Benieuwd naar hoe enkele werkstudenten hun opleiding ervaren? Bekijk dan onderstaande videogetuigenissen of lees de interviews.

Interview met Tim De Guchtenaere - Verpleegkunde en vroedkunde

“Ik ben Tim, ik ben 43 jaar en ik heb de master verpleeg- en vroedkunde gestudeerd.” 

Waarom koos je voor de opleiding Verpleeg- en vroedkunde?

“Ik heb voor deze opleiding gekozen omdat ik verpleegkundige ben. Ik heb vijftien jaar in de zorg gestaan en ik wou heel graag met mijn carrière iets anders doen. Een professionele bachelor bereidt je voor op een beroep, een academische opleiding creëert kansen.”

Waarom koos je voor de Universiteit Antwerpen?

“De opleiding aan UAntwerpen is goed georganiseerd. Er zijn twee lesdagen per week en die liggen op voorhand vast. In de mate van het mogelijke worden ook deadlines en examens op die lesdagen gepland. Dat maakte het makkelijker om te combineren met het werk. De examenplanning werd ook heel snel gecommuniceerd.”

Hoe ziet de opleiding eruit voor werkstudenten?

“In principe heb ik altijd een voltijdscontract gehad, gecombineerd met Vlaams opleidingsverlof, verlofdagen en een flexibele werkgever. Het inzetten van verlofdagen, dat kan bijna niet anders. Wat betreft de lessen, die gaan in principe altijd door op dinsdag en donderdag van kwart voor twee tot negen uur. Als er verplichte contactmomenten zijn, dan wordt dat op voorhand gecommuniceerd, maar eigenlijk zijn die relatief beperkt. De opleiding voorziet ook veel lesopnames.”

Wat vond je positief aan de opleiding?

“Het leukste voor mij was om de switch te maken van een bachelorniveau naar de uitdaging van het academische niveau. Dat was aanpassen, maar het was wel interessant om te doen. Nu ik de opleiding afgewerkt heb, zie ik duidelijk de switch die je dan maakt. Dat was ook waar ik naar op zoek was.”

Wat vond je moeilijk aan de opleiding?

“Het moeilijkste was eigenlijk ook het voordeel van de opleiding, dat je het over vier jaar kan spreiden. Ik voelde na drie jaar dat het een beetje begint te slepen. Had ik het anders gedaan? Nee. Het schakeljaar deed ik halftijds, en tegen dat ik door had dat dat wel lukte, kan je je studieprogramma natuurlijk niet meer aanpassen. Het masterjaar heb ik ook halftijds gedaan. Dat kon ook niet anders omwille van de stage.”

Was er ook iets dat je niet had verwacht?

“Wat onverwacht was, maar positief, is het project in het eerste jaar. Bij dat project is er een casus vanuit het beroepsveld die op de eerste lesdag wordt voorgebracht. Vanuit die casus wordt er dan een project gemaakt, dat je als groepje helemaal zelf kiest. Hoewel dat echt heel pittig is, zorgt het er ook wel onmiddellijk voor dat je een plaats vindt in een klein subgroepje van de grote groep. Dat was onverwacht en onverwacht aangenaam.”

Hoe verloopt de stage voor werkstudenten?

“In het masterjaar zit ook een deel stage. Al naar gelang de afstudeerrichting is die stage korter of langer. Ook daarvoor moet je soms vakantiedagen inzetten. De universiteit is daar wel relatief flexibel in. Je mag die dagen plannen op het moment dat het voor jou past. Een stage op de eigen werkplek kan, maar er zijn een aantal beperkingen. Je kan ook kiezen uit de stageplaatsen die de universiteit aanbiedt.”

Welke tip zou je geven aan toekomstige werkstudenten?

“De opleiding aan de Universiteit Antwerpen is een goede keuze, omwille van het feit dat het zo vlot georganiseerd wordt en ook makkelijk te combineren is met werken. Ook al heb je al eens gestudeerd, je hebt wel heel wat vragen en onzekerheden, maar de docenten zijn er echt voor de studenten.”

