Onderzoeksgroep

Centrum voor Stadsgeschiedenis

Expertise

Greet De Block is ingenieur-architect en ruimtelijk planner. Haar publicaties en onderwijs focussen op infrastructuur als drijfveer van verstedelijking, wat een interdisciplinaire benadering vereist die stedenbouw relateert met geschiedenis, STS, politieke geografie, en landschapsstudies. Naast historisch onderzoek over 19de en 20ste eeuwse infrastructuur-verstedelijkingsmechanismen, mobiliseert De Block's onderzoek geschiedenis om inzicht te verwerven in, en kritisch te reflecteren over, de hedendaagse stedelijke conditie en gerelateerde stadstheorieën en praktijken. Recent werk spiegelt hedendaags ontwerp met eerdere sociaal-ruimtelijke schema's die omgaan met onzekerheid en risico in een context van versnelde stedelijke transformaties. Scientific coordinator of MSCA Innovative Training Network (ITN) TOD-IS-RUR, conceiving public transport as a backbone for socially Inclusive and environmentally Sustainable urbanization in European Rural-Urban Regions. Drawing on a wide range of European contexts and bringing in expertise from the interdisciplinary domain of urban studies (i.e. mobility studies; landscape research and design; transport justice; planning; social and historical geography; Science & Technology Studies (STS); environmental and transport history), the ITN analyzes rural-urban place-making and develops novel, context-based planning schemes for rural-urban regions. See https://www.uantwerpen.be/en/projects/tod-is-rur/

Evalueren en verbeteren van TOD projecten in Belgische en Zweedse RURs. 01/10/2021 - 30/09/2024

Abstract

Het onderzoek ontwikkelt nieuwe inzichten over de interactie tussen generische, stedelijke TOD modellen en de sociaal-ruimtelijke contexten van RURs waarin de TOD projecten geïmplementeerd worden. Het project focust op (i) wie geeft TOD projecten vorm, met welke redenen en met welke sociale en landschappelijke impact; (ii) spanningen tussen de bestaande context en de verbeeldingen van TOD ontwikkelingsplannen. De cases: de RURs van Antwerpen en Stockholm/Uppsala.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Stad en verandering III: Naar een duurzame integratie van disciplines in stadsstudies. 01/01/2021 - 31/12/2025

Abstract

Deze wetenschappelijke onderzoeksgemeenschap vertrekt van twee samenhangende vaststellingen. Enerzijds zijn de maatschappelijke uitdagingen op het stedelijke niveau zelden of nooit zo groot geweest. Terwijl de meest prangende maatschappelijke problemen zich meestal op het stedelijke niveau bevinden, neemt de urbanisering een ongezien hoge vlucht. Anderzijds is het de laatste decennia, naarmate de urbanisering toeneemt, steeds moeilijker geworden om te definiëren wat een stad eigenlijk is en, bijgevolg, hoe ze wetenschappelijk kan worden benaderd. Een bijkomende paradox is dat de problemen waar de stedelijke samenleving mee geconfronteerd wordt, vragen om een interdisciplinaire benadering, terwijl de stad in verschillende disciplines doorgaans op een verschillende manier wordt gedefinieerd. In antwoord daarop zal een brede waaier aan historici, sociologen, geografen, stadsontwikkelaars, architecten en cultuurwetenschappers zich gedurende vijf jaren buigen over de gestelde uitdagingen en zoeken naar nieuwe manieren om de stad in de nabije toekomst adequaat te onderzoeken. Daartoe werden alvast vier brede thema's gedefinieerd waarin de definitie van een stad sowieso heel onduidelijk is en ter discussie staat, namelijk suburbanisering, territorialiteit, stedelijk burgerschap, en stad en kennis. Het laatste thema is gedeeltelijk overkoepelend omdat het de relatie tussen kennisontwikkeling en de stedelijke samenleving centraal stelt. De historische insteek zal prominent aanwezig zijn. We gaan ervan uit dat niet alleen urbanisering maar ook de definiëring van de stad als object van onderzoek (in de verschillende disciplines) enkel maar afdoende kunnen worden begrepen als er aandacht is voor ontwikkelingen in de tijd.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

