 01/01/2013 - 31/12/2016

Abstract

Dit project betreft fundamenteel kennisgrensverleggend onderzoek gefinancierd door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek-Vlaanderen. Het project werd betoelaagd na selectie door het bevoegde FWO-expertpanel.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

De berg baart een muis. Een onderzoek naar het gedrag van belangengroepen op het internationale niveau. 01/10/2012 - 30/09/2014

Abstract

Het doel van dit project is om aan te tonen dat, hoewel lobbyen een sterk doelgericht karakter heeft, de doelgerichtheid op zich geen adequate verklaring biedt voor de politieke strategieën van veel belangengroepen. Veel is afhankelijk van contextuele factoren alsook het type organisatie. Om dit te onderbouwen concentreert mijn doctoraatsonderzoek zich op de volgende stellingen. Ten eerste, het gros van de internationale belangengroepen gaat niet voor beleidverandering, maar neigt er juist naar de status-quo te ondersteunen. Ten tweede, de mobilisatie van internationale belangengroepen is geen 'bottom-up' proces, maar wordt mede gestuurd door de noden van internationale organisaties. Ten derde, ook de organisatorische behoeften van belangenorganisaties is van belang bij het verklaren van hun gedrag. De stellingen onderzoek ik bij organisaties die actief zijn op het terrein van de WTO.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

De rol van grondwettelijke hoven in opkomende democratieën: variaties in deliberatieve praktijken. 01/07/2012 - 30/06/2016

Abstract

Grondwettelijke toetsing door de rechter maakt een opvallende opgang in de laatste decennia, zeker in post-autoritaire democratieën. Vanuit democratisch perspectief worden hier echter vraagtekens bij gezet, uit vrees voor een "gouvernement de juges". Die bezwaren kunnen het democratiseringsproces beïnvloeden. Zo oefenen nieuw ingerichte hoogste rechtscolleges in overgangsdemocratieën hun macht met de grootste terughoudendheid uit of treden ze enkel op in bepaalde rechtsdomeinen, uit vrees voor sancties door de politieke autoriteiten. Een cruciale vraag luidt daarom hoe rechtscolleges hun machten uitoefenen en, meer specifiek, hoe zij op politieke druk anticiperen en reageren. Rechtscolleges moeten daartoe bestudeerd worden vanuit een integraal kader, dat juridische expertise m.b.t. juridische redeneringen combineert met politiekwetenschappelijke kennis over de ruimere context en het optreden van rechtscolleges als "agencies" van de overheid. Volgens theorieën van deliberatieve democratie, kunnen procedurele vereisten voor een rationeel, transparant en inclusief debat legitimiteit geven aan wetten. Rechtscolleges kunnen in die theorie optreden als een forum voor deliberatie, door toegang te verlenen aan het constitutionele debat en door wetten te rechtvaardigen op grond van argumenten. Ons uitgangspunt is dat deliberatieve fora, zoals rechtscolleges, belangrijke onderdelen zijn van een democratie, en een belangrijke rol kunnen spelen in de overgang naar een democratie. Politici kunnen rechtscolleges echter belemmeren in deze taak en rechtscolleges kunnen zich geremd voelen om voluit gebruik te maken van hun macht. Dit onderzoeksproject tracht de variatie te verklaren in de deliberatieve praktijken die rechtscolleges in overgangsdemocratieën ontwikkelen. Om deze variatie te onderzoeken, wordt in de uitvoering van het project een theoretisch kader ontwikkeld, dat als basis dient voor empirische analyse. Het onderzoek zal de focus leggen op drie onderzoeksvragen. 1: Kunnen theorieën van deliberatieve democratie fundamentele spanningen verlichten tussen opvattingen van 'new constitutionalism', die rechterlijke toetsing van wetten omvatten, en democratie? Eerst moeten deze spanningen tussen 'legal' en 'political constitutionalism' verhelderd worden. Vervolgens moeten we nagaan hoe deze spanningen het democratiseringsproces beïnvloeden. Wat betekent het voor een land om "in transitie naar een democratie" te zijn en wat is de rol van rechtscolleges in deze landen? Hoe kan een rechtscollege werken als een forum voor deliberatie in overgangsdemocratieën? 2: Bevorderen grondwettelijke hoven democratie in overgangsdemocratieën, door mensenrechten en socio-economische rechten te beschermen en uit te breiden? Dit vereist een analyse van zowel het juridisch kader als de historische en socio-politieke context waarin de rechtscolleges functioneren. We moeten kwantitatieve data verzamelen over de juridische organisatie en bevoegdheden van het rechtscollege, wie toegang heeft tot het hof en wie daadwerkelijk een zaak inspant, welke zaken binnen de bevoegdheid van het hof vallen en hoe het hof zijn machten interpreteert en uitoefent, welke rechten op het spel staan, hoe en wanneer de zaken worden beslist. 3: Wat verklaart het succes of het falen van grondwettelijke hoven als deliberatieve fora? Zowel juridische als socio-politieke factoren worden in rekening gebracht. Juridische factoren betreffen de procedure en bevoegdheden van de hoven, bv. of individuen en belangengroepen toegang hebben tot het hof, of zij een stem geven aan wie geraakt wordt door beleid en of rechters afwijkende meningen ('dissenting opinions') geven. Socio-politieke factoren betreffen de sociale, economische, politieke en culturele omgeving waarin de rechtscolleges optreden. Hiervoor steunen we deels op indicatoren die reeds in de doctrine werden ontwikkeld: transparantie, publieke steun, politieke competitie en scheiding der machten.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

