Onderzoeksgroep

Centrum voor Stadsgeschiedenis

Expertise

Historisch onderzoek naar steden en stedelijke samenleving. Focus op de productie en verspreiding van technische kennis en vaardigheden; de beoordeling van arbeid en de sociale economie; migratie, civil society en governance. Chronologische nadruk op 15e tot 19e eeuw. Interdisciplinaire en conceptuele aanpak.

Stad en verandering III: Naar een duurzame integratie van disciplines in stadsstudies. 01/01/2021 - 31/12/2025

Abstract

Deze wetenschappelijke onderzoeksgemeenschap vertrekt van twee samenhangende vaststellingen. Enerzijds zijn de maatschappelijke uitdagingen op het stedelijke niveau zelden of nooit zo groot geweest. Terwijl de meest prangende maatschappelijke problemen zich meestal op het stedelijke niveau bevinden, neemt de urbanisering een ongezien hoge vlucht. Anderzijds is het de laatste decennia, naarmate de urbanisering toeneemt, steeds moeilijker geworden om te definiëren wat een stad eigenlijk is en, bijgevolg, hoe ze wetenschappelijk kan worden benaderd. Een bijkomende paradox is dat de problemen waar de stedelijke samenleving mee geconfronteerd wordt, vragen om een interdisciplinaire benadering, terwijl de stad in verschillende disciplines doorgaans op een verschillende manier wordt gedefinieerd. In antwoord daarop zal een brede waaier aan historici, sociologen, geografen, stadsontwikkelaars, architecten en cultuurwetenschappers zich gedurende vijf jaren buigen over de gestelde uitdagingen en zoeken naar nieuwe manieren om de stad in de nabije toekomst adequaat te onderzoeken. Daartoe werden alvast vier brede thema's gedefinieerd waarin de definitie van een stad sowieso heel onduidelijk is en ter discussie staat, namelijk suburbanisering, territorialiteit, stedelijk burgerschap, en stad en kennis. Het laatste thema is gedeeltelijk overkoepelend omdat het de relatie tussen kennisontwikkeling en de stedelijke samenleving centraal stelt. De historische insteek zal prominent aanwezig zijn. We gaan ervan uit dat niet alleen urbanisering maar ook de definiëring van de stad als object van onderzoek (in de verschillende disciplines) enkel maar afdoende kunnen worden begrepen als er aandacht is voor ontwikkelingen in de tijd.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Co-creatie van complementaire vormen van sociale ondersteuning door levensbeschouwelijke en seculiere welvaartstaatsinstellingen (SOLIGION). 01/10/2020 - 30/09/2024

Abstract

Ons project streeft naar betere vormen van samenwerking en complementariteit tussen levensbeschouwelijke organisaties (FBO's) en seculiere welvaartstaatsinstellingen (WSI's) m.b.t. solidariteit. Dit gebeurt door 1° onderzoek naar de interactie tussen FBO's en WSI's via interdisciplinaire en multi-methode benaderingen en 2° de co-creatie door FBO's én WSI's van nieuwe vormen van lokale sociale ondersteuning. Deze dienen om 1° zowel de potentie als fricties van FBO's te vatten in relatie tot de politieke standaarden van WSI's en 2° essentialistische en dichotome opvattingen te overstijgen en bestaande vormen van onderhandeling en wederzijdse aanpassing te begrijpen. Concreet zal het project de praktijken van lokale sociale ondersteuning door FBO's in vijf steden in kaart brengen (RP1), de interactie tussen FBO's en WSI's vanuit een historische en politiek-filosofische invalshoek onderzoeken (RP2 en RP3) en, via actieonderzoek, nieuwe procedures en werkwijzen creëren gebaseerd op gedeelde inzichten (RP4). Het proces van co-creatie zal in twee met elkaar verbonden werkgroepen plaatsvinden. WG1 zal een concept en pilot produceren voor een dynamische en interactieve sociale kaart en ICT-interface, voortbouwend op bestaande (gefragmenteerde, niet-dynamische en niet-interactieve) sociale kaarten en de resultaten van RP1 (en daarbij tegelijk kwesties van selectie en definitie aanpakken). WG2 zal voortbouwen op de inzichten gegenereerd in het wetenschappelijke gedeelte om educatieve en trainingsmodules te creëren voor 1° vrijwilligers en sociaal werkers, 2° lokale bestuurders en werknemers (van WSI's), 3° trajectbegeleiders die betrokken zijn bij de integratie van nieuwkomers en 4° toekomstige professionele sociaal werkers. Implementatie wordt verzekerd door nauwe samenwerking met organisaties die zich precies op deze groepen richten (en de FBO's zelf) en door de methode van co-creatie, die garandeert dat de resultaten gebaseerd zijn op gedeelde zorgen, inzichten en doelen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Solidariteit en religie in een moderniserende en post-seculiere context: een historische, politiek-filosofische en sociologische analyse. 01/01/2019 - 31/12/2022

