Onderzoeksgroep

Overheid en Recht

Expertise

Juridisch advies, projectonderzoek en onderzoeks- en onderwijsmatige bijstand inzake het recht van de Europese Unie en internationaal privaatrecht.

Een conflictenregel voor de goederenrechtelijke aspecten van B2B-transacties als een verdere stap in de Europese harmonisatie. 01/11/2021 - 31/10/2023

Abstract

Jaarlijks worden er tussen ondernemingen (B2B) in de EU miljarden lichamelijke roerende goederen (bv. cargo) verkocht en vervoerd. De nationale wetgeving van elke EU-lidstaat (LS) voorziet dat de goederenrechtelijke ecten (bv. overdracht van eigendom) van deze B2B-transacties bepaald worden door het recht van het land waar de goederen zich bevinden. Dit toepasselijk recht verandert bijgevolg telkens wanneer de goederen worden verplaatst van de ene naar de andere LS. Aangezien elke LS zelf bepaalt hoe de eigendomsoverdracht plaatsvindt, is het mogelijk dat een koper wordt beschouwd als de rechtmatige eigenaar van goederen onder het recht van LS A, maar niet onder dat van LS B. Ook gebeurt de verkoop vaak onder een 'eigendomsvoorbehoud' (EV), waardoor de verkoper eigenaar blijft van de goederen totdat de koper zijn verplichtingen nakomt (dit is meestal de betaling van de koopprijs na het verstrijken van de betaaltermijn). Aangezien ook hier elke LS zelf bepaalt welke varianten van een EV het erkent, weigert een LS vaak om uitvoering te geven aan een EV naar buitenlands recht. Sinds decennia wijzen rechtsgeleerden en studies erop dat bovenvermeld wetgevend kader de goede werking van de Europese interne markt aanzienlijk schaadt. Daarom zal ik onderzoeken of het mogelijk is om een uniforme regel op EU-niveau in te voeren, met als doel de grensoverschrijdende handel, het vertrouwen en de rechtszekerheid tussen ondernemingen in de EU te versterken.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Internationaal privaatrecht in beweging (PAX) 01/11/2020 - 31/10/2022

Abstract

Het project streeft tot de institutionele samenwerking van zeven onderzoeksinstellingen om, enerzijds, de internationale pleitwedstrijd over Europees internationaal privaatrecht te consolideren en, anderzijs, om judiciële training in dit domein van het recht te promoten. Het project heeft de volgende doelstellingen: - Consolidering, verbetering en uitbreiding van een pan-Europese en internationale pleitwedstrijd op het vlak van Europees internationaal privaatrecht; - Toegenomen bekendbaarheid van Europees internationaal privaatrecht bij studenten, juridische professionals en academici; - Toegenomen kennis over Europees internationaal privaatrecht bij studenten en junior juridische professionals (rechters en gerechtelijke stagiairs in het bijzonder) te bevorderen; - Kansen voor studenten en junior juridische professionals (gerechtelijke stagiairs in het bijzonder) om praktische ervaring met de toepassing van Europees internationaal privaatrecht op te doen; - Toegenomen kennis over Europees internationaal privaatrecht; - Meer efficientie en coherentie in de interpretatie en toepassing van Europees internationaal privaatrecht, bij de EU instanties en de nationale rechtbanken; - Gecoordineerd onderwijs, uitwisseling van beste praktijken en medewerking door bredere netwerken voor een correcte en coherente toepassing van de bronnen van Europees internationaal privaatrecht.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

EEX-Vo: een standard voor het vrij verkeer van beslissingen en wederzijds vertrouwen in de Europese Unie (JUDGTRUST) 01/11/2018 - 30/04/2022

Abstract

Het project analyseert de toepassing van de EEX-Vo. Verwacht wordt om, op basis van deze analyse, aanbevelingen te formuleren voor de verbetering van het internationaal procesrecht in de EU, ook rekening houdend met de globale initiatieven terzake.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Project website

Grensoverschrijdende mobiliteit en het behoud van de persoonlijke status in de Europese Unie. 01/10/2019 - 30/09/2020