De rol van belangengroepen in transatlantische samenwerking rond regulering. 01/01/2012 - 31/12/2015

Abstract

Dit project betreft fundamenteel kennisgrensverleggend onderzoek gefinancierd door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek-Vlaanderen. Het project werd betoelaagd na selectie door het bevoegde FWO-expertpanel.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

INTEREURO - Vergelijkend onderzoek naar de politiek van belangenorganisaties in Europa. 01/01/2011 - 31/12/2013

Abstract

Dit project betreft fundamenteel kennisgrensverleggend onderzoek gefinancierd door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek-Vlaanderen. Het project werd betoelaagd na selectie door het bevoegde FWO-expertpanel.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Het beheer van de regulerende driehoeksverhouding. Hoe toezichthouders manoeuvreren tussen politieke en maatschappelijke belangen. 01/10/2010 - 30/09/2012

Abstract

In dit onderzoeksproject staat de capaciteit van toezichthouders om marktpartijen te reguleren centraal. Om deze capaciteit te verklaren worden preferenties van toezichthouders in verband gebracht met omgevingsfactoren, zoals diverse institutionele arrangementen en kenmerken van de stakeholder omgeving. In het empirische gedeelte van dit project wordt de reguleringscapaciteit van toezichthouders op het gebied van financiële markten en mededinging in Nederland, België en op het Europese niveau onderzocht.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

De berg baart een muis. Verklaring voor de mobilisatie van belangengroepen op het internationale niveau. 01/10/2010 - 30/09/2012

Abstract

Het doel van dit project is om aan te tonen dat, hoewel lobbyen een sterk doelgericht karakter heeft, de doelgerichtheid op zich geen adequate verklaring biedt voor de politieke strategieën van veel belangengroepen. Veel is afhankelijk van contextuele factoren alsook het type organisatie. Om dit te onderbouwen concentreert mijn doctoraatsonderzoek zich op de volgende stellingen. Ten eerste, het gros van de internationale belangengroepen gaat niet voor beleidverandering, maar neigt er juist naar de status-quo te ondersteunen. Ten tweede, de mobilisatie van internationale belangengroepen is geen 'bottom-up' proces, maar wordt mede gestuurd door de noden van internationale organisaties. Ten derde, ook de organisatorische behoeften van belangenorganisaties is van belang bij het verklaren van hun gedrag. De stellingen onderzoek ik bij organisaties die actief zijn op het terrein van de WTO.

Onderzoeker(s)

  • Promotor: Beyers Jan
  • Mandaathouder: Hanegraaff Marcel

Onderzoeksgroep(en)

Het beheer van de regulerende driehoeksverhouding. Over hoe toezichthouders manoeuvreren tussen politieke principalen en maatschappelijke belangen. 01/01/2010 - 31/12/2012

Abstract

Het doel van dit onderzoek is te verklaren hoe de reguleringscapaciteit van toezichthouders wordt beïnvloed door de relaties van toezichthouders zowel met stakeholders als met ministeries en parlement (zowel op nationaal als op Europees niveau). Daartoe ontwikkelen en testen we een verklarend model op basis van de motieven van toezichthouders om stakeholders toegang te verschaffen en hoe deze principalen de relaties van toezichthouders met stakeholders reguleren.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

De berg baart een muis. Een onderzoek naar het gedrag van belangengroepen op het internationale niveau. 01/10/2009 - 30/09/2010

