Onderzoeksgroep

Expertise

Jordi Casteleyn is verantwoordelijk voor Didactiek Nederlands, Didactiek Nederlands aan anderstaligen, en Talenbeleid. Zijn onderzoek focust op lees- en spreekvaardigheid in het secundair onderwijs.

Effectief CLIL-onderwijs in Vlaanderen. Profielen van scholen en leerlingen, ervaren effecten en randvoorwaarden. 01/01/2024 - 28/02/2025

Abstract

Hoe ziet een effectieve methodiek voor CLIL (Content and Language Integrated Learning) eruit? In welke mate beantwoordt het CLIL-onderwijs in het Vlaamse secundair onderwijs aan deze kenmerken? En wat kunnen stakeholders doen om effectief CLIL-onderwijs te ondersteunen? Dit onderzoek ambieert om op basis van een mixed-methods-aanpak antwoorden te geven op deze vragen en doet dit in drie onderzoekslijnen: (1) een literatuuronderzoek (umbrella review) dat de kenmerken van effectief CLIL-onderwijs in kaart brengt; (2) een kwantitatief onderzoek waarin een Vlaanderenbrede survey enerzijds profielen identificeert van scholen die CLIL aanbieden en leerlingen die CLIL volgen (latent profile analysis), en anderzijds ervaren effecten en bepalende variabelen in kaart brengt (structural equation modeling); en (3) een verdiepend kwalitatief onderzoek dat bij een selectie van scholen (enerzijds scholen die 'effectief' CLIL-onderwijs aanbieden; anderzijds scholen die recent hun CLIL-aanbod stopzetten) aan de hand van een delphi-studie die kenmerken van effectief CLIL-onderwijs alsook de randvoorwaarden voor succesvolle implementatie in Vlaanderen identificeert. Dit onderzoek kan waardevolle input leveren aan de actoren die betrokken zijn bij CLIL in Vlaanderen. Ten eerste krijgen zij een evidence-informed inzicht in de kernelementen die de effectiviteit van CLIL-onderwijs beïnvloeden. Ten tweede verhelderen de resultaten in welke mate het Vlaamse CLIL-onderwijs aan deze kenmerken van effectiviteit beantwoordt, hoe deze effecten ervaren worden op verschillende niveaus (leerlingen, leerkrachten en schoolteams), en kunnen beleidsmakers op deze manier beslissingen nemen die op data gebaseerd zijn. Ten derde kan men scholen ondersteunen die met CLIL-onderwijs starten doordat dit project essentiële randvoor-waarden voor succesvolle implementatie in kaart brengt.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Project type(s)

  • Onderzoeksproject

Adviseur project taalprofielen. 01/09/2022 - 31/12/2024

Abstract

Het programma Taal in de stad binnen het AG SO werkt via een project aan een databank van taalprofielen voor elke studierichting binnen elke finaliteit in het secundair onderwijs. Het opzet is om een instrument te ontwikkelen dat klassenraden in staat stelt een correcte inschatting te maken van de vereiste taalcompetentie binnen een studierichting en dit af te zetten tegen de competentie van een te oriënteren leerling. Aanvullend voorziet de tool ook aanzetten tot gerichte remediëring op basis van de vereiste taalcompetenties van de richting. Prof dr. Jordi Casteleyn geeft dit project mee vorm. Hij werkt de methodiek uit om via ankerteksten het vereiste taalniveau per studierichting vast te leggen en om hierover efficiënt te rapporteren via een online databank. In eerste instantie onderzoekt hij met het projectteam van AGSO in welk opzicht bestaande schrijftaken uit het onderwijsveld representatief zijn voor het taalniveau binnen de richting. Vervolgens werkt het team richtlijnen uit rond hoe leerkrachtenteams op een onderbouwde manier tot categorieën van ankerteksten kunnen komen die indicatief zijn voor de verschillende beheersingsniveaus. Vervolgens gaat het team per school, graad, studiedomein en finaliteit na welke ankerteksten in de online te raadplegen interne databank kunnen komen. De criteria en voorgestelde methodiek worden streng bewaakt door het projectteam om binnen de secundaire scholen een gelijkgerichtheid rond taalcompetentie te ontwikkelen en te borgen. Op deze manier hebben verschillende leerkrachtenteams toegang tot en zicht op de verschillende talige competenties die typisch zijn voor studierichtingen, waardoor oriëntatie van leerlingen een grotere kans op succes krijgt. Vooral voor leerlingen met een taalzwak profiel en/of een OKAN-achtergrond is er nood aan een dergelijke tool. Het huidige proeftraject loopt van 1 september 2022 tot 30 juni 2023.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Project type(s)

