Onderzoeksgroep
Ontwikkelen van de meCUP DNA-methylatie test voor weefsel en vloeibare biopten om de diagnose van kanker met onbekende herkomst (CUP) te verbeteren
Abstract
Momenteel krijgt 3 tot 5% van de kankerpatiënten de diagnose kanker van onbekende primaire oorsprong (CUP), waarbij het weefsel van oorsprong onbekend blijft. Deze onzekerheid draagt aanzienlijk bij aan de angst van patiënten en vermindert de kwaliteit van leven. Behandelingsopties zijn beperkt tot empirische chemotherapie, met een mediane overleving van 6 tot 9 maanden. Daarom is er dringend behoefte aan een nieuwe test om het weefsel van oorsprong in CUP nauwkeurig te bepalen. Dit project is gericht op het ontwikkelen, optimaliseren, valideren en implementeren van een snelle, kosteneffectieve test die bekend staat als meCUP voor een nauwkeurige diagnose van CUP. In eerste instantie zullen we een uitgebreide DNA-methyleringsreferentieatlas maken. Vervolgens zullen we de meCUP-test modelleren, optimaliseren en valideren met biobanking monsters van patiënten met kanker van bekende en onbekende primaire oorsprong. Vervolgens zal een niet-interventionele prospectieve studie de integratie van de meCUP-test in diagnostische workflows beoordelen, ter ondersteuning van toekomstige interventionele klinische studies. Doorheen het project zullen we de bekendheid van CUP bevorderen om de toegang tot de meCUP-test voor patiënten in België te verbeteren. We zullen ook de specifieke behoeften en zorgen van CUP-patiënten identificeren om een specifiek zorgpad op te zetten. Het meCUP-project heeft het potentieel om de diagnose van CUP aanzienlijk te verbeteren door een meer accurate, toegankelijke en kosteneffectieve methode aan te bieden om de primaire tumor te identificeren. Deze vooruitgang zou de behandelstrategieën, de resultaten en de overlevingskansen van CUP-patiënten kunnen verbeteren.Onderzoeker(s)
- Promotor: Op de Beeck Ken
- Promotor: Zwaenepoel Karen
- Co-promotor: Van Camp Guy
Onderzoeksgroep(en)
Financiering
- PRIVE - non profit
Project type(s)
- Onderzoeksproject
Verbetering van mondkankerchirurgie door intra-operatieve beoordeling van resectieranden.
Abstract
Chirurgie is de hoeksteen van de behandeling voor plaveiselcelcarcinoom van de mondholte (OCSCC). Cruciaal hierbij zijn adequate resectiemarges, wat betekent dat er minimaal 5 mm afstand moet zijn tussen de tumor en het oppervlak van het resectiemonster. Deze marges zijn essentieel voor lokale ziektecontrole en een goede prognose. Als de tumor niet voldoende wordt verwijderd, zijn aanvullende (chemo)bestraling of een heroperatie nodig. Helaas verminderen deze aanvullende behandelingen de vooruitzichten van de patiënt aanzienlijk, en hebben bestraling en chemotherapie ook een negatieve invloed op de kwaliteit van leven. Momenteel is slechts 15% van de chirurgische resultaten bij OCSCC adequaat. Het is duidelijk dat visuele inspectie en palpatie, gecombineerd met pre-operatieve beeldvorming (zoals CT en MRI), niet voldoende zijn om adequate resecties te garanderen. Om dit probleem aan te pakken, nemen chirurgen vaak weefselmonsters van het wondbed voor een intra-operatieve pathologische beoordeling van de resectiemarge. Deze zogenaamde vriescoupeprocedure heeft echter veel beperkingen: slechts een klein deel van de resectiemarge kan worden geïnspecteerd, de monsters kunnen niet representatief zijn, en er is geen meting van de margebreedte, waardoor nauwe marges niet worden gedetecteerd. Bovendien is niet bewezen dat deze methode de uitkomsten verbetert. Intra-operatieve beoordeling van resectiemarges (IOARM) van OCSCC-resectiemonsters heeft zich reeds bewezen als een veelbelovende aanpak. Deze aanpak heeft geleid tot een onmiddellijke toename van het aantal adequate resecties van 15% tot meer dan 50%. Het is echter onrealistisch om te verwachten