Onderzoeksgroep

Management

Expertise

Mijn onderzoeksexpertise is gericht op toetsregistratie-onderzoek in verschillende domeinen: - schrijfprocessen op basis van meerdere bronnen in de dominante, de tweede taal en de vreemde taal. - Motorische, cognitieve en linguïstische schrijfprocessen van ouderen. - Professionele schrijfprocessen op basis van meerdere bronnen. Tevens ben ik medeoprichter van het toetsregistratie-instrument Inputlog (www.inputlog.net)

Schrijven op basis van bronnen in de dominante, tweede en vreemde taal: succesvolle proceskenmerken in kaart gebracht. 01/10/2020 - 30/09/2024

Abstract

Vandaag de dag starten schrijvers zelden meer vanaf een leeg blad. Ze integreren informatie uit verschillende online bronnen (vb. rapporten, artikelen, blogs, tweets) in een nieuwe, coherente en relevante tekst. Dit is een mentaal complexe taak: schrijvers moeten bronnen vergelijken, contrasteren en evalueren, de tekst plannen, relevante informatie uit de bronnen selecteren en aanvullen, en de tekst schrijven. Het bestaande onderzoek is beperkt, maar in volle ontwikkeling vanwege het groeiende professionele belang ervan. Het focust vooral op het schrijfproduct en het schrijven in de dominante taal (L1). Dit project beoogt een theoretisch model dat het proces van brongebaseerd schrijven in de L1 (Nederlands), L2 (Engels) en vreemde taal (Frans, Spaans) beschrijft. We zullen onderzoeken (1) hoe schrijvers digitale bronnen tijdens hun schrijfproces raadplegen, (2) hoe ze informatie (inhoud, structuur en woordkeuze) uit die bronnen in hun schrijfproduct integreren, en (3) hoe deze procesmatige en productmatige kenmerken zich verhouden tot de kwaliteit van de geschreven tekst en het werkgeheugen en taalbeheersing van de schrijvers ervan. We gebruiken daarvoor: (1) analyses van toetsregistratiedata van ongeveer 600 teksten geschreven door MA-studenten in Meertalige Professionele Communicatie; (2) talige analyse van de proces- en productdata van die studenten via plagiaat- en tekstannotatietools; (3) een experimentele studie van het effect van procesfeedback (via voorbeelden van peers, ook wel modelling genoemd) op brongebaseerd schrijven.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Cognitieve achteruitgang bij de ziekte van Alzheimer: motorische, cognitieve en linguïstische kenmerken van zinsproductie 01/10/2018 - 28/02/2022

