Onderzoeksgroep

Centrum voor Ethiek

Expertise

Vragen uit de morele psychologie en meta-ethiek, met een focus op morele emoties en de verhouding tussen liefde en moraliteit. Vragen uit de feministische filosofie, vooral de feministische ethiek en feministische epistemologie Interdisciplinair onderzoek binnen het domein van health humanities (autisme, abortus, levenseinde)

Ethiek volgens het enactivisme: een pragmatische benadering. 01/10/2021 - 30/09/2025

Abstract

Menselijke cognitie zit niet in het hoofd – dat is stilaan een wijdverspreide gedeelde opvatting geworden in de wijsgerige psychologie (de 'philosophy of mind'). De discussie gaat erom wat er precies bedoeld wordt met de stelling dat cognitieve processen (zoals waarnemen, zich inbeelden, zich herinneren) structureel verbonden zijn met onze lichamen en de wereld. De interdisciplinaire onderzoeksstroming genaamd 'het enactivisme' neemt misschien wel de meest radicale positie in. Volgens het enactivisme is het onmogelijk om onze gedachten, handelingen en waarnemingen te scheiden van de omstandigheden waarin we denken, handelen en waarnemen. Cognitie is niet iets dat 'binnenin' iemand gebeurt, iets dat een verhouding tot de buitenwereld zou aanduiden. Cognitie is veel onlosmakelijker verweven met de wereld zodat het onderscheid tussen 'binnenin' en 'buiten' enkel nog bij wijze van spreken kan worden gemaakt. Cognitie is een activiteit die groeit uit de constante interactie tussen actor en wereld. Volgens het enactivisme dragen brein, lichaam en omstandigheden elk evenveel bij aan onze ervaring, ze vormen een intrinsiek gekoppeld systeem dat via feedback loops en interactieve aanpassingen zichzelf voortdurend bijbeent. Het enactivisme kent grote aanhang onder filosofen en cognitieve wetenschappers. Moraalfilosofen hebben zich tot nu weinig gemengd in de discussie. Maar welke implicaties heeft het enactivisme eigenlijk voor de morele dimensie van menselijk handelen, waarnemen en denken? Dit project wil deze open vraag beantwoorden. Het doet daarbij een beroep op inzichten uit de traditie van het pragmatisme, dat (hoewel minstens een halve eeuw ouder) interessante affiniteiten vertoont met het enactivisme. De vraag oe moraliteit eruitziet in een enactivistisch kader zal specifiek beantwoord worden door na te gaan hoe moreel handelen en morele kennis eruit ziet onder de aanname dat mens en omgeving elkaar voortdurend vormgeven.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Het probleem van Implicit Bias en de grenzen van morele verantwoordelijkheid. 01/10/2020 - 30/09/2023

Abstract

Psychologisch onderzoek heeft uitgewezen dat de meeste mensen onderhevig zijn aan impliciete vooroordelen (of preciezer gesteld met de Engelse term 'implicit biases') ten aanzien van minderheidsgroepen of anderszins gestigmatiseerde sociale groepen. Iemand die zichzelf beschouwt en beschrijft als niet racistisch, niet seksistisch, niet discriminerend op basis van leeftijd, enz... toch biases kan hebben die haar oordeel en intenties beïnvloeden en zodoende leiden tot discriminerend gedrag. Filosofische vragen die door dit onderzoek worden opgeroepen hebben betrekking op onze verantwoordelijkheid, onze zelfkennis, onze zelfcontrole. In dit project zal ik antwoorden zoeken die aantonen dat bias moet worden gezien als een ondeugd, en dat het kaderen van ons gedrag in een morele ecologie de nodige en aanvaardbare oplossingen kan bieden.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Verbeelding en moreel redeneren. Creatieve verbeelding in morele optievorming. 01/11/2019 - 31/10/2023

