Onderzoeksgroep

Instituut Joodse Studies

Expertise

De studie van het jodendom in de breedste betekenis van de term en vanuit een veelheid aan benaderingen.

Literaturen zonder grenzen. Een historisch-vergelijkende studie van premoderne literaire transnationaliteit. 01/01/2021 - 31/12/2025

Abstract

De Wetenschappelijk Onderzoeksgemeenschap (WOG) "Literaturen zonder Grenzen. Een historisch-vergelijkende studie van premoderne literaire transnationaliteit" zal gefinancierd worden door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek Vlaanderen (FWO) voor een periode van 5 jaar (met mogelijke verlengingen) in 2021-2026. Het netwerk heeft tot doel de banden tussen 16 Vlaamse en internationale onderzoekseenheden te versterken via de financiering van workshops (of seminaries / webinars), conferenties en publicaties. De onderzoekseenheid RELICS (Researchers of European Literary Identities, Cosmopolitanism and the Schools) zal als kern fungeren en verantwoordelijk zijn voor de algemene coördinatie van het project. De focus van het WOG-project ligt op postklassieke, premoderne literaturen met een transnationaal karakter in Noord-Afrika, het Midden-Oosten en Europa: Latijn, Byzantijns Grieks, Arabisch en Hebreeuws-Jiddisch-Ladino. Naast de belangrijke vraag hoe deze vier literaturen met elkaar in contact kwamen, werden in de projectaanvraag vier kernvragen naar voren gebracht: 1. Hoe geven deze literaturen -impliciet of expliciet- blijk van hun bewustzijn van hun transnationale functie en hun supralokale literaire cultuur? 2. Welke literair-culturele actoren waren verantwoordelijk voor het uitoefenen van deze invloed? 3. Op welke manieren wordt het transnationale functioneren van de vier literaturen weerspiegeld binnen en gevormd door esthetische en narratieve tendensen? 4. Kan een conceptueel kader worden ontwikkeld dat premodern literair transnationalisme beter karakteriseert, definieert en begrijpt dan bestaande paradigma's? De 16 betrokken partners zijn: • RELICS (UGent) • Institute for the Study of the Transmission of Texts, Ideas and Images in Antiquity, the Middle Ages and the Renaissance-LECTIO (KU Leuven) • Greek and Cultural Studies (KU Leuven) • Institute of Jewish Studies (Universiteit Antwerpen) • East-Asian and Arabic Studies (KU Leuven) • Centre for Literary and Intermedial Crossings (VUB Brussel) • Mamluk History and Culture (UGent) • Centre for Medieval Literature (University of York en University of Southern Denmark) • Department of Hebrew and Jewish Studies (Universiteit van Amsterdam) • Islamolatina-La percepcion del Islam en la Europa latina (Universitat Autònoma de Barcelona) • TransLatin (Huygens Instituut ING Amsterdam) • Jewish Studies in Antiquity and the Middle Ages (Open University of Israel) • Arabic Language Networks from the Mediterranean to the Indian Ocean (Durham University, UK) • Centre for Medieval and Early Modern Studies (University of Kent) • Ludwig Boltzmann Institut für Neulateinische Studien(Universität Innsbruck)

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Een continuüm van verlies: productieve melancholie en onoplosbaar verlies in de twintigste-eeuwse elegie. 01/01/2021 - 01/07/2021

Abstract

Ik stel voor om tijdens mijn verblijf aan het Instituut voor Joodse Studies in Antwerpen (België) onderzoek uit te voeren en een hoofdstuk van mijn proefschrift te schrijven over elegie in het late werk van de 20ste-eeuwse Duitstalige dichter Paul Celan. Het Instituut zal de nodige ondersteuning voor het project bieden in de vorm van bibliografisch en archiefmateriaal, evenals door het academisch mentorschap door professor Vivian Liska, directeur van het Instituut en Celan-deskundige. Ik voorzie om mijn ideeën verder uit te werken en mijn professioneel netwerk van huidige en nieuwe onderzoekers in het domein van Joodse Studies uit te breiden, o.a. door het samenwerken met andere doctoraatsstudenten in residentie. Verder zal ik werken met studenten in een tutorial over poëzie na 1945. De centrale ligging in Europa van het Instituut is cruciaal voor het pan-Europese domein van Celan Studies. Het biedt eenvoudige toegang tot conferenties ter gelegenheid van het 50-jarig overlijden van de dichter gedurende de voorgestelde onderzoeksperiode. Het Instituut is ook slechts twee uur reistijd gelegen van zowel de grote Paul Celan-archieven in Parijs (Frankrijk) als in Marbach (Duitsland). Dankzij mijn verblijf aan het Instituut hoop ik een onderzoekswerk te kunnen produceren dat zowel de studie van deze belangrijke literaire figuur als de studie van elegie en de literaire voorstelling van verlies in meer brede zin zal versterken.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