Abstract

Ons project vertrekt van de vaststelling, dat wie vandaag uit de boot valt door toenemende globalisering en terugschrijdende welvaartstaten, steeds vaker terugvalt op de solidariteit van geloofsgebonden organisaties. Geloofsgebonden solidariteit blijkt echter vaak haaks te staan op ons huidige intellectuele klimaat, omdat sociale wetenschappers vasthangen aan klassieke ideeën rond solidariteit, waarin solidariteit ontstaat uit specifieke sociale structuren, eerder dan uit persoonlijke motivaties ingegeven door een geloof in God en/of diens woord. Dat is jammer, want deze geloofsgebonden vormen van solidariteit zouden misschien kunnen leiden tot minder berekende en meer belangeloze vormen van solidariteit. Ons onderzoek gaat na of religieuze motivaties en geloofsgebonden solidariteit een antwoord kunnen bieden op de hedendaagse uitdagingen voor solidariteitsmechanismen. RQ1 behelst de vraag of geloofsgebonden visies op en praktijken van solidariteit het toelaten om solidariteit te denken voorbij de logica van de natiestaat. Meer bepaald onderzoeken we hoe religieuze denkbeelden de gemeenschap van 'gevers' en 'ontvangers' vormen. Om een essentialistische kijk op religie te vermijden, focussen we tegelijk ook op de wisselwerking tussen een geloofsgebonden motivatie enerzijds en de seculiere, moderne of moderniserende context anderzijds. RQ2 omvat daarom ook de vraag hoe het profiel van de 'ontvanger' interageert met 'moderne' begrippen zoals 'natuurlijke rechten' (of mensenrechten) en 'universele gelijkheid'. Concreet valt het onderzoek uiteen in twee deelprojecten waarbij geloofsgebonden solidariteit empirisch getoetst wordt aan twee verschillende, historische contexten. Samen geven die subprojecten een op vergelijking gebaseerd antwoord op de vraag in welke context en onder welke voorwaarden (1) nabijheid een rol speelt en/of solidariteitsnetwerken de grenzen van stad en staat overstijgen en (2) een gevoel van dankbaarheid, afhankelijkheid en paternalisme aanwezig is, dan wel eerder emancipatie en zelfredzaamheid van het individu. Methodologisch vertrekt het project vanuit de vaststelling dat sociale wetenschappers niet als neutrale en objectieve waarnemers mogen beschouwd worden. Om te beginnen krijgt de analyse noodzakelijkerwijs ook een normatieve (politiek-filosofische) dimensie, waarbij specifieke vormen van solidariteit afgetoetst worden aan bredere politieke standaarden zoals democratie, mensenrechten en rechtvaardigheid. Het eindresultaat beoogt conceptueel en epistemologisch te zijn. Met het oog daarop herdenkt een derde deelproject solidariteit als concept, door de empirische resultaten uit de andere twee deelprojecten te bekijken door een nieuwe, interdisciplinaire bril. Daarmee creëert het project als geheel een hermeneutische 'dialoog' tussen sociale wetenschappers en hun onderzoeksobject – namelijk de visie en praktijken van de (historische) actoren.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Het waarderen van 'oud' en 'nieuw'. Secundaire markten, productwaardeconventies en de dageraad van consumptiesamenlevingen in West-Europa (18de-19de eeuw). 01/01/2018 - 31/12/2021

Abstract

De ambitie om secundaire markten en de circulaire economie te versterken staat vandaag hoog op de politieke agenda. Maar de concrete politiek vertrekt vaak vanuit een geloof in de vooruitgang door technologische innovatie en (aanbodgestuurde) ingenieurskunde. Nochtans is een grondige kennis van de mentale culturele en sociale kaders die aan de grondslag liggen van onze hedendaagse wegwerpsamenleving en die onze houding ten aanzien van hergebruik en recyclage bepalen minstens even belangrijk. Die mentale kaders zijn cultureel en historisch bepaald. Een grondig inzicht verwerven in de consumptieattitudes ten aanzien van (producten op) tweedehands-markten is de inzet van dit onderzoek. De ambitie bestaat erin de veranderende conventies in kaart brengen rond producten die in de achttiende en negentiende eeuw op de secundaire markten aangeboden werden. De keuze voor deze periode werd geïnspireerd door het feit dat de houding ten aanzien van tweedehandse goederen uitgerekend toen fundamenteel wijzigde. 1) In de eerste plaats stonden de verhouding tussen 'nieuw' en 'oud' in de achttiende en negentiende eeuw onder grote druk. In de achttiende eeuw groeide immers de stress voor het verwerven van 'nieuwe' en 'modische producten', waardoor de secundaire markten voor het eerst in eeuwen aanzienlijk aan belang en prestige inboetten; in de negentiende eeuw werden luxegoederen met patina en geschiedenis opnieuw erg gewaardeerd; 2) De nieuwe consumptiementaliteit leidde in beide eeuwen ook tot een opsplitsing tussen 'high end' en 'low end' commerciële circuits voor tweedehandse goederen. Dat secundaire markten belangrijke economische circuits waren, werd in de historiografie van de voorbije decennia al vaker aangetoond. Ongelukkig genoeg werden deze markten vaak geïsoleerd bestudeerd, zonder hun (economische en culturele) samenhang van de nieuwe producten die over de toog gingen. En voor beide markten geldt dat we –ondanks de bibliotheek consumptiestudies die intussen al verschenen is- verrassend weinig empirisch weten over de culturele en mentale kaders van de consumentenpreferenties, zeg maar de consumptiementailiteiten, en de ermee samenhangende productkwaliteiten. De ambitie van dit onderzoeksproject is om op basis van een breed corpus van dagbladadvertenties voor nakende tweedehandse veilingen de veranderende conventies rond productkwaliteiten te ontrafelen en in kaart brengen. Gelet op de aard van de bron, waarin bondig maar zo aantrekkelijk mogelijk de te veilen inboedel wordt aangeprezen, viseren we daarbij de 'smaakmakende' elites in de samenleving en hun houding ten aanzien van de opkomende consumptiesamenleving. Door een grondige analyse van de persuasieve descriptoren (met bijvoorbeeld adjectieven zoals "mooi", "modisch", "modern", "clean", "genuine", etc.) en het subtiele discours dat in deze advertenties werd gebruikt, zullen we in staat zijn om de grote veranderingen in de "regimes of value" op de secundaire markten voor het eerst in kaart te brengen. Methodologisch zullen we daarbij gebruik maken van "word embedding" technologieën die in de digital humanities opgang maken. De case studies werden zorgvuldig gekozen zodat ze niet alleen de meest belangrijke metropole 'fashion makers' van de tijd insloten (Londen, Parijs, Brussel), maar ook enkele steden met een provincialer betekenis en/of met een eerder mercantiele achtergrond (Nantes, Antwerpen, Newscastle-upon-Tyre), telkens steden ook met een andere sociale architectuur.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Een nieuw licht op productkwaliteit. De historische evolutie van conventies met betrekking tot de kwaliteit van blank vensterglas, 15e tot en met 19e eeuw. 01/01/2018 - 31/12/2021

