Onderzoeksgroep

Ecosysteembeheer

Expertise

Ecologisch onderzoek van aquatische en wetland systemen. Vegetatie karteringen. Physico-chemische en biologische (BBI) analyse van waterkwaliteit.

Geïntegreerde infrastructuur voor experimenteel ecosysteemonderzoek (ANAEE-VLAANDEREN). 01/02/2021 - 31/01/2025

Abstract

ANAEE bouwt een gedistribueerde en gecoördineerde infrastructuur uit van experimentele, analytische en modelleringsplatformen om met hoge precisie de reactie te analyseren en voorspellen van de belangrijkste continentale ecosystemen op veranderingen in het milieu en het landgebruik. AnaEE zal bestaan uit in hoge mate van meetinstrumenten voorziene experimentele platformen geassocieerd met gesofisticeerde analytische en modelleringsplatformen, onder een koepel van supranationale centra op Europees niveau. Aan de UAntwerpen zullen deze platformen bestaan uit zowel terrestrische als aquatische experimentele faciliteiten.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Enviromics - Geïntegreerde Technologieën voor Ecosystemen 01/01/2021 - 31/12/2026

Abstract

Enviromics is een multidisciplinair consortium van UAntwerpen-onderzoekers met een focus op milieuwetenschappen en -technologieën. Door impactvolle fundamentele en interdisciplinaire benaderingen in de biologie, (bio) chemie en (bio) engineering biedt het consortium bio-gebaseerde oplossingen voor ecosysteemuitdagingen, door een sterke interactie tussen drie pijlers (i) Milieutoepassingen en natuur-gebaseerde oplossingen, (ii) Detectie en analyse van chemicaliën en milieupollutie en (iii) Microbiële technologie en bio-gebaseerde materialen. Het geheel wordt ondersteund door duurzame productontwikkeling en technologie-assessment. Door een hernieuwde en strakkere focus tekent het ENVIROMICS consortium nu voor een slankere en meer dynamische vorm. Door intensievere samenwerkingen met verschillende belanghebbenden, zowel nationaal als internationaal, wordt de hefboom voor het creëren van verbeterde bedrijfs- en maatschappelijke impact versterkt. Het consortium wordt sterk beheerd door een team van twee hooggeprofileerde onderzoekers samen met een IOF-manager en een projectmanager, beide met duidelijk omschreven taken en in nauw contact met de consortiumleden en de centrale Valorisatie-eenheid van de universiteit. Het consortium heeft een sterke en groeiende IP-positie, voornamelijk op het gebied van milieu/elektrochemische detectie en microbiële probiotica, twee belangrijke punten van het onderzoeks- en toepassingsprogramma. Eén spin-off is gecreëerd in 2017 en er zullen er nog twee in de komende drie jaar worden opgezet. De directe interactie met productontwikkelaars zorgt voor het bereiken van hogere TRL-producten. Naast een groeiend portfolio van industriële contracten, creëren we, waar relevant, een tastbare maatschappelijke impact, inclusief benaderingen van citizen science. Door de sterkere hefboomwerking die wordt gecreëerd door de nieuwe structuur en partnerschappen, zullen we beide met elkaar verweven takken aanzienlijk ontwikkelen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

SUMES 01/09/2020 - 31/08/2023

Abstract

Het SUMES project beoogt een volledig model dat beoordeling toelaat van de impact van menselijke activiteiten in het mariene ecosysteem en daarbuiten. Het model onderzoekt de structuur (vb. biodiversiteit) en de functie (vb. in voedselketen, biogeochemie) van het mariene ecosysteem, de capaciteit om goederen en diensten te leveren (vb. koolstofsequestratie) en de effecten van de menselijke activiteiten daarop. Het model integreert ecosysteem diensten-, risk assessment- en life cycle assessment-methodes en -indicatoren, die dienen geaggregeerd te worden tot 'endpoint' niveau of 'Areas of Protection', dit als basis voor beslissingsondersteuning. Het objectief is om inzichten te verwerven in cause-effect chains, met menselijke activiteiten als stressor of oorzaak, en met effecten op het locale (mariene ecosysteem), het regionale (vb. Noordzee) en het globale niveau. Een goed begrip en kwantificering van de mechanismes is op dit moment ontbrekend in de wetenschappelijke literatuur, i.h.b. voor mariene milieus. Validatie van het model is gebaseerd op case studies gerelateerd aan het Belgisch Continentaal Plateau.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Belang van microphytobenthos in duurzaam ecosysteembeheer: de benthishe primaire productie en sediment stabilisaite van estuaria. 01/11/2019 - 31/10/2023

Abstract

Microfytobenthos (MFB), de algen die leven op de slikken van estuaria, zijn erg belangrijk voor het functioneren. De hoge productie zorgt voor zuurstof binnen het systeem en voor de voedselvoorziening voor de hogere trofische niveaus. Bovendien produceren ze een plakkerige substantie die helpt bij het verminderen van sediment resuspensie in het water, en verbeteren van het lichtklimaat voor primaire productie. De stabiliteit van slikken worden steeds meer bedreigd, onder andere door verhoogde hydrodynamische stress vanwege de verwachte zeespiegelstijging en beheersmaatregelen zoals het verdiepen van vaargeulen. In het Schelde estuarium is de troebelheid van de waterkolom de laatste jaren toegenomen, met een negatief effect op de primaire productie. Beleidsplannen dwingen een gezond ecosysteem af, waarvoor we kennis nodig hebben van dit soort biologische processen op het ecosysteem functioneren. De MFB is divers over de zout gradiënt van het estuarium, en over het uitscheiden van de plakkerige stoffen is van sommige algen groepen nog erg weinig bekend. Ook weten we niet goed hoe belangrijk de variatie op kleinere schaal is voor systeem brede inschatting van de bentische primaire productie (BPP). Daarom is de focus van dit project op: 1) Het kwantificeren van bentische primaire productie 2) dit te relateren aan de sediment stabiliteit en 3) deze functies implementeren in een rekentool voor ecosysteem functioneren.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Toepassingsmogelijkheden van inheemse vispopulaties als biologisch bestrijdingsmiddel tegen overlastsoorten in overstromingsgebieden. 01/01/2019 - 31/12/2023

Abstract

In dit project zullen de condities onderzocht worden waaronder uitbraken van tweevleugelige overlastsoorten kunnen plaatsvinden, alsook de mogelijkheid om populaties van lokaal aanwezige vissoorten te gebruiken als biologisch bestrijdingsmiddel tegen deze overlastsoorten. Verspreidings- en omgevingsdata zullen worden verzameld om een beeld te krijgen van de huidige distributie, populatiedynamiek en habitatpreferenties van zowel overlastsoorten als inheemse vissoorten. Hierbovenop zal een voedselwebanalyse worden uitgevoerd op basis van maaginhoud- en isotopenanalyse voor het bepalen van de voedselpreferenties van de verschillende soorten en levensstadia van aanwezige vissen. De data zal worden verzameld in de overstromingsgebieden Wijmeers en Bergenmeersen, aangrenzend aan het Schelde-estuarium. Deze gebieden omvatten een ontpolderd overstromingsgebied waar zich recent een uitbraak van een overlastsoort heeft voorgedaan, een gecontroleerd overstromingsgebied en een gecontroleerd overstromingsgebied met gereduceerd getij. De verzamelde informatie zal vervolgens worden gecombineerd met experimenten uitgevoerd in de mesocosm faciliteit gesitueerd op campus Drie Eiken van de Universiteit Antwerpen om te onderzoeken hoe omgevingsfactoren de predatie-efficiëntie van vissen beïnvloeden. Al deze informatie zal tenslotte gecombineerd worden in habitatgeschiktheidsmodellen. Deze modellen zullen gebruikt kunnen worden om het risico op problematische aantallen overlastsoorten te voorspellen en weer te geven welke factoren dit risico veroorzaken. Bovendien zullen ze kunnen worden gebruikt om een beeld te scheppen van de geschiktheid van overstromingsgebieden voor bepaalde vissoorten. De gecreëerde modellen zullen beschikbaar worden gesteld voor de evaluatie en verbetering van huidige alsook toekomstige overstromingsgebieden in Vlaanderen, zowel voor de controle van overlastsoorten als de optimalisatie van overstromingsgebieden voor inheemse vissoorten.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Herstellen van ruwwaterbronnen door landschapsherstel. 13/11/2018 - 12/11/2022

Abstract

Samenwerking tussen PIDPA en UAntwerpen voor de ondersteuning van onderzoek dat zich richt op het herstellen van ruwwaterbronnen door landschapsherstel. Dergelijk onderzoek kadert binnen de centrale missie van PIDPA om de toekomstige, potentiële drinkwatersites te beschermen. De steun beoogt het mogelijk maken van onderzoeksactiviteiten die synergetisch zijn met het Interreg project PROWATER, hetwelk staat voor 'protecting and restoring raw water sources through actions at the landscape scale', en een bijdrage levert aan klimaatadaptatie door de waterberging van het landschap te herstellen via 'ecosysteem gebaseerde adaptatiemaatregelen'. UAntwerpen vervult een cruciale rol vervult door de inhoudelijke coördinatie en wetenschappelijke onderbouwing van dit project op zich te nemen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

PROWATER. 01/09/2018 - 31/12/2022

Abstract

Het grensoverschrijdende project PROWATER staat voor 'het beschermen en herstellen van ruwe waterbronnen door acties op landschapsschaal' en draagt ​​bij aan klimaatadaptatie door de waterberging van het landschap te herstellen via 'op ecosystemen gebaseerde aanpassingsmaatregelen'. Voorbeelden hiervan zijn bosconversie, natuurlijke waterretentie of herstel van bodemverdichting. Deze interventies vergroten de veerkracht tegen droogtes en overstromingen en zijn gunstig voor de waterkwaliteit en biodiversiteit. Tijdens de komende jaren zullen projectpartners in Vlaanderen, Nederland en het Verenigd Koninkrijk verschillende exemplarische projecten ter plaatse uitvoeren en deze aan het publiek presenteren.   De voordelen van de maatregelen worden geïdentificeerd, zodat een 'Payment for Ecosystem Services'-model kan worden ontwikkeld. Op basis van dit model kunnen organisaties die maatregelen nemen om waterschaarste te bestrijden compensatie ontvangen. In ruil daarvoor bieden ze diensten aan de samenleving door de kwaliteit van de leefomgeving te verbeteren. Tot slot wil het project de informatiekloof met beleid en de watergebruiker dichten door een visie te ontwikkelen om waterschaarste en droogteperioden op de lange termijn aan te pakken.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Opstellen van een draaiboek socio-economische impactanalyse, economische impactanalyses van ecosysteemherstel en toetsen van vijf gevalstudies. 01/06/2018 - 31/12/2021

Abstract

Deze opdracht heeft als doel: het ontwikkelen van een draaiboek voor de voorbereiding en uitvoering van geïntegreerde sociaaleconomische impactanalyses van natuurherstel- en -ontwikkelings-projecten. Deze analyses zijn toegespitst op de impact van natuurherstel- en -ontwikkelingsmaatregelen op de lokale economie (economische impact) en lokale samenleving (sociale impact) en op de maatschappelijk relevante ecosysteemdiensten. Meer specifiek omvat deze opdracht drie doelstellingen: ● Het ontwikkelen van een methodologie om op een pragmatische en kostenefficiënte wijze de hogervermelde geïntegreerde sociaaleconomische impactanalyses voor natuurherstel- en -ontwikkelingsprojecten uit te voeren en indicatoren te genereren voor verdere analyses op effectiviteit; ● Het toepassen van deze methodologie op vijf gevalstudies in Vlaanderen en Wallonië om de methodologie te testen en aan te scherpen enerzijds en de sociaaleconomische impact van het BNIP te illustreren anderzijds; ● Het uitwerken van de methodologie tot een breed inzetbaar draaiboek voor geïntegreerde sociaaleconomische impactanalyses in het kader van een waaier aan natuurherstel- en -ontwikkelingsprojecten, geschikt om toekomstige projecten te selecteren en te prioriteren, en specifieke maatregelen te laten beoordelen door beleidsmakers en stakeholders. Het beoogde draaiboek zal een projectleider van natuurontwikkelingsprojecten toelaten om: ● Een kosteneffectief en pragmatisch plan van aanpak op te maken voor een socio-economische impactevaluatie in het kader van Europese en andere subsidieaanvragen; ● Efficiënt een impactevaluatie uit te kunnen (laten) voeren; ● Snel en efficiënt een bestek

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Kwantificering en karakterisatie van de plastic flux in de Schelde, met het oog op een efficiënte remediëring van dit afvalprobleem. 01/02/2018 - 31/01/2022

Abstract

Dit onderzoek streeft in eerste instantie naar het kwantificeren van de plastic flux op de schaal van een volledige bekken, van de kleinere zijrivieren, effluenten van waterzuiveringsstations, dokken en kanalen tot in het estuarium en de zee. Waar zijn de grootste bronnen van plastic afval? Wat is de verblijftijd van dit afval? Zijn er sinks, zones met lange retentie van plastic afval in het riviersysteem? Kwantificering van de plastic flux door het hele continuüm van bekken tot monding is essentieel voor het uitwerken van een efficiënte remediëringsstrategie. Deze studie beperkt zich tot de macroplastics. Voor deze fractie kunnen immers nog relatief realistische verwijderingsstrategieën ontworpen worden, het uiteindelijke doel van dit project. Bovendien ontstaan een groot deel van de microplastics door desintegratie van macroplastics. Onder macroplastics verstaan we stukken kunststof zoals flessen, plastic zakken, touwen, … . Ook plastic pellets zullen extra aandacht krijgen, vermits deze specifiek in de Schelde en het havengebied soms prominent aanwezig zijn in het water en op de oever. De tweede doelstelling van dit onderzoeksproject is het zoeken naar een efficiënte remediëring. Waar kan ingegrepen worden, en op welke wijze? Dit project heeft niet als doel zelf technische constructies uit te werken, wel kan het effect van bestaande technologieën ingeschat worden. Bijvoorbeeld: Welk effect heeft een beperking van overstorten op de totale plastic flux naar de Noordzee? Welke fractie kan afgevangen met een drijvende opstelling in de haven? Als case wordt het Scheldebekken geselecteerd. Om de onderzoeksvragen te beantwoorden, wordt een monitoringsnetwerk uitgewerkt. Bij stuwen, sluizen, waterzuiveringsinstallaties, ... wordt plastic afval verzameld. Op deze manier kunnen plastic fluxen uit deelbekkens, dokken, … worden berekend en wordt een inschatting gemaakt van de totale flux richting het estuarium. In het estuarium wordt de stock aan plastic bepaald (via afvissing) en worden puntenmetingen (aan bv koelwaterinnamepunten) gebruikt om de flux te schatten.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Bio-terugkoppeling op sediment transport in estuaria en kustzones: de verwaarloosde rol van fytoplanktondynamiek. 01/01/2018 - 31/12/2021

Abstract

Het Schelde-estuarium verandert aanzienlijk door zowel klimaatverandering als menselijke ingrepen, zoals vaargeuldiepte, havenuitbreiding, etc. Recente monitoringresultaten laten een sterke toename van troebelheid zien en daarom ontstaat de angst dat het systeem zal evolueren naar een hyper troebel systeem. Omdat lichtbeschikbaarheid essentieel is voor algengroei, de basis van de voedselketen, kan de evolutie naar een hyperroos troebel systeem een ​​drastische impact hebben op al het leven in het estuarium. Deze zorgwekkende toename van troebelheid in combinatie met sterke (Europese) wetgeving met betrekking tot het (ecologisch) functioneren van het Schelde-estuarium resulteert in een dringende en sterke vraag naar inzicht en instrumenten om de impact van klimaatverandering en (toekomstige) menselijke interventies op troebelheid en algengroei. Feedbackprocessen tussen troebelheid en algen moeten expliciet in aanmerking worden genomen. Daarom is het doel van dit project tweërlei : 1. De impact van troebelheid en sedimenttransport op algengroei bestuderen 2. Omgekeerd, de impact van algengroei op troebelheid en sedimenttransport. De veronderstelling bestaat dat een kleverige substantie geproduceerd door algen kan leiden tot uitvlokken van het sediment, wat een significante impact kan hebben op troebelheidspatronen. Het project zal uiteindelijk resulteren in: 1. Verdere ontwikkeling van een recente techniek om in situ algengroei in te schatten naar een kostenefficiënte real tijdbewakingstool 2. Een state-of-the-art estuarienmodel dat sedimenttransport en hydrodynamica koppelt met algengroei

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Bepaling van fysieke systeemkenmerken van het Schelde-estuarium noodzakelijk voor een goed ecologisch functioneren. 01/12/2016 - 30/11/2022

Abstract

onderzoek de voorbije jaren heeft de complexe verwevenheid van hydrodynamiek, morfodynamiek en ecologisch functioneren van het Schelde estuarium aangetoond. Deze complexiteit samen met de grootschalige veranderingen (zowel land- en waterbeheer in het stroombekken als klimaatwijziging) stelt de beheerder voor steeds grotere problemen en uitdagingen. Daarom is het van cruciaal belang om een zo goed mogelijk inzicht te hebben in het functioneren van het systeem zodat die beheersmaatregelen kunnen genomen worden die het beoogde doel bereiken door maximaal in te spelen op het functioneren van het systeem of anders gezegd door zoveel mogelijk de natuurlijke processen te laten bijdragen aan het bereiken van de doelen. Dit onderzoek is gericht op zowel fysische systeemkenmerken als als het inschatten van de bentische primaire productie.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Functioneren van Ecosystemen en hun Interacties met Klimaatverandering. 01/06/2016 - 31/12/2022

Abstract

Ecosystemen leveren veel diensten aan de maatschappij. Het begrijpen van hun functioneren is dan ook cruciaal om accurate projecties te kunnen maken van toekomstig klimaat en voedselproductie, alsook om een duurzaam beleid te kunnen ontwikkelen. Dit voorstel heeft daarom tot doel wetenschappelijke doorbraken te realiseren die kunnen bijdragen tot een beter inzicht in de processen die bepalend zijn voor ecosysteemdiensten en -functioneren. Het overkoepelende lange-termijn doel is dan ook om ecosysteem-functioneren voldoende te begrijpen zodat we, samen met modelleergroepen, betere projecties van toekomstige ecosysteemdiensten en klimaat kunnen maken. Prioriteit wordt gegeven aan de volgende vier onderzoekspijlers: 1) Kwantitatief inzicht in de allocatie van plantenkoolstof naar groei, ademhaling en nutriëntenopname; 2) Beter inzicht in- en betere metingen van biomassaproductie; 3) Beter inzicht in bodemkoolstofprocessen en koolstofsequestratie; 4) Beter inzicht in de spatiale en temporele variatie van broeikasgasbalansen. De focus van dit project ligt op de invloed van 'Global Change', inclusief klimaatverandering en veranderende chemische samenstelling van de atmosfeer, op ecosysteemprocessen en -functioneren. De Methusalemhouder aan de Universiteit Hasselt zal waar mogelijk en waar relevant betrokken worden bij het ontwikkelen van gemeenschappelijke onderzoekslijnen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

AnaEE-Vlaanderen: Geïntegreerde infrastructuur voor experimenteel ecosysteemonderzoek. 01/02/2019 - 31/01/2021

Abstract

ANAEE bouwt een gedistribueerde en gecoördineerde infrastructuur uit van experimentele, analytische en modelleringsplatformen om met hoge precisie de reactie te analyseren en voorspellen van de belangrijkste continentale ecosystemen op veranderingen in het milieu en het landgebruik. AnaEE zal bestaan uit in hoge mate van meetinstrumenten voorziene experimentele platformen geassocieerd met gesofisticeerde analytische en modelleringsplatformen, onder een koepel van supranationale centra op Europees niveau. Aan de UAntwerpen zullen deze platformen bestaan uit zowel terrestrische als aquatische experimentele faciliteiten.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Bovenstroomse landschapsdepressies en regulering van waterstromen: hun voorkomen, status en functie. 01/02/2019 - 31/10/2019

Abstract

Projecties van klimaatverandering wijzen op drogere zomers. Dit zal leiden tot een hogere vraag naar waterproductie. Het doel van dit onderzoek is om de impact van drainage op de (water) regulerende functies van stroomopwaartse depressieve wetlands (UDW's) te onderzoeken. We veronderstellen dat ongedraineerde UDW's bijzonder belangrijk zijn voor het opladen van het grondwater. Doorgaans reageren ongedraineerde UDW's snel op zowel natte als droge perioden. Ze overspoelen alleen na periodes van neerslagoverschot, maar hun waterniveaus dalen ook geleidelijk als er een neerslagtekort is. Ik wil onderzoeken hoeveel water ze kunnen bufferen en waar dat water terechtkomt. Ten eerste zal ik geografische datasets gebruiken om de mogelijke occurrence en status UDW's in de Kempense regio in kaart te brengen. Na het uitvoeren van veldonderzoeken, selecteer ik twee goed doorlatende locaties en twee slecht gedraineerde locaties die gedurende twee jaar intensief worden gemonitord. Met deze monitoringgegevens kan ik een gedetailleerde en grondige beoordeling maken van de regulerende diensten die getroffen worden door drainagebeheer, zoals klimaatregulering en waterzuivering. Om dit zo tastbaar mogelijk te maken voor belanghebbenden, zal ik de modellen gebruiken om de 'uitgestelde infiltratie' te kwantificeren die plaatsvond op deze locaties voorafgaand aan grote droogteperioden. Om het strategisch belang van mijn onderzoek te evalueren, zal ik restauratiescenario's voor UDW's beoordelen op de schaal van de Kempen. Ten slotte zal ik mijn bevindingen verspreiden naar de watersector en follow-upprojecten opstarten.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Ondersteuning participatie in ESFRI AnaEE. 01/01/2018 - 30/06/2021

Abstract

De participatie in een ESFRI/ANAEE omvat als onze component de bouw van infrastructuur en faciliteiten voor aquatisch onderzoek op mesocosmos en ecosysteem niveau. Het betreft hier o.a. de constructie van een zgn Flume in de mesocosmosfaciliteit die eerder werd verworven met steun van het Herculesfonds. Voor de begeleiding van de bouw, de installatie van de meetapparatuur en de daarop volgende testfasen voorzien we een navorser en technicus.. Tijdens de bouw komen heel wat technische aspecten aan de orde en is een permanente opvolging nodig om te vermijden dat we nadien met problemen zitten. . Dit omvat zowel de puur technische aspecten als ook de inhoudelijke aspecten zoals het voorbereiden van de experimenten.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

INTERTIDE : onderlinge vergelijking van getijdengebieden in Noord West Europe 01/01/2018 - 31/12/2020

Abstract

INTERTIDE brings together scientists of North West European estuaries that are meso- to macrotidal and impacted by human activities, with a long-term data history. We will create a meta-data overview on available dataseries, coordinate data uniformization and data management that will result in a unique central repository on geomorphological, hydrodynamical and ecological parameters. We will organize multiple thematic meetings to tackle specific questions that are already identified as overarching crucial issues by the participants in this project.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Aangepast beheer en onderhoud en kleinschalige maatregelen in beken. 14/11/2017 - 31/12/2019

Abstract

Het doel is het opstellen van gedifferentieerde richtlijnen voor effectief en kostenefficiënt kleinschalig beheer en onderhoud van beeksystemen (beek en dal), gebruikmakend van of inspelend op natuurlijke processen, al dan niet ondersteund door aanvullende (kleinschalige) inrichtingsmaatregelen. Deze richtlijnen beschrijven de aard, omvang, spreiding over locaties, frequentie, timing en uitvoering van de benoemde handelingen. De subdoelen zijn: • Kennismontage natuurgerichte, lokale beheermaatregelen (gedifferentieerd maaien van beken en beekoevers en het gericht inbrengen van dood hout, bij voorkeur gekoppeld aan beschaduwen), die aansluiten op de natuurlijke processen in beken die zich afspelen op hogere schaal in het stroomgebied. Op die manier worden specifieke natuurwaarden in beek en beekdal versterkt of hersteld. • Ontwikkelen van nieuwe kennis d.m.v. experimenten over het herstellen en versterken van habitatvariatie en – stabiliteit door gedifferentieerd beheer van de beek en de oevers om de bestaande kennis op basis van empirische gegevens te vernieuwen en te versterken. • Uitdragen van bestaande en nieuwe kennis naar de beheerpraktijk.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Ontwikkelen van meetbare indicatoren voor het afwegen van vraag en aanbod naar ecosysteemdiensten en het verbeteren van de evaluatie van ecosysteembeheer 01/10/2017 - 30/09/2018

Abstract

Wereldwijd verliezen ecosystemen hun ecologische waarde terwijl er steeds meer kennis is over het belang van robuste en weerbare ecosystemen om om te gaan met veranderingen (bv. klimaatverandering) en vanwege de vele maatschappelijke voordelen (bv. voedsel en bescherming). Het herstellen van ecosystemen is moeilijk vanwege een complexe biofysische en socio-economische realiteit. Het concept van ecosysteemdiensten (ES) biedt een raamwerk om de link te leggen tussen ecologie en socio-economie. Ondanks een snelle wetenschappelijke ontwikkeling in onderzoek naar ecosysteemdiensten, is er nog steeds geen consensus over hoe deze diensten gemeten kunnen worden en hoe natuurwetenschappelijke en menswetenschappelijke kennis kan geïntegreerd worden. Dit project onderzoekt hoe vraag en aanbod naar ecosysteemdiensten kan berekend worden. Dit vormt een belangrijke eerste stap naar meer accurate evaluatie van beheerstrategieën voor de case van estuaria.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Ontwikkeling van een ecosysteemdiensten-tool voor de optimalisatie van sedimentbeheer. 26/06/2017 - 31/12/2020

Abstract

Het doel van het project is het ontwikkelen van een ecosysteemdienstentool, die de relatie tussen sedimentbeheer en de geleverde ecosysteemdiensten blootlegt. Een beheer dat vertrekt vanuit een evenwichtige levering van ecosysteemdiensten draagt bij tot het herstel of behoud van een robuust, veerkrachtig ecosysteem. Zo'n ecosysteemdiensten management vereist integraal denken, zowel het complexe ecologische systeem als het socio-economische systeem omvattend.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Verbetering van de grondwaterdynamiek: een cruciale factor voor succesvol schorherstel? 01/01/2017 - 31/12/2020

