Onderzoeksgroep

Centrum voor Demografie, Familie en Gezondheid

Expertise

Onderzoek in het brede domein van demografie en bevolkingsstudies, gekenmerkt door de toepassing van demografische en actuariële methoden op het vlak van sociale demografie (bv. relatievorming en -ontbinding, totale en rangspecifieke vruchtbaarheid, algehele en oorzaakspecifieke mortaliteit, interne en internationale migratie), geneeskunde (bv. preventieve gezondheidszorg, kankerbehandelingen), onderwijs (bv. schoolloopbanen, drop-out, onderwijsniveau) en arbeidsmarktprocessen (bv. activeringsmaatregelen, arbeidsintrede leefloners, arbeidsmarktuitkomsten van personen met een migratieachtergrond, werk-gezinsbalans). Gegevens over demografische en huishoudenstransities, schooloopbanen and arbeidsmarkttransities worden vervolgens tevens geïntregreerd middels cohort-componentprojecties en microsimulatiemodellen om beleid en diverse organisaties te informeren over bevolkingsdynamieken en hun implicaties.

Het gebruik van dynamische microsimulatie als integrerend analytisch kader voor het modelleren van historische en toekomstige vruchtbaarheidstrends op basis van individuele en contextuele factoren. 01/01/2021 - 31/12/2024

Abstract

Het lage geboortecijfer vormt sinds de jaren 1970 een belangrijke drijvende kracht van de bevolkingsveroudering in Europa. Verschillende individuele en contextuele factoren worden als verklaring aangehaald voor veranderende patronen van gezinsvorming, waaronder de sterk toegenomen onderwijs- en arbeidsparticipatie, economisch conjunctuurschommelingen en het gebrek aan gezinsbeleid in vele landen. Door de toegenomen migratie sinds het einde van de jaren 1990, gaat de aandacht recent in toenemende mate uit naar de mogelijke impact van migratie op vruchtbaarheidstrends. Niettegenstaande het ruime aanbod aan potentiële verklaringen, werd vooralsnog geen integrerend analytisch kader ontwikkeld dat toelaat de wisselwerking tussen dergelijke factoren te modelleren en de bijdrage van specifieke determinanten aan vruchtbaarheidstrends op geaggregeerd niveau in kaart te brengen. Dit project onderzoekt hoe onderwijsparticipatie en migratieachtergrond gezinsvorming beïnvloeden, en analyseert tevens de wisselwerking van deze factoren met de veranderende economische en beleidscontext. Het project integreert de modellen voor de transitie naar ouderschap en verdere gezinsvorming vervolgens in een dynamisch microsimulatiemodel dat toelaat de gevoeligheid van vruchtbaarheidstrends voor conjunctuurschommelingen en een wijzigende beleidscontext te onderzoeken, waarbij de interactie tussen dergelijke factoren en het veranderende profiel van de bevolking expliciet wordt onderkend.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Werkt werk-gezinsbeleid voor de tweede en derde generatie? Een mixed methods benadering. 01/11/2020 - 31/10/2023

Abstract

Ongeziene stijgingen in vrouwelijke tewerkstelling en dalingen in vruchtbaarheid hebben huishoudens in het naoorlogse Europa grondig getransformeerd tot kleinere tweeverdienershuishoudens. Als antwoord op deze veranderingen, hebben Europese overheden werk-gezinsbeleid ontwikkeld zoals formele kinderopvang of ouderschapsverlof. De hoge vruchtbaarheid en relatief milde spanning tussen werk en gezin in Europese voortrekkerslanden als België en Zweden suggereren dat dit beleid effectief is. Hoewel, gezien de toenemende diversiteit in Europese bevolkingen rijst vooral in voortrekkerslanden de vraag: 'werkt' dit soort beleid even goed voor 2de en 3de generatie migrantengroepen? In het licht van deze nieuwe vraag, biedt het COPE-project twee belangrijke bijdragen. Ten eerste wordt het gebruik en de effecten van werk-gezinsbeleid bestudeerd voor vrouwen van de 2de en 3de generatie naargelang de specifieke modaliteiten van het beleid, gebruik makend van de meest gedetailleerde register data voor België en Zweden. Ten tweede wordt in het COPE-project een mixed methods onderzoeksdesign toegepast op de Belgische case om differentieel gebruik en effecten van werk-gezinsbeleid naar originegroep te analyseren, maar ook diepgaande kennis op te bouwen omtrent de wijze waarop deze patronen tot stand komen. Onze bevindingen zijn uiterst relevant voor beleidsmakers in de context van inclusief sociaal beleid, maar ook het vrijwaren van het arbeidsaanbod in deze tijden van bevolkingsveroudering.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Arbeidsmigratie en Vergrijzing: een onderzoek naar de effectiviteit van de huidige inburgerings- en bemiddelingstrajecten voor nieuwkomers en personen met een migratieachtergrond in Vlaanderen. 01/10/2018 - 30/09/2022