TOD voor inclusieve en duurzame ruraal-urbane regio's (TOD-IS-RUR). 01/01/2021 - 31/12/2024

Abstract

TOD-IS-RUR focust op Transit Oriented Development (TOD), met als doel publiek transport te conceptualiseren als ruggengraat voor sociaal inclusieve en duurzame verstedelijking in Europese ruraal-urbane regio's (RURs). Als Europa de transitie wil maken naar inclusieve en duurzame verstedelijkingspatronen, dan is de extensie van TOD naar RURs essentieel, omdat een groot deel van de Europeanen in RURs wonen/werken, en niet enkel in stadskernen. TOD-IS-RUR zet een interdisciplinair, intersectoraal, en internationaal netwerk op, met 9 beneficiaries en 12 partner organisations, die samen expert-level training voorzien in analyse en conceptualisatie van TOD in RURs, aan 10 Early Stage Researchers (ESRs).

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Accommoderen van (im)mobiliteit. Logementsplaatsen als knooppunten tussen globale migratiestromen en de lokale stedelijke omgeving, 1850-1930. 01/10/2020 - 30/09/2024

Abstract

De aankomst van reizigers en migranten in de stad is in eigentijdse literatuur en in historisch onderzoek vaak omschreven als een kritisch moment. Gebrek aan kennis over de stad, alsook een gebrek aan betrouwbare informatie maakt nieuwkomers kwetsbaar voor misbruik. Dit project bestudeert het moment van aankomst in de stad als een cruciaal moment voor nieuwkomers, en logementsplaatsen als cruciale ontmoetingsplaatsen voor verschillende actoren die een impact willen hebben op deze mobiele groepen. Het project wil logementsplaatsen bestuderen als onderdeel van de aankomstinfrastructuur in steden. Dergelijke plaatsen bieden mogelijkheden aan reizigers en migranten om contacten te leggen, die hen kunnen helpen of verhinderen in hun plannen om te blijven dan wel verder te reizen. Het project zal duidelijk maken hoe deze logementsplaatsen functioneerden als knooppunten tussen globale mobiliteitsstromen en de lokale stedelijke omgeving, waar precies praktijken en conflicten over de mobiliteit van mensen werden geconstrueerd en gecontesteerd, wat een impact had op zowel de mobiliteitstrajecten als de sociaalruimtelijke ontwikkeling van steden. Dit onderzoek richt zich op de periode 1850-1930, gekenmerkt door toenemende mobiliteit en migratie, maar ook door groeiende bezorgdheden en morele paniek over die mobiele groepen. De doelstellingen zijn om 1) de veranderende rol en functies van deze logementsplaatsen te onderzoeken binnen de complexe aankomstinfrastructuur en stedelijke omgeving, en 2) om oorzaken van deze ontwikkelingen te onderzoeken door de veranderende interacties, maar ook spanningen en conflicten tussen verschillende actoren en organisaties te belichten die de mobiliteitspatronen van reizigers en migranten probeerden te beïnvloeden. De resultaten zullen niet enkel inzicht bieden in hoe deze logementsplaatsen gebruikt werden om mobiliteit te faciliteren of te belemmeren, maar zal ook een vlottende bevolking in beeld brengen die verborgen is gebleven door de dominante focus op geregistreerde migranten in onderzoek. Zo zal het project het onderscheid dat gemaakt wordt tussen tijdelijke migranten en meer permanente migranten overbruggen, alsook de kloof die er heerst tussen migratie, mobiliteit, en stadsstudies.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Denken voorbij de cirkels in TODs. Transit Oriented Development in vernetwerkte ruraal-urbane plaatsen. 01/10/2018 - 30/09/2022

