Onderzoeksgroep

Onderneming en recht

De vaste inrichting in het internationaal fiscaal recht. Begripsanalyse - De toewijzing van belastingbevoegdheid met betrekking tot ondernemingswinsten. 01/10/2002 - 30/09/2004

Abstract

Ter vaststelling van de heffingsbevoegdheid van een bepaalde Staat over de winsten die door een buitenlandse onderneming op haar grondgebied worden behaald, wordt in het internationaal fiscaal recht het concept 'vaste inrichting' gehanteerd. Dit concept, dat op het einde van de 19de eeuw werd ontwikkeld, vooronderstelt een voldoende mate van materiële aanwezigheid en economische verbonden-heid met het grondgebied waarop de activiteiten worden uitgeoefend. Doel van deze doctoraatsthesis is te onderzoeken of het concept 'vaste inrichting' thans nog een adequaat instrument is om grensoverschrijdende ondernemingswinsten te alloceren aan een bepaalde Staat. Verschillende evoluties hebben immers tot gevolg dat een onderneming niet meer fysiek c.q. niet meer langdurig aanwezig is op het grondgebied van de Staat waar de eigenlijke activiteiten worden uitgeoefend. Hierbij kan gedacht worden aan de recente ontwikkelingen op het vlak van de technologie en de communicatie (internet en elektronische handel), de steeds toenemende mate van het multinationaal ondernemingsgebeuren, de evolutie van een nationale naar een globale economie (global trading) en andere ontwikkelingen die dikwijls door fiscale overwegingen geïnspireerd zijn.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

De vaste inrichting in het internationaal fiscaal recht. 01/10/2000 - 30/09/2002

Abstract

Ter vaststelling van de heffingsbevoegdheid van een bepaalde Staat over de winsten die door een buitenlandse onderneming op haar grondgebied worden behaald, wordt in het internationaal fiscaal recht het concept 'vaste inrichting' gehanteerd. Dit concept, dat op het einde van de 19de eeuw werd ontwikkeld, vooronderstelt een voldoende mate van materiële aanwezigheid en economische verbonden-heid met het grondgebied waarop de activiteiten worden uitgeoefend. Doel van deze doctoraatsthesis is te onderzoeken of het concept 'vaste inrichting' thans nog een adequaat instrument is om grensoverschrijdende ondernemingswinsten te alloceren aan een bepaalde Staat. Verschillende evoluties hebben immers tot gevolg dat een onderneming niet meer fysiek c.q. niet meer langdurig aanwezig is op het grondgebied van de Staat waar de eigenlijke activiteiten worden uitgeoefend. Hierbij kan gedacht worden aan de recente ontwikkelingen op het vlak van de technologie en de communicatie (internet en elektronische handel), de steeds toenemende mate van het multinationaal ondernemingsgebeuren, de evolutie van een nationale naar een globale economie (global trading) en andere ontwikkelingen die dikwijls door fiscale overwegingen geïnspireerd zijn.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)