Onderzoeksgroep

Centrum voor Ethiek

Expertise

Voordrachten, lezingen en workshops over de verhouding kerk-staat, het seculariseringsproces in het westen, tolerantie en pluralisme, de relatie levensbeschouwing - zingeving - wetenschap en levensbeschouwelijke ideeëngeschiedenis.

Co-creatie van complementaire vormen van sociale ondersteuning door levensbeschouwelijke en seculiere welvaartstaatsinstellingen (SOLIGION). 01/10/2020 - 30/09/2024

Abstract

Ons project streeft naar betere vormen van samenwerking en complementariteit tussen levensbeschouwelijke organisaties (FBO's) en seculiere welvaartstaatsinstellingen (WSI's) m.b.t. solidariteit. Dit gebeurt door 1° onderzoek naar de interactie tussen FBO's en WSI's via interdisciplinaire en multi-methode benaderingen en 2° de co-creatie door FBO's én WSI's van nieuwe vormen van lokale sociale ondersteuning. Deze dienen om 1° zowel de potentie als fricties van FBO's te vatten in relatie tot de politieke standaarden van WSI's en 2° essentialistische en dichotome opvattingen te overstijgen en bestaande vormen van onderhandeling en wederzijdse aanpassing te begrijpen. Concreet zal het project de praktijken van lokale sociale ondersteuning door FBO's in vijf steden in kaart brengen (RP1), de interactie tussen FBO's en WSI's vanuit een historische en politiek-filosofische invalshoek onderzoeken (RP2 en RP3) en, via actieonderzoek, nieuwe procedures en werkwijzen creëren gebaseerd op gedeelde inzichten (RP4). Het proces van co-creatie zal in twee met elkaar verbonden werkgroepen plaatsvinden. WG1 zal een concept en pilot produceren voor een dynamische en interactieve sociale kaart en ICT-interface, voortbouwend op bestaande (gefragmenteerde, niet-dynamische en niet-interactieve) sociale kaarten en de resultaten van RP1 (en daarbij tegelijk kwesties van selectie en definitie aanpakken). WG2 zal voortbouwen op de inzichten gegenereerd in het wetenschappelijke gedeelte om educatieve en trainingsmodules te creëren voor 1° vrijwilligers en sociaal werkers, 2° lokale bestuurders en werknemers (van WSI's), 3° trajectbegeleiders die betrokken zijn bij de integratie van nieuwkomers en 4° toekomstige professionele sociaal werkers. Implementatie wordt verzekerd door nauwe samenwerking met organisaties die zich precies op deze groepen richten (en de FBO's zelf) en door de methode van co-creatie, die garandeert dat de resultaten gebaseerd zijn op gedeelde zorgen, inzichten en doelen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Solidariteit en religie in een moderniserende en post-seculiere context: een historische, politiek-filosofische en sociologische analyse. 01/01/2019 - 31/12/2022