Abstract

Schorren – dit zijn getijdenmoerassen langs kusten en estuaria (getijdenrivieren) – zijn in het verleden vaak omgezet in landbouwgebied, wat gepaard kan gaan met een verlies van waterkwaliteit van de aangrenzende rivier of kustzone. Om de waterkwaliteit van getijdenrivieren te verbeteren, investeren overheden over de hele wereld in het weer herstellen van landbouwgebied tot schorren. In NW-Europa zijn zo al meer dan 140 schorgebieden hersteld en en meerdere zullen volgen in de komende decennia. Desondanks zijn er toenemende aanwijzingen dat herstelde schorren niet in dezelfde mate bijdrage aan waterkwaliteitsregulatie dan natuurlijke schorren. Door het historische landbouwgebruik, is de bodem gecompacteerd, wat de grondwaterstroming belemmerd. De gereduceerde grondwaterstroming is waarschijnlijk de reden voor de waargenomen verschillen in waterkwaliteitsregulatie. De verschillen in grondwaterdynamiek tussen herstelde en natuurlijke schorren zijn echter niet goed bekend. In dit onderzoek wordt dit verder onderzocht. We bestuderen de bodemkenmerken, grondwater- en nutriëntenfluxen in herstelde en natuurlijke schorren langs het Schelde estuarium in België, en gebruiken de resultaten om een computermodel te ontwikkelen. Met dit model zullen we de bepalen wt de optimale bodemkenmerken zijn van herstelde schorren om de waterkwaliteitsfunctie te optimaliseren. In samenwerking met de waterbouwsector, zullen we dit vertalen in ontwerpcriteria voor herstel van schorren, zodanig dat hun functie voor waterkwaliteitsverbetering wordt geoptimaliseerd.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

De rol van waterplanten voor C-N-P-Si fluxen in rivieren op verschillende schaalniveaus – een geïntegreerde experimenteelmodelmatige benadering. 01/01/2017 - 31/12/2019

Abstract

Het is reeds gekend dat waterplanten een sterkte interactie hebben met waterstroming in rivieren en op die manier een significante invloed hebben op hydrologische en biogeochemische processen. Numerische modellen zijn wiskundige programma's die ons toelaten een grote hoeveelheid aan gegevens te integreren om zo complexe processen in rivier ecosystemen te begrijpen. Echter, de meeste bestaande modellen rond dit thema gaan voorbij aan het effect van waterplanten. In het huidige project, dat FLASMOB gedoopt werd (FLuxes Affected by Stream Hydrophytes: Modelling Of Biogeochemistry), combineren we de unieke expertise van een Belgisch-Oostenrijks team inzake numerische modellering, veldwerk en experimenten in het laboratorium. We stellen voorop dat de interactie tussen waterplanten (die groeien in de rivier) en de waterstroming zelf (hydrodynamische condities) bepalend zijn voor productie, benedenstrooms transport/retentie en transformatie van organisch materiaal en nutrienten. Een bestaand model (DELWAQ), aangepast voor enkele speficieke sub-stroomgebieden van de Donau, vormt de ideale basis om de rol van waterplanten in zo'n model te incroporeren. De productiviteit en dynamiek van de aquatische vegetatie zal gekoppeld worden aan dynamische uitwisselingen met het milieu. De eerste stap is het expliciet implementeren van de rol van aquatische vegetatie en de feedback processen op het milieu. Dit zal gerealiseerd worden door middel van een stapsgewijs en iteratief werkplan, waarin de specifieke effecten van elk aspect van plant-flow interatie apart bestudeerd wordt. Uiteindelijk, als alle stappen doorlopen en gecombineerd zijn, kan het netto effect van waterplanten op waterkwaliteit en -quantiteit berekend worden over grotere rivier secties (sub-stroomgebied schaal). Dit kan gebruikt worden om in de toekomst meer accurate voorspellingen te doen over de ontwikkeling van rivier ecosystemen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

AnaEE 01/01/2017 - 31/12/2018

Abstract

ANAEE bouwt een gedistribueerde en gecoördineerde infrastructuur uit van experimentele, analytische en modelleringsplatformen om met hoge precisie de reactie te analyseren en voorspellen van de belangrijkste continentale ecosystemen op veranderingen in het milieu en het landgebruik. AnaEE zal bestaan uit in hoge mate van meetinstrumenten voorziene experimentele platformen geassocieerd met gesofisticeerde analytische en modelleringsplatformen, onder een koepel van supranationale centra op Europees niveau. Aan de UAntwerpen zullen deze platformen bestaan uit zowel terrestrische als aquatische experimentele faciliteiten.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Uitwerking van de Sleutelfactor Context. 01/11/2016 - 01/09/2017

Abstract

Het doel van deze studie is het selecteren van ecosysteemdiensten gerelateerd aan het watersysteem en zijn omgeving. De identificatie van indicatoren voor ecosysteemdiensten op basis van een inventarisatie van beschikbare input en het ontwikkelen van rekenregels voor het kwantificeren van ecosysteemdiensten. Bovendien zal er een rekentool ontwikkeld worden waarmee de indicatoren van ecosysteemdiensten door lokale waterbeheerders berekend kunnen worden en infographics om de informatie duidelijk en visueel samen te vatten - Testen van het ontwikkelde instrument aan de hand van een test case - Rapportage van de uitgevoerde activiteiten

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

iFLUXProspector: ontwikkeling van een schaalbaar prototype. 01/10/2016 - 30/09/2017

Abstract

Het proof-of-concept project omvat de ontwikkeling van een schaalbaar prototype voor de iFLUXProspector, een geïntegreerde modulaire passieve flux sampler voor milieuonderzoek en milieumanagement, ontworpen voor rechtstreekse installatie in de bodem. Het project vloeit voort uit het IOF-SBO project 'IFLUX' en kadert in de valorisatie van de iFLUX-technologie als een spin-off opgericht door de Universiteit Antwerpen en de Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Naar een geïntegreerde beoordeling van estuarine restauratie. 01/10/2016 - 30/09/2017

Abstract

Het hoofddoel van dit sabbatsverlof is het maken van een synthese van de enorme hoeveelheden data die de afgelopen 20 jaar is verzameld. Een gedetailleerde analyse van de lange termijn trend zal wordt uitgevoerd en de complexe interacties tussen hydrodynamica, morfologie en ecologie zullen in detail worden bestudeerd. Vervolgens worden de waargenomen patronen voor de Schelde vergeleken met andere estuaria. Het is het algemene doel om deze inzichten te compileren en te vertalen in een brede visie op ecosysteemgebaseerde aanpassing en beheer van estuaria in antwoord op globale veranderingen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Technologie voor geïntegreerd watermanagement. 26/09/2016 - 19/12/2016

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds VLIR. UA levert aan VLIR de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

De rol van functionele diversiteit voor de levering van ecosysteemdiensten in Zuid-Afrikaanse Palmiet Wetlands. 15/07/2016 - 14/07/2017

Abstract

Ecosystemen vormen de kritische infrastuctuur die de mensheid van meerdere ecosysteemdiensten voorziet. Veranderingen in landgebruik (bijv. omvorming van palmiet wetlands naar landbouw) leiden tot belangrijke trade-offs maar ook win-win situaties tussen verschillende ecosysteemdiensten. Naarmate de beschikbaarheid aan land wereldwijd onder steeds grotere druk komt te staan, wordt het belang van een zo optimaal mogelijk gebruik van ecosystemen en hun diensten steeds groter. Een sterke theoretische en empirische kennis van de verschillende componenten van ecosystemen, hoe ze functioneren en hoe dit leidt tot het leveren van ecosysteemdiensten is essentieel om hun voordelen ten volle te kunnen benutten. Onderzoek toont aan dat functionele planteneigenschappen sterk gecorreleerd zijn met ecosysteemfuncties. Functionele diversiteit van planten kan dan ook als indicator gebruikt worden voor ecosysteemdiensten. Daanaast is ook aangetoond dat functionele groeperingen van plantensoorten via hyperspectrale remote sensing van elkaar te onderscheiden zijn. Dit betekent dat de ruimtelijke variatie in ecosysteemdiensten eveneens met behulp van remote sensing bestudeerd kan worden. Naast het begrijpen van het functioneren van ecosystemen hebben besluitvormers ook nood aan precieze informatie over hoeveel ecosysteemdiensten geleverd worden en hoe bestaande stocks evolueren. Van alle ecosystemen worden wetlands beschouwd als één van de rijkste in termen van ecosysteemdiensten. De complexiteit van wetland ecologie maakt echter dat dit het minst bestudeerde ecosysteem is. Weinig is bekend over het functioneren van Zuid-Afrikaanse wetlands waardoor veel van deze wetlands in verval zijn. Dit doctoraat richt zich specifiek op palmiet wetlands in de West- en Oostkaap van Zuid-Afrika. De doelstellingen van het doctoraat zijn het kwantificeren van ecosysteemdiensten en het in kaart brengen van de ruimtelijke patronen in deze diensten aan de hand van functionele plantenkenmerken. Volgende ecosysteemdiensten worden beschouwd: waterzuivering, waterhuishouding, bodemkwaliteit, erosiepreventie en de regulering van het klimaat.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

NI De Blankaart: monitoring van de visputten van Kempynck – abiotische en biotische situatie 5 jaar na uitvoering van de werken. 08/03/2016 - 07/03/2017

Abstract

De studie beoogt het vastleggen van de biotische (fytobenthos, Zoöplankton, fytoplankton en de vegetatie) en abiotische (vijvermorfologie en waterkwaliteit) situatie van de visputten van Kempynck ca. 5 jaar na de uitvoering van de werken (De grootste werken zijn uitgevoerd in het najaar van 2009, maar een aantal belangrijke aanpassingswerken zijn pas in 2011 uitgevoerd). Hiertoe zal de opdrachtnemer in elk van de 7 putten een aantal inventarisaties uitvoeren. Bovendien worden deze resultaten vergeleken met de uitgangsituatie en wordt er nagegaan of de gewenste ontwikkelingen ten gevolge van de inrichtingsmaatregelen zich voordoen en samenvattende adviezen naar verder beheer van de visputten toe geformuleerd.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

I flux sampler : ontwikkeling van een prototype 01/03/2016 - 28/02/2017

Abstract

De verdere ontwikkeling van het ontwerp voor het Iflux sampler-prototype op basis van het huidige Iflux-samplerontwerp. Het produceren, assembleren en onderzoeken en testen van de verschillende aspecten, zoals: bruikbaarheid, techniciteit, veiligheid, voorschriften, kwaliteit, etc. Voorbereiding van de I-fluxhandleiding

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Potenties voor een klimaatbestendig landschap en ecosysteemdiensten in de Maarkebeek-vallei. 25/02/2016 - 31/12/2016

Abstract

Doel van dit project is het uitwerken en implementeren van een methodiek om gebiedsgericht ecosysteemdiensten te gaan versterken in het uitbouwen van een klimaatgezond landschap en een robuuste groenblauwe dooradering van de Maarkebeekvallei.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

iFLUX - Geïntegreerde polluentflux metingen in grondwater. 01/02/2016 - 31/01/2018

Abstract

Een toenemende vraag van verschillende sectoren voor de gecombineerde bepaling van meervoudig parameter massafluxen, leidde tot de ontwikkeling van een geïntegreerd flux meetinstrument, de I flux sampler. De I flux technologie richt zich op de totale massa flux bepaling van meerdere types parameter. Dit project beoogt de voorbereiding te treffen voor de lancering van Iflux als een spin-off

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Het opstellen van een ecosysteemdienstgericht framework voor de optimalisatie van peilbeheer in de Uitkerkse polders. 01/01/2016 - 31/12/2019

Abstract

Waterpeilbeheer in Vlaamse poldergebieden staat momenteel ter discussie door natuurbeschermingsbureaus en de agrarische industrie. Meestal volgt het huidige waterpeilbeheer een onnatuurlijk systeem met afvoer in de winter en het stuwen van water in de zomer. In ECOBE willen we de reikwijdte van dit debat verruimen door de kwantificatie en modellering van de levering van ecosysteemdiensten van Vlaamse poldergebieden in relatie tot alternatieve waterbeheerregimes. Deze studie zal dus een broodnodig hulpmiddel zijn om ecosysteemdiensten te beoordelen op basis van verschillende praktijken op het gebied van waterpeilbeheer, waardoor een uitgebreider beeld van het management ontstaat door objectieve en maatschappelijk relevante argumenten op te nemen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Waterplantengroei in een toekomstige wereld: het effect van Global Change op plantweerstand tegen hydrodynamische krachten, op de kwaliteit van het organisch materiaal en op de afbraakprocessen. 01/10/2015 - 30/09/2019

Abstract

Een verandering van het klimaat lijkt onafwendbaar in de komende decennia. Het RCP6.0 scenario van het IPCC voorspelt dat de atmosferische CO2 concentratie zal verdubbelen tegen het jaar 2100, en de daaruitvolgende klimaatsverandering zal verschillende ecosystemen treffen. Zoetwater ecosystemen werden in dat verband nog maar weinig onderzocht, zeker in vergelijking met terrestrische ecosystemen. Hierdoor weten we dus onvoldoende hoe deze systemen zullen reageren op een klimaatswijziging. Anderzijds staat het wel vast dat de voorspelde veranderingen in neerslag – langere perioden van droogte afgewisseld met kortere perioden met extreme regenval – drastisch zullen ingrijpen op rivieren en wetlands. Waterplanten zijn één van de belangrijkste primaire producenten in deze rivieren. Ze hebben een invloed op (i) het aquatische voedselweb (als voedsel), and (ii) op de biogeochemische processen (nutrient- en koolstofcyclering). Een verhoogde nutrient- en CO2 concentratie in het water kan leiden tot een verhoogde productiviteit van deze planten. Echter, de voorspelde extreme regenval kan leiden tot extreme debieten die een negatief effect kunnen hebben op het overleven van de planten en zo tot een verhoogde concentratie aan dood organisch materiaal in de rivier kan leiden. Klimaatsverandering kan de aquatische ecosystemen ook nog beïnvloeden door de nutrientstoichiometrie in de planten zelf te beïnvloeden. Zowel plantbiomassa (kwantiteit) als -samenstelling (kwaliteit) zijn belangrijke sturende factoren in voor afbraakprocessen van organisch materiaal, en kan belangrijke consequenties hebben voor het hele aquatische voedselweb. Wij onderzoeken of via de waterplanten een veranderend klimaat een effect kan hebben op de prestaties van macro-invertebraten en bacteriën. Dit kan dan weer kan leiden tot veranderende afbraaksnelheden van organisch materiaal hetgeen dan weer een invloed heeft op de nutrient- en koolstofcyclering in het aquatische ecosysteem

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

iFLUXsampler: ontwikkeling van een prototype. 01/09/2015 - 31/08/2016

Abstract

Het proof-of-concept project omvat de ontwikkeling van een prototype voor de iFLUXsampler, een geïntegreerde modulaire passieve flux sampler voor milieuonderzoek en milieumanagement, ontworpen voor toepassing in een peilbuis. Het project vloeit voort uit het IOF-SBO project 'IFLUX' en kadert in de valorisatie van de iFLUX-technologie als een spin-off opgericht door de Universiteit Antwerpen en de Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Technologie voor geïntegreerd watermanagement. 01/09/2015 - 31/12/2015

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds VLIR. UA levert aan VLIR de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Landbeheer: evaluatie, onderzoek, kennisbasis (LANDMARK). 01/05/2015 - 31/10/2019

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds EU. UA levert aan EU de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Respons van de zooplankton gemeenschap op vebeterende waterkwaliteit in het Schelde estuarium. 01/04/2015 - 30/09/2015

Abstract

De waterkwaliteit en het ecologisch functioneren van het Schelde estuarium worden sinds 1996 opgevolgd door het OMES project, gecoördineerd door P. Meire, ECOBE, UA. Sinds het begin van de waarnemingen is een aanzienlijke verbetering van de waterkwaliteit geobserveerd (Van Damme et al., 1995); in de mate dat een regime-shift van een hypereutroof naar een eutroof, systeem is waargenomen (Cox et al., 2009). De gestimuleerde primaire productie, vooral van diatomeeën, bevordert de zuurstofvoorziening van het water, maar leidt ook tot silica- limitatie. Deze zou de ontwikkeling van andere fytoplanktongroepen (groenwieren) en ook cyanobacteriën kunnen bevorderen. Het zooplankton, dat binnen OMES onderzocht door EcoLab heeft duidelijke veranderingen ondergaan in parallel met de systeemwijzigingen. Zo is de zone van maximale abundantie van Calanoide Copepoden gewijzigd van het brakwater- naar het zoetwatertraject en is anderzijds een sterke afname van een andere copepoden-groep, de Cyclopoïden, alsook van Cladoceren waargenomen (Mialet et al., 2010; 2011). De thesis van S. Chambord onderzoekt aan welke physico-chemische factoren deze wijzigingen van de zooplankton gemeenschap gerelateerd zijn. Gezien het zooplankton de transfer van de primaire producenten naar de hogere trophische niveaus verzekert, wordt tevens via grazingexperimenten nagegaan in hoeverre de 'nieuwe' zooplankton gemeenschap in staat is om fytoplankton blooms te controleren en eventueel een rol speelt in de silica-recyclage. .

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Risicomodellering van water- en bodemverontreiniging in de Antwerpse havendokken en de Schelde. 01/02/2015 - 30/04/2016

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds de opdrachtgever. UA levert aan de opdrachtgever de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

ENVIROMICS, Milieutoxicologie en technologie voor een duurzame wereld. Ontwikkeling en toepassing van diagnostische instrumenten voor industrie en beleid. 01/01/2015 - 31/12/2020

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht toegekend door de Universiteit Antwerpen. De promotor levert de Universiteit Antwerpen de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd door de universiteit.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

GCE - Globale klimaatverandering-ecologie. 01/01/2015 - 31/12/2019

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht toegekend door de Universiteit Antwerpen. De promotor levert de Universiteit Antwerpen de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd door de universiteit.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Opstellen en toetsing van een geïntegreerd beoordelingssysteem voor de risico-evaluatie van aquatische ecosystemen. 01/01/2015 - 31/12/2018

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds IWT. UA levert aan IWT de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Voorbereidend onderzoek t.b.v. stortvergunningsaanvragen Beneden-Zeeschelde. 04/12/2014 - 28/02/2016

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds de opdrachtgever. UA levert aan de opdrachtgever de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Kwalitatieve en kwantitatieve waardering van regulerende ecosysteemdiensten. 27/10/2014 - 14/08/2018

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds de opdrachtgever. UA levert aan de opdrachtgever de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Hoge-resolutie-modellering en -monitoring van water- en energietransfers in waterrijke ecosystemen (HIWET). 01/10/2014 - 30/09/2018

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds de federale overheid. UA levert aan de federale overheid de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Technologie voor geïntegreerd watermanagement. 22/09/2014 - 18/12/2014

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds VLIR. UA levert aan VLIR de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Bijdrage update evaluatiemethodiek t.b.v. waterkwaliteit en ecologisch functioneren. 05/06/2014 - 15/12/2014

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds Deltares. UA levert aan Deltares de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Nadere uitwerking Abundance Intactness Index. 09/05/2014 - 01/05/2015

Abstract

Nadere uitwerking Abundance Intactness Index, als onderdeel bij de sleutelsoortenlijst Schelde-estuarium en Trefkansen, voor invoeging in Update Evaluatiemethodiek ten behoeve van de werkgroep Onderzoek en Monitoring van de Vlaams-Nederlandse Scheldecommissie.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Vaststellen van het maximaal ecologisch potentieel/goed ecologisch potentieel voor kunstmatige en/of sterk veranderde Vlaamse waterlichamen – partim Eisden-Mijn. 01/02/2014 - 30/11/2014

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds VMM. UA levert aan VMM de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Opstellen van een triademethode voor classificatie van schorren en waterbodems in zout en brak milieu. 01/01/2014 - 31/12/2015

Abstract

Het doel van het huidige studieproject omvat de ontwikkeling van een methode voor risicobeoordeling van sedimenten in brakke en zoute wateren. Deze methode, die wordt opgesteld naar analogie van de huidige TRIADE beoordelingsmethode voor zoetwater en specifiek voor Vlaamse waterbodems wordt uitgewerkt, bevat een analyse van een reeks fysicochemische parameters, een biologische in-situ beoordeling van de benthische macro-invertebraat levensgemeenschap en bioassays die worden uitgevoerd onder gecontroleerde laboratoriumcondities.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Geïntegreerde fluxmetingen in het kader van milieuonderzoek en -management. 01/01/2014 - 31/12/2015

Abstract

Het IFLUX onderzoeksproject vloeit voort uit een intense samenwerking tussen de Universiteit Antwerpen en de Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek, en beoogt de ontwikkeling van een geïntegreerde flux sampler voor milieuonderzoek en milieumanagement, IFLUX. Tevens wordt de valorisatie van IFLUX voorbereid, als een spin-off met een dienstverlenend karakter, gericht op het aanbieden van geïntegreerde flux metingen voor verschillende soorten milieuonderzoek en - management.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Mapping en modellering van ecosysteemdiensten en hun wisselwerking. 20/12/2013 - 14/07/2016

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds Erasmus Mundus. UA levert aan Erasmus Mundus de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Fundamenteel wetenschappelijke bijstand bij onderzoeksprogramma's O&M. 01/11/2013 - 31/10/2016

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds de Vlaamse overheid. UA levert aan de Vlaamse overheid de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Identificatie, kwantificering en monetaire waardering van de ecosysteemdiensten die worden geleverd door de natuurdomeinen van ANB. 15/10/2013 - 31/12/2013

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds VITO. UA levert aan VITO de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Opzetten samenwerking rond de uitwerking en verdieping van onderzoek dat zich richt op risicomodellering van waterbodemverontreiniging, in het bijzonder in de context van het Antwerpse havengebied. 11/10/2013 - 30/04/2017

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds Gemeentelijk Havenbedrijf Antwerpen. UA levert aan Gemeentelijk Havenbedrijf Antwerpen de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Nieuwe perspectieven op de wereld: signaalverwerking voor het interpreteren van biogeochemische tijdreeksen. 01/09/2013 - 31/08/2015

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds de federale overheid. UA levert aan de federale overheid de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Analyse van hoogfrequente zuurstof data uit de Waddenzee en de aangrenzende Duitse bocht. 01/07/2013 - 31/12/2016

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds Helmholtz-Zentrum. UA levert aan Helmholtz-Zentrum de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Biodiversiteit en functionaliteit van zoöplankton: test van een potentiële indicator van waterkwaliteit (BIOFOZI). 01/04/2013 - 31/10/2015

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds La Région Nord-Pas de Calais. UA levert aan La Région Nord-Pas de Calais de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Vaststellen van het maximal ecologisch potentieel/goed ecologisch potentieel voor kunstmatige en/of sterk veranderde Vlaamse waterlichamen – partim Desselse Zandputten. 01/02/2013 - 30/11/2013

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds VMM. UA levert aan VMM de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Siliciumfertilisatie, gewasopbrengst en koolstofopslag: een nieuwe toepassing voor duurzaam beheer van agrosystemen. 01/01/2013 - 31/12/2016

Abstract

Dit project betreft fundamenteel kennisgrensverleggend onderzoek gefinancierd door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek-Vlaanderen. Het project werd betoelaagd na selectie door het bevoegde FWO-expertpanel.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

ECOPLAN: planning voor ecosysteemdiensten. 01/01/2013 - 31/12/2016

Abstract

Het ECOPLAN PROJECT wil geïntegreerde methodes ontwikkelen voor de preciezere en beleidsrelevante waardering van ecosysteemdiensten die de impact van ecosysteemdiensten op het maatschappelijk welzijn kunnen inschatten. De maatschappij is immers afhankelijk van een brede waaier aan goederen en diensten die geleverd worden door natuurlijke ecosystemen. De belangrijkste uitdaging van het huidige milieu-, landgebruiken duurzaamheidbeleid is de verdere degradatie van ecosystemen te voorkomen en tegelijk te voldoen aan de toenemende vraag naar stedelijke groei en industrialisatie. Ecosysteemonderzoek is tot nu toe vooral gericht op één specifieke sector of één specifieke ecosysteemdienst of ecosysteem. Daardoor zijn de voordelen van het ecosysteemdienst-concept als een geïntegreerd planningsconcept onderbelicht. Er is nood aan wetenschappelijk onderbouwde methodes die accurater zijn op een ruimtelijk detailniveau en aan een integratie-inspanning van een multidisciplinair onderzoeksteam. Verder wil men ook stakeholders betrekken bij het inventariseren, karteren, monitoren, kwantificeren en bepalen van vraag en aanbod aan ecosysteemdiensten.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

De rol van biogeen silicium in waterplanten op de weerstand tegen hydrodynamisch stress. 01/01/2013 - 31/12/2014

Abstract

Waterplanten ervaren hydrodynamische stress wanneer ze in stromende habitats groeien. Een deel van deze stress wordt ontweken door met de stroming mee te buigen, maar toch ervaren ze nog in grote mate trek- en buigkrachten op hun weefsels. Om tegelijkertijd sterk en toch flexibel te zijn, is een uitgebalanseerde verhouding tussen celulose en lignine nodig, twee klassieke sterktemoleculen in de celwanden. Deze componenten zijn echter energetisch duur en er wordt gehypothetiseerd dat silicium een goedkoop alternatief zou kunnen zijn voor cellulose en lignine. Silicium onderzoek in waterplanten is een relatief nieuw veld, maar de eerste onderzoeken tonen nu reeds dat de opname van Si door de planten verstrekkende gevolgen kan hebben voor zowel de plant als het aquatische ecosysteem en de siliciumcyclus. In dit onderzoek willen we de knowhow van beide teams bundelen om het gebruik van silicium als sterktecomponent in waterplanten op experimentele wijze aan te tonen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Infrastructuur voor analyse en experimenten op ecosystemen (ANAEE). 01/11/2012 - 31/10/2016

Abstract

Het infrastructuurproject ANAEE zal Europa voorzien van een gedistribueerde en gecoördineerde set van experimentele, analytische en modelleringsplatformen om de respons van de belangrijkste continentale ecosystemen op veranderingen in omgeving en landgebruik te analyseren en voorspellen. AnaEE zal bestaan uit hoogwaardig uitgeruste in natura en in vitro experimentele platformen geassocieerd met gesofisticeerde analytische en modelleerplatformen, gekoppeld aan netwerken van observatie en monitoring doorheen Europa.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Het systeem bodem onder druk van klimaat en landgebruiksveranderingen (SOGLO). 01/10/2012 - 31/12/2017

Abstract

Ons onderzoeksconsortium stelt zich tot doel om beter inzicht te krijgen in de feedback tussen bodems enerzijds en sediment, nutriënten, water en koolstofomzetting anderzijds. We willen deze wisselwerking kwantificeren, in een zwaar door de mens beïnvloede context en over verschillende tijdsschalen (decennia tot millenia). Om dit ambitieuze doel te bereiken, beginnen we met de detailstudie van de interactie tussen deze bodemcomponenten over verschillende ruimtelijk en temporele schalen in specificiek gekozen studiegebieden, waar de mens op v erschillende manieren ingrijpt in het landschap.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Een Schelde-model uitgebreid met de effecten van de Rupel en van de sediment-water interactie met slikken en schorren in het zoetwatergetijdengebied. 01/10/2012 - 30/09/2016

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds IWT. UA levert aan IWT de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Het effect van begrazing op de biologische siliciumbuffer in subarctische ecosystemen (Finnmark, Noord-Noorwegen). 01/10/2012 - 30/09/2014