Abstract

Onderzoek heeft aangetoond dat patiënten met de ziekte van Alzheimer een duidelijke achteruitgang vertonen in hun taalproductie. Veelvuldig wordt hier de focus gelegd op productkenmerken van talige uitingen, maar het schrijfproces biedt aanvullende inzichten in taalvaardigheid. Dit onderzoeksproject heeft als doel om valide zinsproductietaken te ontwikkelen die onderzoekers en artsen in staat stellen om de eventuele achteruitgang te beschrijven van online schriftelijke taalproductie van mensen met de ziekte van Alzheimer. Deze doelstellingen zullen in drie opeenvolgende onderzoekprojecten worden onderzocht: 1. een exploratief onderzoek; 2. een cross-sectioneel onderzoek tussen verschillende patiëntengroepen; 3. een longitudinaal onderzoek. Eerder onderzoek toont aan dat een valide screeningsinstrument diverse componenten van taal moet kunnen beoordelen. Tijdens het exploratieve onderzoek ontwikkelen we daarom schrijfopdrachten die zich richten op motorische, cognitieve en linguïstische aspecten. Die bestaan uit 60 strikte zinsproductietaken die een aantal voorgedefinieerde cognitieve en linguïstische procesmaten testen. Exploratief onderzoek In een exploratief onderzoek ontwikkelen we 60 fiches of picture combination cards. Een picture combination card bestaat uit een aantal aparte afbeeldingen die een geschreven zin uitlokken. Tijdens het experiment formuleren de proefpersonen zinnen door de afgebeelde objecten met een geschikt werkwoord te verbinden. De onderzoeksmethode die we hierbij gebruiken is toetsregistratie (keystroke logging). Dit is in vergelijking met andere observatiemethodes niet-intrusief, tijdbesparend, en dus kostenbesparend. Door gebruik te maken van gevalideerde afbeeldingen is het mogelijk om makkelijker specifieke woorden uit te lokken en hierdoor grip te hebben op de woordkenmerken die eraan gekoppeld zijn. Daarnaast heeft een recente linguïstische analyse op schrijfprocesdata aangetoond dat lidwoorden, zelfstandige naamwoorden, werkwoorden (en bijvoeglijke naamwoorden) erg geschikt zijn om groepen proefpersonen te onderscheiden. De uitgelokte zinnen zullen daarom zeker op deze woordcategorieën focussen. Cross-sectioneel en longitudinaal onderzoek Op basis van de bevindingen van het exploratieve onderzoek, zullen we het aantal fiches en de taakduur reduceren voor het experimentele cross-sectionele onderzoek (via statistische technieken als Generalizability & Design study). In het cross-sectionele onderzoek voeren drie groepen proefpersonen de zinsproductietaken uit. Dit zijn: (1) patiënten met een milde cognitieve beperking (MCI), (2) patiënten met milde dementie als gevolg van de ziekte van Alzheimer en (3) een gezonde controlegroep. Alle proefpersonen maken eerst een beknopte kopieertaak (motorische en typevaardigheden) en daarna een zinsproductietaak (cognitieve en linguïstische vaardigheden) op basis van een gerandomiseerde selectie van de fiches. Ten slotte zullen we het cross-sectionele onderzoek repliceren na zes en na twaalf maanden om zo de (potentiële) cognitieve achteruitgang van patiënten met de ziekte van Alzheimer te beschrijven (longitudinaal onderzoek). Een aanvullend doel van dit onderzoek is om de data-analyse verder te automatiseren. Hierdoor kunnen er gebruiksvriendelijke rapporten voor artsen worden gegenereerd, op basis waarvan zij de resultaten onmiddellijk kunnen interpreteren.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Cognitieve achteruitgang bij de ziekte van Alzheimer: motorische, cognitieve en linguïstische kenmerken van zinsproductie. 01/10/2016 - 13/01/2019

Abstract

Onderzoek heeft aangetoond dat patiënten met de ziekte van Alzheimer een duidelijke achteruitgang vertonen in hun taalproductie. Veelvuldig wordt hier de focus gelegd op productkenmerken van talige uitingen, maar het schrijfproces biedt aanvullende inzichten in taalvaardigheid. Dit onderzoeksproject heeft als doel om valide zinsproductietaken te ontwikkelen die onderzoekers en artsen in staat stellen om de eventuele achteruitgang te beschrijven van online schriftelijke taalproductie van mensen met de ziekte van Alzheimer. Deze doelstellingen zullen in drie opeenvolgende onderzoekprojecten worden onderzocht: 1. een exploratief onderzoek; 2. een cross-sectioneel onderzoek tussen verschillende patiëntengroepen; 3. een longitudinaal onderzoek. Eerder onderzoek toont aan dat een valide screeningsinstrument diverse componenten van taal moet kunnen beoordelen. Tijdens het exploratieve onderzoek ontwikkelen we daarom schrijfopdrachten die zich richten op motorische, cognitieve en linguïstische aspecten. Die bestaan uit 60 strikte zinsproductietaken die een aantal voorgedefinieerde cognitieve en linguïstische procesmaten testen. Exploratief onderzoek In een exploratief onderzoek ontwikkelen we 60 fiches of picture combination cards. Een picture combination card bestaat uit een aantal aparte afbeeldingen die een geschreven zin uitlokken. Tijdens het experiment formuleren de proefpersonen zinnen door de afgebeelde objecten met een geschikt werkwoord te verbinden. De onderzoeksmethode die we hierbij gebruiken is toetsregistratie (keystroke logging). Dit is in vergelijking met andere observatiemethodes niet-intrusief, tijdbesparend, en dus kostenbesparend. Door gebruik te maken van gevalideerde afbeeldingen is het mogelijk om makkelijker specifieke woorden uit te lokken en hierdoor grip te hebben op de woordkenmerken die eraan gekoppeld zijn. Daarnaast heeft een recente linguïstische analyse op schrijfprocesdata aangetoond dat lidwoorden, zelfstandige naamwoorden, werkwoorden (en bijvoeglijke naamwoorden) erg geschikt zijn om groepen proefpersonen te onderscheiden. De uitgelokte zinnen zullen daarom zeker op deze woordcategorieën focussen. Cross-sectioneel en longitudinaal onderzoek Op basis van de bevindingen van het exploratieve onderzoek, zullen we het aantal fiches en de taakduur reduceren voor het experimentele cross-sectionele onderzoek (via statistische technieken als Generalizability & Design study). In het cross-sectionele onderzoek voeren drie groepen proefpersonen de zinsproductietaken uit. Dit zijn: (1) patiënten met een milde cognitieve beperking (MCI), (2) patiënten met milde dementie als gevolg van de ziekte van Alzheimer en (3) een gezonde controlegroep. Alle proefpersonen maken eerst een beknopte kopieertaak (motorische en typevaardigheden) en daarna een zinsproductietaak (cognitieve en linguïstische vaardigheden) op basis van een gerandomiseerde selectie van de fiches. Ten slotte zullen we het cross-sectionele onderzoek repliceren na zes en na twaalf maanden om zo de (potentiële) cognitieve achteruitgang van patiënten met de ziekte van Alzheimer te beschrijven (longitudinaal onderzoek). Een aanvullend doel van dit onderzoek is om de data-analyse verder te automatiseren. Hierdoor kunnen er gebruiksvriendelijke rapporten voor artsen worden gegenereerd, op basis waarvan zij de resultaten onmiddellijk kunnen interpreteren.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Ondersteuning en advisering bij analyse en visualisatie van de output van inputlog en bij de uitwerking van de technische blauwdruk voor het vervolg van het project 'Het Literaire Werk 2.0'. 01/03/2016 - 31/03/2016

