Onderzoeksgroep

Expertise

Ik heb de relaties tussen spoorwegbeleid, verstedelijkingsdynamiek en pendel in België in de lange negentiende eeuw onderzocht om na te gaan of het hedendaagse planningsmodel van stedelijke verdichting rond knooppunten van openbaar vervoer effectief leidt tot duurzame stedelijke ontwikkeling. Door heel België in kaart te brengen, werd duidelijk dat dit planningsmodel teveel waarde toekent aan bereikbaarheid en transport technologie waardoor de werkelijke oorzaak van toegenomen mobiliteit onzichtbaar blijft, met name de opkomst van een commerciële samenleving waarbij de arbeidsmarkten afhankelijk zijn geworden van transport infrastructuur. Het is deze afhankelijkheid die verantwoordelijk is voor de dagelijkse pendelstromen en niet de zo vaak naar voren geschoven democratisering van de auto in de tweede helft van de twintigste eeuw. Dit betekent ook dat een beleid dat blijft focussen op een oppervlakkige koppeling tussen transport technologie en mobiliteit om stedelijke landschappen duurzaam te maken, niet alleen haar doel voorbijschiet door nog meer onduurzame mobiliteit in het leven te roepen, maar er tegelijkertijd voor zorgt dat sociale ongelijkheid onderdeel wordt van het gevoerde beleid.

Denken voorbij de cirkels in TODs. Transit Oriented Development in vernetwerkte ruraal-urbane plaatsen. 01/10/2018 - 30/09/2022

Abstract

Transit-oriented development (TOD) is toonaangevend in hedendaags ruimtelijk beleid in Europa en Noord-Amerika. Als model integreert het transport en ruimtelijke planning door publiek transport als ruggengraat voor stedelijke ontwikkeling te conceptualiseren, met voornaamste doel verspreide verstedelijking tegen te gaan zonder de mobiele samenleving aan banden te leggen. Niettegenstaande de gerichtheid op een ruraal-urbane hybride context en mobiliteit, zijn TOD-onderzoek en praktijk gebaseerd op een normatieve benadering die urbane van rurale kwaliteiten scheidt en statische radiaal-concentrische modellen verkiest boven dynamische netwerk-verstedelijkingsrelaties. Bijgevolg is de huidige TOD-analyse en planning gelimiteerd tot een radius rond een station die wordt opgevuld met compacte stedelijke typologieën en homogenen dichtheden. Dit normatief kader leidt tot problematische, a-contextuele analyses van, en interventies in, relaties tussen ruraal-urbane plaatsen en mobiliteit. Denken voorbij de cirkels in TOD zal bijdragen tot een duurzame planning in vernetwerkte ruraal-urbane plaatsen door een analytisch kader te ontwikkelen dat focust op dynamische relaties in plaats van statische modelering alsook door kennis voort te brengen over ruraal-urbane plaatsen, geschikt om aan de slag te gaan met deze plekken. Meer specifiek zal het onderzoek interacties bestuderen tussen ontwikkelingen in het spoorwegnetwerk, pendel en ruraal-urbane verstedelijkingsprocessen in historisch perspectief. Het onderzoeksproject zal een lange termijn analyse uitvoeren op één van de meest hybride regio's in Europa – Vlaanderen – om kennis op te bouwen over heterogene en dynamische netwerk-verstedelijkingsrelaties, die een realiteit blootlegt die veel complexer is dan cirkels met homogene dichtheid en radiale groeimodellen. Door de relaties tussen spoor, pendel en verstedelijking te reconstrueren – aan de hand van kwantitatieve en kwalitatieve methoden uit transportgeografie, planning, en stadsgeschiedenis – zal het project nieuwe wegen openen voor dynamische, plaats-specifieke planning voorbij huidige cirkels in TOD.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Project type(s)

  • Onderzoeksproject