Abstract

Het doel van dit project is om aan te tonen dat, hoewel lobbyen een sterk doelgericht karakter heeft, de doelgerichtheid op zich geen adequate verklaring biedt voor de politieke strategieën van veel belangengroepen. Veel is afhankelijk van contextuele factoren alsook het type organisatie. Om dit te onderbouwen concentreert mijn doctoraatsonderzoek zich op de volgende stellingen. Ten eerste, het gros van de internationale belangengroepen gaat niet voor beleidverandering, maar neigt er juist naar de status-quo te ondersteunen. Ten tweede, de mobilisatie van internationale belangengroepen is geen 'bottom-up' proces, maar wordt mede gestuurd door de noden van internationale organisaties. Ten derde, ook de organisatorische behoeften van belangenorganisaties is van belang bij het verklaren van hun gedrag. De stellingen onderzoek ik bij organisaties die actief zijn op het terrein van de WTO.

Onderzoeker(s)

  • Promotor: Beyers Jan
  • Mandaathouder: Hanegraaff Marcel

Onderzoeksgroep(en)

Belangenvertegenwoordiging en agendavorming in meerlagige politieke systemen. 01/07/2008 - 30/06/2013

Abstract

Hoe passen politieke organisaties zoals belangengroepen en regionale autoriteiten zich aan de politieke mogelijkheden aan die worden geschapen door de toenemende meerlagigheid (als gevolg van Europeanisering en globalisering) van ons politiek bestel? Welke gevolgen heeft de institutionele meerlagigheid voor het interne functioneren van deze politieke organisaties, voor hun politieke strategieën en voor hun inhoudelijke beleidsagenda? Dat zijn, in een notendop, de centrale onderzoeksvragen van deze Odysseusaanvraag. Het antwoord op deze vragen zal leiden tot een beter begrip van het feit dat sommige politieke organisaties voordeel halen uit politieke schaalvergroting als gevolg van Europeanisering en globalisering terwijl andere politieke belangen hierdoor juist aan zeggenschap inboeten. De onderzoeksopzet bestaat uit een diversiteit aan benaderingen en methoden waaronder organisatietheorie, verschillende institutionele benaderingen, comparatieve methoden en populatie-ecologie. Immers, het is de uitdrukkelïjke bedoeling te exploreren hoe en in en welke mate deze diverse benaderingen in functie van de centrale onderzoeksvragen kunnen worden gecombineerd. Het is onder meer door het innovatieve verbinden van diverse theoretische invalshoeken, dat, naast een uitgebreide bijdrage aan het empirische onderzoek, ook de theoretische debatten over dit onderwerp zullen gevoed en vernieuwd worden. Dit ambitieuze project wordt geschraagd door drie deelprojecten die elk betrekking hebben op de organisatie van politieke belangen, maar telkens in een verschillende politieke context. Het eerste deelproject onderzoekt de condities waaronder meerlagige venueshopping plaatsvindt. Het tweede deelproject betreft de ontwikkeling van het transnationale belangengroepensysteem op het niveau van de WTO en hoe de ontwikkeling van dit systeem de politieke agenda op het gebied van handel beïnvloedt. Het laatste deelproject heeft als doel om een referentiekader en een onderzoeksdesign te ontwikkelen en uit te voeren dat een verklaring kan bieden voor het voorkomen van diverse vormen van territoriale belangenvertegenwoordiging in de EU.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Belangengroepen en de WTO. Een kwantitatieve studie naar de ontwikkeling van een populatie transnationale belangengroepen. 01/01/2008 - 31/12/2010

Abstract

Dit project onderzoekt waarom en hoe zich sinds 1995 een vrij omvangrijke populatie belangengroepen heeft ontwikkeld die op globaal niveau het beleid van de Wereldhandsorganisatie tracht te beïnvloeden. Daarbij staan drie subdoelen centraal; 1) meten van de longitudinale ontwikkeling van deze populatie, 2) verklaren van ongelijke groei en 3) verklaren van de samenhang tussen de gemobiliseerde populatie en de inhoud van de WTO beleidsagenda.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Belangenorganisaties en agendasetting in de WTO. 01/10/2007 - 30/09/2008

Abstract

De te ontwikkelen onderzoekslijn heeft als doel het meten en verklaren van beleidsagenda's en de daarbij behorende systemen van belangenvertegenwoordiging in het kader van internationale organisaties, meer bepaald het WTO. Ter voorbereiding van een onderzoeksaanvraag wordt daartoe: 1) bestudeert hoe de WTO belangenorganisaties registreert, 2)literatuur inzake organisatie populatie-ecologie bestudeert en 3)een state-of-the-art van het bestaande empirische onderzoek gemaakt.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)