Onderzoeksgroep

Overheid en Recht

Expertise

Theorievorming en juridische analyse alsook interdisciplinair onderzoek rond (i) Belgisch en vergelijkend grondwettelijk recht in het algemeen, (ii) federalisme en multilevel governance, (iii) grondwettelijke toetsing en het Grondwettelijk Hof, (iv) staatsrechtelijke principes en rechtsbeginselen: democratie en legitimiteit, rechtstaat, rechtszekerheid en legitieme verwachtingen, en (v) wetgevingsleer

Stabiliteitswaarborgen in asymmetrische grondwettelijke systemen. 01/10/2020 - 30/09/2023

Abstract

Traditionele federale theorieën beschouwen asymmetrische constitutionele regelingen gewoonlijk als iets uitzonderlijks. In hedendaagse federale theorieën wordt echter ook gekeken naar systemen met verschillende bestuurslagen en identiteiten, zoals die recent in opgang zijn. Deze systemen vertonen als regel asymmetrische oplossingen voor verschillenen die voortkomen uit de complexe verhoudingen tussen lagen en groepen. Waar asymmetrische oplossingen enerzijds vaak noodzakelijk lijken, kunnen ze tegelijk de grondslag vormen voor instabiliteit in het systeem. Om die reden is een meer omvattende benadering nodig om constitutionele asymmetrieën als een oorzaak van instabiliteit te onderzoeken. Dat vereist dat stabiliteitswaarborgen worden geïdentificeerd in systemen die constitutionele asymmetrieën vertonen, door op empirische wijze het stabiliteitsniveau te onderzoeken in alle systemen en die factoren te onderscheiden die stabiliteit ondermijnen of ondersteunen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Vertrouwen en wantrouwen in meerlagige politieke en administratieve systemen: oorzaken, dynamieken en effecten (GOVTRUST) 01/01/2020 - 31/12/2025

Abstract

Hedendaags bestuur van de samenleving is een complexe activiteit, omdat overheidsinstanties op diverse niveaus (EU, nationaal, deelstatelijk) betrokken zijn bij de opmaak en implementatie van regelgeving en daarvoor samenwerken met niet-statelijke actoren in gelaagde besluitvormingsorganen. Vertrouwen is een fundamentele voorwaarde voor het goed presteren van multi-level governance systemen. Hoewel een zekere mate van georganiseerd wantrouwen tussen actoren functioneel kan zijn, komt het systeem voor grote uitdagingen te staan wanneer het vertrouwen tussen burgers, private organisaties en overheidsinstanties op verschillende bestuursniveaus blijft afnemen. Dit belemmert niet alleen de samenwerking tussen burgers, private organisaties en de overheid, maar ook die tussen overheidsorganisaties op verschillende bestuursniveaus. Deze samenwerking is nochtans noodzakelijk voor effectief bestuur. Het onderzoeksexcellentie-consortium GOVTRUST, dat onderzoeksteams uit de politieke wetenschappen, bestuurskunde, rechten, communicatiewetenschappen en gedragseconomie omvat, zal de dynamieken, oorzaken en effecten van vertrouwen en wantrouwen tussen actoren betrokken in multi-level governance op een interdisciplinaire wijze bestuderen. Hiervoor zal het consortium gebruik maken van multi-methode onderzoek waarbij gebruik wordt gemaakt van juridische studies, surveys en kwantitatieve analyses, verschillende soorten experimenten, inhoudsanalyse, sociale netwerkanalyse alsook gecontroleerde casusvergelijkingen. Met haar onderzoeksprogramma, samenwerkingen en activiteiten zal het consortium wetenschappelijke kennis genereren op een internationaal excellentieniveau, bijdragen aan de internationale reputatie van de Universiteit Antwerpen en impact op beleid en bestuur nastreven.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Trojan Horse Discourse: Het gebruik en misbruik van hedendaags constitutioneel discours voor fundamentele rechtenbescherming. 01/01/2020 - 31/12/2023

Abstract

Europa krijgt steeds meer te maken met autoritaire regimes en tendensen. Academisch onderzoek en mediaberichten hebben reeds verslag gedaan van de praktijk waarbij EU lidstaten beroep doen op gekende concepten van Europees constitutioneel recht die werden ontwikkeld om de interactie en dialoog tussen nationale en Europese rechtsordes te structureren, met als doel hun beleid te versterken, waarbij afbreuk wordt gedaan aan mensenrechtenbescherming. Deze concepten zijn bedoeld om Europese en nationale grondwettelijke standaarden voor mensenrechtenbescherming te verzoenen en gaan uit van een wederzijds begrip van de minimumdrempels voor mensenrechtenbescherming, maar worden nu gekaapt door autoritaire regimes. Het onderzoeksproject heeft tot doel de dynamieken van deze nieuwe evolute in kaart te brengen en te begrijpen tegen de achtergrond van de ratio van deze mechanismes. Het heeft eveneens tot doel om te beoordelen of de huidige concepten voor interactie tussen de Europese en nationale rechtsordes voor de bescherming van mensenrechten herdacht moeten worden om op meer doeltreffende wijze te verhinderen dat zij de mensenrechtenbescherming ondermijnen. Hiertoe combineert het juridische analyse met critical discourse analysis.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Vertrouwen in Governance en Regulering in Europa (TiGRE) 01/01/2020 - 30/06/2023

