Onderzoeksgroep

Veterinaire fysiologie en biochemie

Expertise

Vanuit de onderzoeksgroep wordt veterinaire expertise ter beschikking gesteld voor het plannen en uitvoeren van ingrepen op huisdieren (vooral in het kader van wetenschappelijke experimenten). Daarenboven is er (beperkte) stalruimte ter beschikking om grote proefdieren (schapen, varkens, paarden, koeien en kleine cameliden) te huisvesten en diergeneeskundig te begeleiden, binnen de beperking van wetenschappelijk onderzoek van zoötechnische (niet-infectueuze) aard. Extra-muros wordt de expertise rond huisvesting en management van grote huisdieren (melkveehouderij) ter beschikking gesteld. Een specifieke uitgebreide expertise is aanwezig op het vlak van reproductiefysiologie en vruchtbaarheidsbegeleiding in de nutsdierensector, met een focus op rundvee. De aangeboden diensten worden verstrekt in het kader van wetenschappelijke samenwerkingsverbanden of binnen een financiële overeenkomst (Jo.Leroy@ua.ac.be). Daarnaast wordt expertise aangeboden voor het uitvoeren van genexpressiestudies. Deze expertise, die zijn oorsprong vindt in de onderzoeksgroep Ecofysiologie, Biochemie en Toxicologie (EBT, UA) werd de laatste vijf jaar verder uitgebouwd en verfijnd en zal ook in de toekomst door de samenwerkingsverbanden tussen de twee onderzoeksgroepen blijven groeien en resulteren in de uitbouw van een interfacultair genexpressieplatform, waarvan de expertise ook ten goede zal komen voor partners van binnen en buiten de UA (Dries.Knapen@ua.ac.be).

Improving cow milk production potential by the introduction of a herd health management program on Camaguey's dairy farms in the central-easter region of Cuba. 01/01/2019 - 31/12/2022

Abstract

De melkproductie in Cuba kan niet voldoen aan de dagelijkse behoefte van de inwoners. Verschillende factoren hebben gedurende de laatste decennia de melproduktie-capaciteit sterk doen dalen. Het ontbreken van efficiënte productie en reproductie strategieën leidde tot grote problemen om op individueel koe-niveau een minimale melkproductie te verwezenlijken. Om deze reden is de introductie van duurzame maatregelen om de melkproductie-capaciteit te verhogen zeer dringend. Daarom is de algemene doelstelling van dit project de melkproductiecapaciteit te verhogen en op die manier bij te dragen aan een duurzame voedselvoorziening en zekerheid tot verhoging van de levensstandaard van de gemiddelde Cubaan en de veehouders in Camaguey in het bijzonder. Om dit te bereiken zal het project een computer-gestuurd bedrijfsbegeleidings-systeem introduceren op de melkveebedrijven in Camaguey dat de veehouder toelaat de belangrijkste bedrijfskengetallen in kaart te brengen, op te volgen en te optimaliseren. Voorbeelden hiervan zijn reproductieparameters, diervoeding en rantsoenen en gezondheidsparameters. door bewaking van deze productie of kengetallen zal uiteindelijk de efficiëntie van de melkproductie toenemen. Een tweede belangrijk specifiek doel is het bewerken van capaciteitsopbouw op het vlak van de informatica en het verhogen van de digitale geletterdheid zowel op academisch niveau als bij de eindverbruiker en veehouders. Hiermee hopen we de ontwikkeling van innovatieve oplossingen voor de melkvee-industrie te versnellen en ondersteunen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Project website

Fundamentele inzichten in en ontwikkeling van zorg bij obese patiënten vóór de conceptie ter bevordering van de vrouwelijke vruchtbaarheid en van de gezondheid van de nakomeling 01/01/2019 - 31/12/2022

Abstract

Dit Project heeft tot doel om de rol en het mogelijke belang van preconceptie zorg bij obese patienten te onderzoeken in relatie tot een betere vruchtbaarheid. Heel specifiek zal met behulp van een muismodel worden onderzocht in hoeverre dieet normalisatie, dieet restrictie, fysieke aktiviteit of een combinatie hiervan kan leiden tot een verbeterde eicel-en embryo kwaliteit.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Hoge concentraties vrije vetzuren tijdens de ontwikkeling van het embryo voor implantatie: wat zijn de gevolgen voor de vrouwelijke fertiliteit en de gezondheid van de nakomeling? 01/10/2015 - 11/11/2017