Abstract

Hoe komt een tekst tot stand? Voor het beantwoorden van die vraag hebben onderzoekers eeuwenlang kladjes en handschriften van schrijvers en dichters bestudeerd, in de hoop een glimp op te kunnen vangen van het creatieve proces. Er zijn boekenkasten volgeschreven over de inzichten die dat heeft opgeleverd. En over de sensatie om over de schouder van een schrijver mee te kunnen kijken. Met de intrede van de computer in de werkkamer van de schrijver dreigt deze mogelijkheid te verdwijnen. Immers: een tekstverwerker laat nauwelijks sporen na. Doorhalen, toevoegen, knippen en plakken: de ene versie wordt ingewisseld voor een compleet andere, zonder dat er één bewijs van op papier komt. Laat staan bewaard wordt. Om die reden is door Huygens ING het project 'Het Literaire Werk 2.0' gestart, een onderzoek naar de schrijf- en bewaargewoontes van hedendaagse literaire schrijvers. Om erachter te komen hoe zij te werk gaan worden verschillende methoden en technieken ingezet: steekproefsgewijs met een enquête onder een grote groep auteurs en heel specifiek door een aantal van hen daadwerkelijk digitaal te gaan volgen tijdens het schrijven (via het toetsregistratieprogramma Inputlog > www.inputlog.net).

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Project website

Motorische, cognitieve en linguïstische schrijfproceskenmerken van mensen met Alzheimer: Een taakvaliditeits-, vergelijkend en longitudinaal onderzoek. 01/10/2015 - 30/09/2019