Abstract

De productie van vensterglas kent een lange geschiedenis van technieken (kroonglas, cilinderglas, gegoten glas, ...) en glaskwaliteiten (met min of meer bellen, kleur, onzuiverheden, ...) die niet onvermijdelijk leidden tot vlekkeloos en transparant vlak glas. De uitdaging bestaat er eerder in om de complexiteit van deze evolutie te begrijpen, die belangrijk is voor zowel de geschiedenis van de materiële cultuur als de discipline van conservatie-restauratie. Ons project gaat uit van de veronderstelling dat het bestuderen van de kwaliteit van glas belangrijke problemen in conservatieonderzoeken en de geschiedenis van de materiële cultuur oplost, namelijk. 1° de voorkeur voor opvallende en kunstzinnige objecten en 2° moderniteitsverhalen met betrekking tot de veronderstelde verschuiving van 'intrinsieke waarde' naar 'tekenwaarde'. Glas is een dagelijks product zonder enige intrinsieke waarde en kan dus licht werpen op andere oorzakelijke factoren bij de opkomst van moderne consumentenpraktijken, zoals relatieve prijzen en technologie. Dit vereist samenwerking tussen historici en wetenschappers die bekend zijn met de materialiteit en technische aard van glas - dat beschikbaar in het Departement Conservatie/Restauratie. Methodologisch gezien stelt de samenwerking ons in staat om subjectieve kwaliteiten (consumentenvoorkeuren) te confronteren met objectieve kwaliteiten, zoals de gebruikte ingrediënten en de productietechnieken. Voor de discipline van C / R zal dit resulteren in meer inzicht in de geschiedenis van de keuzes en restauratiepraktijken.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Historische en typologische evolutie van vensterbeglazing. Een geïntegreerde kijk op een vergeten bouwmateriaal. 01/10/2017 - 30/09/2021

Abstract

Dit geïntegreerd onderzoek betreft de evolutie van vensterglas-toepassingen in de architectuur van de Lage Landen vanaf de 15de tot en met de 19de eeuw. Binnen het breder kader van de studie van de 'materiële cultuur' wordt de historiek en de typologie onderzocht aan de hand van historische teksten, afbeeldingen, nog bestaande vensters en chemische analyse van goed gedateerd historisch glas. Voor onze regio is dit het allereerste onderzoek van deze aard en omvang naar het bouwmateriaal 'glas'.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

De pre-industriële transformatie van kinderarbeid. Van leren in een beroepsopleiding naar tewerkstelling als een ongeschoolde, goedkope arbeidskracht? (1550 – 1800). 01/10/2018 - 30/09/2020

Abstract

Dit onderzoeksproject onderzoekt de vroegmoderne logica's die gehanteerd werden wanneer kinderen naar de arbeidsmarkt gestuurd werden tussen de zestiende en achttiende eeuw in de Zuidelijke Nederlanden. Op deze manier kunnen specifieke mentaliteiten en praktijken blootgelegd worden die het beroepsgericht leren en het arbeidspotentieel van kinderen en jongeren bepaalden doorheen de vroegmoderne periode. Dit staat toe de sociale en economische positie van kinderen in vroegmoderne steden als Antwerpen en Gent in kaart te brengen. Historici hebben doorgaans aangenomen dat het de toenemend industrialiserende manufacturen en fabrieken van de achttiende eeuw waren die een nieuwe soort van kinderarbeid teweegbrachten. Dit type van kinderarbeid zette kinderen in als goedkope, ongeschoolde arbeidskrachten met weinig betere perspectieven voor de toekomst. Deze soort van kinderarbeid wordt vaak in schril contrast geplaatst met het type van kinderarbeid dat in de pre-industriële periode dominant was: kinderen die via een uitbesteding bij een ambachtsmeester een stiel leerden en daarna een plaats innamen in het lokale sociale en economische weefsel. Eerder dan deze twee types van kinderarbeid als tegengestelde fenomenen te beschouwen, zal ik onderzoeken in welke mate goedkope, ongeschoolde kinderarbeid het gevolg was van een evolutie van dezelfde logica die achter het eerste type van kinderarbeid zat. Mijn onderzoeksproject zal focussen op hoe, waarom en wanneer de logica rond de tewerkstelling van kinderen veranderde van geschoolde naar ongeschoolde kinderarbeid. Hierbij staat de vraag of de industrialisering van de achttiende eeuw een doorslaggevende rol speelde centraal. Hoewel historici de industrialisering doorgaans schetsen als omslagmoment, wijst mijn recent onderzoek uit dat de transformatie reeds werd ingezet in de zestiende eeuw. Mijn onderzoeksproject zal niet enkel aandacht hebben voor veranderingen in het mentale kader waarin deze transformatie zich afspeelde maar zal ook focussen op de rol van institutionele, politieke, culturele en religieuze factoren en evoluties.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

De pre-industriële transformatie van kinderarbeid. Van leren in een beroepsopleiding naar tewerkstelling als een ongeschoolde, goedkope arbeidskracht (1550 – 1800). 01/10/2016 - 30/09/2018

Abstract

Dit onderzoeksproject onderzoekt de vroegmoderne logica's die gehanteerd werden wanneer kinderen naar de arbeidsmarkt gestuurd werden tussen de zestiende en achttiende eeuw in de Zuidelijke Nederlanden. Op deze manier kunnen specifieke mentaliteiten en praktijken blootgelegd worden die het beroepsgericht leren en het arbeidspotentieel van kinderen en jongeren bepaalden doorheen de vroegmoderne periode. Dit staat toe de sociale en economische positie van kinderen in vroegmoderne steden als Antwerpen en Gent in kaart te brengen. Historici hebben doorgaans aangenomen dat het de toenemend industrialiserende manufacturen en fabrieken van de achttiende eeuw waren die een nieuwe soort van kinderarbeid teweegbrachten. Dit type van kinderarbeid zette kinderen in als goedkope, ongeschoolde arbeidskrachten met weinig betere perspectieven voor de toekomst. Deze soort van kinderarbeid wordt vaak in schril contrast geplaatst met het type van kinderarbeid dat in de pre-industriële periode dominant was: kinderen die via een uitbesteding bij een ambachtsmeester een stiel leerden en daarna een plaats innamen in het lokale sociale en economische weefsel. Eerder dan deze twee types van kinderarbeid als tegengestelde fenomenen te beschouwen, zal ik onderzoeken in welke mate goedkope, ongeschoolde kinderarbeid het gevolg was van een evolutie van dezelfde logica die achter het eerste type van kinderarbeid zat. Mijn onderzoeksproject zal focussen op hoe, waarom en wanneer de logica rond de tewerkstelling van kinderen veranderde van geschoolde naar ongeschoolde kinderarbeid. Hierbij staat de vraag of de industrialisering van de achttiende eeuw een doorslaggevende rol speelde centraal. Hoewel historici de industrialisering doorgaans schetsen als omslagmoment, wijst mijn recent onderzoek uit dat de transformatie reeds werd ingezet in de zestiende eeuw. Mijn onderzoeksproject zal niet enkel aandacht hebben voor veranderingen in het mentale kader waarin deze transformatie zich afspeelde maar zal ook focussen op de rol van institutionele, politieke, culturele en religieuze factoren en evoluties.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Solidariteit in diversiteit: gemeenschap, plaats en burgerschap. 01/01/2016 - 31/12/2020