Abstract

Tussen 2015 en 2030 worden de Europese welvaartstaten (waaronder België) geconfronteerd met de lange-termijn gevolgen van de babyboom en babybust in de tweede helft van de 20e eeuw: de grote cohorten geboren in 1950 en 1960 naderen gaandeweg de pensioenleeftijd, maar de instroom van de kleine cohorten geboren na 1970 is onvoldoende om een krimp van de beroepsbevolking te vermijden. Het rapport over vervangingsmigratie van de Verenigde Naties schatte in 2001 dat een aanzienlijk groei van migratie nodig zou zijn ten opzichte van de niveaus die gangbaar waren in de jaren 1990 om de beroepsbevolking in Europa op peil te houden. Tegen alle verwachtingen in en ondanks het scepticisme ten aanzien van de migratievooruitzichten van de Verenigde Naties is de migratie naar Europa sinds 2000 aanzienlijk toegenomen, waarbij de migratie de niveaus in de jaren 1950 en 1960 van de 20e eeuw inmiddels heeft overschreden met een aanzienlijke marge. In alle Europese landen blijft de werkzaamheidsgraad van personen met een migratieachtergrond echter aanzienlijk achter op het niveau van autochtonen, wat het scepticisme in het publieke debat ten aanzien van migratie verder voedt. Hoewel de oververtegenwoordiging van tweede en latere migranten in de werkloosheid en de oververtegenwoordiging van eerste generatie migranten in de sociale bijstand inmiddels overvloedig werd gedocumenteerd, is er tot nu toe slechts in beperkte mate onderzoek beschikbaar dat gebruik heeft kunnen maken van beschikbare registergegevens om het gebruik en het effect van activeringsprogramma's op de arbeidsmarktpositie van eerste, tweede en latere generaties migranten in detail te onderzoeken. Dit project maakt gebruik van een nieuwe onderzoeksinfrastructuur die werd ontwikkeld in het kader van een voorafgaand VIONA-project (Vlaamse overheid) waarbij longitudinale microgegevens van het departement inburgering, de dienst voor arbeidsbemiddeling en de registers van de sociale zekerheidsinstellingen aan elkaar werden gelinkt om de arbeidsmarkttrajecten te analyseren van zowel de populatie met een migratieachtergrond die reeds in het land verbleef (tweede en latere generaties) als de trajecten van nieuwe migranten die zich in de periode 2005-2015 in het land hebben gevestigd (eerste generatie, waaronder asielzoekers). Op basis van deze sterk innoverende onderzoeksinfrastructuur – en gegeven dat verschillende profielen migranten kunnen worden onderzocht – draagt dit project bij tot de literatuur over de effectiviteit van verschillende integratie- en activeringsmaatregelen, waarbij ook de variatie in de effectiviteit van dergelijke maatregelen in kaart wordt gebracht, aangezien de tweede en latere generaties migranten, eerste generatiemigranten (waaronder gezinsherenigers) en asielzoekers op de arbeidsmarkt met verschillende barrières worden geconfronteerd. Het project beoogt een verdere samenwerking met de regionale stakeholders die hebben bijgedragen tot de ontwikkeling van de onderzoeksinfrastructuur en tevens een sterke valorisatie van de onderzoeksresultaten in samenwerking met diverse lokale en regionale actoren actief in het domein van arbeidsmarktbeleid en inburgering.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Naar een betere arbeidsmarktpositie voor mensen met een migratieachtergrond (IMMIGBEL). 15/12/2016 - 30/06/2022