Abstract

De terrestrische silicium(Si)-export blijkt voor een groot deel gereguleerd te worden door de biologische lus in de terrestrische Si-cyclus. Het functioneren van deze "biologische Si-buffer" en zijn respons op menselijke activiteiten is echter weinig bestudeerd. Dit project is een pionierstudie in de kwantificering van de relatie tussen intensieve begrazing en het functioneren van de biologische Si-buffer in een subarctisch ecosysteem. Er wordt gewerkt op vier schalen, gaande van het plant-grazer niveau tot het niveau van de grote rivieren die uitmonden in het kustsysteem. De stocks en fluxen van Si worden steeds gekoppeld aan deze van N en P om het belang van de bagrazingseffecten voor zoetwater en mariene primaire productie te kunnen inschatten.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Toetsingsopdracht in het kader van de opmaak van de IHD-rapporten. 01/10/2012 - 31/10/2012

Abstract

De toetsing moet de IHD-overlegwerkgroep en de Vlaamse Regering garanderen dat zowel de aanpak van de kalibratie als de resultaten ervan van goede kwaliteit zijn en volstaan om op Vlaams niveau te streven naar een duurzame staat van instandhouding van de Europees te beschermen habitats en soorten, gegeven de criteria die de habitat- en de volgelrichtlijn daarvoor hanteren.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Ontwikkeling van een leidraad voor het kwantificeren van ecosysteemdiensten in estuaria. 01/09/2012 - 31/12/2012

Abstract

Om de economische waarde van de regulerende ecosysteemdiensten in een estuarium in te schatten, is eerst een goede identificatie en kwantificering van die diensten vereist. ECOBE zal voor regulerende diensten in eerste instantie een duidelijke identificatie doen, om vervolgens instrumenten aan te reiken voor een kwantificatie. De nodige data zullen verzameld worden voor een algemene kwantificatie, toepasbaar op verschillende West-Europese estuaria.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Ecotoopoppervlaktes en intactness index. 02/05/2012 - 31/12/2012

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds de Vlaams-Nederlandse Scheldecommissie. UA levert aan de Vlaams-Nederlandse Scheldecommissie de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Mesodroom. 26/04/2012 - 31/12/2017

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds de Vlaamse overheid. UA levert aan de Vlaamse overheid de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Aardobservatie voor het rechtstreeks in kaart brengen van regulerende ecosysteem diensten (ESSENSE). 01/02/2012 - 31/12/2013

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds de federale overheid. UA levert aan de federale overheid de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Evaluatie en actualisatie van de handleiding 'Economische waardering van ecosysteemdiensten' en de online tool 'Natuurwaardeverkenner'. 01/02/2012 - 01/02/2013

Abstract

Het doel van dit project is daarom om de handleiding 'Economische waardering van ecosysteemdiensten' en de eerste versie van de online rekentooi 'Natuurwaardeverkenner' te actualiseren, uit te breiden en gebruiksvriendelijker te maken. Omwille van de Europese en internationale belangstelling voor deze instrumenten (Europese Commissie, TEEB, ... ), is h€t verder ook de bedoeling om onderdelen van de Natuurwaardeverkenner en eventueel ook (stukken van) de handleiding in het Engels te vertalen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Raming van de baten geleverd door het Vlaamse Natura 2000 netwerk. 03/01/2012 - 02/01/2013

Abstract

Eind 2012 wil de Vlaamse overheid de habitatrichtlijngebieden op haar grondgebied definitief aanwijzen. Daarbij worden per Speciale Beschermingszone Instandhoudingsdoelen (IHD) gedefinieerd voor de Europees te beschermen habitats en soorten. Om deze IHD's te realiseren moeten de nodige maatregelen genomen worden en dit vergt investerings- en beheerkosten. Anderzijds worden ook een heel aantal baten gegenereerd. Het in kaart brengen van deze baten is het voorwerp van deze opdracht. De schatting van de baten geleverd door NATURA 2000 gebieden is zowel vereist voor het geheel van de gebieden als op site-niveau.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Steunpunt Ruimte - Duurzame Ruimte Vlaanderen (2012-2015). 01/01/2012 - 31/12/2015

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds de Vlaamse overheid. UA levert aan de Vlaamse overheid de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Interdisciplinair milieuonderzoek voor duurzaamheid en geïntegreerd beheer. 01/01/2012 - 31/12/2014

Abstract

Interdisciplinaire onderzoekssamenwerking en -netwerking in het domein van de milieuwetenschappen. De beoogde onderzoeksclusters die in het samenwerkingsverband worden opgezet en uitgewerkt zijn "Milieu en Gezondheidsrisico's", "Global change en Integraal land- en waterbeheer" waaronder waterbeheer, energie en klimaat, milieuzorg en duurzame ontwikkeling.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Het effect van slikken en schorren op de nutriëntenhuishouding in het zoetwater getijdegebied; de Schelde als studiegebied. 01/01/2012 - 30/09/2012

Abstract

Estuaria vormen de overgang van land naar zee en transporteren en transformeren tal van opgeloste en particulaire stoffen. Vele van deze stoffen kunnen echter tijdelijk worden gecapteerd in verschillende slikken en schorren, lateraal gelegen langsheen het estuarium met daarbij alle gevolgen voor de filterfunctie van een estuarium. De rol van de zoetwater getijdenzone is hier lange tijd onderkent geweest. Het doel van mijn onderzoek is het zogenaamde 'spiraling effect' van nutriënten vanuit slikken en schorren voor het zoetwater getijdegebied van de Schelde te onderzoeken. Daarbij stel ik als hypothese dat de biogeochemische processen in slikken en schorren van de Schelde even belangrijk zijn als de pelagiale processen. Hierbij wordt de laterale uitwisseling met het schor (1) en de verticale sediment-water interactie op het slik (2) onderzocht. Vervolgens wordt hiermee een model (3) opgebouwd die voor het eerst de bijdrage van de biogeochemische processen vanuit zowel slik en schor incorporeert in het zoetwater getijdegebied.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Vaststellen van het maximaal ecologisch potentieel/goed ecologisch potentieel voor kunstmatige en/of sterk veranderde Vlaamse waterlichamen - partim De Gavers (Harelbeke). 30/11/2011 - 29/11/2012

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds VMM. UA levert aan VMM de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Kwantificering van drempelvoorwaarden voor landwaartse erosie en zeewaartse aangroei van schoroevers. 01/10/2011 - 30/09/2013

Abstract

Dit project betreft fundamenteel kennisgrensverleggend onderzoek gefinancierd door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek-Vlaanderen. Het project werd betoelaagd na selectie door het bevoegde FWO-expertpanel.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

KPP Westerschelde Evaluatiemethodiek: opdrachtverlening werkzaamheden fase 2 - evaluatiemethodiek Schelde estuarium. 18/08/2011 - 15/12/2011

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds een privé-instelling. UA levert aan de privé-instelling de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Monitoring van adulte Culicoides langsheen de Zeeschelde op sites waar door W en Z in 2011 werken voorzien zijn, alsook voor larvale staalnames van Culicoides langsheen de volledige zoutgradiënt van de Schelde (CULIMON II). 01/05/2011 - 15/03/2012

Abstract

Doel van het project is inzicht te verwerven in het optreden van overlast veroorzaakt door knijten onder de huidige omstandigheden en in de nabije toekomst bij de aanleg van overstromingsgebieden langsheen de Zeeschelde en haar zijrivieren. Daarnaast zullen eveutele maatregelen in beeld worden gebracht die kunnen bijdragen aan de vermindering van deze overlast.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Studie naar de haalbaarheid van fytoremediatie gekoppeld aan het voorkomen van resuspensie van een met zware metalen verontreinigde waterbodem. 29/04/2011 - 28/04/2012

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds de OVAM. UA levert aan de OVAM de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Afrika op meso-schaal: adaptieve en geïntegreerde tools en strategieën voor beheer van natuurlijke hulpbronnen(AFROMAISON). 01/03/2011 - 31/05/2014

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds EU. UA levert aan EU de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Efficiëntie en tenuitvoerlegging van groene infrastructuur. 22/12/2010 - 21/12/2011

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds een privé-instelling. UA levert aan de privé-instelling de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Impact van landgebruik op siliciumfluxen: een ecosysteem signatuurstudie. 01/10/2010 - 30/09/2014

Abstract

Antropogene wijzingen in landgebruik hebben een sterke invloed hebben op bodemvorming, het voorkomen van biota en export van koolstof, stikstof en verweringsproducten. Kennis omtrent de biologische rol van silicium (Si) in deze context is daarentegen zeer beperkt. In dit onderzoek worden de effecten en interacties van verschillende types landgebruik op Si-cyclering en -export bestudeerd. Aan de hand van twee technieken (stabiele Si isotopen en sporenelementen/Si ratio) worden "Si-handtekeningen" opgesteld voor bovenstroomse bekkens in drie relevante landtypes in Vlaanderen (grasland, akkerland en bos). De signaturen worden vervolgens teruggezocht in benedenstroomse systemen; de koppeling gebeurt modelmatig. Finaal wordt Si-cyclering gelinkt met andere biogeochemische cycli (C, N, P).

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Het effect van begrazing op de biologische siliciumbuffer in subarctische ecosystemen (Finnmark, Noord-Noorwegen). 01/10/2010 - 30/09/2012

Abstract

De terrestrische silicium(Si)-export blijkt voor een groot deel gereguleerd te worden door de biologische lus in de terrestrische Si-cyclus. Het functioneren van deze "biologische Si-buffer" en zijn respons op menselijke activiteiten is echter weinig bestudeerd. Dit project is een pionierstudie in de kwantificering van de relatie tussen intensieve begrazing en het functioneren van de biologische Si-buffer in een subarctisch ecosysteem. Er wordt gewerkt op vier schalen, gaande van het plant-grazer niveau tot het niveau van de grote rivieren die uitmonden in het kustsysteem. De stocks en fluxen van Si worden steeds gekoppeld aan deze van N en P om het belang van de bagrazingseffecten voor zoetwater en mariene primaire productie te kunnen inschatten.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Kwantificering van drempelvoorwaarden voor landwaartse erosie en zeewaartse aangroei van schoroevers. 01/10/2010 - 30/09/2011

Abstract

Dit project betreft fundamenteel kennisgrensverleggend onderzoek gefinancierd door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek-Vlaanderen. Het project werd betoelaagd na selectie door het bevoegde FWO-expertpanel.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Opmaak van een studie over ecosysteemdiensten van de Zwinstreek in het kader van het REECZ. 01/09/2010 - 31/12/2011

Abstract

Deze studie zal op twee schaalniveaus werken: - op niveau van de Zwinstreek een analyse maken van ecosysteemdiensten; - de ecosysteemdiensten van het Zwin-natuurcomplex meer in detail bestuderen gekaderd in het functioneren van het omliggende landschap.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Bepalen en voorspellen van de impact van belangrijke milieustressoren op de functies en biodiversiteit van zoetwaterecosystemen 03/08/2010 - 02/06/2013

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds Erasmus Mundus - CONNEC. UA levert aan Erasmus Mundus - CONNEC de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Ontwikkeling evaluatiemethodiek ten behoeve van de systeemmonitoring Schelde estuarium. 01/03/2010 - 01/09/2010

Abstract

In de Ontwikkelingsschets-2010 Schelde-estuarium (OS2010) van 11 maart 2005 zijn door de Nederlandse en Vlaamse regering besluiten genomen betreffende de uitvoering van een groot aantal projecten in het Schelde-estuarium. Voor de projecten op het gebied van veiligheid tegen overstromen, toegankelijkheid en natuurlijkheid zijn specifieke besluiten genomen voor het uitvoeren van monitoring. In het kader van het verdrag over Gemeenschappelijk Beleid en Beheer werd vervolgens besloten om te komen tot één gezamenlijk monitoringprogramma. In deze studie wordt een evaluatiemethode opgesteld voor dit monitoringsprogramma. Definitie evaluatiemethodiek: hoe moeten de gegevens van de Vlaams-Nederlandse systeemmonitoring Schelde-estuarium verwerkt worden tot resultaten die een antwoord geven op of een bijdrage leveren aan de (maatschappelijke) vragen van beleid, beheer, belanghebbende en betrokkenen bij het Schelde-estuarium. De evaluatiemethodiek zal uiteindelijk bestaan uit een combinatie van modellen, andere methodieken als statistiek en experten oordeel. Gezien de complexheid van de materie, de nodige helderheid voor de procesgang en vanuit ervaringen met MOVE is verder besloten nu al een evaluatiemethodiek voor het toekomstige monitoringprogramma op te stellen. Deze methodiek moet door Nederland en Vlaanderen worden gedragen. Het monitoring programma van 10 oktober 2008 is uitgangspunt voor de evaluatiemethodiek. Met de methodiek zal om de 6 jaar een evaluatie van het functioneren van het hele systeem Schelde-estuarium worden uitgevoerd. Opdrachtgever voor de ontwikkeling van de evaluatiemethodiek is de Vlaams - Nederlandse Schelde Commissie (VNSC), vertegenwoordigd door de Stuurgroep O&M.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Koppeling van optische beeldverwerving en 2D-modellering voor studie aan ruimtelijke heterogeniteit in begroeide beken en rivieren. 01/01/2010 - 31/12/2013

Abstract

Het hoofddoel van dit project is het ontwikkelen en toepassen van nieuwe gebiedsdekkende optische meettechnieken met hoge ruimtelijke en temporele resoluties voor karakterisering van plantstromingsinteracties in rivierecosystemen en het geïntegreerde gebruik ervan in te ontwikkelen 2D-numerieke modellering binnen het STRIVE-pakket (het beschikbare rivierecosysteemmodel). Twee onderzoeksvelden worden onderscheiden: het hydraulische gericht op stroming, het biologische gericht op macrofyten.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Evolutie van getijdenrivieren (TIDE). 01/01/2010 - 31/03/2013

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds Interreg. UA levert aan Interreg de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Hot-spots in biologische transformatie van silica (Hobits). 01/01/2010 - 31/12/2012

Abstract

Dit onderzoek moet leiden tot een beter inzicht in de biologische buffer voor silicium in tropische ecosystemen. Het project richt zich op grote tropische wetlands: de Okavango Delta (Botswana) en de Fly River (Papua New Guinea), waar een intense biologische cyclering van silicium plaatsvindt. Het onderzoek past binnen het groeiende besef dat de siliciumcyclus op globale en lokale schaal gecontroleerd wordt door biota, en niet enkel door minerale verwering. Een onvoldoende kennis van deze biologische Si buffer verhindert de correcte kwantificering van geassocieerde mariene en terrestrische koolstofopslag.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Ecosystem services of Freshwater systems (ECOFRESH). 15/12/2009 - 31/01/2012

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds de federale overheid. UA levert aan de federale overheid de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Belgische ecosysteemdiensten: een nieuwe visie voor de interacties maatschappij-natuur (BEES). 15/12/2009 - 31/01/2012

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds de federale overheid. UA levert aan de federale overheid de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Effecten van onderhoud waterlopen op hergroei, biomassa en mogelijke bijsturing naar efficiëntere en goedkopere werkwijze. 04/12/2009 - 31/10/2010

Abstract

Een toegenomen hoeveelheid waterplanten, o.a. als gevolg van de verbeterde waterkwaliteit in combinatie met hoge stikstof-en fosforconcentraties, stuwt het water in onze waterlopen op. Landbouwers wensen daarom vaker een kruidruiming wat hogere kosten voor de waterbeheerder met zich meebrengt. In het Netebekken zijn echter een aantal waterlopen beschermd d.m.v. de Europese Habitatrichtlijn. Een aantal vissoorten moeten beschermd worden en ook de waterplanten in de waterloop hebben een hoge ecologische waarde. Kruidruimingen, zeker in het voorjaar en in de zomer, hebben een negatieve impact op de beschermde waterplanten en vissen. Door het regelmatig verwijderen van waterplanten kan het bovendien zijn dat de snelgroeiende soorten er juist hun voordeel uithalen waardoor de biomassa en de opstuwing nog meer zullen toenemen zodat het uiteindelijke doel van het beheer teniet gedaan wordt. Vandaar dat er nood is aan meer informatie over het effect van kruidverwijderingen op de soortensamenstelling en op de hergroei. Daarnaast zal het al dan niet verwijderen van vegetatie een groot effect hebben op de sedimentdynamiek. In het algemeen kan er gesteld worden dat de rivierbedding stabieler is in aanwezigheid van waterplanten. Op deze manier kan er voorkomen worden dat er sediment in suspensie komt zodat slibruimingen ook worden vermeden. Met dit onderzoek willen we enkele antwoorden bieden op praktische problemen gedurende kruidruimingen in de waterlopen van het Netebekken: -Wat is het effect van kruidruimingen op biomassa en diversiteit van waterplantensoorten? -Hebben kruidruimingen vroeg in het vegetatieseizoen hetzelfde effect op de soortensamenstelling als later uitgevoerde kruidruimingen? -Wat is het effect van kruidruimingen op het vis- en macro-invertebraten bestand? -Hoe snel is de hergroei na een kruidruiming? -Hoe groot is het aandeel van het volume verwijderde biomassa op de waterstanddaling in vergelijking met het aandeel van weerstandsverlaging?

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Interacties tussen hydrodynamica, geomorfologie en ecologie in het Schelde-estuarium 01/12/2009 - 30/11/2013

Abstract

Dit onderzoeksproject richt zich op het morfologisch beheer van het Schelde-estuarium, met nadruk op de interacties tussen menselijke ingrepen, hydrodynamica, geomorfologie en ecologie. Meerbepaald worden in dit project de processen onderzocht die verantwoordelijk zijn voor de laterale erosie en aangroei van schoroevers. Daarbij wordt speciale aandacht besteed aan: 1) de relatieve impact van menselijke factoren (scheepsgolven) en natuurlijke factoren (windgolven enz.) op de erosie of aangroei van schoroevers. 2) de potentiële rol van vegetatie als duurzame en kost-efficiënte bescherming tegen oevererosie.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Impact van verontreinigende sedimenten op de ecologische toestand in de Antwerpse havendokken. 01/12/2009 - 30/11/2013

Abstract

ECOBE en het Havenbedrijf verbinden er zich toe om een samenwerking op te zetten rond de uitwerking en verdieping van onderzoek naar de impact van verontreinigende sedimenten op de ecologische toestand in de Antwerpse havendokken, in het bijzonder inzake de verbanden tussen enerzijds het behalen van een goed ecologisch potentieel in de havendokken en anderzijds het voorkomen van toxische stoffen in de sedimenten van de Antwerpse havendokken en resuspensie van sedimenten ten gevolge van scheepvaart en baggeractiviteiten.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Estuarien morfologisch beheer voor optimalisering van overstromingspreventie, haventoegankelijkheid, en ecologie 01/12/2009 - 30/11/2013

Abstract

In dit project worden de mogelijkheden onderzocht om via morfologisch beheer van het Schelde estuarium (door strategisch baggeren en storten van sediment) de 3 hoofdfuncties van het estuarium gezamenlijk te optimaliseren: 1) Het estuarium moet bescherming bieden tegen overstromingen in de dichtbevolkte gebieden langs het estuarium. Morfologische ingrepen moeten leiden tot een optimale afremming van de landwaartse voortplanting van getijdengolven, stormvloeden, en zeespiegelstijging, en moeten bijgevolg bijdragen aan de bescherling tegen overstromingen. 2) Het estuarium moet toegang bieden voor zeescheepvaart naar de Antwerpse haven. Morfologische ingrepen moeten er op gericht zijn om de getijdenstroming te concentreren naar de vaargeulen en zodoende het zelf-eroderende vermogen van de geulen te maximaliseren. 3) Het estuarium herbergt Europees beschermde ecosystemen. Morfologische ingrepen moeten er op gericht zijn om de variatie in estuariene habitats te garanderen. Dit wordt onderzocht door gekoppelde hydrodynamische, geomorfologische, en ecologische modellering.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Ecoplan. 01/12/2009 - 30/11/2010

Abstract

Het concept ecosysteemdiensten heeft een enorm potentieel om te komen tot een onderbouwd en duurzaam beheer van onze open ruimte en natuurlandschappen. Het vinden van een balans tussen ecocentrische en antropocentrische belangen is altijd al een moeilijke oefening geweest. Het concept ecosysteem diensten toont aan dat deze tegenstelling slechts schijn is. Het beschouwen van natuur en landschappen als producenten van ecosysteemdiensten is een veelbelovend concept dat ons in staat stelt om natuur en landschap te waarderen. Het concept ecosysteemdiensten biedt een uniek kader waarbinnen men de verschillende sociale, economische en omgevingsaspecten kan samenbrengen en integreren. De economische waardering van ecosysteemdiensten biedt bovendien duidelijk mogelijkheden om het maatschappelijke en economische belang van ecosystemen in rekening te brengen. Een dergelijke waardering van ecosysteemdiensten is enkel mogelijk indien deze geschoeid is op een grondige kennisbasis. Zowel de maatschappelijke vraag naar ecosystemen als de ecologische mechanismen die de ES leveren zijn onderhevig aan een grote variabiliteit en heterogeniteit. De doelstelling van dit project is het mobiliseren van een maatschappelijk brede gebruikersgroep waarvoor het concept ecosysteemdiensten van belang kan zijn voor een betere onderbouwing van besluitvorming inzake planning, advisering en uitvoering van natuurontwikkelingsprojecten, grote infrastructuurprojecten, ruimtelijke planning en waterbeheer die een invloed kunnen hebben op de levering van ecosysteemdiensten. De noden en behoeften vanuit deze gebruikersgroep moeten vervolgens geconcretiseerd worden in onderzoeksvragen. Welke kennis en techniek is nodig en welk (onderzoeks)traject kan gevolgd worden om hieraan invulling te geven. Prioritering van de onderzoeksvragen in functie van maatschappelijk belang, de haalbaarheid van het (onderzoeks)traject en de synergie tussen de onderzoekstrajecten. Dit moet dan leiden tot het ontwikkelen van een robuuste methodiek om vraag en aanbod van ecosysteemdiensten te identificeren, kwantificeren en monetariseren op een ruimtelijk gedifferentieerde manier. De aanpak en uitwerking kan specifiek zijn, in functie van de ecologische processen en mechanismen die ten grondslag liggen aan de levering van een bepaalde ecosysteemdienst.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Integratie van de biologische siliciumbuffer in biogeochemische modellen. 01/10/2009 - 30/09/2013

Abstract

Dit project is een gedetailleerde pionierstudie van de tot op heden ongekende reactiviteit van ecosysteemgebonden silicium in de bodem. De reactiviteit wordt gekwantificeerd door toepassing van een innovatieve extractiemethode en door middel van gedetailleerde dissolutie-experimenten. Ze wordt bestudeerd in een reeks van bio-Si hotspots (graslanden, bossen, wetlands) alsook in antropogeen beïnvloede systemen (akkerland). De detailstudie van de reactiviteit is een noodzakelijke voorwaarde voor de incorporatie van deze buffer in biogeochemische modellen op bekkenschaal en lokale schaal.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

De biogeochemische cyclus van zware metalen in natuurlijke zoetwaterschorren en gecontroleerde overstromingsgebieden. 01/10/2009 - 31/12/2012

Abstract

Als overgangsgebieden tussen land en zee herbergen estuaria specifieke en waardevolle ecosystemen en fungeren vaak als filter voor de door menselijke activiteiten verhoogde vracht van nutriënten en verontreinigende stoffen. Hierbinnen spelen intertidale gebieden een belangrijke rol. Door de geplande Gecontroleerde OverstromingsGebieden met Gecontroleerd Gereduceerd Getij (GGG) onder invloed van de getijdenwerking te plaatsen kan het areaal aan de natuurlijke intertidale gebieden uitgebreid worden. Binnen het pilootproject GGG Lippenbroek en mesocosmosopstelling in Kruibeke wordt beoogd het effect van de aanwezige contaminatie van zware metalen in kaart te brengen. De nadruk wordt gelegd op biobeschikbaarheid en de interactie met biota. De metaalcyclus vanaf opname door planten tot decompositie zal worden onderzocht. Hierbij wordt het GGG vergeleken met ingepolderde gebieden en natuurlijke slikken en schorren.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Macrofytenpatches als biogeochemische hotspots: impact op waterkwaliteit van rivieren? 01/10/2009 - 30/09/2011

Abstract

Macrofytenpatches als biogeochemische hotspots: impact op waterkwaliteit van rivieren? 1. Probleemstelling In aquatische ecosystemen zijn waterplanten (macrofyten) belangrijk voor de structurele biodiversiteit. Als primaire producenten zijn zij van levensbelang voor zeer veel organismen. Ook op systeemniveau spelen macrofyten een zeer belangrijke rol. De processen die hierbij belangrijk zijn en de omstandigheden waaronder deze plaatsvinden zijn echter onvoldoende gekend. Toch is een goede kennis belangrijk om bijvoorbeeld juiste beleidsdaden te kunnen nemen m.b.t. de verbetering van onze oppervlaktewateren. Bovendien impliceert hun aanwezigheid ook grote invloeden naar de ganse hydraulica toe. Macrofyten hebben als "ecological engineers" een directe invloed op stroomsnelheidspatronen en patronen in sedimentatie en erosie. Veranderingen in deze patronen hebben een rechtstreekse invloed op de biodiversiteit. 2. Doelstelling Het is de bedoeling het basisidee te testen of macrofytenpatches in een waterloop biogeochemische hotspots zijn. Er zijn immers sterke indicaties dat de processen in de bodem onder macrofytenpatches een grotere impact hebben op de waterkwaliteit dan de tot hiertoe onderzochte pelagische processen. Om deze hypothese te toetsen zijn er drie onderzoeksvragen vooropgesteld: 1) Bestaan er biogeochemische hotspots in macrofytenpatches en welke is hun kwantiteit? 2) Welke maximale breedtes en lengtes kunnen patches onder gegeven omstandigheden aannemen? 3) Wat is theoretisch de totale maximale oppervlakte die patches kunnen innemen in een stuk waterloop onder gegeven omstandigheden (en wat is het totale effect van deze patches op waterkwaliteit)? 3. Methodiek en technologie Onderzoeksvraag 1) zal beantwoord worden door data te verzamelen in het veld. In nauwkeurig gekozen patches zal het organische materiaal gekarakteriseerd worden en denitrificatie- en siliciumprocessen als proxi opgevolgd worden. Al deze data worden dan rechtsreeks gekoppeld aan patronen van stroomsnelheid, sedimentatie en erosie in en rond de patch. Hierbij komen veldwerktechnische aspecten aan bod (stroomsnelheidmetingen, meten van denitrificatie in situ, staalname, labotechnieken voor analyse,¿). De resultaten worden achteraf zowel met een diagenetisch model als statistisch geanalyseerd. Onderzoeksvraag 2) zal beantwoord worden aan de hand van de resultaten van in situ experimenten. Hierbij worden in bestaande waterlopen flumes gecreëerd waarin de limiterende factoren (stroomsnelheid, erosie-sedimentatie) voor patchgroei worden gekwantificeerd. Ook worden de dimensies van een groot aantal patches opgemeten ter vergelijking met de flume experimenten. Onderzoeksvraag 3) wordt modelmatig benaderd met het Delft3D-model. De data van onderzoeksvraag 1 zullen het model kalibreren, de data van onderzoeksvraag 2 zullen het model valideren. Met dit model willen we de impact van macrofytenpatches op waterkwaliteit schatten voor grotere riviertrajecten (100-1000 m).