Abstract

Ons project vertrekt van de vaststelling, dat wie vandaag uit de boot valt door toenemende globalisering en terugschrijdende welvaartstaten, steeds vaker terugvalt op de solidariteit van geloofsgebonden organisaties. Geloofsgebonden solidariteit blijkt echter vaak haaks te staan op ons huidige intellectuele klimaat, omdat sociale wetenschappers vasthangen aan klassieke ideeën rond solidariteit, waarin solidariteit ontstaat uit specifieke sociale structuren, eerder dan uit persoonlijke motivaties ingegeven door een geloof in God en/of diens woord. Dat is jammer, want deze geloofsgebonden vormen van solidariteit zouden misschien kunnen leiden tot minder berekende en meer belangeloze vormen van solidariteit. Ons onderzoek gaat na of religieuze motivaties en geloofsgebonden solidariteit een antwoord kunnen bieden op de hedendaagse uitdagingen voor solidariteitsmechanismen. RQ1 behelst de vraag of geloofsgebonden visies op en praktijken van solidariteit het toelaten om solidariteit te denken voorbij de logica van de natiestaat. Meer bepaald onderzoeken we hoe religieuze denkbeelden de gemeenschap van 'gevers' en 'ontvangers' vormen. Om een essentialistische kijk op religie te vermijden, focussen we tegelijk ook op de wisselwerking tussen een geloofsgebonden motivatie enerzijds en de seculiere, moderne of moderniserende context anderzijds. RQ2 omvat daarom ook de vraag hoe het profiel van de 'ontvanger' interageert met 'moderne' begrippen zoals 'natuurlijke rechten' (of mensenrechten) en 'universele gelijkheid'. Concreet valt het onderzoek uiteen in twee deelprojecten waarbij geloofsgebonden solidariteit empirisch getoetst wordt aan twee verschillende, historische contexten. Samen geven die subprojecten een op vergelijking gebaseerd antwoord op de vraag in welke context en onder welke voorwaarden (1) nabijheid een rol speelt en/of solidariteitsnetwerken de grenzen van stad en staat overstijgen en (2) een gevoel van dankbaarheid, afhankelijkheid en paternalisme aanwezig is, dan wel eerder emancipatie en zelfredzaamheid van het individu. Methodologisch vertrekt het project vanuit de vaststelling dat sociale wetenschappers niet als neutrale en objectieve waarnemers mogen beschouwd worden. Om te beginnen krijgt de analyse noodzakelijkerwijs ook een normatieve (politiek-filosofische) dimensie, waarbij specifieke vormen van solidariteit afgetoetst worden aan bredere politieke standaarden zoals democratie, mensenrechten en rechtvaardigheid. Het eindresultaat beoogt conceptueel en epistemologisch te zijn. Met het oog daarop herdenkt een derde deelproject solidariteit als concept, door de empirische resultaten uit de andere twee deelprojecten te bekijken door een nieuwe, interdisciplinaire bril. Daarmee creëert het project als geheel een hermeneutische 'dialoog' tussen sociale wetenschappers en hun onderzoeksobject – namelijk de visie en praktijken van de (historische) actoren.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Paramagnetische species in katalytisch onderzoek. Een geünificeerde aanpak voor heteregene, homogene en enzymkatalyse (PARACAT). 01/01/2019 - 31/12/2022

Abstract

PARACAT heeft als doel een groep van jonge wetenschappers op te leiden in methoden voor cutting-edge onderzoek in de katalyse. Het wil voor de eerste keer de rol van open-schil systemen in katalyse onderzoeken, wat een innovatief gebied is op de intersectie tussen chemie, fysica en biologie. Het programma legt eveneens de nadruk op ethiek en sociale reflecties door de combinatie van de wetenschappelijke expertise van (bio)chemici, (bio)fysici en industriële partners met de input van een ethicus om op die manier een nieuwe generatie van wetenschappers op te leiden die maatschappelijke verantwoordelijkheden kunnen opnemen als experten in hun gebied. PARACAT is een consortium van 5 academische instellingen (begunstigden) geflankeerd door 1 onderzoeksinstelling, 3 industriële organisaties en 2 academische instellingen als partners. Dit consortium werkt samen op het vlak van onderzoek en training, waarbij 10 jonge onderzoekers de mogelijkheid krijgen om een dubbeldoctoraat aan twee universiteiten van twee verschillende Europese landen te behalen. Het PARACAT programma zal de rol van paramagnetisme in katalyse behandelen met een focus op een bottom-up aanpak, waarin homogene, heterogene en biokatalyse zal geïntegreerd zijn. De uiteindelijke doelen zijn 1) de design van nieuwe katalysatoren gebaseerd op elementen die abundant op aarde voorkomen en veilig zijn; 2) het ontdekken van nieuwe en duurzamere reactiepaden voor activatie van kleine moleculen en selectieve oxidatie door te leren van de natuur; 3) ontwikkelen van nieuwe routes voor polymerizatie en de-polymerizatiereacties. Het trainingsprogramma wil de barrières tussen traditionele disciplines doorbreken door onderricht te geven over spectroscopische methoden, synthese en materiaalkarakterisatie, en kwantumchemische modeling, gecombineerd met een volledige set van complementaire skills. Er wordt gestreefd naar een kennisketting waarbij fundamenteel onderzoek (verstaan) wordt vertaald in praktische toepassingen door de synergische interactie tussen academici en industriële partners, in een ethisch en maatschappelijk relevant kader.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Levensbeschouwelijk onderwijs en burgerschapseducatie binnen een liberaal, postseculier kader - met bijzondere aandacht voor het vak ECR in Québec. 01/10/2015 - 30/09/2018