Abstract

Dit project beoogt het inzicht in socio-economische trajecten van personen met een migratie-achtergrond te verbeteren door simultaan te focussen op drie niveaus (tevens work packages): i) het individuele niveau, ii) het huishoudens- en iii) het bedrijfsniveau. Niettegenstaande een uitgebreide internationale literatuur waarin de arbeidsmarktuitkomsten en –trajecten onder de loupe worden gehouden, is vooralsnog geen sluitende verklaring voorhanden waarom het personen met een migratieachtergrond vaak slechter vergaat dan autochtonen. De human capital benadering stelt dat het belang van onderwijs aldoor toeneemt, en dat laaggeschoolden disproportioneel worden getroffen in een context waar vooral de vraag naar hooggeschoolde arbeid is toegenomen (Katz and Autor, 1999; Baldwin and Beckstead, 2003). Vooral eerste generatiemigranten beschikken vaak over lagere of andere kwalificaties dan die vereist in Westerse arbeidsmarkten (Heath and Cheung, 2007). Andere verklaringen geven aan dat de human capital theorie ontoereikend blijkt om de wisselende mate van arbeidsmarktintegratie van nieuwkomers te verklaren (Neels, 2001; Euwals et al. 2007; Baert and Cockx, 2013). Ook de theorieën die wijzen op gesegmenteerde assimilatie blijken minder optimistisch over de relevantie van onderwijs en gerelateerde factoren in het verklaren van de arbeidsmarktachterstand van eerstegeneratiemigranten. Waar sommige migranten beschikken over een breed scala aan mogelijkheden, worden anderen geconfronteerd met achterstelling, waaronder beperkte toegang tot sociale netwerken en/of discriminatie (Fuller 2001, Kalleberg en Soresen 1979, Heath & Cheung 2007). Ook een rigide regeling van de arbeidsmarkt die het aanwerven en ontslaan van medewerkers relatief duurder maakt, speelt vaak in het nadeel van personen met een migratieachtergrond, voor wie de waarde van het menselijke en culturele kapitaal vaak moeilijker kan worden ingeschat (Kogan, 2006). De focus op individuele kenmerken wordt in dit project om die reden aangevuld met een focus op dynamieken binnen huishoudens en bedrijven die de arbeidsmarktpositie van personen met een migratieachtergrond beïnvloeden.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Vervolgonderzoek Samenleven in Diversiteit. 01/03/2019 - 31/08/2019

Abstract

Superdiversiteit staat centraal in het Vlaanderen van vandaag. Deze diversiteit impliceert dat het aantal personen met een buitenlandse herkomst gestaag toeneemt, maar ook dat de populatie met een vreemde herkomst heterogener wordt. Meten is weten. Om beleid te kunnen afstemmen op deze superdiversiteit is het essentieel om de positie van groepen met een migratieachtergrond op verschillende domeinen te observeren en te analyseren. om zicht te krijgen op domeinen die niet onderzocht kunnen worden op basis van variabelen beschikbaar in administratieve databanken, lanceerde de Vlaamse Overheid in 2017 de Samenleven in Diversiteit (SID) bevraging (Stuyck et al., 2018). Deze survey richt zich in het bijzonder op personen met een Marokkaanse, Turkse, Poolse, Roemeense en Congolese herkomst, groepen die typisch ondervertegenwoordigd blijven in andere bevragingen. Dit onderzoek behandelt diversiteit en integratie als transversale concepten die betrekking hebben op een breed scala thema's en beleidsdomeinen. In dit vervolgonderzoek focussen we op diversiteit en integratie in individuele gedragingen, attitudes en ervaringen. We onderscheiden zeven samenlevingsdomeinen: (1) opvoeding en onderwijservaringen van kinderen, (2) arbeidsmarktposities, (3) taalkennis en taalgebruik, (4) inburgering, (5) diversiteit en sociale contacten, (6) sociale participatie en (7) houdingen t.o.v. diversiteit en geloof in de samenleving. Vier onderzoeksdoelen staan centraal in dit project: 1. Operationaliseren van het concept 'heterogeniteit naar migratieachtergrond' in de SID-steekproef; 2. Documenteren van variatie naar migratieachtergrond in de zeven samenlevingsdomeinen; 3. Bestuderen in welke mate variatie in de zeven samenlevingsdomeinen naar migratieachtergrond verklaard kan worden door socio-demografische achtergrondkenmerken, socio-economische eigenschappen of socio-culturele profielen; 4. De onderlinge dynamiek tussen de samenlevingsdomeinen in kaart brengen, met bijzondere aandacht voor "spill-over" effecten voor groepen met een migratieachtergrond.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Project website