21ste-eeuwse literatuur en de Holocaust. Een vergelijkend en meertalig perspectief. 01/09/2020 - 30/09/2023

Abstract

Met het oog op de wereldwijde proliferatie van (en nieuwe bedreigingen voor) de Holocaust-herinnering, richt dit multilaterale project zich op de culturele, sociologische en biografische diversiteit van posities die worden ingenomen door hedendaagse - joodse en niet-joodse - schrijvers die zich bezighouden met de Shoah. Ruimtelijk gezien is het project georganiseerd rond een Oost-West-as die drie grote (Duits, Russisch en Engels) en drie kleinere talen (Pools, Nederlands en Hebreeuws) en zes overeenkomstige geografische gebieden (Duitsland, Rusland, de VS, Polen, de Lage Landen en Israël) omvat. Door het eerste kwart van de 21ste eeuw als primair tijdsbestek te nemen biedt het project een geïntegreerd vergelijkend raamwerk dat tracht de tijd-en-plaatspecificiteit van de Holocaust-representatie te verzoenen met de gelijktijdige circulatie van bepaalde literaire stijlfiguren, genres en strategieën over taal- en nationale grenzen heen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Thuis als ruimte en tekst in de Hebreeuwse Bijbel 01/10/2017 - 13/02/2022

Abstract

De Hebreeuwse Bijbel, bezijden andere functies, verhaalt de reis van een volk op zoek naar een thuis. In de Bijbelwetenschappen is dit thuisconcept onlosmakelijk verbonden met de notie van ballingschap. Eerder onderzoek heeft de ervaring van de ballingschap uitvoerig beschreven, daarbij steunend op zowel socio-historische kaders als literaire en postmoderne theorie. In de meerderheid van de studies wordt 'thuis' in het algemeen gerepresenteerd door de afwezigheid ervan; het wordt beschouwd als een sociale categorie die opgeroepen wordt door de tekst maar er finaal buiten bestaat. Voortbouwend op deze inzichten neemt het huidige project een ander uitgangspunt: het beschouwt de eigenlijke thuisplek, eerder dan het gebrek daaraan. Verder stelt het een andere benadering voor, i.e., een benadering gebaseerd op Text World Theory, die focust op de tekstueel-conceptuele thuis gegenereerd door de Bijbelse tekst eerder dan de tekst-externe realiteit. Door middel van een cognitief-stilistische analyse beoogt de studie inzicht te verwerven in de Bijbelse 'thuis' zowel in niet-exilische als exilische omstandigheden. Drie specifieke doelstellingen drijven het project: i) de linguïstisch-literaire eigenschappen van de tekstuele thuis van de Hebreeuwse Bijbel bepalen; ii) de aanpassingen aan deze notie van thuis in relatie tot veranderende fysieke omstandigheden analyseren; en iii) een licht werpen op de rol van steden in het tot stand brengen van een thuis in de tekst. De bijdrage van het project zal tweeledig zijn: i) het project biedt inzicht in 'textual homes' en 'texts as homes' in de Hebreeuwse Bijbel; en ii) het ontwikkelt een Text World Theory kader op maat gemaakt voor de Bijbelse tekst.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Literatuur, waarheid en betekenis. 01/10/2017 - 30/09/2020

Abstract

In de literatuurfilosofie is de relatie tussen literatuur en waarheid één van de meest bediscussieerde onderwerpen. Filosofen hebben deze relatie op verschillende manieren gearticuleerd, maar het is opmerkelijk dat ze deze relatie doorgaans onderzoeken op basis van de realistische roman van de 19e eeuw. De roman heeft in het modernisme echter een belangrijke transformatie ondergaan, waardoor vele filosofische theorieën over de waarheidswaarde van de roman niet in staat zijn een plaats toe te kennen aan literaire werken uit de 20e of 21e eeuw. Dit onderzoek focust daarom op de waarheidswaarde van de roman, vertrekkende vanuit de modernistische roman. In het bijzonder zullen hiervoor hermeneutische en deconstructionistische theorieën over de (modernistische) roman en diens relatie tot waarheid onderzocht worden.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Stedelijke ervaring in het Derde Rijk: een topopoëtische analyse van Duits-Joodse autobiografische literatuur uit Breslau 01/10/2017 - 30/09/2019

