Abstract
Dit project verklaart de variatie tussen scholen wat betreft retentie/attritie van leerkrachten in Vlaanderen. Dit gebeurt door te onderzoeken hoe configuraties van schoolbeleid – met de nadruk op aanvangsbegeleiding bij de start van de loopbaan, strategisch personeelsbeleid (SPP) en ondersteunend onderwijskundig beleid (SIP) – zich verhouden tot exit/transfer attritie, zowel qua intentie als in realiteit (Ingersoll, 2001; Simon & Johnson, 2015; Nguyen et al., 2020), rekening houdend met contextuele randvoorwaarden. Attritie en het tegenovergestelde: retentie (aan boord blijven van de school) wordt geconceptualiseerd als een organisatorische uitkomst op schoolniveau, gevormd door de dynamiek tussen taakeisen (job demands) en hulpbronnen (job resources) (Demerouti et al., 2001; Bakker & Demerouti, 2017), en door de mate waarin scholen een samenhangend personeelsbeleid en ondersteunend onderwijskundig beleid voeren (Bowen & Ostroff, 2004). Het project behandelt vijf onderzoeksvragen: (RQ1) welke schoolprofielen inzake exit/transfer attritie kunnen worden onderscheiden; (RQ2) welke configuraties van schoolbeleid inzake aanvangsbegeleiding, SPP en SIP gerelateerd aan de mate van retentie in scholen, gecorrigeerd voor contextvariabelen; (RQ3) hoe functioneren SPP en SIP als (complementaire) systemen die retentie bevorderen; (RQ4) welke contextuele randvoorwaarden versterken of zwakken de verbanden tussen schoolbeleid en retentie uitkomsten af; en (RQ5) hoe variëren deze patronen naargelang het schooltype en de fase in de loopbaan, met aandacht voor beginnende leerkrachten.
Onderzoeker(s)
Onderzoeksgroep(en)
Financiering
Project type(s)