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Klimaatverandering en de veranderingen in de ruimtelijke structuren in Vlaanderen (CcASPAR). 01/01/2009 - 31/12/2012

Abstract

De Wetenschappelijke doelstellingen van het onderzoeksproject kunnen worden omschreven als: -een kwalitatieve verkenning door middel van ontwerpend onderzoek van mogelijke planningsconcepten voor een meer adaptieve benadering van veranderingen in ruimtelijke structuren ten gevolge van klimaatverandering. -een wetenschappelijke evaluatie en waardering van bestaande planningsinstrumtenten en bestuurskundige mechanismen voor de implementatie van ruimtelijke planningsstrategieën in relatie tot klimaatverandering.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Bepaling van de biologische controle op de vrijstelling van Si in bovenstroomse ecosystemen. 01/01/2009 - 31/12/2012

Abstract

Antropogene wijzigingen in landgebruik haddengedurende de laatste millenia een sterke invloed hadden op het voorkomen van biota en op bodemvorming. Wijzigingen in landgebruik kunnen een sterk effect hebben op de export van koolstof, stikstof en verweringsproducten. De schrale kennis van de biologische component in de Si biogeochemie genereert een uitdaging om het effect van dit gewijzigde landgebruik op de Si cyclus te voorspellen. Doel van het project is om dit fundamenteel kennishiaat op te vullen. We willen meer inzicht krijgen in hoe de siliciumcyclus wordt beïnvloed door menselijk ingrijpen in een rivierbekken met een gematigd klimaat. Dit willen we bereiken via een gedetailleerde en geïntegreerde analyse van siliciumvoorraden, 'pathways', fluxen en omzettingen, met gebruik van geavanceerde analysetechnieken. In deze context is het scheldebekken extra interessant omdat het hogere Dsi concentraties heeft dan andere systemen wereldwijd, en dit is potentieel gelinkt aan menselijke invloed.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Macrophyten en nutriënt dynamiek: proces en veldstudies in de bovenlopen van rivieren - Manudyn II. (tweede fase) 01/01/2009 - 31/01/2011

Abstract

Doordat in situ, heterogene en complexe interacties ontstaan tussen waterstroming, sediment en macrofyten patches, is het bestuderen van het effect van licht, temperatuur en nutrienten op de groei en degradatie van macrofyten een complex process (MANUDYN en andere projecten). Daarom zullen er in MANUDYN II experimenten uitgevoerd worden op verschillende schalen met een stijgende complexiteit, gaande van individuele planten naar een complexe interactie van verschillende planten patches. Op de ruimtelijke schaal zal dit project opgesplitst worden in drie delen: individuele planten, planten patchen en rivier secties. Hierdoor zullen we meer inzicht krijgen in de ruimtelijke engineering capaciteit van macrofyten. Het koloniseren van historisch verontreinigde rivieren zal immers plaats vinden vanuit individuen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Landgebruik en het transport van silicium doorheen het Scheldebekken. (LUSi - tweede fase) 01/01/2009 - 31/01/2011

Abstract

Dit project stelt zich als doel na te gaan of siliciumstromen doorheen het Scheldebekken, en uiteindelijk naar de Noordzee, veranderd zijn door menselijke ingrepen in het landgebruik. Oppervlakige siliciumrun-off, ondergrondse stromen van Si en de opname en vrijstelling door vegetatie, worden bestudeerd in verschillende landschapssystemen. Gemodelleerde resultaten zullen worden toegepast voor landgebruik doorheen de geschiedenis, om de potentiële verandering van Si-stromen in kaart te brengen. Lokale experimenten op de schaal van enkelvoudige percelen zullen worden uitgevoerd in verschillende landschapstypes, om zo tot een kwantificering van zowel oppervlakkig als ondergronds transport van BSi, DSi en sediment te komen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Opmaak en uitwerking van een ecologisch landschapsmodel als modelmatig beheersinstrument voor de ecologische infrastructuur in de Antwerpse haven. 15/12/2008 - 15/07/2011

Abstract

In dit project wordt een landschapsecologisch model uitgewerkt dat kwantitatieve uitspraken toelaat over het effect van geplande of gerealiseerde ingrepen in het Havengebied op de verbindingsmogelijkheden tussen natuurlijke dierenpopulaties. Het model is gebaseerd op de analyse van minimale-kostpaden in functie van landschappelijke weerstand. Het model wordt afgestemd op een aantal doelsoorten waaronder rugstreeppad, vleermuizen en enkele nog te bepalen soorten. Het project zal een bruikbaar instrument leveren om het functioneren van de Ecologische Infrastructuur in de haven te kunnen monitoren.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Uitvoering van een literatuurstudie met betrekking tot plantengroei en een modellering van sedimenttransport en oppervlaktewater in en rond het gebied 'Bankei' te Balen. 18/11/2008 - 17/11/2009

Abstract

Het projectteam binnen deze studie bestaat uit leden van de onderzoeksgroep Ecosysteembeheer van de Universiteit Antwerpen en van het Laboratorium voor Hydraulica van de Ugent. Beide onderzoeksgroepen werken reeds samen omtrent de hydrologische modellering van waterlopen. In dit project zal er echter gekeken worden naar de invloed van vegetatie op sedimentatie en erosie in het gebied de Bankei. Het Laboratorium voor Hydraulica werkt binnen dit project als onderaannnemer. De opdeling van de taken is daarom zeer duidelijk gesplits. Namelijk de literatuurstudie zal worden uitgevoerd door de onderzoeksgroep Ecosysteembeheer. Deze groep heeft immers een jarenlange ervaring met het onderzoek naar waterplanten en de effecten van biota op het gedrag van sediment en heeft zodoende ook toegang tot de relevante literatuur voor dit onderwerp. Het modelleringsgedeelte en het scenario gedeelte vallen dan weer onder de verantwoordelijkheid van het Laboratorium voor Hydraulica van de Ugent.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Integratie van ecologie, sociologie en economie in het waterbeleid door middel van een beleidsondersteunend model. 01/10/2008 - 30/09/2012

Abstract

Het Integraal Waterbeleid heeft nood aan beleidsondersteunende instrumenten. Een metamodel wordt ontwikkeld dat de ontwikkeling van beleidsscenario"s op basis van eco-fysische, sociale en economische data ondersteund met speciale aandacht voor ecosysteemdiensten Hierbij is economische valorisatie en de inbreng van een Multi-stakeholder Platform van toekomstige gebruikers van vitaal belang.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Effect van nutriënten limitatie (fosfor limitatie) op de floristische diversiteit in een onverstoord wetland. 01/10/2008 - 30/09/2010

Abstract

Verschillende factoren bepalen de gerealiseerde soortengemeenschap in een wetland bepalen. Hydrologie beïnvloedt de plantbeschikbare nutriënten, direct door de aanvoer via grondwater, overstromingswater, ... en indirect via de grondwaterstand die het vochtgehalte van de bodem, en dus de redoxpotentiaal bepaalt, wat oa de beschikbaarheid van P (fosfaat), de vorm waaronder N (stikstof) beschikbaar is, ... beïnvloedt. De hoeveelheid beschikbare nutriënten wordt verder ook bepaald door het type van beheer. Zo zorgt maaibeheer bvb voor de afvoer van bovengrondse biomassa en dus nutriënten, terwijl bemesting de hoeveelheid beschikbare nutriënten verhoogt. De plantenstrategie bepaalt hoe planten omgaan met de hoeveelheid beschikbare nutriënten. Zo beschikken meerdere zegge- en grassoorten over de mogelijkheid om tussocks te vormen, een groeivorm waarbij veel van de biomassa en nutriënten opgeslagen wordt in de tussocks zelf. Bij een hoge biomassaproductie treedt er vaak een sterke lichtcompetitie op waardoor sommige soorten weggeconcurreerd kunnen worden. De hiervoor vermelde tussockstrategie laat sommige soorten ook toe te ontsnappen aan de lichtcompetitie van andere kruidachtige of grasachtige planten, tegelijk veroorzaken zij lichtcompetitie voor andere soorten. De gerealiseerde soortengemeenschap wordt dus enerzijds bepaald door de potentiële soortengemeenschap, maw het totale aantal soorten dat op een bepaalde plaats zou kunnen voorkomen in afwezigheid van stress, competitie of verstoring en anderzijds de factoren zoals sensitiviteit voor anoxia, lichtcompetitie, ... die er voor zorgen dat sommige soorten verdwijnen uit de gemeenschap.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Studie over ecosysteemdiensten in Vlaanderen. 07/08/2008 - 06/08/2009

Abstract

"Ecosystem Services" of ecosysteemdiensten zijn de voordelen die de mens haalt uit de ecosystemen. In Vlaanderen is dit concept echter nog maar weinig ingeburgerd. Toch bezit het concept een heel groot potentieel om een bredere basis te geven aan het natuurbehoud in Vlaanderen. Al te veel wordt natuurbehoud nog gezien als een marginaal fenomeen met beperkte maatschappelijke relevantie. Het beschrijven en evalueren van ecosysteemdiensten laat toe om meer onderbouwde keuzes te maken in functie van een duurzame ontwikkeling. Om deze benadering ook in Vlaanderen ingang te doen vinden is er dringend behoefte aan meer kennis en inzicht over de ecosysteemdiensten in Vlaanderen .Deze opdracht wil hiervoor de basis leggen. De studie omvat 2 delen. Deel 1 moet een globale analyse leveren van welke ecosysteemdiensten in Vlaanderen belangrijk zijn en wat hun huidige toestand is. Dit kan enkel een globale analyse zijn, maar is wel ruimtelijk gedifferentieerd. Deel 2 van de studie gaat dan een aantal voorbeeldprojecten in concreto uitwerken waarbij de onderbouwing via het concept ecosysteemdiensten heel duidelijk is en als voorbeeldprojecten kunnen gebruikt worden.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Effect van klimaatverandering op rivierhydrologie en ecologie: een gevalstudie voor interdisciplinair beleidsgericht onderzoek. (SUDEM CLI) 01/04/2008 - 30/11/2010

Abstract

De impact van de klimaatsverandering op rivier hydrologie en ecologie geniet een groeiende belangstelling en heeft implicaties, niet alleen voor waterbeheer maar ook voor het socio-economische beleid. Gezien de klimaatswijziging een zodanige diversiteit aan disciplines beïnvloedt, moet het onderzoek hieromtrent noodzakelijkerwijs ook multidisciplinair zijn. Het ADAPT project, in synergie met het CCI-HYDR project, bestudeert al de impact van overstromingsscenario's (frequentie, duur, hoogte en seizoen) op de vegetaties van riviervalleien en het aquatische ecosysteem. In deze projecten wordt, door de gekozen focus en beperkingen in tijd en middelen, de kwaliteit van het overstromingswater niet meegenomen in de werkplannen. Literatuur studie en de eerste resultaten van de ecologische impact studies, geven evenwel duidelijk aan dat het ontbreken van informatie over waterkwaliteit een belangrijke handicap vormt om de impact van bepaalde veranderingen in overstromingsregimes op het ecosysteem in te schatten. Dit punt kwam ook naar voor in vragen gesteld tijdens de kick-off meeting van de BELSPO SSD projecten op 26 maart in Brussel. Bij het integreren van klimatologische, hydrologische en ecologische informatie worden we onmiddellijk geconfronteerd met de discussie over een adequate schaal in ruimte en tijd, het gebruik van indicatoren en de keuze van duurzame maatregelen. Ervaringen binnen de ABC-impact, CCI-HYDR en ADAPT projecten tonen duidelijk de nood aan van een goede communicatie en wederzijds begrip van en voor vraag en aanbod van de drie disciplines. De interdisciplinaire focus van de lopende onderzoeksprojecten blijft te beperkt. Bovendien is het niet alleen belangrijk om de oorzaken en omvang van de klimaatsverandering en de onzekerheden hierin te kennen, maar het is evenzeer belangrijk om te weten met welke mate van onzekerheid beleidsmakers verder kunnen. De vraag is dan ook hoe de onzekerheden, geassocieerd aan de projecties van regionale klimaatsveranderingen, moeten gecommuniceerd worden en hoe die bij besluitvorming moet meegenomen worden. De doelstelling van dit onderzoek is om "key experts" uit de klimatologische, hydrologische en ecologische onderzoeksgemeenschappen samen te brengen met waterbeheerders en beleidsmakers om de besluitvorming rond de impact van klimaatsverandering op de ecosystemen van rivieren en riviervalleien te verbeteren. Dit zal bereikt worden via een serie workshops waar relevante onderzoekstopics zullen bediscussieerd worden in open multidisciplinaire teams (klimatologen, hydrologen, waterbouwkundig ingenieurs, ecologen en beleidsverantwoordelijken). Sociologen en economen uit de lopende ADAPT en CCI-HYDR projecten zullen uitgenodigd worden om deel te nemen aan de workshops en hun expertise in te brengen in de algemene discussie rond klimaatsveranderingen en duurzame oplossingsstrategieën. Het onderzoek zal zich toespitsen op de case studie "Grote Nete en Grote Laak" wat ons zal toelaten enerzijds alle relevante kwesties te behandelen maar anderzijds ons voldoende de te focussen. De resultaten van de klimaat projecties (RCM simulaties resultaten van de EU PRUDENCE en ENSEMBLE projecten, de CLM run aan de UCL binnen het ABC impacts project, en GCM resultaten ter beschikking gesteld door het IPCC) veranderingen in stroomregimes (CCI-HYDR project) geassocieerd met water kwaliteit (beperkte focus in CCI-HYDR project) en ecologie/biodiversiteit (beperkte focus in ADAPT) en verder uitgediept binnen dit voorstel, zullen samen gebracht en geïntegreerd worden met als doel betere projecties te maken van de impact om habitat kwaliteit en diversiteit. Daarom wordt speciale aandacht besteed aan de integratie van de technische wetenschappelijke resultaten in de deelbekkenbeheersplannen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Een nieuwe meettechniek gekoppeld aan een nieuwe modelbenadering voor de bepaling van de effectieve valsnelheid van een flocculerend sediment in estuaria. 01/01/2008 - 31/12/2011

Abstract

(1) De voornaamste doelstelling van dit onderzoeksvoorstel is de ontwikkeling van een nieuw en betrouwbaar systeem voor het opmeten in-situ en in real-time van de beweging van zwevende partikels tegelijkertijd met de meting van de turbulentie en van de grootte en de valsnelheid van de partikels. Dit moet toelaten om voornoemde tekortkomingen van de gangbare technieken te boven te komen. (2) Het toepassen van de nieuw ontwikkelde techniek en het bestuderen van de interactie tussen de valsnelheid van de partikels en de turbulentie op mesoschaal in het laboratorium en op macroschaal in de Schelde. (3) Tenslotte wil dit onderzoeksproject de kloof dichten tussen de veldwaarnemingen enerzijds en de simulatie en de voorspelling van de flocculatie aan de hand van wiskundige modellen anderzijds. Dit houdt in dat er een terugkoppeling plaats vindt van het model naar de interpretatie van de metingen uitgevoerd met de nieuwe techniek. Zodoende zal de complementaire en multidisciplinaire aard van dit onderzoeksvoorstel leiden tot een karakterisering van het verband tussen de waterstroming enerzijds en de interactie tussen vlokken en turbulentie anderzijds, en tot de ontwikkeling van een geïntegreerd sedimenttransportmodel dat met de realiteit overeenstemt en toepasbaar zal zijn in beheersbeslissingen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Bepalen van de maximaal en het goed ecologisch potentieel, alsook de huidige toestand voor de zeventien Vlaamse (gewestelijke) waterlichamen die vergelijkbaar zijn met de categorie meren - partim Galgenweel. 01/11/2007 - 01/12/2008

Abstract

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Nutriëntcyclering in wetlands langsheen een klimatologische gradiënt: effecten van bemesting, drainage en klimaat. 01/10/2007 - 30/09/2010

Abstract

Eén van de belangrijkste ecosysteemprocessen is decompositie. Decompositie speelt een sleutelrol in de nutriëntkringlopen, is één van de hoofdfactoren die de plantengroei kunnen limiteren en kan bovendien de soortsamenstelling wezenlijk beïnvloeden. De laatste 50 jaar zijn de ganzenaantallen aanzienlijk gestegen. Dit is hoofdzakelijk te wijten aan veranderingen in het landgebruik en een verminderde jachtdruk in hun winterhabitat. Om de gevolgen van deze veranderingen volledig te begrijpen zijn studies naar de ecosysteemprocessen in zowel hun winterhabitat in gematigde regio's als hun broedhabitat in het hoge noorden noodzakelijk. In dit project zullen we onderzoeken hoe ganzenbegrazing decompositie- en gerelateerde processen beïnvloeden: naast de decompositie zullen de stikstof- en koolstofcyclus, de microbiële gemeenschappen en de beschikbaarheid van nutriënten voor planten onderzocht worden.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

De biogeochemische cyclus van zware metalen in natuurlijke zoetwaterschorren en gecontrolleerde overstromingsgebieden. 01/10/2007 - 31/12/2009

Abstract

Als overgangsgebieden tussen land en zee herbergen estuaria specifieke en waardevolle ecosystemen en fungeren vaak als filter voor de door menselijke activiteiten verhoogde vracht van nutriënten en verontreinigende stoffen. Hierbinnen spelen intertidale gebieden een belangrijke rol. Door de geplande Gecontroleerde OverstromingsGebieden met Gecontroleerd Gereduceerd Getij (GGG) onder invloed van de getijdenwerking te plaatsen kan het areaal aan de natuurlijke intertidale gebieden uitgebreid worden. Binnen het pilootproject GGG Lippenbroek en mesocosmosopstelling in Kruibeke wordt beoogd het effect van de aanwezige contaminatie van zware metalen in kaart te brengen. De nadruk wordt gelegd op biobeschikbaarheid en de interactie met biota. De metaalcyclus vanaf opname door planten tot decompositie zal worden onderzocht. Hierbij wordt het GGG vergeleken met ingepolderde gebieden en natuurlijke slikken en schorren.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Macrofytenpatches als biogeochemische hotspots: impact op waterkwaliteit van rivieren? 01/10/2007 - 30/09/2009

Abstract

Macrofytenpatches als biogeochemische hotspots: impact op waterkwaliteit van rivieren? 1. Probleemstelling In aquatische ecosystemen zijn waterplanten (macrofyten) belangrijk voor de structurele biodiversiteit. Als primaire producenten zijn zij van levensbelang voor zeer veel organismen. Ook op systeemniveau spelen macrofyten een zeer belangrijke rol. De processen die hierbij belangrijk zijn en de omstandigheden waaronder deze plaatsvinden zijn echter onvoldoende gekend. Toch is een goede kennis belangrijk om bijvoorbeeld juiste beleidsdaden te kunnen nemen m.b.t. de verbetering van onze oppervlaktewateren. Bovendien impliceert hun aanwezigheid ook grote invloeden naar de ganse hydraulica toe. Macrofyten hebben als "ecological engineers" een directe invloed op stroomsnelheidspatronen en patronen in sedimentatie en erosie. Veranderingen in deze patronen hebben een rechtstreekse invloed op de biodiversiteit. 2. Doelstelling Het is de bedoeling het basisidee te testen of macrofytenpatches in een waterloop biogeochemische hotspots zijn. Er zijn immers sterke indicaties dat de processen in de bodem onder macrofytenpatches een grotere impact hebben op de waterkwaliteit dan de tot hiertoe onderzochte pelagische processen. Om deze hypothese te toetsen zijn er drie onderzoeksvragen vooropgesteld: 1) Bestaan er biogeochemische hotspots in macrofytenpatches en welke is hun kwantiteit? 2) Welke maximale breedtes en lengtes kunnen patches onder gegeven omstandigheden aannemen? 3) Wat is theoretisch de totale maximale oppervlakte die patches kunnen innemen in een stuk waterloop onder gegeven omstandigheden (en wat is het totale effect van deze patches op waterkwaliteit)? 3. Methodiek en technologie Onderzoeksvraag 1) zal beantwoord worden door data te verzamelen in het veld. In nauwkeurig gekozen patches zal het organische materiaal gekarakteriseerd worden en denitrificatie- en siliciumprocessen als proxi opgevolgd worden. Al deze data worden dan rechtsreeks gekoppeld aan patronen van stroomsnelheid, sedimentatie en erosie in en rond de patch. Hierbij komen veldwerktechnische aspecten aan bod (stroomsnelheidmetingen, meten van denitrificatie in situ, staalname, labotechnieken voor analyse,¿). De resultaten worden achteraf zowel met een diagenetisch model als statistisch geanalyseerd. Onderzoeksvraag 2) zal beantwoord worden aan de hand van de resultaten van in situ experimenten. Hierbij worden in bestaande waterlopen flumes gecreëerd waarin de limiterende factoren (stroomsnelheid, erosie-sedimentatie) voor patchgroei worden gekwantificeerd. Ook worden de dimensies van een groot aantal patches opgemeten ter vergelijking met de flume experimenten. Onderzoeksvraag 3) wordt modelmatig benaderd met het Delft3D-model. De data van onderzoeksvraag 1 zullen het model kalibreren, de data van onderzoeksvraag 2 zullen het model valideren. Met dit model willen we de impact van macrofytenpatches op waterkwaliteit schatten voor grotere riviertrajecten (100-1000 m).

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Zomerschool "Sustainable Water Management & Technology " in verstedelijkte gebieden. 01/06/2007 - 14/03/2009

Abstract

De Summer Course Water Management & Technology in Urbanised Areas is er op gericht om een bijdrage te leveren voor een beter waterbeheer op bekkenschaal waarbij kennisuitwisseling tussen Zuid en Noord een van de aspecten is. Bovendien is de zomercursus er op gericht om in een stuk training te voorzien, waarbij het de bedoeling is de deelnemers inzicht te geven in integraal waterbeleid, de ontwikkelingen in de watersector en de wereldwijde waterproblematiek. Het accent zal hierbij liggen op waterbeheer en -gebruik en watertechnologie in dichtbevolkte gebieden en grote steden. Tevens zal zeer grote aandacht gaan naar waterhergebruik, waterbesparing en geïntegreerde systemen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Project website

Studie voor het opstellen en uitvoeren van een monitoringsprogramma voor natuurvriendelijke oevers langs het Zeekanaal in Grimbergen. 01/01/2007 - 31/01/2011

Abstract

Langs het kanaal Schelde-Brussel zijn verschillende typen natuurvriendelijke vooroeververdediging aangelegd. Deze zijn telkens aangelegd op enkele meters van de aangrenzende vaste oever, met verbindingsbuizen naar het kanaal. Hierdoor ontstaat tussen de vooroeververdediging en de vaste oever een nagenoeg afgesneden geïsoleerd stuk water waarin de waterdynamiek minder sterk is als in het aangrenzende kanaal. Zowel de vooroeververdediging zelf als deze geïsoleerde waterlichamen kunnen mogelijk als substraat fungeren voor verscheidene planten- en dierensoorten en hiermee, naast het leveren van beschermling, de locale biodiversiteit verhogen. In deze studie zal het effect van de vooroeververdediging op de biodiversiteit worden gekwantificeerd. Soortgroepen die over enkele jaren zullen worden gemonitoord zijn: hogere planten, vissen, macro-invertebraten en vogels. Verloop in soortensamenstlling en aandeel per soort zal worden geëvalueerd als functie van vooroeververdedigingstype en tijd. De studie zal resulteren in een aanbeveling die aangeeft welke type vooroeververdediging zal leiden tot in de hoogste biodiversiteit.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Landgebruik en het transport van silicium doorheen het Scheldebekken. (LUSi) 01/01/2007 - 31/07/2009

Abstract

Dit project stelt zich als doel na te gaan of siliciumstromen doorheen het Scheldebekken, en uiteindelijk naar de Noordzee, veranderd zijn door menselijke ingrepen in het landgebruik. Oppervlakige siliciumrun-off, ondergrondse stromen van Si en de opname en vrijstelling door vegetatie, worden bestudeerd in verschillende landschapssystemen. Gemodelleerde resultaten zullen worden toegepast voor landgebruik doorheen de geschiedenis, om de potentiële verandering van Si-stromen in kaart te brengen. Lokale experimenten op de schaal van enkelvoudige percelen zullen worden uitgevoerd in verschillende landschapstypes, om zo tot een kwantificering van zowel oppervlakkig als ondergronds transport van BSi, DSi en sediment te komen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Structuurkenmerken en pollutie als sturende factoren voor het voorkomen van macroinvertebraten. 01/01/2007 - 31/12/2008

Abstract

Macroinvertebraten hebben verschillende niveaus van gevoeligheid voor vervuiling. Effecten veroorzaakt door pollutie uiten zich zowel in acute sterfte, groeivermindering als gedragsveranderingen. Van sommige macroinvertebraten is tevens aangetoond dat ze actief pollutie kunnen detecteren en ontwijken. Op meetplaatsen waar geen pollutie voorkomt kan het echter toch zijn dat bepaalde macroinvertebratentaxa afwezig zijn. Naast pollutie beïnvloedt ook de structuur van het ecosysteem en dus het habitat de distributie en samenstelling van de mavroinvertebratenpopulatie. Het doel van dit onderzoek is de gevoeligheid van macroinvertebraten voor verschillende types van polluenten nagaan en hun habitatpreferenties onderzoeken. Verder zal ook gekeken worden welke van beide factoren het meest bepalend is voor hun voorkomen, het ontwijken van pollutie of de aanwezigheid van geschikte habitats. De gevoeligheid van macroinvertebraten voor pollutie door zowel zware metalen als organische polluenten zal nagegaan worden door analyse van de waterbodemdatabank van de VMM. Naast de gevoeligheidsanalyses zal nagegaan worden of de macroinvertebratenpopulaties verschillen tussen meetpunten met klei-, leem- en zandbodems en tussen meetpunten van verschillende stroomordes. In het tweede deel van dit onderzoek zal de substraat- en habitatvoorkeur van verschillende macroinvertebratentaxa nagegaan worden in flume-experimenten, zowel onder referentieomstandigheden als vervuilde condities.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Opdracht in het kader van de opmaak van een leidraad voor natuurbeheerders: Invloed van stuifduinen op de verspreiding van zware metalen. 01/01/2007 - 30/09/2007