Abstract

Transit-oriented development (TOD) is toonaangevend in hedendaags ruimtelijk beleid in Europa en Noord-Amerika. Als model integreert het transport en ruimtelijke planning door publiek transport als ruggengraat voor stedelijke ontwikkeling te conceptualiseren, met voornaamste doel verspreide verstedelijking tegen te gaan zonder de mobiele samenleving aan banden te leggen. Niettegenstaande de gerichtheid op een ruraal-urbane hybride context en mobiliteit, zijn TOD-onderzoek en praktijk gebaseerd op een normatieve benadering die urbane van rurale kwaliteiten scheidt en statische radiaal-concentrische modellen verkiest boven dynamische netwerk-verstedelijkingsrelaties. Bijgevolg is de huidige TOD-analyse en planning gelimiteerd tot een radius rond een station die wordt opgevuld met compacte stedelijke typologieën en homogenen dichtheden. Dit normatief kader leidt tot problematische, a-contextuele analyses van, en interventies in, relaties tussen ruraal-urbane plaatsen en mobiliteit. Denken voorbij de cirkels in TOD zal bijdragen tot een duurzame planning in vernetwerkte ruraal-urbane plaatsen door een analytisch kader te ontwikkelen dat focust op dynamische relaties in plaats van statische modelering alsook door kennis voort te brengen over ruraal-urbane plaatsen, geschikt om aan de slag te gaan met deze plekken. Meer specifiek zal het onderzoek interacties bestuderen tussen ontwikkelingen in het spoorwegnetwerk, pendel en ruraal-urbane verstedelijkingsprocessen in historisch perspectief. Het onderzoeksproject zal een lange termijn analyse uitvoeren op één van de meest hybride regio's in Europa – Vlaanderen – om kennis op te bouwen over heterogene en dynamische netwerk-verstedelijkingsrelaties, die een realiteit blootlegt die veel complexer is dan cirkels met homogene dichtheid en radiale groeimodellen. Door de relaties tussen spoor, pendel en verstedelijking te reconstrueren – aan de hand van kwantitatieve en kwalitatieve methoden uit transportgeografie, planning, en stadsgeschiedenis – zal het project nieuwe wegen openen voor dynamische, plaats-specifieke planning voorbij huidige cirkels in TOD.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Van nation-buidling tot Europese eenmaking De rol van het spoorwegnet in de sociale en territoriale integratie van Europa (1850-2017) 01/09/2017 - 31/08/2019

Abstract

Het project belicht historische samenwerkingen tussen naties over projecten die geassocieerd worden met Europese Integratie. Meer specifiek focust het project op internationale spoorwegprojecten sinds de 19de eeuw. De noodzaak voor een Europese benadering en de voordelen van een internationaal perspectief in onderzoek en onderwijs staan centraal.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Van sociobiologie naar stedelijk metabolisme: landschapsontwerp, ecologie en ingenieurskunde in België (1900-2016). 01/10/2016 - 30/09/2020