Abstract

Als menselijk vermogen wordt verbeelding vaak gelinkt aan de creativiteit van de geest, zoals vertoond door kunstenaars of kinderen. Dit project onderzoekt de functionele rol van verbeelding in moreel redeneren. Mensen lijken vaak hun verbeelding te gebruiken in moreel problematische situaties. Stel dat je het pad van een om hulp vragende vluchteling kruist. Waarschijnlijk zal je je diverse zaken proberen verbeelden: de zaken die de ander meemaakte, je mogelijkheden om de vluchteling te helpen, de gevolgen van bepaalde acties enz. Dit project onderzoekt hoe we precies onze verbeelding gebruiken om moeilijke morele vragen te beantwoorden of om urgente situaties of dilemma's op te lossen. Dit hoofddoel wordt opgesplitst in twee doelstellingen. Ten eerste past dit onderzoek een nieuwe moreel-psychologische benadering toe om verschillende vormen en functies van verbeelding te onderscheiden. Verbeelding kan immers verwijzen naar verschillende elementen van moreel redeneren, bv. metaforisch denken, empathie, narratieve reflectie, etc. Na een analyse van recent onderzoek naar de relaties tussen verbeelding en moreel redeneren focus ik op een blinde vlek in het huidige debat: de wijze waarop verbeelding specifieke mogelijkheden creëert om moreel te handelen. De tweede doelstelling is dus dit proces te onderzoeken om zo een antwoord te formuleren op de vraag waarom verbeelding essentieel zou zijn om praktische oplossingen te bieden in morele situaties en voor morele problemen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Tegen het meedogenloze ego: liefde als basis van moraliteit. 01/11/2019 - 31/10/2023

Abstract

Hoewel een gebod tot naastenliefde een belangrijk aspect is van de meeste eeuwenoude religieuze tradities, lijkt een morele verplichting tot liefde in hedendaagse analytische filosofie niet populair. Gezien recente maatschappelijke problemen zoals polarisatie en haat voor 'de ander' hebben we wellicht behoefte aan zo'n seculiere morele oproep tot liefde, wanneer we een vreedzame en inclusieve maatschappij als einddoel in gedachten hebben. Dit project onderzoekt of het steek houdt te zeggen dat we elkaar moeten liefhebben. Het ontwikkelt een beschrijving van liefde en moraliteit geïnspireerd op de werken van Iris Murdoch, om een claim voor morele liefde te verdedigen - waarmee het de wijdverspreide claim dat liefde buiten het gebied van moraliteit valt verwerpt. Op welke grond kan beargumenteerd worden dat we van iedereen moeten houden? Een ander doel is het verschaffen van een praktische gids: wat zijn onze precieze verantwoordelijkheden in het liefhebben van iedereen? Wat is het verschil met een wijdverspreide verplichting tot respect of empathie? Het project wil antwoorden op 1) maatschappelijke uitdagingen zoals polarisatie, 2) twijfel over de mogelijkheid van morele liefde die bestaat in de hedendaagse analytische filosofie en 3) feministische zorgen die zouden kunnen ontstaan bij een morele verplichting tot liefde. Het project behandelt morele vragen die van belang zijn voor een breed publiek, omdat het liefde op zowel persoonlijk als politiek bespreekt.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Naar een na-feministisch denken? Een wittgensteiniaanse oplossing voor een semantisch-politiek probleem in hedendaagse feministische theorievorming. 01/11/2019 - 31/10/2023

Abstract

Wat is een 'vrouw'? Naar aanleiding van de druk waaronder traditionele gendercategorieën de laatste tijd steeds meer komen te staan, lokt deze ogenschijnlijk banale vraag heel wat discussie uit binnen het feminisme. Aan de ene kant gaat elke invulling van het concept onvermijdelijk gepaard met een normatieve claim van wat het betekent om een 'echte vrouw' te zijn. Aangezien het feminisme juist het idee verdedigt dat vrouwen in alle maten en soorten voorkomen, zou het echter weinig wenselijk zijn als het vervolgens zelf opnieuw bepaalde gendernormen zou opleggen. Anderzijds zorgt een totale weigering om het concept af te bakenen ervoor dat het onmogelijk wordt om nog over vrouwen te praten als een sociale categorie en dat het obscuur wordt waar een pleidooi voor vrouwenrechten om draait. Bovendien kan men zich afvragen waar het feminisme zijn legitimiteit vandaan moet halen als het niet langer in staat is de eigen taak en doelgroep te omschrijven. Ik zal aantonen dat het mogelijk is om vanuit de taalfilosofie voorbij het bovenstaande dilemma te gaan. Tegelijk zal ik een nieuwe invulling geven aan de term 'vrouw' die compatibel is met de uitdagingen waarmee deze vandaag geconfronteerd wordt. Hiermee samengaand zal ik een strategie aanreiken die het mogelijk maakt om ethische vragen over gendergelijkheid accurater te bespreken en zal ik de ontnuchterende vraag trotseren of met de crisis rond het concept 'vrouw' onvermijdelijk ook het einde van het feminisme is ingeluid.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