Abstract

TiGRE biedt een omvattend en coherent analytisch kader voor de studie van vertrouwensrelaties in governance. Het project wordt geleid door de Universiteit van Lausanne, en UAntwerpen is een belangrijke partner betrokken in alle werkpakketten. Andere betrokken universiteiten zijn de universiteiten van Hebrew Jeruzalem, IBEI, Aarhus, Oslo, Utrecht, Speyer, en Kominsky. Binnen de UAntwerpen wordt TiGRE getrokken door een intense samenwerking tussen twee onderzoeksgroepen (Politics & Public Governance en Overheid & Recht) binnen het Onderzoeksexcellentiecentrum GOVTRUST dat werkt rond vertrouwen in multi-level governance. Het project onderzoekt het vertrouwen onder actoren van markt-regulerende regimes, zoals regelgevers, politieke, administratieve en gerechtelijke instanties, de gereguleerde industrieën, dienstverleners en hun belangenorganisaties, consumenten en andere maatschappelijke belangen, evenals burgers in het algemeen. TiGRE opent daarmee nieuwe onderzoeksrichtingen binnen onderzoek naar vertrouwensrelaties tussen burgers en overheden. Het doel van TiGRE is om de rol van vertrouwen en wantrouwen in Europees regulerend bestuur te analyseren en de manieren waarop vertrouwen kan worden gehandhaafd, verbeterd, en hersteld via governance praktijken en hervormingen te begrijpen. Het onderzoek gebruikt een multilevel governance-aanpak, die zowel de betrokken actoren op EU-niveau als op nationaal en regionaal niveau bestudeert. Vertrouwen - zowel als een voorwaarde als een consequentie van goed functionerende regulerende regimes - is een sleutelfactor om te begrijpen hoe deze regimes in staat zijn om effectief en legitiem bestuur te produceren. Het diepgaande onderzoek van de complexe wisselwerking tussen vertrouwensconfiguraties en regulering in verschillende markt-regulerende regimes (financiën, voedselveiligheid, communicatie en gegevensbescherming) op verschillende bestuursniveaus en in verschillende landen vereist de gezamenlijke inspanning van onderzoekers met ruime ervaring. TiGRE wordt gerund door een nauw geïntegreerd multidisciplinair consortium van front-line wetenschappers, die een zeer breed scala aan theoretische, analytische en methodologische vaardigheden samenbrengen. Een 'mixed-method' aanpak met behulp van surveys, sociale netwerkanalyse, datasets met door onderzoekers gecodeerde variabelen, experimenten en media-analyse wordt toegepast om een volledig inzicht te verschaffen in dergelijke veelzijdige vertrouwensgerelateerde processen. Om onderzoek te koppelen aan beleid en praktijk, biedt TiGRE criteria, indicatoren en vroegtijdige waarschuwingsmechanismen voor het detecteren van afnemend vertrouwen en scenario's over de gevolgen daarvan. Ze worden gevalideerd door interactie met belanghebbenden en vergeleken met bewijsmateriaal van buiten de EU.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Constitutionele strategieën voor gelaagd bestuur. 01/10/2019 - 30/09/2023

Abstract

Dit project onderzoekt constitutionele strategieën om de juridische integriteit van zowel nationaal als EU recht veilig te stellen binnen nationale grenzen, en tegelijk te zorgen voor de legitimiteit van EU recht dat volgens het EU recht voorrang krijgt op nationaal recht. Het identificeert 'machtigingstrategieën', 'impactstrategieën' en 'strategieën voor gelaagd bestuur' om na te gaan welke combinatie leidt tot een efficiëntie of een legitimiteits-strategie. Het onderzoek spoort factoren op die bepalend zijn voor de keuze van een type van strategie en voor dynamiek binnen deze strategieën. Het identificeert ook mechanismes die strategieën aanpassen aan nieuwe ontwikkelingen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Kwaliteitscontrole doorheen de wetgevingscyclus. 01/01/2018 - 31/12/2021

Abstract

In de wetgevende cyclus werd op diverse momenten kwaliteitscontrole ingebouwd. In dit project. In de interne voorbereidingsfase, vormt de reguleringsimpactanalyse een instrument voor betere wetgeving. Op het eind van de wetgevingsprocedure worden ontwerpen voorgelegd voor advies over hun rechtmatigheid en hun socio-economische impact. Uiteindelijk kunnen aangenomen wetten getoetst worden door het Grondwettelijk Hof. Dit project onderzoekt of deze momenten van kwaliteitscontrole doorheen de wetgevingscyclus op elkaar afgestemd zijn, of ze effectief zijn, en of het negeren van deze adviezen het risico doet toenemen op ongrondwettigheidsverklaring door het Grondwettelijk Hof.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Identity vs Values: Co-opting the notion of national identity to circumvent the rule of law and deny fundamental freedoms. 01/11/2020 - 30/09/2021

Abstract

Dit project onderzoekt tegenargumenten voor juridische constructies die het concept van nationale identiteit gebruiken in strijd met de waarden vervat in de EU (en internationale) verdragen. Het brengt een netwerk tot stand van academici die samen 5 tot 7 academische papers voorleggen met juridische tegenargumenten in het 'identiteit vs waarde' debat.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Vertrouwen, legitimiteit en nalevingsbereidheid aangaande COVID-19 exit-maatregelen. 01/06/2020 - 31/05/2021

Abstract

Although intrusive Covid-19 lockdown measures were legitimate in the initial stages of the crisis, the overriding call for stringent measures is gradually dissipating. Citizens increasingly demand that exitstrategies are developed with sufficient regard for their socio-economic interests, while potential infringements of fundamental rights, such as free movement, privacy and fair competition, and legal principles such as equality and proportionality lead to increasing criticism of and even litigation against government measures. While current strategies are primarily based on epidemiological and medical research, the growing relevance of social and legal factors for the development of exit-strategies implies that new data and knowledge is urgently needed. In particular, insights into the conditions under which Covid-19 measures are socially legitimate, legally sound, and stimulate citizen compliance is necessary to develop sustainable exit-strategies. Our project fills the lack of scientific and policyrelevant knowledge of social and legal factors in Covid-19 exit-strategies by using the following double approach 1) three vignette surveys examine how intended compliance and legitimacy of combinations of proposed Belgian Covid-19 measures is influenced by framing on underlying public health, social and legal concerns 2) and a systematic legal analysis aims at generating new insights on new measures' legality and provide essential input for the design of the vignette surveys. Continuous communication to governments of research findings from the vignette surveys and legal analysis to will provide policyrelevant input on new measures, allowing governments to make informed and balanced decisions on their exit-strategies, and providing support in the prevention of non-compliance to or litigation against Covid-19 measures.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