De arbeidsparticipatie van koppels voor en na ouderschap: kunnen verschillen in arbeidsmarkttrajecten en bestaansmiddelen de aanhoudende genderspecialisatie in huishoudens verklaren? 01/01/2017 - 31/12/2020

Abstract

De voorbije decennia hebben de meeste Europese landen een forse stijging gekend van vrouwelijke arbeidsparticipatie. De toenemende gendergelijkheid op vlak van onderwijs- en arbeidsmarktuitkomsten ging evenwel niet gepaard met een gelijkaardige evolutie naar gendergelijkheid in huishoudens en families. De genderverdeling van (on)betaald werk blijkt in de praktijk nog steeds ongelijk en ook de arbeidsparticipatie rond ouderschap vertoont meer variatie bij vrouwen dan het geval is bij mannen. Volgens micro-economische theorieën is deze genderspecialisatie in (on)betaald werk de uitkomst van een onderhandeling op basis van de socio-economische positie van beide partners. Naarmate het verdienpotentieel van vrouwen toeneemt, is het voortbestaan van een traditionele rolverdeling binnen huishoudens vanuit dit perspectief evenwel paradoxaal Gendertheorieën stellen daartegen dat de genderverdeling van (on)betaald werk na ouderschap sterk wordt bepaald door culturele normen rond ouderschap waaraan koppels conformeren en waardoor deze normen worden gereproduceerd. Gebruikmakend van gedetailleerde longitudinale gegevens van de Belgische Kruispuntbank voor Sociale Zekerheid en vergelijkende panelgegevens voor een grotere set Europese landen, analyseert dit project de genderverdeling van betaald werk rond ouderschap. Concreet wordt onderzocht in welke mate sprake is van genderverschillen in het vervullen van de economische vereisten voor ouderschap en gezinsvorming (beschikken over voldoende financiële middelen, werkzekerheid,…) en in welke mate differentiële arbeidsmarkt- en loonkenmerken voor ouderschap dus een verklaring kunnen bieden voor het uitdiepen van genderverschillen na ouderschap, dan wel sprake lijkt van hardnekkige genderrollen niettegenstaande de sterkere relatieve inkomens- en arbeidsmarktpositie van vrouwen voor ouderschap.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Leerstoel Migratie, Integratie en Arbeidsmarkt. Determinanten van arbeidsparticipatie en werkzaamheid van personen met een migratieachtergrond, met specifieke aandacht voor inburgeringstrajecten nieuwkomers en de latente vrouwelijke arbeidsreserve. 20/12/2016 - 30/09/2019

Abstract

De Leerstoel Migratie, Integratie en Arbeidsmarkt is een onderzoeksproject in samenwerking met de Vlaamse overheid naar de arbeidsmarktpositie van personen met een migratie-achtergrond in Vlaanderen, met specifieke aandacht voor de arbeidsmarktpositie van vrouwen en de effectiviteit van inburgeringstrajecten voor nieuwkomers. Het project is innovatief aangezien registergegevens met betrekking tot i) inburgering (ABB), ii) opleidings- en activeringstrajecten (VDAB) en iii) arbeidskaarten (WSE) worden geïntegreerd met longitudinale microdata ontleend aan het DataWarehouse Arbeidsmarkt en Sociale Bescherming van de Kruispuntbank Sociale Zekerheid met het ook op de reconstructie en longitudinale analyse van arbeidsmarkttrajecten van personen met een migratie-achtergrond aan de hand van geavanceerde hazard en econometrische modellen. Doorheen het project worden interviews en focusgroepen opgezet met zowel deelnemers en trajectbegeleiders die de inzichten gebaseerd op de longitudinale analyse van trajecten op basis van registergegevens verder uitdiepen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Project website

