Onderzoeksgroep

Persoon en vermogen

Expertise

Mijn onderzoek behelst een analyse van de juridische kwesties die kunnen opduiken bij potentieel controversiële interventies op het gebied van gezondheidszorg en tot op zeker hoogte ook van verwantschap. De bestudeerde onderwerpen omvatten maar zijn niet beperkt tot: abortus; euthanasie en medisch geassisteerde zelfmoord; (levende) orgaandonatie en orgaanhandel; prenatale tests, medisch geassisteerde voortplanting en draagmoederschap; biobanking; experimenten op mensen; dwangmaatregelen. Mijn invalshoek is naast strikt juridisch ook ethisch en rechtsfilosofisch van aard.

"Mannelijkheid als eigendom": Naar een nieuwe juridische theorie over de relatie tussen gender-gebaseerde vormen van privilege en het recht. 01/11/2020 - 31/10/2022

Abstract

Steunend op Critical Race Theory en Feminist Legal Theory vertrekt dit project vanuit de premisse dat mannelijkheid nog steeds een bevoorrechte positie bekleedt die ondersteund wordt door het recht. Hoewel gendergelijkheid formeel bereikt is door toedoen van anti-discriminatiewetgeving blijft het recht genderongelijkheden legitimeren. De ontwikkeling van een nieuwe juridische theorie die het anti-discriminatiekader achterwege laat is cruciaal om aan te geven en te verklaren waar mannelijk privilege door het recht wordt bekrachtigd. Geïnspireerd op Harris' baanbrekend werk "Whiteness as Property", dat witheid conceptualiseert als een vorm van eigendom die gewaarborgd wordt door het recht, gaat mijn project na of en hoe haar theorie over rasgebonden onderdrukking gebruikt kan worden om een juridische theorie te ontwikkeling die beter in staat is om gendergebonden onderdrukking te verklaren, door mannelijkheid als een vorm van eigendom te beschouwen. Net zoals eigenaars exclusieve rechten hebben over hun eigendom, kan men stellen dat de privileges die gepaard gaan met cis-gender heteroseksuele witte mannelijkheid mettertijd wettelijke voordelen geworden zijn. Na de invoering van formele gelijkheid beschermt de wet deze vorm van eigendom nog steeds door het status quo te garanderen die de facto mannen tot voordeel strekt. EU-recht en recht van de Raad van Europa over gendergelijkheid zal onderzocht worden om deze hypothese te testen en de juridische theorie verder uit te werken.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Grensoverschrijdende toegang tot levenseinde-diensten in Europa: een juridische analyse. 01/01/2019 - 31/12/2022

Abstract

Grensoverschrijdende toegang tot levenseinde-diensten wint snel aan belang in Europa en, zeer onlangs is België daarbij één van de belangrijkste landen van bestemming geworden. Het voorgestelde onderzoeksproject is het eerste dat systematisch de juridische uitdagingen zal analyseren die ontstaan wanneer Europese burgers toegang willen tot levenseinde-diensten in een ander Europees land. De focus zal liggen op toerisme voor geassisteerde zelfdoding; euthanasietoerisme; import van zelfmoordpillen en -materialen; en de grensoverschrijdende erkenning van voorafgaande wilsbeschikkingen. Het eerste doel van het onderzoeksproject is het onderzoeken van de juridische maatregelen die landen hebben genomen of kunnen overwegen om te verhinderen dat hun burgers toegang zouden krijgen tot levenseinde-diensten in het buitenland die verboden zijn op hun eigen grondgebied en, vice versa, het onderzoeken van de juridische maatregelen die landen van bestemming hebben genomen of kunnen overwegen om buitenlanders te verhinderen om gebruik te maken van bepaalde levenseinde-diensten op hun grondgebied. Het onderzoek zal zich beperken tot Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk als landen van oorsprong, en tot België, Nederland en Zwitserland als landen van bestemming. Het tweede en tevens het hoofddoel van het onderzoeksproject is het onderzoeken van de juridische aanvaardbaarheid van de beperkingen die zo zullen zijn geïdentificeerd, in het licht van het recht van de Europese Unie, mensenrechten, en internationaal privaatrecht. Op deze wijze zullen we bepalen welke beperkingen van grensoverschrijdende toegang tot levenseinde-diensten in Europa rechtmatig worden of kunnen worden opgelegd.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Late abortussen: Een vergelijkend onderzoek van regelgeving en juridische knelpunten. 01/10/2018 - 30/09/2022