  • Onderzoeksproject

Auteursresidenties monitoring. 01/01/2023 - 31/12/2023

Abstract

Internationale en nationale toetsen duiden erop dat de leesvaardigheid van leerlingen uit de arbeidsgerichte en doorstromingsfinaliteit onder het gewenste niveau ligt. Verschillende meta-analyses duiden erop dat instructie in schriftelijke vaardigheden een positieve invloed heeft op het leesbegrip van leerlingen (Graham & Hebert, 2011; Graham et al., 2017; Graham & Santangelo, 2014). Het Leesoffensief introduceert daarom auteursresidenties bij een selectie van scholen met deze leerlingen. Om de impact van het project auteursresidentie zo groot mogelijk te maken introduceren we het concept van ambassadeur. Leerkrachten die met de auteursresidenties participeren, engageren zich om de maanden erna (maximaal 18 maanden) als ambassadeur op te treden voor collega-leerkrachten die niet met de auteursresidenties konden meedoen. Deze collega-leerkrachten krijgen dus geen auteur op bezoek op school, maar gebruiken wel de programma's die binnen het project auteursresidenties ontwikkeld zijn. Op deze manier ambiëren we een netwerk van leerkrachten te creëren, zodat de inzichten uit de programma's efficiënt verspreid worden. De centrale onderzoeksvraag van dit project luidt dan ook: 
In welke mate heeft het project auteursresidenties een impact op het lees-en schrijfonderwijs van de deelnemende scholen? Uiteindelijk verwacht het Leesoffensief dat de auteursresidenties en de rol van ambassadeur een impact zullen hebben op de opvattingen van de leerkrachten (en de didactiek die ze toepassen) en de taalcompetentie van hun leerlingen. Voor deze specifieke doelgroep van leerlingen is functionele schrijfvaardigheid een illustratief voorbeeld van deze taalcompetentie. Op basis hiervan kunnen we de volgende onderzoeksvragen formuleren: 1) In welke mate heeft het project auteursresidenties een impact op de leerkrachten uit het project (de zogenaamde ambassadeurs)? a. In welke mate is er een impact op de opvattingen over taaldidactiek van deze 
leerkrachten? b. In welke mate is er een impact op de taaldidactiek gehanteerd door de leerkrachten? c. In welke mate is er een verschil in opvattingen over taaldidactiek tussen de 
ambassadeurs en de collega-leerkrachten? 
 2) In welke mate heeft het project auteursresidenties een impact op de leerlingen uit het project? a. In welke mate is er een impact op de literaire, resp. functionele schrijfvaardigheid van de leerlingen? b. In welke mate is er een impact op de opvattingen van de leerlingen over lezen en schrijven? 


Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Project website

Project type(s)

  • Onderzoeksproject

Traject taal+: een professionaliseringstraject voor duurzame taaltrajecten in alle scholen basisonderwijs. 15/12/2022 - 14/12/2023

