Onderzoeksgroep

Management

Expertise

Cooperatie en conflict in sociale dilemmas, neuro-economie

Vertrouwen en wantrouwen in meerlagige politieke en administratieve systemen: oorzaken, dynamieken en effecten (GOVTRUST) 01/01/2020 - 31/12/2025

Abstract

Hedendaags bestuur van de samenleving is een complexe activiteit, omdat overheidsinstanties op diverse niveaus (EU, nationaal, deelstatelijk) betrokken zijn bij de opmaak en implementatie van regelgeving en daarvoor samenwerken met niet-statelijke actoren in gelaagde besluitvormingsorganen. Vertrouwen is een fundamentele voorwaarde voor het goed presteren van multi-level governance systemen. Hoewel een zekere mate van georganiseerd wantrouwen tussen actoren functioneel kan zijn, komt het systeem voor grote uitdagingen te staan wanneer het vertrouwen tussen burgers, private organisaties en overheidsinstanties op verschillende bestuursniveaus blijft afnemen. Dit belemmert niet alleen de samenwerking tussen burgers, private organisaties en de overheid, maar ook die tussen overheidsorganisaties op verschillende bestuursniveaus. Deze samenwerking is nochtans noodzakelijk voor effectief bestuur. Het onderzoeksexcellentie-consortium GOVTRUST, dat onderzoeksteams uit de politieke wetenschappen, bestuurskunde, rechten, communicatiewetenschappen en gedragseconomie omvat, zal de dynamieken, oorzaken en effecten van vertrouwen en wantrouwen tussen actoren betrokken in multi-level governance op een interdisciplinaire wijze bestuderen. Hiervoor zal het consortium gebruik maken van multi-methode onderzoek waarbij gebruik wordt gemaakt van juridische studies, surveys en kwantitatieve analyses, verschillende soorten experimenten, inhoudsanalyse, sociale netwerkanalyse alsook gecontroleerde casusvergelijkingen. Met haar onderzoeksprogramma, samenwerkingen en activiteiten zal het consortium wetenschappelijke kennis genereren op een internationaal excellentieniveau, bijdragen aan de internationale reputatie van de Universiteit Antwerpen en impact op beleid en bestuur nastreven.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

De maakbaarheid van rechtvaardigheidsnormen: de rol van sociale waarden, wijs redeneren, machtsasymmetrie, en inter-groepsconflict. 01/01/2020 - 31/12/2023

Abstract

Begrijpen hoe rechtvaardigheid gevormd wordt is cruciaal om democratie, welzijn, en economische systemen in stand te houden. Tal van onderzoek toonde reeds aan dat de rechtvaardigheidsnorm maakbaar is en beïnvloed wordt door persoons- en context-gebonden factoren. Tot nu toe werden vooral de invloed van individuele verschillen in waarden en omgevingsprikkels apart bestudeerd. Wij stellen een interdisciplinaire studie voor om deze twee benaderingen te integreren en inzicht te verweven in hoe, wanneer, en bij wie, omgevingsfactoren een impact zullen hebben op de rechtvaardigheidsnorm. We voeren gedrag- en beeldvormingsstudies uit, en testen hoe machtsasymmetrie en groepsconflicten rechtvaardige keuzes, oordelen, en beslissingen veranderen, en we onderzoeken of dit afhangt van verschillen in waarden en redeneringscapaciteit. We bestuderen verder of de neurale netwerken van individuen met verschillende waardenoriëntaties veranderen in functie van de machtspositie en inte ersoonlijk conflict. Gegeven dat vele persoonlijke en economische uitwisselingen plaats vinden in hiërarchische, gefragmenteerde, of competitieve groepen, is het maatschappellijk belangrijk om beter te begrijpen hoe macht en conflict de voorkeur voor rechtvaardigheid bestendigen of te niet doen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Vertrouwen, legitimiteit en nalevingsbereidheid aangaande COVID-19 exit-maatregelen. 01/06/2020 - 31/05/2021

