Eigen kweek? Stedelijke huishoudens, land en alternatieve vormen van voedselvoorziening in de laatmiddeleeuwse stad. 01/01/2020 - 31/12/2023

Abstract

Zodra mensen in steden gaan wonen, produceren ze doorgaans niet meer genoeg voedsel om in de eigen noden te voorzien. Handel in voedsel – in welke vorm dan ook – lijkt dan ook onontbeerlijk voor de stedelijke voedselbevoorrading, zowel vandaag als in het verleden. Ook historici gaan in de omvangrijke literatuur over stedelijke voedselbevoorrading in het verleden steevast uit van een duidelijk samenhang tussen stadsontwikkeling en uitdijende voedselmarkten. Maar is dat wel correct? In steden wordt vandaag volop geëxperimenteerd met alternatieve vormen van voedseltoegang, van 'stadslandbouw' over 'plukboerderijen' tot 'voedselnetwerken'. 'Food from Somewhere' – voedsel met een duidelijke oorsprong - vervangt het anonieme 'Food from Nowhere' dat door een steeds grootschaliger markt bij de consument wordt gebracht. Critici wijzen er echter op dat dergelijke alternatieve voedselbevoorrading slechts een fractie van de stedelijke voedselnoden kan dekken; zelf heel erg in marktrelaties ingebed blijft en bovendien vooral hoogopgeleide en bemiddelde huishoudens ten goede komt. Deze cruciale driehoeksverhouding tussen alternatieve vormen van voedselbevoorrading, sociale ongelijkheid en marktrelaties willen we in dit ambitieuze onderzoeksproject bevragen. In de Europese Geschiedenis bieden de twee eeuwen na 1350 daartoe een unieke kans. Geen andere periode voor 1900 kent dergelijke verschuivingen in sociale ongelijkheid en maatschappelijke polarisatie. Goed georganiseerde middengroepen gingen het sociale weefsel van vele Europese steden domineren, om vervolgens vaak weer plaats te ruimen voor scherpere sociale polarisatie. Parallel met de grote bevolkingscrisis van de late Middeleeuwen, daalden de voedselprijzen. Anderzijds bleven episodes van ernstige voedselschaarste bestaan en bleef het garanderen van een adequate voedselbevoorrading een permanente zorg voor elk stadsbestuur en elk stedelijk huishouden. De late middeleeuwen vormen bovendien de enige periode in de Europese geschiedenis voor 1900, waarin de sociale ongelijkheid aantoonbaar afnam (zij het niet overal in dezelfde mate). Goed georganiseerde middengroepen domineerden het sociale weefsel van vele steden, maar ruimden soms ook plaats voor scherpere sociale polarisatie. Behalve voor de absolute top van de stedelijke samenleving, beschikken we doorgaans over weinig directe informatie over de voedselbevoorrading van stedelijke huishoudens. Grondbezit en toegang tot grond zijn daarentegen wel uitstekend gedocumenteerd. Die stedelijke obsessie met grond wordt doorgaans verklaard in termen van kapitaalsaccumulatie en sociaal prestige, in een 'feodale' context waarin grond synoniem stond met aanzien. Maar wat als stedelingen die toegang tot grond nu eens gebruikten om voedsel te genereren? Via een open analyse van de wijze waarop stedelijke huishoudens heel uiteenlopende claims – 'entitlements' - op voeding uitoefenden, met inbegrip van eigen voedselproductie in of dichtbij de stad, maar ook van directe bevoorrading door boeren of familieleden op het platteland, onderzoeken we in welke context alternatieve voedselbevoorrading in belang toe- of afnam; wat de relatieve bijdrage tot de voedselbevoorrading van de stedelijke huishoudens was; welke actoren en netwerken deze circuits tot stand brachten; en hoe 'los van de markt' die alternatieve voedselbevoorrading eigenlijk wel was. Daartoe vergelijken we op huishoudniveau de toegang tot voedsel, voor drie grote Noordwest-Europese steden – Gent, Norwich en Dijon - tussen 1350 en 1550. Landtransacties, boedelinventarissen en huishoudrekeningen laten toe de voedselbevoorrading van huishoudens met heel uiteenlopende sociale achtergrond in beeld te brengen. Indien succesvol, zal dit onderzoek niet alleen een schat aan nieuwe inzichten in de voedselbevoorrading van de premoderne stad genereren, maar ook ons beeld van laatmiddeleeuwse steden als louter gebaseerd op handel en nijverheid aanzienlijk bijstellen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Vrouwen en vermogen: agency, bezit en investeringen in de stedelijke ruimte van het laatmiddeleeuwse Brabant. 01/10/2016 - 30/09/2018