De emotie trots en de ethiek van herkenning: een filosofische analyse. 01/10/2019 - 30/09/2021

Abstract

We kunnen fier zijn over iets dat we hebben bereikt of over een talent dat we bezitten. We kunnen ook trots zijn over de resultaten van anderen, bijvoorbeeld over die van onze kinderen of onze vrienden. Of we kunnen fier zijn over het land waartoe we behoren, een voetbalteam waarvoor we supporteren, een religie waarin we geloven of over het feit dat we in geen enkele religie geloven. Vaak zijn deze gevoelens van trots de reden waarom we ons op een bepaalde manier gedragen. Zo willen we ons bijvoorbeeld tooien in de kleuren van ons favoriete team op de avond dat zij een gevreesde tegenstander bekampen, of willen we absoluut onze vrienden vertellen dat onze kinderen schitterende resultaten op school hebben behaald. De trots die we voelen kan leiden tot goede handelingen. Trots kan ons ertoe brengen aan goede doelen te geven of ambities na te jagen die we absoluut willen waarmaken. Maar trots kan ook minder goede gevolgen hebben. Dat dit kan gebeuren blijkt uit hedendaagse fenomenen zoals religieus extremisme of nationalistische gevoelens die discriminatie van anderen met zich meebrengen. Om te verstaan hoe de emotie van trots onze handelingen zowel positief als negatief kan beïnvloeden, is het belangrijk en boeiend om die emotie vanuit een filosofisch perspectief te onderzoeken. Meer specifiek wordt nagegaan wat het juist betekent trots over iets te zijn en hoe die emotie verweven is met de notie van waardigheid en identiteit. Daarenboven wordt onderzocht welke rol de erkenning door anderen, in relatie tot trots, kan spelen in de uitbouw van ons morele leven.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Het probleem van Implicit Bias en de grenzen van morele verantwoordelijkheid. 01/10/2018 - 30/09/2020

Abstract

Psychologisch onderzoek heeft uitgewezen dat de meeste mensen onderhevig zijn aan impliciete vooroordelen (of preciezer gesteld met de Engelse term 'implicit biases') ten aanzien van minderheidsgroepen of anderszins gestigmatiseerde sociale groepen. Iemand die zichzelf beschouwt en beschrijft als niet racistisch, niet seksistisch, niet discriminerend op basis van leeftijd, enz... toch biases kan hebben die haar oordeel en intenties beïnvloeden en zodoende leiden tot discriminerend gedrag. Filosofische vragen die door dit onderzoek worden opgeroepen hebben betrekking op onze verantwoordelijkheid, onze zelfkennis, onze zelfcontrole. In dit project zal ik antwoorden zoeken die aantonen dat bias moet worden gezien als een ondeugd, en dat het kaderen van ons gedrag in een morele ecologie de nodige en aanvaardbare oplossingen kan bieden.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

De emotie trots en de ethiek van herkenning: een filosofische analyse 01/10/2017 - 30/09/2019

