Wat zijn medisch-technische vaardigheden?

Vaardigheidstraining beweging met simulatiepatiënt In de medisch-technische tak van het vaardighedenonderwijs besteden we aandacht aan het klinisch onderzoek van patiënten. We baseren ons daarbij op het competentie-raamwerk CanMEDS. Hierin wordt o.a. gesteld dat een arts in staat moet zijn een algemeen lichamelijk onderzoek uit te voeren dat technisch adequaat is en zowel systemisch als gericht wordt uitgevoerd. De arts moet afwijkingen en symptomen herkennen en zijn bevindingen juist benoemen en beschrijven. Bij dit alles hoort de arts rekening te houden met de verhouding van de belasting door het onderzoek en de belastbaarheid van de patiënt.

Net zoals de hele opleiding geneeskunde aan de Universiteit Antwerpen, is ook het vaardighedenonderwijs opgedeeld in 2 doorgangen. In de bachelorjaren (1ste doorgang) komen de basisvaardigheden vereist voor een goed algemeen klinisch onderzoek aan bod, telkens gedoceerd in en gerelateerd aan de respectievelijke modules. Tijdens de masterjaren (2de doorgang) zullen de basisvaardigheden per module herhaald worden, aangevuld met meer specifieke diagnostische en therapeutische vaardigheden met nadruk op integratie via het werken met simulatiepatiënten.

Lestopics per opleidingsjaar

Bachelor 1: Verpleegvaardigheden gevolgd door een verpleegstage (2weken)

Bachelor 2: Klinisch onderzoek van hart en perifere vaten - Klinisch onderzoek van thorax en longen - Klinisch onderzoek van het abdomen - Klinisch gynaecologisch onderzoek - Basisreanimatie en het gebruik van AED - Hechtingstechnieken

Bachelor 3: 

Richtlijnen medisch-technisch vaardighedenonderwijs

  1. Het vaardighedenonderwijs wordt georganiseerd door het vaardighedenteam in samenspraak met de modulehoofden. De vaardigheden bestaan uit 2 grote delen: de communicatie vaardigheden en de medisch-technische vaardigheden. De medisch-technische vaardigheden worden gedoceerd tijdens de verpleegvaardighedenweek in jaar 1 en daarnaast (hogere jaren) worden er vaardigheden voorzien in de verschillende modules.  Ook de communicatielessen lopen vanaf de start van de modules, verweven met deze modules.
  2. Vaardighedenonderwijs bestaat uit praktisch onderwijs waarbij verschillende vaardigheden, die een basisarts moet kennen, worden ingeoefend in kleine groepen onder leiding van een docent. Aanwezigheid is verplicht.
  3. Ook vaardighedenonderwijs wordt georganiseerd in functie van 2 doorgangen. In de bachelorjaren of 1ste doorgang komen de basisvaardigheden vereist voor een goed algemeen klinisch onderzoek aan bod, met voornamelijk oefenen met en op medestudenten. Tijdens de masterjaren (2de doorgang) zullen de basisvaardigheden herhaald worden, aangevuld met meer specifiekere diagnostische en therapeutische vaardigheden met nadruk op integratie via het werken met simulatiepatiënten.
  4. De lijst van de vaardigheden die aangeleerd worden van jaar 1 tot en met jaar 5 kan u terugvinden in de hand-outs van de lessen voor de medisch-technische vaardigheden.
  5. De kennis van de vaardigheden wordt getoetst op verschillende niveaus. Er wordt rekening gehouden met de actieve participatie in de lessen, het uitvoeren van werkopdrachten en zelfreflecties en met de tussentijdse beoordelingen door de docenten. Daarnaast worden er in verschillende jaren (jaar 1 – 3 – 5) stationsproeven georganiseerd tijdens de welke de vaardigheden getoetst worden.
  6. Vaardighedenonderwijs behandelt de verpleegkundige vaardigheden, de medisch-technische vaardigheden en communicatievaardigheden.
  7. Als basis handboek voor de medisch-technische vaardigheden maken we gebruik van “Bates’ guide to Physical Examination and History Taking”, Lynn S. Bickley, uitgeverij Lippincott2. Daarnaast zal van de meeste topics een eigen hand-out gemaakt worden die jaarlijks wordt bijgewerkt. Deze hand-outs worden ter beschikking gesteld via Blackboard.
  8. Van de studenten verwachten we een actieve deelname.
  9. Het is ons doel de studenten de vaardigheden te laten inoefenen op elkaar, op fantomen, op simulatiepatiënten en echte patiënten.
  10. Indien een student bezwaren heeft met het onderzoeken van medestudenten of het laten onderzoeken van zichzelf door medestudenten, dient de student contact op te nemen met de verantwoordelijken vóór de aanvang van de vaardigheidstrainingen. Vermits de basis van deze vorm van onderwijs berust op het inoefenen van vaardigheden op elkaar, zal met de student een aanvaardbare oplossing worden uitgewerkt (individueel).  
  11. Bij het vinden van abnormale bevindingen wordt een vaste procedure gevolgd: de docent wordt verwittigd en de bevinding wordt gecontroleerd. Indien het om een terechte bevinding gaat wordt de student doorverwezen naar zijn huisarts en wordt hij niet gebruikt als casus voor de anderen.
  12. De student heeft op de trainingen een stethoscoop, reflexhamer en lampje bij

Terugkomdagen en oefenstationsproef

Om de gewenste vaardigheden extra te kunnen oefenen, wordt de studenten de mogelijkheid aangeboden aan de terugkomdagen deel te nemen. Meestal worden op woensdagnamiddag één of meer topics gepland. De begeleiding van deze oefensessies staat onder verantwoordelijkheid van speciaal hiervoor opgeleide studenten of de zogenaamde student-docenten of studocs. De organisatie wordt verzorgd door EMSA, zie https://emsa.be/terugkomdagen. 

Elk jaar wordt ook een oefen-stationsproef voor Bachelor 3 studenten georganiseerd door EMSA: voor meer info zie https://emsa.be/stationsproef