Abstract

Een deel van de stuifzanden in de Vlaamse Kempen is verontreiningd met zware metalen. Door het open karakter van deze stuifzanden kan de wind er vrij spel op hebben en kunnen zanddeeltjes tot op verre afstand van de stuifzandgebieden verspreid worden. Dit zou een mogelijk mechanisme voor de transport van zware metalen kunnen zijn. Een ander manier van mogelijke verspreiding van zware metalen vanuit de stuifzanden kan plaatsvinden is via het grondwater. Doordat de stuifzandgebieden als inzijggebied voor regenwater functioneren kunnen zware metalen vanuit de toplaag met het inzijgende water mee worden gevoerd en op andere plaatsen, waar hetgrondwater were aan de bodem komt, terecht komen. Het doel van deze studie is om inzicht te krijgen in welke mate zware metalen vanuit de stuifzanden worden verspreid via wind en via grondwater. Hiertoe zullen in het projectgebied BeNeKempen een aantal begroeide en onbegroeide duinen worden geselecteerd waar op relevante plekken bodemstalen en waterstalen zullen worden geanalyseerd. De selectie van de punten zal zodanig zijn dat er inzichten zullen worden verkregen in de mate van zwaremetalenverspreiding vanuit de stuifzanden. De resultaten zullen dan toelaten om een handleiding op te stellen die bruikbaar is voor de beheerders van de verschillende gebieden. Mogelijke maatregelen zoals beplanting van stuifduinen kunnen worden voorgesteld

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Macrophyten en nutriënt dynamiek: proces en veldstudies in de bovenlopen van rivieren - Manudyn II. 15/12/2006 - 31/01/2009

Abstract

De troebelheid in onze rivieren is in het algemeen sterk gedaald sinds de rioolwaterzuiveringsinstallaties (RWZI's) werkzaam zijn. De verhoogde lichtbeschikbaarheid heeft het kiemen en daaropvolgend de groei van waterplanten mogelijk gemaakt. Hun aanwezigheid wijzigt de hydraulische eigenschappen van de rivieren in die zin dat waterafvoer gehinderd wordt en het risico op overstromingen sterk verhoogt. Een van de meest gebruikte beheersmaatregelen is dan ook het maaien van de macrofyten om overstromingen in bebouwde gebieden te vermijden. Het Manudyn I project heeft zich vooral gefocused op de rol die macrofyten hebben in de nutriëntcyclering in het Netebekken. Resultaten tonen dat macrofyten wel degelijk een impact hebben op de nutriëntenbalans in rivieren. Bijkomend is er aangetoond dat bepaalde macrofyten ook zware metalen uit het sediment, zoals koper, opnemen en die dus een belangrijke, natuurlijk zuiverende rol kunnen spelen. Toch zijn de onderliggende mechanismen die deze macrofyt-nutriënt interacties beïnvloeden niet helemaal duidelijk. Verder toonde het Manudyn I project dat er duidelijke verschillen bestaan in het opnamegedrag tussen verschillende macrofytensoorten. Het Manudyn II project zal zich daarom vooral toespitsen op processtudies. Het doel is hier om duidelijkheid te scheppen over de opname, de opslag en de vrijstelling van nutriënten en metalen gerelateerd aan de groei en het afsterven van enkele veel voorkomende macrofyten en deze relaties te beschrijven. De resultaten zullen gebruikt worden om nieuwe modellen te ontwikkelen die processen op verschillende schaalniveaus beschrijven en om de modellen uit het eerste Manudyn project te verfijnen. Dit project zal uitgevoerd worden aan de hand van verschillende werkpakketten. Het eerste werkpakket zal alle kleinschalige experimenten omvatten, namelijk op het niveau van één enkel individu van een macrofytensoort. Het tweede werkpakket pakt het onderzoek op het niveau van een macrofytenpatch aan en het derde werkpakket bestaat uit veldexperimenten met verschillende macrofytenpatches. In een vierde en laatste werkpakket zullen de resultaten modelmatig en op verschillende schalen benaderd worden.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Overzicht van de lopende monitoringprojecten met betrekking tot de veiligheid tegen overstromen en natuurlijkheid in de Zeeschelde, haar tijgebonden zijrivieren en de binnendijkse gebieden beïnvloed door het Sigmaplan. 02/11/2006 - 31/03/2008

Abstract

Het doel van dit project is een overzicht te krijgen van de lopende monitoring projecten in Vlaanderen m.b.t. de Zeeschelde, haar tijgebonden zijrivieren en de binnendijkse gebieden die beïnvloed worden door het Sigmaplan, en dit voor de luiken natuurlijkheid en veiligheid. Eens alle gegevens ingevoerd zal een kritische analyse gemaakt worden van de lopende monitoring. Hierbij denken we aan een overzicht van het aantal gemeten parameters per punt, frequentie per parameter in de verschillende monitoringprojecten etc. Er zullen bovendien voorstellen geformuleerd worden, die moeten verzekeren dat de Vlaamse monitoring-programma's en de tegelijkertijd lopende Nederlandse programma's, volledig complementair en op elkaar afgestemd zijn. Op deze manier wordt een monitoring-programma voorgesteld dat veiligheid en natuurlijkheid langs de Schelde binnen beide landen op een integrale manier benaderd.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Hoe beïnvloeden wetlands het transport van Si doorheen rivierbekkens? Een studie naar biologische Si retentie en recycling. 01/10/2006 - 30/09/2009

Abstract

De doelstelling van dit project is de onbestudeerde retentie en recycling van Si in wetlands na te gaan, een essentiële, ontbrekende schakel in ons begrip van de globale Si-cyclus. De onderzoekshypothese stelt dat retentie van Si in wetlands afhankelijk is van het overstromingsregime (hogere overstromingsfrequentie geeft hogere potentiële retentie van BSi), de draineringscapaciteit (efficiëntere drainering geeft hogere recycling-capaciteit) en het vegetatietype. Hoewel deze hypothese eerder werd geformuleerd (Clarke 2003), is ze nooit experimenteel nagegaan. Menselijke activiteiten die leiden tot een gewijzigde Si-N-P ratio kunnen het functioneren van wetlands in de biogeochemische Si-cyclus potentieel beïnvloeden. Het belang van de mens wordt onderzocht door het uitvoeren van parallelle experimentele studies in de antropogeen beïnvloede Demervallei en de nagenoeg "pristiene" Bierbzavallei (Polen). Binnen dit kader wordt ook onderzocht of bepaalde fracties BSi preferentieel gerecycleerd worden.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Effect van nutriënten limitatie (fosfor limitatie) op de floristische diversiteit in een onverstoord wetland. 01/10/2006 - 30/09/2008

Abstract

De algemene doelstelling van dit onderzoek is meer inzicht te verkrijgen in de oorzaken van P- (en eventueel N-) limitatie en de effecten hiervan op de floristische diversiteit en nutriëntcyclering van wetlandvegetaties. Dit wordt onderzocht in een ecohydrologische studie langsheen een hydrologische gradiënt in de Biebrza-vallei.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Vegetatie successie en biogeochemische cycli bij schorontwikkeling in gecontroleerde overstromingsgebieden met gecontroleerd gereduceerd getij. 01/10/2006 - 30/09/2007

Abstract

Als overgangsgebieden tussen land en zee herbergen estuaria specifieke en waardevolle ecosystemen en fungeren vaak als filter voor de door menselijke activiteiten verhoogde vracht van nutriënten en verontreinigende stoffen. Hierbinnen spelen intertidale gebieden een belangrijke rol. Door de geplande Gecontroleerde OverstromingsGebieden (GOG) onder invloed van de getijdenwerking te plaatsen kan het areaal aan de natuurlijke intertidale gebieden uitgebreid worden. Binnen het pilootproject GOG Lippenbroek en mesocosmosopstellingen in Wilrijk en Kruibeke wordt beoogd de schorontwikkeling in dit nieuwsoortig habitat in kaart te brengen. De nadruk zal hierbij worden gelegd op vegetatieontwikkeling en zijn rol binnen de biogeochemische cycli van nutriënten en zware metalen onder een GGG ¿regime.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Opstellen van doelstellingen voor ecologische infrastructuur in de Antwerpse haven. 01/10/2006 - 31/03/2007

Abstract

Het doel van het project is ondermeer het opstellen van doelstellingen voor de habitats en soorten van het netwerk ecologische infrastructuur in de Antwerpse haven die voldoende concreet zijn om als toetsingskader te gebruiken bij de beoordeling van ingrepen en handelingen in het kader van denatuurregelgeving binnen het havengebied van Antwerpen. Deze zijn bij voorkeur kwantitatief meetbaar.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Eco-hydrologische en sociaal-economische aanpak voor het herstel van de lagune Merja-Zerga in Marokko. 01/09/2006 - 31/12/2008

Abstract

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Towards understanding commmunity assembly rules during floodplain restoration. 01/02/2006 - 31/01/2007

Abstract

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Studie van de effecten van verbossing en eutrofiëring op de broeikasgasbalans en de floristische diversiteit in een onverstoord moerasgebied. 01/01/2006 - 31/12/2009

Abstract

De belangrijkste objectieven van dit voorstel zijn: 1) bepalen van de broeikasgasbalans (CO2-, CH4- en N2O­fluxen) van een aantal studiegebieden in het bovenbekken van de Bierbza; 2) bepalen van de potentieIe effecten van verbossing en eutrofiering op de broeikasgasbalans en op de floristische diversiteit; en 3) simuleren van toekomstige scenario's en voorspellen van de efficientie van beschermende maatregelen. Onze opzet combineert in situ metingen voor het monitoren van de huidige toestand, experimenten om de respons op potentiele veranderingen te bepalen, en modellen om te kunnen opschalen in de tijd en in de ruimte, alsook om een beter inzicht te verwerven in het functioneren van het wetland. Deze studie is vemieuwend, ten eerste omdat het project veranderingen in biodiversiteit zal proberen te relateren aan veranderingen in het functioneren van het moerasgebied (verbossing en koolstof- en nutrientencyclering). Ten tweede omdat ze de land-atmosfeer uitwisselingen combineert met de land-water interacties (uitlogen van C en N uit het wetland) en we hierdoor massabalansen kunnen opstellen. Tenslotte is het voorstel vemieuwend omdat het, in tegenstelling tot de meeste andere studies in moerasgebieden waarin gasfluxen worden gemeten, verder gaat dan monitoren en empirisch modelleren. De combinatie van flux metingen met een biogeochemisch procesmodel om de observaties te begrijpen en met experimenten om meer betrouwbare extrapolaties in de tijd te bekomen is vrij uniek.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Fysische verstoring van getijdengebieden door golfslag van schepen in het Schelde-estuarium. 01/01/2006 - 31/12/2007

Abstract

Het Schelde-estuarium is economisch en ecologisch zeer waardevol. Het ecologisch functioneren wordt gehypothekeerd door een te hoge dynamiek van het estuarium. In dit project wordt één aspect van die dynamiek bestudeerd: golfslag afkomstig van schepen. Enerzijds worden factoren van golfopwekking geëvalueerd, anderzijds wordt het effect van golfinslag op fysiche verstoring van intergetijdengebieden onderzocht.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

ADAPT - Towards an integrated decision tool for adaptation measures - Case study: floods - eerste fase. 15/12/2005 - 14/12/2007

Abstract

Naar een geïntegreerde beslissing voor gepaste maatregelen ¿ case study: overstromingen Gepaste maatregelen zijn nodig voor de bescherming van populaties en ecosystemen tegen klimaatgerelateerde problemen in de volgende decennia (IPCC, 2001; EEA, 2004). Het algemene doel van dit project is het ontwikkelen en demonstreren van een efficiënte beheersmaatregel, nl. een op kostenbaten analyse gebaseerd instrument voor de integrale toepassing van gepaste maatregelen tegen overstromingsrisico's in België. Het project bestaat uit het ontwikkelen van een methodologie gebaseerd op de bestaande kennis en feiten betreffende de effecten van klimaatverandering, hun intensiteit en hun waarschijnlijke progressie in de tijd. Deze methodologie zal verfijnd worden door een 'case study' (Maas en Schelde bekken). De benadering neemt zowel hydrologische (Ulg), economische (ULB), sociale (HIVA - KUL) en ecologische (ECOBE - UA) aspecten in rekening, als hun wederzijdse interacties in overeenkomst met het ontwikkelingsprincipe en het principe van duurzaam beheer (ECOLAS). De bijdrage van de groep ECOBE (UA) focust zich op de impact van overstroming op de ecologische waarden van de ecosystemen. Daarnaast zullen mogelijkheden voor aangepaste maatregelen, welke zowel natuur en veiligheid kunnen combineren, onderzocht worden.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Verkennend onderzoek naar eutrofiëring in Vlaanderen. 01/12/2005 - 30/06/2006

Abstract

In deze studie wordt het beter in kaart brengen van eutrofiëring in Vlaamse oppervlaktewateren beoogd. De studieopdracht wordt beperkt tot de Europese waterlichamen behorend tot de categorie 'rivieren' en 'overgangswater' en de kanalen die daarbij aanleunen. Voor de meren is er immers reeds uitgebreider studiewerk gebeurd en is de beschikbare kennis breder. De keuze om enkel de grotere waterlichamen te bestuderen is gemaakt om de omvang van het studiewerk te beperken, omdat de stroomsnelheid relatief hoog en de verblijftijd laag is in de meeste kleinere waterlopen en omdat het specifieke nutriëntenbeleid in de kleinere oppervlaktewateren in Vlaanderen vorm zal krijgen in de bekkenbeheerplannen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Organisatie wetenschappelijke studiedagen met betrekking tot watersysteemkennis. 01/11/2005 - 31/10/2007

Abstract

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Nutriëntcyclering in wetlands langsheen een klimatologische gradiënt: effecten van bemesting, drainage en klimaat. 01/10/2005 - 30/09/2007

Abstract

Het bestuderen van de nutriëntencyclering in vier nutriëntenarme wetlands gelegen in gematigd en subarctisch Europa. Het bestuderen van de effecten van klimaatverandering, drainage en bemesting op de nutriëntencyclering en de broeikasgasbalans van een gematigd en subarctisch wetland.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Ontwikkeling van ecologisch en ecotoxicologisch onderbouwde kwaliteitsdoelstellingen voor waterbodems. 01/09/2005 - 31/01/2006

Abstract

De beoordeling van de waterbodemkwaliteit gebeurt momenteel op basis van een vergelijking met een referentiewaarde. Deze referentiewaarde is het geometrisch gemiddelde van een twaalftal onverstoorde waterlopen. Het merendeel van de waterbodems voldoet niet aan deze referentie vanwege een verhoogd gehalte aan diverse contaminanten (VMM, 2004). Omdat het niet haalbaar is om te streven naar deze referentiewaarden voor alle waterbodems is er dringend behoefte aan ecologisch en ecotoxicologisch onderbouwde kwaliteitsdoelstellingen. Dit kan dan gekoppeld worden aan een van de mijlpalen in het Milieubeleidsplan 2003-2007, namelijk het uitwerken van een normenkader voor het zogenaamde grondverzet, inclusief bagger- en ruiminsspecie. Momenteel zijn er in het kader van de waterbodemkwaliteitsmonitoring door de VMM vele data verzameld van zowel physisch-chemische parameters als de biotische samenstelling als de ecotoxicologische effecten. Deze data lenen zich bij uitstek voor het bepalen van de zogenaamde "lowest effect level (LEL)" en "severe effect level (SEL)", waarbij er gekeken wordt naar het verband tussen gehaltes aan contaminanten en het voorkomen van macrobenthos, welke een van de te monitoren groepen zijn in functie van de Europese kaderrichtlijn water, of de bepaling van het zogenaamde "treshold effect level (TEL)" en "probable effect level (PEL)", waarbij er gekeken wordt bij welke gehaltes aan contaminanten er ecotoxicologische effecten waarneembaar zijn (MacDonald, 2003). Op basis van de verkregen waarden kan een aanzet gegeven worden voor ecologisch onderbouwde kwaliteitsdoelstellingen voor de waterbodemkwaliteit. In het kader van dit onderzoek, waarvoor een eerste aanzet is gegeven in een studententhesis, worden de LEL, SEL, TEL en PEL waarden bepaald voor aile zware metalen, de individuele PCB's, OCP's en PAK's. Er zal een uitgebreide vergelijking gemaakt worden met waarden gevonden in andere landen en met kwaliteitsdoelstellingen of normen uit andere landen. Bovendien zal er gekeken worden of er een onderscheid gemaakt moet worden voor de verschillende regio's in Vlaanderen, aangezien er van nature hoge gehaltes van metalen kunnen voorkomen of omdat de biobeschikbaarheid kan verschillen afhankelijk van de bindingseigenschappen van het sediment. Op basis hiervan zal er aangegeven worden of de berekende waarden gebruikt kunnen worden als kwaliteitsdoelstellingen voor Vlaanderen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Mogelijkheden van NTMB binnen de uitbouw van de ecologische infrastructuur in de Antwerpse haven. 01/04/2005 - 30/11/2006

Abstract

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Botanische waarden in de Zegge. 01/02/2005 - 31/01/2007

Abstract

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Impact van hydrologie op diversiteit van aquatische organismen in tijdelijke wetlands in de Kaapstreek (Zuid-Afrika). 01/01/2005 - 31/12/2008

Abstract

Met behulp van teledetectie zullen eerst verschillende types wetlands warden gekarakteriseerd als basis voor de studie van hun hydrologie en ecologie. Op basis van een digitaal terreinmadel en een hydrologisch model zullen vervolgens de run-off en de dynamiek van het grondwater worden bepaald. De door de teledetectie geïdentificeerde wetlands zullen gebruikt worden om het model te calibreren. Aan de hand van de studie van de diversiteitspatronen van belangrijke vertegenwoordigers (planten en invertebraten) van tijdelijke wetlands in de Westelijke Kaapregio (Zuid-Afrika) in relatie tot de hydrologie van deze habitatten, is het uiteindelijk de bedoeling de associatie te bestuderen tussen patronen van diversiteit en voorkomen van soorten enerzijds en hydrolagie-gerelateerde variabelen anderzijds. Samen met de kwantitatief genetische studie van levensgeschiedeniskenmerken van geselecteerde vlaggenschipsoorten (grote branchiopoden) zal ons dit in staat stellen de evolutionaire flexibiliteit te bestuderen van saarten onder tijdsdruk en mogelijke veranderingen in diversiteit en verspreiding van soarten in te schatten vofgens verschillende scenario's van hydrologische veranderingen. Deze gegevens zullen uiteindelijk worden gebruikt door het Department of Water Affairs and Forestry (DW AF} te Pretoria ter ondersteuning van de implementatie van de wettelijke principes bepaald in de National Water Act (1998) en de National Environmental Management Act (1998) voor het duurzaam gebruik van water in de regio.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Zoetwaterschorren als "sinks" voor stikstof : dynamiek van het benthische compartiment en onderzoek naar hun rol in estuariene stikstof retentie. 01/01/2005 - 31/12/2006

Abstract

Het algemeen doel van dit project is het bepalen van de rol van zoetwaterschorren binnen de stikstofcyclus van het Schelde-estuarium. Het Schelde-estuarium, met haar dichtbevolkte bekken, is een typisch voorbeeld van een ecosysteem dat grote vrachten van stikstof te verwerken krijgt. De omvangrijke arealen zoetwaterschorren betekenen een belangrijk potentieel aan N-verwijdering. Dit project heeft tot doel de stikstofcyclus te begrijpen in belangrijke schor-compartimenten zoals overspoelend water, sediment en macrofyten. Hiertoe wordt een ecosysteem labelings studie gecombineerd met verscheidene additionele studies

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Evaluatie van de effectiviteit van natuurtechnische maatregelen in het waterlopenbeheer. 01/01/2005 - 31/12/2006

Abstract

In het kader van Integraal Waterbeheer worden diverse herstelprojecten uitgevoerd in de rivierbekkens, zonder dat er achteraf een grondige wetenschappelijke evaluatie van de uitgevoerde maatregelen gebeurd. Binnen dit project ligt de nadruk op de evaluatie van een aantal door de provincie van Antwerpen uitgevoerde herstelprojecten, waarbij o.a. gebruik gemaakt wordt van beoordelingstechnieken op basis van de aanwezige macrofyten, macro-invertebraten en vissen . De evaluatie zal vervolgens worden gebruikt als input voor educatief materiaal voor waterbeheerders met betrekking tot de genomen maatregelen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Opstellen van instandhoudingsdoelstellingen voor de Zeeschelde en de tijgebonden zijriveren (Nete's, Dijle, Zenne en Durme). 01/01/2005 - 30/06/2005

Abstract

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Invullen natuurontwikkeling langs de Zeeschelde en haar tijgebonden zijrivieren. 01/01/2005 - 30/06/2005

Abstract

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Modellering van de interacties tussen macrofieten en rivierprocessen en hun effect op rivierkwaliteit. 01/12/2004 - 31/12/2008

Abstract

NELE DESMET Promotor: Prof. Dr. P. Meire (UA, Biologie) Co-promotor: Dr. Ir. P. Seuntjens (Vito, IMS) "Modellering van Waterkwaliteit: Effecten van Macrofyten" Rivieren zijn als laaggelegen linten in het landschap verzamelplaatsen voor verontreinigingen. Daardoor kunnen verhoogde concentraties aan micropolluenten, metalen en nutriënten in het watersysteem voorkomen, die tal van problemen veroorzaken voor mens en milieu. Eens aanwezig in de waterloop zijn polluenten en nutriënten onderhevig aan tal van fysische, chemische en biologische processen, die bepalend zijn voor de verspreiding in tijd en ruimte. Het modelleren van de waterkwaliteit vereist dan ook een dynamische benadering waarbij rekening gehouden moet worden met zowel transport- als transformatieprocessen. Bestaande waterkwaliteitsmodellen leveren reeds goede predicties in open (weinig vegetatie) waterlopen, maar vertonen nog belangrijke tekorten bij het in rekening brengen van de invloed die uitgaat van aanwezige waterplanten. De riviervegetatie, die integraal deel uitmaakt van de waterloop, zal immers interageren met de diverse processen en zo mee de kwaliteit van het water bepalen. Er zijn de rechtstreekse effecten van opname en transformatie, maar ook onrechtstreekse invloeden door wijziging van de hydrodynamische en fysico-chemische omstandigheden rond en tussen de waterplanten. De hoofddoelstelling van dit doctoraatsonderzoek is de interacties tussen waterplanten en de aquatische omgeving (water en sediment) te beschrijven, de effecten van deze wisselwerking op het lot van verontreinigingen in de waterloop te kwantificeren en dit alles te integreren in een waterkwaliteitsmodel. Hierbij zullen de diverse effecten van macrofyten op de verspreiding en beschikbaarheid van verontreinigingen in het rivierwater in beschouwing genomen worden. De resultaten van dit onderzoek zullen ondermeer hun toepassing vinden in het water- en milieubeleid. De integratie van aquatische vegetatie in het modellering is immers noodzakelijk om ook in (dicht) begroeide waterlopen goede predicties van de waterkwaliteit mogelijk te maken en om beheerswerken, zoals het maaien van macrofyten, te evalueren in termen van waterkwaliteit.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

De optimalisatie van het maaibeheer van waterlopen. 01/10/2004 - 30/09/2006

Abstract

Verhoogde nutriëntentoevoer zorgt voor een toegenomen groei aan waterplanten in de Vlaamse waterlopen. Om de waterafvoercapaciteit van deze te behouden gaat men over tot het verwijderen van al de vegetatie. Deze beheersmethode heeft echter heel wat nadelige ecologische gevolgen die bovendien leiden tot een hoge economische kost. Dit project heeft als doelstelling een maaistrategie uit te werken die de waterafvoer verzekert en een zo kleine mogelijk ecologische impact heeft. Daarnaast zal er nagegaan worden wat het effect van de beheersingreep op de dynamiek van de bodemmorfologie is. Er zal dus getracht worden inzicht te krijgen in de relatie tussen macrofyten en fysische parameters zoals stroomsnelheid en de verschillende maaipatronen. Om dit te bewerkstelligen is het onderzoek opgedeeld in 4 luiken : vegetatiekartering, ex situ en in situ experimenten en onderzoek naar de sedimentsdynamiek. De resultaten van de kartering zullen de basis vormen voor de ex situ experimenten. Gezamenlijk met de resultaten van de in situ experimenten en de sedimentsdynamiek moet dit leiden tot een verantwoord maaibeheer. In de ex situ experimenten zal de hypothese getest worden of emergente groeivormen een groter effect hebben op de efficiëntie van een maaipatroon dan submerse groeivormen. Dit zal gebeuren door in een stroomgoot biologische (zoals densiteit) en fysische parameters (debiet) te variëren overeenkomstig de resultaten uit het vegetatieonderzoek. De in situ experimenten laten dan toe om dit te verifiëren. Dit is hetgeen waarin dit voorstel afwijkt van reeds eerder uitgevoerd werk rond dit probleem. Daar we dan antwoorden hebben op vragen zoals biomassa ontwikkeling en hergroei zal het mogelijk zijn om optimale data en frequenties voor maaibeheer uit te leggen in functie van ecologische impact en zo laag mogelijke economische kosten.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Multifunctionaliteit van overstromingsgebieden: wetenschappelijke bepaling van de impact van waterberging op natuur, bos en landbouw. 01/10/2004 - 30/09/2005

Abstract

De studie heeft tot doel een afwegingskader met beslissingsboom op te stellen dat het voor de administratie mogelijk maakt om op een eenvormige en gefundeerde wijze mogelijkheden voor en consequenties van de multifunctionele inrichting van overstromingsgebieden te bepalen. Het kader moet toelaten een evaluatie te maken van de mogelijkheden om de huidige functie van een overstromingszone te combineren met de functie van waterberging, en te bepalen tot welke kosten de keuzes van verschillende vormen van landinrichting met waterberging leiden.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Binnendijkse slik- en schorontwikkeling dankzij een gereduceerd getij. 01/10/2004 - 30/09/2005

Abstract

Intergetijdengebieden zoals slikken en schorren maken van estuaria waardevolle gebieden met hoogproductieve levensgemeenschappen. Slikken en schorren vormen een belangrijk habitat binnen estuariene ecosystemen en spelen een essentiële rol in de nutriëntencyclering. De voorbije eeuw is door antropogene ingrepen zoals havenuitbreiding, inpoldering of dijkwerken de totaliteit van slikken en schorren in de Zeeschelde echter sterk afgenomen, zowel in oppervlakte als in kwaliteit. Schorherstel is daarom nodig. In gecontroleerde overstromingsgebieden, gepland als onderdeel van het Sigmaplan ter beveiliging van het Zeescheldebekken tegen overstromingen, kan veiligheid gecombineerd worden met natuurontwikkeling. Door middel van een gecontroleerd overstromingsgebied met gereduceerd getij (GGG), kunnen deze gebieden onder invloed van het Scheldetij gesteld worden. Het is echter nauwelijks geweten of deze nieuwe intergetijdengebieden dezelfde ecologische functies en structuren kunnen ontwikkelen als de buitendijkse slikken en schorren. Om een antwoord te bieden op deze vraag zal het principe van een GOG-GGG getest worden in het 10 ha grote testgebied Lippenbroek.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Synthese van wetenschappelijke inzichten als voorbereiding voor het toekomstig ruimtelijk beleid. 01/04/2004 - 30/06/2004