Abstract

Dit project analyseert nieuwe vormen van solidariteit vanuit een internationaal en interdisciplinair perspectief. Terwijl sociologische theorieën en concepten kritisch worden herdacht in het licht van het 'loss of community argument', wordt ingezoomd op nieuwe praktijken van solidariteit.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Armenzorg en gemeenschapsvorming in de Zuidelijke Nederlanden, ca. 1300-1600. 01/10/2014 - 30/09/2017

Abstract

Dit FWO-project bestudeert armenzorg in drie steden in de Zuidelijke Nederlanden (Gent, Mechelen en Sint-Winoksbergen) van circa 1300 tot 1600. Op een geïntegreerde manier en voor een lange termijn ga ik na hoe door armenzorg (in de brede in van het woord) stedelijke gemeenschappen en solidariteit werden gevormd. Centraal staat de vraag welke gemeenschappen werden geïmpliceerd of gevormd wanneer werd beslist wie in aanmerking kwam voor zorg, en hoe dit evolueerde op lange termijn.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

'Menselijk kapitaal' vanuit een huishoudperspectief: kennisinvesteringen in vroegmodern Antwerpen, Gent, Lier en Aalst. 01/10/2014 - 30/09/2016

Abstract

Dit project tracht via seriële rekeningen van voogden onderwijsinvesteringen op huishoudniveau te kwantificeren en zo de vinger te leggen op eventuele veranderingen in de scholingsgraad en de aard van het onderwijs in de vroegmoderne periode. Door die gegevens te koppelen aan het volledige huishoudbudget, het sociaal-economische profiel van de (overleden) ouder(s), het aantal kinderen, enz.- en dit voor vier verschillende steden (Antwerpen, Gent, Lier en Aalst) - moet duidelijk worden waarom de Oostenrijkse Nederlanden (of althans sommige steden in de regio) op het einde van de achttiende eeuw niet langer koplopers waren op het gebied van geletterdheid en gecijferdheid.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Kenniscreatie en kenniscirculatie in de Oostenrijkse Nederlanden: de runderpestepizoötie van 1769 - 1785 in het hertogdom Brabant en het Graafschap Vlaanderen. 01/10/2013 - 30/09/2015

Abstract

Dit project betreft fundamenteel kennisgrensverleggend onderzoek gefinancierd door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek-Vlaanderen. Het project werd betoelaagd na selectie door het bevoegde FWO-expertpanel.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Wetenschappelijke opdracht in de economische en stadsgeschiedenis 01/10/2013 - 30/09/2014

Abstract

De ambitie van deze wetenschappelijke opdracht is om de economische geschiedenis van ambachtslui te koppelen aan fundamentele politieke, cultureel-mentale, intellectuele en epistemische transformaties tussen de vijftiende en negentiende eeuw. Enerzijds zal op basis van eerder en lopend onderzoek een monografie geschreven worden rond de ambachtsgilden in de Zuidelijke Nederlanden. Daarop verder bouwend zullen een aantal nieuwe onderzoekspistes ontwikkeld worden waarin het verband tussen stad en moderniteitsvertogen verder wordt onderzocht (in Europa en daarbuiten).

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Alle rechten voorbehouden? Barrières met betrekking tot het Europees burgerschap (bEUcitizen). 01/05/2013 - 30/04/2017

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds EU. UA levert aan EU de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Armenzorg en gemeenschapsvorming in de Zuidelijke Nederlanden, ca. 1300-1600. 01/10/2012 - 30/09/2014

Abstract

Dit FWO-project bestudeert armenzorg in drie steden in de Zuidelijke Nederlanden (Gent, Mechelen en Sint-Winoksbergen) van circa 1300 tot 1600. Op een geïntegreerde manier en voor een lange termijn ga ik na hoe door armenzorg (in de brede in van het woord) stedelijke gemeenschappen en solidariteit werden gevormd. Centraal staat de vraag welke gemeenschappen werden geïmpliceerd of gevormd wanneer werd beslist wie in aanmerking kwam voor zorg, en hoe dit evolueerde op lange termijn.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

'Menselijk kapitaal' vanuit een huishoudperspectief: kennisinvesteringen in vroegmodern Antwerpen, Gent, Lier en Aalst. 01/10/2012 - 30/09/2014

Abstract

Dit project tracht via seriële rekeningen van voogden onderwijsinvesteringen op huishoudniveau te kwantificeren en zo de vinger te leggen op eventuele veranderingen in de scholingsgraad en de aard van het onderwijs in de vroegmoderne periode. Door die gegevens te koppelen aan het volledige huishoudbudget, het sociaal-economische profiel van de (overleden) ouder(s), het aantal kinderen, enz.- en dit voor vier verschillende steden (Antwerpen, Gent, Lier en Aalst) - moet duidelijk worden waarom de Oostenrijkse Nederlanden (of althans sommige steden in de regio) op het einde van de achttiende eeuw niet langer koplopers waren op het gebied van geletterdheid en gecijferdheid.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

GIStorical Antwerp: een micro-level data tool voor de studie van vroegere stedelijke samenlevingen, proefstudie: Antwerpen 02/07/2012 - 31/12/2017

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds de Vlaamse overheid. UA levert aan de Vlaamse overheid de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Vrouwelijke netwerkvorming in het vroegmoderne Aalst: 'sociaal kapitaal' achter de schermen? 01/10/2011 - 09/01/2014

Abstract

In dit project wordt onderzocht in welke soorten netwerken (gehuwde) vrouwen in een (kleine) vroegmoderne stad actief waren en hoe deze netwerken evolueerden onder invloed van belangrijke sociaal-economische en culturele transformaties zoals de "industrious revolution" en de zogezegde "privatisering" van de vroegmoderne vrouwelijke actor. Dank zij de integratie van gendergeschiedenis en studies naar sociaal kapitaal wordt daarbij enerzijds ons begrip van de rol van gender in de productie van sociaal kapitaal vergroot en wordt anderzijds het monolithische onderscheid tussen de "publieke mannelijke sfeer" en de "vrouwelijke private sfeer" historisch geproblematiseerd. Deze inhoudelijk-methodologische insteek zal concreet gemaakt worden voor Aalst, een kleine stad die een exemplarische sociaal-economische transformatie doormaakte, uitstekende bronnenreeksen heeft en zich -vanwege de schaal- uitstekend leent voor een geïntegreerde analyse.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Kenniscreatie en kenniscirculatie in de Oostenrijkse Nederlanden: de runderpestepizoötie van 1769 - 1785 in het hertogdom Brabant en het graafschap Vlaanderen. 01/10/2011 - 30/09/2013