Abstract

Although intrusive Covid-19 lockdown measures were legitimate in the initial stages of the crisis, the overriding call for stringent measures is gradually dissipating. Citizens increasingly demand that exitstrategies are developed with sufficient regard for their socio-economic interests, while potential infringements of fundamental rights, such as free movement, privacy and fair competition, and legal principles such as equality and proportionality lead to increasing criticism of and even litigation against government measures. While current strategies are primarily based on epidemiological and medical research, the growing relevance of social and legal factors for the development of exit-strategies implies that new data and knowledge is urgently needed. In particular, insights into the conditions under which Covid-19 measures are socially legitimate, legally sound, and stimulate citizen compliance is necessary to develop sustainable exit-strategies. Our project fills the lack of scientific and policyrelevant knowledge of social and legal factors in Covid-19 exit-strategies by using the following double approach 1) three vignette surveys examine how intended compliance and legitimacy of combinations of proposed Belgian Covid-19 measures is influenced by framing on underlying public health, social and legal concerns 2) and a systematic legal analysis aims at generating new insights on new measures' legality and provide essential input for the design of the vignette surveys. Continuous communication to governments of research findings from the vignette surveys and legal analysis to will provide policyrelevant input on new measures, allowing governments to make informed and balanced decisions on their exit-strategies, and providing support in the prevention of non-compliance to or litigation against Covid-19 measures.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

De determinanten van rechtvaardigheid en afkeer voor ongelijkheid in leider-volger relaties: De rol van prikkels, normen en sociale waarde-oriëntatie. 01/11/2019 - 31/10/2021

Abstract

Het project onderzoekt hoe het gevoel voor rechtvaardigheid en de afkeer voor ongelijkheid, twee universele gedragseigenschappen van mensen, veranderen binnen een hiërarchische leider-volger relatie. Steunend op de identiteitstheorie stellen we voor dat het aannemen van een leider- of volgerrol een normtransformatie induceert die de bezorgdheid om eerlijkheid bij de leider vermindert en de tolerantie bij de volger verhoogt. We plannen een reeks gedragsexperimenten om te testen (1) in hoeverre het primen van een leider/volger-identiteit rechtvaardigheid en afkeer voor ongelijkheid wijzigt, en (2) hoe deze identiteitsverschuiving wordt gematigd door de ervaren machtsasymmetrie en persoonlijkheidsverschillen. Vervolgens onderzoeken we (3) of de veranderingen in rechtvaardigheid en afkeer voor ongelijkheid gedeeltelijk verklaard kunnen worden door het effect van het neurohormoon oxytocine, gezien zijn rol in het reguleren van sociaal gedrag bij zoogdieren. Ten slotte (4) zoomen we in op verschillende soorten volgers en onderzoeken we hoe ze gedragsmatig en fysiologisch reageren op leiders met verschillende ethische principes. Inzicht in de factoren die de gedragsverandering veroorzaken ten gevolge van een leider/volger identiteitsverandering, en in de redenen waarom sommige volgers eerder meegaand zijn terwijl anderen zich verzetten, zal ons helpen om beter te begrijpen waarom, en hoe, sociale hiërarchieën zo hardnekkig blijven bestaan.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

De determinanten van rechtvaardigheid en afkeer voor ongelijkheid in leider-volger relaties: de rol van prikkels, normen en sociale waarde-oriëntatie. 01/10/2017 - 30/09/2021

Abstract

Principes van rechtvaardigheid en aversie voor ongelijkheid spelen een grote rol in leider-volger relaties. We bestuderen heterogeniteit in het gedrag van leiders (aandacht voor rechtvaardigheid) en volgers (aversie voor ongelijkheid) met nadruk op de interactie tussen prikkels, leider/volger rollen, en sociale waarde-oriëntatie. Met gedrag- en endocriene studies indentificeren we de mechanismen achter variabiliteit in rechtvaardigheid en ongelijkheidsaversie.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Project website

Roddel als sociaal bindmiddel: een studie naar de mogelijkse mediërende rol van oxytocine. 01/10/2015 - 30/09/2019