Abstract

Hoe kunnen scholen effectieve trajecten ontwikkelen voor leerlingen die de onderwijstaal onvoldoende beheersen en/of die problemen met leesvaardigheid ervaren? Het project 'De schijnwerper op taal. Taalondersteuning voor leerlingen die daar extra nood aan hebben' in opdracht van het departement Onderwijs en Vorming biedt hierop een antwoord (Trioen et al., 2021). Het brengt werkzame bouwstenen van effectieve taaltrajecten in kaart die duurzame, intentionele en intensieve taalleerleerkansen in de onderwijstaal geven aan leerlingen met nood aan taalsteun. Via een praktijkgids vertaalde het project deze inzichten naar het onderwijsveld onder de vorm van zes bouwstenen (Geudens et al., 2021). Aangezien het project Taaltrajecten pas in september 2021 gepubliceerd is, zijn nog niet alle schoolteams bekend met de zes bouwstenen en hoe ze op deze manier een effectief taaltraject kunnen ontwerpen. Bovendien geven de bouwstenen wel een duidelijke richting aan, maar zorgen de unieke context van elke school en de beginsituatie van elke doelgroep ervoor dat de uitbouw van een taaltraject van school tot school zal verschillen. Alle schoolteams van het basisonderwijs in Vlaanderen erkennen de nood aan professionele ontwikkeling in het ontwerpen van effectieve taaltrajecten. Bovendien zouden alle leraren en schoolleiders de mogelijkheid moeten krijgen om zich te professionaliseren in het gebruik van effectieve didactiek binnen hun onderwijs om taalgerelateerde vertraging te voorkomen of doen afnemen en een grotere leereffectiviteit te bekomen bij leerlingen. Wij ambiëren daarom om een leerplatform te ontwikkelen dat alle geïnteresseerde scholen in staat stelt om een professionaliseringstraject over taaltrajecten te doorlopen. Hiertoe coachen we eerst 18 scholen tijdens een modeltraject dat uit twee modules bestaat. Daarna begeleiden deze 18 scholen elk 3 scholen ('uitdijscholen') via collegiale visitatie. Hun ervaringen dienen als basis voor de inhoud van het leerplatform. In de laatste fase van het project kan een selectie van scholen ('nabloeischolen') aan de slag met dit leerplatform. Na het project wordt dit platform open gesteld aan alle geïnteresseerde scholen. De starterscholen gaan door het volgende zevenstappenplan, waarbij de laatste 4 stappen steeds cyclisch herhaald worden: 1) een kernteam voor taalbeleid samenstellen, 2) een beginsituatieanalyse (BSA) maken, 3) samen een visie rond taalbeleid ontwikkelen, 4) de screensresultaten en observaties met het hele team analyseren en verklaren, 5) goed doordachte acties en maatregelen voor taalontwikkeling inzetten (=taaltrajecten), 6) de acties en maatregelen van het voorbije jaar evalueren, 7) een nieuwe cyclus opstarten. Deze laatste vier stappen illustreren de Plan-Do-Check-Act- cyclus. Als deze starterscholen het modeltraject van elk twee modules afgewerkt hebben, nemen zij elk 3 uitdijscholen onder hun hoede voor een collegiaal visitatietraject. In totaal zijn er dus 54 uitdijscholen. Daarnaast lanceren we in projectjaar 2 binnen Teams & SharePoint een leerplatform voor minimaal 100 nabloeischolen. Dit is een online platform met uitgestippelde leerpaden van o.a. kennisclips, praktijkvoorbeelden, leeractiviteiten, selfassessment-momenten, enzovoort, waarbij leerkrachten op een creatieve en directe manier met elkaar communiceren en ervaringen delen. We voeden dit platform met het materiaal uit de Teams- omgeving van de starterscholen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Project type(s)

  • Onderzoeksproject

Pilootproject ter versterking van de lerarenopleidingen, in nauwe relatie met actoren die instaan voor het verdere professionele continuüm van de leraar. 01/09/2021 - 31/08/2023