Abstract

Abortus van een levensvatbare foetus (hierna: late abortus) is zeer omstreden en een bron van toenemende bezorgdheid. Hoewel late abortussen fundamentele juridische vragen opwerpen, maken ze vooralsnog niet het voorwerp uit van systematisch juridisch onderzoek. Om deze ernstige lacune op te vullen zal het voorgestelde onderzoek als eerste systematisch en rechtsvergelijkend de uitdagingen analyseren die late abortussen vormen voor het medisch recht en de mensenrechten. Een dergelijke analyse is van uitzonderlijk belang omdat ze de limieten verduidelijkt van (de toepassing van) essentiële principes van het medisch recht en de mensenrechten. De nadruk zal liggen op de juridische spanning die kan bestaan tussen de wettelijke erkenning van de belangen van de levensvatbare foetus en het recht op zelfbeschikking van de zwangere vrouw, wat een belangrijke impact kan hebben op de zorgplicht van de arts. Deze analyse zal helpen bepalen of we getuige zijn van het ontstaan van een nieuwe juridische doctrine, die focust op de "belangen van de levensvatbare foetus", parallellen vertoont met de standaard van "de belangen van het kind" en, in het kader van late abortussen, bepaalde medische ingrepen voorschrijft of verbiedt. Meer in het algemeen zal het een nieuw licht werpen op het unieke en zeer fascinerende juridische concept van "progressieve rechtsbescherming", waarbij de juridische bescherming van een foetus geleidelijk toeneemt naarmate deze groeit, levensvatbaar wordt en geboren wordt. De urgentie en actualiteit van het project wordt verder aangetoond door het feit dat, binnen de Belgische context, de juridische status van late abortussen zelfs nog niet vaststaat, er belangrijke juridische ontwikkelingen op komst zijn en er en totaal gebrek is aan empirische gegevens over het onderwerp. Daarom zal het project specifiek aandacht schenken aan juridische kwesties die naar Belgisch recht nog niet (volledig) opgehelderd zijn en aan de verdiensten en implicaties van positiebepalingen en juridische initiatieven die recent werden geformuleerd. Het project zal resulteren in aanbevelingen om de abortuswetgeving te verbeteren. Van uitzonderlijk belang is dat we, om een empirische basis te verschaffen voor deze aanbevelingen, voor het eerst en in nauwe samenwerking met andere onderzoekers die zeer recent toegang gekregen hebben tot twee unieke en relevante data sets, empirische gegevens over de praktijk van late abortussen in Vlaanderen zullen analyseren.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Consultancy voor een mogelijk juridisch instrument inzake billijke toegang tot vaccins in de context van een crisis van de publieke gezondheidszorg. 15/10/2020 - 20/11/2020

Abstract

De lidstaten van de Raad van Europa worden momenteel geconfronteerd met een ernstige crisis van de volksgezondheid als gevolg van de COVID-19-pandemie. Deze gezondheidscrisis heeft een verwoestend effect op individuen, gezinnen en gemeenschappen. Het brengt ook grote ethische uitdagingen met zich mee en dwingt regeringen en bevoegde autoriteiten om moeilijke beslissingen te nemen in de context van onzekerheid en schaarse middelen. Dit project omvat consultancy bij de ontwikkeling van een mogelijk juridisch instrument dat personen, in de context van een pandemie, toegang tot vaccins garandeert in overeenstemming met ethische principes en respect voor mensenrechten en fundamentele vrijheden zoals vastgelegd in instrumenten van de Raad van Europa. Deze omvatten het recht op leven en de bescherming tegen onmenselijke behandeling (artikels 2 en 3 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens), het recht op bescherming van de gezondheid (artikel 11 van het Europees Sociaal Handvest) en het beginsel van billijke toegang tot gezondheidszorg (artikel 3 van het Verdrag van Oviedo).

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Advies over een strategisch actieplan inzake mensenrechten en biogeneeskunde met betrekking tot mensenrechten en technologieën in de biogeneeskunde voor de periode 2020-2025. 20/09/2019 - 31/10/2019

Abstract

Consultancy, in coördinatie met het secretariaat van het Comité voor Bio-Ethiek van de Raad van Europa en de voorzitter van de ontwerpgroep voor het strategisch actieplan, met als doel het uitvoeren van een redactionele evaluatie van het strategisch actieplan inzake mensenrechten en nieuwe technologieën met het oog op de presentatie ervan op de 16de plenaire vergadering van het Comité voor Bio-Ethiek (19-21 november 2019).