Abstract

Dit onderzoeksproject tracht op een contextueel en tekstueel niveau te onderzoeken hoe de Duits-joodse stedelijke ervaring in autobiografische literatuur uit Breslau tijdens het Derde Rijk wordt weergegeven. In het Derde Rijk was de relatie tussen 'Arisch' en 'Joods' gestructureerd in en door ruimte. De stedelijke ruimte van Breslau zoals die gerepresenteerd wordt door het autobiografische ik is dus noch een negatieve beperking, noch een passieve achtergrond waartegen antisemitisme in de stad gewoon plaatsvindt. Zoals in dit onderzoeksproject aangetoond zal worden, waren ruimtelijke vormen en ruimtelijke strategieën een actief element van de raciale segregatie en destructie van de joodse gemeenschap. Stedelijke ruimtelijke moet daardoor gezien worden als méér dan een sociaal gegeven, het is, in de context van vervolging, een narratieve constructie in de Joods-Duitse literatuur dat imaginaire voorstellingen van alternatieve, tegendraadse ruimtes opwekt. Bijgevolg moet men er rekening mee houden dat mentale processen gevormd worden door ruimte, wat in geschreven en gesproken taal tot uiting komt. Hieruit volgt dat, steunend op inzichten vanuit de 'geokritiek' (Westphal), de literaire analyse van de weergave van Duits-Joodse heterotopieën nieuw licht zal werpen op de ervaring van raciale segregatie en de tekstuele specificiteit van Joodse autobiografische literatuur tijdens het nationaalsocialisme.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

De Duits-joodse stedelijke ervaring in het Derde Rijk: Heterotopieën in autobiografische literatuur uit Breslau. 01/10/2016 - 30/09/2017

Abstract

Dit onderzoeksproject onderzoekt uit literatuurwetenschappelijk perspectief de tekstuele weergave van nationaalsocialistische stedelijke ruimte en dagdagelijkse stedelijke ervaring in de Duits-joodse autobiografische literatuur. Dagelijks leven is altijd gebonden aan een lokale context en zodoende verbonden met specifieke plaatsen. Breslau, de thuis van de derde grootste joodse gemeenschap in het Duitse Rijk, werd het Poolse Wroclaw na 1945. Ondanks de vele prominente Duits-joodse intellectuelen zoals Fritz Stern, Walter Laqueur of Ignatz Bubis die uit de hoofdstad van Silezië stammen, wekte de geschiedenis van Breslau onder het nationaalsocialisme gedurende vele decennia slechts weinig wetenschappelijke interesse. Het ruimtelijke perspectief op antisemitisme in deze stad zal verbonden worden met de ruimtelijke zelforiëntatie van de dagboekauteurs. De tekstuele representatie van stedelijke ruimte in het nationaalsocialisme is geen passieve oppervlakte waarop antisemitisme in de stad gewoon plaatsvindt. Integendeel, joodse autobiografische literatuur houdt zich bezig met de verschillende plaatsen in Breslau die worden verbonden met herinneringen van de publieke en private geschiedenis. Na 1933 veroorzaakte de inperking van de joodse leefwereld – als gevolg van de productie van een specifieke nationaalsocialistische ruimte – een reeks joodse tactieken waarbij herhaaldelijk geprobeerd werd hun geleefde ruimte heruit te vinden. Deze tactieken zijn rechtstreeks gelinkt aan de loci van joodse uitsluiting. Het autobiografische corpus is doorspekt met lange beschrijvingen van wandelingen, gedetailleerde portretten van het stadsleven in Breslau en met herinneringen hieraan van voor 1933 alsook toenemende beschrijvingen van steeds enger wordende ruimtes. Deze paper stelt dat – opdat de nationaalsocialisten Breslau in een waardige Oost-Duitse stad konden veranderen en de "joodsheid" konden elimineren – de joodse bevolking niet enkel fysiek verwijderd moest worden, maar ook de publieke en private ruimte in de stad moest worden gewijzigd/herzien. Om een theoretisch kader voor te stellen om de spanning tussen ruimtelijke ondergeschiktheid en tactische wederopeising van verloren ruimte in Breslau te onderzoeken, zal gebruik gemaakt worden van Michel Foucaults heterotopie-concept, als een microcosmos die een diepe en ambivalente relatie met de wereld in het algemeen en de sfeer van de utopie vestigt. Joodse heterotopieën zoals de 'bibliotheek', de 'begraafplaats', de 'synagoge' tussen 1933 en 1943 – het laatste transport naar Auschwitz vertrok in Breslau op 5 maart 1943 – keren de centrum-periferie-logica om en worden gebruikt om restanten/overblijfselen van een burgerlijke habitus te bewaren en om verder persoonlijkheid uit te drukken. Door een "close reading" van de tekstuele voorstelling van de heterotopie zal de metaforische deixis van de joodse stedelijke ervaring en het nationaalsocialistische Breslau geschetst worden. Terugkerende verschijningen en metaforen zoals "trap", "raam", "muur", "façade", "spiegel", "doolhof" zijn informatief voor de mentale waarnemingsmodaliteiten (Wahrnehmungspositive) en de zelforiëntatie van de Duits-joodse auteurs. Op deze manier benadrukken we zowel ruimtelijk-politieke grenzen en controle in de stad – barrières, palen, borden – als de niet-aangeduide grenzen die de joodse en Duitse inwoners van Breslau scheiden om te tonen hoe uitsluiting tekstueel gezien wordt weergegeven door verschillende knooppunten van verschil die hun marginaliteit vermengen en compliceren.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Literatuur, waarheid en betekenis. 01/10/2015 - 13/01/2018