Abstract

Een van de belangrijkste gevolgen van de Europese integratie is het recht op vrij verkeer over de landsgrenzen heen, hetgeen ongekend is in de moderne geschiedenis. Dit recht komt op grond van art.21 van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie iedere Unieburger toe. Het recht op vrij verkeer is echter meer dan alleen een recht om naar een andere lidstaat te reizen en daar te verblijven. Leven in het buitenland betekent leven in een buitenlands rechtssysteem. Een van de meest schrijnende problemen van leven in het buitenland hangt samen met het behoud van de positie van een natuurlijk persoon in een rechtssysteem, m.a.w. zijn/haar persoonlijke status. Elke lidstaat heeft zijn eigen privaatrecht: sommige kennen het geregistreerd partnerschap, andere enkel het huwelijk; sommige erkennen een derde gender, maar de meeste niet. Daarom is het mogelijk dat bepaalde persoonlijke status die n een lidstaat verkregen is, in enkele lidstaten erkend wordt, maar in andere niet. Dit ontmoedigt mensen om gebruik te maken van hun recht op vrij verkeer en belet nauwere integratie van EU-burgers. Vandaar dat het onderzoek naar wat de rol van het EU-recht is en kan zijn om het behoud van de persoonlijke status te waarborgen zodat EU-burgers die besluiten om in het buitenland te gaan wonen hun persoonlijke status kunnen behouden, hetgeen belangrijk is om wetenschappelijke en maatschappelijke redenen, het hoofdonderwerp van dit project zal zijn.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Geïnformeerde keuzes in grensoverschrijdende geschillen (IC2BE) 01/01/2018 - 31/12/2019

Abstract

Dit project onderzoekt de efficiënte invordering van grensoverschrijdende schulden. We onderzoeken vier Europese Verordeningen: de uitvoerbare titel, of EET (805/2004), het betalingsbevel (1896/2006), de Geringe Vorderingen-Verordening (861/2007), en de beslag-verordening (655/2014).

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Internationaal privaatrecht in een context van Europese constitutionalisering en multilevel governance. 01/10/2016 - 30/09/2017

Abstract

Het project beoogt een fundamenteel onderzoek van het internationaal privaatrecht binnen de Europese Unie vanuit de invalshoek van Europese constitutionalisering en multilevel governance, met klemtoon op de impact van het EU-recht op nationaal conflictenrecht en met aandacht voor de vergelijking met de ontwikkeling van het interstatelijk conflictenrecht in het grondwettelijk kader van de VSA.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Jean Monnet Centre of Excellence ACTORE (Consortium voor de Organisatie van Regelgeving en Multilevel Governance in de EU) 01/09/2016 - 31/08/2019

Abstract

Het onderzoek van ACTORE focust op multi-level governance in de EU. ACTORE onderzoekt hoe multi-level governance een impact heeft op beleidsvorming, en meer bepaald op regelgeving en implementatie op het Europese en het nationale niveau. Het onderzoeksprogramma is georganiseerd in drie onderling verbonden onderzoekslijnen: het complexe multilevel systeem van de EU, de veranderende binnenlandse en Europese beslutivormingsmechanismen en de legitimiteit van het Europese multilevel politieke systeem. Multilevel governance in de EU heeft de organisationele en institutionele opzet van overheid en beleidsvorming onderling afhankelijk en complex gemaakt. Hierdoor is ook de wijze van belangenverdediging gewijzigd, met betrekking tot hoe belangengroepen hun belangen verdedigen en de overheid van input voorzien. Deze Europese processen interneren bovendien met de binnenlandse evoluties. Dit alles heeft repercussies op de legitimiteit van het meerlagige Europese systeem.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

De specifieke aard, beginselen en doelstellingen van het Europees conflictenrecht. 01/01/2014 - 31/12/2017

Abstract

Dit project betreft fundamenteel kennisgrensverleggend onderzoek gefinancierd door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek-Vlaanderen. Het project werd betoelaagd na selectie door het bevoegde FWO-expertpanel.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

De praktische toepassing van het Europees Aanhoudingsbevel: balanceren op de grenzen van vrijheid, veiligheid en recht. 01/10/2012 - 30/09/2013

