Kerncompetenties

De masteropleiding Meertalige Professionele Communicatie (MPC) heeft tot doel studenten op te leiden die in staat zijn om onderzoek te doen naar taal, taalgebruik en aspecten van interne en externe communicatie voor bedrijven, overheidsorganisaties en not-for-profitorganisaties. Daarnaast streeft de opleiding ernaar om theoretische inzichten nauw te verbinden met de verdere ontwikkeling van de professionele communicatievaardigheden (schriftelijk en mondeling) van de studenten. Het doel daarbij is dat de afgestudeerden hun competenties kunnen aanwenden in bedrijven en andere organisaties, en dit op het managementniveau.

De volgende algemene doelstellingen staan centraal:
Analyse
De opleiding stelt de studenten in staat hun competentie in het analyseren van (strategisch) taalgebruik en taalbeheersing in professionele settings uit te breiden en te verdiepen (interne en externe communicatie van bedrijven, overheid en not-for-profitorganisaties). Deze methodologische, wetenschappelijke competentie heeft telkens ook een verbinding met de vaardigheid in het verbeteren, begeleiden en evalueren van hun taalbeheersing in verschillende professionele contexten.
Onderzoek
De opleiding stelt de studenten in staat zich te oriënteren en te verdiepen in een brede waaier van kwalitatieve en kwantitatieve onderzoeksmethodes die gebruikt worden in taalbeheersings- en communicatieonderzoek.
Communicatievaardigheden
De opleiding stelt de studenten in staat hun taalcompetentie te versterken op het vlak van professionele communicatie in het Nederlands en in minstens één en mogelijk twee vreemde talen.
Bedrijfskunde
De opleiding stelt de studenten in staat communicatie te plaatsen in een organisationele context en biedt hen daartoe een grondige inleiding tot een aantal deeldomeinen van de bedrijfskunde: met name financiële verslaggeving, marketing, organisatiepsychologie en (strategisch) management. Op deze manier verwerven de studenten inzicht in een aantal bedrijfskundige aspecten van de professionele context waarin taal voor specifieke toepassingen gebruikt wordt. Studenten met een bachelordiploma TEW/HI(B) – of vergelijkbare kwalificatie – kunnen zich specialiseren in een deeldomein van de bedrijfskunde (cf. majors in het mastercurriculum TEW).

Deze algemene doelstellingen zijn vertaald in de volgende kerncompetenties:

Kerncompetentie 1 | analyse van communicatie in professionele settings

Op een algemeen niveau impliceert deze kerncompetentie dat studenten in staat zijn om taalgebruik en taalbeheersing in professionele settings te analyseren. Het betreft zowel interne als externe communicatie van bedrijven, overheidsorganisaties en not-for-profitbedrijven.

Concreet betekent dit dat studenten aan de hand van recente theoretische inzichten beargumenteerde analyses maken van diverse communicatievormen, zowel mondeling als schriftelijk. Denk bijvoorbeeld aan communicatieplannen, professionele rapporten slechtnieuwscommunicatie, crisiscommunicatie of functioneringsgesprekken. Deze analyse heeft betrekking op zowel het operationele als op het strategische niveau. Op het operationele niveau is er vooral aandacht voor mediumkeuze, genrekeuze, inhoud, structuur, taal en opmaak.

Op het strategische niveau onderzoeken studenten onder meer of de communicatie van een organisatie rijmt met de visie, missie en waarden van die organisatie en haar stakeholders. Daarnaast moeten de studenten ook in staat zijn om op die verschillende niveaus feedback te geven en de ontvangen feedback met een kritische geest te verwerken.

De inzichten en probleemoplossende vaardigheden die we aanreiken, zijn zowel gericht op algemene communicatierichtlijnen als op specifieke genres en de ontwikkeling van een communicatiestrategie.

Kerncompetentie 2 | professionele communicatie in de praktijk

Studenten versterken hun professionele schriftelijke en mondelinge communicatievaardigheden in het Nederlands en in minstens één andere vreemde taal. Studenten kunnen hiervoor kiezen tussen Duits, Frans, Engels en Spaans.
Concreet betekent dit dat de studenten in staat zijn om communicatief en strategisch doordacht te reageren in verschillende situaties, zowel mondeling als schriftelijk.