Abstract

In de literatuurfilosofie is de relatie tussen literatuur en waarheid één van de meest bediscussieerde onderwerpen. Filosofen hebben deze relatie op verschillende manieren gearticuleerd, maar het is opmerkelijk dat ze deze relatie doorgaans onderzoeken op basis van de realistische roman van de 19e eeuw. De roman heeft in het modernisme echter een belangrijke transformatie ondergaan, waardoor vele filosofische theorieën over de waarheidswaarde van de roman niet in staat zijn een plaats toe te kennen aan literaire werken uit de 20e of 21e eeuw. Dit onderzoek focust daarom op de waarheidswaarde van de roman, vertrekkende vanuit de modernistische roman. In het bijzonder zullen hiervoor hermeneutische en deconstructionistische theorieën over de (modernistische) roman en diens relatie tot waarheid onderzocht worden.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Constructie en destructie: het beeld van de stad van de vijand in de Hebreeuwse Bijbel. 01/10/2014 - 31/08/2018

Abstract

Dit project betreft fundamenteel kennisgrensverleggend onderzoek gefinancierd door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek-Vlaanderen. Het project werd betoelaagd na selectie door het bevoegde FWO-expertpanel.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Joodse Natie – Zionistische Staat – Goddelijke Wet: De Kritische Politieke Theologie van de Joodse Dialogische Filosofie. 01/10/2014 - 30/09/2015

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht toegekend door de Universiteit Antwerpen. De promotor levert de Universiteit Antwerpen de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd door de universiteit.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Narratieve vervreemding en literaire theorie. De casus van Kafka's impact op Blanchots fictioneel en kritisch oeuvre. 01/01/2014 - 31/12/2017

Abstract

Dit project betreft fundamenteel kennisgrensverleggend onderzoek gefinancierd door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek-Vlaanderen. Het project werd betoelaagd na selectie door het bevoegde FWO-expertpanel.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Wetenschappelijke opdracht ikv boekproject 'A Tenuous Legacy. Confronting the Jewish Tradition in Modern Thought'. 01/01/2013 - 30/06/2013

Abstract

Dit project betreft fundamenteel kennisgrensverleggend onderzoek gefinancierd door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek-Vlaanderen. Het project werd betoelaagd na selectie door het bevoegde FWO-expertpanel. German-Jewish Thought and its Aftermath. A Tenuous Legacy. Synopsis van het boek Verwijzingen naar de joodse traditie spelen een cruciale rol in de conceptualisering van de moderniteit door prominente denkers van de vorige eeuw. Mijn boek schetst de veranderende vorm, het lot en de functie van een aantal belangrijke concepten van deze traditie, zoals Ballingschap, Herinnering, Verlossing, Wet en Traditie zelf – in drie verschillende periodes: het modernisme, het postmodernisme in zijn deconstructieve variant, en de huidige periode die aanvangt bij het begin van de 21ste eeuw. Aspecten van de joodse traditie zoals opgenomen in de werken van denkers en schrijvers uit de vroege 20ste eeuw, hadden een sterke invloed op hun conceptualisatie van de moderniteit. Deze invloed neemt in eerste instantie de vorm aan van een complexe en ambivalente bevraging van de Verlichting. Deze kritiek is noch regressief of conservatief, noch progressief, maar genereert alternatieve ideeën van de moderne persoon in zijn begrip van zichzelf, van de ander, van de geschiedenis, van het transcendente, en, last but not least, van de traditie zelf. De postmodernistische denkers die de tweede fase van mijn studie uitmaken, putten nog steeds sterk uit de joodse dimensie van hun modernistische voorgangers. Recenter werden hun standpunten in twijfel getrokken of afgewezen vanuit verschillende posities in de derde fase, die soms wordt aangeduid als "post-theorie" maar waar tot op heden geen consensus over de benaming is bereikt. De modernistische schrijvers en denkers die ik beschouw – Franz Kafka, Walter Benjamin, Gershom Scholem, Paul Celan en anderen – vormen de groep van Duits-joodse voorstanders van een joodse moderniteit die door Stephane Moses aangeduid wordt als "kritische moderniteit" in tegenstelling tot een "normatieve moderniteit". De correlaties tussen de joodse traditie en de moderniteit zoals beschreven en ontwikkeld in de geschriften van deze Duits-joodse auteurs, werden op verschillende manieren opgenomen in de poststructuralistische context van de jaren 1970 tot de jaren 1990. Hier verwijs ik naar zowel joodse als niet-joodse, voornamelijk Franse, denkers zoals Emmanuel Lévinas, Maurice Blanchot, Jean-François Lyotard, en Jacques Derrida. Aan het begin van de 21ste eeuw echter beweren een aantal invloedrijke denkers zoals Giorgio Agamben, Slavoj Zizek, en Alain Badiou een nieuwe manier van denken te creëren die verschilt van de benaderingen van zowel hun modernistische als hun postmodernistische voorlopers. Tegelijkertijd nemen denkers en onderzoekers in Joodse Studies afstand van de modernistische Duits-joodse denkers en bekritiseren wat zij beschouwen als hun overdreven geassimileerde, verwesterde en eurocentrische standpunten. Als gevolg van deze ontwikkelingen bestaat de kans dat de ontmoeting tussen de joodse traditie en de Europese moderniteit die de eerste generatie denkers kenmerkte, en nog steeds aanwezig was in de tweede, verloren raakt. In mijn boek zal ik deze actuele ontwikkelingen, en de uitdaging die ze vormen voor het begrip van de moderniteit zoals ontwikkeld vanaf Kafka's generatie tot aan die van Derrida, verkennen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Die Kreatur: Interreligieuze dialoog en de politieke-theologie van die Kreatur in de Weimarrepubliek (1926-1930). 01/12/2011 - 31/10/2012