Abstract

Het onderzoeksproject is gewijd aan het Europees aanhoudingsbevel (EAB), één van de meest omstreden wetgevingsinstrumenten die de Europese Unie heeft aangenomen met het oog op de verwezenlijking van een 'ruimte van vrijheid, veiligheid en recht' (Art. 3(2) VWEU). In het kader van dit project staat de wisselwerking tussen het EAB (als instrument) en de ruimte van vrijheid veiligheid en recht (als doelstelling) centraal. In eerste instantie zal de precieze draagwijdte van deze ruimte, en in het bijzonder van de bestanddelen 'vrijheid', 'veiligheid' en 'recht' worden onderzocht. Vervolgens zal worden bestudeerd in hoeverre de Europese rechtsorde een evenwicht nastreeft tussen deze verschillende componenten. Tot slot zal ook worden nagegaan in hoeverre dit evenwicht al dan niet bereikt wordt bij de toepassing van het EAB in enkele nationale rechtsorden.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Kwalificatie van het forumkeuzebeding in Europees en internationaal recht. 01/10/2012 - 31/03/2013

Abstract

Er bestaat grote onzekerheid over het recht toepasselijk op internationale bedingen van forumkeuze, waarvan de hybride aard zowel tot een contractuele als een procedurele kwalificatie aanleiding kan geven. Divergerende benaderingen, verschillend van Staat tot Staat of zelfs van rechtbank tot rechtbank, bedreigen de rechtszekerheid. Het project beoogt de uitwerking van een nieuwe benadering die de rechtszekerheid in transnationale situaties zou bevorderen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

De kwalificatie van het forumbeding in internationaal en Europees recht. 01/01/2011 - 31/12/2012

Abstract

Op basis van Europese en internationale rechtsinstrumenten hebben de contractspartijen bij internationale contracten de mogelijkheid om in geval van geschil zelf de bevoegde rechtbank aan te wijzen. Geen van deze instrumenten kwalificeert echter het forumbeding dat op basis van zijn aard en doelstellingen procedureelof contractueel kan zijn. De vraag rijst dan ook wat het toepasselijke recht is om de geldigheid van deze clausule te bepalen en hoe we dit forumbeding zijn volle rechtskracht kunnen geven. Een uniforme benadering moet worden ontwikkeld: zoniet dreigen rechtsgeschillen in verschillende landen verschillend beoordeeld te worden met uiteenlopende resultaten, al naargelang de bevoegde rechtbank, tot gevolg. Dit werkt forum shopping in de hand.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

BIORES - Meeting a biodiversity researcher. 01/06/2010 - 31/12/2010

Abstract

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Wederzijdse erkenning in Europese justitiële strafrechterlijke samenwerking: ruimte voor een pijleroverschrijdende benadering? 01/10/2008 - 30/09/2011

Abstract

In het project zal het onderzoek naar aard, inhoud en draagwijdte van de wederzijdse erkenning in het kader van de Europese justitiële samenwerking in strafzaken centraal staan.Bij dit onderzoek zal bijzondere aandacht worden besteed aan de verhouding tussen het wederzijdse erkenningsbegrip zoals zich dit in het kader van de interne markt heeft ontwikkeld, en de betekenis van dit concept voor het Europees strafrecht. Op meerdere vlakken staan de schotten tussen de drie Unie-pijlers vandaag onder druk. De Europese Grondwet voorziet zelfs in de afschaffing van de pijlerstructuur. In dat licht beschouwd, en gelet op het belang van de wederzijdse erkenning in de verschillende Europese beleidsdomeinen, lijkt het vandaag meer dan ooit interessant om dat principe van wederzijdse erkenning aan een pijleroverschrijdend onderzoek te onderwerpen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

De bevoegheidsverdeling in het Belgisch federaal bestel: van "exclusieve" naar "coöperatieve" uitoefening van de bevoegdheden? 01/01/2008 - 31/12/2011

Abstract

Het onderzoek zal vier luiken hebben: 1. In de eerste plaats zal worden nagegaan welke basisbeginselen er thans daadwerkelijk aan de bevoegdheidsverdeling in het Belgisch federaal bestel ten grondslag liggen. Daartoe zullen de arresten van het Arbitragehof en de adviezen van de Raad van State, afdeling Wetgeving, systematisch worden ontleed. Vooral de vraag naar de mate waarin het exclusiviteitsbeginsel al dan niet dient te worden gerelativeerd, staat centraal. 2. In een tweede deel zal worden onderzocht in welke mate de ontwikkeling die zich in België voltrekt, kan worden verklaard tegen de achtergrond van de begrippen "coöperatieve federale staat" en "multilevel governance". In dit deel zal een beperkte en strikt functionele rechtsvergelijking plaats vinden naar fenomenen van niet-exclusieve bevoegdheidsuitoefening in andere federale staten en zullen anderzijds ook inzichten uit de wetgevingsleer over "mulit-level-governance" in federaal verband, worden gepresenteerd. 3. In een derde deel zal worden nagegaan -aan de hand van de (schaarse) Europese rechtspraak en aan de hand van de interne omzetting van Europese richtlijnen in het nationaal recht - of ook het Europees recht de ontwikkeling kan verklaren. 4. Tenslotte zal worden onderzocht of het noodzakelijk en/of wenselijk is om de bevoegdheidsverdelende regels uit de Grondwet en de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, o.m. deze inzake het coöperatief federalisme, verder te verfijnen met het oog op een coherente uitoefening van de bevoegdheden.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Steunpunt Onderwijs en Recht. 01/10/2007 - 31/12/2011