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Handboek voor parlementairen over het Verdrag van de Raad van Europa tegen de handel in menselijke organen. 09/05/2019 - 05/10/2019

Abstract

Opstellen van een "Handbook for parliamentarians on the Council of Europe Convention against Trafficking in Human Organs" om de verschillende bepalingen van het Verdrag en zijn toegevoegde waarde uit te leggen aan parlementairen en parlementaire medewerkers, en hen enkele voorbeelden te geven van goede nationale wetgeving.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Extern consulent bij de opstelling van het strategisch actieplan van het Committee on Bioethics van de Raad van Europa. 12/11/2018 - 20/12/2018

Abstract

Extern consulent bij de opstelling van het strategisch actieplan voor de periode 2020-2025 van het Committee on Bioethics van de Raad van Europa, om de uitdagingen voor mensenrechten het hoofd te bieden, veroorzaakt door ontwikkelingen op het terrein van de biogeneeskunde.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Expertrapport over orgaantransplantietoerisme 04/10/2018 - 30/10/2018

Abstract

Ondersteuning van rapporteur Ms Stella Kyriakides, Committee on Social Affairs, Health and Sustainable Development, Parlementaire Vergadering, Raad van Europa, bij de voorbereiding van haar rapport over "Orgaantransplantatietoerisme" door een exportmemorandum voor te bereiden over het onderwerp van orgaantransplantatietoerisme (vooral focussend op de huidige stand van zaken in Europa en wereldwijd, inclusief de kwesties terzake, de uitdagingen en de beleidsreacties die betrekking hebben op het onderwerp). Voorbereiding van een exportmemorandum over orgaantransplantatietoerisme voor rapporteur Ms Stella Kyriakides, Committee on Social Affairs, Health and Sustainable Development, Parlementaire Vergadering, Raad van Europa, oktober 2018. Presentatie van het expertmemorandum aan het Committee on Social Affairs, Health and Sustainable Development, Raad van Europa, 4 december 2018, Parijs.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Bio-ethiek: bescherming van de mensenrechten in de biogeneeskunde. 11/06/2018 - 25/09/2019

Abstract

Coördinatie van de werkzaamheden van de deskundigengroep voor het onderzoek van de wet van de Republiek Wit-Rusland nr. 28-З Over transplantatie van menselijke organen en weefsels van 4 maart 1997 (zoals gewijzigd in 2007, 2012 en 2015, evenals ontwerp-amendementen van 2018), vis-à-vis de naleving van de standaarden vastgelegd in de referentiedocumenten over transplantatie van de Raad van Europa.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Bio-ethiek: bescherming van de mensenrechten in de biogeneeskunde. 11/06/2018 - 10/09/2018

Abstract

Consultancy dienstverlening met betrekking tot het onderzoek van de wet van de Republiek Wit-Rusland nr. 28-З Over transplantatie van menselijke organen en weefsels van 4 maart 1997 (zoals gewijzigd in 2007, 2012 en 2015, evenals ontwerp-amendementen van 2018), vis-à-vis de naleving van de standaarden vastgelegd in de referentiedocumenten over transplantatie van de Raad van Europa.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Orgaanhandel en mensenhandel met het oog op orgaanwegname: Een beschrijvende en kritische analyse van internationale juridische kaders en hun implementatie. 01/10/2016 - 30/09/2020