Abstract

We kunnen fier zijn over iets dat we hebben bereikt of over een talent dat we bezitten. We kunnen ook trots zijn over de resultaten van anderen, bijvoorbeeld over die van onze kinderen of onze vrienden. Of we kunnen fier zijn over het land waartoe we behoren, een voetbalteam waarvoor we supporteren, een religie waarin we geloven of over het feit dat we in geen enkele religie geloven. Vaak zijn deze gevoelens van trots de reden waarom we ons op een bepaalde manier gedragen. Zo willen we ons bijvoorbeeld tooien in de kleuren van ons favoriete team op de avond dat zij een gevreesde tegenstander bekampen, of willen we absoluut onze vrienden vertellen dat onze kinderen schitterende resultaten op school hebben behaald. De trots die we voelen kan leiden tot goede handelingen. Trots kan ons ertoe brengen aan goede doelen te geven of ambities na te jagen die we absoluut willen waarmaken. Maar trots kan ook minder goede gevolgen hebben. Dat dit kan gebeuren blijkt uit hedendaagse fenomenen zoals religieus extremisme of nationalistische gevoelens die discriminatie van anderen met zich meebrengen. Om te verstaan hoe de emotie van trots onze handelingen zowel positief als negatief kan beïnvloeden, is het belangrijk en boeiend om die emotie vanuit een filosofisch perspectief te onderzoeken. Meer specifiek wordt nagegaan wat het juist betekent trots over iets te zijn en hoe die emotie verweven is met de notie van waardigheid en identiteit. Daarenboven wordt onderzocht welke rol de erkenning door anderen, in relatie tot trots, kan spelen in de uitbouw van ons morele leven.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Zorg voor jezelf en falende zelfkennis. 15/07/2017 - 14/07/2018

Abstract

Hedendaagse liberale samenlevingen bieden de perfecte omstandigheden om onze identiteit zo vorm te geven als we zelf verkiezen. Toegang tot private eigendom, opleiding, technologieën en gelijke rechten die onze vrijheden beschermen creëren samen oneindig veel mogelijkheden om onze eigen identiteit vorm te geven. Zo maken enhancement-technologieën, zoals plastische chirurgie, het mogelijk om in te grijpen in hoe we eruit zien (zie, bijvoorbeeld Neil Harbinson die claimt de eerste cyborg te zijn of de lizard man die door middel van tatoeages en plastische chirurgie eruitziet als een mens-hagedis) en grijpen psychofarmaceutica zoals anti-depressiva in hoe we ons voelen. Het internet biedt ons niet enkel de mogelijkheid verschillende en meerdere identiteiten haast ex nihilo te creëren, maar deze ook te leven. Second life en Facebook zijn misschien wel de bekendste voorbeelden hiervan, maar ook games zoals World of Warcraft. In de praktijk, echter, blijkt dit oneindige aanbod aan mogelijkheden soms een vergiftigd geschenk te zijn: in onze modern samenleving ervaren steeds meer personen een identiteitscrisis, met een toename van populaire boeken over vragen zoals "wie ben ik?" en "wie wil ik zijn?" tot gevolg. Een opmerkelijk nieuw fenomeen hier is de quarterlife-crisis, ofwel het "dertigersdilemma." Daarom is het niet enkel filosofisch interessant, maar ook maatschappelijk urgent te begrijpen wat succesvolle identiteitsvorming inhoudt en veronderstelt. In het onderzoeksproject "Zorg voor jezelf en falende zelfkennis" wordt aan dit begrip een bijdrage geleverd. Dit wordt gedaan door te onderzoeken wat de conceptuele voorwaarden zijn om te spreken over geslaagde identiteitsvorming. Identiteiten zijn rollen die we op ons nemen—zoals vader of moeder, docent, onderzoeker of onderzoekster, enz.—en die een leidraad vormen voor onze handelingen: als vader of moeder vinden we, bijvoorbeeld, die handelingen die goed zijn voor ons kind waardevol en zijn we gemotiveerd deze handelingen uit te voeren. In het filosofische debat wordt verondersteld dat succesvolle identiteitsformatie bepaald wordt in hoeverre wij erin slagen onze verschillende identiteiten tot een harmonische eenheid te vormen; dit is wat ik in mijn onderzoek de "eenheidsvereiste voor identiteitsvorming" noem. Deze eenheidsvereiste wordt in dit project zowel (1) historisch als (2) systematisch geanalyseerd op haar plausibiliteit. De verwachting is dat deze vereiste niet houdbaar blijkt en daarom wordt (3) een alternatieve theorie van succesvolle identiteitsvorming voorgesteld (in het Engelse abstract wordt meer in detail de methodologie en de argumentatie achter deze drie delen van het project uitgelegd).

