Ten geleide

De registers van Ons Geestelijk Erf  zijn drierlei.

In druk
• Algemeen register 1 (1927) - 25 (1951)
1.1 Alfabetische lijst van de auteurs met hun bijdragen, met inbegrip van de boekbesprekingen.
1.2 Personenregister.
2.1 Trefwoordenregister (met inbegrip van de handschriften, maar zonder plaatsnamen).
2.2 Lijst van de uitgegeven teksten volgens auteurs.
2.3 Lijst van uitgegeven anonieme teksten volgens titel of inhoud.
2.4 Ljst van de initia der uitgegeven teksten.
2.5 Lijst van de illustraties.
In elk onderdeel  wordt verwezen volgens de numerieke orde van de deelnummers, zonder melding van de jaren.
• Jaarregisters
- 1952-1976: Registers van persoonsnamen.
- 1977-1986: Registers van persoonsnamen, plaatsnamen, handschriften, incunabelen.
- 1987-heden: Registers van persoonsnamen, plaatsnamen, handschriften, incunabelen (c.q. vroege drukken), anonieme titels en opschriften.
In alle jaarregisters staan lijsten van de illustraties en de besproken werken.
De plaatsnamen, sedert 1977 in de jaarregisters opgenomen, zijn analytisch uitgesplitst.

Van 1927 tot 1975 werden de jaarregisters samengesteld door Dom A. Lansbergen († 1992), benedictijn van de Sint-Albertusabdij in Egmond-Binnen. Hij maakte ook de algemene registers op de delen 1-25 (1927-1951). Vanaf 1976 tot 2002 werden de jaarregisters vervaardigd door Frans Hendrickx. Sedert 2003 worden ze achtereenvolgens opgesteld door Erna Van Looveren en Daniël Ermens.

In pdf
Naast de pdf-uitgave van de eerste veertien delen van Ons Geestelijk Erf (1927-1940) door de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren (DBNL), wordt in een doorzoekbare pdf-versie een overzicht geboden van de jaarlijkse inhoudsopgaven en van de jaarregisters vanaf het ontstaan van het tijdschrift in 1927 tot – in de meeste gevallen – heden, alook van de literatuuroverzichten die jaarlijks in het tijdshrift verschenen sedert 1949 tot 2003.

Op scherm
Onder de registers krijgt de index van de handschriften bijzondere aandacht. Op dit ogenblik bestaan er twee manieren om de manuscripten, waaraan in het tijdschrift wordt gerefereerd, op te sporen: op een weinig overzichtelijke wijze in het trefwoordenregister op de delen 1-25 (1927-1951) onder het lemma “Handschriften” (p. 168-173), en in de jaarregisters van het tijdschrift sedert 1977 onder dezelfde rubriek. Van 1952 tot 1976 bestaat er dus een grote leemte.
In de jaren negentig van vorige eeuw en in het begin van dit millennium heeft mevr. Gaby Ghuys († 2009), die gedurende vele jaren  op vrijwillge basis haar zeer gewaardeerde medewerking belangeloos heeft verleend aan de wetenschappelijke staf van het Ruusbroecgenootschap tot ondersteunig van deze, in vrije ogenblikken haar diensten ook aan de bibliotheek en het tijdschrift aangeboden. Zo heeft zij een met de hand geschreven lijst van de handschriftenvermeldingen in het tijdschrift gedurende voornoemde periode in 16 cahiers aangelegd. Hierin heeft zij bovendien het handschriftenregister 1927-1951 geïntegreerd. Haar aantekeningen en de sedert 1977 jaarlijks samengestelde handschriftenregisters zijn hierna onmiddellijk consulteerbaar op het display.
 

Zo wordt tegemoetgekomen aan de langverwachte wens om de rijke informatie over het geestelijk en religieus erfgoed van de Lage Landen, vervat in een enorme hoeveelheid kwaliteitsvolle bijdragen, voor het wetenschappelijk onderzoek toegankelijk(er) te maken.

Frans Hendrickx
(december 2017)