Kerncompetenties van de master taalkunde

In de master taalkunde staan de volgende doelstellingen centraal.

Kerncompetenties

De opleiding voor de Master in de Taalkunde bouwt uiteraard voort op de competenties die studenten verworven hebben in de Bacheloropleiding Taal- en Letterkunde. Daarbij verwerven de studenten de volgende kerncompetenties:
1. Zij zijn in staat om een wetenschappelijke probleemstelling scherp en precies te formuleren als uitgangspunt van het eigen onderzoek.
2. Zij zijn vertrouwd met de belangrijkste taalkundige theorieën en modellen en kunnen de kernbegrippen van de taalkunde vlot en correct hanteren.
3. Zij kunnen zelfstandig over taal reflecteren en hebben inzicht in de verscheidenheid en de evolutie van menselijke taal.
4. Zij zijn in staat om vakwetenschappelijke literatuur en gegevens te verzamelen, te selecteren en te verwerken.
5. Zij hebben de linguïstische en communicatieve vaardigheden verworven om op een adequate manier over hun onderzoek te rapporteren en kunnen efficiënt deelnemen aan discussies over hun vakdomein.
6. Zij beschikken over de nodige achtergrondkennis om hun onderzoek te situeren binnen het eigen vakgebied en hebben een behoorlijk analytisch-interpretatief vermogen ontwikkeld, dat hen in staat stelt de originaliteit en de relevantie van hun onderzoek te beoordelen en de maatschappelijke relevantie ervan kritisch te evalueren. Daardoor kunnen zij ook nieuwe ontwikkelingen binnen hun onderzoeksdomein en binnen de relevante wetenschappelijke en culturele context actief maar kritisch opvolgen.

De bovenstaande kerncompetenties werden verder uitgewerkt in een lijst van vijftien competenties die samen een geheel van vakkennis, vaardigheden en attitudes vertegenwoordigen.

1. De master is vertrouwd met de gangbare en actuele methodologische invalshoeken binnen zijn/haar onderzoeksdomein en is in staat deze autonoom toe te passen.

2. De master is vertrouwd met de belangrijkste primaire literatuur binnen zijn/haar vakgebied (boeken en artikels over taalkunde).

3. De master is vertrouwd met de belangrijkste problemen binnen zijn/haar vakgebied.

4. De master is vertrouwd met de belangrijkste theorieën in het vakgebied, zowel actuele als minder actuele, kan de basisnoties van zijn/haar onderzoeksdomein vlot hanteren en een eigen standpunt ontwikkelen ten aanzien van de door hem/haar bestudeerde domeinen.

5. De master beschikt over basisinzichten in de structuur en het functioneren van de taal waarin ze hun masterproef schrijven en kan over de structuur en het gebruik van taal reflecteren.

6. De master heeft de linguïstische en communicatieve vaardigheden verworven om een wetenschappelijke probleemstelling zo scherp en zo precies mogelijk te formuleren als uitgangspunt van het eigen onderzoek.

7. De master kan het eigen vakgebied situeren t.o.v. andere wetenschapsdomeinen en actief op zoek gaan naar verbanden met deze domeinen.

8. De master beschikt over de nodige kennis i.v.m. de literatuur en de publicatiegewoontes van zijn/haar vakgebied (tijdschriften, websites en andere digitale middelen,…).

9. De master heeft een behoorlijk analytisch-interpretatief vermogen ontwikkeld.

10. De master heeft een kritische ingesteldheid ten aanzien van het wetenschappelijke gehalte en de maatschappelijke relevantie van het eigen onderzoek.

11. De master is in staat om nieuwe ontwikkelingen binnen zijn/haar onderzoeksdomein en de relevante wetenschappelijke en culturele context actief maar kritisch op te volgen.

12. De master is in staat om zelfstandig vakwetenschappelijke literatuur te verzamelen en te selecteren, en ook om in functie van onderzoek gegevens te verzamelen, te selecteren en te verwerken (primaire literatuur, documenten, corpora, enquêtes, enz., al naargelang het onderzoeksdomein).

13. De master heeft de linguïstische en communicatieve vaardigheden verworven om argumentatieve teksten te schrijven, efficiënt aan discussies over zijn/haar vakdomein deel te nemen en daarbij zijn/haar eigen positie overtuigend te verdedigen.

14. De master beschikt over een kritische oriëntatie in de brede culturele, politieke en maatschappelijke context.

15. De master heeft de linguïstische en communicatieve vaardigheden verworven om zowel mondeling als schriftelijk te kunnen rapporteren, met inbegrip van elektronische rapportage.