FWO sabbatsverlof 2020-2021 (P. Popelier). 01/02/2020 - 31/01/2021

Abstract

Deze sabbatical heeft als hoofddoel om een monografie te schrijven over 'Dynamic Federalism'. Daarmee wordt een fundamentele theorie van federalisme in de 21ste eeuw neergelegd, die niet, zoals gevestigde theorieën, gebaseerd is op 'model' federale staten als de VS en Duitsland, maar eveneens plaats biedt aan meer centralistische constructies zoals UK devolution, meer confederale constructies zoals in Bosnië en Herzegovina, en multilevel constructies zoals de Europese Unie; waarin asymmetrische systemen passen; en waarin de verhoudingen met meer globale of supranationale regimes worden ingerekend. Nauw aansluitend bij het hoofdproject, behoort ook het co-editen van een boek over 'subnational constitutions'. Daarnaast werk ik voort aan lopende projecten en begeleid ik lopend doctoraatsonderzoek, en zet ik, met enkele buitenlandse collega's, een boekenserie op met interdisciplinaire studies van nationale parlementen, waarvoor ik co-auteur zou zijn van het Belgische deel.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

BOF Sabbatsverlof 2020-2021 - Patricia Popelier. 01/02/2020 - 31/01/2021

Abstract

Deze sabbatical heeft als hoofddoel om een monografie te schrijven over 'Dynamic Federalism'. Daarmee wordt een fundamentele theorie van federalisme in de 21ste eeuw neergelegd, die niet, zoals gevestigde theorieën, gebaseerd is op 'model' federale staten als de VS en Duitsland, maar eveneens plaats biedt aan meer centralistische constructies zoals UK devolution, meer confederale constructies zoals in Bosnië en Herzegovina, en multilevel constructies zoals de Europese Unie; waarin asymmetrische systemen passen; en waarin de verhoudingen met meer globale of supranationale regimes worden ingerekend.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Verzameling van juridische literatuur en rechtspraak omtrent de subsidiariteitstoets. 01/02/2018 - 31/05/2018

Abstract

Het subsidiariteitsbeginsel is een federaal principe dat een evenwicht zoekt in de spanning tussen autonomie en coherentie dat kenmerkend is voor gelaagde politieke systemen. Uitgangspunt is dat bevoegdheden op een zo laag mogelijk niveau worden uitgeoefend, tenzij het optreden op een hoger niveau meer voordelen zou opleveren. Op EU niveau wordt het subsidiariteitsbeginsel geconcretiseerd in art. 5(1) en (3) en in Protocol Nr. 2, met een politiek en een rechterlijk handhavingssysteem. Beide onderdelen zijn eerder zwak: slechts drie maal werd een oranje kaart getrokken die maar in een geval tot intrekking leidde, en tot op heden stelde het Hof van Justitie nog nooit een schending van het subsidiariteitsbeginsel vast. In het overkoepelende project wordt nagegaan hoe vanuit een rechtseconomische en juridische analyse de parlementen een betere subsidiariteitstoets kunnen uitoefenen op EU voorstellen. Dit deelproject behelst het juridische luik, waarin uit een analyse van de rechtspraak van het Hof van Justitie vuistregels worden afgeleid en een stappenplan wordt uitgetekend voor de subsidiariteitstoets.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Jean Monnet Centre of Excellence ACTORE (Consortium voor de Organisatie van Regelgeving en Multilevel Governance in de EU) 01/09/2016 - 31/08/2019

Abstract

Het onderzoek van ACTORE focust op multi-level governance in de EU. ACTORE onderzoekt hoe multi-level governance een impact heeft op beleidsvorming, en meer bepaald op regelgeving en implementatie op het Europese en het nationale niveau. Het onderzoeksprogramma is georganiseerd in drie onderling verbonden onderzoekslijnen: het complexe multilevel systeem van de EU, de veranderende binnenlandse en Europese beslutivormingsmechanismen en de legitimiteit van het Europese multilevel politieke systeem. Multilevel governance in de EU heeft de organisationele en institutionele opzet van overheid en beleidsvorming onderling afhankelijk en complex gemaakt. Hierdoor is ook de wijze van belangenverdediging gewijzigd, met betrekking tot hoe belangengroepen hun belangen verdedigen en de overheid van input voorzien. Deze Europese processen interneren bovendien met de binnenlandse evoluties. Dit alles heeft repercussies op de legitimiteit van het meerlagige Europese systeem.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Hoogste rechtscolleges als waarborg voor de doeltreffendheid van rechtssystemen in de Europese Unie 01/04/2016 - 28/02/2017