Interview met Lenny Van Hoegaerden - Rechten

“Ik ben Lenny Van Hoegaerden, ik ben 31 jaar en ik volg het schakelprogramma Rechten.” 

Wat was de reden om opnieuw te gaan studeren?

“Ik heb in 2023 een bachelor Rechtspraktijk behaald, en ik heb er voor gekozen om ineens het schakelprogramma aan te vatten.”

Hoe ziet je werksituatie eruit?

“Ik werk voltijds bij een Antwerps advocatenkantoor als administratief bediende. Hoe meer ik leerde in de bachelor destijds, en nu ook in het schakelprogramma, hoe meer mijn takenpakket verandert.”

Waarom koos je voor een opleiding aan de Universiteit Antwerpen?

“Enerzijds koos ik voor de opleiding aan de Universiteit Antwerpen omdat ik woon en werk in Antwerpen. Daarnaast werd er tijdens mijn vorige opleiding ook gezegd dat de universiteit heel goed is. Op mijn werk zitten ook veel alumni die mij de Universiteit Antwerpen aanraadden.” 

Hoeveel studiepunten neem je op per academiejaar?

“Centrum West adviseert tussen de 30 en 36 studiepunten op te nemen, en voor mij is dat ook de meest haalbare kaart. Ik probeer altijd 30 studiepunten aan examenvakken op te nemen en 6 studiepunten aan vakken die meer belastend zijn doorheen het jaar.” 

Moet je vaak aanwezig zijn in de les?

“De verplichte aanwezigheden vallen goed mee. Er wordt echt wel rekening gehouden met werkstudenten. Er wordt dan ook geprobeerd om die verplichte momenten eerder ‘s avonds te organiseren, en één vak wordt voor werkstudenten op zaterdag gegeven. De lessen worden ook vaak opgenomen, behalve de oefencolleges, omdat die interactiever zijn.”

Hoe ervaar je de opleiding als werkstudent?

“Wat heel positief is aan de opleiding, is de ondersteuning die je als werkstudent krijgt. Er is veel begrip van de meeste proffen. Sommigen geven voor het examen nog een laatste avondcollege, alleen voor werkstudenten, waar vragen gesteld kunnen worden. Verder kan je ook altijd bij Centrum West terecht.

Wat moeilijker is, zijn de oefencolleges of de lessen met verplichte aanwezigheid. Dat is altijd wat puzzelen. De proffen hebben daar wel begrip voor, maar er zijn nu eenmaal dingen die je moet doen. Dan is het aan jezelf om met je werkgever te bekijken hoe je dat kan klaarspelen.

Voor mezelf is het ook belangrijk om niet het volledige traject in één keer op te nemen, want dat is niet haalbaar voor mij als werkstudent. Er zijn er anderen die dat perfect kunnen combineren, maar voor mij is dat onmogelijk.” 

Hoe houd je de combinatie van werk en studie vol?

“Het klinkt misschien een beetje vreemd, maar mijn belangrijkste strategie is om niet te veel druk op mezelf te leggen. Tijdens mijn eerste jaar in mijn bacheloropleiding ging ik ervan uit dat ik alleen maar mocht studeren en dat ik niets leuks meer mocht doen. Dit jaar ben ik tijdens de examens naar bv. een trouwfeest en een verjaardagsfeest geweest en ik had nog steeds heel goede resultaten. Het evenwicht tussen studeren en ontstressen is heel belangrijk.

Daarnaast zijn er avonden van Centrum West uit waarbij je andere werkstudenten leert kennen. Dat is ook heel handig, omdat je dan in groepen terechtkomt waar je vragen kan stellen.

Op tijd beginnen en je leerstof goed bijhouden zijn echt de sleutel naar goede examens. Ik heb geen maand voor de examens om alles nog te beginnen studeren. Ik moet dat doorheen het jaar doen, en op het einde kan ik alles dan herhalen.”

Wat had je graag op voorhand geweten over het werkstudent zijn?

