Onderzoeksgroep

Expertise

Franse literatuur Vertaalwetenschap Vertalen Literaire vertaling (Frans-Nederlands en Engels-Nederlands) Vertaalpoëtica vertaaltheorie en conceptualisering van vertaling vertaling van Laclos, Albert Camus, Gustave Flaubert; Georges Eekhoud, Jean Echenoz, James Joyce Mikhaïl Bakhtin dialogisme heteroglossie hervertaling translator's voice

Joyce in Translation Centre. 01/04/2023 - 31/03/2024

Abstract

Het Joyce in Translation Centre (JTC) is een centrum voor documentatie en wetenschappelijke expertise over het werk van James Joyce in vertaling. JTC wil alle Joyce-vertalingen verzamelen en digitaliseren, alle wetenschappelijke publicaties over Joyce in vertaling verzamelen en een internationaal team van onderzoekers samenbrengen, zowel Joyce- als vertaalwetenschappers. Op lange termijn wil JTC de wetenschappelijke gemeenschap voorzien van een vergelijkende, gedigitaliseerde, open-source database van geannoteerde vertalingen en hertalingen, afgestemd op de bronteksten op zinsniveau. Als zodanig wordt JTC (a) een uniek platform van wetenschappelijke informatie voor zowel Joyce- als vertaalwetenschappers; (b) een virtuele plaats voor wetenschappelijke netwerken over Joyce-vertalingen; (c) een manier om nieuwe onderzoekssamenwerkingen en -paden te openen, met name door de inzet van digital humanities tools en semi-geautomatiseerde corpusanalyses.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Project type(s)

  • Onderzoeksproject

De ontwikkeling van meertalige competentie bij (taal)docenten in het hoger onderwijs (APATCHE) 01/01/2022 - 31/12/2023

Abstract

Het doel van het APATCHE-project wordt uitgedrukt door het acroniem en titel. Het beoogt "Meertalige benaderingen toe te voegen aan de competenties van taaldocenten in het hoger onderwijs", door bewustmaking via verschillende verspreidingsevenementen, een methodologie voor leerplanontwikkeling en een onlinecursus. Meertalige benaderingen van het leren en onderwijzen van talen zijn benaderingen waarbij alle talen in de steeds meertaligere internationale klas in het hoger onderwijs als een enkele, allesomvattende set van competenties. Het APATCHE-project wil de aandacht vestigen op het belang van zo'n meertalige benadering en de nodige middelen aanreiken om ze in het hoger onderwijs in heel Europa in te voeren. Daartoe zullen we trachten een antwoord te geven op drie vragen, namelijk Wat is het?; Waarom is het nodig?; en Hoe kunnen we het invoeren? (1) Wat de vraag "Wat?" betreft, is ons doel het bewustzijn te vergroten van, en het verzamelen, verstrekken en verspreiden van kennis over het belang van meertalige benaderingen in het hoger onderwijs (en de opbouw van kennis in het algemeen), waarbij zowel nationale talen en het Engels als lingua academica, waardoor lerenden hun taalvaardigheden doeltreffender kunnen ontwikkelen, terwijl de autonomie en de motivatie worden vergroot en positieve interculturele attitudes worden bevorderd; de voordelen van meertalig leren in vergelijking met eentalige benaderingen; het belang, om redenen van verspreiding en maatschappelijk effect, van kennis in de plaatselijke en de nationale taal, alsook in het Engels; noodzakelijke vaardigheden en attitudes die moeten worden ontwikkeld en gestimuleerd; manieren om deze te ontwikkelen. (2) Wat de vraag "Waarom?" betreft, willen wij het bewustzijn vergroten van de noodzaak en het nut van een meertalige aanpak in het hoger onderwijs, zowel in (vreemde) taalklassen en in meertalige klassen waarin talen op zich niet het voorwerp van onderwijs zijn, maar een middel om kennis te verdiepen, de motivatie en de leereffectiviteit van studenten te vergroten, en toekomstige afgestudeerden beter in staat te stellen wetenschappelijke kennis aan de burgers over te brengen en in de toekomst een impact te hebben op Europese samenlevingen. (3) In verband met de vraag "Hoe?" is onze derde doelstelling het creëren van manieren om docenten in het hoger onderwijs in staat te stellen zich vertrouwd te maken met mogelijke methoden en scenario's om meertalige benaderingen in de klas te introduceren en en de nodige competenties te verwerven om dat te doen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Project type(s)

  • Onderzoeksproject
  • Onderwijsproject

Een didactische tool voor de beoordeling van taaloverschrijdende en interculturele mediatievaardigheid (CLAIM-tool). 01/09/2021 - 31/08/2023