Abstract

Onderzoek heeft aangetoond dat patiënten met de ziekte van Alzheimer een duidelijke achteruitgang vertonen in hun taalproductie. Dit onderzoeksproject heeft als doel om valide screeningstaken te ontwikkelen die onderzoekers en artsen in staat stellen om de eventuele achteruitgang te beschrijven van online schriftelijke taalproductie van mensen met de ziekte van Alzheimer. Deze doelstellingen zullen in drie opeenvolgende onderzoekprojecten worden onderzocht: 1. een taak-validiteitsonderzoek; 2. een vergelijkend onderzoek tussen verschillende patiëntengroepen; 3. een longitudinaal onderzoek. Eerder onderzoek toont aan dat een valide screeningsinstrument diverse componenten van taal moet kunnen beoordelen. Daarom ontwikkelen we schrijfopdrachten die zich richten op motorische, cognitieve en linguïstische aspecten. De schrijfopdrachten (het beschrijven van een gebeurtenis aan de hand van een afbeelding), moeten vooraf zorgvuldig worden gevalideerd. Belangrijk hierbij zijn de achterliggende criteria op basis waarvan de afbeeldingen worden opgesteld (bijvoorbeeld aantal (levende) objecten, acties, relaties). Op basis van de bevindingen van het validiteitsonderzoek, zullen we een experimenteel vergelijkend onderzoek uitvoeren bij drie groepen: 1. patiënten met een milde cognitieve beperking (MCI); 2. patiënten met milde dementie als gevolg van de ziekte van Alzheimer; 3. een gezonde controlegroep. De onderzoeksmethode die we hierbij gebruiken is toetsregistratie (keystroke logging). Dit is in vergelijking met andere diagnostische observatiemethodes, niet-intrusief, tijdbesparend, en dus kostenbesparend. In het longitudinale onderzoek zullen we het vergelijkende onderzoek repliceren op twee aanvullende momenten (na 6 en 12 maanden) om zo de (potentiële) cognitieve achteruitgang van patiënten met de ziekte van Alzheimer te beschrijven.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Project website

Motorische, cognitieve en linguïstische schrijfproceskenmerken van mensen met Alzheimer: een taakvaliditeits-, cross-sectioneel en longitudinaal onderzoek. 01/10/2015 - 30/09/2016

Abstract

Onderzoek toonde bij Alzheimerpatiënten een duidelijke verslechtering aan van de taalproductie. Dit onderzoeksproject wil daarom geldige screeningstaken ontwikkelen zodat onderzoekers en artsen de eventuele afname van de geschreven taalproductie bij Alzheimer gedurende een periode van 12 maanden kunnen beschrijven. Omdat vorig onderzoek al aantoonde dat er een sterke behoefte is aan diagnostische instrumenten die meerdere taalcomponenten testen, willen we schrijftaken combineren die een nadruk leggen op zowel motorische, cognitieve als linguïstische aspecten. De bestaande screeningmaterialen, (i.c. twee descriptieve taken die een situatie uitbeelden) die vooral op de cognitieve en linguïstische aspecten focussen, moeten uitgebreid en gevalideerd worden. Een zorgvuldige validatie van de gebruikte taken zal namelijk de kwaliteit van de diagnosetools en bijgevolg van de uiteindelijke onderzoeksresultaten positief beïnvloeden. Vervolgens zullen we een experimenteel cross-sectioneel onderzoek ontwikkelen waarbij patiënten met mild cognitive impairment (MCI), patiënten met een milde vorm van Alzheimer en een gezonde controlegroep worden getest. Als onderzoeksinstruments gebruiken we toetsregistratie (keystroke logging), een niet-intrusieve, tijdbesparende en bijgevolg kostenreducerende observatiemethode in vergelijking met andere diagnostische instrumenten.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Tekstproductie: de schrijfcompetentie van vertalers onthuld 01/07/2015 - 31/12/2016

Abstract

Vertalen en schrijven raken steeds meer verweven op professioneel en onderwijsvlak, maar het is onduidelijk welke competenties vertalers en schrijvers delen. Dit project onderzoekt welke relatie er bestaat tussen vertaalcompetentie en schrijfcompetentie, wat schrijfcompetentie voor vertalers inhoudt en hoe die verschilt van de schrijfcompetentie van schrijvers. De resultaten kunnen leiden tot een ruimer onderzoek naar tekstproductiecompetentie.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Cognitieve schrijfproceskenmerken van mensen met Alzheimer. 01/10/2013 - 30/09/2016

Abstract

Dit project betreft fundamenteel kennisgrensverleggend onderzoek gefinancierd door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek-Vlaanderen. Het project werd betoelaagd na selectie door het bevoegde FWO-expertpanel.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Professionele teksten schrijven op basis van meerdere (digitale) bronnen 01/10/2010 - 30/09/2013

Abstract

Het schrijven van een zakelijke tekst, bijvoorbeeld een rapport bij een fusie, is een erg complexe activiteit. Voorafgaand schrijfonderzoek heeft geleid tot verschillende bekende schrijfprocesmodellen, maar deze modellen zijn vooral gebaseerd op educatieve omgevingen en enkelvoudige teksten. Professionele schrijvers maken daarentegen vaak gebruik van meerdere (digitale) bronnen om hun zakelijke teksten te schrijven. In het digitale tijdperk waarin (geschreven) communicatie een belangrijke rol vervult, is het belangrijk om deze schrijfvaardigheden te beschrijven. De onderzoeksvraag die we daarom via dit project willen beantwoorden luidt: "Welke schrijfprocessen en strategieën kunnen we onderscheiden als professionele schrijvers zakelijke teksten schrijven op basis van verscheidene (digitale) bronnen?"

