Kerncompetenties

Kerncompetentie 1 | De masters analyseren communicatie in professionele settings. De masters zijn in staat taalgebruik en taalbeheersing in professionele settings te analyseren: zowel de interne als de externe communicatie van bedrijven, overheidsorganisaties en not‐for‐profitbedrijven. Ze kunnen beargumenteerde analyses maken van mondelinge en schriftelijke communicatievormen aan de hand van recente theoretische inzichten (communicatieplannen, professionele rapporten, slechtnieuwscommunicatie, crisiscommunicatie, feedbackgesprekken, …). Ze kunnen onderzoeken of de communicatie van een organisatie rijmt met de visie, missie en waarden van die organisatie en haar stakeholders. Ze kunnen op een kritische manier feedback geven én ontvangen. Ze kunnen de aangereikte inzichten en probleemoplossende vaardigheden toepassen in een uitgekiende communicatiestrategie én op specifieke genres.

Kerncompetentie 2 | De masters communiceren professioneel in de praktijk.
De masters scherpen hun professionele schriftelijke en mondelinge communicatievaardigheden in het Nederlands en in minstens één andere vreemde taal (Duits, Frans, Engels en Spaans) aan. Zij kunnen communicatief en strategisch doordacht reageren in verschillende situaties, zowel mondeling als schriftelijk. De masters kunnen professioneel communiceren in de praktijk. De masters weten welke mediumkeuze, genrekeuze, inhoud, structuur, taal en opmaak van tel is voor welke opdracht. De masters verwerven operationele en strategische communicatieve competenties in een veranderende (organisatie)context.

Kerncompetentie 3 | De masters kunnen multidisciplinair denken in communicatie en management. De masters oriënteren zich vanuit verschillende perspectieven op de organisatie‐ en communicatiecontext. Zij zijn in staat zich verder te verdiepen in een deeldiscipline als de situatie daarom vraagt. Zij kunnen de taal van hun organisatiepartners spreken en begrijpen.

Kerncompetentie 4 | De masters kunnen duurzame ontwikkeling vormgeven.
De masters ontwikkelen strategische competenties, normatieve competenties en anticipatorische (toekomstgerichte) competenties. Zij verwerven interpersoonlijke competenties en ontwikkelen zelfbewustzijn.

Kerncompetentie 5 | De masters voeren kwalitatief en kwantitatief onderzoek. De masters maken kennis met diverse kwalitatieve en kwantitatieve onderzoeksmethodes die betrekking hebben op taalbeheersings‐ en communicatieonderzoek, en die ook leren toepassen. Zij zijn in staat om zelfstandig vak‐ en wetenschappelijke literatuur te lezen, te interpreteren en er kritisch over te reflecteren. De masters zijn in staat zelfstandig en gericht onderzoeksdata te verzamelen en te interpreteren op een wetenschappelijke manier. Zij kunnen kennis en vaardigheden gebruiken om een originele bijdrage te leveren aan de ontwikkeling van nieuwe kennis, inzichten en toekomstgericht beleid. De masters verzamelen, verwerken en bewaren (gevoelige) gegevens op een ethisch verantwoorde manier. Zij wenden hun onderzoeksvaardigheden aan om zelfstandig onderzoek te verrichten in het brede veld van de professionele communicatie.