dat deze arbeidsintensieve beoordeling, die een gespecialiseerd team vereist, op grote schaal als standaardzorg kan worden ingevoerd. Er is dus behoefte aan een objectieve, eenvoudig te gebruiken techniek voor het nauwkeurig beoordelen van alle resectiemarges tijdens de operatie. Wij stellen voor om een dergelijke techniek te ontwikkelen op basis van Raman-spectroscopie. Raman-spectroscopie is een niet-destructieve optische techniek die gedetailleerde informatie biedt over de biochemische samenstelling van weefsel, zonder het gebruik van labels, kleurstoffen of reagentia. Omdat kwaadaardige transformaties gepaard gaan met veranderingen in de biochemische samenstelling van weefsels, kan Raman-spectroscopie worden gebruikt om normaal weefsel van tumorweefsel te onderscheiden. Recent hebben we aangetoond dat het watergehalte in weefsels een krachtige biomarker is voor het onderscheiden van OCSCC en niet-aangetaste orale structuren. We hebben ontdekt dat de waterconcentratie in OCSCC consistent hoger is dan in het omliggende weefsel. Deze bevinding opent nieuwe mogelijkheden voor de objectieve en tijdsefficiënte intra-operatieve beoordeling van resectiemarges.Onderzoeker(s)
- Promotor: Koljenovic Senada
- Co-promotor: Peeters Marc
- Co-promotor: Smits Evelien
- Co-promotor: Vanderveken Olivier
- Co-promotor: Zwaenepoel Karen
Onderzoeksgroep(en)
Financiering
- PRIVE - non profit
Project type(s)
- Onderzoeksproject
Urine als vloeibare biopsie voor het opsporen van kanker
Abstract
Tegenwoordig worden de meeste kankers gediagnosticeerd via voelbare laesies, beeldvormingstechnieken of klinische symptomen. Deze diagnose wordt bevestigd via een histopathologisch onderzoek van een kernbiopsie van de primaire laesie. Een biopsie is echter zeer invasief, tamelijk moeilijk te verkrijgen en veroorzaakt veel ongemak voor de patiënt. Omdat weefsel (re)biopsie vaak een probleem is, is het gebruik van vloeibare biopten de afgelopen jaren enorm populair geworden. Hoewel de detectie van diagnostische, prognostische en voorspellende biomerkers over het algemeen wordt uitgevoerd op weefselstalen, is detectie op vloeibare biopten veelbelovend. Momenteel is de analyse van vloeibare biopsie voornamelijk gericht op plasmatesten. In vergelijking met weefselonderzoek is bloedonderzoek minimaal invasief. Hoewel een bloedstaal als minimaal invasief wordt beschouwd, is een bekwame verzorger nodig om bloed van patiënten af te nemen. Bovendien staat de gezondheidstoestand van de patiënt mogelijk geen extra bloedafname toe. Het verkrijgen van urine is daarentegen niet-invasief, hangt niet af van de gezondheidstoestand van de patiënt, is zonder beperking van volume of frequentie van afname en kan thuis of bij de arts worden uitgevoerd. Er is een enorme verscheidenheid aan biomerkers in vloeibare biopten, waaronder circulerende tumorcellen (CTC's), cel vrije nucleïnezuren (cfNA), exosomen en eiwitten die veelbelovend zijn voor niet-invasieve testen. Afhankelijk van het type molecuul worden verschillende "omic"-technologieën (d.w.z. genomics, transcriptomics, proteomics en metabolomics) gebruikt om ze te detecteren. Om het potentieel van urine als vloeibare biopsie echt te benutten, is onderzoek naar optimale collectiemethoden en opslagomstandigheden voor de detectie van biomerkers nodig. Colli-Pee® werd ontwikkeld door Novosanis en laat toe om urine op een gestandaardiseerde en volumetrische manier te collecteren. Als de collectiemethoden en opslagomstandigheden gestandaardiseerd kunnen worden, kan geel het nieuwe rood worden en kan urine bloed vervangen of eraan gelijk gesteld worden op gebied van kankerdetectie.Onderzoeker(s)
- Promotor: Pauwels Patrick
- Co-promotor: Zwaenepoel Karen
- Mandaathouder: Jordaens Stephanie
Onderzoeksgroep(en)
Financiering
- VL. INST.
Project type(s)
- Onderzoeksproject