Abstract

Dit project is een onderdeel van de internationale onderzoeksagenda op het gebied van levensbeschouwelijk onderwijs (religious education), waarin de volgende vraag centraal staat: in hoeverre zou confessioneel levensbeschouwelijk onderwijs (teaching into religion) vervangen en/of aangevuld moeten worden door niet-confessioneel levensbeschouwelijk onderwijs (teaching about religion) en in hoeverre kunnen leerlingen ook iets leren van de studie van religies, burgerschapseducatie en (moraal)filosofie (learning from religion)? In dit project wordt er gefocust op deze paradigmawissel en dit vanuit een filosofisch en religiewetenschappelijk perspectief. Binnen het project onderscheiden we twee onderzoeksomeinen: (1) een ethische reflectie op de mogelijkheden en beperkingen van levensbeschouwelijk onderwijs in een liberale, postseculiere samenleving. Hier zal bijzondere aandacht worden gegeven aan het habermasiaanse postseculiere perspectief en de gevolgen ervan voor de plaats van religie, ethiek en burgerschap in verplichte onderwijscurricula. De hamvraag is hier hoe levensbeschouwelijk onderwijs in overeenstemming kan worden gebracht met de principes van neutraliteit, (post)secularisme en met het gegeven van de levensbeschouwelijke diversiteit. Het tweede onderzoeksthema (2) is een religiewetenschappelijke reflectie op de deconfessionalisering van levensbeschouwelijk onderwijs, met specifieke aandacht voor de recente evolutie in Quebec. Daar plaatste de overheid in 2008 een algemeen, verplicht vak over ethiek en religieuze cultuur (ECR) op het onderwijscurriculum, als alternatief voor de confessionele vakken en het vak moraal. In dit deel van het project zullen vooral methodologische vragen worden gesteld zoals: "hoe wordt 'religie' geconceptualiseerd, voorgesteld en bestudeerd in het vak ECR? Wat is de houding ten aanzien van oosterse en seculiere levensbeschouwingen in ECR? Hoe kunnen religieuze teksten gebruikt worden binnen een methodologisch areligieus schoolvak? Welke vorm van 'onpartijdigheid' is vereist voor de leerkrachten ECR?

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Wie voelt zich geïntegreerd? Een interdisciplinaire analyse van patronen van identificatie en participatie van drie immigrantengroepen in Vlaanderen. 01/07/2009 - 30/06/2013

Abstract

Werktitel: 'Van Multiculturalisme naar pluriforme accommodatie'. Het doctoraatsonderzoek focust op de vraag of en waarom het multiculturalisme, zowel als een beleidsstrategie als een politiek-filosofisch paradigma, anno 2014 nog steeds kan worden verdedigd. Deze vraag is apert omdat er thans op velerlei wijzen sprake is van een 'backlash against multiculturalism'. Het doctoraat zal concreet bestaan uit vier delen. In deel 1 wordt de zogenaamde 'rise and fall' van het multiculturalisme besproken. In deel 2 wordt ingezoemd op de liberale merites van het multiculturalisme (werkt het?). Deel 3 vormt een analyse van Will Kymlicka's multiculturele filosofie. In hoeverre gaat het op te beweren dat zijn theorie slechts dan kan worden volgehouden als er een substantiële graad van complexiteit, dynamiek en gradualiteit wordt genegeerd? Deel 3 biedt tegelijk de aanzet voor het vierde en laatste deel alwaar de basis van een inclusieve rechtvaardigheidstheorie wordt uitgewerkt. Deze theorie centraliseert het belang van een contextuele erkenningslogica die inclusiever is voor zover de etnisch-culturele diversiteit wordt aangevuld met een notie van 'pluriforme diversiteit'.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

De scheiding tussen kerk en staat in beweging. Zoektocht naar een passend politiek-filosofisch kader. 01/01/2008 - 31/12/2011

Abstract

De vragen die in dit onderzoek centraal staan zijn: 1. Welke ontwikkelingen doen zich de laatste jaren voor in België die de verhouding tussen levensbeschouwing en de politieke gemeenschap uitdagen? 2. Welke historische en politiek-filosofische modellen bestaan er om met deze evoluties om te gaan? 3. Welke normatieve afwegingen moeten er worden gemaakt bij het 'kiezen' en implementeren van een dergelijk model/perspectief?

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)