Abstract

Orgaanhandel – dit omvat meer bepaald het gebruik van financiële compensatie of andere illegale middelen om een orgaan te verkrijgen – is een fenomeen dat nationale regeringen, juridische experten en artsen zeer ernstige zorgen baart, omwille van de exploitatie die ermee gepaard gaat en zijn nadelige effecten op de integriteit van het transplantatiesysteem. De strijd tegen orgaanhandel is pas zeer recent een prioriteit geworden voor intergouvernementele mensenrechten-, veiligheids- en rechtshandhavingsorganisaties, zoals de Verenigde Naties, de Raad van Europa, de Europese Unie, de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa en Interpol. Als gevolg hiervan zijn verschillende internationale juridische instrumenten tot stand gekomen die commerciële transacties, dwang en fraude verbieden in het kader van orgaandonatie. In een parallelle juridische ontwikkeling is het verwijderen van organen ook opgenomen in de internationale juridische instrumenten die werden ontwikkeld in de strijd tegen mensenhandel. In navolging van deze bindende strafrechtelijke instrumenten inzake mensenhandel met het oog op het verwijderen van organen en ter remediëring van hun tekortkomingen heeft de Raad van Europe recent een Verdrag tegen de Handel in Menselijke Organen aangenomen, waardoor een parallel strafrechtelijk regime tot stand kwam. Omwille van het zeer recente karakter van de strafrechtelijke regimes ontwikkeld met betrekking tot orgaanhandel en mensenhandel met het oog op het verwijderen van organen, is er zeer grote belangstelling in (1) een duidelijke afbakening tussen beide types misdaad en (2) de wijze waarop de relevante juridisch bepalingen op dit moment geïmplementeerd worden en best geïmplementeerd zouden worden in de nationale wetgeving. Als gevolg van de heterogene oorsprong van beide juridische regimes bestaat er daarenboven aanzienlijke onduidelijkheid over een aantal cruciale juridische kwesties. Het voorgestelde onderzoek zal een grondige juridische analyse inhouden van de precieze reikwijdte en afbakening van de parallelle internationale wettelijke kaders die werden ontwikkeld rond orgaanhandel en mensenhandel met het oog op het verwijderen van organen. Hierbij zal bijzondere aandacht worden besteed aan het belang van het onlangs door de Raad van Europa aangenomen Verdrag tegen de Handel in Menselijke Organen, dat door België en enkele andere lidstaten van de Raad van Europa ondertekend werd op de ondertekeningsceremonie op 25 maart 2015. Vervolgens zal de normatieve geldigheid worden onderzocht van belangrijke beleidsopties in de implementatie van beide wettelijke regelingen. Dit zal een evaluatie behelsen van (1) de (on)wenselijkheid van de strafbaarstelling van donoren en/of ontvangers en (2) de omvang van de meldingsplicht vanwege artsen die geconfronteerd worden met orgaanhandel en mensenhandel met het oog op het verwijderen van organen. Vervolgens zal een rechtsvergelijkende analyse worden uitgevoerd van relevante wetsbepalingen die nu in voege zijn in (a) België en de buurlanden, (b) Europese landen die betrokken zijn geraakt bij orgaanhandel en mensenhandel met het oog op het verwijderen van organen (zoals Moldavië, Spanje en Turkije) en (c) niet-Europese landen die recent relevante wetsbepalingen hebben aangenomen (zoals de Verenigde Staten, Israel en Pakistan). Meer in het bijzonder zal dit een onderzoek inhouden van (1) de strafrechtelijke bepalingen inzake mensenhandel met het oog op het verwijderen van organen, (2) de strafrechtelijke bepalingen inzake orgaanhandel en (3) de beschermings- en preventieve maatregelen die momenteel in de nationale transplantatieregulering van toepassing zijn. Op basis van de bevindingen van dit onderzoek zullen ten slotte tekortkomingen en best practice voorbeelden worden geïdentificeerd en beleidsregels worden ontwikkeld voor de bevoegde nationale en internationale instanties over de wijze waarop de relevante bepalingen best kunnen worden geïmplementeerd.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Verwantschapsstudies en gezondheidsrecht. 01/12/2015 - 30/11/2020

Abstract

Mijn onderzoek spitst zich toe op de domeinen van orgaanhandel, draagmoederschap en experimentele geassisteerde voortplantingstechnologieën. Wat orgaanhandel betreft zal ik een juridische analyse maken van de evolutie en draagwijdte van het concept orgaanhandel en zal ik dit concept vergelijken met het concept van mensenhandel voor orgaanwegname. Dit zal worden gevolgd door een vergelijkende juridische analyse van nationale transplantatiereguleringen en strafrechtelijke bepalingen die nuttig zijn om deze types van misdaden tegen te gaan. Bovendien zal ik ook onderzoek doen naar de juridische en ethische analyse van belangrijke beleidsopties in de strijd tegen orgaanhandel. Met betrekking tot draagmoederschap zal ik onderzoek doen naar (de evolutie van) de regulering van draagmoederschap op supranationaal vlak en in België en een aantal andere landen. Speciale aandacht zal hierbij besteed worden aan het (vermeend) recht tot voortplanting, aan juridische problemen met betrekking tot de nationaliteit en afstamming van kinderen geboren als gevolg van internationale draagmoederschapsregelingen en aan de uitdagingen van commercieel draagmoederschap. Het laatste onderwerp focust zich op de juridische implicaties van experimentele geassisteerde voortplantingstechnologieën, met bijzondere aandacht voor baarmoedertransplantatie, mitochondrial replacement technology en artificiële gameten.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)