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds Rothschild Foundation. UA levert aan Rothschild Foundation de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Tussen techné en techniek. Hannah Arendt, Günther Anders, Herbert Marcuse en Hans Jonas. 01/10/2011 - 30/09/2013

Abstract

Heideggers kortstondige omhelzing van het nationaalsocialisme heeft een belangrijke impact gehad op de receptie van zijn wijsgerig oeuvre en dat van diegenen die door zijn denken zijn beïnvloed. In een aantal recente studies heeft men deze problematiek uitgewerkt met betrekking tot het leven en werk van een aantal van zijn joodse studenten. Hoewel hierin enerzijds wordt aangetoond dat hun denken op diepgaande wijze door Heidegger beïnvloed is gebleven en anderzijds dat hun werk grotendeels begrepen kan worden als een reactie op tekortkomingen in Heideggers denken, wordt er echter nergens ingegaan op deze confrontatie in de context van de thematiek die Heidegger in de Einführung in die Metaphysik zelf expliciet heeft aangegrepen als legitimering voor zijn sympathie voor de nationaalsocialistische beweging, namelijk de moderne techniek. In dit onderzoek zal daarom geanalyseerd worden hoe de techniekfilosofie van aantal van Heideggers joodse studenten -Hannah Arendt, Günther Anders, Herbert Marcuse en Hans Jonas- begrepen kan worden als een kritische uitwerking van Heideggers vroege denken van de techniek.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Publicatie: "Fremde Gemeinschaften. Deutsch-jüdische Literatur der Moderne". 08/03/2011 - 31/12/2011

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht toegekend door de Universiteit Antwerpen. De promotor levert de Universiteit Antwerpen de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd door de universiteit.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Waarom Kafka? Over de concepten 'singulariteit' en 'universaliteit' in de filosofische receptie van zijn werk. 01/01/2011 - 31/12/2014

Abstract

Dit project betreft fundamenteel kennisgrensverleggend onderzoek gefinancierd door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek-Vlaanderen. Het project werd betoelaagd na selectie door het bevoegde FWO-expertpanel.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Tussen Techné en Techniek. Hannah Arendt, Günther Anders, Herbert Marcuse en Hans Jonas. 01/10/2009 - 30/09/2011

Abstract

Heideggers kortstondige omhelzing van het nationaalsocialisme heeft een belangrijke impact gehad op de receptie van zijn wijsgerig oeuvre en dat van diegenen die door zijn denken zijn beïnvloed. In een aantal recente studies heeft men deze problematiek uitgewerkt met betrekking tot het leven en werk van een aantal van zijn joodse studenten. Hoewel hierin enerzijds wordt aangetoond dat hun denken op diepgaande wijze door Heidegger beïnvloed is gebleven en anderzijds dat hun werk grotendeels begrepen kan worden als een reactie op tekortkomingen in Heideggers denken, wordt er echter nergens ingegaan op deze confrontatie in de context van de thematiek die Heidegger in de Einführung in die Metaphysik zelf expliciet heeft aangegrepen als legitimering voor zijn sympathie voor de nationaalsocialistische beweging, namelijk de moderne techniek. In dit onderzoek zal daarom geanalyseerd worden hoe de techniekfilosofie van aantal van Heideggers joodse studenten -Hannah Arendt, Günther Anders, Herbert Marcuse en Hans Jonas- begrepen kan worden als een kritische uitwerking van Heideggers vroege denken van de techniek.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Leerstoel UCSIA-IJS/UA Joods-Christelijke verhoudingen. 01/10/2008 - 30/09/2013