Abstract

Dit project betreft fundamenteel kennisgrensverleggend onderzoek gefinancierd door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek-Vlaanderen. Het project werd betoelaagd na selectie door het bevoegde FWO-expertpanel.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Stad en verandering. De Stad als object van studie in een historisch licht. 01/01/2011 - 31/12/2020

Abstract

Deze wetenschappelijke onderzoeksgemeenschap vertrekt van twee samenhangende vaststellingen. Enerzijds zijn de maatschappelijke uitdagingen op het stedelijke niveau zelden of nooit zo groot geweest. Terwijl de meest prangende maatschappelijke problemen zich meestal op het stedelijke niveau bevinden, neemt de urbanisering een ongezien hoge vlucht. Anderzijds is het de laatste decennia, naarmate de urbanisering toeneemt, steeds moeilijker geworden om te definiëren wat een stad eigenlijk is en, bijgevolg, hoe ze wetenschappelijk kan worden benaderd. Een bijkomende paradox is dat de problemen waar de stedelijke samenleving mee geconfronteerd wordt, vragen om een interdisciplinaire benadering, terwijl de stad in verschillende disciplines doorgaans op een verschillende manier wordt gedefinieerd. In antwoord daarop zal een brede waaier aan historici, sociologen, geografen, stadsontwikkelaars, architecten en cultuurwetenschappers zich gedurende vijf jaren buigen over de gestelde uitdagingen en zoeken naar nieuwe manieren om de stad in de nabije toekomst adequaat te onderzoeken. Daartoe werden alvast vier brede thema's gedefinieerd waarin de definitie van een stad sowieso heel onduidelijk is en ter discussie staat, namelijk suburbanisering, territorialiteit, stedelijk burgerschap, en stad en kennis. Het laatste thema is gedeeltelijk overkoepelend omdat het de relatie tussen kennisontwikkeling en de stedelijke samenleving centraal stelt. De historische insteek zal prominent aanwezig zijn. We gaan ervan uit dat niet alleen urbanisering maar ook de definiëring van de stad als object van onderzoek (in de verschillende disciplines) enkel maar afdoende kunnen worden begrepen als er aandacht is voor ontwikkelingen in de tijd.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Menselijke kwaliteiten. Evaluatierepertoires en het objectiveren van productkwaliteit in de vroegmoderne Lage Landen (casus: tafelgerei). 01/01/2011 - 31/12/2014

Abstract

Dit project betreft fundamenteel kennisgrensverleggend onderzoek gefinancierd door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek-Vlaanderen. Het project werd betoelaagd na selectie door het bevoegde FWO-expertpanel.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Het trainen van talent? Selectie- en beoordelingsprocedures aan de Academies voor Schone Kunsten in Antwerpen en Den Haag, 1650-1850. 01/10/2010 - 03/02/2013

Abstract

Dit project betreft fundamenteel kennisgrensverleggend onderzoek gefinancierd door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek-Vlaanderen. Het project werd betoelaagd na selectie door het bevoegde FWO-expertpanel.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

"Economies of quality" en de materiële renaissance. De vergeten consumptierevolutie van de Lage Landen in de "Lange Zestiende Eeuw. 01/01/2010 - 31/12/2013

Abstract

In dit project worden de transformaties van de materiële cultuur van de Lage Landen tijdens de lange zestiende eeuw voor het eerst systematisch geanalyseerd en dit vanuit een in meerdere opzichten geïntegreerd perspectief. Voor drie exemplarische clusters van producten die een grote invloed uitoefenden op en ondergingen van veranderende gedragsrepertoires (kledij, tafelgerei en meubilair/binnenhuisdecoratie) zal de volledige productlijn van ontwerp, grondstof, productie, distributie, consumptie, bezit, toe-eigening, recyclage, tot herverkoop, smeltkroes en afvalput bestudeerd worden.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Onderzoek naar zwarte kleurstoffen gebruikt in de textielindustrie van 1600-1856: historische bronnen versus realia. 01/01/2010 - 31/12/2011

Abstract

Dit project wil inzicht verkrijgen in het gebruik van ijzerverbindingen bij het zwartverven van textiel en de gevolgen ervan voor de verwering, conservatie (vroegmoderne periode, Antwerpen). Onze hypothese is dat ondanks het verbod op de goedkope en slechte verfprocédés door de ambachten, deze in de praktijk toch veel meer werden toegepast dan men uit historische bronnen kan vermoeden. Onze aanpak bestaat erin de technologische geschiedenis zoals die uit geschreven bronnen naar voor komt, te confronteren met onderzoek op overgeleverd textiel.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Vrouwelijke netwerkvorming in het vroegmoderne Aalst: sociaal kapitaal "achter de schermen"? 01/10/2009 - 30/09/2011

Abstract

In dit project wordt onderzocht in welke soorten netwerken (gehuwde) vrouwen in een (kleine) vroegmoderne stad actief waren en hoe deze netwerken evolueerden onder invloed van belangrijke sociaal-economische en culturele transformaties zoals de "industrious revolution" en de zogezegde "privatisering" van de vroegmoderne vrouwelijke actor. Dank zij de integratie van gendergeschiedenis en studies naar sociaal kapitaal wordt daarbij enerzijds ons begrip van de rol van gender in de productie van sociaal kapitaal vergroot en wordt anderzijds het monolithische onderscheid tussen de "publieke mannelijke sfeer" en de "vrouwelijke private sfeer" historisch geproblematiseerd. Deze inhoudelijk-methodologische insteek zal concreet gemaakt worden voor Aalst, een kleine stad die een exemplarische sociaal-economische transformatie doormaakte, uitstekende bronnenreeksen heeft en zich -vanwege de schaal- uitstekend leent voor een geïntegreerde analyse.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Politieke strategieën van ambachtslieden onder druk: meesters, gezellen en leerjongens tussen stedelijke overheid en middenveld in 16de-eeuws Antwerpen. 01/10/2009 - 30/09/2011