Abstract

Effectieve rechtssystemen spelen een cruciale rol bij het handhaven van de rechtsstaat en de fundamentele waarden van de Europese Unie. Kwaliteit, onafhankelijkheid en efficiëntie zijn essentiële parameters van een 'effectief rechtssysteem'. Dit zijn tevens de parameters gebruikt in het EU Justice Scoreboard om het functioneren van de rechtssystemen in de EU Lidstaten te analyseren. Als cassatie instantie, behoort het tot de essentiële taak van de hoogste rechtscolleges om de rechtszekerheid, rechtseenheid en de ontwikkeling van het recht te waarborgen. Aangezien de hoogste rechtscolleges handelen als Unie rechtbanken wanneer ze EU recht toepassen, spelen zij ook een belangrijke rol bij de coherente toepassing van EU recht. In samenwerking met de hoogste rechtscolleges van Letland, Hongarije, Litouwen en Spanje, alsook met de Universiteit van Ljubljana, analyseert de UAntwerpen de prestatie van de hoogste rechtscolleges binnen de EU. Het onderzoeksproject focust op de volgende vragen, die allen verband houden het management van de hoogste rechtscolleges: 1. Hoe kunnen de hoogste rechtscolleges bijdragen tot rechtszekerheid, consistentie en transparantie van het recht? Bijzondere aandacht wordt besteed aan de capaciteit van de onderzoeks- en documentatieafdeling van de hoogte rechtscolleges. Deze afdelingen zijn enerzijds belast met het analytisch overzicht van de rechtspraak van het hoogste rechtscollege, alsook met het bijstaan van de rechters bij het voorbereiden van de aanhangige zaken en bij de correcte implementatie van het EU recht. 2. Hoe kan het management van de hoogste rechtscolleges worden verbeterd en kunnen achterstanden worden weggewerkt opdat een effectieve en tijdige bescherming van de rechten van de rechtzoekende gegarandeerd is? Het onderzoek zal zich concentreren op best practices in Lidstaten die gericht zijn op het verbeteren van het functioneren van het management systeem van de (hoogste) rechtscolleges. 3. Hoe kan de communicatiestrategie van de hoogste rechtscolleges met het publiek worden verbeterd? Deze prioriteit is zowel gericht op communicatie met de partijen (toegang van de partijen tot het dossier), alsook op communicatie met het grote publiek (informatie en vorming van het publiek). 4. Wat is de rol van de hoogste rechtscolleges in het werk van de nationale Hoge Raden voor de Justitie? Meer in het algemeen zal het onderzoeksproject focussen op een sterkte-zwakte analyse van de Hoge Raden voor de Justitie om als belangrijke actor bij het versterken en het behouden van de kwaliteit van het rechtssysteem. Om deze best practices m.b.t. het managen van de hoogste rechtscolleges te verzamelen, zal een status quaestionis worden opgemaakt aangevuld met empirisch onderzoek. Er werd een enquête verzonden naar alle hoogste rechtscolleges van de Europese Unie. Samen met de informatie die zal worden vergaard tijdens studiebezoeken, case studies en de desk research, zal de informatie van de vragenlijsten gebruikt worden om deze best practice guide m.b.t. het managen van hoogste rechtscolleges op te stellen. Beter management en het vergroten van de transparantie van het werk van de hoogste rechtscolleges zal niet enkel leiden tot een efficiëntere behandeling van de zaken, maar zal ook het vertrouwen van het publiek opwekken en het beeld van de hoogste rechtscolleges als betrouwbare en gebruiksvriendelijke instituties versterken. De vlotte toewijzing en snellere behandeling van zaken zal ook leiden tot betere implementatie van het EU recht. Door het opstellen van een best practice guide m.b.t. het managen van hoogste rechtscolleges, draagt dit onderzoek bij tot de vergroting van de beheers- en rechterlijke capaciteit van de hoogste rechtscolleges. Deze best practice guide zal in april 2017 worden voorgesteld aan en tevens ter beschikking worden gesteld van alle hoogste rechtscolleges binnen de Europese Unie en zal een nuttig hulpmiddel zijn voor de hoogste rechtscolleges om hun management te verbeteren.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

De rol van (constitutionele) rechters in budgettaire zaken: de vereiste van begrotingsevenwicht. 01/10/2015 - 30/09/2018

Abstract

De hervormingen inzake monetair en budgettair beleid die werden uitgelokt door de financiële crisis in 2008 bracht een grote verschuiving mee in de architectuur en de instrumenten van het beleid. An prominent onderdeel is de verplichting van lidstaten om hun begrotingen in evenwicht te houden. Dat creëert een spanning tussen het principe van parlementaire democratie, fundamentele rechten en een gezonde financiële status. Inplaats van een top-down benadering werd een coördinatiesysteem opgezet dat aanzet tot budgettaire verantwoordelijkheid op nationaal niveau, maar leidt tot paradoxale resultaten. De begroting werd in zekere mate gedepolitiseerd, maar een conflict verschijnt tussen constitutionele principes en waarden. In sommige gevallen wordt de rechter het forum voor deze evenwichtsoefening - een verre kreet verwijderd van zijn rol als loutere 'bouche de la loi'. Maar het verplicht begrotingsevenwicht zou belangrijke gevolgen kunnen hebben op het Europese niveau - denk aan de hypothese waarin een beroep op fundamentele rechten als rechtvaardiging wordt ingeroepen voor een budgettair tekort. In het nieuwe regelgevend kader is een conflict tussen de nationale autoriteiten en de Europese Commissie of het Hof van Justitie over budgettaire materies zeer denkbaar. De focus van dit project ligt op twee onderzoeksvragen. Ten eerste: welke normatieve argumenten ondersteunen de inbreng van de rechter? Juridische toetsing doet diverse problemen rijzen in het licht van de scheiding der machten en roept legitimiteitsvragen op. Ten tweede: hoe dienen rechters om te gaan met vragen die gerelateerd zijn aan publieke financiën? Hoe bijvoorbeeld het onderscheid te maken tussen structurele en cyclische afwijkingen?

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Constitutionele asymmetrie in gelaagde multinationale systemen. 01/01/2015 - 31/12/2018

Abstract

Dit project betreft fundamenteel kennisgrensverleggend onderzoek gefinancierd door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek-Vlaanderen. Het project werd betoelaagd na selectie door het bevoegde FWO-expertpanel.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Het Grondwettelijk Hof als gangmaker van constitutionele dialoog: de casus van wetgevende lacunes. 01/10/2014 - 31/05/2018

Abstract

De belangrijkste taak van een Grondwettelijk Hof is het waarborgen van de fundamentele rechten van de burgers door ongrondwettige normen te vernietigen en de verdere toepassing hiervan te voorkomen. Wanneer het Grondwettelijk Hof vaststelt dat een wetgevende lacune ongrondwettig is, biedt deze vaststelling niet de nodige bescherming; de burger streeft immers naar de toepassing van de norm op zijn situatie, i.e. de situatie die op discriminerende wijze werd uitgesloten. Doordat het Grondwettelijk Hof benadrukt dat verdere actie nodig is om de legislatieve lacune te verwijderen, initieert het Hof een constitutionele dialoog. Centraal in dit onderzoek staat dan ook de vraag op welke manier de wetgever, alsook de hoven en rechtbanken, reageren op dergelijke vaststelling van ongrondwettigheid. Het is in eerste instantie de taak van de wetgever om hieraan te verhelpen. Daarnaast zullen ook gewone en administratieve rechters geconfronteerd worden met de vastgestelde ongrondwettigheid en worden zij bijgevolg mede betrokken in de dialoog. Kunnen zij het toepassingsgebied uitbreiden wanneer ze het bij hen voorliggende geschil moeten beslechten?

