Toetsmethoden

In het vaardigheidsonderwijs hechten we veel belang aan een goede begeleiding van onze studenten, naast een correcte beoordeling. Om de studenten te kunnen evalueren op verschillende competenties, gebruiken we verschillende soorten van toetsmethoden:

Stationsproef (OSCE)

In 1ste en 3de Bachelor en in 2de Master worden de studenten beoordeeld op hun vaardigheden in een stationsproef. Hierbij doorlopen de studenten verschillende "stations" in een strak tijdschema. Per station wordt een andere vaardigheid getoetst op een objectieve en gestandaardiseerde manier door getrainde observatoren. De vaardigheden worden uitgevoerd op fantomen of simulatiepatiënten.

Voorbereiding op deze stationsproeven gebeurt in de vaardigheidstrainingen zelf. Bovendien kan er extra geoefend worden gedurende het academiejaar op de terugkomdagen (EMSA) die per topic worden georganiseerd. Voor Ba 3 organiseert EMSA ook een oefenmoment stationsproef.

Portfolio

Het begrip portfolio is afkomstig uit de wereld van kunst en architectuur. Een portfolio is een soort van verzamel map over het werk van de kunstenaar. Het portfolio dient om andere mensen te overtuigen van zijn of haar artistieke kwaliteiten.

portfolio Portfolio’s worden echter ook in het onderwijs gebruikt. Ze worden er gebruikt om prestaties, vorderingen en reflecties van studenten op te slaan, zodat docenten de studenten (beter) kunnen begeleiden, opvolgen en beoordelen. Ze kunnen met andere woorden helpen een zicht te krijgen op het leerproces van de student: “A portfolio is a collection of papers and other forms of evidence that learning has taken place” Davis et al.

In het vaardigheidsonderwijs wordt met 2 types van portfolio's gewerkt:

  1. In de 3 Bachelorjaren en 2 eerste Masterjaren maken de studenten opdrachten (verbonden aan de vaardigheidstrainingen) die ze verzamelen in een portfolio. Zowel voor de medisch-technische als voor de communicatie vaardigheden worden de opdrachten beoordeeld en van feedback voorzien. Aangezien de verschillende types van opdrachten (patiëntencasus, zelfreflecties, opleidingsplannen) elk jaar terugkomen maar aangepast aan een hoger niveau, kan de beoordeling en gegeven feedback gebruikt worden om te groeien in het maken van dit type van opdrachten.
  2. In het voltijdse stagejaar (3de Master) vragen we aan de studenten om hun ervaringen te verwerken in dezelfde types van opdrachten, naast stafpresentaties en enkele specifieke disciplinegebonden opdrachten. Hier voor kunnen de studenten ook begeleid worden gedurende het stagejaar. Voor meer informatie: zie hier of ga naar stage ► stage en stagebegeleiding master 3.