Abstract

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Fundamentele studie van uitwisselingsprocessen in rivierecosystemen. 01/01/2004 - 31/12/2009

Abstract

Rivieren hebben door hun afvoer van sedimenten, organisch materiaal en nutriënten naar de kustzeeën een grote invloed op het mariene ecosysteem. De kwalitatieve en kwantitatieve karakteristieken van die input alsmede de temporele dynamiek zijn echter sterk afhankelijk van processen in de stroomopwaarts gelegen delen van de rivieren. De laatste jaren wordt gepoogd het transport van water, opgeloste stoffen en sedimenten te beschrijven op schaal van (deel)stroomgebieden. De modellen zijn veelal op macroschaal geformuleerd met beschrijving van ecosysteemtypes als bos, landgebruik, wetland etc. en uitwisselingstermen tussen die systemen. Waar land en water elkaar ontmoeten vinden we juist ecotonen: overgangszones als resultante van hydrodynamiek met een eigen flora en fauna en daaraan gekoppelde intensieve omzetting en opname van materiaal. Voor een goede beschrijving van uitwisseling op macroschaal is dus een gedetailleerd begrip van het functioneren van dergelijke zones noodzakelijk. De hoofddoelstelling van dit project is om te onderzoeken hoe de diverse fysische en biologische processen en hun interacties invloed hebben op uitwisseling van water, opgelost en particulair materiaal in de twee kenmerkende uitwisselingszones van stroomgebieden: oeverzones en overstromingsgebieden . Voor het verwezenlijken van de hoofddoelstelling is het noodzakelijk modellen van enerzijds de oever en anderzijds het overstromingsgebied te ontwikkelen. Daarvoor is multidisciplinair onderzoek en geïntegreerde modellering van hydrodynamische transportkarakteristieken en biologische transformatie processen vereist. Het koppelen van de verschillende modellen en beschrijvingen vormt de methodische uitdaging in het voorgestelde project. Naast algemene modelbeschrijvingen van grondwaterstroming, hydraulica en biologische kenmerken worden een aantal kenmerkende interactie zones onderscheiden, waarbinnen de uitwisselingsprocessen in detail onderzocht en modelmatig beschreven zullen worden: 1.interactie ondiep grondwater en terrestrisch of wetland (bodem als grensvlak) 2.interactie dieper grondwater en de waterloop (waterbodem als grensvlak) 3.interactie waterloop met de oeverzone 4.interactie (on)diep grondwater en overstromingsgebied 5.interactie waterloop en overstromingsgebied Een gerichte beschrijving van de uitwisselingen wordt allereerst bepaald door de component die onderzocht wordt. Er zijn drie groepen van componenten met elk hun eigen karakteristieke 'uitwisselings'-beschrijvingen, namelijk water, opgelost materiaal en particulair of gesuspendeerd materiaal. Stikstof wordt als 'voorbeeld'-component in de modellen beschreven. De besproken transport-mechanismen zijn alle drie noodzakelijk voor een goede beschrijving van het gedrag van stikstof.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Zenne stroomafwaarts van Brussel : studie naar verontreiniging en ecologische toestand van de rivier en haar vallei als basis voor een integraal waterbeheer. 01/01/2004 - 31/12/2004

Abstract

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Typologie, referentieconditie en classificatie van de Belgische kustwateren. 15/12/2003 - 30/04/2006

Abstract

Het project heeft als globaal doel de Kaderrichtlijn Water (KRW) voor de belgische kustwateren in te vullen. Daartoe wordt in eerste instantie bekeken hoe de invulling precies moet tot stand komen. Uiteindelijk moet een afdoend scoresysteem voorhanden zijn waarmee de ecologische kwaliteit van de belgische kustwateren kan worden geëvalueerd, liefst volgens een referentietoestand die, zoniet voorradig, moet worden gereconstrueerd. Eerst worden alle nuttige data en literatuur gecentraliseerd. Een referentietoestand wordt opgesteld, mede gebaseerd op wat in de buurlanden hiervoor reeds is voorgesteld. Verschillende ' bestaande ' classificatiestelsels geëvalueerd en getest worden, met betrekking tot de Belgische kustwateren. Indien nodig wordt een aangepast classificatiesysteem ontwikkeld. Ontbrekende kwaliteitselementen zullen worden vermeld en aanbevelingen voor verdere monitoringstudies zullen worden opgesteld.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Relaties tussen de ecologische en chemische toestand van oppervlaktewater. (REBECCA) 01/12/2003 - 30/11/2006

Abstract

De doelstelling van het project REBECCA is het onderbouwen van wetenschappelijke uitgangspunten waarop de kaderrichtlijn water zich baseerd, namelijk dat het verband tussen de biologische, fysische en chemische toestand van het oppervlaktewater wel bekend zijn zodat het beheer van bekkens en rivieren er op gericht kan zijn om de ecologische kwaliteitsdoelstellingen te behalen. Tot nog toe is er reeds veel succes geboekt in het behouden en verbeteren van de oppervlaktewaterkwaliteit door het beter begrijpen van de relatie tussen antropogene invloeden (zoals waterontrekking, landbouw en effluent lozingen) en de chemische kwaliteit van het water. Desondanks zijn er nog vele uitdagingen in de ontwikkeling en implementering van meetprogrammas. Onze huidige kennis over de relatie tussen de chemische kwaliteit en de ecologische status is over het algemeen onvoldoende om beheersmaatregelen voor het bereiken van ecologische kwaliteitsdoelstellingen te ondersteunen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Monitoring van de bekkens van de Kleine en de Grote Nete ten behoeve van het beheer en de bescherming van de visfauna. 01/12/2003 - 29/02/2004

Abstract

Tijdens de periode januari 2003 ' januari 2004 worden op 78 monsterpunten in de bekkens van de Kleine en de Grote Nete 28 fysisch-chemische parameters bepaald. Elk punt wordt vier maal per jaar bemonsterd, zodanig dat de vier seizoenen in alle staalnames vertegenwoordigd zijn. De resultaten worden besproken en verwerkt in een advies t.b.v. het visbepotingsprogramma.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Landschapsecologisch en ecohydrologisch onderzoek ten behoeve van de uitwerking van een ecosysteemvisie van Grote en Kleine Nete in het kader van de actualisatie van het SIGMAPLAN. 01/11/2003 - 31/10/2005

Abstract

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Rol van een zoetwaterschor in de siliciumcyclus in het Schelde-estuarium. 01/10/2003 - 30/09/2005

Abstract

Silicium speelt een grote rol bij de eutrofiëringsproblemen die wereldwijd in kustwateren worden waargenomen. Onderzoek aangaande het belang van estuaria in de regulatie van transport van Si van land naar zee is tot op heden eerder schaars. Er werden belangrijke indicaties van het belang van intertidale vegetatie en sediment als Si-reservoir binnen een estuarien systeem waargenomen. Het doel van dit project is inzicht te verwerven in de rol van een zoetwaterschor in de siliciumcyclus binnen het Schelde-estuarium. De verschillende siliciumreservoirs in het schor (vegetatie, sediment, poriewater, grondwater en oppervlaktewater) zullen door middel van een tweemaandelijkse monitoring kwantitatief worden bestudeerd. Door middel van dissolutie- en decompositie-experimenten, zowel in situ en ex situ, zal de interactie tussen de verschillende reservoirs worden bestudeerd. Massa-balansen worden uitgevoerd om de uitwisseling van silicium tussen intertidaal en pelagiaal te kwanitificeren. Het eindresultaat is een geïntegreerd beeld van de rol van een zoetwaterschor in de estuariene siliciumcyclus.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Typologie en beheer van viswateren. 01/09/2003 - 31/10/2003

Abstract

Het doel van het project is het aanbrengen van informatie en het geven van een wetenschappelijke onderbouwing voor het planmatig visstandbeheer op verschillende viswatertypen, de streefbeelden voor de visstand en het beheer van deze openbare viswateren.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Ecosysteemmodellering ter onderbouwing van de SMER voor het Sigmaplan. 01/06/2003 - 31/10/2004

Abstract

Met het oog op het voorspellen van de effecten op het ecosysteem van de ingrepen (natuurontwikkeling en -bouw d.m.v. overstromingsgebieden, bouwtechnische ingrepen) in het kader van het Sigmaplan, wordt een bestaand ecosysteemmodel van de Westerschelde (MOSES) uitgebreid tot de Zeeschelde (tot Gent). De doelstelling is een beleidsondersteunend instrument te bekomen dat expliciet onzekerheid in de kennis mee in rekening brengt.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Onderzoek naar de populatiegrootte en de overlevingskansen van de grote modderkruiper in de Kempen en in het Vlaams natuurreservaat Het Goorken te Arendonk in het bijzonder. 01/05/2003 - 30/11/2003

Abstract

Onderzoek werd uitgevoerd naar de zeldzaamheid van de Grote modderkruiper op Vlaams niveau. Dit gebeurde als deelstudie van het onderzoek naar de populatie in het Vlaams natuurreservaat 't Goorken. De leefbaarheid wordt bepaald op basis van de populatiegrootte enerzijds en de leeftijdsdistributie anderzijds.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Opmaak van een inventaris van de ecologische infrastructuur in de Gentse Kanaalzone. 03/04/2003 - 02/01/2004

Abstract

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Aanreiken van een gemeenschappelijke basis voor eenvormige milieukwaliteitsnormen voor de drie milieucompartimenten bodem, water (grond- en oppervlaktewater) en lucht. (expertise deel "water"). 15/01/2003 - 15/01/2004

Abstract

Bij de wetenschappelijke onderbouwing van milieukwaliteitsnormen dient men in principe uit te gaan van de methodiek van risico-evaluatie. Een risico-evaluatie, om het even voor welk compartiment of receptor, bestaat uit een drietal luiken. In een eerste luik verzamelt men informatie over de nadelige effecten van een stof en over de dosis-responsrelaties. Dit luik noemt men de hazard characterisation of gevaarskarakterisatie. In een tweede luik voert men een blootstellingsbepaling of exposure assessment uit. Voor de relevante receptoren en vastgelegde scenario's zal men het gedrag van de stof in het milieu en de blootstelling van de receptoren trachten te kwantificeren. In het derde luik tenslotte brengt men de resultaten van de gevaarsidentificatie en van de blootstellingsbepaling bij elkaar en zal men op basis van de geselecteerde criteria hetzij komen tot een risicobepaling hetzij een norm afleiden (risk characterisation). In dit project wordt een gemeenschappelijke methodiek ontwikkeld gebaseerd op deze drie luiken voor de diverse milieucompartimenten.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Natuurontwikkelingsplan Schelde-estuarium. 13/01/2003 - 31/05/2003

Abstract

In het NOP moet concreet worden aangegeven waar op middellange termijn (tot 2010) in of langs het Schelde-estuarium welke maatregelen moeten worden genomen, en waarom, om het streefbeeld van 2030 voor natuurlijkheid te kunnen realiseren. Het natuurontwikkelingsplan moet onder andere aangeven wat belangrijk is voor de natuurlijkheid van het estuarium, welke verbeteringen zijn te bereiken in 2010 en op langere termijn, welke maatregelen daarvoor nodig zijn, waar deze maatregelen met maatregelen op andere terreinen zijn te koppelen en welke toetsingscriteria voor de functie natuur het beste kunnen worden gehanteerd (in het strategisch m.e.r., in de MKBA, in andere deelstudies. Het NOP geeft ook aan welke criteria het meest geschikt zijn voor toetsing van de natuurlijkheid aan de Habitat- en Vogelrichtlijn, waaronder de bijdrage van de voorgestelde plannen aan het realiseren van Natura 2000.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

    Verandering van de biogeochemie van zware metalen in overstromingsgebieden: biobeschikbaarheid, toxiciteit en risico. 01/01/2003 - 31/08/2006

    Abstract

    In de omgeving van waterlopen kunnen beschikbare laaggelegen gebieden beschouwd worden als een mogelijkheid om rivierwater tijdelijk te collecteren bij hoge waterstanden en zo het overstromingsgevaar voor bewoonde gebieden te minimaliseren. De aanleg van waterrijke gebieden of gecontroleerde overstromingsgebieden past ook in het concept van 'Integraal Waterbeheer' . Het is tegelijk een mogelijkheid om habitats voor specifieke planten- en diersoorten te creëren. Omwille van industriële activiteiten in de nabijheid van waterlopen blijken water, bodem en sedimenten echter dikwijls met metalen gecontamineerd te zijn. Dit kan resulteren in beperkingen voor de ecosysteemontwikkeling of verhoogde overdracht van zware metalen naar de voedselketen. Gezien metalen accumuleren, kunnen waterrijke gebieden slechts duurzaam ontwikkeld worden als processen die de metaalmobiliteit beïnvloeden voldoende gekend zijn en voorspellingen omtrent metaalgedrag mogelijk zijn. In het merendeel van de gevallen kunnen echter verschillende overstromingsregimes, zoals periodieke of permanente overstroming, in beschouwing genomen worden. Dit heeft een impact op de mobiliteit, biobeschikbaarheid en toxiciteit van zware metalen. De mogelijke ontwikkelingsscenario's bij toepassing van verschillende overstromingsregimes worden dan ook geregeld in vraag gesteld door beleidsbepalende instanties, vooral indien het verontreinigde gebieden betreft. Daarom is een diepgaand inzicht in de processen die de metaalmobiliteit beïnvloeden noodzakelijk om voorspellingen te kunnen doen omtrent de gevolgen van de verschillende beheersopties op metaalbiobeschikbaarheid, toxiciteit en ecosysteemontwikkeling. Dit onderzoek heeft dan ook als doelstelling bij te dragen tot de ontwikkeling van beleidsgerichte modellen, die in staat zijn op eenduidige en transparante wijze vragen hieromtrent te beantwoorden. De modellen moeten het mogelijk maken bij het ontwerp van gecontroleerde overstromingsgebieden onder verschillende scenario's voorspellingen te doen omtrent het gedrag van metalen en de ecosysteemontwikkeling. Ze moeten tevens toelaten te evalueren of en onder welke omstandigheden ecosysteemontwikkeling nog aanvaardbaar zal zijn. Bovendien zullen criteria opgesteld worden om de risico's in te schatten, voortvloeiend uit de keuze van verschillende beleidsopties bij de aanleg van waterrijke gebieden in verontreinigde milieus. Om deze doelstellingen te bereiken, zullen gegevens en procesinformatie verzameld worden betreffende het gedrag van metalen in abiotische en biotische compartimenten, ecotoxiciteit en ecosysteemontwikkeling bij toepassing van verschillende overstromingsregimes op gronden en sedimenten, verschillend in karakteristieken en verontreinigingsgraden. De verzamelde gegevens, ontworpen modellen en criteria zullen neergeschreven worden in een boek en op CD-rom worden gezet. De resultaten zullen doorgegeven worden aan verschillende nationale en internationale onderzoeksinstituten en beleidsorganen. Tenslotte zal een werkgroep bijeengeroepen worden om de problematiek te bespreken met nationale en internationale vertegenwoordigers van verschillende milieugerichte departementen.

    Onderzoeker(s)

    Onderzoeksgroep(en)

    Dynamiek van waterplanten en nutrienten in de bovenstroomse gebieden van het Schelde bekken 01/01/2003 - 30/04/2006

    Abstract

    Onderzoeker(s)

    Onderzoeksgroep(en)

    Uitwerking van een integraal waterbeheer in het kader van de actualisatie van het SIGMAPLAN voor de Zenne op Vlaams grondgebied. 01/01/2003 - 31/12/2004

    Abstract

    Onderzoeker(s)

    Onderzoeksgroep(en)

    'Monitoring van ontwikkelingen in slik- en schorgebieden in de Zeeschelde' in het kader van : 1) de baggerstortvergunning op de platen van Doel en Boomke; 2) het afgraven van de Ketenissepolder. 01/01/2003 - 31/12/2004

    Abstract

    Onderzoeker(s)

    Onderzoeksgroep(en)

    Opstellen van een synthese rapport van alle monitoring gegevens van de Beneden Zeeschelde ten behoeve van de milieuvergunningsaanvraag en uitwerken van een gedetailleerd monitoringsprogramma. 06/12/2002 - 05/12/2006

    Abstract

    In het kader van de milieuvergunningsaanvraag voor de baggerwerken in de Beneden Zeeschelde, is een voorpelling van de effecten op het ecosysteem van het storten van baggerspecie vereist. Hieraan gekoppeld is de noodzaak tot monitoring om de verwachte effecten te kunnen kwantificeren. Inventarisatie van de op dit moment voorhanden monitoring-gegevens wordt gedaan, mogelijke effecten worden gedeeltelijk via simulatie opgespoord. Een ecosysteemmodel wordt gebruikt om optimale monitoring (met het oog op het kwantificeren van verwachte effecten) voor te stellen.

    Onderzoeker(s)

    Onderzoeksgroep(en)

    Ontwikkelen van scores of indices voor de biologische kwaliteitselementen 'bentische ongewervelden, macroalgen, angiospermen en fytoplankton' voor de Vlaamse overgangswateren overeenkomstig de Europese kaderrichtlijn Water. 01/12/2002 - 30/11/2003

    Abstract

    Sinds december 2000 is de Europese Kaderrichtlijn Water van kracht. De kaderrichtlijn Water richt zich op de bescherming van water in alle wateren en stelt zich ten doel dat alle europese wateren tegen 2015 een `goede toestand' hebben bereikt en dat er binnen heel Europa duurzaam wordt omgegaan met water. Deze richtlijn vereist het formuleren van ecologische doelstellingen voor de verschillende types van wateren. Dit project omvat een theoretische studie naar de mogelijkheden om dergelijke ecologische doelstellingen te formuleren. In dit project gaat het om de bepaling van doelstellingen voor verschillende biologische kwaliteitselementen (bentische ongewervelden, angiospermen, macroalgen en fytoplankton) op basis waarvan de verschillende types wateren kunnen opgedeeld worden in waterkwaliteitsklassen. Functioneel-ecologische theorieën zullen gebruikt worden als onderbouwing.

    Onderzoeker(s)

    Onderzoeksgroep(en)

    De optimalisatie van het maaibeheer van waterlopen. 01/10/2002 - 30/09/2004

    Abstract

    Verhoogde nutriëntentoevoer zorgt voor een toegenomen groei aan waterplanten in de Vlaamse waterlopen. Om de waterafvoercapaciteit van deze te behouden gaat men over tot het verwijderen van al de vegetatie. Deze beheersmethode heeft echter heel wat nadelige ecologische gevolgen die bovendien leiden tot een hoge economische kost. Dit project heeft als doelstelling een maaistrategie uit te werken die de waterafvoer verzekert en een zo kleine mogelijk ecologische impact heeft. Daarnaast zal er nagegaan worden wat het effect van de beheersingreep op de dynamiek van de bodemmorfologie is. Er zal dus getracht worden inzicht te krijgen in de relatie tussen macrofyten en fysische parameters zoals stroomsnelheid en de verschillende maaipatronen. Om dit te bewerkstelligen is het onderzoek opgedeeld in 4 luiken : vegetatiekartering, ex situ en in situ experimenten en onderzoek naar de sedimentsdynamiek. De resultaten van de kartering zullen de basis vormen voor de ex situ experimenten. Gezamenlijk met de resultaten van de in situ experimenten en de sedimentsdynamiek moet dit leiden tot een verantwoord maaibeheer. In de ex situ experimenten zal de hypothese getest worden of emergente groeivormen een groter effect hebben op de efficiëntie van een maaipatroon dan submerse groeivormen. Dit zal gebeuren door in een stroomgoot biologische (zoals densiteit) en fysische parameters (debiet) te variëren overeenkomstig de resultaten uit het vegetatieonderzoek. De in situ experimenten laten dan toe om dit te verifiëren. Dit is hetgeen waarin dit voorstel afwijkt van reeds eerder uitgevoerd werk rond dit probleem. Daar we dan antwoorden hebben op vragen zoals biomassa ontwikkeling en hergroei zal het mogelijk zijn om optimale data en frequenties voor maaibeheer uit te leggen in functie van ecologische impact en zo laag mogelijke economische kosten.

    Onderzoeker(s)

    Onderzoeksgroep(en)

    Opmaak van een ontwerp-ecosysteemvisie voor de vallei van de Visbeek-Kindernouwbeek. 01/09/2002 - 31/03/2004

    Abstract

    Beekvalleien in Vlaanderen worden van oudsher gekenmerkt door een hoge soortenrijkdom. De soortenrijkdom kon worden verklaard door de aanwezigheid van een grote variatie in het abiotisch milieu. Gradiënten waren aanwezig die een range besloegen van zeer oligotroof tot eutroof. Echter met het intensiveren van de landbouwmethoden is een groot deel van deze soorten (zeer) zeldzaam geworden of zelfs verdwenen. De belangrijkste reden hiervan is dat door intensivering van de landbouwmethoden nivellering van het abiotisch milieu plaatsvond. Deze studie vind plaats in de beekvallei van de Visbeek. Doel is om inzichten te krijgen welke waarden nog aanwezig zijn. Welke soorten komen voor? Zijn gradiënten nog intact ? Indien dit het geval is, hoe kunnen deze uitgebreid worden? Indien dit niet het geval is, hoe kunnen deze weer worden hersteld? Mogelijkheden worden getoetst via scenario's. Hierbij wordt een minimaal scenario en een maximaal scenario berekend. Onder een minimaal scenario wordt bedoeld een beperkte afname in de intensieve landbouw; met een maximaal scenario, afwezigheid van intensieve landbouw.

    Onderzoeker(s)

    Onderzoeksgroep(en)

    Ontwikkelen van een score of index voor het biologisch kwaliteitselement 'macrofyten' voor de Vlaamse rivieren en meren overeenkomstig de Europese Kaderrichtlijn Water. 18/07/2002 - 17/03/2003

    Abstract

    Onderzoeker(s)

    Onderzoeksgroep(en)

      Opmaak van een handleiding voor de sanering van vismigratieknelpunten. 01/07/2002 - 30/06/2003

      Abstract

      Deze studie vormt de basis voor een handleiding, waarmee in de toekomst vismigratieknelpunten kunnen gesaneerd worden. Er worden vier belangrijke delen onderscheiden. Een eerste deel van de opdracht bestaat uit een uitgebreide literatuurstudie, met achtergrondinformatie inzake vismigratie, knelpunten en beleidsproblemen. Het tweede deel bestaat uit een bondige bespreking van het actieplan inzake vismigratie. Het derde deel omvat het opbouwen van een stappenplan voor de planmatige aanpak van vismigratieknelpunten. In het laatste deel worden verschillende technische fiches met oplossingstypen opgemaakt, geïllustreerd met concrete realisaties.

      Onderzoeker(s)

      Onderzoeksgroep(en)

        Instandhoudingsdoelstellingen voor speciale beschermingszones. 01/07/2002 - 31/12/2002

        Abstract

        Volgens artikel 6 van de habitatrichtlijn zijn de individuele lidstaten verplicht ervoor te zorgen dat de habitattypes en soorten waarvoor deze gebieden werden aangewezen in stand gehouden worden en zelfs hersteld worden. Om een afdoende bescherming op lange termijn te verzekeren is het noodzakelijk onderbouwde doelstellingen voor habitats en soorten te beschrijven. In dit project zullen streefdoelen, of instandhoudingsdoelstellingen, worden opgesteld voor de speciale beschermingszones in de Zeehaven van Antwerpen. Naast een statistische analyse van de populatie- en oppervlakteveranderingen van internationale aandachtssoorten en -types tijdens de laatste 25 jaar, zullen functioneel-ecologische theorieën gebruikt worden als onderbouwing.

        Onderzoeker(s)

        Onderzoeksgroep(en)

          Vlaams Waternetwerk. 01/05/2002 - 30/04/2004

          Abstract

          Het Vlaams Waternetwerk (VWN) is een forum waarin tussen de overheid, de onderzoekswereld en de private sector overleg kan gebeuren over het wateronderzoek in Vlaanderen. Dit overleg laat toe om de problemen en noden met betrekking tot water systeem kennis te identificeren. Het VWN bouwt zelf het netwerk uit en onderhoudt het, het stelt zijn informatie ter beschikking op een website. De activiteiten die het VWN plant en uitvoert zijn een uitvoering van acties uit het milieubeleidsplan. De kernactiviteiten die voorzien worden, zijn het organiseren van een Forum voor Wateronderzoek, het opstarten en organiseren van een metadatabank als inventaris van alle relevante en beschikbare watersysteemkennis in Vlaanderen, het identificeren van onderzoeksbehoeften voor het rapporteren over omgevingsanalysen in de context van wateronderzoek en het opvolgen en bekendmaken van relevante informatie over Europese onderzoeksinitiatieven in verband met water.

          Onderzoeker(s)

          Onderzoeksgroep(en)

          Leveren van technisch-wetenschappelijke bijstand voor 'zoetwaterbeheer tegen tekorten en tegen verdroging'. 08/04/2002 - 31/10/2010

          Abstract

          In dit project wordt een oplossing gezocht voor enerzijds de problematiek van de waterverdeling bij laagwater in de, als bevaarbaar geklasseerde, Vlaamse waterlopen en 'wegen en anderzijds de droogteproblematiek in de begeleidende valleien. In een eerste fase wordt per bekken een gebiedsverkenning gemaakt om inzicht te krijgen in alle waterfluxen en de verschillende betrokken factoren en actoren. Aan de hand van deze gegevens wordt een waterbalans opgesteld om de probleemgebieden in Vlaanderen te identificeren. In een tweede fase worden de verschillende betrokken sectoren (scheepvaart, industrie, landbouw, visserij, drinkwaterwinning, recreatie, natuur en de verschillende administraties) betrokken aan de hand van interviews en een workshop. In een derde fase wordt aan de hand van numerieke modellen en een kosten - batenanalyse een maatregelenprogramma (bv. beperking van watervang door industrie, natuur & landbouw, zuinig schutten, beperking van de scheepvaart, ') voor de waterloop (-weg) uitgewerkt dat in werking moet treden op het ogenblik van watertekort (d.i. effectgericht). Daarnaast wordt gestreefd naar zoveel mogelijk brongerichte oplossingen die er voor moeten zorgen dat de kans op voorkomen van watertekorten en verdroging afneemt.

