Abstract
Pols gebaseerde fotoplethysmografie (PPG) wordt veel gebruikt voor hartfrequentie (HF) monitoring in het dagelijks leven en in de klinische opvolging van hartpatiënten. De waarde is groot, maar de nauwkeurigheid verschilt sterk tussen personen. Ongeveer 30-50% van de gebruikers produceert zelfs onder optimale omstandigheden onbetrouwbare data. Toenemend bewijs suggereert dat vasculaire factoren hierbij een belangrijke rol spelen, al blijven de mechanismen onduidelijk.
Dit project onderzoekt waarom PPG HF monitoring bij sommige mensen goed werkt en bij anderen systematisch faalt. Het beschouwt draagbare HF monitoring als een vraagstuk van vasculaire fysiologie in plaats van apparaatontwerp. Het onderscheidt apparaatgerelateerde van persoonsgebonden invloeden en bestudeert hoe optische, vasculaire en mechanische kenmerken de nauwkeurigheid bepalen. Drie onderzoekslijnen combineren multi device crossover testing, gedetailleerde fysiologische karakterisatie en gecontroleerde modulatie van vasculaire tonus via hyperemie, thermische stress en farmacologische interventies. Analyse van endotheelfunctie wordt gebruikt om perifere PPG prestaties te koppelen aan systemische microvasculaire gezondheid.
Door determinanten van variabiliteit te identificeren en vasculaire causaliteit te testen, ontwikkelt het project een fysiologisch onderbouwd model van PPG compatibiliteit dat de weg opent naar betrouwbaardere en persoonlijkere HF monitoring.
Onderzoeker(s)
Onderzoeksgroep(en)
Financiering
Project type(s)