Abstract

Roddelen is een universele menselijke gedragsvorm die sociale cohesie en vertrouwen in groepen in stand houdt, vermoedelijk omwille van de relaxerende en sociaal-informatieve functies die aan roddelgedrag worden toegeschreven. Tot op heden is er weinig of geen aandacht besteed aan de onderliggende biologische mechanismen van de welbekende relatie tussen roddel, sociale cohesie en vertrouwen. Wij vermoeden dat de neuropeptide oxytocine (OT) hierbij een cruciale rol speelt. Men weet reeds dat OT een belangrijke rol speelt in het sociale gedrag van zoogdieren. OT gehaltes stijgen wanneer mensen een vertrouwenssignaal ontvangen, alsook wanneer men een geheim uitwisselt. Roddel betreft vaak vertrouwelijke, 'geheime' informatie. Aldus lijkt het plausibel dat roddelgedrag OT gehaltes beïnvloedt, en ook sociale cohesie en vertrouwen onder groepsleden zal versterken. Met deze studie willen we onderzoeken of en hoe OT een mediërende functie vervult tussen roddelgedrag enerzijds, en sociale cohesie en vertrouwen binnen een groep anderzijds. Bovendien willen we nagaan of, en hoe, individuele verschillen (geslacht en persoonlijkheidseigenschappen) deze relatie beïnvloeden. En, wat mogelijks de rol is van contextuele factoren (roddel onder vrienden versus roddel onder onbekenden). We willen dit testen aan de hand van een reeks experimenten. We wensen na te gaan of een groep van roddelende deelnemers (versus groepen die geen roddelinformatie uitwisselen en individuele deelnemers) (1) verhoogde OT waarden vertonen (wat wijst op een grotere OT reactie), en (2) meer vertrouwen en bereidheid tot coöperatie vertonen naar de andere groepsleden toe. Dit is een innovatief project omdat het voor de eerste keer wetenschappelijke expertise samenbrengt die tot nog toe afzonderlijk werd bestudeerd. Enerzijds hebben sociale wetenschappers reeds veelvuldig onderzocht hoe roddel samenhangt met sociale cohesie en vertrouwen. Anderzijds wordt er in het domein van de psychoneuroendocrinologie steeds meer aandacht besteed aan de neurale netwerken en chemische processen die aan de basis liggen van prosociaal gedrag, zoals vertrouwen en coöperatie. Nog nooit eerder werden beide inzichten met elkaar verbonden. Gezien de alomtegenwoordigheid van roddel in alle culturen en vrijwel alle aspecten van ons dagelijkse leven zullen de inzichten die in dit project verworven kunnen worden niet enkel van belang zijn voor diverse onderzoeksdomeinen, maar ook voor de maatschappij in het algemeen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

"In the mind's eye": Is het effect van reele en iconische oog stimuli op het cooperatief gedrag beinvloed door context en intrinsieke motivatie? Een gedrag- en fMRI studie. 01/10/2013 - 30/09/2017

Abstract

De studie onderzoekt de neurale processen die de relatie tussen oog stimuli en coöperatief gedrag in sociale dilemma's onderbouwen, en onderscheidt hierbij het effect van foto's van levensechte ogen versus oogiconen. We verwachten dat enkel de levensechte ogen sociale informatie kunnen verschaffen en hierdoor het sociale cognitiesysteem in de hersenen activeren (de temporo-pariëtale junctie, de mediale frontale cortex, en de amygdala) en vertrouwen opwekken. Oogiconen roepen het gevoel op geobserveerd te worden, wat samen gaat met reputatie-effecten en activatie in de laterale prefrontale cortex. Bovendien toetsen we of het effect van levensechte oogstimuli versus oogiconen (en het daarbij horende patroon van hersenactivatie) gemodereerd wordt door de sociale waarden oriëntatie van een persoon (een eigenschap die aangeeft in hoeverre men intrinsiek gemotiveerd is om te coöpereren) en de beslissingscontext. Dit manipuleren we door gebruik te maken van drie verschillende spel-theoretische paradigma's (het simultaan en sequentieel gespeeld gevangenisdilemma en het coördinatiespel) die verschillen in de mate waarin ze de speler tot hebzucht of wantrouwen aanmanen. We testen in hoeverre de 2 types van oogstimuli coöperatie aanmoedigen door hebzucht en angst te temperen en we verwachten dat dit afhangt van de sociale waarden oriëntatie.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

De rol van oxytocine en de modererende invloed van sociale context en persoonlijkheid op het affiliatiegedrag van mensen. 01/07/2011 - 30/06/2015