Abstract

In de late middeleeuwen is de maatschappelijke positie van vrouwen aanzienlijke wijzigingen ondergaan. Tot vandaag kunnen historici echter niet akkoord gaan over de aard van deze veranderingen. Enerzijds beweren geleerden dat de mogelijkheden voor vrouwen afnemen, terwijl anderen stellen dat de periode een 'gouden tijd' was in termen van vrouwenkansen. Veel te vaak gaan deze debatten rond vrouwenarbeid, in plaats van over andere economische activiteiten, zoals investeringen van vrouwen in onroerend goed en de motieven rondom hun acties. Om de fundamentele veranderingen in de status van vrouwen volledig te begrijpen, stelt dit project een sociale analyse van genderrelaties en inkomensstrategieën voor. Hiervoor wordt in dit project bestudeerd hoe vrouwen en mannen hun eigendom en materiële eigendommen in de stedelijke samenleving hebben geïnvesteerd, en vooral hoe dit in de loop van de vijftiende eeuw is veranderd. Hierbij wordt onderzocht hoe genderrelaties deze patronen beïnvloeden en hoe deze patronen werden beïnvloed door de verschillen tussen vrouwen, in termen van hun burgerlijke, sociale en economische status. Een vergelijkende analyse van de aldermen's registers van twee steden met verschillende kenmerken, Leuven en Antwerpen, brengen de sociale en economische structuren aan het voorhoede van het onderzoek. Door te concentreren op steekproefjaren, zal het project alle daden bestuderen die informatie bevatten over de financiële strategieën van particulieren, waardoor wordt bijgedragen aan een nieuw perspectief op de veranderende status van de laat-middeleeuwse vrouwen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

De wegen naar succes. Strategieën en trajecten van de commerciële elite in de Nederlanden in de lange 16de eeuw. 01/10/2016 - 30/09/2017

Abstract

Historici hebben lang geloofd dat het ultieme doel voor welgestelde burgerlijke elites in de zestiende eeuw was om een ​​nobele titel te verkrijgen. Volgens de theorie werden ze uiteindelijk bezorgd over het behoud van hun sociale status en begonnen ze te investeren in manieren om nobel te worden, zoals de vorming van landgoederen of assimilatie met de 'Second Estate'. Onlangs is het debat over dit 'verraad van de bourgeoisie' heropend en heeft de theorie kritiek gekregen, vooral in de Lage Landen. Historici hebben aangetoond dat de aanwijzingen voor dit traject op andere manieren kunnen worden geïnterpreteerd, maar het lijkt nog steeds dat de hele literatuur over sociale opgang wordt gedomineerd door het 'succes' van een paar gezinnen die wel het verraadtraject volgden. Dientengevolge is de cirkelredenering van de theorie nooit herzien: de 'succes'-verhalen worden beschouwd als het ideaal voor alle commerciële elites. Het is echter even waarschijnlijk dat sociaal succes in de Lage Landen op andere manieren werd bereikt door andere strategieën te volgen. Dit is echter nooit grondig en empirisch getest. Het doel van dit project is om de manieren te identificeren waarop handelselites in de Lage Landen trajecten naar sociaal succes of mislukking volgden, zonder de verraadstheorie als ideaal-type te gebruiken. Door een representatieve groep van commerciële elites te bestuderen, wil dit project een beter begrip geven van deze trajecten naar sociaal succes of falen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

GIStorical Antwerp II. De historische stad als labo voor stedelijk onderzoek door middel van sociaal-ruimtelijke kaarten op huishoudniveau. 01/05/2016 - 30/04/2020

