Onderzoeksgroep

Onderzoekscentrum Ruusbroecgenootschap

Expertise

John Arblaster is gespecialiseerd in de mystieke literatuur in de Lage Landen in de middeleeuwen en vroegmoderne periode, met een nadruk op vrouwelijke auteurs enerzijds en Jan van Ruusbroec anderzijds. Verder bestudeert hij ook andere mystieke en devotionele auteurs (bv. Johannes van Fécamp, Hildegard van Bingen, Elizabeth van Schönau, Hugo en Richard van Saint-Victor, Jacopone da Todi, Johannes Tauler, Walter Hilton en Juliana van Norwich).

Het thema van de vergoddelijking in de Middelnederlandse werken van de onderbelichte auteurs in Groenendaal: Jan van Leeuwen, Willem Jordaens en Godfried Wevel. Was Groenendaal een 'tekstuele gemeenschap' of een 'praktijkgemeenschap van auteurs'? 01/10/2021 - 30/09/2025

Abstract

In de gemeenschap van Groenendaal, een hermitage en latere priorij in het Zoniënwoud nabij Brussel, woonde in de 14e eeuw niet alleen haar veel bestudeerde eerste prior, de beroemde mystieke auteur Jan van Ruusbroec (1293-1381), maar er verbleven ook drie minder bekende, weinig bestudeerde Middelnederlandse mystieke auteurs: Jan van Leeuwen (+1378), Willem Jordaens (+1372) en Godfried Wevel (+1396). Groenendaal vormt daarmee een unieke hotspot in de Middelnederlandse mystieke literatuur, met vier mystieke schrijvers die in dezelfde periode en op dezelfde plaats werken schreven in de volkstaal. De (onderlinge) verbanden tussen deze auteurs zijn nooit grondig onderzocht, en het type 'auteursgemeenschap' dat ze vormden is daarom ook onbekend. Waren ze een "tekstuele gemeenschap", met auteurs wier de ideeën werden gevormd en uitgedrukt in een afhankelijke, verticale relatie met Ruusbroecs geschriften, of waren ze eerder een "praktijkgemeenschap van auteurs", een onderling verbonden, transversaal netwerk van schrijvers tussen wie horizontaal leren plaatsvond en er niet noodzakelijk consensus bestond? Om deze vraag te operationaliseren, toetsen en evalueren, richt het project zich op de casus van het thema van de vergoddelijking, aangezien dit de thematische 'crux' van Ruusbroecs werken vormt. Door deze casus te onderzoeken, zullen we nagegaan of en in hoeverre de weinig bekende Middelnederlandse schrijvers uit Groenendaal dit centrale thema deelden met Ruusbroec en hoe het verwoord en geconceptualiseerd wordt in hun werken, waardoor een nieuw licht wordt geworpen op verticaal en/of horizontaal leren in Groenendaal. Door middel van een methodologie die elementen van traditionele filologie combineert met Computer Assisted Qualitative Data Analysis, zal het project de typologieën van vergoddelijking in de individuele werken en oeuvres van de auteurs identificeren. Vervolgens voeren we een vergelijkende analyse uit tussen alle vier de Middelnederlandse mystieke auteurs uit Groenendaal en visualiseren we de mate waarin zij consensus en/of divergentie vertonen in hun semantische en conceptuele articulaties van het thema in kwestie. De resultaten van dit onderzoek stellen ons in staat om de aanhoudende perceptie van Jan van Leeuwen, Willem Jordaens en Godfried Wevel als Ruusbroecs (literaire) ondergeschikten die niet transversaal met elkaar verbonden waren, te bevragen. Het onderzoek is daarmee baanbrekend op verschillende terreinen, namelijk de studie van de geschiedenis van de mystieke literatuur in de volkstaal in de Lage Landen; horizontaal leren in laatmiddeleeuwse (monastieke) gemeenschappen; de drie specifieke auteurs in kwestie; en het vergoddelijkingsonderzoek.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Vrouwelijke participatie aan literaire cultuur ontsluierd: aanleg van een online databank van handschriften van en voor vrouwen in de Nederlanden (ca. 1250–1600). 01/04/2020 - 31/03/2021

Abstract

Vrouwen hebben een grote rol gespeeld in het intellectuele landschap van de middeleeuwse en vroegmoderne Nederlanden, op zich een van de belangrijkste centra van literaire en geleerde cultuur in Europa. Honderden handschriften zijn op een of andere manier gelieerd aan vrouwelijke kopiisten, auteurs, opdrachtgevers, of boekbezitters. De impact van vrouwen op de premoderne boekcultuur in deze regio is echter nog nooit grondig in kaart gebracht. Een voorwaarde voor toekomstig structureel onderzoek naar de rol van laatmiddeleeuwse en vroegmoderne vrouwen als overdragers van cultuur is de ontwikkeling van een geïntegreerde, vrij toegankelijke databank met de actuele kennis over hun participatie aan de productie, consumptie en circulatie van literatuur. Het onderhavige project stelt zich tot doel een dergelijke databank te ontwikkelen, die uiteindelijk alle volkstalige en Latijnse handschriften uit de Nederlanden die de betrokkenheid van vrouwen laten zien in de periode tussen ca. 1250 en 1600 zal bevatten. Het project dat sterk leunt op materiële gegevens in de bronnen zelf, is het eerste in zijn soort en kan fungeren een pilootproject voor andere regio's in Europa. Het zal nieuwe inzichten verschaffen over welke vrouwen bijzonder actief waren in het literaire, intellectuele en culturele veld van hun tijd en over welke teksten ze geproduceerd en gebruikt hebben. Tevens zal het onthullen bij welke netwerken van boekproductie en –verspreiding vrouwen betrokken waren, en zal het chronologische, regionale en institutionele ontwikkelingen in kaart kunnen brengen. Op deze manier zal het voorgestelde project onze kennis van de impact van vrouwen op de literaire en culturele geschiedenis van de premoderne Lage Landen, en bij uitbreiding van Europa, in belangrijke mate doen toenemen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)