Abstract

Vandaag speelt landschapsontwerp een steeds belangrijker rol in ecologische ontwikkeling en infrastructuurplanning, wat leidt tot een herijking van de disciplines landschapsontwerp, ecologie en ingenieurskunde. Lopend onderzoek en ontwerp op het gebied van 'metropolitane landschappen' in België sluit aan bij internationale ontwerptrends, gebaseerd op twee concepten: (1) een balans tussen 'het natuurlijke' en 'het stedelijke' en (2) het potentieel van landschapsontwerp om als een integratief instrument op te treden voor verschillende disciplines en experts. Deze concepten zijn echter niet nieuw. Dit doctoraatsproject mikt op het opbouwen van een historisch besef van de rol van landschapsontwerp in relatie tot: (1) een complex veld van kennisproductie, beleidsvorming en planning en (2) verschuivende concepties van stad en natuur in België sinds de vroege 20ste eeuw. Daardoor zal het onderzoek academische en historische diepte aanbrengen in huidige ontwerpdiscoursen en bijdragen tot recente ontwikkelingen in de stadsgeschiedenis. Het onderzoek volgt een inductieve methode: een originele bijdrage aan de bestaande historiografie en theorie wordt opgebouwd doorheen een analyse van case studies. Het doctoraat is gebaseerd op drie case studies die het mogelijk maken verschuivende allianties tussen ontwerpers, wetenschappers, ingenieurs en beleidsmakers te exploreren tussen 1900 en vandaag, met geografische focus op Brussel: (1) ca. 1900-1929: bioloog Jean Massart en landschapsontwerper/stedenbouwkundige Louis Van der Swaelmen, die een 'ethologische' benadering van landschapsontwerp en een 'sociobiologische' theorie van de stedenbouw ontwikkelden; (2) 1957-1989: landschapsontwerper René Pechère en de Dienst van het Groenplan, die landschapsontwerp en ingenieurskunde verenigden binnen de opvatting van het Belgische territorium als tuin; (3) 1974-2016: bioloog Paul Duvigneaud en de Brusselse Agglomeratie, die het wetenschappelijk domein van de stedelijke ecologie ontwikkelden en in de praktijk brachten in ontwerpen van parken, corridors en netwerken in de Brusselse regio. Volgend op een literatuuronderzoek, worden deze case studies onderworpen aan een netwerk-, discours- en ontwerpanalyse, een antwoord zoekend op volgende vragen: In welke (inter)nationale netwerken opereerden landschapsontwerpers? Welke discours over de stad en de natuur werden ontwikkeld? Hoe werden termen als 'sociobiologie', 'biotechniek' en 'metabolisme' gebruikt en hoe evolueerde hun betekenis? In welke zin beïnvloedde de alliantie met ecologie en infrastructuur het ontwerp en vice versa? Het case study onderzoek is gebaseerd gepubliceerde bronnen en archiefmateriaal, in de twee meest recente cases aangevuld met interviews. Het doctoraatsonderzoek ontwikkelt een nieuwe methodologische aanpak die de transformatie van landschapsontwerp in relatie tot andere disciplines in kaart brengt. Daarenboven biedt het nieuwe perspectieven in lopende academische discussies, zowel in het gebied van stadsgeschiedenis als stedenbouw, en het opent een nieuw areaal aan archivalische en andere bronnen. Het project is bij uitstek innovatief omdat het: (1) ecologie en ingenieurskunde benadert vanuit het perspectief van landschapsontwerp, wat een nieuwe invalshoek biedt op disciplines en kennisdomeinen die tot nu toe meestal apart werden bestudeerd; (2) ideologische, socioculturele en esthetische perspectieven inbrengt in een tot nu toe technische discussie; (3) een belangrijke stap zet in de ontwikkeling van de geschiedenis van landschapsontwerp in België als een academische discipline.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Tussen landschapsbescherming en natuurontwikkeling. Terreinverkenning in Vlaanderen (1970-2000). 01/07/2016 - 31/12/2017