Abstract

Metabole stoornissen, zoals negatieve energiebalans in melkkoeien en obesitas bij vrouwen, hebben een negatieve impact op de vruchtbaarheid. Een toename in niet-veresterde vetzuren (NEFA's) ten gevolge van een verhoogde vetafbraak is geassocieerd met deze aandoeningen. Onderzoek heeft reeds aangetoond dat blootstelling aan deze NEFA's tijdens eicelmaturatie en de vroege embryonale ontwikkeling een negatieve invloed heeft op de eicel- en embryokwaliteit. Ook het metabolisme en de genexpressie van deze blootgestelde embryo's is gewijzigd. Om een beter inzicht te krijgen in de mechanismen die bijdragen tot de verminderde vruchtbaarheid bij mens en dier, moet nagegaan worden hoe NEFA's epigenetische mechanismen kunnen wijzigen en daardoor de verdere embryonale ontwikkeling en postnatale gezondheid beïnvloeden. Dit zal worden nagegaan aan de hand van boviene in vitro en in vivo studies. Hoewel er reeds uitgebreid onderzoek is gedaan naar de invloed van NEFA's op de eicelmaturatie en vroege embryonale ontwikkeling, is er nog maar weinig geweten over de invloed op het bevruchtingsproces. We veronderstellen dat de blootstelling aan NEFA's tijdens in vitro fertilisatie een negatieve impact heeft op de eicel- en spermakwaliteit en daaropvolgend het bevruchtingsproces en de verdere embryonale ontwikkeling. Humaan onderzoek heeft eveneens aangetoond dat metabole aandoeningen zoals obesitas resulteren in een gedaalde vruchtbaarheid. Obese mannen en vrouwen vertonen respectievelijk een verlaagde sperma- en eicelkwaliteit, resulterend in een verminderde kwaliteit van het resulterend embryo en een kleinere kans op zwangerschap. Enkele studies suggereren dat de metabole gezondheid van beide ouders een impact heeft op de embryokwaliteit. Daarom willen we, in samenwerking met een IVF-kliniek, onderzoeken of de kwaliteit en het metabolisme van een in vitro geproduceerd embryo gerelateerd is aan de metabole gezondheid van de beide ouders en bijgevolg ook de kans op zwangerschap kan wijzigen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

ENVIROMICS, Milieutoxicologie en technologie voor een duurzame wereld. Ontwikkeling en toepassing van diagnostische instrumenten voor industrie en beleid. 01/01/2015 - 31/12/2020

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht toegekend door de Universiteit Antwerpen. De promotor levert de Universiteit Antwerpen de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd door de universiteit.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Maternaal metabole stoornissen en subfertiliteit: verhoogde concentraties vrije vetzuren als oorzaak voor een gedaalde embryokwaliteit. 01/01/2014 - 31/12/2017

Abstract

Dit project betreft fundamenteel kennisgrensverleggend onderzoek gefinancierd door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek-Vlaanderen. Het project werd betoelaagd na selectie door het bevoegde FWO-expertpanel.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Hoge concentraties vrije vetzuren tijdens de ontwikkeling van het embryo voor implantatie: wat zijn de gevolgen voor de vrouwelijke fertiliteit en de gezondheid van de nakomeling? 01/10/2013 - 30/09/2015

Abstract

Dit project betreft fundamenteel kennisgrensverleggend onderzoek gefinancierd door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek-Vlaanderen. Het project werd betoelaagd na selectie door het bevoegde FWO-expertpanel.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

De directe gevolgen van verhoogde vrije vetzurenconcentraties op de viabiliteit van ovariële follikels en de ontwikkelingscompetentie van de eicel: een diermodel. 01/10/2011 - 06/10/2013