          Onderzoeker(s)

          Onderzoeksgroep(en)

          Onderzoek naar de gevolgen van het Sigmaplan, baggeractiviteiten en havenuitbreidingen in de Zeeschelde op het milieu. Perceel 8 : studie naar effecten van waterkwaliteit en getij op overstromingsgebieden. 01/02/2002 - 31/01/2010

          Abstract

          Onderhavig studieproject omvat onderzoek naar de gevolgen van menselijke ingrepen in de Zeeschelde op het milieu. Meer specifiek worden de effecten van het Sigmaplan, baggeractiviteiten en havenuitbreiding in de Zeeschelde gevolgd. Onderhavig studieproject bestaat uit 8 percelen en heeft betrekking op de monitoring van de fysische, chemische en biologische parameters in het pelagiaal, intertidaal en subtidaal, alsmede van de zijdelingse belastingen van de Zeeschelde en haar zijrivieren, zodat het gezamenlijke databestand de ontwikkeling en operationalisering van een ecologisch model toelaat. Perceel nr. 8 omvat het uitvoeren van een studie naar de effecten van waterkwaliteit en getij op overstromingsgebieden in het Vlaams gedeelte van het Schelde-estuarium via het gebruik van twee mesocosmos-opstellingen.

          Onderzoeker(s)

          Onderzoeksgroep(en)

          Onderzoek naar de gevolgen van het Sigmaplan, baggeractiviteiten en havenuitbreiding in de Zeeschelde op het milieu. Perceel 1 : studie naar de basiswaterkwaliteit. 01/02/2002 - 31/01/2010

          Abstract

          Onderhavig studieproject omvat onderzoek naar de gevolgen van menselijke ingrepen in de Zeeschelde op het milieu. Meer specifiek worden de effecten van het Sigmaplan, baggeractiviteiten en havenuitbreiding in de Zeeschelde gevolgd. Onderhavig studieproject bestaat uit 8 percelen en heeft betrekking op de monitoring van de fysische, chemische en biologische parameters in het pelagiaal, intertidaal en subtidaal, alsmede van de zijdelingse belastingen van de Zeeschelde en haar zijrivieren, zodat het gezamenlijke databestand de ontwikkeling en operationalisering van een ecologisch model toelaat. Perceel nr. 1 omvat het uitvoeren van een studie naar de basiswaterkwaliteit in het Vlaams gedeelte van het Schelde-estuarium. Dit behelst een maandelijks monitoringprogramma van 20 punten op de zeeschelde. Ook zijn 6 dertienuursmetingen voorzien. Perceel 1 verzorgt tevens de coördinatie van alle percelen.

          Onderzoeker(s)

          Onderzoeksgroep(en)

          Coördinatie en wetenschappelijke ondersteuning : 'ecologische inventarisatie en visievorming in het kader van het integraal waterbeheer'. 01/02/2002 - 30/09/2003

          Abstract

          Onderzoeker(s)

          Onderzoeksgroep(en)

            Ecologische karakterisatie van Europese estuaria, het Schelde-estuarium als model. 01/01/2002 - 31/12/2006

            Abstract

            Als overgangsgebieden tussen land en zee zijn estuaria dynamische en heterogene systemen. Daardoor herbergen ze specifieke leefgemeenschappen. Tegelijk staan estuaria meestal onder zware menselijke druk. De complexiteit van estuariene systemen, in het bijzonder van het zeer dynamische Schelde-estuarium, vereist een multidisciplinaire aanpak. De verscheidenheid van de financiële kanalen leidt echter tot een fragmentatie van het estuarien onderzoek. Het onderzoek spitst zich in eerste instantie toe op het Schelde-estuarium, meer bepaald op volgende sleutelfactoren die het ecologisch functioneren bepalen: hydraulica, morfologie en sedimentologie, de koolstofcyclus, de biogeochemie van nutriënten en vervuilende stoffen, het voedselweb en de diversiteit van estuariene gemeenschappen. De wisselwerkingen tussen deze factoren zijn complex. Veel kennis is reeds voorhanden, maar opmerkelijke hiaten in de kennis blijven bestaan. Via deze aanvraag is het de bedoeling om de coördinatie van de multidisciplinaire aanpak van deze interacties te verstevigen. Het is interessant om de kennis die opgebouwd wordt rond het Schelde-estuarium te vergelijken met deze van het Seine-estuarium. Beide estuaria hebben analoge problemen, vertonen grote overeenkomsten in de samenstelling van hun systeem, maar hebben beide ook hun specificiteiten. Bovendien is het de bedoeling de vergevorderde know how betreffende integratie van esturien onderzoek zoals het rond de Seine bestaat, aan te wenden om integratie rond de Schelde te verhogen.

            Onderzoeker(s)

            Onderzoeksgroep(en)

            Op basis van vragen en problemen aangestuurd Europees Netwerk voor Sediment Onderzoek.(SedNet) 01/01/2002 - 31/12/2004

            Abstract

            SedNet creëert een Europees platform waar organisaties, die verantwoordelijk zijn voor duurzaam beheer van sediment en baggerspecie op bekkenniveau (probleem eigenaars), samenkomen met organisaties die mogelijk oplossing kunnen aandragen in de vorm van technieken, kennis en expertise (probleem oplossers). Dit platform voorziet, stimuleert en optimaliseert: 1) onderzoeksactiviteiten op basis van vragen en problemen, 2) uitwisseling van informatie betreffende deze activeiten, 3) samenwerking tussen beheerders en onderzoekers, 4) leveren van kennis aan en gebruik maken van de kennis van beheerders, 5) publicatie van onderzoeksresultaten en 6) informeren van het grote publiek en beleidsmakers. SedNet richt zich erop om als adviesorgaan te dienen voor vragen rond sediment onderwerpen voor Europese, nationale en regionale autoriteiten, waarbij ze willen helpen voor de implementatie van het beleid rond sedimenten.

            Onderzoeker(s)

            Onderzoeksgroep(en)

            De rol van zoetwaterschorren in de vastlegging en omzettingen van stikstof in estuaria : een ecosysteem 15N labelings studie. 01/01/2002 - 31/12/2004

            Abstract

            Het algemeen doel van dit project is de rol bepalen van zoetwaterschorren binnen de stikstofcyclus van het Schelde-estuarium. Algemeen wordt aangenomen dat stroken 'wetland' langsheen de oeverlijn zich gedragen als filters van het estuarien water, in die zin dat ze anorganisch en organisch stikstof uit het overspoelend water verwijderen of de aard van de stikstofvormen wijzigen. Het Schelde-estuarium, met haar dichtbevolkt bekken, is een typisch voorbeeld van een ecosysteem dat grote vrachten van stikstof te verwerken krijgt, en dat omvangrijke arealen zoetwaterschorren bezit, hetgeen een belangrijk potentieel aan N-verwijdering betekent. Daarenboven is van beleidswege in de nabije toekomst de inrichting van nieuwe overstromingsgebieden voorzien, wat de capaciteit van de filterfunctie via dergelijke gebieden nog zal doen toenemen. Omvattend 'in-situ'-onderzoek van de uitwisseling en cyclering van stikstof in zoetwaterschorren zal niet enkel toelaten de rol van deze schorren in het estuarien budget in te schatten, maar ook de belangrijkste processen te identificeren en te kwantificeren die aan deze rol ten grondslag liggen. De klassieke benadering om de relatie tussen het estuarien pelagiaal en de intergetijdengebieden te bestuderen leiden aan tekortkomingen, bv. door onnauwkeurigheid van de waterbalans. Ze geven enkel netto-uitwisseling weer. De processen worden er niet in geïdentificeerd, net zo min als de rol van compartimenten binnen het gebied, en extrapolatie naar een sluitende balans voor ganse gebieden is vaak moeilijk (Nixon, 1980; Howarth, 1993). Recente vooruitgang in analyse van stabiele isotopen maakt het mogelijk 'labeling'-studies uit te voeren op een afgebakend systeem (Holmes et al. 2000, Middelburg et al. 2000), waarbij het stabiel isotoop 15N kan gebruikt worden als gevoelige tracer in stikstofcyclering. We stellen voor om een ecosysteem-labeling-studie te combineren met verscheidene additionele studies die erop gericht zijn de stikstof cyclering te begrijpen in belangrijke schor-compartimenten zoals overspoelend water, sediment en macrofyten.

            Onderzoeker(s)

            Onderzoeksgroep(en)

            Aanpassing van de krachtlijnen voor een geïntegreerd rioleringsbeleid : hemelafvoer (inrichting en beheer van grachten) en randvoorzieningen aan overstorten, ecologische invulling. 01/01/2002 - 30/04/2003

            Abstract

            De krachtlijnen voor een geïntegreerd rioleringsbeleid van 1996 waren in 2002 aan actualisatie toe. Een deel van deze actualisatie betrof de ecologische afwerking van het afwateringsstelsel. Meer bepaald kunnen infiltratievoorzieningen, grachten en randvoorzieningen bij riooloverstorten mits kleine aanpassingen dienst doen als ecologische infrastructuur. Op basis van literatuur, buitenlandse methodes en deskundig advies werden hiervoor richtlijnen opgesteld. Speciale aandacht ging naar de kwaliteit van afstromend hemelwater. Een aparte paragraaf in de nieuwe krachtlijnen behandelt de meest geschikte mogelijkheden om vervuiling van afstromend hemelwater te voorkomen of te remediëren.

            Onderzoeker(s)

            Onderzoeksgroep(en)

              Systeemonderzoek Grensmaasvallei ten behoeve van de detaillering van de ingrepen van het project Levende Grensmaas. 15/11/2001 - 14/05/2003

              Abstract

              Onderzoeker(s)

              Onderzoeksgroep(en)

                Rol van een zoetwaterschor in de siliciumcyclus in het Schelde-estuarium. 01/10/2001 - 30/09/2003

                Abstract

                Silicium speelt een grote rol bij de eutrofiëringsproblemen die wereldwijd in kustwateren worden waargenomen. Onderzoek aangaande het belang van estuaria in de regulatie van transport van Si van land naar zee is tot op heden eerder schaars. Er werden belangrijke indicaties van het belang van intertidale vegetatie en sediment als Si-reservoir binnen een estuarien systeem waargenomen. Het doel van dit project is inzicht te verwerven in de rol van een zoetwaterschor in de siliciumcyclus binnen het Schelde-estuarium. De verschillende siliciumreservoirs in het schor (vegetatie, sediment, poriewater, grondwater en oppervlaktewater) zullen door middel van een tweemaandelijkse monitoring kwantitatief worden bestudeerd. Door middel van dissolutie- en decompositie-experimenten, zowel in situ en ex situ, zal de interactie tussen de verschillende reservoirs worden bestudeerd. Massa-balansen worden uitgevoerd om de uitwisseling van silicium tussen intertidaal en pelagiaal te kwanitificeren. Het eindresultaat is een geïntegreerd beeld van de rol van een zoetwaterschor in de estuariene siliciumcyclus.

                Onderzoeker(s)

                Onderzoeksgroep(en)

                  Wetenschappelijke bijstand bij het voorbereiden, uitvoeren en verwerken van de resultaten van modelproeven in het Waterbouwkundig Laboratorium te Borgerhout, (VLINA 00/13-project). Effecten van de groei van macrofyten en kruidruimingen ...laaglandbekken. 16/08/2001 - 30/12/2001

                  Abstract

                  In het Netebekken in Vlaanderen vormt de afvoercapaciteit van waterlopen een belangrijke functie en kan de explosieve groei van waterplanten leiden tot een verhoogde opstuwing van het water met overstromingen als gevolg. Om deze problemen te vermijden worden jaarlijks de waterplanten verwijderd. Deze beheerswerken hebben heel wat ecologische gevolgen op de aanwezige levensgemeenschappen. Een meer ecologisch verantwoord maaibeheer, waarbij slechts een gedeelte van de vegetatie wordt weggehaald, vormt een aanvaardbaar compromis tussen enerzijds een voldoende afvoer van het water en anderzijds het intact houden van een zo groot mogelijk deel van de waterplantenvegetatie. Momenteel ontbreken er wetenschappelijk gefundeerde voorstellen voor dergelijk maaipatronen. De doelstelling van dit project was het op zoek gaan naar een ecologisch verantwoord maaibeheer dat de afvoer niet in het gedrang brengt. Het project was opgesplitst in 4 delen : 1. De ontwikkeling van macrofytenvegetaties in het Netebekken 2. De relatie tussen waterplanten en waterafvoer 3. Het effect van maaipatronen op de waterafvoer 4. Conclusies en aanbevelingen De gemiddelde hoeveelheid aan waterplanten bleek hoger te zijn in het bekken van de Kleine Nete dan in het Grote Netebekken. Daarenboven zijn de biomassa's in de bovenlopen lager dan deze in de middenlopen wat een gevolg zou zijn van de hogere zuurgraad in de bovenlopen. De periode waarin maximale biomassa werd bereikt lijkt te liggen tussen mei en september voor de verschillende locaties. Het zou in de toekomst dus zinvol zijn om de periode van het maaien aan te passen aan de dominante taxa of aan de vanuit ecologische standpunt interessante taxa. Met het onderzoek naar het effect van de vegetatie op de afvoercapaciteit (in situ als ex situ) kan gesteld worden dat het verval of de opstuwing toeneemt naarmate de stroomsnelheid stijgt. De hoogste waarden voor de ruwheidscoëfficiënt (Manning-n) worden gevonden in ondiepe beken met lage debieten. Naarmate het groeiseizoen vordert en de macrophytenbiomassa toeneemt zal de opstuwing groter worden en neemt de ruwheidscoëfficiënt toe. Het maaien in blokpatronen kon 40 tot 88 % reductie van het optredend verval veroorzaken. De efficiëntie waarmee de patronen de waterafvoer verbeteren verschilt niet zo veel tussen de verschillende vegetatietypes die hier onderzocht werden, met name een typische submerse en een gemengde vegetatie. Specifiek naar het maaibeheer toe kunnen we besluiten dat omwille van de negatieve effecten op andere levensgemeenschappen , maaibeheer zo laat mogelijk in het jaar moet toegepast worden. Indien eerder moet gemaaid worden wegens overstromingsrisico's vormt het maaien in patronen een aanvaardbaar compromis. De beslissing omtrent welk patroon dient aangebracht te worden is afhankelijk van de probleemsituatie, het gewenste reductiepercentage voor verval en de haalbaarheid op het terrein.

                  Onderzoeker(s)

                  Onderzoeksgroep(en)

                    Het formuleren van een concept voor de structuur en het functioneren van het Schelde Ecosysteem 01/08/2001 - 30/11/2001

                    Abstract

                    Onderzoeker(s)

                    Onderzoeksgroep(en)

                      Onderzoek naar de mogelijkheden, nut en relevantie van hermeandering in verschillende gebieden en voor verschillende waterlooptypen in Vlaanderen. 01/03/2001 - 30/10/2001

                      Abstract

                      Het doel van dit onderzoek is om in een eerste fase relevante informatie omtrent (her)meandering in zowel brede als enge zin te verzamelen die kan bijdragen tot het herstel van waterlopen. Deze studie zal de basis vormen voor een beleidsondersteunend document, waarmee in de toekomst (her)meanderingsprojecten kunnen worden opgestart.

                      Onderzoeker(s)

                      Onderzoeksgroep(en)

                        Biologische beoordelings methoden voor sedimenten; een vergelijking. 01/02/2001 - 31/07/2001

                        Abstract

                        De biologische beoordeling van de sediment kwaliteit is belangrijk om te bepalen of de verontreinigingen in de sedimenten een risico vormen voor het milieu. Voor deze beoordeling kan gebruik gemaakt worden van verschillende groepen, namelijk alle aanwezige macro-invertbraten, de oligochaeten, muggelarven of nematoden. De totale samenstelling van de macro-invertebraten wordt in veel landen toegepast. Hierbij wordt gebruik gemaakt van diverse indexen. In Vlaanderen is hiervoor de Biotische Sediment Index voor (BSI) ontwikkeld. Deze index is uitgebreid getest op 620 locaties in diverse Vlaamse waterlopen en vervolgens is het niveau voor de determinaties aangepast. De beoordeling op basis van kaakafwijking van muggelarven is ook getest op sedimenten van deze 620 locaties. De kaakafwijking wordt vastgesteld op het vierde larvale stadia en zijn een direct gevolg van verontreinigingen. In Frankrijk wordt veelal gebruik gemaakt van de aangetroffen oligochaeten. Een combinatie van de ontwikkelde oligochaeten index, het percentage tubifexen met setae en de totale dichtheid geven een oordeel van de sedimentkwaliteit. Naast het gebruik van de macro-invertebraten kan er ook gebruik gemaakt worden van de aanwezige nematoden. Deze methode is ontwikkeld in Nederland, oorspronkelijk voor terrestrische bodems. De methode is gebaseerd op de levensstrategie van de soorten en wordt weergegeven als de maturity index. De vier indices worden in dit project vergeleken op basis van een beoordeling van de sedimenten op drie locaties op de Schelde en een locatie op de Maas.

                        Onderzoeker(s)

                        Onderzoeksgroep(en)

                          Ecohydrologische studie van de site De Putten. 09/01/2001 - 31/01/2003

                          Abstract

                          De Putten is een laaggelegen weilandencomplex in de Scheldepolders tussen Doel en Kieldrecht. Het is een zeer nat gebied met zilt grondwater waardoor het een aparte plantengroei kent en belangrijk is voor verschillende zeldzame broedvogels. Om die reden is het door België aangeduid als belangrijk gebied voor het behoud van de vogelstand in het kader van de EU-Vogelrichtlijn (79/409/EEG). Maar door de ontwikkeling van de Waaslandhaven dreigen De Putten onder een laag zand te verdwijnen. Vooraleer België dit laatste mag uitvoeren, moet het, zoals bepaald door dezelfde vogelrichtlijn, compenserende maatregelen treffen. Liefst is dat de creatie van hetzelfde type habitat in dezelfde regio. Hiervoor komen twee gebieden in aanmerking: het natuurgebied bij de Drijdijk en het landschappelijk waardevol agrarisch gebied in het noorden van de Prosperpolder. Doel van de studie is te bepalen wat de specifieke abiotische omstandigheden in de Putten zijn en na te gaan of we deze in de vermelde gebieden kunnen nabootsen. We moeten dus met andere woorden aangeven of de creatie van een gelijkaardig gebied al dan niet mogelijk is en zo ja, hoe we dat kunnen uitvoeren. Het onderzoek hiernaar kunnen we opsplitsen in vijf delen: 1) studie van de hoeveelheid en de kwaliteit van het grond- en het oppervlaktewater in de drie verschillende gebieden; 2) studie van de bodemkenmerken, in het bijzonder de textuur en de voedingstoestand; 3) studie van de flora (vegetatie opnamen + samenstelling vegetatie) en fauna; 4) experiment naar mogelijke herkolonisatie wijzen voor typische planten; 5) een zaadbankanalyse. Als eindresultaat verwachten we, naast een uitspraak over de compensatie, volgende vijf producten: 1) inzicht in de hydrologie van in de poldergraslanden op de linkeroever vd Schelde; 2) een gedetailleerde soortenlijst (vnl. planten); 3) inschatting hoe een voormalige akker zich omvormt tot een waardevol, nat grasland op zilte bodem; 4) bepaling van de potentiële soortenrijkdom; 5) ruimtelijke integratie van de mogelijke compensatie met andere bestaande of te ontwikkelen natuurgebieden in de Waaslandhaven.

                          Onderzoeker(s)

                          Onderzoeksgroep(en)

                            Natuurontwikkelingsstudie van de zuidelijke groenzone van het Linkerscheldeoevergebied. 09/01/2001 - 09/12/2001

                            Abstract

                            Bij de verdere uitbouw van de Waaslandhaven zullen delen van het vogelrichtlijngebied nr. 3.6 `Schorren en polders van de Beneden-Schelde' worden vernietigd. De schade aan het habitat van - de broedende en niet broedende soorten van bijlage I van de vogelrichtlijn; - de overwinterende en doortrekkende vogelsoorten waarvan de concentraties in het gebied internationaal belangrijk waren en - de zeldzame Vlaamse broedvogelsoorten waarvoor een belangrijk aandeel van de populatie voorkwam in het gebied zullen worden gecompenseerd. Deze natuurontwikkelingstudie bestaat erin het ± 130 ha grote terrein `de zuidelijke groenzone' te bestuderen voor wat betreft het potentieel van het gebied voor natuurontwikkeling. Het gebied bestaat uit twee sterk verschillende delen: het zuidelijk deel vormt een depressie met plassen en zeer vochtige percelen. De vegetatie bestaat uit rietkragen en andere moerassige vegetaties. Het noordelijke deel is hoger gelegen vanwege de berging van specie in dit gebied. De bodem is er droger en kalkrijker. Beide gradiënten bieden grote potenties voor natuurontwikkeling.

                            Onderzoeker(s)

                            Onderzoeksgroep(en)

                              Coördinatie en wetenschappelijke ondersteurning van de opdrachten : "ecologische inventarisatie en visievorming in functie van waterbeheer op een aantal waterlopen van eerste categorie". 02/01/2001 - 31/12/2003

                              Abstract

                              Onderzoeker(s)

                              Onderzoeksgroep(en)

                              Ontwerp van een ecosysteemvisie voor de vallei van A-beek 01/01/2001 - 21/07/2003

                              Abstract

                              Het doel van de studieopdracht is een ecosysteemvisie voor de vallei van de A-Beek (provincie Limburg) voor te bereiden. Een ecosysteemvisie moet volgens de opdrachtgever binnen een afgebakend gebied (afgebakend op fysisch-geografische basis) de plaats aangegeven waar bepaalde typen natuur behouden moet worden en/of tot ontwikkeling moet komen en waar ruimte gecreëerd wordt voor aangewezen soorten. De visie gaat uit van de bestaande toestand van een gebied en een referentietoestand (veelal gebaseerd op het verleden). Rekeninghoudend met de kansrijkdom worden hieruit streefbeelden geformuleerd. Deze geven aan waar en welke natuurtypen ontwikkeld moeten worden.' De ecosysteemvisie dient als instrument van het natuurbeleid met als doel de optimalisatie van de kwaliteit en structuur van ecosystemen in de vallei. Met dit doel kunnen verschillende streefbeelden ontwikkeld worden waarin de ruimtelijke afbakening van de gewenste natuurtypen wordt geconcretiseerd. De studie moet de randvoorwaarden en potenties voor natuur in het beekdalecosysteem verkennen en vertalen in één of meerdere concrete streefbeelden. Het ontwerp moet voor de Afdeling Natuur de basis vormen voor het toekomstig natuurbeleid in de vallei van de Zwarte Beek en voor de opties die ten aanzien van natuurbehoud en 'ontwikkeling moeten worden genomen teneinde de natuurfunctie van de vallei te maximaliseren. Hiertoe zal de studie één of meer streefbeelden ontwikkelen en onderbouwen en de implementatiemogelijkheden ervan evalueren.

                              Onderzoeker(s)

                              Onderzoeksgroep(en)

                                Abiotische onderbouwing van de natuurtypes voor waterlopen in Vlaanderen 01/01/2001 - 30/06/2002

                                Abstract

                                In Vlaanderen ondervindt het milieu en de natuur vele negatieve invloeden ten gevolge van verzuring, vermesting en vele andere. Hierbij zijn lijnvormige elementen, zoals waterlopen, zeer kwetsbaar. Doordat ze niet alleen door half natuurlijke landschappen maar ook langs en/of door dorpen stromen, lopen ze een groter risico een negatieve invloed te ondergaan dan een natuurgebied. In het MINA plan heeft de Vlaamse regering vastgelegd om de huidige natuurwaarden behouden. Om dit te kunnen nagaan zijn referentiewaarden omtrent de abiotische samenstelling van de verschillende natuurtypes nodig. Het bepalen van dit referentiekader is het doel van deze studie. Concreet zullen we streef- en grenswaarden bepalen voor abiotische parameters relevant voor vermesting, verzuring en verdroging. Streefwaarden zijn hierbij na te streven waarden waarbij het natuurtype zich kan ontwikkelen. Grenswaarden bakenen de range af waarbinnen het natuurtype kan overleven, zei het in sub optimale vorm. Met deze streef- en grenswaarden kunnen we vervolgens natuurdoelstellingen koppelen aan milieukwaliteit. Ook kunnen we ze gebruiken om gegevens van de waterkwaliteit te evalueren in functie van de natuur.

                                Onderzoeker(s)

                                Onderzoeksgroep(en)

                                  Invloed van eutrofiëring op de ontwikkeling van macrofyten in stilstaande wateren. 01/01/2001 - 31/12/2001

                                  Abstract

                                  De achteruitgang in natuurwaarden van ondiepe, stilstaande wateren in Vlaanderen hangt in grote mate samen met de overbelasting aan nutrienten zoals stikstof (N) en fosfor (P). De uitwisseling van nutrienten tussen de compartimenten water en bodem is in dergelijke systemen zeer complex en de opname door de plant uit de verschillende compartimenten wordt mede bepaald door de groeivorm. Onder voedselarme en matig voedselrijke omstandigheden is de concurentie voor nutrienten hoog en komen er vaak soorten- en vormenrijke watervegetaties voor met kwetsbare en zeldzame soorten. Dergelijke vegetaties vertonen eveneens zeer waardevolle fauna-elementen. Een beter inzicht in de complexe relatie tussen de nutrienten-concentraties in de verschillende compartimenten in functie van de soortenrijkdom en vormenrijkdom van watervegetaties is essentieel voor het opstellen van beschermings-, herstel- en natuurontwikkelingsmaatregelen voor stilstaande wateren. Vooral een beter inzicht in de nutrientenlimitatie die aanleiding geeft aan soortenrijkere en vormenrijkere vegetaties is vereist. De rol die de trofiegraad van de waterbodem hierin speelt is voor Vlaanderen tot nog toe onbekend terrein. Steunende op de uitgebreide databank van watervegetaties en waterkwaliteit van 200 plassen in Vlaanderen, verzameld in het kader van VLINA/C97/02, kan een plassenreeks geselecteerd worden met een grote verscheidenheid aan groeivormen en trofiegraad. Het hoofdaccent ligt binnen de mesotrofe range. Door de compartimenten water-waterbodem (slib+sediment)-plant tijdens verschillende fasen van het groeiseizoen te bemonsteren (met inbegrip van een biomassa-produktie) en te analyseren op N/P-componenten, kan een goed inzicht verkregen worden in de dynamiek die zich afspeelt in nutrienten-rijkdom. De relatie tussen beschikbare en totale concentraties van een aantal eutrofierende stoffen in relatie tot de biomassa ontwikkeling en de soorten- en vormenrijkdom van de watervegetatie kan in detail opgevolgd worden en kan een beter inzicht geven in de limiterende factoren die aan de basis liggen voor de ontwikkeling van waardevolle watervegetaties. Om de complexiteit van de problematiek te beperken zullen enkel permanente, ondiepe plassen binnen de ecoregio Kempen geselecteerd worden. Hier werd reeds een grote natuurlijke variatie aan vegetatietypen in relatie tot trofiegraad vastgesteld.