Abstract

De neuropeptide oxytocine (OT) heeft een belangrijke rol in het tot stand brengen van vertrouwen en samenwerking omdat het enerzijds angst remt, en anderzijds de affectieve banden tussen mensen versterkt. Recente onderzoeksbevindingen suggereren dat individuele verschillen in OT metabolisme samengaan met persoonsverschillen in een aantal aspecten van sociaal gedrag (waaronder empathie, stressreactiviteit, en een verhoogde kans op autisme), en dat verder het effect van OT op vertrouwen en sociale hechting afhangt van contextuele en persoonsfactoren. Het doel van de studie is daarom drievoudig. Ten eerste onderzoeken we de modererende invloed van de sociale context en van persoonlijkheidseigenschappen op de gedragsimplicaties (vertrouwen en sociale hechting) van OT in een gedragsstudie waarbij OT of een placebo intra-nasaal worden toegediend. Ten tweede onderzoeken we met fMRI en DTI het onderliggende neuraal mechanisme waarbij OT vertrouwen induceert en hechting tussen mensen mogelijk maakt. We pogen daarbij de functionele en anatomische connectiviteit tussen de neurale correlaten van angstremming (amygdala) en sociale motivatie (nucleus accumbens) in kaart te brengen. Ten derde onderzoeken we of er mogelijk een relatie bestaat tussen afwijkingen in OT plasma-gehalte en/of OT werking enerzijds, en sociaal delinquent gedrag anderzijds. Inzicht in de relatie tussen een hormoon dat sociale angst en affiliatie reguleert, de sociale omgeving, en delinquent gedrag, kan nuttig zijn in het ontwikkelen van gepaste klinische- en gedragstherapieën voor jongeren die moeite hebben met maatschappelijke integratie.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Individuele verschillen in zelfregulerend gedrag: een functionele beeldvorming studie rond de hersenprocessen die doelgerichtheid, persistentie, en adaptief gedrag sturen. 01/07/2009 - 30/06/2013

Abstract

Het project wil via fMRI inzicht verwerven in de oorsprong van individuele verschillen in beheersing en zelfregulatie. We testen de hypothese dat individuele verschillen in activiteit in 3 vooropgestelde hersenregio's samenhangt met dopamine-receptor genpolymorphisme enerzijds, en met stabiele persoonlijkheidseigenschappen die doelgerichtheid, persistentie, en adaptief gedrag typeren anderzijds.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Een fMRI onderzoek naar de determinanten van coöperatie in sociale dilemma's. 01/02/2009 - 31/12/2010

Abstract

Deze fMRI studie wil inzicht verwerven in hoe het neuraal substraat van coöperatie bepaald wordt door omgevingsfactoren en persoonlijkheid. We vermoeden dat prosocialen, omwille van een gevoeliger sociaal brein, gemakkelijker beïnvloed zijn door subtiele omgevingscues. Verder onderzoeken we of de beoordeling van een (niet)coöperatieve partner bij prosocialen op emotionele processen steunt, terwijl dit bij proselfs cognitief verwerkt wordt.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

De invloed van emoties op de besluitvorming in sociale dilemma's. 01/10/2006 - 30/09/2010

Abstract

Het onderzoek put uit inzichten in de economie, psychologie, en neurowetenschappen om te begrijpen waarom besluitvorming vaak afwijkt van speltheoretische verwachtingen. Het specifieke doel is om met fMRI de tussenliggende rollen van emotionele en rationele subsystemen in de hersenen te belichten wanneer mensen een coöperatieve of competitieve strategie kiezen in een sociaal dilemma. De rol van persoonlijkheid en de context van het dilemma wordt mee onderzocht.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Cognitie versus emotie in het selecteren van een strategie tijdens een ultimatum spel en sociale dilemma's. De modererende rol van individuele verschillen. 01/05/2005 - 30/04/2009

Abstract

Afwijkingen van economisch "rationele" beslissingen in anonieme, éénmalige strategische interacties blijven moeilijk te verklaren vanuit een puur economisch standpunt. Deze studie wil aan de hand van experimenteel onderzoek inzicht verwerven in hoe strategieselectie afhangt van de situationele context en individuele verschillen. We stellen als hypothese dat (1) strategieselectie bepaald wordt in de mate dat de context waarin de interactie plaats vindt de socio-emotionele versus cognitieve systemen van de hersenen activeert, en dat (2) individuele verschillen de strategieselectie beïnvloeden in de mate waarin ze samenhangen met de activatie van socio-emotionele informatieverwerking.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)