Abstract

In dit project zal worden onderzocht in welke mate hoge concentraties aan vrije vetzuren in het bloed, die heel typisch voorkomen bij onder meer obesitas en diabetes type II, doordringen tot in het follikelvocht en op die manier de eicel en de follikel direct beïnvloeden. De gevolgen hiervan voor het energie- en lipidenmetabolisme van het cumulus oocyte complex en voor de ontwikkelingscompetentie van de eicel, zullen worden bestudeerd. Heel specifiek wordt verder op zoek gegaan naar de mogelijke overdraagbare effecten op de kwaliteit van het resulterend preïmplantatie embryo. Op basis van recente, toonaangevende resultaten in het boviene fertiliteitsonderzoek kunnen we stellen dat het voorliggend onderzoeksvoorstel in belangrijke mate zal bijdragen tot de opheldering van de pathogenese van gedaalde fertiliteit bij vrouwen met voornoemde metabole aandoeningen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Fertiliteit en zwangerschap bij kankerpatiënten behandeld met radio- en/of chemotherapie. 01/09/2011 - 31/08/2012

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds een privé-instelling. UA levert aan de privé-instelling de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Francqui Leerstoel 2010-2011 Prof. Poul Hyttel. 01/10/2010 - 30/09/2011

Abstract

Op voorstel van de Universiteit, kent de Francqui-Stichting elk jaar twee Francqui-Leerstoelen toe aan de UAntwerpen. Deze zijn bedoeld om de uitnodiging mogelijk te maken van een Professor van een andere Belgische Universiteit of uit het buitenland, voor een reeks van tien lesuren. De Francqui-Stichting betaalt aan de titularis van een Francqui-Leerstoel het honorarium voor deze tien lessen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

De gevolgen van verhoogde vrije vetzuur concentraties in het micromilieu van eicel en zygote op metabole, genetische en epigenetische kwaliteitsparameters van het preïmplantatie-embryo. 01/07/2010 - 31/12/2014

Abstract

Een verstoord maternaal metabolisme kan de vruchtbaarheid van de moeder en de gezondheid van de nakomeling beïnvloeden. Pas nu erkent met het grote belang van de vroege ontwikkelingsfases in de pathogenese van de subfertiliteit. In dit project willen we op metabool en (epi)genetisch niveau onderzoeken wat de gevolgen zijn van langdurig verhoogde vrije vetzuur concentraties in het bloed van de moeder op de folliculogenese, de eicelontwikkelingscompetentie en de embryokwaliteit.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Wetenschappelijk onderzoek inzake voedselveiligheid, sanitair beleid en dierenwelzijn (EMBRYOSCREEN). 01/04/2010 - 28/02/2015

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds de federale overheid. UA levert aan de federale overheid de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Verbetering van de genetica van het Cubaanse melkvee als een hulpmiddel om het melkproductie potentieel te verhogen. 31/12/2009 - 11/12/2014

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds VLIR. UA levert aan VLIR de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

De invloed van de metabole status van het moederdier tijdens de bevruchting op het glucosemetabolisme van het pasgeboren kalf. 04/12/2009 - 31/10/2011

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds de Provincie Antwerpen. UA levert aan de Provincie Antwerpen de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

De directe gevolgen van verhoogde serum vrije vetzurenconcentraties op de viabiliteit van ovariële follikels en de ontwikkelingscompetentie van de eicel: diermodel. 01/10/2009 - 09/11/2011

Abstract

In dit projectvoorstel zal worden onderzocht in welke mate hoge concentraties aan vrije vetzuren in het bloed, die heel typisch voorkomen bij onder meer obesitas en diabetes type II, doordringen tot in het follikelvocht en op die manier de eicel en de follikel direct beïnvloeden. De gevolgen hiervan voor het energie- en lipidenmetabolisme van het cumulus oocyte complex en voor de ontwikkelingscompetentie van de eicel, zullen worden bestudeerd. Heel specifiek wordt verder op zoek gegaan naar de mogelijke overdraagbare effecten op de kwaliteit van het resulterend preïmplantatie embryo. Op basis van recente, toonaangevende resultaten in het boviene fertiliteitsonderzoek kunnen we stellen dat het voorliggend onderzoeksvoorstel in belangrijke mate zal bijdragen tot de opheldering van de pathogenese van gedaalde fertiliteit bij vrouwen met voornoemde metabole aandoeningen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