“Ik heb mezelf heel goed ingelicht op voorhand. Ik denk dat mensen die zich niet goed inlichten soms voor verrassingen komen te staan over opties die aangeboden worden, zoals bijvoorbeeld dat je ‘s avonds je boeken kan ophalen. Op voorhand had ik wel graag weten hoe begripvol de lectoren zijn. Je krijgt soms een beetje de schrik dat je het op de universiteit allemaal zelf moet doen, maar eigenlijk is er heel veel begrip van proffen en medewerkers. Dat had ik graag eerder geweten, want dan had ik iets zekerder de sprong gewaagd.”

Welke tips heb je voor toekomstige werkstudenten?

“Onthoud vooral dat je niets moet opgeven. Je kan alles combineren, maar je moet overal een beetje afgeven om die tijd te kunnen investeren in je schoolwerk.

Informeer je ook goed. Dat is echt de basis van alles. Het is een luxe dat je bij wijze van spreken één op één met proffen kan bekijken wat er belangrijk is en wat niet voor een examen. Wees niet bang om de proffen of Centrum West te contacteren.

Een laatste tip is iets wat mij is bijgebleven van één van de lectoren, die voor het examen zei ‘Jullie zijn werkstudenten, dus een tien is voldoende. Leg de lat niet te hoog.’” 

Is er nog iets dat je wil delen met toekomstige werkstudenten?

“Niet twijfelen, gewoon doen!”

Interview met Joke De Lille en Sarah De Smet - Opleidings- en onderwijswetenschappen

Joke: “Ik ben Joke De Lille, ik ben 44 jaar en student Opleidings- en onderwijswetenschappen.”

Sarah: “Ik ben Sarah De Smet, ik ben 38 jaar en student Opleidings- en onderwijswetenschappen.”

Waarom koos je voor opleidings- en onderwijswetenschappen?

Joke: “Voor mij persoonlijk was dat omdat ik meer verdieping zocht voor mijn job. Ik sta voor de klas en ben veel met de praktijk en met de leerlingen bezig, maar ik wil soms de onderliggende theorieën weten, waarom kinderen gemotiveerd geraken of net niet.”

Sarah: “Ik ben altijd wel met een vorming of een opleiding bezig en daardoor leek Opleidings- en onderwijswetenschappen mij interessant. Verder merk ik ook dat een master heel veel kansen biedt op de arbeidsmarkt.”

Hoe ziet je werksituatie eruit?

Sarah: “Mijn vorige opleiding was Toerisme en Recreatiemanagement. Ik heb dat gestudeerd aan Howest Kortrijk via een at home-traject, dus ook met heel veel zelfstudie. Momenteel werk ik voltijds als digicoach bij Stad Antwerpen.”

Joke: “Ik heb een bachelor secundair onderwijs voor de vakken Economie, Engels en Informatica en ik geef voltijds les.”

Hoeveel studiepunten neem je per jaar op?

Sarah: “Ik neem ongeveer dertig studiepunten per jaar op. Voor mij persoonlijk is dat echt mijn maximum. Ik zit nu bijna op het einde van mijn schakelprogramma.”

Joke: “Ik heb momenteel het schakelprogramma afgerond en al enkele vakken van de master. Ik ben begonnen aan het modeltraject voor werkstudenten in februari. Ik heb het eerste jaar rond de 33 studiepunten opgenomen en het tweede jaar 42. In combinatie met voltijds werken en een gezin is dat niet aan te raden, maar ik probeer altijd het maximum eruit te halen.”

Waarom koos je voor een opleiding aan UAntwerpen?

Sarah: “Ik ben naar een opleidingsbeurs geweest en toen ben ik even gaan kijken wat het aanbod was. Ik zag er onder andere een master Sociaal Werk en daarnaast stond een standje Opleidings- en onderwijswetenschappen. Dat trok mijn aandacht, omdat er ook een aantal vakken in zaten rond organisatiekunde.”