Abstract

Het steunpunt beoogt uit te groeien tot een excellentiecentrum in onderwijsrecht en onderwijsbeleid met een collegiale inter-disciplinaire en intra-disciplinaire werkwijze.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

    Goed bestuur voor de Europese Unie. Ontwikkeling van een model van "good governance/goed bestuur" dat bijdraagt tot de politieke en juridische legitimiteit van een meerlagig politiek systeem. 01/10/2007 - 30/09/2011

    Abstract

    Het "Witboek Governance" presenteert zich als een antwoord op de legitimiteitscrisis in de EU. Zowel rechtswetenschappers als politicologen beschouwen "goed bestuur" als een legitimiteitbevorderend instrument, maar staan kritisch ten aanzien van het huidige EU-concept. Dit onderzoek ontwikkelt op interdisciplinaire wijze een theoretisch EU-model van "goed bestuur" en toetst het bestaande EU-concept aan het theoretische ideaalmodel.

    Onderzoeker(s)

    Onderzoeksgroep(en)

    Impact van de globalisering op het recht. 01/07/2007 - 30/06/2012

    Abstract

    Het proces van globalisering heeft gevolgen op het gebied van de economie, het milieu, de mensenrechten, het bestuur, de cultuur, de arbeidsomstandigheden... waarvoor evenveel rechtstakken relevant zijn. Vanuit juridisch perspectief roept globalisering een aantal fundamentele vragen op zoals (a) wat is de optimale bevoegdheidsverdeling tussen regelgevers op internationaal, regionaal, nationaal en lokaal vlak?; (b) wat is de wisselwerking tussen de verschillende niveau's van regelgeving? (c) Wat is de blijvende relevantie van gebruikelijke onderscheiden in juridische vakgebieden zoals de indeling internationaal recht/nationaal recht of publiek/privaatrecht? (d) Wat is de finaliteit van het recht m.b.t. globalisering: moet het recht globalisering mogelijk maken, rechtszekerheid creëren of verzekeren dat economische globalisering rechtvaardig is? Wat is meer algemeen de impact van het recht op wereldwijde economische en culturele processen? Of anders benaderd, in hoeverre moet een juridische benadering worden afgestemd op inzichten uit andere disciplines (zoals de economie of de sociale wetenschappen)?

    Onderzoeker(s)

    Onderzoeksgroep(en)

    De democratische legitimiteit van de rol van het Europees Hof van Justitie in de Europese rechtsorde. 01/01/2007 - 31/12/2010

    Abstract

    Het Verdrag betreffende de Europese Unie kwalificeert de Europese Unie (EU) als democratisch. "De Unie," aldus art.6 EU-Verdrag, "is gegrondvest op de beginselen van vrijheid, democratie, eerbiediging van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, en van de rechtsstaat, welke beginselen de lidstaten gemeen hebben." Binnen deze rechtsorde is het Hof van Justitie van de EG het hoogste rechtscollege dat door zijn interpretatie van de Europese verdragen erop moet toezien dat het democratische gevormde recht wordt geëerbiedigd. Artikel 220 EG-Verdrag bepaalt dat het Hof van Justitie "de eerbiediging van het recht bij de uitlegging en toepassing van dit Verdrag [verzekert]". Steunend op zijn taakomschrijving, heeft het EHJ doorheen zijn rechtspraak vorm gegeven aan een autonome, communautaire rechtsorde. Vanaf de vroege jaren '60 van de vorige eeuw, heeft het EHJ een aantal opmerkelijke arresten geveld waarin het de grondslagen van deze rechtsorde neerlegde op basis van een interpretatie van de Verdragen die duidelijk verder ging dan de auteurs van de Verdragen ¿ en de nationale parlementen die de toepassing van deze Verdragen een democratische grondslag moesten geven - voor ogen stond. Gelet op de grote impact van het optreden van het Hof, is de vraag die in dit project wordt onderzocht hoe dit Hof zich verhoudt tot de idee dat de Europese rechtsorde gegrond is op het beginsel van democratie.