Abstract

In de internationale stedenbouwkundige theorievorming en praktijk worden landschap en natuur/ecologie naar voor geschoven als een nieuwe basis om de discipline te oriënteren. In Vlaanderen bestaat er echter een problematische spanning tussen landschaps- en natuurbeleid, die neerslaat in planningsstrategieën gebaseerd op een statische zonering dan wel op een dynamische, systemische ontwikkeling; een tweespalt die in de weg staat van de nieuwe richting die stedenbouw en ruimtelijke planning willen inslaan. Dit STIMPRO-project wil deze spanning contextualiseren door ze in een historisch perspectief te plaatsen. De huidige, ahistorische lezing van natuur en landschapsbeleid geeft aanleiding tot een eendimensionale focus op de technische en wetenschappelijke benadering in planningstheorie en –praktijk, die een diepgaand begrip van de huidige uitdagingen – zowel wat het milieu als het sociale betreft – in de weg staat. Het project focust op een sleutelperiode voor de formalisering en conceptie van planningsinstrumenten (1970-2000), waarbinnen een wettelijk en institutioneel kader voor landschaps- en natuurbeleid werden ontwikkeld. Het is gebaseerd op twee paradigmatische cases, waarin belangrijke problemen en vragen rond landschap en natuur kristalliseren: 1) de Landschapsatlas, gebaseerd op een beoordeling van traditionele landschappen en een logica van zonering; 2) de Groene Hoofdstructuur, gebaseerd op een netwerk- en ontwikkelingsstrategie. Vertrekkende van deze case studies heeft het project tot doel: 1) inzicht te verwerven in de concepten conservatie en ontwikkeling in landschaps- en natuurbeleid in Vlaanderen en de actoren en ideeën hieronder blootleggen en 2) de ideologische argumenten, socioculturele motieven, conflicten en machtsrelaties onder de wetenschappelijk/technocratische logica blootleggen. Methodologisch is de assemblage van netwerken en narratieven geaard in Latour's Actor-Network Theory en Maarten Hajer's en John Dryzek's werk rond 'environmental discourses'. Het onderzoek is gebaseerd op drie types primaire bronnen: 1) interviews met een selectie van 14 actoren die een essentiële rol speelden in de ontwikkeling van de Landschapsatlas en de Groene Hoofdstructuur in overheidsadministraties, onderzoeksinstellingen en milieu- en erfgoedbewegingen; 2) archieven van de betreffende actoren, instellingen en verenigingen; 3) de rapporten van de Wetenschappelijke Conferenties voor Groenvoorziening (1975-84). De haalbaarheid van het onderzoek is verzekerd door de preselectie van actoren en te raadplegen literatuur door de promotoren, alsook door de gerichte manier waarop de archieven zullen benaderd worden. Het project draagt bij aan de onderzoeksactiviteiten van de Henry van de Velde onderzoeksgroep (HVDV), en meer bepaald de cluster Erfgoed en Veerkracht, door een onderzoekslijn op lange termijn te initiëren die erfgoedstudies in een hedendaags ontwikkelingsperspectief inschrijft. Het STIMPRO-project is een eerste stap naar een doctoraal project dat wordt opgezet door de promotoren (FWO, IWT), maar is ook de grondslag voor mogelijk onderzoek gefinancierd door overheidsadministraties. De samenwerking tussen promotor Bruno Notteboom en copromotor Greet De Block van het Centrum voor Stadsgeschiedenis is essentieel voor de interdisciplinaire aanpak van dit onderzoek, en maakt het mogelijk bij te dragen aan twee onderzoeksspeerpunten van de Universiteit Antwerpen: 'Ecologie en duurzame ontwikkeling', en 'Grootstad, geschiedenis en hedendaags beleid.'

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

GIStorical Antwerp II. De historische stad als labo voor stedelijk onderzoek door middel van sociaal-ruimtelijke kaarten op huishoudniveau. 01/05/2016 - 30/04/2020

Abstract

In een samenleving waarin het grootste deel van de wereldbevolking in steden woont, staat de ontwikkeling van lange-termijnperspectieven op de ecologische, sociale, economische en politieke uitdagingen inherent aan stedelijkheid, hoog op de internationale onderzoeksagenda. De samenwerking van historici, sociologen, milieu- en literatuurwetenschappers in GISTorical Antwerp II vormt de historische stad Antwerpen om tot een digitaal labo voor lange-termijnonderzoek naar stedelijkheid. Vijf eeuwen stedelijke ontwikkeling tussen 1584en 1984 worden gevat in acht digitale sociale kaarten op het micro-niveau van het individuele huishouden. De bouw zet in op publieksparticipatie via 'crowd sourcing', maar ook op de ontwikkeling van nieuwe digitale technieken (Linear Referencing, Named Entity Recognition). Eens dit framework operationeel is, kunnen andere datasets (van bouwdossiers tot Google Books) onmiddellijk gekoppeld én sociaal en ruimtelijk gecontextualiseerd worden. Lange-termijnsonderzoek naar stedelijkheid in al zijn vormen en diversiteit aan individuele ervaringen en trajecten, krijgt zo een geheel nieuwe dimensie