Abstract

In een samenleving waarin het grootste deel van de wereldbevolking in steden woont, staat de ontwikkeling van lange-termijnperspectieven op de ecologische, sociale, economische en politieke uitdagingen inherent aan stedelijkheid, hoog op de internationale onderzoeksagenda. De samenwerking van historici, sociologen, milieu- en literatuurwetenschappers in GISTorical Antwerp II vormt de historische stad Antwerpen om tot een digitaal labo voor lange-termijnonderzoek naar stedelijkheid. Vijf eeuwen stedelijke ontwikkeling tussen 1584en 1984 worden gevat in acht digitale sociale kaarten op het micro-niveau van het individuele huishouden. De bouw zet in op publieksparticipatie via 'crowd sourcing', maar ook op de ontwikkeling van nieuwe digitale technieken (Linear Referencing, Named Entity Recognition). Eens dit framework operationeel is, kunnen andere datasets (van bouwdossiers tot Google Books) onmiddellijk gekoppeld én sociaal en ruimtelijk gecontextualiseerd worden. Lange-termijnsonderzoek naar stedelijkheid in al zijn vormen en diversiteit aan individuele ervaringen en trajecten, krijgt zo een geheel nieuwe dimensie

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

De 'horizontale stad' in de Middeleeuwen. Suburbane bewoning in de Zuidelijke Nederlanden (late 15de-16de eeuw). 01/10/2015 - 30/09/2018

Abstract

Dit project bestudeert suburbane gebieden in de omgeving van drie steden in de zuidelijke Nederlanden vanaf ca. 1490 tot 1585 (Antwerpen, Oudenaarde en Brugge). Het zal de veerkracht van voorstedelijke gebieden en de economische en sociale organisatie van voorstedelijke samenlevingen onderzoeken en het zal uitwijzen of de vestiging in voorsteden een goede sociale identiteit heeft ontwikkeld.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

De economie van het hofleven. Interactie tussen hof en stad in de laatmiddeleeuwse en vroegmoderne Nederlanden. 01/01/2015 - 31/12/2018

Abstract

Dit project betreft fundamenteel kennisgrensverleggend onderzoek gefinancierd door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek-Vlaanderen. Het project werd betoelaagd na selectie door het bevoegde FWO-expertpanel.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Armenzorg en gemeenschapsvorming in de Zuidelijke Nederlanden, ca. 1300-1600. 01/10/2014 - 30/09/2017

Abstract

Dit FWO-project bestudeert armenzorg in drie steden in de Zuidelijke Nederlanden (Gent, Mechelen en Sint-Winoksbergen) van circa 1300 tot 1600. Op een geïntegreerde manier en voor een lange termijn ga ik na hoe door armenzorg (in de brede in van het woord) stedelijke gemeenschappen en solidariteit werden gevormd. Centraal staat de vraag welke gemeenschappen werden geïmpliceerd of gevormd wanneer werd beslist wie in aanmerking kwam voor zorg, en hoe dit evolueerde op lange termijn.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Vrouwen en vermogen: agency, bezit en investeringen in de stedelijke ruimte van het laatmiddeleeuwse Brabant. 01/10/2014 - 30/09/2016

Abstract

In de late middeleeuwen is de maatschappelijke positie van vrouwen aanzienlijke wijzigingen ondergaan. Tot vandaag kunnen historici echter niet akkoord gaan over de aard van deze veranderingen. Enerzijds beweren geleerden dat de mogelijkheden voor vrouwen afnemen, terwijl anderen stellen dat de periode een 'gouden tijd' was in termen van vrouwenkansen. Veel te vaak gaan deze debatten rond vrouwenarbeid, in plaats van over andere economische activiteiten, zoals investeringen van vrouwen in onroerend goed en de motieven rondom hun acties. Om de fundamentele veranderingen in de status van vrouwen volledig te begrijpen, stelt dit project een sociale analyse van genderrelaties en inkomensstrategieën voor. Hiervoor wordt in dit project bestudeerd hoe vrouwen en mannen hun eigendom en materiële eigendommen in de stedelijke samenleving hebben geïnvesteerd, en vooral hoe dit in de loop van de vijftiende eeuw is veranderd. Hierbij wordt onderzocht hoe genderrelaties deze patronen beïnvloeden en hoe deze patronen werden beïnvloed door de verschillen tussen vrouwen, in termen van hun burgerlijke, sociale en economische status. Een vergelijkende analyse van de aldermen's registers van twee steden met verschillende kenmerken, Leuven en Antwerpen, brengen de sociale en economische structuren aan het voorhoede van het onderzoek. Door te concentreren op steekproefjaren, zal het project alle daden bestuderen die informatie bevatten over de financiële strategieën van particulieren, waardoor wordt bijgedragen aan een nieuw perspectief op de veranderende status van de laat-middeleeuwse vrouwen .