    Onderzoeker(s)

    Onderzoeksgroep(en)

    Wederzijdse erkenning in het kader van de Europese justitiële samenwerking in strafzaken: ruimte voor een pijleroverschrijdende benadering? 01/10/2006 - 13/01/2009

    Abstract

    In het proefschrift zal het onderzoek naar aard, inhoud en draagwijdte van de wederzijdse erkenning in het kader van de Europese justitiële samenwerking in strafzaken centraal staan.Bij dit onderzoek zal bijzondere aandacht worden besteed aan de verhouding tussen het wederzijdse erkenningsbegrip zoals zich dit in het kader van de interne markt heeft ontwikkeld, en de betekenis van dit concept voor het Europees strafrecht. Op meerdere vlakken staan de schotten tussen de drie Unie-pijlers vandaag onder druk. De Europese Grondwet voorziet zelfs in de afschaffing van de pijlerstructuur. In dat licht beschouwd, en gelet op het belang van de wederzijdse erkenning in de verschillende Europese beleidsdomeinen, lijkt het vandaag meer dan ooit interessant om dat principe van wederzijdse erkenning aan een pijleroverschrijdend onderzoek te onderwerpen.

    Onderzoeker(s)

    Onderzoeksgroep(en)

    Welk internationaal familierecht is nodig voor de goede werking van de interne markt. 29/10/2004 - 31/07/2006

    Abstract

    Steunend op de vaststelling dat de communautaire wetgever, in het raam van de justitiële samenwerking in burgerlijke zaken (art. 61c en 65 EG-Verdrag), steeds meer aandacht toont voor het uitvaardigen van communautaire maatregelen inzake internationaal familierecht, beoogt het project in te gaan op de meest prangende vragen betreffende de verhouding tussen het internationaal familierecht en het communautair integratieproces. Het project zal bestaan uit 2 grote delen. In het eerste deel zal worden ingegaan op fundamentele vragen over toelaatbaarheid, wenselijkheid, intensiteit en effecten van communautaire ipr-maatregelen op het domein van familierecht. Zowel het institutioneelrechtelijk kader (m.i.v. de omvang van de communautaire bevoegdheden en de eventuele grenzen aan het optreden van de EG) als de impact van de verdragsbepalingen inzake vrij verkeer en non-discriminatie zullen worden onderzocht. In het tweede deel zal, mede in het licht van de onderzoeksresultaten uit het eerste deel, de aandacht gaan naar specifieke deeldomeinen van het internationaal familierecht. Beoogd wordt een kritische analyse te maken van bestaande en voorgenomen instrumenten, en in het bijzonder de Brussel II bis-verordening en maatregelen inzake het op scheiding toepasselijke recht (Rome III) en de wederzijdse erkenning op het gebied van de patrimoniale gevolgen van de scheiding van gehuwde en ongehuwde paren. Erfrecht zal niet als zodanig een apart onderzoeksthema zijn, maar zal op functionele wijze worden betrokken wanneer dit nodig blijkt voor de studie van andere genoemde aspecten. Beide delen van het project zullen worden onderzocht in studies van Europese experten inzake EG-recht, internationaal privaatrecht en (Europees) familierecht, die in boekvorm zullen worden gepubliceerd na debat en confrontatie met de ideeën van andere academici, practici (advocaten, magistraten) en Europese en nationale beleidsverantwoordelijken op een besloten seminarie.

