Onderzoeksgroep

Expertise

Mijn onderzoek is gewijd aan de studie van digitale samenlevingen, samenlevingen waarin mediaomgevingen, menselijke communicatie en cultuur steeds meer worden beïnvloed door digitale media en technologie. Ik richt me op processen van sociale verandering als gevolg van het digitale, die processen van digitalisering en dataficatie worden genoemd (hoe data steeds meer een bron van sociale kennis worden).

Inclusie en gender empowerment: Een participatief actieonderzoek (ReIncluGen) 01/01/2023 - 31/12/2025

Abstract

Het ReIncluGen-project heeft tot doel genderempowerment te conceptualiseren. Het project zal voortbouwen op het innovatieve theoretische concept van 'situated intersectionality' en bestaande praktijken van maatschappelijke organisaties en media die structureel gendergeweld bestrijden en genderempowerment bevorderen, en deze praktijken bestuderen, samen evalueren en samen verder ontwikkelen. Het gebruik van participatief en co-creatief actieonderzoek met maatschappelijke organisaties en hun leden in verschillende Europese landen zal ons helpen om de gesitueerde betekenissen van gender empowerment binnen verschillende maatschappelijke domeinen te onderzoeken, met expliciete aandacht voor migrantenvrouwen en -meisjes en hun diversiteit en keuzevrijheid. Daarbij betrekken we een grote verscheidenheid aan maatschappelijke organisaties die werken met en voor migrantenvrouwen en -meisjes die zich richten op thema's als gendergelijkheid, (seksueel) geweld, politieke/maatschappelijke vertegenwoordiging, sociaal-culturele participatie en arbeidsmarktintegratie met behulp van onderwijs, netwerken, juridisch advies en psychologische therapie. Om het sociaal-politieke landschap te bekijken, zullen we ons concentreren op Oostenrijk, België, Italië, Polen en Spanje, allemaal landen die verschillen in termen van genderbeleid en gender ongelijkheden. De onderzoeksdoelstellingen zijn drieledig. De eerste doelstelling bestaat erin om een ​​ participatieve benadering te gebruiken om verder te gaan dan het geschreven diversiteits- en gendergelijkheidsbeleid en de verschillende conceptualiseringen van gender 'empowerment' in verschillende sferen en contexten te onderwoeken. De tweede doelstelling bestaat erin om empowerment- en inclusietrajecten die worden toegepast in verschillende maatschappelijke organisaties te beoordelen en om samen innovatieve tools te ontwerpen om genderempowerment en inclusie verder te ondersteunen. We streven ernaar om deze praktijken en de voorwaarden voor succes toe te passen om daarna hun toepasbaarheid in verschillende organisaties, landen en culturele contexten te bestuderen. De derde doelstelling van het ReIncluGen project is het onderzoeken van de discoursen en acties van media en digitale culturen bij het versterken van gender empowerment en hoe deze worden gebruikt en geïmplementeerd door maatschappelijke organisaties.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Project website

Project type(s)