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

De materialiteit der manieren of de gemanierdheid van de materialiteit? Tafelcultuur en tafelmanieren in de laatmiddeleeuwse en vroegmoderne Zuidelijke Nederlanden. 01/10/2014 - 30/09/2016

Abstract

Tot op heden blijft een studie naar de materiële cultuur van de laatmiddeleeuwse en vroegmoderne eettafel nog uit. In het zog van de microstoria en de Alltagsgeschichte is er echter sedert de jaren '80 al heel wat inkt gevloeid over zowel de materiële aspecten van zowel eetkamer als keuken. De introductie van nieuwe objecten en materialen werd geanalyseerd alsook de sociale reikwijdte ervan werden geduid. Dat ook de culturele appreciatie en cultivering van een "burgerlijke geciviliseerde tafelcultuur" meer en meer zichtbaar werd, is een stelling die sterk aanleunt bij Elias' civilisatiemodel en vooral in de Angelsaksische historiografie reeds de uitgangshypothese werd van menige studie over didactische literatuur en manierenboekjes. Hoewel de zestiende-eeuwse steden in de Zuidelijke Nederlanden reeds vaak werden aangestipt als centra waar niet alleen de benodigde infrastructuur en know-how voor productinnovaties aanwezig waren maar ook een constante kruisbestuiving van sociaal-culturele gedragsrepertoires dialoog voerde met de nieuwe stedelijke middengroepen, zijn ze echter stiefmoederlijk behandeld. Dit onderzoeksproject beoogt daarom zowel de materiële aspecten van het tafelen te duiden, alsook de culturele kaders waarbinnen tafelgerei zich kon ontwikkelen als middelaar voor de constructie van sociaal en cultureel kapitaal. Samen met boedelinventarissen zal daarom ook een systematische analyse van manierenboekjes en gedragsliteratuur de ruggengraat van dit onderzoek vormen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

De lokroep van Vrouwe Fortuna: loterijen en economische cultuur in de 15de- en 16de-eeuwse Nederlanden. 01/10/2013 - 30/09/2016

Abstract

Gokken en risico's nemen is van alle tijden. Producten als krasbiljetjes en loterijtickets zijn nog steeds erg populair en leveren zowel private bedrijven als overheden aanzienlijke winsten op. Die aantrekkingskracht is allesbehalve nieuw en in elke historische samenleving kwam gokgedrag voor. Echter, in vijftiende-eeuws Italië en de Nederlanden (huidige België en Nederland) deed er zich een belangrijke kentering voor: gokken werd geïnstitutionaliseerd in de vorm van loterijen. Stedelijke en centrale overheden, gilden, broederschappen, kooplieden en ondernemers, allemaal begonnen ze loterijen te organiseren om winst te maken. Dit project vraagt zich af wie lootjeskopers waren, hoe groot deze groep was, hoe organisatoren hun loterij ontwierpen om zoveel mogelijk kopers aan te trekken en hoe dit gokgedrag te rijmen viel met bestaande sociale waarden en normen. De 15de- en 16de-eeuwse Nederlanden, als één van de eerste gebieden waar loterijen georganiseerd werden, vormen hiervoor de ideale gevalstudie.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

De 'horizontale stad' in de Middeleeuwen. Suburbane bewoning in de Zuidelijke Lage Landen (laat 15de-16de eeuw). 01/10/2013 - 30/09/2015

Abstract

Dit project betreft fundamenteel kennisgrensverleggend onderzoek gefinancierd door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek-Vlaanderen. Het project werd betoelaagd na selectie door het bevoegde FWO-expertpanel.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

De stad op het platteland. Textielproductie en stadplattelandrelaties in het Vlaamse "Westland" (15de-16de eeuw). 01/01/2013 - 31/12/2016

Abstract

Dit project betreft fundamenteel kennisgrensverleggend onderzoek gefinancierd door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek-Vlaanderen. Het project werd betoelaagd na selectie door het bevoegde FWO-expertpanel.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Erfgenamen, familiebanden en stedelijke verenigingen. Stedelingen en hun netwerken in 16de-eeuws Mechelen. 01/10/2012 - 30/09/2015