Joke: “Bij mij is het door vrienden en collega's die die opleiding volgden en die respondenten zochten voor een masterproef. Zo werd mijn interesse aangewakkerd.”

Moet je vaak aanwezig zijn in de les?

Joke: “Het geeft wel een voordeel, omdat die interactie in de les heel fijn is. Als het maar één uur les is, maak ik soms wel de afweging om van thuis te volgen. Ik kom graag naar de les en meestal doe ik dat wel, maar het moet niet.”

Sarah: “Tijdens de les heb je ook een betere focus op wat je echt moet studeren. De meeste lessen gaan door tussen 16 uur en 21 uur. Soms is dat maar één uur, soms twee. In het schakelprogramma heb je les op woensdagavond, in de master ook op donderdagavond.”

Wat vind je positief aan de opleiding?

Joke: “Bij mij is er wel een wereld opengegaan. Na meer dan twintig jaar lesgeven weer gaan studeren vond ik een openbaring. Ik heb ook eens met een generatiestudent een groepswerk gedaan voor een keuzevak. Dat ging supergoed, terwijl je nooit als meer dan veertigjarige zou kiezen om met een twintigjarige samen te werken. Dat maakt het heel verrijkend. De proffen staan ook vrij dicht bij hun studenten.”

Heb je strategieën om de combinatie van werk en studie vol te houden?

Joke: “De voorbije twee jaar is mijn huishouden verwaarloosd geweest. Ik heb echt heel veel tijd in de opleiding gestoken. Ik lees ook niet alle opgegeven teksten meer. Ik ben in het eerste jaar eens een hele dag bezig geweest met een tekst die in de les op vijf minuten besproken werd. Soms laat ik dus teksten door AI samenvatten.”

Sarah: “Het studeren voor mij is eerder het proces. Ik vind het vooral belangrijk om te focussen op mijn gezondheid en welzijn, dus op tijd gaan slapen, gezond eten, bewegen, genoeg ontspanning. Ik ga dus eerder minder doen in mijn studies en meer voor mijn mentaal en fysiek welzijn. Studeren is echt topsport. Je moet fit zijn, anders lukt het niet.”

Wat had je graag op voorhand geweten over het werkstudent zijn?

Sarah: “Ik dacht dat ik supergoed voorbereid was, want ik heb mijn vorige opleidingen ook helemaal thuis of in combinatie met een job gedaan, maar qua omvang van de leerstof is deze opleiding drie of vier keer zo groot. Het was misschien handig geweest als ik dat had geweten. Maar tegelijkertijd, hoe meer je weet op voorhand, hoe meer je kan piekeren.”

Welke tip zou je meegeven aan toekomstige werkstudenten?

Joke: “Je kan meer dan je denkt. Ik heb heel lang onterecht gedacht dat ik geen masterstudent was. Naarmate je wat gewerkt hebt, word je ook levenswijzer en kan je veel sneller verbanden leggen.”

Sarah: “Mijn advies is vooral: begin er gewoon aan. Je zal altijd redenen vinden om het niet te doen, maar er zijn evenveel oplossingen om het wel te doen slagen. Je kan het stap per stap doen, op je eigen tempo. Iedereen heeft zijn eigen situatie en op jouw manier zal het ook wel lukken.”

Interview met Wim De Bie - Conservatie-restauratie

“Ik ben Wim De Bie, ik ben 58 jaar en volg de opleiding Conservatie-Restauratie.”

Waarom koos je voor deze opleiding?

“Ik heb zelf vroeger gestudeerd aan de Universiteit Antwerpen, ik woon ook in Antwerpen en de opleiding Conservatie-Restauratie is redelijk uniek. Er komen zelfs heel veel mensen uit Nederland voor deze opleiding. Voor mij was het dus evident dat ik dat hier ging volgen.” 

Wat vind je van de opleiding?

“De opleiding Conservatie-Restauratie is eigenlijk heel breed. Dat wil zeggen dat er in het eerste jaar veel vakken bijkomen waar ik eigenlijk niet voor ben komen studeren, zoals sociologie, antropologie, kunst, geschiedenis... Het is een hele lange aanloop, maar waar ik eigenlijk wil geraken is natuurlijk de praktijk en dingen zelf gaan restaureren en dat gaat in de komende jaren gebeuren. Het is een beetje geduld hebben.”