Abstract

Het doel van de leerstoel is de bevordering van de studie van de geschiedenis van het Jodendom en de hebraïstiek vanuit perspectief van de joods-christelijke dialoog om aldus de plaats van deze traditie binnen de hedendaagse Europese cultuur te duiden en haar bijdrage tot de interreligieuze dialoog te onderzoeken.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Tikkun en techné. Een onderzoek naar de joodse bijdrage tot de vraag naar de techniek. 01/10/2008 - 30/09/2009

Abstract

Onze maatschappij is doordrongen van techniek en dat niet alleen door de kwantitatieve verbreiding van apparaten en machines, maar ook en vooral omdat onze manier van denken en handelen een kwalitatieve verandering doormaakt. Hoewel deze vertechnisering van de maatschappij vooral een modern fenomeen is, vinden we zowel in Plato als in Aristoteles veelvuldig verwijzingen naar techné terug. Via de neoplatoonse en neo-aristotelische traditie, en vooral via Heideggers heropname van dit thema, werkt het conceptueel kader van deze Griekse technéopvatting tot vandaag door in de techniekfilosofie. Deze dualistische erfenis maakt dat moderne en hedendaagse benaderingen techniek vaak als een aan de mens en cultuur extern fenomeen blijven beschouwen. In dit onderzoek zal de stelling centraal staan dat vanuit het joodse denken een alternatieve benadering kan ontwikkeld worden die bijzonder vruchtbaar is om de ontwikkelingen in de hedendaagse techniek te denken.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Sentimentalisme en Modernisme in stille Amerikaanse narratieve cinema: de films van Frances Marion (1914-1928). 01/10/2007 - 30/09/2010

Abstract

Dit onderzoeksproject stelt zich tot doel een meer complexe invulling van de relatie tussen film en moderniteit te formuleren. Het verband tussen film en moderniteit ' in de `modernity thesis' van David Bordwell omschreven als film als moderniteit, een deel van moderniteit en een gevolg van moderniteit ' kan herzien worden en aangevuld met alternatieve en soms tegenstrijdige invloeden. De esthetische respons op de moderniteitgedachte vervat in het modernisme, presenteerde zichzelf als een belichaming van het `nieuwe' en als een radicale breuk met het verleden, waardoor het zichzelf expliciet positioneerde tegen het sentimentalisme, de dominante culturele expressie uit de vorige eeuw. Het sentimentalisme, geassocieerd met een vrouwelijk publiek en vrouwelijke auteurs, werd door het modernisme gelijkgeschakeld met Victoriaanse waarden en normen en als dusdanig verworpen. Met het bewuste oxymoron `sentimental modernism' heeft Suzanne Clark echter aangetoond dat er binnen de modernistische literatuur geproduceerd door vrouwen nog sporen terug te vinden zijn van deze domestieke traditie, dat zij een bredere, inclusieve meer complexe invulling geven aan de problematische term `modernisme'. Deze alternatieve notie van modernisme geldt ook voor vroege stille klassieke film. In de beginjaren van Hollywood werd vijftig procent van de geproduceerde films geschreven door vrouwen. Deze succesvolle scenaristen putten inspiratie uit de novelles, kortverhalen en toneelstukken uit de vorige eeuw die waren geschreven binnen een sentimentele traditie en die populair, melodramatisch (sensationeel en affectief) waren en zich richtten op een breed vrouwelijk publiek. Naast moderne eigenschappen zoals de productietechniek, een fascinatie met moderne technologieën, montagetechnieken en moderne fenomenen (`flappers', de Nieuwe Vrouw, suffragettes, urbanisatie, kapitalisme, WW1), vertoonde vroege film ook sentimentele aspecten. Het werk van scenariste Frances Marion, de meest succesvolle schrijfster in Hollywood gedurende de stille periode, is exemplarisch voor deze vaststelling. Haar werk binnen Hollywood (van circa 1916 tot 1929) toont aan dat het moderne medium film kan gezien worden als een gedeeltelijke voorzetting van een sentimentele esthetiek, zonder daarbij in te boeten als een moderne en modernistische expressie.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Tikkun en Tekhne: joodse antwoorden op Heidegger's 'Frage nach der Technik'. 01/07/2007 - 30/09/2007

Abstract

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Woordspel in de Hebreeuwse Bijbel en de versiones antiquae 01/02/2007 - 31/01/2009

Abstract

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Tekst en muziek in transformatie en interactie. Een onderzoek naar de relatie tussen de vroeg-20ste-eeuwse Duitse poëzie en Arnold Schönbergs vrij-atonale compositietechniek. 01/01/2007 - 31/12/2008