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Het landschap van ecologische infrastructuur. Een historische-theoretische reflectie over techno-natuurlijke interventie als ontwerpstrategie. 01/10/2015 - 30/09/2019

Abstract

Recente literatuur in ecologische stedenbouw toont dat de combinatie van infrastructuur met ecologische interventie meer en meer wordt voorgedragen als antwoord op de imminente ecologische crisis in de context van een versnellende verstedelijking. Het ontwerp, dat technologische functie met natuurlijke structuren versmelt, doet voornamelijk beroep op gesofisticeerde datatechnieken, eerder dan te beantwoorden aan sociaal-politieke noden of inspiratie te halen uit historische voorbeelden. Politieke ecologie, aan de andere kant, richt zich voornamelijk op de sociaal-politieke effecten van de techno-natuurlijke interventie, of op de in-en uitsluiting van actoren in het planningsproces. Het ontwerp, met ingeschreven ruimtelijke motieven, wordt daarentegen verschoven naar de marge. Door historische precedenten te analyseren, waar ecologische infrastructuur werd geconcipieerd als drager van het ontwerp, zal het onderzoek een ontwerpperspectief toevoegen aan politieke ecologie en socio-politieke context aan stedenbouw. Recente ontwerpcultuur zal bestudeerd worden vis-à-vis historische concepten over technologie en milieu, binnen een context van onzekerheid en snelle verandering. Naast de innovatieve methodologie die verleden, heden en toekomstige projectie relateert op een manier die voor zowel geschiedenis als hedendaagse theorie en praktijk vernieuwend is, heeft het project ook een inherente interdisciplinaire focus. Naast het samenbrengen van ecologische stedenbouw en politieke ecologie, relateert het project op een breder niveau technologie, ruimte en maatschappij, en daarmee de domeinen van stadsgeschiedenis, stedenbouw, planning, ingenieurskunde, politieke geografie en STS.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Stadsstudies. 01/01/2015 - 31/12/2019

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht toegekend door de Universiteit Antwerpen. De promotor levert de Universiteit Antwerpen de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd door de universiteit.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Stad en verandering. De Stad als object van studie in een historisch licht. 01/01/2011 - 31/12/2020

Abstract

Deze wetenschappelijke onderzoeksgemeenschap vertrekt van twee samenhangende vaststellingen. Enerzijds zijn de maatschappelijke uitdagingen op het stedelijke niveau zelden of nooit zo groot geweest. Terwijl de meest prangende maatschappelijke problemen zich meestal op het stedelijke niveau bevinden, neemt de urbanisering een ongezien hoge vlucht. Anderzijds is het de laatste decennia, naarmate de urbanisering toeneemt, steeds moeilijker geworden om te definiëren wat een stad eigenlijk is en, bijgevolg, hoe ze wetenschappelijk kan worden benaderd. Een bijkomende paradox is dat de problemen waar de stedelijke samenleving mee geconfronteerd wordt, vragen om een interdisciplinaire benadering, terwijl de stad in verschillende disciplines doorgaans op een verschillende manier wordt gedefinieerd. In antwoord daarop zal een brede waaier aan historici, sociologen, geografen, stadsontwikkelaars, architecten en cultuurwetenschappers zich gedurende vijf jaren buigen over de gestelde uitdagingen en zoeken naar nieuwe manieren om de stad in de nabije toekomst adequaat te onderzoeken. Daartoe werden alvast vier brede thema's gedefinieerd waarin de definitie van een stad sowieso heel onduidelijk is en ter discussie staat, namelijk suburbanisering, territorialiteit, stedelijk burgerschap, en stad en kennis. Het laatste thema is gedeeltelijk overkoepelend omdat het de relatie tussen kennisontwikkeling en de stedelijke samenleving centraal stelt. De historische insteek zal prominent aanwezig zijn. We gaan ervan uit dat niet alleen urbanisering maar ook de definiëring van de stad als object van onderzoek (in de verschillende disciplines) enkel maar afdoende kunnen worden begrepen als er aandacht is voor ontwikkelingen in de tijd.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)