Hoe ziet je studieprogramma eruit?

“Ik werk voltijds. Dat maakt dat ik een tempo heb van 12 studiepunten per jaar, oftewel ongeveer vier vakken per jaar. Ik doe er dus drie jaar over per jaar bachelor. De planning is om klaar te zijn tegen dat ik op pensioen ben, omdat ik me dan op een professionele manier met iets anders wil bezighouden, namelijk kunst herstellen. Het is dus een lang traject, maar ik ga het wel volhouden.” 

Moet je vaak aanwezig zijn in de les?

“Ik denk dat dat niet moet, maar ik wil dat wel, omdat ik niet enkel op het einde van de rit het diploma wil hebben, maar ik wil alles heel goed kennen en weten. Ik combineer de vakken die op één dag vallen. Volgend jaar zouden er bv. een aantal vakken op woensdag plaatsvinden, dus dan zou woensdag voor mij een studiedag zijn.”

Hoe pak je de examenperiode aan?

“Dat is plannen en lang genoeg op voorhand beginnen om te zorgen dat je klaar bent tegen het examen. Het is in mijn geval ook goed te doen, gezien het maar gaat over twee of misschien drie vakken op een semester. Zeker in het tweede semester is er al de paasvakantie en in het eerste semester is er de kerstvakantie met de examens in januari, dus je hebt eigenlijk altijd een vakantie voor de examens.”

Moet je veel opgeven voor de studie?

“Nee, dat valt wel mee. Ik heb een klein beetje betaald educatief verlof van het werk, maar dat is onvoldoende, dus ik steek er wel eigen verlofdagen in.” 

Biedt de opleiding ook leuke extra’s?

“Je komt in aanraking met een aantal andere opportuniteiten of leuke dingen. Ik kan bijvoorbeeld gaan gidsen bij de Open Monumentendag. Dat is iets wat mij is aangereikt via de universiteit. Ik heb ook bijles gegeven aan een groepje studenten van het secundair onderwijs, omdat de universiteit een tutoraatsprogramma heeft waarbij studenten worden ingezet om bijscholing te geven.”

Waarom is levenslang leren voor jou belangrijk?

“Ik vind het volgen van een opleiding als werkstudent wel een meerwaarde, omdat het iets extra geeft in mijn leven, iets dat ergens naartoe gaat. Ik vind het ook gewoon leuk om nieuwe dingen bij te leren.”

Interview met Geert Antonio - Micro-credential Inleiding tot de geschiedenis

“Ik ben Geert Antonio en ik heb de micro-credential Inleiding tot de geschiedenis gevolgd. Een hele belevenis, want ik geef ondertussen een paar jaar enkele uren per week les in geschiedenis, en ik wou me daar zelf verder in bekwamen. Een hele bachelor geschiedenis gaan beginnen, terwijl ik net ook twee jaar gestudeerd heb voor een educatieve master, dat was toch wel heel wat. Daarom wilde ik deze micro-credential met twee opleidingsonderdelen weleens proberen. Dat is me enorm goed bevallen. Ik had ook mooie resultaten en goede contacten met de proffen. Ik kan het echt iedereen aanraden.”

Interview met Maayken Devenijn - Micro-credential Taaltechnologie

“Ik heb voor de micro-credential Taaltechnologie gekozen omdat ik lesgeef in het secundair onderwijs en daar een nieuw vak ontstond rond taaltechnologie. De school heeft me ook gesteund in het volgen van de micro-credential. Ik vond het vooral heel interessant om zelf weer te studeren. Dat was inspirerend omdat je met veel mensen samen zit die met hetzelfde bezig zijn. Je leert ook jezelf wel kennen, omdat je het nu moet gaan combineren met werk. Het geeft veel voldoening als dat dan effectief lukt.”