Het effect van veranderende levenslopen op intergenerationele solidariteit. 01/01/2016 - 31/12/2019

Abstract

De generatie die stilaan op pensioen gaat ziet een dubbele verandering in hun families: hun eigen veranderende familie trajecten en de zo mogelijk nog complexere trajecten van hun volwassen kinderen. Dit project bekijkt de impact van die complexiteit op intergenerationele solidariteit en bestudeert de opwaartse (mantelzorg) en neerwaartse (kinderopvang) solidariteit en de intermediërende rol van gezondheid hierbij.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Gezinsbeleid, Vrouwelijke Arbeidsparticipatie en Vruchtbaarheid: Socio-economische Verschillen in Gebruik en Effecten van Kinderopvang en Ouderschapsverlof in België. 01/01/2015 - 31/12/2018

Abstract

Dit project betreft fundamenteel kennisgrensverleggend onderzoek gefinancierd door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek-Vlaanderen. Het project werd betoelaagd na selectie door het bevoegde FWO-expertpanel.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Arbeid, gezin en sociaal beleid. Een analyse naar socio-economische verschillen in gezinsvorming op basis van een administratief sociaal-demografisch panel voor België. 01/10/2013 - 30/09/2017

Abstract

Sinds de jaren 1970 worden België en andere Europese landen geconfronteerd met een baby bust, waarbij de vruchtbaarheid is gedaald onder het vervangingsniveau van 2.1 kinderen per vrouw. Dit project onderzoekt recente trends in relatie- en gezinsvorming in België en tracht in te schatten hoe patronen van gezinsvorming in de nabije toekomst mogelijk zullen evolueren. Vier factoren worden daarbij specifiek onderzocht: i) de toegenomen onderwijs- en arbeidsparticipatie van vrouwen en de recursieve relatie tussen gezinsvorming en de socio-economische positie van vrouwen (en hun partners), ii) de toegenomen diversiteit van huishoudenstypes in Europese landen en het effect van dergelijke leefvormen op trends in vruchtbaarheid, iii) het toegenomen belang van sociaal beleid en gezinsbeleid voor het ondersteunen van de combinatie van gezin en werk en de socio-economische gradient in het gebruik van dergelijke voorzieningen, en iv) de evolutie van patronen van gezinsvorming bij migrantengemeenschappen en de impact van toegenomen migratie op demografische trends in België op geaggregeerd niveau. Voor het onderzoek worden longitudinale gegevens van de Belgische Kruispuntbank voor Sociale Zekerheid gebruikt om een longitudinaal prospectief panel samen te stellen voor de periode 1998-2010. Dit panel biedt gedetailleerde informatie over de huishoudkenmerken en de socio-economische positie van circa 100.000 vrouwen en hun huishoudleden. Om de representativiteit van het panel doorheen de observatieperiode te garanderen, werden bijkomende steekproeven getrokken onder migranten (en hun huishoudleden) die zich na 1998 in België hebben gevestigd. De gedetailleerde en continue meting van huishoudkenmerken en socio-economische positie biedt een unieke gelegenheid om de recursieve relatie tussen deze factoren en gezinsvorming te onderzoeken (bv. het onderscheid tussen de effecten van de initiële socio-economische positie of leefvorm op de transitie naar ouderschap, en omgekeerd, de effecten die ouderschap vervolgens heeft op de socio-economische positie en huishoudkenmerken van de betrokken individuen). Het project maakt bovendien deel uit van een toonaangevend internationaal netwerk rond het gebruik van administratieve gegevens voor demografisch onderzoek.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Onderzoek naar de beeldvorming rond jong ouderschap bij kwetsbare jongeren. 01/02/2013 - 31/05/2013