Abstract

Dit project versterkt de lerarenopleiding door een ICT-ondersteund leer-, evaluatie- en deelplatform voor de LIO (leraar in opleiding), diens mentor-coach en diens lerarenopleider(s). Dit instrument, het LIO-Platform, kan in elke lerarenopleiding zonder grote structurele aanpassingen toegevoegd worden aan de bestaande LIO-begeleiding en zal in dit pilootproject worden ontworpen, ontwikkeld, geïmplementeerd en wetenschappelijk geëvalueerd. Het doel is hiermee het zelfsturend leren van LIO-studenten te vergroten, de mentor-coach te versterken in de begeleiding van de LIO-studenten en de afstemming tussen LIO-student, mentor en de opleiding te faciliteren. Hiervoor bundelen we (1) de praktische ervaring met LIO-begeleiding van de lerarenopleidingen aan Universiteit Antwerpen (Master S.O.) en AP Hogeschool (Bachelor S.O.), (2) de wetenschappelijke expertise omtrent vakdidactiek, zelfregulerend leren en leergemeenschappen van de onderzoeksgroep Didactica en het expertisecentrum APERU, (3) de technologische ervaring met de ontwikkeling van een online tool voor leerprocesopvolging van Odisee Hogeschool, (4) de know how in expertisedeling onder onderwijsprofessionals van Onderwijsnetwerk Antwerpen (ONA) en van Centrum Nascholing onderwijs (CNO) en (5) de grote diversiteit aan schoolse partners in zowel (groot)stedelijke als minder geurbaniseerde contexten gespreid over de provincie Antwerpen. In functie van het opzetten van de samenwerking werden, over de provincie-, associatie- en netgrenzen heen, gesprekken gevoerd met deze verschillende partners die inhoudelijk op een complementaire manier het project versterken en de reikwijdte ervan verbreden. De samenwerking met enkele secundaire scholen wordt in deze projectaanvraag expliciet geformaliseerd door hen afzonderlijk te vermelden. Vertrekkende vanuit een probleemstelling die de projectpartners delen, stelt het pilootproject zich tot doel om (1) het zelfregulerend leren en de vakdidactische competentie van de LIO te versterken, (2) de LIO-begeleiding door de mentor-coach te stimuleren op het vlak van zelfregulerend leren en de vakdidactiek, en (3) de samenwerking op het vlak van LIO-begeleiding en -evaluatie tussen de mentor-coach en de lerarenopleiding te verbeteren.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Project type(s)

  • Onderzoeksproject

Effectief leesonderwijs in het basis- en secundair onderwijs in Vlaanderen: identificatie en evaluatie van het praktijkmodel 'Lezen op school'. 01/05/2021 - 30/04/2023

Abstract

Dit project beoogt een wetenschappelijke analyse (verticaal en horizontaal) van de Lezen op School-projecten. In een eerste stap voeren we een systematische meta-review van effectief leesonderwijs, waarbij we zowel alle fases van het proces van leren lezen als andere belangrijke actoren buiten het onderwijs (voor zover zij een directe link met het onderwijs hebben) meenemen. Tegelijkertijd beschrijven we uitvoerig de projecten rond lezen op school. Op basis van de conclusies uit de meta-review wordt de mate bepaald waarmee deze projecten deze inzichten bevatten. Tot slot engageren we leerkrachten die via een professionaliseringstraject een praktijkrelevante inspiratiegids ontwikkelen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Project type(s)

  • Onderzoeksproject

De ontwikkeling van een motivatievragenlijst op niveau van de leerlingen, om leesmotivatie in kaart te brengen op basis van reeds bestaand onderzoek en gevalideerde testen. 01/09/2020 - 30/06/2022

Abstract

Als we willen dat de leerlingen meer boeken lezen, dan hebben we een inspirerend boekenaanbod en een inspirerende leer- en leesomgeving nodig. Om dat te realiseren moet de school samenwerken met de bibliotheek. Op alle terreinen zoeken wij advies bij de deskundige lees(media)consulent van de bibliotheek, om de inspanningen van de verschillende partners mee te coördineren. Om de eerste 3 strategische doelstellingen te realiseren, zetten we dus ook in op deze 4 operationele subdoelen, die de strategische doelen onderbouwen en mogelijk maken: 1. We voorzien een actuele, gevarieerde en uitdagende collectie met een inspirerend boekenaanbod in de vorm van hippe Boekboxen voor het 6e leerjaar en de 1e graad, met bijzondere aandacht voor de B-stroom en (ex-)OKAN. 2. We ontwerpen een inspirerende leer- en leesomgeving als onderdeel van de bredere taalvisie van elke betrokken school. 3. We werken samen met de deskundige lees(media)consulent van de bibliotheek om de talenbeleidcoördinator en het schoolteam te adviseren en te ondersteunen in de boekkeuze. 4. We borgen een strategische netwerksamenwerking via het leesbeleid van school en bibliotheek.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Project type(s)