Abstract

Doel van het project is een analyse van de relatie tussen enerzijds de compositietechnische strategieën in de vrij-atonale werken van Arnold Schönberg en anderzijds de kenmerken van de hiermee verbonden Duitstalige poëzie. Aan de hand van een grondige analytische studie van zowel de muziekpartituur als de getoonzette gedichten (vorm, structuur, inhoud) zal nagegaan worden op welke manier bepaalde aspecten van de contemporaine poëzie mogelijk richtinggevend geweest zijn voor de muzikale compositie.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Walter Benjamin's Theorie van het Eingedenken. 01/01/2007 - 31/03/2007

Abstract

Een studie van de theologische en ethische aspecten van het filosofische werk van Walter Benjamin, met name zijn theorie van hot Eingedenken (commemoratie, rouw, herdenken). Professor Hanssen zal Benjamins werk in verband brengen met andere ethische denkers, zoals Kierkegaard, Buber en Levinas, en met name onderzoeken hoe Benj amins motief van het Eindenken, ontwikkeld tijdens zijn exiel in Parijs, werd overgenomen in het werk van socioloog Juergen Habermas en theoloog J. B. Metz.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Het perspectief van het kind in literaire teksten over de Holocaust. 01/10/2006 - 30/09/2010

Abstract

Dit project analyseert de eigenschappen, functies en werking van het kindperspectief in de Holocaustliteratuur. Het is vrijblijvend noch toevallig dat een groot aantal teksten over de Holocaust deze narratologische strategie kiest. Het met onschuld, onwetendheid en kwetsbaarheid geassocieerde kind contrasteert maximaal met het extreme, berekend geweld van de Holocaust.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Sentimentalisme en Modernisme in de Vroege Amerikaanse Narratieve Cinema (1915-1928): De films van Frances Marion. 01/10/2005 - 30/09/2007

Abstract

Dit onderzoeksproject stelt zich tot doel een meer complexe invulling van de relatie tussen film en moderniteit te formuleren. Het verband tussen film en moderniteit ' in de `modernity thesis' van David Bordwell omschreven als film als moderniteit, een deel van moderniteit en een gevolg van moderniteit ' kan herzien worden en aangevuld met alternatieve en soms tegenstrijdige invloeden. De esthetische respons op de moderniteitgedachte vervat in het modernisme, presenteerde zichzelf als een belichaming van het `nieuwe' en als een radicale breuk met het verleden, waardoor het zichzelf expliciet positioneerde tegen het sentimentalisme, de dominante culturele expressie uit de vorige eeuw. Het sentimentalisme, geassocieerd met een vrouwelijk publiek en vrouwelijke auteurs, werd door het modernisme gelijkgeschakeld met Victoriaanse waarden en normen en als dusdanig verworpen. Met het bewuste oxymoron `sentimental modernism' heeft Suzanne Clark echter aangetoond dat er binnen de modernistische literatuur geproduceerd door vrouwen nog sporen terug te vinden zijn van deze domestieke traditie, dat zij een bredere, inclusieve meer complexe invulling geven aan de problematische term `modernisme'. Deze alternatieve notie van modernisme geldt ook voor vroege stille klassieke film. In de beginjaren van Hollywood werd vijftig procent van de geproduceerde films geschreven door vrouwen. Deze succesvolle scenaristen putten inspiratie uit de novelles, kortverhalen en toneelstukken uit de vorige eeuw die waren geschreven binnen een sentimentele traditie en die populair, melodramatisch (sensationeel en affectief) waren en zich richtten op een breed vrouwelijk publiek. Naast moderne eigenschappen zoals de productietechniek, een fascinatie met moderne technologieën, montagetechnieken en moderne fenomenen (`flappers', de Nieuwe Vrouw, suffragettes, urbanisatie, kapitalisme, WW1), vertoonde vroege film ook sentimentele aspecten. Het werk van scenariste Frances Marion, de meest succesvolle schrijfster in Hollywood gedurende de stille periode, is exemplarisch voor deze vaststelling. Haar werk binnen Hollywood (van circa 1916 tot 1929) toont aan dat het moderne medium film kan gezien worden als een gedeeltelijke voorzetting van een sentimentele esthetiek, zonder daarbij in te boeten als een moderne en modernistische expressie.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Sentimentalisme en Modernisme in de Vroege Amerikaanse Narratieve Cinema : De films van Frances Marion. 01/10/2004 - 30/09/2005