Combinatie van operationele en strategische competenties
Daartoe ontwikkelen studenten een aantal algemene operationele communicatieve competenties (zoals gesprekstechnieken, formuleertechnieken en presentatietechnieken), maar ook strategische communicatieve competenties. Die zijn vooral gekoppeld aan beleidsontwikkeling en een langetermijnvisie in een veranderende (organisatie)context.
Enkele voorbeelden van concrete communicatiethema’s?
- persuasieve boodschappen
- informatieve rapporten
- functioneringsgesprekken
- slechtnieuwsgesprekken
- vormen van crisiscommunicatie
- visuele communicatie
- communicatie via sociale media
- communicatieplannen
Door de aandacht in het programma voor algemene communicatie-inzichten, een brede oriëntatie in de vakliteratuur en een probleemgerichte aanpak via cases, verwerven de studenten ook de nodige leercompetenties om zelfstandig vaardigheden te ontwikkelen voor situaties en genres die niet in de opleiding aan bod kwamen.

Kerncompetentie 3 | multidisciplinariteit: communicatie en management

Omdat de communicatiepraktijk en het –onderzoek waarop we ons richten zich situeren in een organisatiecontext, vinden we het belangrijk dat de studenten kennis opbouwen over die context. Daarom biedt de masteropleiding contextvakken aan in de belangrijkste domeinen van de bedrijfskunde. Zo kunnen studenten zich vanuit verschillende perspectieven oriënteren op de organisatie- en communicatiecontext. Daarnaast zijn ze ook in staat om zich verder te verdiepen in een deeldiscipline als de situatie daarom vraagt.
Deze aanpak biedt onze studenten een voldoende breed referentiekader om de taal van hun organisatiepartners te spreken en te begrijpen. Heel wat van onze alumni zijn immers betrokken bij de interne en externe communicatie van financiële instellingen, multinationals en andere grote ondernemingen. In de managementvakken wordt dan ook specifiek aandacht besteed aan de koppeling van management en communicatie.

Kerncompetentie 4 | kwalitatief en kwantitatief onderzoek

Studenten maken kennis met diverse kwalitatieve en kwantitatieve onderzoeksmethodes die betrekking hebben op taalbeheersings- en communicatieonderzoek. Daarnaast leren ze deze ook toe te passen.
Concreet betekent dit dat studenten in staat zijn om:
- zelfstandig vak- en wetenschappelijke literatuur te lezen, te interpreteren en er kritisch over te reflecteren;
- zelfstandig en gericht onderzoeksdata te verzamelen en te interpreteren op een wetenschappelijke manier;
- hun kennis en vaardigheden te gebruiken om een originele bijdrage te leveren aan de ontwikkeling van nieuwe kennis, inzichten en toekomstgericht beleid;
- hun onderzoeksvaardigheden aan te wenden om zelfstandig onderzoek te verrichten in het brede veld van de professionele communicatie.

Kerncompetentie 5 | duurzaamheid

Om studenten voor te bereiden op een lange loopbaan in een continu veranderende omgeving, vinden we het belangrijk om ook in te zetten op de ontwikkeling van competenties die duurzaam denken ondersteunen. We proberen duurzaamheid te benaderen als een groene onderstroom in het programma. Daarbij zetten we in op een brede invulling met aandacht voor de sociale, ecologische en economische dimensie van duurzaamheid.
Dat gebeurt het meest zichtbaar via het geïntegreerde project Duurzaam communiceren over duurzaam ondernemen. Daarnaast streven we er ook naar om het duurzaamheidsbesef van onze studenten te voeden via cases en via een aantal open, probleemgestuurde werkvormen en beoordelingssystemen. Die nodigen hen uit tot langetermijnreflectie en een meer bewuste attitudevorming. Zo hopen we hen beter te wapenen om onzekerheid en transformaties beter het hoofd te bieden.