De directe gevolgen van vehoogde vrije verzurenconcentraties in het bloed op de viabiliteit van ovariële follikels en de ontwikkelingscompetenties van de eicel: diermodel. 01/10/2008 - 30/09/2009

Abstract

Heel wat epidemiologische studies hebben overtuigend aangetoond dat metabole veranderingen in het lichaam, geassocieerd met de wereldwijd toenemende incidentie van van obesitas, metabool syndroom of diabetes mellitus type II, nefaste gevolgen kunnen hebben op de vruchtbaarheid bij de mens. De gevolgen van met obesitas en diabetes geassocieerde hyperglycemie op de eicel- en embryokwaliteit werd reeds uitvoerig bestudeerd bij muizen en ratten. In dit onderzoeksvoorstel ligt de nadruk echter op een ander kenmerk van deze metabole aandoeningen: de hoge vrije vetzuren concentraties in het bloed. De interesse van de humane geassisteerde reproductiewereld in een bovien model dat gebruikt wordt om de effecten van verhoogde vrije vetzuren concentraties op de eicelontwikkelingscompetentie, granulosacelviabiliteit en ¿functie en de onderlinge mechanismen hiervan na te gaan , zet ons aan tot verder onderzoek.

Onderzoeker(s)

  • Promotor: Bols Peter
  • Mandaathouder: Van Hoeck Veerle

Onderzoeksgroep(en)

Verwantendiscriminatie en inteeltvermijdingsmechanismen bij de gedomesticeerde kat (Felis sylvestris catus) en de effecten van contraceptiva op het gedrag van de kattin. 01/10/2007 - 30/09/2008

Abstract

Hoewel inteelt wordt gezien als een mogelijke drijfveer van dispersie (Greenwood, 1980; Wolff 1993; Perrin & Goudet, 2001; Devillard et al., 2003), blijkt dat verwante katten zich vaak toch in elkaars nabijheid bevinden. Aangezien inteelt de fitness verlaagt, is het evolutionair gezien voordelig een secundair inteelt-vermijdingsmechanisme te ontwikkelen (Koeninger Ryan et al., 2002). Uit de studie van Ishida et al. (2001), blijkt dat kattinnen inderdaad vermijden door verwante katers bevrucht te worden. Dit impliceert dat zij onderscheid kunnen maken tussen verwante en niet-verwante dieren. In deze studie willen we nagaan of katten inderdaad dit onderscheid kunnen maken en op welke mechanismen dit gebaseerd kan zijn. Hiervan uitgaande willen we kijken of katten een inteelt-vermijdingsmechanisme hebben dat op dit onderscheid is gebaseerd. Het toedienen van bepaalde (hormonale) contraceptiva kan gedragsveranderingen veroorzaken (Gerber et al., 1973; Chapman, 1991; Hart, 1991), zodat een eventueel inteelt-vermijdingsmechanisme verstoord kan worden. Daarom zullen we de effecten van verschillende (nieuwe) contraceptiva op het paargedrag, het sociale gedrag en het dagelijkse tijdsbudget van kattinnen nagaan.

Onderzoeker(s)

  • Promotor: Nelissen Mark
  • Co-promotor: Bols Peter
  • Mandaathouder: Peeters Els

Onderzoeksgroep(en)

    Perfluoralkyl chemicaliën in de voedselketen: een beleidsondersteunende risico-analyse (PERFOOD). 01/07/2007 - 30/04/2012

    Abstract

    Dit project levert een kwantitatief model aan dat de risico's van blootstelling aan de persistente stoffen voor de volksgezondheid karakteriseert. De bijdrage van de belangrijkste eetwaren en voedselketens wordt in kaart gebracht. Op basis van deze informatie kunnen normen worden afgeleid, zonodig maatregelen worden genomen om blootstellingsroutes in te dijken en eventueel bijkomende beleidsmaatregelen te treffen (bvb. naar analogie met het consumptieverbod van in het wild gevangen paling).