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Systeemrisico's in EU recht. De mogelijke bijdrage van EU-agentschappen aan het mitigatiebeleid inzake netwerkdiensten. 01/10/2014 - 30/09/2017

Abstract

Dit project betreft fundamenteel kennisgrensverleggend onderzoek gefinancierd door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek-Vlaanderen. Het project werd betoelaagd na selectie door het bevoegde FWO-expertpanel.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

De rol van grondwettelijke hoven voor de stabiliteit en transformatie van consensusdemocratieën 15/07/2014 - 14/07/2015

Abstract

De politieke besluitvorming van grondwettelijke hoven ligt op het kruispunt van recht en politieke wetenschappen, en wordt wellicht daarom zelden onderzocht. Nochtans worden grondwettelijke hoven in dit tijdperk van toenemende juridisering steeds vaker aangesproken om zgn. 'pure politics' te beslechten: zaken van een bijzonder politieke aard en betekenis, die een gehele gemeenschap definiëren en vaak ook verdelen. De gevolgen van zo'n beslissingen zijn in het bijzonder van belang in 'consociationele' systemen, omdat de rechterlijke beslissingen anders zullen geïnterpreteerd worden door de belangrijkste actoren in een verdeelde samenleving - het Brussel-Halle-Vilvoorde arrest is daarvan het voorbeeld bij uitstek. Tegen deze achtergrond wil dit project de zwarte doos van grondwettelijke hoven openen vanuit een interdisciplinair perspectief, en aldus de literatuur terzake in het domein van vergelijkende politiek en grondwettelijk recht aanvullen. De centrale onderzoeksvraag is: welke rol speelt de grondwettelijke rechter voor de stabiliteit en transformatie van consociationele systemen? Daartoe worden de grondwettelijke hoven in consensusdemocratieën vergeleken, waarbij wordt onderzocht hoe de rechters omgaan met politiek gevoelige zaken en met het territorialiteitsprincipe in het bijzonder; de oorzaken en gevolgen van de selectie van rechters; en de wijze waarop grondwettelijke hoven multinationaliteit en federalisme vormgeven in consensusdemocratieën.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Re rol en toekomst van constitutionele grondwetten in Europees en Globaal bestuur. 01/03/2014 - 30/09/2014

Abstract

Dit project kadert in een dienstverleningsopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds de opdrachtgever. UA levert aan de opdrachtgever de resultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

De dynamiek tussen nationale en supranationale grondrechtenbescherming in Europa: naar convergentie? 01/10/2013 - 30/09/2014

Abstract

Het onderzoeksproject heeft als doel de dynamiek tussen nationale en regionale grondrechtenbescherming in Europa te ontleden en vast te stellen of deze dynamiek één is naar convergentie. Het project zal eerst de recente hervormingen over de grondrechtenbescherming van Europese grondwetten bestuderen met het doel om na te gaan of deze hervormingen zijn gebaseerd op gelijkaardige of convergerende ideeën van een ideaal grondwettelijk model. Vervolgens, zal het project de recente dynamiek in de grondrechtencatalogi van Europese grondwetten bestuderen om te zien of recent geadopteerde grondwettelijke rechten transposities zijn van internationale of regionale rechten, of zij voortkomen uit een nationale grondwettelijke dynamiek. Aangezien gelijkaardige grondrechtencatalogi in Europese grondwetten niet voldoende zijn om een Europese harmonisatie te bewerkstelligen, blijft de interpretatie van deze rechten van essentieel belang. Een significante focus zal daarom ook gelegd worden op de vraag of de interpretatiemethodes die worden gehanteerd door grondwettelijke hoven in Europa en het Europees Hof voor de Rechten van de Mens aan het convergeren zijn. Tot slot, met de totstandkoming van het EU Charter – de meest recente en uitgebreide Europese grondrechtencollectie – en de waarschijnlijke toetreding van de Europese Unie tot het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, is het essentieel om te evalueren of dit Charter een verdergaande convergentie van grondrechtenbescherming in Europa zal teweegbrengen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Studie over de interne verdeling van boetes of dwangsommen uitgesproken door het Hof van Justitie. 01/07/2013 - 11/07/2013

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds de federale overheid. UA levert aan de federale overheid de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Het Grondwettelijk Hof gekneld tussen zijn rol als hoeder van consensusdemocratie en deliberatieve verwachtingen. 01/01/2013 - 31/12/2016

Abstract

Dit project betreft fundamenteel kennisgrensverleggend onderzoek gefinancierd door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek-Vlaanderen. Het project werd betoelaagd na selectie door het bevoegde FWO-expertpanel.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

De rol van grondwettelijke hoven in opkomende democratieën: variaties in deliberatieve praktijken. 01/07/2012 - 30/06/2016