Abstract

Deze studie kadert in het onderzoek naar 'civil society' en het 'stedelijke corporatieve middenveld', waarin de focus wordt gelegd op hoe ambachten, als corporatieve verenigingen van beroepsgenoten, stabiliteit wisten te behouden binnen een stedelijke samenleving die stevig onder druk kwam te staan in het turbulente 16e-eeuwse Antwerpen in vergelijking met de aangewende strategieën (politiek, sociaal, economisch en cultureel) van ambachten uit andere Brabantse steden als Mechelen en Leuven.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

"La main de l'histoire se fatigue". Vertogen over verledens in Antwerpen en Brussel tijdens de Franse periode. 01/10/2009 - 30/09/2011

Abstract

Dit project betreft fundamenteel kennisgrensverleggend onderzoek gefinancierd door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek-Vlaanderen. Het project werd betoelaagd na selectie door het bevoegde FWO-expertpanel.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Investeren in technische kennis in de diamantsector te Antwerpen, tweede helft zestiende - begin negentiende eeuw 01/07/2009 - 31/12/2013

Abstract

In dit project wordt het investeren in technische kennis onderzocht voor de Antwerpse diamantsector in de vroegmoderne periode. Centraal staan de vragen 1) hoe het leren op de werkvloer veranderde ten gevolge van de veranderingen in de productiestructuren en de productinnovaties, 2) welke rol investeringen in de transfer van technische kennis speelden in de ontwikkeling van deze skill-intensieve sector en 3) welke rol instellingen speelden in het aangaan van die investeringen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Civil society in het laatmiddeleeuwse en vroegmoderne Mechelen. De ontwikkeling en rol van het maatschappelijk middenveld, 1400-1800. 01/10/2008 - 30/09/2011

Abstract

Dit onderzoeksproject wil aantonen dat er al van in de late middeleeuwen in de Nederlanden sprake was van een maatschappelijk veld van autonome burgers, los van traditionele maatschappelijke krachten zoals de economische marktwerking of de centrale staat. Recente studies tonen immers aan dat deze civil society enkel kan worden begrepen vanuit een historisch perspectief. Maar de meeste historici gaan er nog steeds van uit dat de civil society zijn oorsprong had in het Verlichte verenigingsleven van de achttiende eeuw. De gevolgen van een nieuwe periodisering zijn nochtans belangrijk. Dit betekent immers dat niet de seculiere, Verlichte genootschappen uit de achttiende eeuw aan de basis liggen van de westerse civil society, maar eerder de christelijke corporaties uit de middeleeuwen aandacht verdienen om de hedendaagse civil society beter te begrijpen. De nadruk zal daarbij komen te liggen op de politieke cultuur die tot stand kwam in deze civil society. Verschillende onderzoekers hebben er immers al op gewezen dat een levendig verenigingsleven ¿ wat ongeveer hetzelfde is als een dynamische civil society ¿ garant staat voor een democratische politieke cultuur. Die visie komt echter niet overeen met de traditionele vaststellingen met betrekking tot politieke elites in de late middeleeuwen en de vroegmoderne periode. De meeste studies wijzen er immers op dat de stedelijke besturen in die periode erg oligarchisch en gesloten waren. Daarnaast toonde historisch onderzoek aan dat ook de ambachtsbesturen erg weinig ruimte lieten voor politieke participatie. Dergelijke conclusies suggereren dus dat de invloed van de laatmiddeleeuwse en vroegmoderne civil society eerder gering was. Daarom wil dit onderzoeksproject onderzoeken hoe we de ideeën over een lange traditie van de Europese civil society kunnen verzoenen met de vaststellingen omtrent lage politieke participatie in vroegmodern Europa. We willen voor dit onderzoeksproject de ontwikkelingen in kaart brengen van één stad in de Nederlanden, namelijk Mechelen. Dit was een middelgrote stad in de Zuidelijke Nederlanden. De bevolking van de stad steeg van 15.000 inwoners in het midden van de veertiende eeuw naar 30.000 inwoners twee eeuwen later. De demografische ontwikkeling kantelde echter rond 1530. Dat was het gevolg van het vertrek van het hof van Margareta van Oostenrijk, de economische crisis en de gevolgen van de Opstand (1566-1609). De stad wist wel gedeeltelijk te herstellen van deze achteruitgang gedurende de zeventiende en achttiende eeuw, maar de bevolking overschreed nooit meer de piek van de 20.000 inwoners. De keuze om één stad te onderzoeken moet ons in staat stellen om meer precieze conclusies te formuleren over langetermijnontwikkelingen. Verder worden uiteraard ook vergelijkingen getrokken met andere steden in de Nederlanden die relatief goed zijn bestudeerd (Antwerpen, Amsterdam, Gent, 's-Hertogenbosch en Zwolle) en zal er gekeken worden naar andere Europese regio's.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Wetenschap of techniek? Circulatie van academisch-theoretische en technisch-praktische kennis binnen de medische beroepsmarkt in Brabant (1540-1815). 01/10/2008 - 30/09/2010

Abstract

In dit project wordt de circulatie van medische kennis onderzocht in een periode waarin de aard van die kennis en de context waarin ze tot stand komt fundamenteel wijzigen. Medische kennis kon zowel in verwoorde (of abstracte) als in belichaamde (of geïncorporeerde) vorm bestaan, en zowel in theoretische traktaten als in de vorm van vaardigheden circuleren. Verandert de aard van de kennis, zoals dat in de Nieuwe Tijd gebeurde, dan verandert noodgedwongen ook de manier van circuleren, en vice versa. Het is deze relatie tussen de kennis an sich en de manier waarop ze circuleerde tussen 1540 en 1815 - een periode van wetenschappelijke revoluties en medicaliseringsprocessen - die in dit project centraal zullen staan.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Vrouwelijke netwerkvorming in Antwerpen tijdens de 17de en 18de eeuw: sociaal kapitaal "achter de schermen"? 01/10/2008 - 30/09/2009

Abstract

In dit project wordt onderzocht in welk soort netwerken vrouwen actief waren en welk soort sociaal kapitaal ze daarbij genereerden. Verschillende historici (cf. Haks, Stone) menen dat de zeventiende en achttiende eeuw werden gekenmerkt door een opkomende huiselijkheid die de vrouwelijke actor steeds verder wegdrong in een sterk afgescheiden private sfeer. Wat betekende dit voor de samenstelling en functies van vrouwelijke netwerken en voor de mogelijkheden tot vrouwelijke agency via het produceren van sociaal kapitaal? Via een integratie van vrouwengeschiedenis en onderzoek naar sociaal kapitaal wordt ons begrip vergroot van 1) de rol van gender in de productie van sociaal kapitaal én 2) de vrouwelijke handelingsbekwaamheid in een patriarchale gemeenschap.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Kenniscirculatie in de Lage Landen. Stromen van technische kennis in het westelijk kerngebied van de Lage Landen tussen ca. 1400 en 1700. 01/01/2008 - 31/12/2011