Abstract

Dit onderzoeksproject stelt zich tot doel een meer complexe invulling van de relatie tussen film en moderniteit te formuleren. Het verband tussen film en moderniteit ' in de `modernity thesis' van David Bordwell omschreven als film als moderniteit, een deel van moderniteit en een gevolg van moderniteit ' kan herzien worden en aangevuld met alternatieve en soms tegenstrijdige invloeden. De esthetische respons op de moderniteitgedachte vervat in het modernisme, presenteerde zichzelf als een belichaming van het `nieuwe' en als een radicale breuk met het verleden, waardoor het zichzelf expliciet positioneerde tegen het sentimentalisme, de dominante culturele expressie uit de vorige eeuw. Het sentimentalisme, geassocieerd met een vrouwelijk publiek en vrouwelijke auteurs, werd door het modernisme gelijkgeschakeld met Victoriaanse waarden en normen en als dusdanig verworpen. Met het bewuste oxymoron `sentimental modernism' heeft Suzanne Clark echter aangetoond dat er binnen de modernistische literatuur geproduceerd door vrouwen nog sporen terug te vinden zijn van deze domestieke traditie, dat zij een bredere, inclusieve meer complexe invulling geven aan de problematische term `modernisme'. Deze alternatieve notie van modernisme geldt ook voor vroege stille klassieke film. In de beginjaren van Hollywood werd vijftig procent van de geproduceerde films geschreven door vrouwen. Deze succesvolle scenaristen putten inspiratie uit de novelles, kortverhalen en toneelstukken uit de vorige eeuw die waren geschreven binnen een sentimentele traditie en die populair, melodramatisch (sensationeel en affectief) waren en zich richtten op een breed vrouwelijk publiek. Naast moderne eigenschappen zoals de productietechniek, een fascinatie met moderne technologieën, montagetechnieken en moderne fenomenen (`flappers', de Nieuwe Vrouw, suffragettes, urbanisatie, kapitalisme, WW1), vertoonde vroege film ook sentimentele aspecten. Het werk van scenariste Frances Marion, de meest succesvolle schrijfster in Hollywood gedurende de stille periode, is exemplarisch voor deze vaststelling. Haar werk binnen Hollywood (van circa 1916 tot 1929) toont aan dat het moderne medium film kan gezien worden als een gedeeltelijke voorzetting van een sentimentele esthetiek, zonder daarbij in te boeten als een moderne en modernistische expressie.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Joodse identiteit in de DDR(-literatuur). 01/09/2003 - 31/08/2004

Abstract

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Flandern in Not. Een onderzoek naar de beeldvorming rond Vlaanderen in Nazi-Duitsland (1933-1945). 01/01/2003 - 31/12/2004

Abstract

Deze studie beoogt de analyse van de beeldvorming rond Vlaanderen in Nazi-Duitsland. Deze beeldvorming zal onderzocht worden vanuit verschillende invalshoeken in een gevarieerd corpus van Duitstalige boeken en tijdschriften uit de periode 1933-1945: met betrekking tot de inhoud (terugkerende themata, synchrone incon-sistenties en diachrone veranderingen), met betrekking tot de vorm (beeldgebruik, genres, narratologische structuren, pragmatische strategieën, intertekstuele verwijzingen') en met betrekking tot de specificiteit van fictie in de constructie van dit beeld. Aansluitend wordt de wisselwerking van deze beeldvorming met een ruimer historisch en politiek-ideologisch kader onderzocht.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Ontsluiting van de kinderkamer : dislocatie van het kindmotief in de actuele, westerse jeugdliteratuur. 01/10/2002 - 30/09/2004

Abstract

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Asielloze wereld: exil en vlucht in Lion Feuchtwanger's Exil, Anna Seghers' Transit en Albert Drach's Unsentimentale Reise 01/04/2002 - 31/03/2006

Abstract

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

    Flandern in Deutscher Sicht. Een onderzoek naar de beeldvorming rond 'Vlaanderen' en de 'Vlaamse literatuur' in Nazi-Duitsland (1933-1945). 01/06/2001 - 30/09/2002

    Abstract

    Onderzoeker(s)

    Onderzoeksgroep(en)

      Ontsluiting van de kinderkamer : dislocatie van het kindtopos in de Nederlandstalige en Duitstalige jeugdliteratuur van 1990 tot 1999. 01/10/2000 - 30/09/2002

      Abstract

      Onderzoeker(s)

      Onderzoeksgroep(en)

        Modernism in de context van de ICLA-reeks over de belangrijkste perioden in de literatuurgeschiedenis. 01/10/1999 - 30/09/2001

        Abstract

        Om het literaire modernisme als periode en als poëtica, als concept en als canon te onderzoeken vanuit een perspectief dat recht doet aan de modernistische erfenis en gelijktijdig de relevantie ervan in onze hedendaagse context hernieuwt, analyseert het project de wisselwerking tussen recente literaire theorieën (formalisme, poststructuralisme, gender studies etc.) en modernistische poëtica.

        Onderzoeker(s)

        Onderzoeksgroep(en)