Abstract

Grondwettelijke toetsing door de rechter maakt een opvallende opgang in de laatste decennia, zeker in post-autoritaire democratieën. Vanuit democratisch perspectief worden hier echter vraagtekens bij gezet, uit vrees voor een "gouvernement de juges". Die bezwaren kunnen het democratiseringsproces beïnvloeden. Zo oefenen nieuw ingerichte hoogste rechtscolleges in overgangsdemocratieën hun macht met de grootste terughoudendheid uit of treden ze enkel op in bepaalde rechtsdomeinen, uit vrees voor sancties door de politieke autoriteiten. Een cruciale vraag luidt daarom hoe rechtscolleges hun machten uitoefenen en, meer specifiek, hoe zij op politieke druk anticiperen en reageren. Rechtscolleges moeten daartoe bestudeerd worden vanuit een integraal kader, dat juridische expertise m.b.t. juridische redeneringen combineert met politiekwetenschappelijke kennis over de ruimere context en het optreden van rechtscolleges als "agencies" van de overheid. Volgens theorieën van deliberatieve democratie, kunnen procedurele vereisten voor een rationeel, transparant en inclusief debat legitimiteit geven aan wetten. Rechtscolleges kunnen in die theorie optreden als een forum voor deliberatie, door toegang te verlenen aan het constitutionele debat en door wetten te rechtvaardigen op grond van argumenten. Ons uitgangspunt is dat deliberatieve fora, zoals rechtscolleges, belangrijke onderdelen zijn van een democratie, en een belangrijke rol kunnen spelen in de overgang naar een democratie. Politici kunnen rechtscolleges echter belemmeren in deze taak en rechtscolleges kunnen zich geremd voelen om voluit gebruik te maken van hun macht. Dit onderzoeksproject tracht de variatie te verklaren in de deliberatieve praktijken die rechtscolleges in overgangsdemocratieën ontwikkelen. Om deze variatie te onderzoeken, wordt in de uitvoering van het project een theoretisch kader ontwikkeld, dat als basis dient voor empirische analyse. Het onderzoek zal de focus leggen op drie onderzoeksvragen. 1: Kunnen theorieën van deliberatieve democratie fundamentele spanningen verlichten tussen opvattingen van 'new constitutionalism', die rechterlijke toetsing van wetten omvatten, en democratie? Eerst moeten deze spanningen tussen 'legal' en 'political constitutionalism' verhelderd worden. Vervolgens moeten we nagaan hoe deze spanningen het democratiseringsproces beïnvloeden. Wat betekent het voor een land om "in transitie naar een democratie" te zijn en wat is de rol van rechtscolleges in deze landen? Hoe kan een rechtscollege werken als een forum voor deliberatie in overgangsdemocratieën? 2: Bevorderen grondwettelijke hoven democratie in overgangsdemocratieën, door mensenrechten en socio-economische rechten te beschermen en uit te breiden? Dit vereist een analyse van zowel het juridisch kader als de historische en socio-politieke context waarin de rechtscolleges functioneren. We moeten kwantitatieve data verzamelen over de juridische organisatie en bevoegdheden van het rechtscollege, wie toegang heeft tot het hof en wie daadwerkelijk een zaak inspant, welke zaken binnen de bevoegdheid van het hof vallen en hoe het hof zijn machten interpreteert en uitoefent, welke rechten op het spel staan, hoe en wanneer de zaken worden beslist. 3: Wat verklaart het succes of het falen van grondwettelijke hoven als deliberatieve fora? Zowel juridische als socio-politieke factoren worden in rekening gebracht. Juridische factoren betreffen de procedure en bevoegdheden van de hoven, bv. of individuen en belangengroepen toegang hebben tot het hof, of zij een stem geven aan wie geraakt wordt door beleid en of rechters afwijkende meningen ('dissenting opinions') geven. Socio-politieke factoren betreffen de sociale, economische, politieke en culturele omgeving waarin de rechtscolleges optreden. Hiervoor steunen we deels op indicatoren die reeds in de doctrine werden ontwikkeld: transparantie, publieke steun, politieke competitie en scheiding der machten.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

De dynamiek tussen nationale en regionale grondrechtenbescherming in Europa: naar convergentie? 01/10/2011 - 30/09/2013

Abstract

Het onderzoeksproject heeft als doel de dynamiek tussen nationale en regionale grondrechtenbescherming in Europa te ontleden en vast te stellen of deze dynamiek één is naar convergentie. Het project zal eerst de recente hervormingen over de grondrechtenbescherming van Europese grondwetten bestuderen met het doel om na te gaan of deze hervormingen zijn gebaseerd op gelijkaardige of convergerende ideeën van een ideaal grondwettelijk model. Vervolgens, zal het project de recente dynamiek in de grondrechtencatalogi van Europese grondwetten bestuderen om te zien of recent geadopteerde grondwettelijke rechten transposities zijn van internationale of regionale rechten, of zij voortkomen uit een nationale grondwettelijke dynamiek. Aangezien gelijkaardige grondrechtencatalogi in Europese grondwetten niet voldoende zijn om een Europese harmonisatie te bewerkstelligen, blijft de interpretatie van deze rechten van essentieel belang. Een significante focus zal daarom ook gelegd worden op de vraag of de interpretatiemethodes die worden gehanteerd door grondwettelijke hoven in Europa en het Europees Hof voor de Rechten van de Mens aan het convergeren zijn. Tot slot, met de totstandkoming van het EU Charter – de meest recente en uitgebreide Europese grondrechtencollectie – en de waarschijnlijke toetreding van de Europese Unie tot het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, is het essentieel om te evalueren of dit Charter een verdergaande convergentie van grondrechtenbescherming in Europa zal teweegbrengen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Let op de rechters: een gewijzigde agenda voor de nieuwe generatie van studies over democratisering. 01/10/2010 - 30/09/2011

Abstract

Het onderzoek beoogt een diepgaande analyse van de rol van grondwettelijke hoven in de democratische ontwikkeling in post-soviet landen. Uitgangspunt is dat de rol die deze hoven spelen in de opbouw van democratie in deze en andere transitie-landen onderschat wordt en dat de nieuwe generatie van investeringen in democratische ontwikkeling hernieuwde aandacht zou moeten besteden aan grondwettelijke hoven als sleutelactoren voor democratische ontwikkeling.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Rechterlijk overgangsrecht in het publiek en privaat procesrecht: nieuwe ontwikkelingen aangaande de werking in de tijd van vonnissen en arresten. 01/01/2010 - 31/12/2013