Abstract

Doel van dit project is te onderzoeken, hoe de circulatie van technische kennis in de Late Middeleeuwen en het begin van de Nieuwe Tijden (c. 1400-1700) verliep, in welke mate de omvang of wijze van kenniscirculatie veranderingen onderging en waardoor deze veranderingen (of de afwezigheid ervan) kunnen worden verklaard. Er wordt daarbij gefocust op de steden Haarlem en Rotterdam in het Noorden, en Antwerpen en Gent in het Zuiden. Wat de sectoren aangaat, zal het onderzoek zich concentreren op de lakenbereiding (ververs, droogscheerders, persers), de houtbewerking (timmerlieden, schrijnwerkers, kuipers, scheepstimmerlui) en de edelsmeedkunst (goud- en zilversmeden).

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Data infrastructure for the study of guilds and other forms of corporate collective action in pre-industrial times. 01/01/2008 - 31/12/2009

Abstract

Het aanvullen en uitbreiden van de dataset over de gilden in de Zuidelijke Nederlanden. Dit bestaat uit het aanvullen van de reeds bestaande gegevens met bijkomende gegevens, dat wil zeggen uit het toevoegen van een aantal variabelen per gilde, die gekozen worden op basis van onderling overleg.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Politieke en discursieve strategieën van ambachtslieden onder druk: conflicten rond 'sociaal kapitaal' in 16de-eeuws Antwerpen. 01/10/2007 - 30/09/2009

Abstract

In dit project zal worden onderzocht hoe stedelijke middengroepen, via cooperatieve structuren, ageerden ten aanzien van de enorme spanningen waarmee de stad en haar inwoners te kampen kregen. Er wordt van uitgegaan dat Antwerpens 'Gouden Eeuw' op het eerste zicht gekenmerkt wordt door een relatieve sociale stabiliteit. Zo werd reeds gesuggereerd dat Antwerpenaren in de 16de eeuw er op één of andere wijze in slaagden een succesvolle sociale samenleving te vormen ondanks de vele ontwrichtende factoren waarmee de stad werd geconfronteerd. Denken we hierbij onder meer aan de acceleratie van het zich ontwikkelende handelskapitalisme met haar explosieve bevolkingsgroei, voortdurende immigratie, wisselende koopkracht, product-en procesinnovatie, verschuivende economische afhankelijkheidsnetwerken, langer wordende interdependentieketens, de armoedeproblematiek, polarisering -en proletariseringsprocessen, alsook de scherpe religieuze tegenstellingen en de Habsburgse centralisatiepolitiek. Wat betekenden deze ontwikkelingen voor het 'sociaal kapitaal' in de stad en welke politieke en discursieve acties ondernam het georganiseerde middenveld met het oog op het behoud en/of de ontplooiing van hun maatschappelijkee veerkracht en weerbaarheid?

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Conflicterende verledens. Historisch bewustzijn in vertogen en representaties van stedelijke groepen aan het einde van het Ancien Régime (Antwerpen, 1748-1815). 01/10/2007 - 30/09/2009

Abstract

Dit project wil via een studie van historische praktijken de aandacht verschuiven naar historisch bewustzijn zoals het in de maatschappij werd beleefd en tot stand kwam. Omdat 'historisch bewustzijn' als zodanig een ongrijpbare categorie is, staat het (al dan niet bewuste) gebruik van historische vertogen in de dagelijkse praktijk centraal. Een geschikte context hiervoor is de vroegmoderne stad, waarbinnen verschillende groepen hun belangen en maatschappelijke denkbeelden trachtten veilig te stellen. Niet zelden riepen ze hierbij het verleden in ter legitimering, wat het mogelijk maakt hun houding en beleving te traceren. Samengevat luidt de onderzoeksvraag als volgt: 1) op welke manier bedienden stedelijke groepen zich van het verleden bij zowel onderlinge als aan de stad externe confrontaties, en 2) hoe veranderden percepties van het verleden en historisch bewustzijn onder invloed van structurele transformaties?

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Medische kennis in conflict. Circulatie, transfer en transformatie van geneeskundige kennis in de Zuidelijke Nederlanden (1540-1815) bij niet-academische medische zorgverstrekkers. 01/10/2007 - 30/09/2008

Abstract

Concreet zullen vier onderzoekspistes worden bewandeld: 1. Hoe evolueerde de algemene aard van medisch-wetenschappelijke kennis? Werd het meeste belang gehecht aan theoretische of praktische kennis en valt er een evolutie na te gaan? Was de overgedragen kennis 'belichaamd' 'gecodificeerd'? Valt de inhoud van de overgeleverde kennis als geheim of open te beschouwen? 2. Op welke manier werd kennis getransfereerd en welke rol speelden middelaars daarbij? Hoe circuleerde theoretische en praktische kennis en wie of wat waren de concrete dragers van kennis (mensen, boeken, illustraties, schema's, etc.). 3. Welke rol speelden opleidingen bij de kennisoverdracht? Lag het zwaartepunt bij informele of bij formele opleidingen en verschoof dit in de loop van de Nieuwe Tijd? Hoe werd kennis en kunde geëvalueerd en wat zegt deze evaluatie over de (waarde en de aard van) de verworven kennis en vaardigheden? 4. Wat waren de oorzaken en gevolgen van de institutionele transformaties doorheen de Nieuwe Tijd? Wat betekende de oprichting van de medische colleges in de zeventiende en achttiende eeuw, de afschaffing van de ambachten in 1795 en de oprichting van vroedkundige of heelkundige college op het einde van het Ancien Régime?