    Onderzoeker(s)

    Onderzoeksgroep(en)

    Transpositie van en rechtsbescherming onder het Europees migratierecht. 01/01/2004 - 31/12/2008

    Abstract

    Onderzoeker(s)

    Onderzoeksgroep(en)

    Positie van Vlaanderen en andere subnationale entiteiten in de toekomstige Europese Grondwet. 01/01/2004 - 31/12/2007

    Abstract

    Het voorgestelde project wil op concrete wijze in kaart brengen hoe subnationale entiteiten, inzonderheid Vlaanderen, deelnemen aan de besluitvorming in de Europese Unie, en hoe deze deelname in de nabije toekomst kan geoptimaliseerd worden. In die zin poogt het project een antwoord te vinden op één van de belangrijke uitdagingen waarvoor de Europese Unie (EU) zich aan de vooravond van de uitbreiding naar Centraal- en Oost-Europa geplaatst ziet, met name de instellingen dichter bij de burger brengen. In concreto spitst het onderzoek zich toe op de vraag in welke mate subnationale beleidsverantwoordelijkheid de kloof met de burger ten aanzien van de Europese besluitvorming kan dichten.

    Onderzoeker(s)

    Onderzoeksgroep(en)

    Recht van de Europese Unie met bijzondere klemtoon op het Europees internationaal privaatrecht (Jean Monnet leerstoel ad personam) 01/01/2003 - 31/12/2005

    Abstract

    Project van onderwijs en onderzoek inzake EU-recht. Daarbij zal in het bijzonder de nadruk worden gelegd op de ontwikkeling van de nog jonge subdiscipline van het communautair internationaal privaatrecht. Twee rechtstakken worden aldus met elkaar geconfronteerd: het internationaal privaatrecht (dat grensoverschrijdend verkeer privaatrechtelijk reguleert) en het EG-vrij verkeersrecht (dat een specifieke, verdragsrechtelijke ingekaderde regulering van grensoverschrijdend economisch verkeer beoogt in functie van de in het EG-Verdrag neergelegde doelstellingen).

    Onderzoeker(s)

    Onderzoeksgroep(en)

    EPHEBOS = Educatieve Provinciale Heuristiek voor een 'Europakunde' Bachelors Opleiding in Samenwerking. 01/01/2003 - 31/12/2004

    Abstract

    Het project 'EPHEBOS' beoogt een bronnenonderzoek en behoefteanalyse met het oog op de ontwikkeling van een Europa-gericht modulair onderwijspakket (ook 'Europakunde' genoemd) voor de leeftijdsgroep van de bachelors opleiding binnen de associatie Universiteit Antwerpen-Hogescholen van de provincie Antwerpen. Dit kadert in het Bologna-akkoord en is een der prioriteiten van de provincie (onderzoek naar onderwijs).

    Onderzoeker(s)

    Onderzoeksgroep(en)

    Geschillenbeslechting inzake internationale contracten in de Europese Unie : convergenties en divergenties tussen 'Brussel I' en 'Rome I'. 01/01/2003 - 31/12/2003

    Abstract

    Onderzoeker(s)

    Onderzoeksgroep(en)

    Erkenningsleer en erkenningspraktijk in het internationale personen en gezinsrecht. 01/10/1997 - 30/09/1998

    Abstract

    Fundamenteel onderzoek van de erkenning en tenuitvoerlegging van buitenlandse akten en gerechtelijke beslissingen in het internationale personen- en gezinsrecht. Ontwikkelen van richtlijnen en criteria voor de uitbouw van een modern erkenningsbeleid.

    Onderzoeker(s)

    Onderzoeksgroep(en)

      Internationalisme en nationalisme in de theorie en de praktijk van het Belgische conflictenrecht. 01/10/1995 - 30/09/1997

      Abstract

      Het Belgisch IPR werkt traditioneel met neutrale, multilaterale verwijzingsregels en wordt aldus gekenmerkt door een principieel "internationalisme". Onderzoek naar het bestaan van nationalistische tendenzen zoveel als mogelijk Belgisch recht toe te passen. Confrontatie van conflictrechterlijk nationalisme en internationalisme (voor- en nadelen, consequenties, praktische haalbaarheid).

      Onderzoeker(s)

      Onderzoeksgroep(en)

        Internationalisme en nationalisme in de theorie en de praktijk van het Belgische conflictenrecht. 01/10/1993 - 30/09/1995

        Abstract

        Het Belgisch IPR werkt traditioneel met neutrale, multilaterale verwijzingsregels en wordt aldus gekenmerkt door een principieel "internationalisme". Onderzoek naar het bestaan van nationalistische tendenzen zoveel als mogelijk Belgisch recht toe te passen. Confrontatie van conflictrechterlijk nationalisme en internationalisme (voor- en nadelen, consequenties, praktische haalbaarheid).

        Onderzoeker(s)

        Onderzoeksgroep(en)