Abstract

Dit project betreft fundamenteel kennisgrensverleggend onderzoek gefinancierd door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek-Vlaanderen. Het project werd betoelaagd na selectie door het bevoegde FWO-expertpanel

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

De materialiteit van manieren en de gemanierdheid van de materialiteit. Tafelen en tafelcultuur in de laatmiddeleeuwse en vroegmoderne Zuidelijke Nederlanden. 01/10/2012 - 30/09/2014

Abstract

Tot op heden blijft een studie naar de materiële cultuur van de laatmiddeleeuwse en vroegmoderne eettafel nog uit. In het zog van de microstoria en de Alltagsgeschichte is er echter sedert de jaren '80 al heel wat inkt gevloeid over zowel de materiële aspecten van zowel eetkamer als keuken. De introductie van nieuwe objecten en materialen werd geanalyseerd alsook de sociale reikwijdte ervan werden geduid. Dat ook de culturele appreciatie en cultivering van een "burgerlijke geciviliseerde tafelcultuur" meer en meer zichtbaar werd, is een stelling die sterk aanleunt bij Elias' civilisatiemodel en vooral in de Angelsaksische historiografie reeds de uitgangshypothese werd van menige studie over didactische literatuur en manierenboekjes. Hoewel de zestiende-eeuwse steden in de Zuidelijke Nederlanden reeds vaak werden aangestipt als centra waar niet alleen de benodigde infrastructuur en know-how voor productinnovaties aanwezig waren maar ook een constante kruisbestuiving van sociaal-culturele gedragsrepertoires dialoog voerde met de nieuwe stedelijke middengroepen, zijn ze echter stiefmoederlijk behandeld. Dit onderzoeksproject beoogt daarom zowel de materiële aspecten van het tafelen te duiden, alsook de culturele kaders waarbinnen tafelgerei zich kon ontwikkelen als middelaar voor de constructie van sociaal en cultureel kapitaal. Samen met boedelinventarissen zal daarom ook een systematische analyse van manierenboekjes en gedragsliteratuur de ruggengraat van dit onderzoek vormen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Armenzorg en gemeenschapsvorming in de Zuidelijke Nederlanden, ca. 1300-1600. 01/10/2012 - 30/09/2014

Abstract

Dit FWO-project bestudeert armenzorg in drie steden in de Zuidelijke Nederlanden (Gent, Mechelen en Sint-Winoksbergen) van circa 1300 tot 1600. Op een geïntegreerde manier en voor een lange termijn ga ik na hoe door armenzorg (in de brede in van het woord) stedelijke gemeenschappen en solidariteit werden gevormd. Centraal staat de vraag welke gemeenschappen werden geïmpliceerd of gevormd wanneer werd beslist wie in aanmerking kwam voor zorg, en hoe dit evolueerde op lange termijn.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Thuis in de zestiende-eeuwse stad. Materialiteit en domesticiteit in het graafschap Vlaanderen (1450-1650). 01/10/2012 - 30/09/2013

Abstract

Hoe werd 'huiselijkheid' materieel vertaald binnen een zestiende-eeuwse stedelijke context? Hoewel deze vraag al vaker het onderwerp van studie was voor laatmiddeleeuwse en vroegmoderne Italiaanse steden en voor het Engelse platteland, blijft de wooncultuur in steden in de Zuidelijke Nederlanden grotendeels onderbelicht. Niet alleen is nog maar weinig geweten over de fysieke eigenschappen van de woning en de organisatie van de interne ruimte, nog minder is duidelijk over de inrichting en het gebruik van deze ruimte en de (culturele) betekenis van de objecten waarmee stedelingen zich omringden. Objecten zoals schilderijen, spiegels en beelden waren immers niet enkel "decoratief" in de enge betekenis van het woord, maar konden eveneens drager of materiële middelaar zijn van een belangrijke culturele en symbolische betekenis, net omdat ze functioneerden binnen een huiselijke setting en binnen de rituelen van elke dag. Dit onderzoek wil daarom de (materiële) wooncultuur in zestiende-eeuws Brugge, Oudenaarde en Gent onderzoeken door deze wooncultuur te beschouwen als resultante van de interactie tussen (woon)ruimte, objecten en het dagelijkse leven. Boedelinventarissen, testamenten, iconografie en bouwarcheologische rapporten worden gehanteerd als toegang tot de diverse aspecten van deze laatmiddeleeuwse en vroegmoderne stedelijke huiselijkheid.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Wetenschappelijke opdracht in de stadsgeschiedenis. 01/10/2012 - 30/06/2013