                                  Onderzoeker(s)

                                  Onderzoeksgroep(en)

                                    Effecten van de groei van macrofyten en kruidruiming op de waterafvoer in laaglandbeken. 01/01/2001 - 31/12/2001

                                    Abstract

                                    Macrofytenvegetaties worden van nature gekenmerkt door een zeer grote verscheidenheid in groei- en levensvormen en door een grote variatie in ruimte en tijd. Deze is sterk gecorreleerd met zowel een grotere verscheidenheid als een grotere biomassa aan fauna-elementen. In sommige waterlopen zorgt een toename in trofiegraad voor een steeds toenemende abundantie van de watervegetatie. In andere waterlopen hangt dit eerder samen met het wegnemen van grote verontreinigingsbronnen. De ontwikkeling van watervegetaties beïnvloedt in sterke mate de waterafvoer in beken. De relatie tussen biomassa en afvoercapaciteit is zeer complex en sterk afhankelijk van groeivorm en debiet. Een verhoogde biomassa-ontwikkeling in relatie tot een verhoogde opstuwing van water, geeft aanleiding tot een intensievere kruidruiming die op zijn beurt heel wat ecologische gevolgen kan hebben op de aanwezige levensgemeenschappen. Het ruimingspatroon bepaalt niet enkel de toename in afvoercapaciteit, maar ook de impact op de fauna-elementen en de hergroei van de vegetatie. Een meer ecologisch verantwoord maaibeheer, waarbij slechts een gedeelte van de vegetatie wordt weggehaald, vormt een aanvaardbaar compromis tussen enerzijds een voldoende afvoer van het water en anderzijds het intact houden van een zo groot mogelijk deel van de waterplantenvegetatie. Dit onderzoek streeft in een eerste fase naar het verkrijgen van een beter inzicht in de complexe relatie tussen de biomassa-ontwikkeling van verscheidene groeivormen en hun weerstand op de waterafvoer bij verschillende debieten en waterdiepten. In een tweede fase wordt een ecologisch verantwoorde kruidruiming uitgevoerd in 2 patronen en wordt het effect daarvan op de afvoercapaciteit onderzocht. Door het veldonderzoek aan te vullen met een experimentele opstelling waarbij zowel de abundantie van een aantal groeivormen, als de diepte en het debiet van een kunstmatig waterkanaal regelbaar zijn, kunnen de resultaten van het veldonderzoek ook over de volledige range van debieten en waterpeilen geëxtrapoleerd worden.

                                    Onderzoeker(s)

                                    Onderzoeksgroep(en)

                                      Opmaak van een ontwerp-ecosysteemvisie voor de zuidelijke bron- en bovenloopgebieden van het Kempens plateau. 01/01/2001 - 30/06/2001

                                      Abstract

                                      Van een afgebakend gebied moeten de natuurpotenties worden verkend. De potenties worden bepaald door de fysische kenmerken van het gebied, enerzijds de vegetatie, anderzijds de hydrobiologische structuur. De studie levert geen kant en klare inrichtings- of beheerplannen, wel de onderbouwing van eventuele toekomstige aanpassingen in inrichting of beheer.

                                      Onderzoeker(s)

                                      Onderzoeksgroep(en)

                                        Ecological responses to changing hydrological conditions in floodplains. 11/12/2000 - 11/12/2003

                                        Abstract

                                        Onderzoeker(s)

                                        Onderzoeksgroep(en)

                                        Herwaardering van het grachtenstelsel : fase 2. Inventarisatie en opbouw van een GIS - deel uitvoering. 01/10/2000 - 30/11/2001

                                        Abstract

                                        Onderzoeker(s)

                                        Onderzoeksgroep(en)

                                          Aantalsverloop en verspreidingsdynamiek van overwinterende ganzen in Vlaanderen : gegevensverwerking als afwegingskader in gebiedsgericht natuurbeleid. 01/09/2000 - 31/10/2001

                                          Abstract

                                          Onderzoeker(s)

                                          Onderzoeksgroep(en)

                                            Milieu-impactbepaling van het ontwerp mobiliteitsplan Vlaanderen door middel van strategische m.e.r., gedeelte natuur en water. 01/07/2000 - 22/08/2001

                                            Abstract

                                            Verkeer en vervoer hebben een belangrijke impact op het leefmilieu. Eén van de instrumenten om de effecten van beleidsplannen op milieu en natuur te beoordelen is de strategische milieu-effectrapportage (s-m.e.r.) of plan-milieu-effectrapportage (plan-m.e.r.). In het kader van het lopende planningsproces van een nieuw mobiliteitsplan Vlaanderen wordt getracht de algemene principes van s-m.e.r. toe te passen- Daar s-m.e.r. tot op heden onbestaand is in Vlaanderen, beoogt het onderzoek vooreerst de conceptontwikkeling voor een s-m.e.r. uit te werken en wordt dit concept daarna getoetst aan het ontwerp Mobiliteitsplan Vlaanderen. Het project zal dit voor de disciplines natuur en water uitvoeren, zowel op netwerk- als op corridorniveau. Duurzaamheid van natuur en watersystemen vormt het kader van het project.

                                            Onderzoeker(s)

                                            Onderzoeksgroep(en)

                                              WWF Water and Wetland Index for Belgium. 01/07/2000 - 31/07/2000

                                              Abstract

                                              De `Water and Wetland Index' analyseert de zoetwaterecosystemen in gans Europa. De index geeft een foto-opname van de zoetwaterstoestand in 16 verschillende landen. De overzichten worden in twee fasen uitgevoerd. Tijdens de eerste fase analyseert de index volgende aspecten: 1. de ecologische status van rivieren, meren en waterrijke gebieden; 2. de toestand van bedreigde zoetwatersoorten; 3. aspecten van duurzaam beheer van de watervoorraden; 4. kwaliteit van de monitoringprogramma's. Waar mogelijk wordt voor de index de structuur van de nieuwe Kaderrijchtlijn Water gebruikt. De lidstaten moeten trachten een goede ecologische toestand voor oppervlaktewateren en een goede toestand voor alle grondwateren te bereiken. De richtlijn gebruikt verschillende toestandscategoriën (hoog, goed, gemiddeld) waarmee kan worden nagegeaan in hoevere de toestand van een waterlichaam afwijkt van de referentiesituatie. De `Water and Wetland Index' analyseert de ecologische situatie van rivieren, meren en waterrijke gebieden, hetgeen één van de voornaamse 'goede toestand' vereisten zijn uit de Kaderrichtlijn Water. De `Water and Wetland Index' gebruikt tevens eenzelfde scoringsschaal (hoog, goed, gemiddeld, ...). Voor die rubrieken die door de index worden geanylseerd maar die niet gedekt zijn door de Kaderrichtlijn Water, zoals bijvoorbeeld bedreigde soorten, fragmentatie van rivieren door dammen, wordt een gelijkaardige scoringsschaal gebruikt (0 of 1 voor de slechtste conditie en 4 voor de beste). De index analyseert tevens de kwaliteit van de monitoringprogramma's. Zo wordt bijvoorbeeld in het geval van een rivier, zowel de ecologische situatie bekeken, als de beschikbaarheid en vergelijkbaarheid van de data

                                              Onderzoeker(s)

                                              Onderzoeksgroep(en)

                                                Wetenschappelijke ondersteuning van het Vlaams Integraal Wateroverleg Comité. 01/06/2000 - 31/01/2005

                                                Abstract

                                                De opdracht behelst volgende doelstellingen : a) wetenschappelijke voorbereiding en uitwerken van een conceptueel kader voor het beleid inzake het Vlaams Integraal wateroverleg b) de wetenschappelijke ondersteuning, begeleiding, follow up en coordinatie van projecten en opdrachten van de permanente werkgroep van het VIWC c) het voorstellen en uitwerken van een communicatiestrategie mbt. het VIWC.

                                                Onderzoeker(s)

                                                Onderzoeksgroep(en)

                                                Overzicht van het lopend ecologisch onderzoek in het Scheldebekken : compilatie en verwerking van gegevens in het kader van het Schelde actieplan (financiering Zeeland). 16/04/2000 - 15/04/2001

                                                Abstract

                                                Onderzoeker(s)

                                                Onderzoeksgroep(en)

                                                  Overzicht van het lopend ecologisch onderzoek in het Scheldebekken : compilatie en verwerking van gegevens in het kader van het Schelde actieplan (financiering VMM). 01/04/2000 - 31/03/2001

                                                  Abstract

                                                  Onderzoeker(s)

                                                  Onderzoeksgroep(en)

                                                    Ontwerp van een ecosysteemvisie voor de vallei- en brongebieden van de bovenlopen van het Denderbekken. 01/03/2000 - 31/03/2002

                                                    Abstract

                                                    Voor verschillende stroomgebieden in Vlaanderen wordt een ecosysteemvisie uitgewerkt. De ecosysteemvisie is een instrument van het natuurbeleid met als doel de kwaliteit en structuur van vallei-ecosystemen te optimaliseren. Het gehele project is een actiepunt van het Milieubeleidsplan en het bovenlopenstelsel van het Denderbekken in Vlaanderen is daar een deelstudie van. Binnen de brongebieden en een aantal valleigebieden van het Denderbekken worden zones afgebakend als studiegebied waarbinnen een gedetailleerde vegetatiekaart wordt opgemaakt met behulp van de Tansley-schaal. Vertrekkende van deze basiskennis wordt een vegetatietypologie uitgewerkt. Vervolgens worden de plaatsen geselecteerd waar bepaalde typen natuur behouden en/of ontwikkeld moeten worden en waar ruimte gecreëerd moet worden voor aangewezen soorten. De ecosysteemvisie gaat uit van de bestaande en de potentiële toestand voor natuur binnen het studiegebied. De potenties zijn veelal gebaseerd op gegevens uit het verleden. Voor het Denderbekken zal de nadruk vooral liggen op de ontwikkelingsmogelijkheden van bronbosgebieden. Rekening houdend met de kansrijkdom van een aantal soorten worden streefbeelden geformuleerd. Deze geven aan welke natuurtypen waar ontwikkeld moeten worden. Vervolgens zullen de implementatiemogelijkheden van de geformuleerde streefbeelden geëvalueerd worden.

                                                    Onderzoeker(s)

                                                    Onderzoeksgroep(en)

                                                      Ontwerp van een ecosysteemvisie voor de vallei van de Grote Nete. 01/03/2000 - 31/03/2002

                                                      Abstract

                                                      Voor verschillende stroomgebieden in Vlaanderen wordt een ecosysteemvisie uitgewerkt. De ecosysteemvisie is een instrument van het natuurbeleid met als doel de kwaliteit en structuur van vallei-ecosystemen te optimaliseren. Het gehele project is een actiepunt van het Milieubeleidsplan en de Grote Nete is daar een deelstudie van. Binnen de vallei van de Grote Nete worden zones afgebakend als studiegebied waarbinnen een gedetailleerde vegetatiekaart wordt opgemaakt met behulp van de Tansley-schaal. Vertrekkende van deze basiskennis wordt een vegetatietypologie uitgewerkt. Vervolgens worden de plaatsen geselecteerd waar bepaalde typen natuur behouden en/of ontwikkeld moeten worden en waar ruimte gecreëerd moet worden voor aangewezen soorten. De ecosysteemvisie gaat uit van de bestaande en de potentiële toestand voor natuur binnen het studiegebied. De potenties zijn veelal gebaseerd op gegevens uit het verleden. Voor de Grote Nete zullen bijkomend abiotische datasets van oppervlakte- en grondwater geanalyseerd worden om de trofiegraad te bepalen. Deze datasets zullen mede de potenties voor de vegetatie bepalen. Rekening houdend met de kansrijkdom worden streefbeelden geformuleerd. Deze geven aan welke natuurtypen waar ontwikkeld moeten worden. Vervolgens zullen de implementatiemogelijkheden van de geformuleerde streefbeelden geëvalueerd worden.

                                                      Onderzoeker(s)

                                                      Onderzoeksgroep(en)

                                                        Uitwerken van het technisch-wetenschappelijk deel van het bestek "ecologische inventarisatie en visievorming in functie van waterbeheer op een aantal waterlopen van eerste categorie. 01/03/2000 - 31/03/2000

                                                        Abstract

                                                        Onderzoeker(s)

                                                        Onderzoeksgroep(en)

                                                          Het beschrijven van ecosysteem doelstellingen voor het Schelde estuarium en het ontwikkelen van een streefbeeld voor het Schelde estuarium vanuit de functie natuurlijkheid. 16/02/2000 - 15/06/2000

                                                          Abstract

                                                          In het kader van de lange termijn visie voor het Schelde estuarium wordt op basis van de functionele en structurele karakteristieken van het estuarium een aantal doelstellingen geformuleerd waaraan het ecosysteem moet voldoen. Deze doelstellingen worden uitgewerkt vanuit de functie natuurlijkheid, waarbij het estuariene karakter en dus de koppeling tussen de rivier en de Noordzee centraal staan. Op basis van deze doelstellingen worden er eisen gesteld aan delen van of aan het totale estuarium. Een methode wordt ontwikkeld om, met behulp van de bestaande kennis over de physische, chemische en biologische processen, deze eisen te formuleren. Tevens moet deze methode gebruikt kunnen worden om te kijken of de gevolgen van eventuele ingrepen niet in conflict zijn met de doelstellingen die gesteld zijn vanuit de functie natuurlijkheid.

                                                          Onderzoeker(s)

                                                          Onderzoeksgroep(en)

                                                            Inventarisatie van het toegepast wetenschappelijk onderzoek inzake de kwantiteits- en structuuraspecten van het watersysteem. 15/02/2000 - 14/04/2000

                                                            Abstract

                                                            Het doel van deze studie is om in de toekomst het beheer van kwantiteits- en structuuraspecten van watersystemen af te stemmen op de Europese ontwerp-kaderrichtlijn en om onderzoeksprioriteiten aan te duiden ter onderbouwing van acties uit het Milieubeleidsplan. Deze studie zal leiden tot een overzicht van de wetenschappelijke kennis over kwantiteits- en structuuraspecten van watersystemen, tot een overzicht van de aspecten die onderzocht worden in het kader van het huidig beleid, een overzicht van de leemten in kennis met betrekking tot watersysteemkennis en een overzicht van prioriteiten voor nieuw onderzoek. De studie omvat een analyse van de beleidskaders (MINA-plan, ontwerp kaderrichtlijn waterbeleid, voorontwerp decreet inzake integraal waterbeheer, nitratenrichtlijn, '), een evaluatie van de huidige watersysteemkennis en het formuleren van voorstellen voor onderzoeksthema's / studieopdrachten voor komende jaren.

                                                            Onderzoeker(s)

                                                            Onderzoeksgroep(en)

                                                              Voorbereiding en uitvoering van sanering van waterbodems met het oog op ecologisch herstel van watersystemen. 01/02/2000 - 31/01/2003

                                                              Abstract

                                                              Nadat eerder de kwaliteit van de waterbodems in de onbevaarbare waterlopen in kaart is gebracht met de hiervoor uitgewerkte Triade beoordelingsmethode, wordt in deze studie hetzelfde gedaan voor de bodems van de bevaarbare waterlopen. De Triade methode is een geïntegreerde beoordeling gebaseerd op zowel een chemische, ecotoxicologische als biologische classificering. Elke locatie wordt volgens dit principe ingedeeld in een van de vier klassen, variërend van goed tot zeer slecht. Uiteindelijk onstaat hierdoor een compleet beeld van de kwaliteit van de waterbodems en kan er gekeken worden welke locaties dringend verder onderzocht dienen te worden voor sanering. Bovendien kan op basis van de verzamelde data de Triade beoordelingsmethode geëvalueerde en eventueel verbeterd worden, aangezien deze methode door de Vlaamse Milieu Maatschappij wordt overgenomen voor verdere monitoring van de waterbodemkwaliteit.

                                                              Onderzoeker(s)

                                                              Onderzoeksgroep(en)

                                                                Ontwikkeling van een lange termijnvisie inzake gebiedsgericht natuurbehoud in Vlaanderen. 01/02/2000 - 31/12/2001

                                                                Abstract

                                                                Het doel van de studieopdracht betreft de ontwikkeling van een globale en gefundeerde lange termijn visie voor gebiedsgericht natuurbehoud in Vlaanderen. Het project kan opgedeeld worden in twee delen: · het opstellen van streefbeelden en doelstellingen voor natuur in Vlaanderen op basis van wetenschappelijke gegevens · een beschrijving maken van een strategie en maatregelen en instrumenten aangeven om de streefbeelden en doelstellingen te bereiken. De resultaten van deze studieopdracht moeten de leidraad kunnen vormen voor het op te stellen natuurbeleidsplan. Dit houdt in dat dit onderzoek moet resulteren in een visie: een beeld van welke de gewenste toestand is van de natuur op lange termijn en welke mogelijkheden er bestaan om die te realiseren. Deze studie gaat dus niet op gebiedsniveau na wat er gegeven de specifieke omstandigheden mogelijk of wenselijk is m.b.t. natuur zal maar eerder een denkkader aanleveren die bruikbaar is voor het opstellen van het natuurbeleidsplan.

                                                                Onderzoeker(s)

                                                                Onderzoeksgroep(en)

                                                                  Inventarisatie vismigratieknelpunten : herstel van de mogelijkheden tot vismigratie. 01/01/2000 - 30/06/2001

                                                                  Abstract

                                                                  Een ontwerp beleidskaart voor het Vlaamse gewest werd opgemaakt op basis van selectiecriteria in de context van vismigratie. Op deze ecologisch of strategisch belangrijke waterlopen werd een migratieknelpuntinventarisatie uitgevoerd. Hierdoor werd een volledige cartografische weergave van de aanwezige migratieknelpunten voor vissen bekomen met specificaties wat betreft het type knelpunt (met foto en beschrijving). Bovendien werd voor elke welbepaalde hindernis een herstelmogelijkheid gesuggereerd om te kunnen voldoen aan de BENELUX-beschikking van 26/4/1996 inzake de vrije migratie van vissoorten in de hydrografische stroomgebieden van de BENELUX tegen 1/1/2010. Deze inventarisatie vormt dan ook een basis voor de opmaak van een programma om de knelpunten op alle prioritaire vismigratiewegen in Vlaanderen weg te werken. De bekomen resultaten werden opgenomen in een databank die raadpleegbaar zal zijn via een interactieve website op het internet.

                                                                  Onderzoeker(s)

                                                                  Onderzoeksgroep(en)

                                                                    Integratie van de deelstudies van het project OMES. 01/10/1999 - 30/09/2001

                                                                    Abstract

                                                                    Het OMES-project (Onderzoek Milieu-Effecten Sigmaplan) bestond in eerste instantie uit een aantal deelprojecten die elk een luik van het estuarien ecosysteem als studieobject hadden. Die deelprojecten zijn afgerond. De kennis van de verschillende processen binnen de biogeochemische cycli van C en N, van de rol van vegetatie en benthos, van pedologie en sedimentologie, enz., is in belangrijke mate toegenomen. Wat echter ontbreekt is een geïntegreerde visie van alle deelaspecten samen. Een eerste stap naar die integratie bestaat erin een goed zicht te krijgen op de waterkwaliteit als essentiële achtergrondkennis. Daartoe wordt een compilatie gemaakt van alle zich daartoe lenende data in een bestand. Dit zal worden uitgebreid met de resultaten van een datasonde die reeds sinds 1996 quasi onafgebroken de waterkwaliteit registreert ter hoogte van Kruibeke. Essentieel bij het verder uitbouwen van de set is dat alle data dienen gestandaardiseerd te worden volgens het tij. Dit zal gepaard gaan met het uitvoeren van dertienuursmetingen om tijvariaties op verschillende plaatsen in het estuarium te kwantificeren.. Met het oog op het formuleren van verbanden en hypothesen worden de eindverslagen doorgenomen, wat gepaard gaat met een grondige literatuurstudie en een compilatie van alle geschikte data. Door extrapolatie via de omkaderende dataset van waterkwaliteit zullen uitspraken gedaan worden over heden, verleden en toekomst van het estuarien systeem.

                                                                    Onderzoeker(s)

                                                                    Onderzoeksgroep(en)

                                                                      Gebiedsgerichte ecosystemenbenadering voor oeverzones mbt. nitraatverwijdering en biodiversiteit. 01/10/1999 - 30/09/2001

                                                                      Abstract

                                                                      Diffuse aanrijking van nutriënten in het milieu is een belangrijke component van de eutrofiering van oppervlakte en grondwater. De aanleg van bufferstroken langsheen oppervlakte wateren kan de uitstroom van nutriënten naar oppervlaktewateren sterk beperken. Ook natuurlijke bufferzones beschikken over een grote retentiecapaciteit. Hier dringt zich de vraag op in hoeverre het aspect biodiversiteit bijdraagt tot een efficiëntere verwijdering van nutriënten. Dit project betreft een drietal taken: 1- landschapsecologische benadering voor de implementatie van bufferstroken in het hydrologische bekken van de Zwalm (GIS). 2- Een veldmonitoring waarbij in een deelgebied van de Zwalm de nutriëntverwijdering in een soortenarm grasland wordt vergeleken met een soortenrijke moerasruigte. 3- Een mesocosmos experiment waarbij het effect van biodiversiteit op nitraatverwijdering zal worden onderzocht. De integratie van deze drie luiken moet toelaten richtlijnen voor te stellen voor de implementatie van bufferstroken langsheen oppervlaktewateren en voor het beheer van `natuurlijke' bufferstroken met betrekking tot de biodiversiteitscomponent.

                                                                      Onderzoeker(s)

                                                                      Onderzoeksgroep(en)

                                                                        De visindex als instrument voor het meten van de biotische integriteit van de Vlaamse binnenwateren. 01/10/1999 - 30/09/2001

                                                                        Abstract

                                                                        De visindex kan gebruikt worden als een instrument om de gezondheidstoestand van een bepaalde waterloop te analyseren op gemeenschapsniveau. Bij dit onderzoek wordt nagegaan of milieu-verzachtende ingrepen na verloop van tijd tot uiting komen in een betere vis-index score. Een tweede onderzoeksluik bestaat uit het onderzoek naar de consequenties van seizoenale en/of jaarlijkse fluctuaties van de visstand op de IBI. De doelstelling is het definiëren van een eenduidige en wetenschappelijk onderbouwde IBI-methodologie. Dit onderzoek vormt dan ook een basis om het principe van de ecologische waterkwaliteit aan te wenden in het beleid en de wetgeving, zowel op nationaal als Europees vlak.

                                                                        Onderzoeker(s)

                                                                        Onderzoeksgroep(en)

                                                                          Habitatevaluatie en biotoopherstel tbv. de visfauna in zones van de habitaatrichtlijn. 01/09/1999 - 31/10/2001

                                                                          Abstract

                                                                          Dit project heeft als doel een herstel/toename van de soortendiversiteit aan vissen in enkele waterlopen, die zijn gelegen binnen de in de Habitat Richtlijn aangeduide beschermingszones, door middel van habitatherstel. Speciale aandacht zal besteed worden aan stroomminnende soorten, waarvan de verspreidingstoestand in Vlaanderen het meest zorgwekkend is. Herstelmaatregelen voor de waterlopen zullen uitgewerkt worden op basis van een voorafgaande studie van de habitatvereisten van een aantal doelsoorten en de inventarisatie van het reeds aanwezige habitataanbod. Verder zullen de effecten van uitgevoerde herstelmaatregelen worden geëvalueerd. Dit laat toe eventuele bijsturingen aan te geven en verschaft belangrijke informatie voor toekomstige projecten. Het project houdt o.a. volgende onderzoekstaken in: Selectie van enkele doelsoorten die als model kunnen gebruikt worden om de habitatkwaliteit van waterlopen voor typische beek- en riviersoorten te verbetren. Informatie verzamelen i.v.m. de eisen die de doelsoorten aan hun biotoop stellen en eventueel onderzoek opstarten om bijkomende kennis te verwerven. Een methode uitwerken om de kwaliteit van beek- en rivierhabitats te inventariseren en te evalueren. Uitvoeren van een inventarisatie en een evaluatie van enkele trajecten van twee waterlopen gelegen binnen de voor Vlaanderen aangeduide zones van de Habitatrichtlijn, in functie van de doelsoorten. Uitwerken van herinrichtingsmaatregelen om het habitat voor de doelsoorten te verbeteren. Indien mogelijk : opvolging en evaluatie van (kleinschalige) proefingrepen. Ontwikkeling van een visie m.b.t. de visserij in de gebieden die vallen onder de Habitatrichtlijn

                                                                          Onderzoeker(s)

                                                                          Onderzoeksgroep(en)

                                                                            Studie naar de mogelijkheden van de bevordering van vismigratie op prioritaire waterlopen van het Nete- en Markebekken. 01/06/1999 - 30/11/1999

                                                                            Abstract

                                                                            Op de prioritaire waterlopen in de subbekkens van de Grote en Kleine Nete (Netebekken) en het Markbekken (Maasbekken) op te sporen, werd een migratieknelpuntinventarisatie uitgevoerd. Hierdoor werd een volledige cartografische weergave van de aanwezige migratieknelpunten voor vissen bekomen met specificaties wat betreft het type knelpunt (met foto en beschrijving). Bovendien werd voor elke welbepaalde hindernis een herstelmogelijkheid gesuggereerd om te kunnen voldoen aan de BENELUX-beschikking van 26/4/1996 inzake de vrije migratie van vissoorten in de hydrografische stroomgebieden van de BENELUX tegen 1/1/2010. Deze inventarisatie vormt dan ook een basis voor de opmaak van een programma om de knelpunten op alle prioritaire vismigratiewegen in Vlaanderen weg te werken.

                                                                            Onderzoeker(s)

                                                                            Onderzoeksgroep(en)

                                                                              Lagunering en berging van slib uit de Schelde : mogelijkheden voor landschapsherstel en natuurbehoud ? Een kritische analyse van de site Steendorp. 01/03/1999 - 28/02/2000

                                                                              Abstract

                                                                              Als gevolg van de bepalingen van de W.V.O.-vergunning, nodig om grote hoeveelheden baggerspecie uit de Beneden-Zeeschelde te halen, bepaalde de Vlaamse overheid in haar 'Beleidsplan sanering waterbodem Beneden-Zeeschelde' om jaarlijks een hoeveelheid baggerspecie overeenstemmend met circa 300.000 ton droge stof te verwijderen van de Scheldebodem. Een verlaten kleiontginningsput te Steendorp (Temse) is één van de sites die in aanmerking komt voor het laguneren en bergen van baggerspecie uit de Beneden-Zeeschelde. Na het opvullen van het tichelgat kan een nieuwe bestemming aan het gebied worden gegeven. De studie omvat een abiotische en biotische beschrijving van het studiegebied op basis waarvan een biologische evaluatie gemaakt wordt.Tevens wordt in deze studie nagegaan wat de effecten zijn op het milieu van het laguneren en bergen en wat de mogelijkheden zijn om de nabestemming natuur te realiseren door het formuleren van een ontwikkelingsvisie. Tenslotte worden verschillende scenario's gemaakt voor inrichting en afwerking van de kleiput.

                                                                              Onderzoeker(s)

                                                                              Onderzoeksgroep(en)