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

De invloed van tekstrepresentatie op het leesproces tijdens het schrijven 01/07/2010 - 31/12/2014

Abstract

(Professionele) schrijvers onderbreken het tekstproductieproces voortdurend om hun reeds-geproduceerde-tekst te monitoren. Dit proces van 'lezen tijdens schrijven' is tot nu toe onderbelicht geweest maar dankzij technologische ontwikkelingen kunnen we nu het leesgedrag tijdens schrijven bestuderen. In ons onderzoek gaan we na hoe bij het (her)lezen de cognitieve oriëntatie van het schrijfproces verschuift en wat de relatie is tussen lezen en schrijven enerzijds en lezen en reviseren anderzijds.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

WRITINGpro: Kenniscentrum voor schrijfprocesonderzoek 01/01/2010 - 31/12/2011

Abstract

Om schrijfprocesonderzoek een platform te bieden, willen we een digitaal kenniscentrum voor schrijfprocesonderzoek ontwikkelen: WRITINGpro. De belangrijkste doelen van dit kenniscentrum zijn de methodologische kennis voor schrijfprocesonderzoek samenbrengen en hier tevens een databank van schrijfprocesdata aan te koppelen (cf. CHILDES). Website: loggingprogramma's, databank schrijfprocesdata, dataverzameling, data-analyse, FAQ en referenties.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Project website

Tekstreductie bij live ondertiteling met spraakherkenning. 01/01/2009 - 31/12/2010

Abstract

Schrijven met spraakherkenning is een erg waardevolle en snelle methode gebleken om live televisieprogramma's van (intralinguale) ondertitels te voorzien. Toch zorgen de vaak erg hoge spreeksnelheid van het te ondertitelen bronmateriaal en de beperkte leessnelheid van de kijkers ervoor dat er ingekort en aangepast moet worden. Dit onderzoek gaat op zoek naar de ideale reductiegraad voor de ondertiteling van live programma's. Aan de hand van twee opeenvolgende experimenten worden zowel productie als receptie van real-time ondertitels belicht.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Project website

De invloed van de geproduceerde tekst op het schrijfproces van professionele schrijvers. 15/05/2008 - 30/09/2010

Abstract

Dit onderzoeksproject bouwt verder op het paradigma dat in het proefschrift van Mariëlle Leijten (2007) uitgewerkt werd. Daarin werd nagegaan hoe professionele schrijvers een strategie ontwikkelen waarbij ze een evenwicht zoeken tussen de evaluatie (en revisie) van de reeds geproduceerde tekst en het formuleren van nieuwe tekst. in deze studie herwerken we de oorspronkelijke taakstelling en spitsen we het onderzoek toe op individuele verschillen (self-monitoring en capaciteit van het werkgeheugen). Via de analyse van oogbewegingen gaan we op zoek naar procespatronen die het formuleringsproces kenmerken.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Project website

Publicatie van de monografie "Writing and Speech Recognition: Observing Error Correction Strategies of Professional Writers". 11/06/2007 - 31/12/2007

Abstract

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Live-ondertiteling met spraaktechnologie: Procedure voor kwaliteitsverbetering. 01/01/2007 - 31/12/2008

Abstract

Met logging software wordt een analyse gemaakt van live-ondertitelingsprocedures voor televisie waarbij een 'respeaker' gebruik maakt van spraaktechnologie om ondertitels te produceren volgens de block-methode en de scrollingmethode. Het onderzoek betreft het rendement van de spraakherkenning, de ondertitels geproduceerd volgens beide methodes en de cognitieve schrijfprocessen die daar deel van uitmaken. Einddoelen: het verbeteren van de logging en het uitwerken van procedures voor de kwaliteitsverbetering van live ondertiteling.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)