  • Onderzoeksproject

Mediadiscoursen over maatschappelijke crisissen. 01/11/2022 - 31/10/2024

Abstract

De huidige samenleving staat voor verschillende uitdagingen die als crises worden ervaren. Recente voorbeelden zijn de COVID-19 gezondheidscrisis, de klimaatveranderingscrisis, de wereldwijde energiecrisis en de 'vertrouwenscrisis', waarbij het vertrouwen in de overheid, de wetenschap, enz. afbrokkelt. Zij vormen complexe, 'wicked problems', die moeilijk op te lossen zijn en waarover de meningen uiteenlopen. Wat steeds duidelijker wordt, is dat kennis van de feiten niet volstaat om discussies over deze complexe gebeurtenissen en ontwikkelingen te begrijpen. De manier waarop over deze uitdagingen wordt gesproken, hoe ze worden voorgesteld en geconceptualiseerd, is wat wij hier verstaan onder crisisdiscours. In plaats van simpelweg de werkelijkheid vast te leggen, geven discoursen betekenis, kennen ze oorzaken en gevolgen toe, en drukken ze morele standpunten uit. Bijgevolg kunnen discussies over maatschappelijke uitdagingen worden gezien als een discursieve strijd waarin verschillende visies op de werkelijkheid strijden om de dominantie. In discussies over klimaatverandering bijvoorbeeld strijden ecologische discoursen met economische en sociale discoursen. Media spelen een cruciale rol in deze discursieve strijd om deze maatschappelijke uitdagingen te begrijpen en ze als crises te construeren. Media fungeren als betekenismakers en geven zin aan de complexe werkelijkheid die ons omringt. Denk hierbij aan de sociale media, die als zeer invloedrijke platforms ideeën verspreiden. Maar ook 'legacy media', zoals kranten en televisie, blijven een belangrijke rol spelen bij het uitdragen en legitimeren van bepaalde wereldbeelden en discoursen. Al deze media zijn sterk met elkaar verweven in onze huidige gedigitaliseerde en 'gemediatiseerde' samenleving, waar media zowel maatschappelijke gebeurtenissen weerspiegelen als dagelijks beïnvloeden. Het doel van de door ons voorgestelde 'challenge' is de werking van concurrerende gemedieerde discoursen over huidige maatschappelijke crises beter te begrijpen. Op basis van Harold Lasswells klassieke definitie van communicatie stellen wij de vraag: Wie zegt wat, in welk kanaal, aan wie, en met welk effect? De nadruk ligt op 'wat': de manier waarop over een bepaald onderwerp wordt gesproken en waarop er betekenis aan wordt gegeven. Hierbij gebruikt de kandidaat een of meer van de methoden waarin de PI's gespecialiseerd zijn om media-inhoud over een onderwerp naar keuze te analyseren: kwantitatieve en kwalitatieve contentanalyse, framinganalyse, discoursanalyse en digitale etnografie (zie verder 2.2). Het doel is om de concurrerende discoursen over een bepaalde maatschappelijke uitdaging die als een crisis wordt ervaren in kaart te brengen en greep te krijgen op het discursieve landschap, met aandacht voor 'wie' (de actoren die een bepaald discours verkondigen, zoals journalisten, politici, experts) en 'in welk kanaal' (tv, kranten, sociale media, ...). Optioneel kan de kandidaat ook de publiekskant ('aan wie') onderzoeken, met als doel te begrijpen hoe mediagebruikers omgaan met concurrerende mediadiscoursen, en hoe deze hen beïnvloeden ('met welk effect'). In tegenstelling tot het lineaire karakter van Lasswells communicatiemodel, zal het onderzoek ook de complexe interactie tussen deze verschillende aspecten van het communicatieproces erkennen (bijvoorbeeld dat mediagebruikers ook discours produceren door commentaar te geven op sociale media).

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Project type(s)

  • Onderzoeksproject

Sociale media, jongeren en intimiteit: Een digitale etnografie naar het afbrokkelen van het maatschappelijk vertrouwen in sociale-mediaplatformen. 01/04/2022 - 31/03/2023

Abstract

Er is veel geïnvesteerd in onderzoek naar de zorgwekkende effecten van sociale media op de intimiteit van jongeren (schending van rechten, sociaal-psychologisch welzijn, beschadigde seksuele reputaties, lichaamsbeeld en gezondheid). Dit project stelt echter dat er een gebrek is aan inzicht in hoe sociale mediaplatformen en hun waardegedreven operaties (bv. hun focus op commercialisering en dataficatie) nieuwe publieke zorgen en conflicten veroorzaken met betrekking tot de intimiteit van jongeren. Daarom onderzoekt dit project publieke controverses en maatschappelijke inbreuken op het vertrouwen in sociale mediaplatformen bij het brede publiek. Het voorgestelde onderzoek verkent twee recente en impactvolle gevallen van publieke vertrouwensbreuken in Instagram en Facebook. Met behulp van een digitale etnografische benadering brengt dit project deze publieke zorgen en controverses over de digitale intimiteit van jongeren in kaart en onderzoekt het de steeds toenemende publieke roep naar meer verantwoordelijkheid bij sociale mediaplatformen. Door deze publieke vertrouwensbreuk in een bredere context te plaatsen, zal dit project een nieuwe agenda initiëren voor het bestuderen van sociale media, jongeren en intimiteit die verder gaat dan het bestuderen van de effecten van sociale media. Het pleit voor een doorgedreven aandacht voor het begrijpen van de werking en kernwaarden van sociale mediaplatformen en hoe deze publieke conflicten en debatten over intimiteit vormgeven. Deze nieuw voorgestelde agenda verlegt de focus naar de verantwoordelijkheid van sociale mediaplatformen en hun operaties wanneer we de invloed van sociale media op de intimiteit van jongeren willen begrijpen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Project type(s)

  • Onderzoeksproject