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Autism Ethics Network. 01/01/2017 - 31/12/2021

Abstract

Het Autism Ethics Network brengt onderzoekers uit de humane en sociale wetenschappen samen vanuit de overtuiging dat een puur medisch model van autisme te reductionistisch is en te veel belangrijke vragen onbeantwoord laat. Naast meer medische kennis over autisme, die voortvloeit uit een zoektocht naar oorzaken en verklaringen, is er dan ook nood aan een antwoord op de vragen, 'wat is autisme', 'wat zijn de ervaringen van mensen met autisme', 'is autisme louter een pathologie', 'wat betekent een diagnose autisme voor de gediagnosticeerde?', 'wat betekent het om neurodivers versus neurotypisch te zijn?' etc. Een antwoord op deze vragen vergt een interdisciplinaire aanpak die inzichten uit de sociologie, literatuurwetenschappen, cultuurwetenschappen, wetenschapsfilosofie en moraalfilosofie combineert.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Project website

Ethiek van de liefde: (hoe) moeten ouders en kinderen van elkaar houden? 01/10/2016 - 30/09/2020

Abstract

Terwijl de meeste moraalfilosofen zich bezighouden met morele problemen die zich stellen in het publieke domein, worden de meeste mensen geconfronteerd met morele vragen in de private sfeer. Veel van deze vragen betreffen de relaties met vrienden, familie, geliefden. Zonder het altijd te beseffen maken mensen voortdurend morele keuzes in hun omgang met de gunsten van hun vrienden, de verwachtingen van hun partners, de noden van hun kinderen, de wensen van hun ouders. Toch denken sommige filosofen dat liefde buiten het morele domein valt en geleid wordt door eigen regels. Volgens hun redenering zouden morele evaluaties van handelingen gesteld uit liefde (of andere uitingen van liefde) ongepast en moraliserend zijn. Dit onderzoeksproject gaat uit van de hypothese dat liefde, inclusief de liefde tussen ouder en kind, wel degelijk moreel geëvalueerd kan worden, en onderzoekt de tegenwerpingen tegen volgende twee stellingen: dat het steek houdt om van iemand te zeggen dat hij een plicht heeft om een bepaald iemand graag te zien, en dat de ene liefde beter kan zijn dan de andere in moreel opzicht. Na een conceptueel onderzoek van de verbanden tussen liefde, morele plicht en morele waarde, worden de resultaten toegepast op het specifieke geval van liefde tussen ouders en kinderen. Kan men van ouders zeggen dat ze niet alleen een morele plicht hebben om voor hun kinderen te zorgen, maar ook van hen te houden? Kunnen ze dat graag zien op een goede of minder goede manier doen, en vallen die kwalitatieve verschillen te vatten in een moreel vocabularium? Mogen ouders redelijkerwijs verwachten dat hun kinderen van hen houden? Het antwoord op deze vragen resulteert in een kleine ethiek van de ouder-en-kind-liefde die niet alleen een leemte in de hedendaagse moraalfilosofie opvult, maar ook een breed publiek zal aanspreken.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Liefde als bron van moraliteit 01/02/2014 - 31/12/2014

Abstract

Liefde en moraal zijn belangrijke sturende krachten in het leven, maar de verhouding tussen beide is complex. Ter voorbereiding op de aanvraag van een grote beurs worden filosofische perspectieven op de verhouding tussen liefde en moraal verzameld, onder andere door het organiseren van een Symposium in Antwerpen en het deelnemen aan internationale conferenties. De hypothese is dat moraal niet wezenlijk botst met liefde maar liefde vooronderstelt.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

De normativiteit van het recht. Een meta-ethische evaluatie van het interpretivisme. 01/01/2012 - 31/12/2015

Abstract

Dit project betreft fundamenteel kennisgrensverleggend onderzoek gefinancierd door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek-Vlaanderen. Het project werd betoelaagd na selectie door het bevoegde FWO-expertpanel.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)