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Sociaal kapitaal in Antwerpse ambachten, 16de eeuw. 01/07/2006 - 31/12/2010

Abstract

In dit project wordt onderzocht hoe het georganiseerde middenveld van het 16de-eeuwse Antwerpen reageerde op de toenemende spanningen binnen het stedelijk weefsel. In de 'lange' 16de eeuw kreeg Antwerpen te maken met ontwrichtende evoluties als het ontstaan van een moderne '(handels)kapitalistische' economie en staatsvormingsprocessen, die proletarisering, massale immigratie en een verlies aan autonomie voor de lokale 'civil society' tot gevolg hadden. De vraag is wat deze ontwikkelingen betekenden voor het 'sociaal kapitaal' in de stad en welke politieke en discursieve acties verenigingen (in casu ambachten) ontwikkelden met het oog op het behoud of de ontplooiing ervan.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Publicatie van het boek B. De Munck, Learning guild practices. Apprenticeship in Antwerp from the 15th century to the end of the ancien régime (Turnhout, Brepols, 2006). 01/03/2006 - 31/12/2007

Abstract

De middelen van dit project zullen worden gebruikt voor de publicatie van het boek B. De Munck, Learning guild practices. Apprenticeship in Antwerp from the 15th century to the end of the ancien régime. Het boek is het resultaat van een doctoraal onderzoek in het kader van het FWO-project Jongeren tussen opleiding en werk in Brabantse en Vlaamse steden, 1500-1800: sociale, culturele en economische aspecten, dat tussen 1998 en 2002 werd afgerond onder leiding van Prof. dr. Hugo Soly (VUB). Concreet zullen de middelen dienen voor de vertaling en lay out van het werk.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

De integratie van immigranten-ambachtslieden in stedelijke arbeidsmarkten: het hertogdom Brabant van ca. 1450 tot ca. 1800 (casussen: Antwerpen en Brussel). 01/01/2006 - 31/12/2009

Abstract

Dit project beoogt de immigratie en integratiemogelijkheden van ambachtslieden in vroegmoderne steden op een integrale manier te onderzoeken. Er wordt geopteerd voor een combinatie van regionaal en lokaal perspectief, met aandacht zowel voor interacties tussen steden als voor specifieke ontwikkelingen binnen steden, sectoren en beroepen. Concreet gaat het om ambachtslieden (in de brede zin van het woord) die naar de belangrijkste steden van het hertogdom Brabant migreerden tussen circa 1450 en circa 1800, met als uitgewerkte case-studies Antwerpen en Brussel. Dit lange-termijnperspectief is noodzakelijk om conjuncturele ontwikkelingen te overstijgen, dus om zicht te krijgen op 'structurele' verschuivingen, die economisch, politiek-institutioneel en/of cultureel van aard zijn.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Het 19de-eeuws corporatisme en de restauratiepraktijk. Een vergelijking van het corporatistische vertoog en de atelierpraktijk (case study: het glasschildersatelier van J.B. de Béthune). 01/01/2006 - 31/12/2007

Abstract

Het project beoogt de studie van de relatie tussen het 19de eeuwse corporatistische discours en de restauratiepraktijk van de betrokken ateliers. Uitgaande van de situatie van het ambachtwezen in de late 18de eeuw wordt een licht geworpen op de organisatie en werking van de ateliers in de neogotiek. De activiteiten van 'Béthune' (en meer bepaald zijn glasatelier) staan centraal in het onderzoek en worden in het kader van een congres vergeleken met andere binnen- en buitenlandse corporatistisch georganiseerde restauratie-ateliers.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Kunst en luxeconsumptie in het zeventiende- en achttiende-eeuwse Brussel, maatwerk en confectie in het spanningsveld tussen hof, adel en burgerij. 01/10/2005 - 30/09/2007

Abstract

In ons onderzoek zal een kwalitatief-kwantitatieve benadering complementair zijn aan een psycho- sociologische benadering van de kunstconsumptie als onderdeel van de volledige materiële cultuur van de hoofdstedelijke bevolking. De doelstelling van dit project reikt verder dan het in kaart brengen van {veranderingen in) de materiële cultuur bij verschillende sociale groepen. Hierbij zullen we ons laten leiden door vragen naar het precieze functioneren van deze {inter)stedelijke kunstmarkt, de identiteit van kopers en verzamelaars, de aard van de kunstobjecten die zij begeerden en waarom zij dat deden; naar de dialectische relatie tussen markt en mecenaat. Deze vragen zullen ons zowel naar de sociaal-economische geschiedenis als naar de mentaliteitsgeschiedenis voeren.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Technische voorschriften en reglementeringen voor ambachtslui in de Zuidelijke Nederlanden tijdens de 16de-17de en 18deeeuw. Een archivalische en materiaaltechnische confrontatie. (Deel 2: De glazenmakers) 01/01/2005 - 31/12/2006

Abstract

Het is de bedoeling in diverse archieven technische voorschriften van ambachten op te sporen en te verzamelen. Deze voorschriften zullen worden geconfronteerd met wetenschappelijke data resulterend uit proeven op door ambachtslieden vervaardigde producten. Bij wijze van `case study' zal dit toegespitst worden op het glazenmakersambacht. Naast de onmiddellijke wetenschappelijke resultaten, zal het eerste eindproduct bestaan uit een bestand van archivalia en beelden dat door studenten en docenten kan worden gebruikt voor verder onderzoek, zowel aan de Universiteit Antwerpen als aan de Hogeschool Antwerpen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Technische voorschriften en reglementeringen voor ambachtslui in de Zuidelijke Nederlanden tijdens de 16de-17de en 18de eeuw. Een archivalische en materiaaltechnische confrontatie (Deel 1:De glazeniers) 01/02/2004 - 31/12/2005

Abstract

Het is de bedoeling in diverse archieven technische voorschriften van ambachten op te sporen en te verzamelen. Deze voorschriften zullen worden geconfronteerd met wetenschappelijke data resulterend uit proeven op door ambachtslieden vervaardigde producten. Bij wijze van `case study' zal dit toegespitst worden op het glazeniersambacht. Naast de onmiddellijke wetenschappelijke resultaten, zal het eerste eindproduct bestaan uit een bestand van archivalia en beelden dat door studenten en docenten kan worden gebruikt voor verder onderzoek, zowel aan de Universiteit Antwerpen als aan de Hogeschool Antwerpen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Uitbouw van onderzoeks- en onderwijscompetentie voor de sociaal-economische geschiedenis van de Nieuwe Tijd op licentieniveau. 01/10/2003 - 31/12/2005

Abstract

De inrichting van de licentiejaren in de opleiding geschiedenis maken investeringen in de bijhorende wetenschappelijke vakbekwaamheid noodzakelijk. De eerstvolgende jaren zullen doorgedreven inspanningen ondernomen worden om de vakgroep en de bijhorende bibliotheek in de relevante deelgebieden (Sociaal-economische geschiedenis NT, etnologie, geschiedenis van ambacht en arbeid etc.) een toonaangevende positie te bezorgen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)