    Onderzoeker(s)

    Onderzoeksgroep(en)

    Verontreiniging van de voedselketen en reproductieve stoornissen: een multidisciplinaire studie bij het rund. 01/10/2006 - 30/09/2010

    Abstract

    De impact van milieucontaminanten op de reproductie van melkvee wordt geanalyseerd via chemische en bio-analytische technieken. De bijdrage van deze contaminanten op de eicelkwaliteit wordt in vitro onderzocht en nieuwe genen worden geïdentificeerd die dienst doen als toekomstige moleculaire markers voor eicelkwaliteit. De basis voor "eicel-banking" wordt gelegd met het oog op het bewaren van eicellen met hoge bevruchtingscapaciteit.

    Onderzoeker(s)

    Onderzoeksgroep(en)

    Een onderzoek naar de invloed van Follikel Stimulerend Hormoon (FSH) en Insulin-like Growth Factor-I (IGF-I) op de folliculaire dynamiek van pre-antrale boviene ovariële follikels met behulp van transvaginale echo-geleide biopsies. 01/01/2004 - 31/12/2006

    Abstract

    Het voorliggend onderzoeksproject bij het rund heeft 3 grote doelstellingen: 1) Om een studie van de initiatie van de follikulaire groei in vivo mogelijk te maken, zal in eerste instantie een nieuwe techniek op punt gesteld worden met de bedoeling bij hetzelfde donordier herhaalde biopten van de ovariële cortex te nemen. Histologisch onderzoek van deze biopten moet ons toelaten na te gaan of er, binnen hetzelfde donordier in functie van de tijd (cyclus) een evolutie zit in de proporties van de verschillende stadia vroege follikels. Er zal gepoogd worden de biopten te nemen via een echo-geleide transvaginale punktie, een techniek die, volgens ons bekend is, nog nooit eerder is toegepast. De koe is daarbij het ideale model vanwege de mogelijke transvaginale route, die een laparoscopie overbodig maakt. 2) Ten tweede zal via histologisch onderzoek van de biopten (zie hoger) van ovaria van behandelde donoren worden bekeken in welke mate de toediening van FSH (bolus injectie of chronisch lage dosis) een invloed heeft op de proporties van de verschillende vroegste folliculaire stadia op de ovaria. 3) Finaal zal worden nagegaan of het toedienen van een intra-ovariële injectie met IGF-I in combinatie met een lage dosis FSH een gunstige invloed heeft op de initiatie van de folliculaire dynamiek. Hiertoe zullen ovariële biopten (zie hoger) van donoren die volgens dit protocol zijn behandeld histologisch worden onderzocht. Na het verwerken van de waarnemingen moeten we in staat zijn te beoordelen of de ovariële biopten ons een reproduceerbaar beeld geven van de folliculaire toestand op het ovarium en of er evoluties zijn binnen eenzelfde en tussen de verschillende donoren, in functie van de cycliciteit. De behandeling met FSH moet ons toelaten de folliculaire ontwikkelingsfase te identificeren waarop FSH zijn stimulerende activiteit op de initiatie van de folliculaire groei uitoefent én of een gelijktijdige injectie met IGF-I leidt tot een bijkomende proliferatie van de populatie van actieve follikels en de ingesloten granulosacellen.

    Onderzoeker(s)

    Onderzoeksgroep(en)

    Een onderzoek naar de mogelijkheden van ultrasoon-geleide transvaginale follikelpunctie en eicelaspiratie bij prepuberale kalveren en kleine herkauwers. 01/01/2003 - 31/12/2004

    Abstract

    Onderzoeker(s)

    Onderzoeksgroep(en)

    Een onderzoek naar mogelijke paracriene effecten van intra-ovarieel toegediend Follikel Stimulerend Hormoon (FSH) op de folliculaire dynamiek, al of niet in combinatie met een Gonadotropine Releasing Hormoon (GnRH) agonist. 01/05/2002 - 30/09/2004

    Abstract

    Onderzoeker(s)

    Onderzoeksgroep(en)