Abstract

Vonnissen en arresten hebben declatatoire en dus settoactieve werking Daar worden stilaan vraagtekens bij geplaatst, zeker in geval van een onvoorziene ommekeer in de rechtspraak Toch voorziet de wetgevet enkel voor vernietigingsar~esten van het Grondwettelijk Hof' en van de Raad van State in de mogelijkheid om de werking in de tijd te beperken Enkele nieuwe wendingen in de Belgische, maar ook de Europese rechtspraak (EHRM en HvJ) geven echter aan dat ook voor andere rechterlijke uitspraken de leer van het rechterlijk overgangsrecht in beweging is Een vergelijking met EU-lidstaten geeft bovendien aan dat bij veel grondwettelijke hoven de werking voor de toekomst juist als regel geldt Dit onderzoeksproject wil het rechterlijk overgangsrecht daarom onder de loep nemen Hierbij rijzen nog diverse vragen, zowel wat betreft de bevoegdheidsgrond als wat betreft de criteria om prejudici&le arresten in de tijd te moduleren Het project focust in het bijzonder op twee onderzoeksvragen De eetste betreft de theotetische fimdamenten en beleidsargumenten die grondslag geven aan de principiele temporele hnctie van arresten in de tijd Vervolgens wordt in de praktijk van Belgische, Europese en buitenlandse rechtscolleges gezocht naar argumenten die een modulering van vonnissen en arresten in de tijd rechtvaardigen

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Meergelaagde politieke organisaties en de zoektocht naar het algemeen belang: een constitutioneel vraagstuk voor de Europese Polis. 01/10/2008 - 30/06/2013

Abstract

De debatten over politieke eenheid in Europa komen neer op één basisvraag: 'Is er een concept van algemeen belang denkbaar voor de Europese polis?' Het project identificeert twee invalshoeken van waaruit de volgende vragen worden gesteld: (1) 'hoe zou een gemeenschappelijk concept van algemeen belang verschijnen vanuit het perspectief van één entiteit, zij het een gelaagde entiteit, als de Europese polis?' en (2) 'hoe zou het verschijnen vanuit het perspectief van de regio's, met regionale parlementen waaraan eveneens de taak is toevertrouwd om wetgeving te maken voor het algemeen belang op een subsidiair niveau van vertegenwoordiging?'. Beide vragen worden overkoepeld door een fundamenteel dilemma voor de democratie: waarom zou de wil van een meerderheid (op EU-niveau) op legitieme wijze een minderheid binden bij afwezigheid van een belang dat gemeenschappelijk kan worden geacht voor beide?

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Meta-rules and constitutional law: 'co-regulating' legislative processes in Europe? (METARULES) 01/03/2008 - 28/02/2010

Abstract

Gegeven het fundamenteel belang van wetgeving voor de samenleving, heeft de rechtsleer opvallend weinig inzichten gebracht in de normen die de wetgevende processen beheersen. Tussen de extra-legale beperkingen die traditioneel bestudeerd worden door de politieke wetenschap en het formele grondwettelijke raamwerk dat het terrein is van grondwetspecialisten, ligt een grijs veld waarin schijnbaar bureaucratische regels over wetgeven kunnen worden geïdentificeerd. Dit project verwijst naar deze regels als 'meta-regels' and beoogt de wijze te analyseren waarop ze interageren met grondwettelijk recht. De recente proliferatie van 'Better Regulation' beleid in Europa heeft geleid tot een convergentie van meta-regels die worden toegepast in verschillende wetgevende domeinen en tot een groeiende zichtbaarheid van deze normen. Vele meta-regels overlappen met constitutionele normen wat betreft hun onderwerp, bv. de vraag wie toegang krijgt tot het wetgevende proces. Deze regels zijn echter geïspireerd door het paradigma van de regulatory state eerder dan door de traditionele ratio van democcratisch wetgeven. Een voorbeeld van een meta-regel is 'een wetsvoorstel kan enkel worden ingediend wanneer het begeleid wordy door een impact assessment'. Dergelijke vereiste volgt een andere logica dan de vooronderstelling dat 'het soevereine parlement de wersvoorstellen kan indienen die het gepast acht'. dat vaak onderdeel is van het grondwettelijke raamwerk. Zijn meta-regels die voortvloeien uit toenemende transnationale samenwerking in het raamwerk van EU 'Better Regulation' in staat om de formele grondwettelijke regels en principes te overheersen in bepaalde gevallen? Of faciliteren ze enkel de dagelijkse praktijk van wetgeven? Er wordt voorgesteld macro-onderzoek naar meta-regels te combineren door bestaande databases over wetgevingsbeleid in Europa uit te breiden met meer gedetailleerde analyse gebaseerd op casusonderzoek. Op die wijze worden traditionele methodes zoals elite interviews and tekstuele interpretatie gecombineerd met methodes die nieuw zijn in het juridische onderzoek, zoals kwantitatieve tekstanalyse.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

De bevoegheidsverdeling in het Belgisch federaal bestel: van "exclusieve" naar "coöperatieve" uitoefening van de bevoegdheden? 01/01/2008 - 31/12/2011