Abstract

Dit project betreft fundamenteel kennisgrensverleggend onderzoek gefinancierd door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek-Vlaanderen. Het project werd betoelaagd na selectie door het bevoegde FWO-expertpanel.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

GIStorical Antwerp: een micro-level data tool voor de studie van vroegere stedelijke samenlevingen, proefstudie: Antwerpen 02/07/2012 - 31/12/2017

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds de Vlaamse overheid. UA levert aan de Vlaamse overheid de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Micro-economische analyse van de textielhandel rond 1500 in Brugge en Antwerpen: de dubbele boekhouding van Wouter Ameide (1498-1507). 01/04/2011 - 31/03/2015

Abstract

Dit project brengt analysemethodes uit de bedrijfseconomie en de geschiedenis samen om in de diepte de bedrijfsvoering van een Brugse en een Antwerpse firma uit de periode in de eerste helft van de 16de eeuw te analyseren en zo een licht te werpen op de introductie van productiviteitsverhogende technieken (efficiëntere methodes om informatie te beheren) in periodes van grote economische verandering (val Brugge en opkomst Antwerpen).

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Relationeel en institutioneel vertrouwen in de internationale handelscircuits van de Nederlanden, 15de-16de eeuw 01/10/2010 - 30/09/2012

Abstract

Dit project onderzoekt de rol van vertrouwen in netwerken en instituties die gebruikt werden door internationale kooplieden in Brugge en Antwerpen in de vijftiende en zestiende eeuw. Uitgaande van de twee categorieën van vertrouwen, namelijk relationeel en institutioneel vertrouwen, wil dit onderzoek nagaan of vertrouwen minder belangrijk werd naarmate nieuwe juridische instellingen en regels gevormd werden die handelstransacties tussen kooplieden moesten vergemakkelijken.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Erfgenamen, familiebanden en stedelijke verenigingen. Stedelingen en hun netwerken in 15de en 16de-eeuws Mechelen. 01/10/2010 - 30/09/2012

Abstract

Dit project betreft fundamenteel kennisgrensverleggend onderzoek gefinancierd door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek-Vlaanderen. Het project werd betoelaagd na selectie door het bevoegde FWO-expertpanel.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Gegevensinfrastructuur voor de studie van gilden en andere vormen van cooperatieve collectieve actie in pre-industriële tijden. 01/09/2009 - 11/02/2010

Abstract

Het aanvullen en uitbreiden van de dataset over de gilden in de Zuidelijke Nederlanden. Dit bestaat uit het aanvullen van de reeds bestaande gegevens met bijkomende gegevens, dat wil zeggen uit het toevoegen van een aantal variabelen per gilde, die gekozen worden op basis van onderling overleg.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Meervoudige identiteiten in een laatmiddeleeuwse en vroegmoderne stad: Mechelen in de 15de en 16de eeuw. 01/01/2009 - 31/12/2012

Abstract

Dit project wil door het analyseren van meervoudige identiteiten die stedelingen aannemen en (re)produceren een meer genuanceerde blik geven op de stedelijke samenleving dan het traditionele sociale en sociaal-culturele onderzoek toelaat. Voor de casus Mechelen in de late middeleeuwen en het begin van de nieuwe tijd zal worden nagegaan hoe stedelingen deze identiteiten construeren (o.a. door hun participatie in het middenveld van sociale organisaties), hoe ze die beleven op het publieke forum en hoe deze identiteiten worden ervaren in het collectieve geheugen (rituelen, historiografie en literatuur).

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Micro-economische analyse van de textielhandel rond 1500 in Brugge: de dubbele boekhouding van Wouter Ameide (1498-1507). 01/01/2009 - 31/12/2011

Abstract

Dit project brengt analysemethodes uit de bedrijfseconomie (accountancy, microstudies) en uit de geschiedenis samen om een nieuw licht te werpen op de introductie van productiviteitsverhogende technieken (efficiëntere methodes om informatie te verwerven en beheren) in periodes van grote economische verandering (tijdens de overgangsfase van Brugge naar Antwerpen rond 1500).