  • Onderzoeksproject

Onderzoek taalintegratieprojecten. 01/08/2020 - 30/06/2021

Abstract

Hoe kunnen scholen effectieve trajecten ontwikkelen voor leerlingen die de onderwijstaal onvoldoende beheersen? Scholen hebben nood aan concrete handvatten en haalbare praktijkvoorbeelden die aansluiten bij de behoeften en context van het basis- en secundair onderwijs in Vlaanderen. We ambiëren met deze projectaanvraag een genuanceerde, systematische meta-review van de wetenschappelijke literatuur, die resulteert in een wetenschappelijk rapport enerzijds en een praktijkgerichte, papieren en digitaal ontsloten leidraad voor het onderwijsveld anderzijds. Voor deze leidraad werken we met een keuzemenu dat tegemoetkomt aan de verschillende beginsituaties. Scholen worden aangespoord om eerst de procesfactoren in te vullen die belangrijk zijn voor de effectiviteit van de taaltrajecten voordat ze structurele keuzes bepalen. Verder presenteren we een gevarieerd scala aan inspirerende praktijkvoorbeelden voor kleuter, lager en secundair, telkens met voldoende detail om op verder te bouwen. Ook bezoeken en analyseren we een aantal praktijkvoorbeelden die aan de criteria beantwoorden die uit de meta-review vloeien. Om te garanderen dat de gepresenteerde praktijkvoorbeelden goed aansluiten bij de Vlaamse onderwijscontext, worden de randvoorwaarden aan de hand van een delphi-studie gescreend samen met actoren uit het werkveld.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Project type(s)

  • Onderzoeksproject

"Versta je me?" De spreekvaardigheid van laaggeletterde volwassen leerders van het Nederlands. 01/04/2020 - 31/03/2021

Abstract

Volwassenen die Nederlands willen leren spreken (NT2-leerders) vinden niet gemakkelijk een rolmodel, omdat er tussen moedertaalsprekers aanzienlijke verschillen in spreekvaardigheid vastgesteld kunnen worden. Hoewel moedertaalsprekers veel vrijheid in hun spreken ervaren, wordt 'correcte' intonatie van Nederlandse zinnen als een succesfactor beschouwd voor hoogopgeleide volwassen leerders met een gemiddeld niveau van Nederlads. In dit project richten we ons echter op laaggeletterde NT2-leerders met een laag niveau van Nederlands en een moedertaal (L1) uit een niet-Germaanse taalfamilie. De volgende onderzoeksvragen worden beantwoord: 1) Bepalen woordkennis en intonatie van het Nederlands de variatie in spreekkwaliteit? en 2) Wordt de spreekkwaliteit bepaald door L1? Deelnemers voeren spreekopdrachten uit en vullen een test over woordkennis in. De resultaten van dit project kunnen inhoud geven aan een belangrijk maatschappelijk debat en kunnen de belangrijke rol van de Universiteit Antwerpen in dit domein benadrukken.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Project type(s)

  • Onderzoeksproject

Identificatie en analyse van praktijken van gerichte inzet en ontwikkeling van competenties van leerkrachten in de laatste jaren van het lager onderwijs. 01/10/2015 - 31/03/2017

Abstract

Dit onderzoek wil bestaande goede praktijkvoorbeelden rond klas- en vakoverschrijdende inzet van leraren in de laatste jaren van het lager onderwijs in kaart brengen, met als doel een optimale inzet van aanwezige lerarencompetenties, meer gedifferentieerd werken in de klas en de realisatie van een vlottere overgang van het basis- naar het secundair onderwijs. Niet enkel beogen we een gedetailleerde beschrijving van zulke goede praktijken, maar wensen we ook inzicht te geven in de randvoorwaarden en de beleving van de praktijk, vanuit zowel het oogpunt van de directie, de leraar als de leerlingen. Data worden verzameld via case studies en een Delphi-onderzoek.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Project type(s)

  • Onderzoeksproject