Abstract

De doelstelling van dit onderzoek, in opdracht van het Vlaams departement Cultuur, Jeugd, Sport en Media, is drieledig. Ten eerste wordt de representatie van jong ouderschap op de Vlaamse televisie geanalyseerd. Ten tweede zal gekeken worden naar de receptie van televisie-inhouden omtrent het onderwerp bij kwetsbare jongeren. Een derde, onderliggende, doelstelling bestaat erin om via participatieve onderzoekstechnieken na te gaan hoe kwetsbare jongeren betekenis geven aan de mediarepresentatie van jong ouderschap en welke rol sociale media kunnen spelen in dit proces van receptie en betekenisgeving.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

De pensioenbescherming van eerste, tweede en volgende generaties immigranten in België (MIGRAGE). 01/04/2012 - 30/09/2015

Abstract

De verschillen in pensioenbescherming tussen immigranten en niet-immigranten en tussen verschillende groepen van immigranten beschrijven en verklaren. Aangezien het project de nadruk legt op de mechanismen die deze verschillen verklaren, komen ook thema's als arbeidsmarktparticipatie en gezinsdynamieken (gezinsvorming en huishouddynamieken) aan bod.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Socio-economische patronen van gezinsvorming en vruchtbaarheid in Europa: wat is de invloed van economische context en sociaal beleid? 01/01/2011 - 31/12/2014

Abstract

Dit project betreft fundamenteel kennisgrensverleggend onderzoek gefinancierd door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek-Vlaanderen. Het project werd betoelaagd na selectie door het bevoegde FWO-expertpanel.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Is decentralisatie van activering in de bijstand doelmatig? 01/01/2011 - 31/12/2014

Abstract

Dit project betreft fundamenteel kennisgrensverleggend onderzoek gefinancierd door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek-Vlaanderen. Het project werd betoelaagd na selectie door het bevoegde FWO-expertpanel.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Wetenschappelijke ondersteuning aan wave 2 van het Generations and Gender Project. 01/10/2010 - 30/06/2014

Abstract

Het project beoogt en longitudinale benadering van gezinsvorming en -ontbinding, vruchtbaarheid en pensionering waarbij gepeild wordt naar de intenties die deze ontwikkelingen sturen. Ook de thema's inzake gezinszorg, personenzorg en emancipatie komen in het project aan bod. Het GGP-project heeft als specifiek doel verklaringen te bieden voor de waargenomen verschuivingen inzake partnerrelaties tussen generaties (kind-ouder en ouder-kind relaties, vruchtbaarheid, zorg voor vorige en volgende generaties) anderzijds.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Socio-economische patronen van gezinsvorming en vruchtbaarheid in Europa : Wat is de invloed van de economische en de beleidscontext? 01/07/2010 - 31/12/2014

Abstract

Het demografisch landschap wordt in Europa sinds 1970 gekenmerkt door uitstel van gezinsvorming naar oudere leeftijd en daling van de vruchtbaarheid onder het vervangingsniveau. De invloed van gezinsbeleid lijkt gering, maar het ongelijke effect van beleid naar onderwijs- en arbeidsmarktpositie blijft in onderzoek onderbelicht. Dit project onderzoekt hoe socio-economische patronen van gezinsvorming in Europa worden beïnvloed door variatie in de economische en beleidscontext tussen 1970 en 2010.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Arbeid, Gezin & Sociaal Beleid. Een analyse van socio-economische differentiatie in gezinsvorming op basis van een Administratief Socio-Demografisch Panel (ASDP) voor België. 01/01/2010 - 31/12/2011

Abstract

Dit project beoogt - analoog met onderzoek in Denemarken en Duitsland - de aanvraag van administratieve panelgegevens van Sociale Zekerheid en Rijksregisters in België voor de analyse van i) recente trends in vruchtbaarheid en ii) socio-economische differentiatie in de combinatie van gezin en arbeid. De resultaten worden geïnterpreteerd in het licht van de literatuur rond welvaartstaatregimes en onderzoek naar ongelijk gebruik van voorzieningen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)