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Sociale ongelijkheid en mobiliteit in de lange zestiende eeuw: 's-Hertogenbosch en haar Meierij. 01/10/2008 - 30/09/2010

Abstract

De historische belangstelling voor de dynamieken van sociale ongelijkheid is opvallend mager. Vooral met betrekking tot de laat middeleeuwse en vroegmoderne Nederlanden is verrassand weinig geweten over patronen van sociale en economische mobiliteit binnen haar talrijke steden. Gewapend met een aantal uitzonderlijke bronnen hoopt dit project bij te dragen tot onze kennis en begrip van de ongelijkheden en mobiliteiten van een typische ancien régime stad, en van de bijhorende processen van (re)productie. Intergenerationale transfers van allerlei goederen zullen een centrale plaats innemen in zowel analyse als theorie.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Relationeel en institutioneel vertrouwen in de internationale handelscircuits van de Nederlanden, 15de-16de eeuw. 01/10/2008 - 30/09/2010

Abstract

Dit project onderzoekt de rol van vertrouwen in netwerken en instituties die gebruikt werden door internationale kooplieden in Brugge en Antwerpen in de vijftiende en zestiende eeuw. Uitgaande van de twee categorieën van vertrouwen, namelijk relationeel en institutioneel vertrouwen, wil dit onderzoek nagaan of vertrouwen minder belangrijk werd naarmate nieuwe juridische instellingen en regels gevormd werden die handelstransacties tussen kooplieden moesten vergemakkelijken.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Kenniscirculatie in de Lage Landen. Stromen van technische kennis in het westelijk kerngebied van de Lage Landen tussen ca. 1400 en 1700. 01/01/2008 - 31/12/2011

Abstract

Doel van dit project is te onderzoeken, hoe de circulatie van technische kennis in de Late Middeleeuwen en het begin van de Nieuwe Tijden (c. 1400-1700) verliep, in welke mate de omvang of wijze van kenniscirculatie veranderingen onderging en waardoor deze veranderingen (of de afwezigheid ervan) kunnen worden verklaard. Er wordt daarbij gefocust op de steden Haarlem en Rotterdam in het Noorden, en Antwerpen en Gent in het Zuiden. Wat de sectoren aangaat, zal het onderzoek zich concentreren op de lakenbereiding (ververs, droogscheerders, persers), de houtbewerking (timmerlieden, schrijnwerkers, kuipers, scheepstimmerlui) en de edelsmeedkunst (goud- en zilversmeden).

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

De hedendaagse historische roman over New York City. 01/01/2008 - 31/12/2011

Abstract

Het onderzoek wil een antwoord bieden op volgende vier hoofdvragen: (1) De literair-historische vraag naar aanwijsbare verschuivingen die ons toelaten het fenomeen van de hedendaagse historische roman over New York te duiden binnen de (Amerikaanse) literatuurgeschiedenis. (2) De genretypologische vraag naar de rol van queeste-en zoekverhalen in het bestudeerde corpus. (3) De documentaire vraag naar de omgang van schrijvers met historische bronnen. (4) De politiek-ideologische vraag naar het eventueel maatschappijkritische gehalte van de fictionele wereldbeelden die auteurs ontwikkelen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Architectuurhistorische en constructieve kenmerken van stadspaleizen met binnenkoer in Antwerpen (1450-1650). 01/01/2008 - 31/12/2009

Abstract

Het project wil door een nauwkeurige bouwkundige en stedenbouwkundige analyse van een specifieke architecturale vorm, het stadspaleis met binnenkoer (met zogenaamde Toscaanse zuilengalerij), nagaan hoe, wanneer en op welke wijze renaissance-invloeden in de architectuur van Antwerpen en de Nederlanden gedurende de lange 16de eeuw zijn doorgedrongen. Het heeft daarbij specifiek oog voor de rol van stedelijke middengroepen in deze verspreiding.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

De 'spatial turn' verbreed: vastgoed, renten en de opkomst van de Antwerpse markt in de late middeleeuwen (ca. 1390-ca. 1430). 01/10/2007 - 30/09/2009