Abstract

Interculturele vaardigheden (intercultural competence, IC) worden in toenemende mate erkend als een kerncompetentie die via formeel onderwijs moet worden ontwikkeld, om leerders voor te bereiden op een succesvol leven en een succesvolle loopbaan in een interculturele wereld. Tegenwoordig staan docenten en onderwijsinstellingen voor de uitdagende taak om interculturele leerresultaten te definiëren en te beoordelen. Dit komt vooral doordat de beschikbare beoordelingsinstrumenten en -kaders voor IC onder vuur liggen van veel deskundigen op het gebied, die voortdurend benadrukken dat er dringend meer valide en betrouwbare manieren moeten worden ontwikkeld om IC te beoordelen. Tot nu toe nam deze kritiek van IC-deskundigen de vorm aan van gedetailleerde feedback op beschikbare IC-beoordelingsinstrumenten, vergezeld van suggesties voor de ontwikkeling van betere instrumenten. Tot nu toe, echter, zijn er geen pogingen ondernomen om daadwerkelijk een dergelijk instrument te ontwikkelen en te testen, ondanks dringende oproepen daartoe. Daarom wil het voorgestelde CLAIM-Tool project een oplossing bieden voor een dringende en kritieke kwestie in intercultureel onderwijs door een IC-beoordelingsinstrument te ontwikkelen op basis van de bestaande rijkdom aan feedback van critici en in overeenstemming met het EU-beleid inzake intercultureel en taaloverschrijdend onderwijs. Dit project is een origineel werk en een eerste poging om een hoognodig beoordelingsinstrument voor IC te ontwikkelen, dat voor het eerst theorieën en praktijk uit zowel IC-onderwijs als meertalig onderwijs combineert. Het project zal bijdragen tot een beter begrip van IC-beoordeling in het vreemdetalenonderwijs en het zal ook bijdragen tot een beter begrip van factoren die IC-beoordeling beïnvloeden en van het terugslageffect van het uitvoeren van dit soort beoordeling, twee onderbelichte gebieden in intercultureel onderzoek. Het CLAIM-Tool-project zal worden uitgevoerd door een ervaren onderzoeker op het gebied van intercultureel onderwijs, en in samenwerking met en onder supervisie van een deskundige supervisor met een sterke achtergrond in multicultureel en meertalig onderwijs.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Project type(s)

  • Onderzoeksproject

Poëtica van de parodie: taxonomie en pragmatiek van het parodische discours. 01/10/2006 - 31/03/2007

Abstract

Dit onderzoeksproject zou moeten leiden tot de ontwikkeling van een driedimensionaal open model dat op basis van een gedeeld en algemeen aanvaardbaar referentiekader 1) verschillende vormen van discursieve refractie kan herleiden tot een eenduidige taxonomie, die vandaag ontbreekt; 2) nieuwe subcorpora kan ontwikkelen en aanboren die vandaag ondervertegenwoordigd zijn in het onderzoek naar parodie; en 3) voor het eerst verschillende vormen van parodisch discours op eenduidige wijze kan bestuderen en met elkaar vergelijken.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Project type(s)

  • Onderzoeksproject

Georges May revisited: voor een poëtica van het carnavaleske. Parodie en het "dilemme du roman" in het Franse fictieproza omstreeks 1737. 01/10/2003 - 30/09/2006

Abstract

Het voorgestelde project onderzoekt een mogelijke aanvulling op de breed aanvaarde theorie van het "dilemme du roman" (G. May, 1963). Vanuit een drieledige kritiek op de theorie van May -a) de notie van een "crise du roman" o.w.v. de officiele veroordeling van het genre in 1737 wegens ongeloof- waardigheid en immoraliteit valt moeilijk te rijmen met zijn exponentieel groeiende succes; b) het gebrek aan theoretische geschriften ter verdediging van de roman leidt tot een onevenwicht in de confrontatie tussen romanpraxis en kritiek over de roman; en c) de a priori evacuatie van parodische auteurs als Caylus en Vade steunt op een vooronderstelling, met name dat de roman een emstig antwoord moet bieden op zijn veroordeling -wordt een drievoudige hypothetisch kader geformu- leerd waarbinnen de rol van parodie in de romankwestie omstreeks 1737 wordt onderzocht : 1) het succes van de roman verleent hem een andere, eerder pragmatische legitimiteit bij uitgevers en lezerspubliek waardoor een esthetische legitimiteit minder belangrijk wordt; 2) de evolutie van de roman wordt meer door de romaneske praxis zelf bepaald dan door theoretische precepten; en 3) het in de kritiek ondervertegenwoordigde parodische corpus heeft mogelijk een centrale rol gespeeld in de reactie van de roman op zijn veroordeling omdat het toelaat ongeloofwaardige procédés aan de kaak te stellen (2) en de criteria van de veroordeling te absorberen en te neutraliseren ten voordele van de reeds verworven pragmatische legitimiteit (1).

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Project type(s)

  • Onderzoeksproject