Less is More? Wat fragmentologie kan doen om overleveringsbias in Duits- en Nederlandstalige middeleeuwse manuscripten te verzachten 01/11/2026 - 31/10/2029

Abstract

De Boekhistorische Wet stelt paradoxaal dat hoe minder exemplaren van gedrukte boeken er vandaag bewaard zijn, hoe meer er oorspronkelijk waren. De studie van Europese middeleeuwse handschriften wordt door dit soort overlevingsbias gehinderd. Wat als deze wet ook geldt voor middeleeuwse manuscripten? Wat als overleving niet willekeurig was, maar bepaald werd door identificeerbare patronen, zoals dalende overlevingskansen door een wijde verspreiding? Veel middeleeuwse bronnen zijn enkel als fragment bewaard: bindafval van afgedankte boeken. Als de Boekhistorische Wet hier geldt, zou grotere verspreiding leiden tot minder intacte overlevers, wat fragmenten representatiever zou maken voor oorspronkelijke wijdverbreidheid dan complete manuscripten. Hoewel studies factoren hebben geïdentificeerd die het lot van handschriften (intact, fragmentarisch of vernietigd) kunnen hebben beïnvloed, zoals formaat of materiaal, blijven deze hypothesen ongetest. Dit onderzoek identificeert kwantitatief en kwalitatief welke factoren de verhouding fragmentarisch-tot-intact voorspellen. De methodologie wordt ontwikkeld aan de hand van de uitgebreide Duitse Handschriftencensus en toegepast op Nederlandstalige handschriften na bibliografische aanvulling, wat een bijgewerkte database van het Nederlandse corpus oplevert. De analyse schat ook de omvang van tekstuele en materiële verliezen in fragmenten, wat nieuwe mogelijkheden biedt voor reconstructieve codicologie op basis van empirisch bewijs.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Financiering

  • FWO

Project type(s)

  • Onderzoeksproject

Constrained. Een vergelijkend onderzoek naar de invloed van formele kenmerken op de materiële overlevering van Middelnederlandse literatuur. 01/11/2022 - 31/10/2026

Abstract

Recent internationaal onderzoek focust steeds meer op de verspreiding van middeleeuwse literatuur. In de middeleeuwen was de materiële overlevering van teksten volledig afhankelijk van het handmatig overschrijven van handschriften, waardoor teksten een fluïde karakter kregen. Dit project onderzoekt welke overlev(er)ingsmechanismen de duurzame uitwisseling van informatie hielpen garanderen in tekstuele culturen die gekenmerkt werden door onstabiele overdrachtswijzen. Een aspect dat nader empirisch onderzoek verdient, is de tekstvorm. Om te onderzoeken of formele aspecten kunnen worden bestempeld als 'constraints' die mogelijke veranderingen beperkten, wordt de volledige overlevering van twee korte 13de-eeuwse Middelnederlandse teksten met de hulp van computationele instrumenten vergeleken: de Martijntrilogie van de Vlaamse dichter Jacob van Maerlant en Dietsche Catoen, een vertaling van de Latijnse Dicta Catonis. De resultaten worden getoetst aan een controlecorpus, namelijk Maerlants volumineuze Rijmbijbel (1271). Omdat de teksten op vlak van formele kenmerken significant verschillen, wil dit project meer specifiek nagaan of en welke formele aspecten van een tekst (zoals rijm en strofevorm) beschouwd kunnen worden als overleveringsmechanismen. Verwacht kan worden dat de Martijntrilogie, die is opgebouwd volgens complexe rijmschema's, minder variatie in de overlevering vertoont dan Dietsche Catoen, waarvan de enige formele eisen de vierregelige strofen en gepaard rijm zijn.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Financiering

  • FWO
  • FWO

Project type(s)

  • Onderzoeksproject

Vormvast. De materiële overlevering van de strofische gedichten van Jacob van Maerlant. 01/05/2020 - 30/04/2024

Abstract

Vormvast. De materiële overlevering van de strofische gedichten van Jacob van Maerlant In de middeleeuwen was de materiële overlevering van teksten volledig afhankelijk van het handmatig overschrijven van handschriften (kopieën van kopieën). De teksten krijgen daardoor een fluïde karakter. In dit onderzoek willen we nagaan welke invloed het gebruik van vaste vormen had op de stabiliteit van de tekstoverlevering. Daartoe onderzoeken we alle tekstgetuigen van de tien strofische gedichten van de Vlaamse dichter Jacob van Maerlant (actief in de 2de helft dertiende eeuw).

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Financiering

  • BOF

Project type(s)

  • Onderzoeksproject