Abstract

Het eerste van drie onderzoeksdelen omvat een 'traditionele' op onroerend goed -en rentetransacties gebaseerde conjunctuuranalyse. Ofschoon de economische conjunctuur van het laatmiddeleeuwse Antwerpen amper onderzocht is en dit onderzoek dus nieuwe kennis ter zake aanbrengt, dien dit eerst luik vooral als genuanceerde context voor de andere onderzoeksvragen. In het tweede deel wordt, door het in kaart brengen van de verhandelde of met renten bezwaarde immobiliën, de functionaliteit van onroerend bezit in de late middeleeuwse groei van de Scheldestad onderzocht. In welke mate dienden vastgoed en erfrechten, naast behoeften als huisvesting, caritas en levensonderhoud, ook de toenemende commerciële en financiële belangen? Leidde dit tot spanningen tussen de verschillende spelers op de vastgoed-en private rentemarkt? In het derde deel verschuift de klemtoon naar het ruimtelijke aspect. De applicatie van GIS-technologie op rente-en vastgoedtransacties biedt een unieke gelegenheid om het gediffertieerde grondgebruik in een groeiende laatmiddeleeuwse stad inzichtelijk maken. Wanneer zij met GIS gelijkvormig op het terrein geprojecteerd worden, verklikken de vele gegevensvariabelen immers patronen in de stedelijke structuren die nog niet eerder uit de bronnen af te leiden waren.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Beeld van de stad. Visuele stadsrepresentatie en stedelijke identiteit in de laatmiddeleeuwse en vroegmoderne Nederlanden (15de-16de eeuw). 01/01/2007 - 31/12/2010

Abstract

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

De kloof overbruggen: coördinatieproblemen, handelstechnieken en de organisatie van de internationale handel in laatmiddeleeuwse Europese steden. 01/01/2007 - 31/12/2008

Abstract

Dit boekproject wil een fundamentele bijdrage leveren tot onze kennis van het laatmiddeleeuwse handelswezen. Met name zullen experten worden verzameld in een publicatie die de coördinatieproblemen, en de oplossingen die kooplieden in deze periode van algemene herstructurering uitwerkten, in een comparatief kader wil inventariseren en op hun performantie controleren. Focus van deze studie zijn de grote handelsknooppunten in Noordwest-Europa.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Sociale ongelijkheid en mobiliteit in de lange zestiende eeuw: 's-Hertogenbosch en haar Meierij. 01/10/2006 - 30/09/2008

Abstract

De historische belangstelling voor de dynamieken van sociale ongelijkheid is opvallend mager. Vooral met betrekking tot de laat middeleeuwse en vroegmoderne Nederlanden is verrassand weinig geweten over patronen van sociale en economische mobiliteit binnen haar talrijke steden. Gewapend met een aantal uitzonderlijke bronnen hoopt dit project bij te dragen tot onze kennis en begrip van de ongelijkheden en mobiliteiten van een typische ancien régime stad, en van de bijhorende processen van (re)productie. Intergenerationale transfers van allerlei goederen zullen een centrale plaats innemen in zowel analyse als theorie.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Sociaal-economische ongelijkheid in de Zuidelijke Nederlanden, 15de-18de eeuw. Een interdisciplinair onderzoek naar de meting en interpretatie van maatschappelijke ongelijkheden in preïndustriële samenlevingen. 01/10/2005 - 30/09/2009

Abstract

Het thans beschikbare onderzoek naar sociale ongelijkheid in de Zuidelijke Nederlanden, 15de-18de eeuw wordt gekenmerkt door een gebrekkige methodologie en door de afwezigheid van een comparatief en lange-termijn-perspectief. De hoofddoelstelling van dit onderzoeksproject bestaat a) in het aanpassen en toepassen van het meetinstrumentarium voor sociale ongelijkheid in het historisch onderzoek; b) een herevaluatie van de bestaande historiografie over sociale ongelijkheid in het licht van deze vernieuwde onderzoeksaanpak.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Innovatie en communicatie in de Middeleeuwen: nieuwe aspecten van de sociaal-economische geschiedenis en de cultuurgeschiedenis van de late Middeleeuwen. 01/10/2003 - 31/12/2005

Abstract

Het onderzoek richt zich op de historische dimensie van de drang naar innovatie en de noodzaak van communicatie in het economisch handelen. Met name worden de laat-middeleeuwse praktijken van internationale handel en industriële productie onder de loep genomen om fundamentele processen op de grens van de economie, culturele praktijk en maatschappelijke organisatie te analyseren en te duiden.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)