Abstract

Het onderzoek zal vier luiken hebben: 1. In de eerste plaats zal worden nagegaan welke basisbeginselen er thans daadwerkelijk aan de bevoegdheidsverdeling in het Belgisch federaal bestel ten grondslag liggen. Daartoe zullen de arresten van het Arbitragehof en de adviezen van de Raad van State, afdeling Wetgeving, systematisch worden ontleed. Vooral de vraag naar de mate waarin het exclusiviteitsbeginsel al dan niet dient te worden gerelativeerd, staat centraal. 2. In een tweede deel zal worden onderzocht in welke mate de ontwikkeling die zich in België voltrekt, kan worden verklaard tegen de achtergrond van de begrippen "coöperatieve federale staat" en "multilevel governance". In dit deel zal een beperkte en strikt functionele rechtsvergelijking plaats vinden naar fenomenen van niet-exclusieve bevoegdheidsuitoefening in andere federale staten en zullen anderzijds ook inzichten uit de wetgevingsleer over "mulit-level-governance" in federaal verband, worden gepresenteerd. 3. In een derde deel zal worden nagegaan -aan de hand van de (schaarse) Europese rechtspraak en aan de hand van de interne omzetting van Europese richtlijnen in het nationaal recht - of ook het Europees recht de ontwikkeling kan verklaren. 4. Tenslotte zal worden onderzocht of het noodzakelijk en/of wenselijk is om de bevoegdheidsverdelende regels uit de Grondwet en de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, o.m. deze inzake het coöperatief federalisme, verder te verfijnen met het oog op een coherente uitoefening van de bevoegdheden.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Studieopdracht uitvoering artikel 35 grondwet. 01/12/2007 - 01/09/2008

Abstract

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Behoorlijke regelgeving in de Europese Unie. Een analyse van de rechtspraak van het Europese Hof van Justitie. 01/07/2007 - 31/12/2011

Abstract

Het hier voorgestelde project wil nader onderzoek doen naar de kwaliteit van wetgeving in de context van de Europese Unie. Het gaat dan zowel om Europese regels, als om nationale wetgeving met een Europese dimensie. Aan de hand van vooral de rechtspraak van het Hof van Justitie wordt onderzocht welke kwaliteitseisen worden gesteld aan regelgeving, en in het bijzonder welke specifieke eisen daaraan worden toegevoegd vanuit EU-context. Dit wordt in het breder perspectief geplaatst van het wetgevingsbeleid dat door de Europese Unie wordt voorgestaan.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Inventarisatie van de consultatie van ontwerpregelgeving. 02/03/2007 - 01/05/2007

Abstract

Hoe ziet de huidige praktijk van de consultatie van ontwerpregelgeving er in kwantitatieve en in kwalitatieve zin uit ? Volgende items worden bekeken: - de plaats van consultatie in het wetgevingsproces: de ontwikkeling van een proces van kwaliteitsbewaking; - de functie van consultatie in een ideaal wetgevingsproces.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

De bescherming van grondrechten tegen schendingen door de regelgever in convergerende nationale en Europese rechtsordes. 01/01/2007 - 31/12/2010

Abstract

Het project beoogt een rechtsvergelijkende analyse te maken van de verhoudingen van rechtscolleges op nationaal en Europees niveau inzake de bescherming van grondrechten tegen optreden of nalaten van de materiële wetgever. Zowel nationale verhoudingen als de interactie van het Hof van Justitie met de nationale rechter komen daarbij aan bod. De Europese dimensie speelt hierbij een bijzondere rol. Om te verzekeren dat het gemeenschaprecht volledig effect kan sorteren, moeten lidstaten hun rechtssysteem organiseren op dergelijke wijze dat elke bepaling van nationaal recht die strijdt met gemeenschapsrecht opzij kan worden gezet. In het domein van de mensenrechten moeten nationale rechters dus de rechtsbescherming waarin is voorzien in de nationale rechtsorde combineren met de verplichtingen die voortvloeien uit het Europees Gemeenschapsrecht, waarbij ze tevens moeten rekening houden met het Europees Verdrag voor de rechten van de mens, dat minimum vereisten stelt inzake het niveau van rechtsbescherming. Nagegaan wordt op welke wijze knelpunten kunnen worden opgelost binnen het kader van het huidige systeem van rechtsbescherming. Vervolgens wordt onderzocht op welke wijze het huidige systeem van rechtsbescherming eventueel kan worden hervormd om te komen tot een efficiënte en coherente vorm van rechtsbescherming binnen een redelijke termijn.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Institutionele aspecten van het wetgevingsbeleid: de organisatie van het besluitvormingsproces inzake wetgeving. 01/03/2003 - 31/12/2007

Abstract

Een wetgevingsbesluit uitbouwen behoeft aandacht voor organisatorische aspecten. Dit project wil de organisatie van het besluitvormingsproces in kaart brengen. Het wil nagaan welke de sterke en zwakke punten zijn van de institutionele actoren in het besluitvormingsproces en hoe zij de kwaliteit van de wetgeving beïnvloeden. Buitenlandse inspiratie voor mogelijke hervormingen wordt gezocht via een rechtsvergelijkende analyse.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Het schrijven van een voorontwerp van decreet houdende instelling van de deelstatelijke volksraadpleging met inbegrip van de memorie en de artikelsgewijze commentaar. 01/05/2001 - 31/12/2001

Abstract

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

    Nazicht van en commentaar op de basistekst "Slotbepalingen" voor de brochure parlementaire initiatieven. 01/01/2000 - 28/02/2000

    Abstract

    De 'Cel Wetgeving' bij het Vlaams Parlement maakt een handleiding op met betrekking tot decreetgeving ten behoeve van de leden van het Vlaams Parlement. Het hoofdstuk 'slotbepalingen', over de inwerkingtreding en het overgangsrecht, werd overlopen, becommentarieerd en besproken.

    Onderzoeker(s)

    Onderzoeksgroep(en)

      Democratie als rechtsprincipe voor legaliteit en openbaarheid van regelgeving. 01/10/1998 - 30/09/2000

      Abstract

      Het onderzoek beoogt de democratische staat te formuleren als een staatsrechtelijk principe en te onderzoeken welke beginselen daaruit voortvloeien die betrekking hebben op de verhouding tussen regelgeving en rechtssubject. In de eerste plaats wordt het concept van de democratische staat en de positie van de wetgever daarin onderzocht. Dat kader beheerst de juridische vereisten - beginselen van behoorlijke regelgeving - die betrekking hebben op het democratisch gehalte van rechtsregels. Diverse soorten en technieken van regelgeving kunnen zo op hun democratisch gehalte worden onderzocht.

      Onderzoeker(s)

      Onderzoeksgroep(en)